1. Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting.pdf
Tekst van het document
Met name migrantenouderen zijn niet goed op de hoogte van de toekomstig te verwachten woonlasten en staan vaak ook niet ingeschreven bij WoningNet. We willen ouderen actief benaderen met persoonlijke voorlichting en praktische ondersteuning. Willen zij verhuizen? Dan kunnen zij gebruik maken van een verhuisservice.
Om beter inzicht te krijgen gaan we de doorstroming in de woonketen van gezinnen en ouderen stadsbreed monitoren met behulp van bijvoorbeeld een (nog te ontwikkelen) doorstroomindicator (met onder anderen het aantal verhuisbewegingen) en kwalitatieve doelstellingen per gebied.
3. Wonen met zorg nabij De druk op de zorg neemt fors toe. Het tekort aan zorgpersoneel loopt op terwijl de vraag naar ondersteuning op de eigen woning groeit. Een deel van de zware zorg wordt voortaan op de eigen woning gegeven. Als ouderen langer thuis wonen, neemt ook de kans op eenzaamheid toe, wat tot extra zorgvraag kan leiden. Deze veranderingen leiden tot een behoefte aan andere woonvormen, waarbij oud en jong, met of zonder zorgvraag, elkaar meer tot steun kunnen zijn. Binnen geclusterde woonvormen wonen ouderen zelfstandig in nabijheid van voorzieningen en zorg, met gezamenlijke ontmoetingsruimtes. In deze geclusterde woonvormen staat aandacht en praktische steun voor
Ook door te ruilen van woning kunnen huurders een woning vinden die beter bij ze past. Gezien de bijdrage die woningruil kan leveren aan de doorstroming
38
elkaar centraal. Zorg kan er efficiënt georganiseerd worden. Momenteel is er voor ouderen een tekort van 1.480 geclusterde woningen, waarvan de helft in de sociale sector. In de prognose uit de Woonzorganalyse tot 2040 zal, gelet op het nieuwe Rijksbeleid, de opgave verder oplopen naar 22.320 woningen. De intentieovereenkomst ‘Geclusterd Wonen voor Ouderen in Amsterdam’ wordt daarom voortgezet en verder uitgebouwd.
Als het pand daarvoor niet langer geschikt te maken is, zetten we in op behoud van deze panden voor de doelgroep wonen met zorg. Niet iedereen kan en wil samen in een woongemeenschap wonen. Daarom zetten we ook in op de zogenaamde woonzorgcirkels, waarbij woningen rondom voorzieningen worden gereserveerd voor ouderen. Iedere 24-uurs zorgvoorziening in Amsterdam biedt een kans om een woonzorgcirkel te ontwikkelen. In overleg met de stadsdelen en stadsgebied Weesp willen we gaan kijken naar wat mogelijk is, met extra prioriteit voor de masterplan gebieden zie ook doel 7 Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen. De gemeente, woningcorporaties en zorgaanbieders moeten gaan werken met directe buurtgerichte matching. Dit vraagt om extra capaciteit bij de gemeente. Daarnaast moeten we woningen met een seniorenlabel reserveren voor deze specifieke doelgroep.
De ruimte voor het realiseren van geclusterde woningen in de nieuwbouw is beperkt. Daarom moet er ook in de bestaande voorraad een verandering plaatsvinden. In een Lang Leven Thuisflat werken de woningcorporatie (eigenaar), een zorgpartij en een welzijnsorganisatie samen met bewoners aan een omgeving en aan diensten om ouderen te faciliteren om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Partijen zorgen voor zorg en ondersteuning in nabijheid, voorlichting, vroegsignalering en de fysieke toegankelijkheid en veiligheid in en om de flat. Samen met de bewoners wordt een woongemeenschap opgezet. Voor bewoners is er zorg op maat, ongeacht een indicatie Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Om zorg in nabijheid voor de hele flat te kunnen organiseren, wordt een deel van de woningen toegewezen door de zorgpartij voor intermediaire verhuur: hierdoor is een minimale zorgomvang gegarandeerd waar omheen een zorgpartij haar zorgteam kan organiseren. We streven naar de realisatie van tien Lang Leven thuisflats.
De huidige zorginfrastructuur past niet bij de nieuwe opgave huisvesting van ouderen met zorg. Dit komt door de gefragmenteerde opzet van het zorgstelsel. De zorg is verkaveld in verschillende wettelijke domeinen met elk zijn eigen grenzen. Thuiswonende kwetsbare ouderen maken vaak gebruik van zorg en ondersteuning uit verschillende domeinen. Bij de huisvesting van ouderen met zorg zijn verschillende zorgverleners betrokken. Dit wordt gefinancierd vanuit verschillende domeinen: denk aan huishoudelijk hulp (Wmo), huisarts (Zvw), wijkverpleegkundige (Zvw) en zwaardere zorg (Wlz). De nieuwe woonconcepten van geclusterd wonen vragen andere financieringsarrangementen. Het vraagt om domeinoverstijgende samenwerking tussen gemeente, zorgverzekeraar, zorgkantoor en bewoners. Het vraagt ook om betere afstemming en efficiëntere inzet van Wmo, Sociale Basis, Zvw en Wlz, vergelijkbaar met de samenwerking in de Lang Leven Thuisflats. De komende jaren zullen we als gemeente met de woningcorporaties en zorgaanbieders de onderlinge werkafspraken, rolverdeling en verantwoordelijkheden bij de huisvesting van ouderen met zorg verder uitwerken. Dit doen we in lijn met de Tien Werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ voor mensen in een kwetsbare situatie.
Ook richten we ons in de landelijke lobby op het verkrijgen van landelijke regel- en experimenteerruimte om nieuwe financieringsarrangementen tot stand te brengen: de zogeheten domeinoverstijgende financiering, inclusief de ruimte om zorggelden makkelijker beschikbaar te maken voor effectieve ingrepen in woonvormen (ontmoetingsruimtes), aanpassingen aan woningen en initiatieven in de woonomgeving.
De scheiding van wonen en zorg vergroot de behoefte aan extramurale verpleegzorgplekken. Dit soort extramurale verpleegzorgplekken zijn een verbijzondering van geclusterde wonen. Het zijn zelfstandige woningen met extra voorzieningen, zodat ze geschikt zijn voor mensen met een beperking. Bewoners betalen de lage eigen bijdrage voor de langdurige zorg die zij ontvangen en betalen zelf hun woonkosten. Nieuwe extramurale verpleegzorgplekken voor zware zorg aan huis willen we vooral realiseren samen met de corporaties. Steeds meer ouderen met een zwaardere zorgvraag blijven weliswaar thuis wonen, maar door de groei van het aantal ouderen blijft de behoefte aan intramurale verpleeghuisplekken gelijk. De bestaande zestig verpleeg- en verzorgingshuizen in de stad zullen primair voor de levering van deze intramurale zorg worden ingezet; vaak zijn wel bouwkunde maatregelen nodig om de complexen toekomstbestendig te maken.
39
Dit zijn de belangrijkste inspanningen waarmee we voor het doel Passender wonen het verschil gaan maken:
› Met een nieuwe gebiedsgerichte werkwijze prioriteren en programmeren we de nieuwbouw met als doel om meer doorstroming en verhuisbewegingen te realiseren. Om een verhuisketen te realiseren ligt de focus op bouwen voor gezinnen en ouderen.
› We continueren en verbeteren de verhuisregelingen Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter om doorstroom en passend wonen van ouderen te bevorderen. › We zetten stadsdeelvoorrang in om ouderen te stimuleren om door te stromen. › Realisatie van meer geclusterde woonvormen in alle prijssegmenten voor ouderen.
› Ultraschaarse sociale huurwoningen zoals rolstoelwoningen en grote woningen voor gezinnen blijven behouden voor de doelgroep, zowel door voorwaardelijke huurcontracten toe te passen, als door een stop op verkoop van deze corporatiewoningen.
› Samen met de corporaties willen wij onderzoeken op welke wijze er meer ruimte kan komen voor woningruil, waarbij huurders naar elkaars woning verhuizen en zo beide een woning krijgen die beter past bij hun behoeftes.
› We behouden en reserveren woningen in de sociale voorraad voor deze gezinnen en ouderen.
› Behoud van het huidige aantal verpleeghuisplekken intramuraal in de stad.
› We zetten in op meer betaalbare rolstoelwoningen en seniorenwoningen.
› De bestaande zestig verpleeg- en verzorgingshuizen in de stad behouden en inzetten voor de levering van intramurale zorg.
› We zetten in op maatwerkondersteuning voor ouderen met een stedelijk pakket van hulp, zoals afspraken met verhuurders over huurbehoud, coulance bij bedenktijd, verhuisservices, voorlichting en bewustwording om doorstroom van ouderen te bevorderen. Ouderen worden actief benaderd met persoonlijke voorlichting en praktische ondersteuning.
› Nieuwe woon-zorgconcepten vanwege de toenemende vergrijzing en zorgvraag op woningen, namelijk woonzorgcirkels en Lang Leven Thuisflats.
40
Doel 5. Duurzame woningen van goede kwaliteit Woningen moeten duurzaam zijn en van goede kwaliteit. We zetten daarom vol in op het verbeteren en behouden van woningkwaliteit en het versnellen van de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad
Voor 2032 is dit ons doel:
Streven 2040 We streven ernaar dat in 2040 Amsterdamse woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en een gezond leefmilieu bieden.
›
Alle woningen in Amsterdam zijn in beginsel veilig en gezond.
›
Elke vve heeft een meerjarenonderhoudsplan dat toekomstbestendig is.
›
Alle woningen zijn energiezuiniger.
›
Na 2028 zijn er geen corporatiewoningen meer met slechte energie labels (E-F-G) conform de nationale prestatieafspraken.
2. In alle woningen van of voor de laagste inkomens zijn energiebesparende producten geïnstalleerd en is energieadvies gegeven.
›
Vanaf 2030 zijn er geen particuliere huurwoningen en gemengde vvE’s meer met slechte energie labels (E-F-G).
3. Woningen in Amsterdam worden geïsoleerd en verduurzaamd; 83% (5/6 deel) van de verbeteropgave van slechte labels (E-F-G) van corporatie woningen is volbracht in 2027. We zetten de acties van het isolatieoffensief in om bij alle andere verhuurde woningen en gemengde vve’s de slechte labels zoveel mogelijk weg te werken vóór 2027.
›
In 2032 zijn woningen goed geïsoleerd.
›
Op geschikte daken wordt zo veel mogelijk duurzame energie opgewekt.
›
In 2035 zijn er via Warm Amsterdam 110.000 extra bestaande woningen aardgasvrij gemaakt.
›
Het gebruik van nieuwe, niet-herwinbare materialen bij (ver)bouw is gehalveerd ten opzichte van 2018.
Om dit te bereiken, moeten we de komende jaren (de korte termijn 2023 - 2027) de volgende doelen realiseren: 1. Wonen in Amsterdam is veiliger, gezonder en duurzamer geworden.
In 2027 bepalen we of aanvullende inzet nodig is.
41
De noodzaak om energie te besparen is momenteel groter dan ooit. Naast de klimaatcrisis is er een energiecrisis. Hiermee komt voor veel mensen de bestaanszekerheid onder druk te staan. Dit speelt des te meer bij mensen die wonen in kwalitatief slechte woningen. We zetten met onze inspanningen vol in op het terugdringen van de energievraag door het isoleren en verbeteren van woningen. We blijven bij het Rijk aandringen om stappen te zetten. De huidige staat van veel Amsterdamse woningen is onvoldoende en voldoet niet aan de eisen en wensen ten aanzien van kwaliteit. We vinden het voor de gezondheid, veiligheid en het comfort van Amsterdammers noodzakelijk dat we ons blijven richten op de verbetering van woningkwaliteit. Een veilige, gezonde en toekomstbestendige woning is een basisbehoefte voor bewoners en belangrijk voor de leefbaarheid in de stad.
nauwelijks meer een onderscheidend element is bij verkoop en verhuur. De gemeente houdt toezicht op de woningkwaliteit en handhaaft hierop wanneer dat nodig is. Dit gebeurt op basis van constateringen en meldingen (basistaken), maar ook met een projectgewijze aanpak op specifieke en stadsdeeloverstijgende facetten van woningkwaliteit, waaronder de aanpak op vocht en schimmel en loden leidingen en/of mogelijke nieuwe ontwikkelingen en actualiteiten. De projectmatige aanpak en het toezicht en handhaving op woningkwaliteit draagt bij aan verbetering en bescherming van de woonsituatie van de Amsterdammers. Om met deze verschillende inzet maximaal bij te dragen aan een goede woningkwaliteit besteden we aandacht aan optimale afstemming en uitwisseling van kennis en ervaring tussen de projectmatige aanpak van woningkwaliteit en de uitvoering van de basistaken.
Meest gehoorde aanbevelingen uit het meedenktraject
Naast deze inzet op toezicht en handhaving zetten we onder meer bewustwordingscampagnes in voor een goed binnenklimaat en andere gezondheidsaspecten. We willen het splitsingsbeleid gaan actualiseren, herzien en handhaven om de kwaliteit van meer te splitsen woningen te waarborgen.
› Betrek bewoners op tijd bij plannen › Betere informatievoorziening over mogelijkheden verduurzaming, advies en subsidies › Wees dwingender richting corporaties
Samenwerking met corporaties
› Biedt vve’s meer ondersteuning bij verduurzaming
In de samenwerkingsafspraken heeft woningkwaliteit ook prioriteit. We continueren het kwaliteitsoverleg tussen gemeente, corporaties en huurderskoepels en intensiveren de samenwerking voor meer inzicht in de kwaliteit van het corporatiebezit. Dit geldt ook voor die woningen die onderdeel zijn van een vve. Ook komen we tot een nieuwe afspraak waarbij de voortgang gemonitord wordt en gaan we intensiever projectmatig samenwerken op actuele en nieuwe ontwikkelingen, zoals bij de aanpak loden leidingen. Mede op basis van deze informatie en in samenhang met het versneld wegwerken van de E-, F- en het uitgangspunt slechte complexen eerst, stellen corporaties prioriteiten in hun onderhouds- en investeringsprogramma’s. De gemeente Amsterdam en de Amsterdamse corporaties komen in 2023 met een gezamenlijke aanpak van vocht en schimmel in Amsterdamse woningen. Het college heeft met de corporaties afgesproken om een eenduidige aanpak te gaan hanteren bij melding voor schimmelklachten.
› Maak het mogelijk om als huurder te investeren › Voer een APK voor woningen in › Maak van slechte isolatie of een laag energielabel een gebrek › Geef monumenten ook een energie label en verduurzaam monumenten
1. Wonen in Amsterdam is veiliger, gezonder en duurzamer geworden Om te voorkomen dat er gevaarlijke of ongezonde situaties ontstaan, moeten woningen in Nederland voldoen aan minimale wettelijke eisen. Het onderhoud en beheer van gebouwen is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Een kwalitatief goede woning is voor veel bewoners niet vanzelfsprekend. De druk op de woningvoorraad is groot waardoor woningkwaliteit
42
Inzet op het verbeter- en verduurzamingsproces Bij de verhuur van woningen gebeuren verbeter- en verduurzamingsprocessen in samenspraak met de bewoners, en binnen vve’s stemmen alle eigenaren en bewoners gezamenlijk af. Er zijn grote verschillen tussen woningen (ook binnen één gebouw) en de wensen, de financiële ruimte en de mate van organisatie van bewoners en eigenaren. Het is belangrijk om onderhoud, verbetering en verduurzaming in samenhang te bezien. Voor verbetering en verduurzaming is nadrukkelijk initiatief van woningeigenaren en/of bewoners zelf nodig. De gemeente gaat eigenaren stimuleren, ontzorgen en faciliteren om het proces richting verduurzaming nu te starten. Hierbij moeten we ook werken aan het wegnemen van knelpunten, zodat eigenaren hun plannen (versneld) kunnen uitvoeren.
op te tuigen. Omdat de energiecrisis voortduurt, zal ook deze ondersteuning van het Rijk nodig blijven. Hiernaast moedigen we verhuurders aan een grotere rol pakken bij het installeren van energiebesparende maatregelen.
3. Woningen in Amsterdam worden geïsoleerd en verduurzaamd. 83% (5/6 deel) van de verbeteropgave van slechte labels (E-F-G) van corporatie woningen is volbracht in 2027. We zetten de acties van het isolatieoffensief in om bij alle andere verhuurde woningen en gemengde vve’s de slechte labels (E-F-G) zoveel mogelijk weg te werken vóór 2027.
2. In alle woningen van of voor de laagste inkomens zijn energiebesparende producten geïnstalleerd en is energieadvies gegeven
Een groot deel van de Amsterdam woningvoorraad is oud en slecht geïsoleerd. 78% is van voor 1995. In dat jaar werden de eisen voor isolatie strenger. 53% van de woningvoorraad is onderdeel van een vve. Hier neemt de vve de besluiten. Dit maakt het verbeteren van woningen vaak organisatorisch, financieel en technisch ingewikkeld. Eigenaren nemen zelf de beslissing over woningonderhoud, verbetering en isolatie. De woningvoorraad van particuliere verhuurders heeft over het algemeen een minder goed energielabel dan corporaties. Bovendien is meer dan 30% van de woningen van commerciële en particuliere verhuurders niet gelabeld.
Door de stijgende energieprijzen is er bij een steeds groter deel van de Amsterdammers sprake van energiearmoede. Bij benadering is 18% van de huishoudens in 2022 10% of meer van het inkomen aan energie kwijt. Bij die inschatting is al rekening gehouden met compenserende maatregelen (CPB, bewerking O&S, 2022). Op de korte termijn zetten we in op energiebesparende maatregelen die bewoners gemakkelijk zelf kunnen nemen zonder tussenkomst van een eigenaar, verhuurder of vve. Denk aan radiatorfolie, tochtstrips en het installeren van ledlampen. Mensen kunnen hulp vragen bij het aanbrengen van energiebesparende middelen. Ook kunnen zij in de buurt energieadvies krijgen.
Met een grootschalig isolatieoffensief gaan we bewoners en woningeigenaren stimuleren en begeleiden om structureel energie te besparen. Het isoleren van een woning is ingrijpend voor bewoner en eigenaar: het vraagt vaak om grote investeringen en veranderingen aan woningen. Belangrijk hierbij is dat we de isolatieopgave versnellen met corporaties, dat particuliere en commerciële verhuurders hun energielabels verbeteren, dat de vve-aanpak uitgebreid wordt en dat ook eigenaar-bewoners met lagere inkomens mee kunnen met de isolatieopgave.
“Gemengde vve’s hebben een groot probleem. Veel particuliere eigenaren zijn geen rijke kopers en hebben weinig geld voor verduur zaming. Met een strijd tussen huurders en kopers als gevolg.” De aanpak gericht op energiebesparing blijft in ontwikkeling omdat dit college zo veel mogelijk huishoudens wil ondersteunen. Er is ook ingezet op cadeaubonnen en een witgoedregeling. De huidige projecten worden geëvalueerd en waar mogelijk voortgezet en verbeterd. Afgelopen jaren is er vanuit het Rijk ondersteuning geweest om deze initiatieven
“Ik wil geen huurkorting, ik wil een goed huis. Ik betaal mijn huur en wat ik daarvoor terugkrijg is onzekerheid, onduidelijkheid en geen onderhoud.”
43
Voor de corporaties ligt er een grote opgave om E-, F-, en G-label woningen tot en met 2028 versneld te verduurzamen conform de nationale prestatieaf spraken. Amsterdam hecht zeer aan de realisatie van deze afspraken.
We anticiperen met de Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en overstromingsrisico’s. Conform Amsterdam Circulair 2020-2025 wordt de komende jaren zo veel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke bouwmaterialen die ook weer te demonteren en te hergebruiken zijn. De helft van de renovaties wordt daarom volgens circulaire principes uitgevoerd.
We streven ernaar dat twee derde van alle andere verhuurde woningen en gemengde vve’s met slechte energie labels (E-F-G) is weggewerkt in 2027. Naast het wegwerken van de slechte energielabels worden ook woningen met een hoog energieverbruik of met slecht onderhoud verbeterd.
Relatie met het Rijk Voor het realiseren van deze doelen zijn grote stappen nodig. Dit kunnen we niet alleen. Daar hebben we het Rijk voor nodig. Zij zijn immers verantwoordelijk voor de regelgeving op gebied van woningkwaliteit en duurzaamheid en hebben veel stimulerende regelingen geïnitieerd. Deze blijven voor zowel de grote verduurzamingsstappen als de bestrijding van energiearmoede hard nodig. We blijven het Rijk daarom aansporen om meer stappen te zetten om energetische maatregelen wettelijk afdwingbaar te maken bij slecht geïsoleerde woningen, zoals bijvoorbeeld het uitfaseren van enkel glas. Dit doen we het liefst in samenwerking met de MRA en andere gemeenten uit de G5.
Vve’s ontvangen professionele begeleiding als zij hun woning willen verbeteren en verduurzamen. De leenmogelijkheden via het Warmtefonds moeten worden verbeterd voor eigenaren van woningen die in een vve zitten. Vaak komen Amsterdammers met een laag of middeninkomen binnen een vve niet voor een lening in aanmerking. Er moet maatwerk komen zodat deze groep wel meekan in de energietransitie. We maken ons er samen met de G4 sterk om de regelingen ook voor deze groepen toegankelijk te maken. We faciliteren collectieve inkoopacties van bijvoorbeeld zonnepanelen en isolatiematerialen. We werken aan toegankelijke informatie en voorlichting voor Amsterdammers. We zorgen voor een duidelijk handelingsperspectief voor eigenaren en bewoners die hun woning willen verbeteren en verduurzamen.
Verduurzamen in brede zin Naast het besparen van energie moet er duurzame energie worden opgewekt en dient er op andere warmtebronnen dan aardgas worden overgeschakeld. In de transitievisie Warmte heeft de gemeente uitspraken gedaan hoe de voorraad op duurzame bronnen verwarmd kan worden. Zo wordt bijvoorbeeld nu al met bewoners en woningeigenaren op buurt niveau samengewerkt om wijken aardgasvrij te maken. Via Warm Amsterdam versnellen we door 10.000 extra bestaande woningen aardgasvrij te maken in 2027 ten opzichte van 2022. Ook willen we de exponentiële groei voor het opwekken van duurzame energie door zonnepanelen op daken doorzetten waarbij het geschikte dakoppervlak maximaal wordt benut.
44
Dit zijn de belangrijkste inspanningen waarmee we voor het doel Duurzame woningen van goede kwaliteit het verschil gaan maken:
› Het uitvoeren van het isolatieoffensief waarmee we zowel op korte als lange termijn energiebesparing stimuleren, onder andere door: •
Energiebesparende maatregelen te installeren bij huishoudens met lage inkomens. Deze korte termijn aanpak wordt beter afgestemd op de structurele woningverbetering die verhuurders hebben gepland.
•
Het aardgasvrij maken van woningen via Warm Amsterdam uit te voeren.
•
Het Programma Zon voort te zetten.
› De gemeente houdt toezicht op de wet telijke woningkwaliteit van bestaande woningen en handhaaft hierop indien nodig: •
Vve’s vergaand en professioneel te ondersteunen bij verduurzamingsopgaven en zorgen dat iedereen binnen een vve mee kan met de energietransitie.
In de stedelijke aanpak woning kwaliteit worden naast toezicht en handhaving, stedelijke thema’s projectmatig opgepakt zoals vocht & schimmel, loden leidingen, Goed Verhuurderschap en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.
•
Collectieve inkoopacties isolatie en verduurzaming van woningen van eigenaren-bewoners stimuleren.
Hierbij wordt ook ingezet op communicatie met behulp van bewustwordingscampagnes.
•
We willen het splitsingsbeleid actualiseren en herzien en de nieuwe regels handhaven om de kwaliteit van te splitsen woningen te waarborgen.
•
Corporaties te stimuleren om de versnelling van het isolatietempo voort te zetten, hiervoor wordt samengewerkt om knelpunten weg te nemen.
•
•
› Intensiveren van de inzet op duurzaamheid, onder andere door:
45
Doel 6. Betere positie van Amsterdammers We benutten mogelijkheden om de excessen van het woningtekort tegen te gaan. We gaan bewoners beschermen om een rechtvaardige huurmarkt te creëren door te handhaven op goed verhuurderschap en gereguleerde maximale huurprijzen. Streven 2040
Voor 2032 is dit ons doel:
Onze inspanningen hebben er toe geleid dat Amsterdammers zich vrij en veilig voelen om goed geïnformeerd keuzes te maken. Ze melden misstanden over hun woonsituatie zonder dat dit risico’s met zich meebrengt. Om dit te bereiken, moeten we de komende jaren (de korte termijn 2023 - 2027) de volgende doelen realiseren: 1. Rechten van huurders worden beter beschermd door invoering en handhaving van de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur.
›
Bewoners zijn goed geïnformeerd over het aanbod en de toewijzing van huurwoningen en de rechten van huurders.
›
Er vindt geen intimidatie of discriminatie van huurders meer plaats.
›
Reguliere woningen worden niet meer met tijdelijke huurcontracten verhuurd.
In 2027 bepalen we of aanvullende inzet nodig is.
2. Door onze eigen informatievoorziening te verbeteren en bewoners te ondersteunen kunnen woningzoekenden de informatie krijgen die zij nodig hebben. 3. Tijdelijke huurcontracten zijn niet meer de norm.
“Jongeren durven niet voor zichzelf op te komen, ze zijn bang dat ze dan uit hun woning worden gezet of hun contract niet verlengd wordt.”
zoeken, huren of onderhouden van een woning voor veel mensen erg ingewikkeld geworden. Velen vinden het woonruimte verdeelsysteem lastig te begrijpen, niet iedereen weet wat zijn of haar rechten zijn en de subsidieregels voor verduurzaming zijn ingewikkeld. Niet altijd weten huurders waar zij een woning kunnen zoeken en hoe deze vervolgens wordt toegewezen. We zetten ons daarom in om de positie van Amsterdammers bij het zoeken, huren of hebben van een woning te verbeteren.
Steeds meer mensen accepteren een woonsituatie die eigenlijk niet acceptabel is: een huur die veel te hoog is voor het inkomen, een tijdelijk contract terwijl dat juridisch niet mag, of een ongezonde slecht onderhouden woning. Daarnaast is het
46
1. Rechten van huurders worden beter beschermd door invoering en handhaving van de Wet goed verhuurderschap
kunnen gaan handhaven. Het optionele deel betreft een verhuurvergunning die door gemeenten kan worden ingevoerd middels een verordening. Aan een verhuurvergunning zouden voorwaarden gekoppeld kunnen worden over de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de algemene regels van goed verhuurderschap en over het hebben en uitvoeren van een onderhoudsplan. Deze eisen kunnen echter niet verder gaan dan de algemene regels al voorschrijven, waar de gemeente al op kan handhaven. Het college beschikt wat betreft onderhoud van woningen ook over dezelfde sanctiemogelijkheden via het Bouwbesluit/Woningwet als een verhuurvergunning bewerkstelligt. De invoering van een verhuurvergunning levert voor deze aspecten dus weinig meerwaarde op.
Als gevolg van de schaarste aan woningen staan rechten van bewoners onder druk. Dit leidt soms tot schrijnende en zeer onwenselijke situaties. Intimidatie van huurders door verhuurders is daar een voorbeeld van, net als discriminatie tijdens het verhuurproces. Het Rijk geeft steeds meer mogelijkheden om deze excessen tegen te gaan. We willen deze mogelijkheden aangrijpen om een zo rechtvaardig mogelijke huurmarkt te creëren voor de Amsterdammers. Gedurende de inspraakperiode van de AAV is de Wet goed verhuurderschap behandeld en vervolgens ook aangenomen in de Eerste en de Tweede Kamer. Dit betekent dat nu helder is wat de wettelijke mogelijkheden zijn en dat de wet in werking treedt (per 1 juli 2023).
Op dit moment kan aan de verhuurvergunning ook de voorwaarde worden gekoppeld dat de maximale huurprijs op grond van het WWS en het maximale huurverhogingspercentage (indien het een zelfstandige woonruimte betreft die in de gereguleerde sector valt) gehanteerd worden. Als het wetsvoorstel Wet betaalbare huur door het parlement wordt aangenomen wordt deze bepaling echter overgeheveld naar de algemene regels, waardoor handhaving op te hoge huurprijzen voor alle relevante woonruimten in de gemeente mogelijk is en deze voorwaarde kan dan bovendien niet meer in een verhuurvergunning worden gesteld. Daarnaast kunnen gemeenten via de verhuurvergunning geen extra ‘eigen’ voorwaarden toevoegen of voorwaarden strenger maken.
Inhoudelijk is de wet op te knippen in een verplicht deel, namelijk algemene regels, en een optioneel deel. Met de algemene regels kan de gemeente onder meer discriminatie in het selectieproces en intimidatie tegengaan en mede dankzij een succesvolle lobby zijn aan de algemene regels ook handhavingsmogelijkheden op oneigenlijk gebruik van servicekosten toegevoegd. Als het wetsvoorstel Wet betaalbare huur wordt aangenomen, wordt bovendien aan de algemene regels toegevoegd dat zowel voor sociale als middeldure huur de maximale huurhoogte op grond van het WWS dwingend is en dat gemeenten dit
Deze definitieve wettelijke mogelijkheden met een verhuurvergunning in de Wet goed verhuurderschap en het Wet betaalbare huur, welke naar verwachting per 1 januari 2024 in werking zal treden, leiden nu tot de inschatting van het college dat het invoeren van een verhuurvergunningsplicht te weinig meerwaarde heeft. Het college stelt daarom voor voorlopig geen verhuurvergunning in te voeren en hier geen middelen voor te reserveren.
Meest gehoorde aanbevelingen uit het meedenktraject › Schaf tijdelijke huurcontracten af of beperk tijdelijke huurcontracten › Verzorg betere informatievoorziening rondom verhuizen voor ouderen
Het niet invoeren van een verhuurvergunning neemt echter niet weg dat de intenties van het college nog altijd hetzelfde zijn. Het college verwacht ook zonder een verhuurvergunning de huurder goed te kunnen beschermen tegen slecht verhuurgedrag. Tegenover het niet invoeren van de verhuurvergunning staat een volle inzet op ook het proactief handhaven op onwenselijk verhuurgedrag. Zo wordt bijvoorbeeld ingezet op steekproefprojecten die discriminatie en intimidatie moeten tegengaan. Als niet wordt voldaan aan de minimale wettelijke vereisten van de woningkwaliteit kan en wordt handhavend opgetreden zoals toegelicht onder doel 5 Duurzame woningen van goede kwaliteit.
› Wees duidelijk, helder en eerlijk in communicatie › Ga als gemeente in gesprek over maatwerk en geef bewoners regie › Pak de illegale verhuur van sociale huurwoningen aan › Reguleer wie mag kopen
47
“Het is belangrijk dat alle huursegmenten worden beschermd tegen de exploitatie door particuliere verhuurders en vastgoedpartijen.”
Met strengere regels voor de verhuur en voor verhuurders is lang niet iedereen geholpen. Vaak zitten mensen in een uiterst kwetsbare positie. Het gaat dan onder andere om arbeidsmigranten (vaak met tijdelijke contracten) of mensen die te maken hebben met mensenhandel, prostitutie of andere vormen van uitbuiting. Zij durven of kunnen hun recht niet halen. Zij verkeren vaak in een afhankelijke positie van verhuurder en/of werkgever. Bij hardere handhaving van de verhuurder komen zij eerder onder druk te staan dan dat zij hiermee worden geholpen. Ze moeten hun woning uit. Of zij worden gedwongen, vaak door intimidatie en bedreiging, niet mee te werken aan gemeentelijke handhaving. We spannen ons daarom in om deze groep huurders beter te beschermen. We zoeken daarbij naar manieren om deze mensen te helpen. Echte uitbuiting willen we tegengaan, maar vormen van solidariteit waarin mensen elkaar helpen in de wooncrisis willen we niet tegenwerken. We willen dan ook een nieuwe integrale handhavingswerkwijze ontwikkelen. Wanneer handhavers iets op deze terreinen opvalt, willen we gericht doorverwijzen, aanspreken en helpen waar nodig.
Het is ook belangrijk dat bewoners, woningzoekenden en bewonersorganisaties een beroep kunnen doen op onafhankelijk advies en bewonersondersteuning. Dit geldt voor alle bewoners en woningzoekenden, maar voor huurders van particuliere woningen in het bijzonder. Deze huurders zijn meestal niet georganiseerd en in dit segment vinden de meeste misstanden plaats. De afgelopen jaren heeft stichting !WOON een belangrijke rol vervuld voor met name deze groep. We blijven stichting !WOON als steunpunt voor alle Amsterdammers met een woonvraag financieel ondersteunen.
3. Tijdelijke huurcontracten zijn niet meer de norm Om er voor te zorgen dat mensen niet meer terecht komen in een woonsituatie die niet wenselijk is, willen we er voor zorgen dat reguliere woningen niet meer met een tijdelijk contract worden verhuurd. Sinds deze mogelijkheid is geïntroduceerd, worden steeds meer vrije sector huurwoningen van particuliere verhuurders tijdelijk, voor één of twee jaar verhuurd. In 2021 had 42% van de recente bewoners van particuliere huurwoningen een tijdelijk contract. Dit stelt huurders in een afhankelijke positie ten opzichte van verhuurders en dat leidt tot onrechtvaardige situaties.
2. Door onze eigen informatievoorziening te verbeteren en bewoners te ondersteunen kunnen woningzoekenden de informatie krijgen die zij nodig hebben Het zoeken, huren of onderhouden van een woning is voor veel mensen behoorlijk ingewikkeld. Velen vinden het woonruimte verdeelsysteem lastig te begrijpen. Niet iedereen weet wat zijn of haar rechten zijn en er zijn veel verschillende subsidieregels voor verduurzaming. We zetten ons in om onze eigen informatievoorziening te verbeteren over alles wat met wonen te maken heeft en gebruiken daarvoor de bestaande infrastructuur. Met de buurtteams heeft Amsterdam een laagdrempelig netwerk in de wijk. Amsterdammers kunnen er terecht voor informatie over allerlei onderwerpen. In 2023 is er veel aandacht voor het nieuwe woonruimte verdeelsysteem. Woningzoekenden die digitaal niet vaardig zijn, krijgen hulp bij het zoeken naar een sociale huurwoning op WoningNet.
“De gemeente moet meer maatwerk leveren en minder strenge regelgeving. Er zijn genoeg mooie ideeën, maar regels zijn vaak deal breakers.” Een beslissing voor eventuele afschaffing op tijdelijke huurcontracten voor reguliere huurwoningen allereerst op Rijksniveau genomen moet worden. Een gemeente heeft daar momenteel niet de bevoegdheid toe. Op 16 mei 2023 heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel Wet vaste huurcontracten aangenomen. De Eerste Kamer moet deze wet nog goedkeuren. Zekerheid over het afschaffen van tijdelijke huurcontracten is er dus niet voordat de AAV wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het college zal daarom blijven benadrukken, ook richting het Rijk, dat zij een afschaffing van tijdelijke huurcontracten wenselijk acht.
48
Dit zijn de belangrijkste inspanningen waarmee we voor het doel Betere positie van Amsterdammers het verschil gaan maken:
› Implementatie en handhaving van de Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur.
› Inzet stichting !WOON blijven ondersteunen met subsidie. › Mogelijkheden in beeld brengen en waar mogelijk inzetten om kwetsbare huurders, zoals arbeidsmigranten en prostituees beter te helpen bij handhavingsacties illegaal woninggebruik.
› Verbetering gemeentelijke informatievoorziening: laagdrempelig, toegankelijk en makkelijk vindbaar, zowel offline in buurten, als online.
49
Doel 7. Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen Amsterdam wil een ongedeelde stad met leefbare en veerkrachtige wijken zijn en blijven. In onze stedelijke vernieuwingsaanpak geven wij extra steun aan de huidige bewoners. We pakken de problemen aan waar ze het grootst zijn. We investeren in leefbare wijken om te zorgen voor voorzieningen en zorg dichtbij.
Streven 2040
› Buurten en wijken zijn veilig en overlast, bijvoorbeeld door toeristische verhuur of crimineel gebruik van woningen, is teruggedrongen.
Amsterdamse wijken en buurten zijn leefbaar, veerkrachtig en ongedeeld. Een thuishaven voor alle bewoners, in alle levensfasen, of zij nu hier geboren zijn of ergens anders vandaan komen.
3. Investeringen in de sociale infrastructuur van de wijk › Streven naar realisatie van minimaal zes woonzorgcirkels voor kwetsbare bewoners en/of ouderen.
Om dit te bereiken, moeten we de komende jaren (de korte termijn 2023 - 2027) de volgende doelen realiseren: 1. Veerkrachtige wijken
Voor 2032 is dit ons doel:
› Gebiedsgerichte programmering en prioritering voor doelgroepen gericht op doorstroming en verhuisbewegingen. Het college komt met een nieuwe werkwijze. › Huidige bewoners voelen zich gezien en gekend bij stedelijke vernieuwing (stadsdeelvoorrang en medezeggenschap). 2.
Leefbare wijken › Het eigen initiatief van bewoners en activiteiten van professionals in de buurt worden ondersteund, zodat bewoners elkaar kennen en prettig samenleven.
›
Bewoners hebben meer mogelijkheden om door te stromen in de eigen wijk.
›
Mensen zijn tevreden over hun woonom geving, die als veilig en prettig wordt ervaren.
›
Amsterdammers met een zorgvraag wonen in de nabijheid van voorzieningen en zorg.
In 2027 bepalen we of aanvullende inzet nodig is.
50
1. Veerkrachtige wijken
Stedelijke vernieuwing en renovatie van sociale huur woningen leidt vaak tot (tijdelijk) verlies aan veerkracht in de wijk. Er kunnen grote contrasten ontstaan tussen ‘arm en rijk’ met gevaar voor segregatie. Denk bijvoorbeeld aan dure winkels en restaurants waar niet iedereen terecht kan. Of aan het onderhoud van de openbare ruimte dat achterblijft in de ‘oude’ buurten, maar er in de ‘nieuwe’ buurten tiptop uitziet. Dit leidt tot spanningen, waardoor groepen tegenover elkaar kunnen komen te staan. Tegelijkertijd heeft het ver leden laten zien dat stedelijke vernieuwing kan leiden tot nieuwe investeringen in de wijk. Het kan juist ook een sociale impuls geven aan wijken.
De groei en vernieuwing van de stad zet de veerkracht van wijken onder druk. Om tweedeling in de stad te voorkomen, blijven wij ongelijk investeren voor gelijke kansen en voor ongedeelde wijken. Zo geven we voorrang aan investeringen en gemeentelijk inzet in wijken waar de problemen het grootst zijn. Wij zorgen ervoor dat woningen met achterstallig onderhoud en een laag energielabel in deze wijken als eerste worden aangepakt. Hierover maken we afspraken met de corporaties. Op dit moment is met de woningcorporaties voor enkele gebieden afgesproken om terughoudend te zijn met de verkoop van woningen. Meerdere specifieke nieuwbouw- en transformatiegebieden zijn uitgesloten van verkoop. Bij de nieuwe samenwerkingsafspraken kiezen wij voor verdere beperking van de verkoop en liberalisatie van corporatiewoningen (zie doel 2 Betaalbaarder wonen) om menging in wijken te houden en te bevorderen.
De doelen en inspanningen zoals omschreven in deze aanpak zijn beperkt tot taken op gebied van volkshuisvesting. Gebiedsgerichte opgaven op terreinen als gezondheid, onderwijs, tegengaan ondermijning en sociale veiligheid overstijgen de reikwijdte van deze aanpak. Het uitgangspunt daarbij is dat deze keuzes aansluiten op de sociale en veiligheidsopgaven in wijken en buurten en dat deze elkaar versterken. Keuzes op gebied van volkshuisvesting bepalen we altijd in samenhang, integraal, gebiedsgericht en in afstemming met stadsdelen, stadsgebied Weesp en de verantwoordelijken voor de masterplangebieden en aanpakken Noord en Binnenstad.
Bij stedelijke vernieuwing (sloop/nieuwbouw) stellen we de voorwaarde dat er minimaal evenveel sociale huurwoningen teruggebouwd worden en zetten we in op een terugkeergarantie voor bewoners zoals opgenomen in het coalitieakkoord. Om de binding met de wijk te versterken krijgen huidige bewoners van een stadsdeel voorrang bij de verhuur bij aangewezen nieuwbouwcomplexen. Met name voor het Masterplangebied Zuidoost, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, en Aanpak Noord is dit belangrijk - ook voor de doelgroepen jongeren en ouderen. Daarnaast werken wij bij gebiedsontwikkeling vanuit het principe van de ’Complete stad’ waarbij openbare ruimte, maatschappelijke voorzieningen, groen en sociale infrastructuur zowel ten goede komen aan de nieuw te bouwen woningen, als aan de bewoners van de aanpalende bestaande buurten.
Meest gehoorde aanbevelingen uit het meedenktraject › Mix doelgroepen, zowel op buurt niveau als binnen een wooncomplex › Zorg dat mensen in hun buurt kunnen blijven › Steun georganiseerde bewoners en neem ze serieus als belanghebbende bij gebiedsontwikkeling
Met bovengenoemde inspanningen geven we de groei en uitbreiding van de stad gebalanceerd vorm. Ook de kwetsbare wijken worden hiermee sterker en veerkrachtiger.
› Bescherm bestaande buurtcentra en ontmoetingsplekken
2. Leefbare wijken
› Wees cultuursensitief bij nieuwbouw en stadsvernieuwing
Het realiseren van leefbare en veerkrachtige wijken staat of valt met een goede samenwerking in de wijk en met goede ondersteuning van bewoners. Amsterdammers hebben baat bij een breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en bij ondersteuning in de eigen buurt. Dat helpt om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de stad. De stadsdelen doen dat dagelijks met investeringen in de sociale basis. De komende jaren blijven zij, met steun van de
› Beperk het toerisme › Zorg voor voldoende toegang tot voorzieningen en zorg › Maak meer groen in de stad
51
de buurt. We letten daarbij met name op de sociale aspecten. Kwetsbare bewoners moeten niet nog meer onder druk komen te staan. Bij handhaving willen we stedelijk een nieuwe integrale aanpak ontwikkelen. Als handhavers een sociaal of economisch onveilige situatie opvalt, verwijzen we door, spreken we aan en helpen we waar nodig.
stedelijke directies, gebiedsgericht investeren in de sociale infrastructuur. Het netwerk met professionals in de wijken wordt verder uitgebouwd. In de meest kwetsbare wijken is extra inzet noodzakelijk op het gebied van wonen en volkshuisvesting. Dit doen we met de ontwikkeling van het Masterplangebied Zuidoost, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, Aanpak Noord en Aanpak Binnenstad.
Initiatieven van bewoners dragen bij aan leefbaarheid en veerkracht van wijken. In het kader van het master plan Zuidoost en het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en de Aanpak Noord worden bewoners betrokken bij de keuzes die gemaakt worden voor de inzet in deze gebieden. De samenwerking van gemeente en bewoners is integraal onderdeel van het gebiedsgericht werken en ligt bij het betreffende stadsdeel.
“Behoud de identiteit van een wijk bij de door ontwikkeling ervan. Heb aandacht voor de sociale structuren en ben cultuur sensitief.” Overlast zal er in een drukke stad altijd zijn, maar we moeten elkaar niet onnodig in de weg zitten. De gemeente blijft een belangrijke schakel in het netwerk van vroegsignalering en tijdige interventies bij overlast. Dit gebeurt in afstemming met bijvoorbeeld de wijkagent, gebiedsbeheerders van de woningcorporaties en de medewerkers van de buurtteams. In elk werkgebied zijn meld- en steunpunten, denk aan de Meldpunten Zorg- en Woonoverlast, het Advies- en meldpunt OGGZ (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg), de wijkGGD'er en het Actiecentrum Veiligheid en Zorg. De gemeente is onderdeel van deze keten. Onder andere in en door het PHKG werken zorgpartners, corporaties en gemeente nauw samen. Daarmee kunnen mensen die zorg en begeleiding nodig hebben bij wonen en leven dit ook daadwerkelijk ontvangen.
3. Investeringen in de sociale infrastructuur van de wijk Toegang tot goede voorzieningen en zorg in de wijk worden een steeds groter aandachtpunt. Met de veranderingen in de zorg en het toenemende tekort aan zorgpersoneel is het nog belangrijker om de mogelijkheid te hebben om op elkaar terug te kunnen vallen. Ook verandert de ondersteuningsbehoefte van mensen in de loop der jaren. Steeds meer ouderen en andere groepen met een zorgvraag blijven langer thuis wonen, ook mensen met een zwaardere zorgbehoefte. We zetten samen met onze maatschappelijke partners in op toereikende sociale infrastructuur in alle wijken en buurten. Denk hierbij aan een dokter en een apotheek om de hoek, maar ook aan een winkel, een buurtteam of een buurtkamer in de wijk.
De leefbaarheid in wijken staat ook onder druk door het intensieve en illegale gebruik van woningen. De leefbaarheid wordt beschermd door het gebruik van woningen te reguleren. Dit doen we onder andere door toeristische verhuur te beperken, door regels voor woningdelen gericht op het beschermen van de leefbaarheid in te voeren en hier vervolgens op te handhaven. Toezicht en handhaving op illegaal gebruik van woningen blijft cruciaal. Waar nodig intensiveren we dit. Bij al deze acties reageren we enerzijds op meldingen en trekken we anderzijds samen op met partners via gebiedsgerichte projecten, met name in de masterplangebieden, in Noord en in de binnenstad.
Om de toegang tot voorzieningen en zorg mogelijk te maken, zetten we in Amsterdam in op de ontwikkeling van woonzorgcirkels, waarbij rondom voorzieningen, zoals inlooppunten en 24-uurs zorgvoorzieningen, woningen worden gereserveerd voor Amsterdammers met een zorgvraag. Daarbij zetten wij allereerst in op de wijken waar de grootste winst te behalen is: de kwetsbare buurten, waar een relatief groot deel van de bevolking een zorg/ondersteuningsvraag heeft, het voorzieningenniveau relatief laag is en gelijktijdig relatief veel woningen staan die nog aanpasbaar te maken zijn voor Amsterdammers met een lichamelijke beperking. Met inzet vanuit de Community of Practice Wooncirkel (initiatief van woningcorporatie Rochdale met zorgaanbieders in de stad) wordt ingezet op het leren en uiteindelijk realiseren van zes tot acht woonzorgcirkels.
Om de leefbaarheid in de wijken te behouden en te verbeteren, maken we gebruik van alle (toekomstige) wettelijke mogelijkheden die we vanuit het Rijk krijgen. De nieuwe Wet goed verhuurderschap zal ook zorgen voor minder misstanden bij verhuur wat de leefbaarheid van de directe woonomgeving ten goede komt. We blijven voortdurend reguleren op de verdeling en wijziging van het gebruik van de woningvoorraad via onder andere de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening. In de uitvoering van deze regelgeving houden we oog voor de leefbaarheid in
52
De opgedane kennis wordt stadsbreed gedeeld en ingebracht in de Coalitie Amsterdam Vitaal & Gezond.
alle organisaties actief in de wijken op gebied van wonen, zorg en welzijn: De stadsdelen, stedelijke directies, woningcorporaties, particuliere verhuurders, ontwikkelaars, bewonersorganisaties, zorg- en welzijns organisaties, het zorgkantoor en de zorgverzekeraars. Amsterdam werkt hierin samen onder de paraplu van Amsterdam Vitaal & Gezond.
“Bouw gemengde wijken, niet alleen sociale huur. Huur, koop en culturen mengen.” Amsterdam Vitaal & Gezond/Groei van de Stad heeft samen met stakeholders op het terrein van wonen, zorg en welzijn een boek ‘Bouwstenen voor een Inclusieve Wijk’ gemaakt. Het boek biedt handvaten hoe je een gezonde woonomgeving realiseert met zorg- en welzijnsvoorzieningen in de nabijheid, waar mensen lang(er) zelfstandig, veilig en prettig kunnen wonen. Het inzetten voor fysieke en mentale gezonde bewoners, vraagt om een gezamenlijke inzet van
Dit zijn de belangrijkste inspanningen waarmee we voor het doel Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen het verschil gaan maken:
› Inzet op gemengde wijken, onder meer door extra te investeren in de meest kwetsbare wijken (zowel in de stedelijke vernieuwing en gebiedsgerichte programmering van de nieuwbouw als met onze inzet op de aanpak achterstallig onderhoud).
› Blijvende investeringen in voorzieningenniveau en een stevige sociale basis, met extra inzet in de kwetsbare wijken (ongelijk investeren), waaronder streven naar woonzorgcirkels. › Blijven inzetten op toezicht en handhaving tegen overlast en illegaal gebruik van woningen.
› We benutten nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwbouw en transformatie voor het bevorderen van passende huisvesting en de mogelijkheid om uit te vliegen of door te stromen in de wijk.
› Ontwikkelen van een nieuwe stedelijke integrale aanpak toezicht en handhaving waarbij ook oog is voor andere (sociale) problematiek.
› We versterken de binding met de eigen wijk, onder meer met stadsdeelvoorrang voor aangewezen nieuwbouwcomplexen.
53
6. Gebiedsgerichte uitwerking AAV Vaststelling van de AAV is niet het eindpunt van het beleidsproces. Het vormt de start voor de uitvoering van de in de aanpak genoemde inspanningen. Sommige voorstellen zullen we inhoudelijk verder uitwerken. Denk bijvoorbeeld aan het woningdeelbeleid of aan de analyse van voorrangsregels. Andere voorstellen zullen we gebiedsgericht uitwerken. Of beide. Hierbij maken we de koppeling met het Masterplangebied Zuidoost, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, Aanpak Noord en Aanpak Binnenstad. Ook is er een koppeling met het Woningbouwplan. Hierin staat dat in 2023 een nieuwe werkwijze wordt uitgewerkt waarbij nieuwbouw voor doelgroepen gebiedsgericht geprogrammeerd wordt, gericht op doorstroming en verhuisbewegingen. Met de AAV stellen we een stedelijk kader vast. Tegelijkertijd realiseren we ons dat de onderdelen verschillend zullen uitpakken in de zeven stadsdelen en in stadsgebied Weesp. Waar nodig werken we gebiedsgericht. Uit het meedenktraject en uit onze analyses komen de verschillen tussen de gebieden naar voren. Met de gebiedsgerichte uitwerking willen we hier recht aan doen. Met de stadsdelen en stadsgebied Weesp gaan we na vaststelling van de AAV aan de slag om een gebiedsgerichte uitwerking verder vorm te geven (start derde kwartaal 2023).
Per stadsdeel en in het stadsgebied zien we in ieder geval de volgende onderwerpen eruit springen: › Centrum: Overlast door toeristisch verhuur, veel woningen in gebruik als tweede woning (pied-áterres), betaalbaarheid onder druk en beperkte mogelijkheden om bij te bouwen, gebrekkige doorstroming en groot en groeiend aandeel ouderen. › Nieuw-West: Achterstallig onderhoud, menging van wijken (botsing van huidige en nieuwe bewoners), concentratie kwetsbare groepen en overlast door kamerverhuur, krap wonende gezinnen, verouderde woningen en woningkwaliteit, stedelijke vernieuwing en druk op leefbaarheid, concentratie kwetsbare bewoners.
›
›
› ›
›
›
54
Noord: Slechte kwaliteit woningvoorraad, lokale voorrang om huidige bewoners te laten profiteren van de vernieuwing, concentratie kwetsbare bewoners, betaalbaarheid en energiearmoede. Oost: Eenzijdige nieuwbouw en weinig door stroming, concentratie kwetsbare bewoners, verouderde voorraad. Weesp: Betaalbare woningen voor starters, te weinig doorstroming, toename ouderen. West: Overlast door (illegale) kamerverhuur, toeristen en vakantieverhuur, ouderen in ongeschikte woningen en concentratie van kwetsbare bewoners, hoge energiearmoede, aandeel middeldure huur onder druk en gebrek aan (ruime) gezinswoningen. Zuid: De opgave van ouderenhuisvesting, ge brek aan doorstroming en toename van meer internationals. Zuidoost: Energiearmoede, concentratie kwets bare bewoners, lokale voorrang en overlast door kamerverhuur.
7. Hoe gaan we aan de slag? 7.1 Uitvoering, monitoring en evaluatie aanpak
7.2 Uitvoeringsprogramma 2023-2024
De AAV wordt in tweejaarlijkse uitvoeringsprogramma’s uitgewerkt. De uitvoeringsprogramma’s zijn een bevoegdheid van het college. Ze zullen ter kennisneming aan de raadscommissie worden aangeboden.
Met onderstaand uitvoeringsprogramma 2023 - 2024 benoemen we de inspanningen die de komende twee jaar worden uitgevoerd. Sommige inspanningen lopen vooruit op vaststelling door de raad in juli 2023. Als college kiezen we daarvoor omdat we geen vertraging willen oplopen. Zo loopt het traject van de Huis vestingsverordening 2024 parallel aan het inspraak traject van de AAV. Wat de raad in juli 2023 besluit kan daardoor mogelijk al eind 2023 verankerd worden in de regelgeving. In dit uitvoeringsprogramma zijn enkel nieuwe maatregelen opgenomen. Voortzetting van de reguliere taken vormt de basis voor de hele aanpak.
Iedere twee jaar monitoren we de geleverde inspanningen (output). Waar mogelijk geven we op basis van indicatoren aan wat het effect is van onze inspanningen (outcome). Ook rapporteren we over de ontwikkelingen die we zien op de woningmarkt. Het effect van onze inspanningen en ontwikkelingen op de woningmarkt zijn niet één op één aan elkaar te koppelen: veel inspanningen hangen met elkaar samen en de woningmarkt is ook sterk onderhevig aan externe ontwikkelingen. In het eerste kwartaal van 2024 ontwikkelen we een monitoringsvoorstel waarin we benoemen hoe we gaan monitoren. Dit wordt vastgesteld door het college. De eerste monitor zal in het vierde kwartaal van 2024 verschijnen en zal dienen als input voor het volgende uitvoeringsprogramma 2025 - 2027. Ieder vijfde jaar van de aanpak vindt een uitgebreide evaluatie plaats, voorafgaand aan de nieuwe aanpak periode. Dit doen we om te bepalen of onze inzet voldoende is voor het behalen van onze doelen. Externe factoren spelen hierbij ook een rol: marktomstandigheden veranderen, Rijksregelgeving wordt wellicht aangepast. Deze evaluatie bevat naast de reguliere monitoring ook een kwalitatieve evaluatie. De bouwstenen hiervoor halen we breed bij alle stakeholders op. De evaluatie is de basis voor eventuele bijstelling, aanpassing en aanscherping van de doelen. De aanpak wordt hierna geactualiseerd.
55
Uitvoeringsprogramma 2023-2024 Kwartaal
2023
2024
1
› Inspraak Amsterdamse AAV › Starten traject Huisvestingsverordening 2024 › Start voorbereiding algemeen deel Wet goed verhuurderschap
2
› Voor 1 mei 2023 bod woningcorporaties, start traject samenwerkingsafspraken.
› Starten traject Huisvestingsverordening 2025: met o.a. definitieve voorstellen woningdeelbeleid en nieuwe regels voor tweede woningen
3
› Start gebiedsgericht uitwerking AAV in samenwerking met stadsdelen › Start uitwerking gebiedsgerichte werkwijze voor doelgroepenprogrammering in nieuwbouw (zie ook 2.7.3 in het Woningbouwplan 2022-2028) › Onderzoeken locaties voor woonzorgcirkels en implementeren werkwijze woonzorgcirkels. › Start uitvoering algemeen deel Wet goed verhuurderschap › Uitwerken escalatieladder toeristische verhuur
› Definitieve voorstellen huisvestingsvergunningplicht middensegment › Evaluatie nieuwe Woonruimte verdeelsysteem
4
› Voorstel voorbereiden huisvestingsvergunningplicht middensegment › Verdere uitwerking voorstellen woningdeelbeleid (inclusief participatie)
› Tweejaarlijks onderzoek naar toewijzingen PHKG in stadsdelen en buurten
7.3
› Plan van aanpak stedelijke samenwerking doorstroming ouderen › Verlenging intentieovereenkomst geclusterd wonen, inclusief afspraken over doorstroming en ontwikkeling woonzorgcirkels.
Samenwerking
Het succes van de AAV staat of valt met samenwerking. Het gesprek met de stad heeft de aanpak een stevig fundament gegeven om op verder te bouwen. Uit de vele suggesties die zijn gedaan tijdens het gesprek met de stad spreekt een grote betrokkenheid. Deze betrokkenheid willen we vasthouden bij de uitvoering van de aanpak, bijvoorbeeld in participatietrajecten bij verdere uitwerking van beleid. Net als bij het opstellen van de aanpak werken we bij de uitvoering samen met landelijke, regionale en stedelijke partners. Ook betrekken we bewoners, bedrijven en (maatschappelijke) instellingen en organisaties, evenals de diverse onderdelen van de gemeente.
Wij hebben onze professionele partners hard nodig bij het aanpakken van de wooncrisis op die terreinen waar we gezamenlijk invloed op hebben en het verschil kunnen gaan maken. Onze partners - en zeker ook onze bewoners - hebben ons als gemeente hard nodig bij het realiseren van de eigen doelen en opgaven die gerelateerd zijn aan volkshuisvesting en wonen. De AAV is het gemeentelijke aanbod aan onze partners. Onze partners kunnen er op vertrouwen dat we hier langjarig op aanspreekbaar zijn en onze uiterste best doen om waar te maken wat we willen bereiken. We delen onze kennis en leren van onze collega gemeenten in MRA, provincie, Rijk en van corporaties, zorgpartijen en andere partners. Om onze doelen te bereiken zetten we samen met de MRA, G5 en de G40 onze lobbykracht in richting het Rijk.
56
Verwachtingen ten aanzien van MRA › Elke gemeente in de MRA moet daadwerkelijk haar eerlijke aandeel nemen en realiseren, dat wil zeggen: minimaal 30% sociale voorraad realiseren en behouden, 30% sociaal bouwen en 30% van de sociale voorraad toewijzen ten behoeve van de huisvesting van mensen in een kwetsbare situatie. › Regionale en gemeentelijke woonzorgvisies. › Uitvoeren afspraken woondeal en verstedelijkings strategie.
› › ›
›
Verwachtingen ten aanzien van Rijk en provincie › Sturen op handhaving fair share door alle gemeenten (programma Een Thuis voor Iedereen): streven 30% van de gehele voorraad is sociaal; toewijzen van 30% van vrijkomende sociale huurwoningen aan huisvesting mensen in kwetsbare situaties. › Sturen op het realiseren van 30% sociaal bouwen in en door alle Nederlandse gemeenten. › Zorgen dat de zorgstructuur in gemeenten ingericht is om bewoners die zorg nodig hebben (begeleid wonen, MO) deze ook krijgen. › Landelijke regel- en experimenteerruimte mogelijk maken om nieuwe financieringsarrangementen tot stand te brengen: de zogeheten ‘domein overstijgende financiering’, inclusief de ruimte om zorggelden makkelijker beschikbaar te maken voor effectieve ingrepen in woonvormen (ontmoetingsruimtes), aanpassingen woningen en initiatieven in de woonomgeving. › Zorgen dat alle gemeenten in Nederland asielzoekers opvangen en statushouders huisvesten. › WOZ-cap laten gelden voor alle woningen met meer dan 141 punten en de huurprijsregulering laten gelden voor een hoger puntenaantal dan de nu aangekondigde grens van 186 punten, zodat minder particuliere sociale huurwoningen naar het middensegment verdwijnen. Het ambitieuze streven is € 1.250 huurgrens (232 WWS punten). › Huurtoeslag ook mogelijk maken voor onzelfstandige woningen.
› Onderzoeken of een hogere middeninkomensgrens nodig is voor (alleenstaande ouder) gezinnen. › Blijvende regulering van huurverhogingen in het middensegment en in de vrije sector. › Uitbreiding mogelijkheid voorwaardelijke huurcontracten voor schaarse woningen, specifiek voor woningen voor huishoudens kleiner dan acht leden, bijvoorbeeld voor gezinnen met vier kinderen. › Tegengaan betalen ATAD door corporaties om investeringscapaciteit van corporaties te verhogen.
›
› ›
›
› › ›
Lobbyen op verhogen van de DAEB-norm naar (lage) middeldure woningen. Beperken mogelijkheden tijdelijke huurcontracten in de vrije sector van particuliere verhuurders. Verbreding van de Wet goed verhuurderschap, met name: • Verdere regulering van excessieve huren; • tegengaan misbruik servicekosten; • dwingend maken van het WWS, ook voor onzelfstandige woonruimten. Afschaffen kostendelersnorm en lagere AOW bij samenwonen en/of kamerverhuur 65-plus (afschaffing AOW-boete). Opstellen van richtlijnen en afspraken maken voor nieuwbouw en bestaande voorraad over bijkomende diensten bij verhuur (servicekosten). Verbieden van het aanhouden van een woning om te verhuren: keep-to-let. Mogelijk maken om de opkoopbescherming voor een groter deel van de woningvoorraad te laten gelden. Inkomensbeleid laten aansluiten bij te hoge woonlasten voor huurtoeslaggerechtigden (inclusief lobby op inzet op behoud van de huur toeslag/voorkomen van normhuur van €550 in sociale sector). Financiering intermediaire verhuur. Systeemveranderingen in de financiering van de zorg. Meer mogelijk maken in regelgeving en stimu lerende regelingen voor woningkwaliteit en duurzaamheid, zoals het aanmerken van slechte energetische kwaliteit als gebrek.
Verwachtingen ten aanzien van corporaties: Samenwerkingsafspraken De AAV is de basis voor de afspraken tussen gemeente, woningcorporaties en huurders. De Woningwet is het formele wettelijke kader voor de samenwerking tussen gemeente, huurdersvertegenwoordiging en corporaties en daarmee voor de samenwerkingsafspraken (ook prestatieafspraken genoemd). Hierin werken we samen met de AFWC en de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH). De Amsterdamse woningcorporaties zullen op basis van de inspraakversie van de AAV voor 1 mei 2023 een bod uitbrengen op basis van de beleidsvoornemens van de gemeente in deze aanpak. Met het bod laten zij zien op welke wijze zij een bijdrage willen leveren aan de realisatie van de doelen in de aanpak. Vervolgens gaan de gemeente, de huurdersvertegenwoordiging en de Amsterdamse woningcorporaties in gesprek. De drie partijen stellen gezamenlijk vóór 15 december 2023 de nieuwe samenwerkingsafspraken vast.
57
We gaan voor collectieve afspraken, gecombineerd met transparantie over de individuele bijdrage per corporatie. Hiermee willen we koplopers zichtbaar maken, knelpunten of achterblijvers benoemen, het leren van elkaar bevorderen en bespreken wat er extra of anders moet in het geval prestaties achterblijven of niet gehaald worden. Mochten de collectieve afspraken waartoe we kunnen komen ons niet voldoende vertrouwen geven in de te leveren resultaten, dan kan het college kiezen om op afgebakende onderwerpen, zoals verkoop of duurzaamheid, individuele afspraken vast te leggen. Op 15 december 2023 moeten de corporaties hun begrotingen indienen bij de Autoriteit woningcorporaties (Aw).
› ›
›
› ›
Wij vragen hen om bij te dragen aan onze prioriteiten voor de AAV door: › Groei van de voorraad sociale huurwoningen in handen van corporaties, door middel van nieuwbouw, geen verkoop en liberalisatie. › Nieuwbouw van woningen (op basis van een gebiedsgerichte programmering) voor verschillende doelgroepen, waaronder in ieder geval (geclusterde) ouderenwoningen en woningen voor gezinnen. › Minimaal 90% van de woningen in de nieuwbouw aanpasbaar gebouwd. (dat is met uitzondering van studenten- en jongerenhuisvesting en collectief opdrachtgeverschap). › Benutten van nieuwbouw en geschikte woningen in de bestaande bouw (sociaal en middelduur) voor bevorderen van doorstroming en meer passend wonen, bijvoorbeeld door vrijkomende middeldure huurwoningen toe te wijzen aan huurders die een sociale huurwoning achterlaten. › Benutten van stedelijke vernieuwing op eigen locatie van corporaties voor de bouw van minimaal evenveel sociale huurwoningen én toevoegen van middeldure huur, onder andere ten behoeve van doorstroming en passend wonen in de eigen wijk. › Afspraken maken over ‘Geen verkoop van sociale huurwoningen, tenzij’. Doel is zo min mogelijk verkoop. › Geen verkoop van ultraschaarse sociale huurwoningen (rolstoelwoningen en grote woningen geschikt voor grote gezinnen).