CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Advies professor Van der Veen dd 28 december 2023 (1).pdf

RAAD 29 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het advies inzake reikwijdte van de geschillenbeslechting door de in te stellen erfpachtgeschillencommissie (VN2024-000755)1.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

AAN

Stichting ondersteuning Mr. A. van Schijndel

VAN TELEFOON

DATUM ONS KENMERK

28 december 2023 1006743

Prof. mr. G.A. van der Veen advocaat

FAX E-MAIL

+31 88 2535556 +31 88 2535447 gvanderveen@akd.nl

KOPIE AAN

ONDERWERP

Geschillencommissie Erfpacht

Bij raadsinformatiebrief van 1 september informeerde het college van burgemeester en wethouders de leden van de gemeenteraad van Amsterdam omtrent erfpachtontwikkelingen. Daarin is onder meer aandacht besteed aan de instelling van een advies- en een geschillencommissie. Ik besteed in het onderstaande aandacht aan de geschillencommissie, in het licht van de brief. Onderdeel van de brief is het formuleren van een aantal uitgangspunten ter bepaling van het beoordelingskader en randvoorwaarden voor de beide commissies. Hoewel ik, als opgemerkt, mij op de geschillencommissie richt, citeer ik uit de brief de overwegingen over de bepaling van het toetsingskader en de bepaling van de randvoorwaarden van de beide commissies: a.

b.

De bepaling van het beoordelingskader waarbinnen een advies- en een geschillencommissie kan adviseren; Voor de leden van beide commissies moet duidelijk zijn binnen welke kaders advies kan worden gegeven. Wettelijke bepalingen en eerder bestuurlijk vastgesteld beleid zullen in ieder geval onderdeel van zijn. Verder moet worden bepaald hoe de adviescommissie zich verhoudt tot de bestaande externe onafhankelijke advisering in verband met de voorbereiding van het jaarlijks vast te stellen beleid grondwaardebepaling. De bepaling van randvoorwaarden waaraan een advies- en een geschillencommissie moeten voldoen; Buiten de randvoorwaarden die al in het coalitieakkoord zijn benoemd (zoals onafhankelijk en extern) zullen een aantal voorwaarden gelden waaraan de commissies moeten voldoen, zoals het aantal leden en de expertise (notarissen, makelaars, rekenkundigen et cetera). In samenhang hiermee zal moeten worden bepaald welke (ambtelijke) ondersteuning aan de commissie moet worden toegevoegd.

Ik volg de beide punten voor de geschillencommissie en bespreek nog enige overige punten.

Ad a. Het beoordelingskader Het lijkt me goed wanneer de geschillencommissie van begin af aan een zo ruim mogelijke toetsingstaak

In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 26/2022 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.

#60065841v3

DATUM ONS KENMERK PAGINA

28 december 2023 1006743 2 van 4

krijgt. Dan kan de overstapprocedure aan de orde komen, maar ook de inhoud van een aanbod en eventuele aanvaarding. Daarbij zou ik de commissie niet binden aan een formeel “startpunt” van zaken, maar de commissie de ruimte willen geven om “gewoon” burgerlijk recht toe te passen. Bij dat burgerlijk recht hoort het consumentenrecht en eventuele andere EU-regels die doorwerken in verhoudingen van burgerlijk recht. Een ruime toetsingstaak en een inhoudelijke focus op burgerlijk recht in de zojuist genoemde zin voorkomt mogelijke afgrenzingsproblemen met de burgerlijke rechter, en voorkomt uiteenlopende oordelen. Dat alles eist wel dat de commissie (uiteindelijk) een bindende uitspraakbevoegdheid krijgt. Ik kom daarop terug. De commissie zou het burgerlijk recht zoals dat geldt voor overheden moeten toepassen, waarbij het (dus) onder meer gaat om civielrechtelijke rechtsfiguren als beroepen op mogelijke wilsgebreken, en het privaatrechtelijke overheidshandelen ten volle wordt getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat betekent ook, dat aandacht kan uitgaan naar het onderliggende beleid. Langs de lijn van de beoordeling van een concreet geval kan immers ook de beoordeling van beleid aan de orde komen. Beleid kan in één of meer gevallen niet bedoelde en niet wenselijke uitkomsten hebben. Beleid zou overigens ook meer in het algemeen onjuist kunnen zijn.

Ook dat zou dan vastgesteld kunnen worden. Dat alles wil niet zeggen, dat de commissie in plaats van het bestuur “zelf maar” beleid gaat vaststellen en dat in de plaats gaat stellen van het gemeentelijke beleid. Dat betekent wel dat beleid een onderdeel van de toetsing kan zijn. De bestuursrechter hanteert intussen een verfijnd model voor de beoordeling van overheidshandelen op de redelijkheid van belangenafwegingen. De bestuursrechter beoordeelt overheidshandelen immers niet alleen op rechtmatigheid naar de letter van de wet, maar ook op rechtmatigheid in het licht van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze zijn deels in de Algemene wet bestuursrecht te vinden en zijn verder in de jurisprudentie tot ontwikkeling gekomen. De bestuursrechter kan daarbij onder omstandigheden ook beleid en andere algemene regelingen beoordelen, wederom ook in het licht van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De burgerlijke rechter neemt vanouds de lezing die de bestuursrechter geeft aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur over. Zo bevordert deze de eenheid van recht en de eenheid van beoordeling van overheidshandelen, waaronder ook beleid en de toepassing van beleid in concreto kunnen vallen. Dat kan de burgerlijke rechter dus ook toetsen.

Het lijkt mij hoe dan ook dat de bevoegdheden van de commissie vrij ruim zouden moeten zijn, om ruimte te bieden aan dit beoordelingskader. Zou een beperkter beoordelingskader overwogen worden, dan rijst de vraag naar de verhouding met toetsing door de burgerlijke rechter. Ik kom daarop terug onder b.

Ad b. De bepaling van randvoorwaarden waaraan de geschillencommissie moet voldoen Voor de bepaling van de randvoorwaarden lijkt me een vraagpunt, hoeveel kwesties verwacht worden. Zijn dat er veel, dan valt te denken aan een laagdrempelige start met een functionaris die een

#60065841v3

DATUM ONS KENMERK PAGINA

28 december 2023 1006743 3 van 4

adviesfunctie heeft, waarna een vervolgcommissie in beeld kan komen met een eventueel enerzijds een toetredingsdrempel van griffierecht en anderzijds de bevoegdheid tot het geven van een bindend advies. Bij wijze van vraagpunt: wellicht kan aan de hand van raadpleging van de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente een inschatting gemaakt worden van het te verwachten aantal gevallen. Dan lijkt me ook een vraagpunt, of voor een eventuele laagdrempelige start zou moeten worden voorzien door een echt afzonderlijke eigen functionaris, dan wel een onderdeel of functionaris van de commissie zelf. In beide gevallen is een laagdrempelige adviesfunctie enigszins vergelijkbaar met een geschillenprocedure zoals die voor uiteenlopende gevallen zijn (zoals het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening), een bezwaarprocedure zoals die onder de Awb geldt, of een klachtprocedure zoals die onder meer geldt voor advocaten. De “echte” vervolgcommissie zou wel zwaar aangezet moeten worden om als daadwerkelijk alternatief voor de burgerlijke rechter te kunnen dienen. In mijn beleving zou het advies in de laagdrempelige functie niet bindend, maar adviserend van aard moeten zijn. Het advies zou in belangrijke mate een filterende werking kunnen hebben, door de bij voorbaat gegronde en ongegronde zaken te benoemen.

De “echte” commissie komt in beeld wanneer een partij tijdig, bijvoorbeeld binnen twee maanden, aangeeft zich niet te kunnen vinden in het advies. Tot de randvoorwaarden behoort de samenstelling van de commissie. Een laagdrempelige ingang bij ofwel een aparte functionaris, of een functionaris van de commissie zelf, dient zo ingericht te worden dat een verzoeker vlot en zonder rechtsbijstand zijn verzoek naar voren kan brengen. Indien een vervolgcommissie met de bevoegdheid van bindend adviseur overwogen wordt, dan is te overwegen om een commissie van drie deskundigen te benoemen, van wie tenminste één civiele (oud)rechter en tenminste één taxateur. Een vraagpunt is wat mij betreft of dan de inzet van een deskundig gemachtigde als een advocaat vereist is of niet. Zo’n eis verhoogt de drempel. Anderzijds geldt zo’n eis ook voor de meeste civielrechtelijke procedures.

Enige overige punten Kenbaarheid beoordelingen van commissie Hoe meer zaken er worden “berecht” door de commissie, hoe meer de uitspraken richting kunnen bieden aan anderen, die nog zaken hebben lopen of een zaak overwegen. Daarom is te overwegen om de uitspraken – geanonimiseerd en samengevat – geregeld te publiceren. Inhoud reglement Er zal een reglement dienen te komen, waarin onder meer aandacht besteed moet worden aan de vraag wie zich tot de commissie kan wenden, waarover de klachten wel en niet kunnen gaan, wat het toetsingskader voor de commissie precies is, en verder een aantal meer formele punten zoals de wijze van indiending van de klacht, de behandeling daarvan en de termijnen voor de behandeling. Zou het advies de kracht van bindend advies moeten hebben, dan dienen extra waarborgen opgenomen te

#60065841v3

DATUM ONS KENMERK PAGINA

28 december 2023 1006743 4 van 4

worden, zoals over de mogelijkheid van indiening van stukken. Dan zal ook nagedacht moeten worden over de vraag, of de commissie over eigen onderzoeksbevoegheden moet beschikken, of zich – zoals de rechter – moet laten leiden door stellingen en eventuele bewijsmiddelen van de partijen. Kosten Zou voor een functie een drempel van betaling van een griffierecht overwogen worden, dan lijkt mij dat dat terugbetaald moet worden, indien de klager de procedure geheel of gedeeltelijk wint. Wat de hoogte van zo’n griffierecht zou moeten zijn, lijkt me een vraagpunt.

AKD

#60065841v3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13861893/1