1.3 Bijlage Gebundeld - Definitieve adviezen stadsdelen.pdf
Tekst van het document
Hiertegen stemden de fracties van D’66, VVD, Groene Basispiraten en Meerbelangen. Motie 2 Onderwerp Voetgangersruimte in gemengde stadsbuurten met horeca De stadsdeelcommissie, Gehoord de discussie over voetgangersruimte in het Stedelijk beleidskader horeca en terrassen, Constaterende dat: Uit het concept-beleidskader Ruimte voor de voetganger blijkt dat bij gemengde stads-buurten met horeca een vrije doorloopruimte van 2,20 m (minimaal) tot 2,90 m (maximaal) nodig is om ervoor zorg te dragen dat Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 12
mensen die meer ruimte nodig hebben – zoals minder-valide Amsterdammers – voldoende ruimte hebben op het trottoir. In het voorliggende Stedelijk beleidskader horeca en terrassen de geldende norm van 2 m doorloopruimte wordt gehanteerd, zoals nu in bestaand beleid is vastgesteld. Het huidige voorstel in het Stedelijk beleidskader horeca en terrassen zodoende een norm hanteert die te weinig ruimte laat voor diegenen die meer ruimte nodig hebben.
Verzoekt het dagelijks bestuur Te adviseren dat de ruimere normen (van 2,20 m minimaal tot 2,90 m maximaal) voor voetgangersruimte uit het concept-beleidskader Ruimte voor de voetganger worden overgenomen in het Stedelijk beleidskader horeca en terrassen. Deze motie is aangenomen met 8 stemmen voor en 6 stemmen tegen. Hiervoor stemden de fracties van GroenLinks, Partij van de Arbeid, Denk en Meerbelangen Hiertegen stemden de fracties van D’66, VVD en Groene Basispiraten Het concept-advies van het dagelijks bestuur met een aanvullende passage over aandacht voor handhaving is door de stadsdeelcommissie aangenomen met 12 stemmen voor en 2 stemmen tegen. Hiervoor stemden de fracties van GroenLinks, Partij van de Arbeid, D’66, VVD en Denk Hiertegen stemden de fracties van Meerbelangen en Groene Basispiraten.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het dagelijks bestuur neemt de aangenomen motie over de minimale norm voor voetgangersruimte niet over. De redenen hiervoor zijn drieledig: Ten eerste verwijst de motie naar het concept-beleidskader Ruimte voor de voetganger. Dit beleid is niet vastgesteld. De norm voor minimale ruimte voor de voetganger in de stad dient generiek in dit kader te worden bepaald. Ten tweede ontstaat er ongelijkheid onder ondernemers als in dit stedelijk beleidskader horeca en terrassen een dergelijke norm wordt vastgesteld, omdat bijvoorbeeld detailhandel zich niet aan een dergelijke norm hoeft te houden (denk aan uitstallingen bij winkels). Ten derde zal ook het nu vaststellen van deze norm tot grote consequenties leiden voor de bestaande horeca ondernemers. Een deel van de terrassen zal moeten verdwijnen wat gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering. Gezien het voorgaande leidt dit tot het volgende definitieve advies van het dagelijks bestuur van Oost: Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost onderschrijft het stedelijk kader horeca en terrassen. Nu zijn horecacategorieën soms verschillend per stadsdeel. Het is van belang dat er een meer eenduidig beleidskader komt voor de hele stad zodat het voor ondernemers duidelijk is wat ze mogen doen en bewoners weten wat ze kunnen verwachten.
Daarbij is het een goede ontwikkeling dat men door middel van het sturen op activiteiten rekening houdt met de impact die horeca kan hebben op de omgeving. Ook heeft de gemeente door de aanpassing van het beleid meer instrumenten om zaken te weren of toezicht te houden op ondernemingen waar rookwaren genuttigd kunnen worden aangezien straks het aanbieden van waterpijpen vergunningplichtig is. Op 14 september 2022 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden voor ondernemers en bewoners in Oost om hen te informeren over het conceptbeleid en de gebiedstypologieën. Ook konden zij reageren op het concept stedelijk kader. Deze reacties zijn verwerkt in het advies. Consequenties ondernemers De nieuwe categorie-indeling is een verbetering: de zwaartecategorie sluit meer aan bij de activiteiten die worden uitgevoerd en de openingstijden worden hieraan gekoppeld. De nieuwe openingstijden passen veel meer bij de termen voor de categorieën horecazaken. Wel blijft onduidelijk hoe de nieuwe openingstijden zich verhouden tot het continueren van de bedrijven van bestaande ondernemers met bestaande exploitatievergunningen die iedere vijf jaar herzien worden. Dit kwam ook naar voren tijdens de bijeenkomst met bewoners en ondernemers. Ondernemers Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 12
maken zich zorgen over de voortzetting van bestaande rechten, de invloed op hun bedrijfsvoering en verkoopbaarheid van het bedrijf. De vraag is hoe het omgevingsplan (waarin op pandniveau staat wat er mag) zich verhoudt tot de exploitatievergunning (die niet op het pand gevestigd is, maar persoonlijk aan de ondernemer) en hoe de indeling in zwaartecategorieën tot stand komt. Zo hoort in het nieuwe beleid bij “lichte horeca” een sluitingstijd van uiterlijk 22:00 uur. In het huidige regime hoort bij de categorie “dagzaak” een openingstijd van uiterlijk 01:00 uur door de week en 03:00 uur in het weekend. In Oost zijn er bedrijven die nu openingstijden hebben tot 01:00 uur door de week en 03:00 uur in het weekend. Bijvoorbeeld, Eethuis Sinbad in de Eerste Oosterparkstraat. Het ligt in de rede dat zij gaan vallen onder zwaartecategorie “zwaar – fastfood”. Dit kan betekenen dat de ondernemer bij aanvraag van een nieuwe exploitatievergunning (1x per 5 jaar) of bij doorverkoop van het bedrijf waarna de nieuwe ondernemer een nieuwe exploitatievergunning aanvraagt) vroegere openingstijden worden voorgeschreven (doordeweeks sluiten om 00:00 uur en in het weekend om 01:00 uur), terwijl het klantenbestand bestaat uit uitgaanspubliek en studenten die later op de avond een vette hap komen halen.
Het dagelijks bestuur vraagt daarom het college inzichtelijk te maken welke consequenties het nieuwe beleid en specifiek de nieuwe openingstijden hebben voor de bestaande ondernemingen. Als blijkt dat de exploitatievergunning herzien moet worden op de dag dat het nieuwe beleid van kracht is, betekent dit dan dat men zich meteen moet aanpassen aan de nieuwe openingstijden? Aangezien dit consequenties zal hebben voor de bedrijfsvoering vragen wij hier nader naar te kijken. Mochten de consequenties te ingrijpend zijn dan zal gekeken moeten worden naar een passende indeling en bijbehorende openingstijden. Gelegenheid bieden tot dansen Op pagina 16 van de bijlagen zien we dat bij zowel culturele instellingen als poppodia zaalverhuur is toegestaan. Tegelijkertijd is het bieden van de gelegenheid tot dansen niet toegestaan bij poppodia en zowel wel als niet toegestaan bij culturele instellingen. In Oost zijn er ondernemingen als het Tropeninstituut en de Q-factory waar bijeenkomsten en feesten worden georganiseerd waar wel degelijk gedanst wordt. We vinden het belangrijk dat het toestaan van dansen bij poppodia en culturele instellingen wordt doorgezet. Wij adviseren het college dit dan ook mogelijk te maken. Daarnaast is onduidelijkheid over of zaalverhuur en het toestaan van dansen nog steeds mogelijk is onder het nieuwe beleid bij hotels en andere gelegenheden die zalen verhuren.
In hotels als het Mövenpick hotel worden onder andere bruiloften georganiseerd. Ook zijn er cafés en brasserieën die zalen verhuren voor feesten en partijen. Wij adviseren het college dansen mogelijk te blijven maken en helderheid hierover te scheppen richting deze ondernemers. Gezonde voedselomgeving Het is een goede zaak dat als ambitie is opgenomen dat een gezondere voedselomgeving met een aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen willen we het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks beperken. In Oost hebben wij als lokale doelstelling voor de Eerste Oosterparkstraat opgenomen dat de horeca hier een gezondheidsimpuls mag hebben, maar het stedelijk kader (en landelijke regelgeving) is nodig om handvatten te krijgen om deze ambitie ook uit te kunnen voeren. Additionele horeca De nieuwe meldplicht voor additionele horeca in winkels is een voordeel: op deze manier kunnen we inzicht krijgen in waar zich additionele horeca bevindt en kan hier beter toezicht worden gehouden. Maar het DB ziet graag meer tools om aan de voorkant te sturen op waar additionele horeca kan worden toegestaan en waar niet. Door te leunen op de meldplicht en het maken van een horeca ambitieplan lopen we als gemeente achter de feiten aan.
Tegen de tijd dat een horeca ambitieplan is vastgesteld hebben verschillende ondernemingen de melding al gedaan en is de situatie niet terug te draaien. Additionele horeca kan een mooie bijdrage leveren aan de levendigheid en sociale cohesie in een gebied, denk aan de bakker in de Transvaalbuurt waar een broodje geproefd kan worden of op IJburg, maar is zeker niet overal wenselijk. In het nieuwe beleid vallen bijvoorbeeld ijswinkels onder additionele horeca. Dit zou betekenen dat er binnen iedere detailhandelsbestemming een ijswinkel is toegestaan. In gebieden als de Javastraat en de Dapperbuurt wil je dit kunnen reguleren. Het evenwicht tussen horeca en detailhandel is bewust gekozen. Het evenwicht wordt in bepaalde gebieden in toenemende mate verstoord door additionele horeca (voorheen mengformules) en het oprekken van de mogelijkheden binnen detailhandel. Om monocultuur en eenzijdigheid in het aanbod in winkelstraten te voorkomen en de detailhandelsbestemming te beschermen verzoekt het DB het college Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 9 van 12
dan ook te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om op wijk-, buurt- of straatniveau op additionele horeca, en specifiek die met een toeristisch aanbod (denk aan eetwinkels, ijssalons etc.), van te voren te sturen, bijvoorbeeld door een vergunningsplicht of deze onder lichte horeca te laten vallen. Ook willen wij de mogelijkheid krijgen een stop op additionele horeca in te voeren als het in een bepaald gebied uit de hand dreigt te lopen. Terrassen Met betrekking tot terrassen wil het DB de volgende opmerkingen meegeven: Op pagina 18 van de bijlage staat vermeld dat bij additionele horeca geen terrassen of gevelbanken zijn toegestaan. Aanbieders van sportactiviteiten, waaronder ook jachthavens, vallen ook onder additionele horeca. Dit zou betekenen dat deze geen terras meer mogen exploiteren. Als DB vinden wij dit niet uit te leggen en vragen het college hier een uitzondering voor te maken. Sportclubs, jachthavens en andere aanbieders van sport mogen er financieel niet op achteruit gaan. In het concept stedelijk kader is alleen gevelverwarming op terrassen toegestaan. Amsterdam had in het verleden een totaal verbod op terrasverwarming ingesteld dat later echter door Raad van State vernietigd. De gemeente Amsterdam heeft vervolgens de uitspraak verwerkt in haar regelgeving.
Op basis daarvan zijn ondernemers gaan investeren in verwarming aan de gevel maar zeker ook in verwarming elders op het terras. Op sommige plekken in Oost zijn gevelterrassen niet toegestaan en andere terrassen juist wel, vanwege overlast voor de bewoners, bijv. in Oostpoort en het Beukenplein. Juist daar hebben ondernemers flink geïnvesteerd in terrasverwarming buiten de gevel. In het kader van het zijn van een betrouwbare overheid pleiten wij dan ook voor een overgangsregeling of tegemoetkoming als het verbod op terrasverwarming (buiten gevelverwarming) in het beleid wordt opgenomen. Op pagina 30 van de bijlagen van het concept stedelijk kader staat vermeld dat terrassen gelegen zijn aan de gevel van het horecabedrijf of daar tegenover, zijnde op dezelfde stoep aan de straatzijde of aan de overzijde van een weg. Het DB van Oost wil graag de mogelijkheid behouden te kunnen kiezen voor wel of geen gevelterras. In Oostpoort bijvoorbeeld zijn momenteel geen gevelterrassen toegestaan aangezien de slaapkamers van bewoners gesitueerd zijn boven de horeca. Om het woon- en leefklimaat voor deze mensen te waarborgen moet het mogelijk blijven gevelterrassen te weren.
Wij vragen het college hoe het stadsdeel maatwerk kan blijven leveren op dit punt zodat gewaarborgd wordt dat gevelterrassen op bepaalde locaties niet zijn toegestaan, waarbij wij dit op een eenvoudige, niet bureaucratische manier willen kunnen regelen (dus niet alleen via een terrassenplan en/of horeca-ambitieplan). Daarnaast willen wij in Oost de mogelijkheid om in sommige gevallen terrasschotten niet mogelijk te maken, bijv. om redenen van stedenbouwkundige aard. Hier moet de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk voor de stadsdeelbesturen worden geboden, eveneens op een eenvoudige, niet-bureaucratische wijze te regelen (dus niet via een terrassenplan en/of horeca-ambitieplan). In Oost zijn de openingstijden van de terrassen in de zomer ruimer dan in concept-beleidskader wordt voorgesteld, zie tabel hieronder: Openingstijden zomerterrassen
Huidig beleid Oost
Horeca/voorzieningenclusters
Zo/do: 07:00 – 01:00 uur Vrijdag + zaterdag: 07:0002:00
Gemengde buurten
Zo/do: 07:00-00:00
Woonbuurten
Vrijdag + zaterdag: 07:0001:00 Zo/do: 07:00-23:00
Concept-stedelijk beleidskader Reguliere horeca zo/do tot 00:00 vr/za tot 01:00 Overige horeca tot 01:00 Zo/do tot 00:00 Vr + za tot 01:00
Zo/do tot 22:00 Vr + za tot 23:00
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 12
Vrijdag + zaterdag: 07:00-00:00 Wij hebben met deze iets ruimere openingstijden in de zomer in Oost goede ervaringen, en er zijn slechts weinig meldingen van overlast. Wij willen dan ook graag de huidige mogelijkheden voor ondernemers om hun zomerterras te exploiteren, én de mogelijkheid voor onze bewoners om op de huidige tijdstippen in de zomer een terrasje te pakken, behouden. Wij vragen het College dan ook dat de openingstijden van de zomerterrassen in het stedelijk beleidskader worden verruimd of dat de stadsdelen de mogelijkheid geboden wordt af te wijken als zij dit mogelijk achten: in lokaal horecacluster ma/do tot 01.00 u en vr/za tot 02.00 u. in woonbuurten ma/do tot 23.00 u. en vr/za. tot 00.00 u. voor gemengde gebieden sluiten wij aan bij het concept-stedelijk beleid: ma/do tot 00.00 u. en vr/za tot 01.00 u. De algemene lijn voor sluitingstijden voor winterterrassen is nu 22.00 uur. Via horeca-ambitieplannen of terrassenplannen is het mogelijk deze openingstijden aan te passen. Het DB stelt voor om de standaardopeningstijd voor winterterrassen (algemeen) te beperken tot 20.00 u. en voor horecaclusters (en mogelijk de zwaardere categorieën) naar 22.00u. Op deze manier zorgen we voor een rustperiode en kunnen we het gebruik van terrasverwarming verminderen. Om een aangenaam terras te hebben in de winter is vrijwel altijd terrasverwarming nodig.
Dit is slecht voor het milieu en het gebruik hiervan wil het DB zoveel mogelijk vermijden. Voor terrassen is opgenomen dat het meubilair zoveel mogelijk binnen moet worden opgeruimd. Als het toch buiten blijft staan moet het zo worden opgeruimd dat het niet gebruikt kan worden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in winter- of zomerterras. Dit betekent dat terrassen het jaar rond in de openbare ruimte kunnen blijven staan. Gezien de druk op de openbare ruimte is dit onwenselijk. Het DB adviseert dan ook een opruimplicht op te nemen voor winterterrassen. In het concept stedelijk kader wordt een onderscheid gemaakt tussen gelegenheden met alleen een gevelterras en gelegenheden met een gesplitst terras met betrekking tot roken. In het eerste geval mag op het gevelterras wel gerookt worden, in het tweede geval niet, maar wel op het terras dat niet aan de gevel ligt. Dit leidt het tot onduidelijkheid voor klanten, in het algemeen, maar ook bijv. als er twee gelegenheden naast elkaar liggen waarvan beiden een gevelterras hebben en één ook nog een terras dat niet aan de gevel ligt. Op het ene gevelterras mag dan wel gerookt worden, op het andere niet. Ook kan het tot verplaatsing van rokers leiden naar een gebied buiten het terras, waar mogelijk woningen liggen. Bovendien wordt er op deze manier teveel gevraagd van ondernemers in het kader van handhaving.
Wij vragen het college om voor ondernemers en klanten in de horeca een duidelijke keuze te maken: of er mag gerookt worden op ieder terras, of niet. Als er gekozen wordt om roken op terrassen mogelijk te blijven maken, kunnen ondernemers, waar zij en hun klanten dit wenselijk vinden, dan eventueel zelf nog een scheiding maken in een niet roken- en rokendeel op hun terras, zoals nu soms ook gebeurt. Het niet toestaan van activiteiten op terrassen is te verstrekkend en uitsluitend. Het is denkbaar in een aantal gevallen toch activiteiten op een terras toe te staan, denk aan het organiseren van een activiteit op Koningsdag of als het Nederlands elftal speelt. Wij verzoeken het college dan ook dit mogelijk te maken middels een vergunningsplicht. Gebiedstypologieën Wij vragen het college nogmaals te kijken naar de gebiedstypologieën en de daarbij toegestane zwaartecategorieën. Bij de invulling van de gebiedstypologieën op de kaart in Oost bleek dat er bestaande ondernemingen met een zwaartecategorie ‘zwaar-uitgaan’ zijn die niet passend zijn in de gebiedstypologie. Bijvoorbeeld hotel Arena en hotel Generator binnen de gebiedstypologie ‘groen’ of club Panama binnen de gebiedstypologie ‘woongebied’. Op basis van het omgevingsplan mogen zij hun onderneming voortzetten op deze locatie, maar ze worden niet weergegeven op de kaart.
Dit geeft een onjuist beeld richting omwonenden en roept vragen op of dergelijke ondernemingen bestaan in Oost of impliceert onterecht dat het DB deze ondernemingen niet wil toestaan. Om duidelijkheid te scheppen pleit het DB Oost voor een aanwijzing op de kaart door middel van een sterretje of ander alternatief. Gebiedstypologie “Werkgebied” Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 12
Binnen de gebiedstypologie “werkgebied” zijn alle zwaartecategorieën toegestaan. Alleen “zwaar (uitgaan)” is toegestaan onder voorwaarden. Dit impliceert dat horecabedrijven zich op bedrijventerreinen eindeloos mogen vestigen, omdat hier weinig tot geen overlast verwacht wordt. Vaak liggen deze gebieden dan ook afgelegen of aan de randen van de stad. Echter, in stadsdeel Oost hebben we bedrijventerreinen zoals de Veemarkt, de bedrijvenstrook op het Zeeburgereiland, de A2 zone & Joan Muyskenweg. Op of naast deze gebieden wordt ook gewoond. Om de balans tussen horeca en wonen in deze gebieden te bewaken pleiten wij ervoor voor de gebiedstypologie “werkgebied” ook de zwaartecategorieën “middelzwaar, middelzwaar plus en zwaar (fastfood)” op te nemen als toegestaan onder voorwaarden. Op deze manier kan beter gestuurd worden op of en waar zwaardere horeca is toegestaan op bedrijventerreinen. Horeca-ambitieplannen Het beleid wordt per gebied uitgewerkt in de horeca-ambitieplannen, die de dagelijks besturen van de stadsdelen vaststellen. Deze plannen zorgen voor de gebiedsgerichte invulling van het stedelijk kader in samenspraak met bewoners én ondernemers. De pilot in Oost gaf veel inzicht in de bruikbaarheid van het kader. Tegelijk bleek ook dat het opstellen van een dergelijk plan, en het zorgvuldig betrekken van bewoners en ondernemers hierbij, veel inzet vergt.
Wij vragen aandacht voor de benodigde projectcapaciteit zodat het proces naar de horeca-ambitieplannen zorgvuldig verloopt. Uitvoering Tot slot hebben wij nog een aantal opmerkingen ten aanzien van de uitvoering: Goed en effectief toezicht en handhaving is een belangrijke randvoorwaarde om het beleidskader in de praktijk te laten werken. Mensen en middelen op dit vlak zijn echter schaars. Wij vragen het college daarom om bij te vaststelling van het kader hier aandacht aan te besteden. Het is onduidelijk of de omgevingsvergunning horeca wordt verstrekt op basis van de activiteiten die de ondernemer uitvoert of op basis van de zwaartecategorie of op een combinatie hiervan. In het kader wordt vermeld dat in het omgevingsplan regels zijn opgenomen of een bepaalde horeca-activiteit op een locatie is toegestaan. Later wordt vermeld dat wordt getoetst of het type horeca-activiteit past binnen de zwaartecategorie op de gevraagde locatie. Graag krijgen wij hier meer duidelijk over. Ditzelfde geldt voor de exploitatievergunning. Er wordt aangegeven dat het openingstijdenstelsel aansluit bij de zwaartecategorieën, maar er wordt niet aangegeven op basis waarvan de exploitatievergunning wordt verleend. In de begripsomschrijving van de zwaartecategorie ‘regulier’ wordt aangegeven dat er een zelfstandige keuken is.
Echter, in meerdere zwaartecategorieën is sprake van het bereiden van eten. Graag krijgen wij meer duidelijkheid over het begrip zelfstandige keuken en waarom dit niet geldt voor andere zwaartecategorieën.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 12 van 12