CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.3 Bijlage Gebundeld - Definitieve adviezen stadsdelen.pdf

RAAD 5 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Horecabeleid 2025 (VN2025-001137)39.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Draag zorg voor voldoende uitvoeringscapaciteit bij de ambities uit het beleidskader Het Stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen heeft impact op het takenpakket van de afdelingen Vergunningen Toezicht en Handhaving van de stadsdelen (hierna: VTH). Uit dit beleidskader vloeien verschillende nieuwe taken voort, waaronder: • Het behandelen van aanvragen voor de nieuwe mogelijkheid voor structurele ontheffing van openingstijden en het toezicht daarop; • Het behandelen van aanvragen omgevingsplanvergunningen horeca voor zowel bestaande als nieuwe Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 13

• • •

horecaondernemers en het toezicht daarop; Het toezicht houden op en handhaven van de meldingsplicht additionele horeca in winkels; Het toezicht houden op en handhaven van de melding waarmee festiviteiten in horeca en op terrassen worden toegestaan; Het toezicht houden op en handhaven van de aangepaste kaders voor terrassen.

Daarnaast wordt een toename in het aantal ingediende bezwaren verwacht vanwege de nieuwe horecacategorie indeling en omgevingsplanvergunningen horeca. Ook moet VTH rekening houden met inzet op vragen van bewoners en ondernemers over het nieuwe beleidskader en concrete toepassing ervan. Aan het college wordt gevraagd om te voorzien in voldoende formatie dan wel middelen om de ambities uit dit nieuwe beleidskader te kunnen implementeren en uitvoeren. Bij de stadsdelen is de druk op de beschikbare capaciteit van de VTH-afdelingen hoog. Extra ambities en taken kunnen niet zonder meer worden opgepakt en uitgevoerd. Bij het concept beleidskader ontbreekt nog een analyse van de impact die het stedelijk beleidskader heeft op de uitvoering. In paragraaf 5.1. Vergunningverlening wordt aangegeven dat nadere uitwerking in een uitvoeringsnota volgt. In die uitvoeringsnota dient ook de impact op toezicht en handhaving worden meegenomen. Het DB vraagt aan het college om deze uitwerking te doen voorafgaand aan definitieve vaststelling van het beleidskader en dit te verwerken in een uitvoeringsparagraaf in het definitieve beleidskader. Heroverweeg moment van inwerkingtreding van het beleidskader Het uitgangspunt is om het Stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen tegelijkertijd met de Omgevingswet en het bijbehorende Omgevingsplan in werking te laten treden.

De nieuwe vergunningplicht voor horeca en de nieuwe categorisering voor horeca landen in de basisregeling van het Omgevingsplan. De andere onderdelen van het beleidskader (horeca-ambitie plannen) treden gefaseerd in werking per bestemmingsplan dat wordt vervangen. Het voorbereiden op en implementeren van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor de VTH-praktijk is een aanzienlijke opgave. Deze voorbereiding en implementatie vindt plaats ‘terwijl de winkel openblijft’. Het Stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen betekent voor VTH een geheel nieuw toetsingskader en een aangepast, uitgebreid takenpakket. Om het beleidskader zorgvuldig te kunnen uitvoeren is voldoende tijd nodig voor onder andere kennisoverdracht, het vertalen naar werkinstructies, het maken van samenwerkingsafspraken en het inrichten van VTH-registratiesystemen. Om deze reden verzoekt het DB om bij de keuze voor de datum van inwerkingtreding van het beleidskader rekening te houden met voldoende implementatietijd. Overgangsrecht(en)/ uitwerken van scenario’s Ten aanzien van de omgangsrechten, constateert het dagelijks bestuur het volgende: 1. Er lijkt vele jaren sprake te zullen zijn van verschillende toetsingskaders, doordat de huidige bestemmingsplannen met horeca-categorieën 1,2, 3, 4, etc. stapsgewijs omgezet gaan worden naar bestemmingsplannen conform Omgevingswet.

Vanaf dat moment gaan pas de nieuwe zwaartecategorieën gelden, net als de gebiedstypologieën en de horeca-ambitieplannen. Kortom in het ene gebied gelden nog de oude horeca-categorieën en in het andere gebied al de nieuwe. Wel moet vanaf de datum start Omgevingswet en Omgevingsplan een omgevingsplanvergunning horeca verleend gaan worden, maar waar exact aan moet worden getoetst hangt af van de omzettingsdata van de diverse bestemmingsplannen. 2. Daarnaast kan het zo zijn dat als een bestemmingsplan is omgezet en de nieuwe zwaartecategorieën, gebiedstypologieën en horeca-ambitieplannen toegepast kunnen gaan worden, op een bepaald adres wellicht minder mag dan voorheen. Wat gebeurt er dan? 3. En wat te doen met aanvragen die voor 1 januari 2023 zijn ingediend voor exploitatievergunningen die voor 1 januari 2023 zijn verlopen, maar waarop pas na 1 januari 2023 wordt beslist (uitgaande van datum inwerkingtreding 1 januari 2023)? 4. Tot slot gaat de verplichting van een omgevingsplanvergunning horeca en een exploitatievergunning voor een bepaalde exploitant gelden op het moment dat zijn huidige exploitatievergunning verloopt en daarvoor een verlenging aangevraagd moet worden.

Het kan dus zijn dat een exploitant die op 1 december 2022 een vergunning verlengd krijgt voor 5 jaar pas in 2027 met de nieuwe regels te maken krijgt, terwijl een exploitant Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 13

van wie de vergunning verloopt op 1 januari 2023 daar al direct mee te maken krijgt (uitgaande van datum inwerkingtreding 1 januari 2023). Voor ondernemers lijkt dat niet eerlijk omdat er bij de overgang in veel gevallen sprake zal zijn van een kleine beperking, bijvoorbeeld in openingstijden. Voor toezicht en handhaving lastig en ingewikkeld omdat voor twee naast elkaar gelegen horecazaken heel andere regelgeving en handhavingsbeleid van toepassing kan zijn. En vanaf wanneer mag een exploitant de langdurige ontheffing sluitingstijd aanvragen? Is dat gelijk vanaf 1 januari 2023 of pas als een verlenging exploitatievergunning aangevraagd moet worden? Het stadsdeel verzoekt daarom een aantal scenario’s uit te werken, met aandacht per gebied. Een beslisboom of stroomschema zou hierbij hulpvaardig kunnen zijn. Het advies is om per straat of gebied (korrelgrootte nader te bepalen) de nieuwe regels in te laten gaan en niet per ondernemer. Nadeelcompensatie Er is momenteel nog geen reservering gemaakt voor nadeelcompensatie van ondernemers. Het DB adviseert om dit wel te doen.

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

Aangenomen adviezen: Plasticvrije terrassen: De stadsdeelcommissie vindt het belangrijk de transitie naar plasticvrije horeca te versnellen om het plastic zwerfafval in de stad, in onze grachten en in de zee versneld te verminderen. De stadsdeelcommissie adviseert om te onderzoeken of een plasticvrij terras onderdeel kan worden van de terrasvergunning, een transitieplan te beschrijven hoe er vanaf 2022 volledig plasticvrij kan worden gewerkt en ondernemers te ondersteunen die de stap willen zetten naar plasticvrij (toolkit). Sociaal Veiligheidsplan Er blijven clubs die geen duidelijk beleid hebben hoe zij omgaan met grensoverschrijdend gedrag zoals discriminatie en seksuele intimidatie. De stadsdeelcommissie adviseert om bij een nachtclub een sociaal veiligheidsplan onderdeel te laten zijn van de vergunning, waarin onder andere wordt opgenomen: - Training aan het personeel hoe zij grensoverschrijdend gedrag kunnen herkennen en hoe ze daarop kunnen handelen. Deze training dient binnen 3 maanden te zijn georganiseerd na het verlenen van de vergunning. Iedere nacht een goed aangegeven aanspreekpunt voor bezoekers, waar ze veilig terecht kunnen om een melding te maken van grensoverschrijdend gedrag. - De huisregels, die ook kenbaar worden gemaakt aan bezoekers.

De SDC steunt het DB om bij de terrasopeningstijden de huidige tijden op de uitgaanspleinen Rembrandtplein, Thorbeckeplein, Leidseplein, Kleine Gartmanplantsoen te blijven hanteren, maar wenst dat wanneer er signalen uit de buurt zijn van overlast, er geëvalueerd wordt. Eens verruiming moet niet altijd verruiming betekenen. Het afkoeluur houdt in dat horecazaken in de weekeinden na sluitingstijd hun zaak een uur langer open mogen houden om het aanwezige publiek de tijd te geven de zaak rustig te verlaten. Hier zijn voorwaarden aan verbonden. Op uitgaanspleinen in het Centrum lijkt het afkoeluur goed te bevallen: hoewel de meeste zaken na 20 minuten leeg zijn, verlaat het uitgaanspubliek deze gebieden meer gefaseerd.. De stadsdeelcommissie adviseert, wanneer ervaringen positief gebleken te zijn, het afkoeluur te behouden en de mogelijkheid van zo’n uur ook te bieden bij uitgaansgebieden elders in de stad. De stadsdeelcommissie adviseert dat een ondernemer (aanvullend) wordt beloond die zich, naast het zich aan de regels houden, echt actief inzet om overlast voor omwonenden te voorkomen en o.a. het gebied rond zijn/haar zaak schoonhoudt. De stadsdeelcommissie adviseert te onderzoeken op welke manier hier invulling aan gegeven zou kunnen worden.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 13

De stadsdeelcommissie wil voor ondernemers die willen experimenteren met innovatieve concepten dat dit mogelijk wordt gemaakt via het beleid, om bijvoorbeeld een meer divers publiek aan te spreken. Het advies is dat ondernemers, onder voorwaarden, ook de mogelijkheid moeten krijgen om enkele keren per jaar een ontheffing aan te vragen op hetgeen zij mogen aanbieden aan horeca-activiteiten, gezien de zwaartecategorie waar hun onderneming onder valt. Zodat een onderneming in bijvoorbeeld de categorie ‘lichte horeca’ een dansavondje kan organiseren of eens een keer eten kan serveren. In het huidige Terrassenbeleid van het stadsdeel staat dat bij een winterterras het meubilair na sluiting moet worden binnengehaald. Dit is strenger dan het Beleidskader nu voorstelt. Daarin staat dat dat het meubilair zoveel mogelijk moet worden opgeruimd, maar als dit niet mogelijk is maximaal 20 % van de vergunde terrasruimte mag gebruikt worden voor opslag. Gezien de beperkte openbare ruimte in de binnenstad adviseren we om in het Beleidskader uit te gaan van het volledig binnenhalen in de winter. Hiermee wordt voorkomen dat gemeenschapsruimte verandert in bedrijfsopslag. Bij roken op het terras mag het niet zo zijn dat anderen daar overlast van ervaren. Dit is vaak wel het geval is op een terras.

Hoewel er zones kunnen worden aangewezen voor roken en niet-roken, wijst de praktijk uit dat dit nauwelijks gebeurd of gehandhaafd wordt. De stadsdeelcommissie steunt daarom het voorstel van het DB om het college te verzoeken een ontmoedigingsbeleid te formuleren. Aanvullend daarop adviseert de stadsdeelcommissie het College te vragen om concrete scenario’s, met bijbehorende tijdslijnen, te onderzoeken om roken op het terras uit te faseren.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Algemeen Het stadsdeel (dagelijks bestuur en stadsdeelcommissie gezamenlijk) omarmt de uitgangspunten van het nieuwe horecabeleid, waarmee in de gehele stad meer uniformiteit en duidelijkheid komt voor de ondernemers en bewoners. Tegelijkertijd heeft het stadsdeel een aantal verzoeken en vragen voor het college, die onderstaand worden toegelicht. Zorgen inwoners/ ondernemers Naar aanleiding van een advies van de stadsdeelcommissie Centrum is de inspraakperiode over het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen verlengd en is in ieder stadsdeel een avond over dit beleidskader georganiseerd voor bewoners en ondernemers. Tijdens deze avonden is ook vooruit geblikt op de concept-gebiedstypologieën kaarten. Reden voor het advies van de stadsdeelcommissie was dat de bewoners nog onvoldoende betrokken waren bij de beleidsvorming. Bij de start van de beleidsvorming is door O&S wel een onderzoek gedaan onder inwoners (2019) Op 14 september was er voor centrum in de Zuiderkerk een bijeenkomst met zo’n 200 bewoners en ondernemers. Bewoners hebben tijdens de avond hun zorgen geuit over overlast die zij ervaren horeca en terrassen, vooral ’s avonds en ‘s nachts. Zij vroegen aandacht voor doorloopruimte voor voetgangers bij terrassen en handhaving op de regels.

Veel ondernemers hebben hun zorgen geuit over hun rechtspositie na invoering van het beleid en het overgangsrecht: Wat mogen bestaande ondernemingen wel en niet blijven doen en welke rechten verkrijgt een koper bij een eventuele overname? Daar is nog veel onzekerheid en onduidelijkheid over. Het DB verzoekt het college deze zorgen (groten)deels weg te nemen door het beleid hierop te verduidelijken en aan te vullen, door een Q&A over het beleid te publiceren en een aantal scenario’s uit te werken over de overstap en ook die te publiceren. Terrassenbeleid • Het stadsdeel is van mening dat op het gebied van terrasverwarming het concept beleidskader weinig ambitieus is. Gezien de milieubelasting stelt het dagelijks bestuur voor om terrasverwarming in z’n geheel niet toe te staan, ook niet aan de gevel. Dit is in lijn met onze duurzaamheidsambities als stad. Bijkomend voordeel is dat de overlast zou kunnen worden beperkt aangezien het minder aantrekkelijk is om bij kou en zonder verwarming op een terras plaats te nemen. • Ten aanzien van roken op terrassen, en dan in het bijzonder waterpijp roken, leert de ervaring dat dit veel impact kan hebben op niet-rokende bezoekers van een terras. Het dagelijks bestuur verzoekt het college een effectief Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 13

•

•

•

•

•

ontmoedigingsbeleid voor roken op terrassen te formuleren. Aanvullend wordt aan het college gevraagd om concrete scenario’s, met bijbehorende tijdslijnen, te onderzoeken om roken op het terras uit te faseren. Tevens verzoekt het dagelijks bestuur om waterpijp roken op een terras in z’n geheel niet toe te staan. Het DB ziet daarnaast uit naar de ontwikkeling van beleid rondom het buiten roken in de directe omgeving van clubs. Sinds de invoering van het rookverbod moeten bezoekers van nachtclubs op straat roken, wat – zeker diep in de nacht – voor veel overlast kan zorgen voor omwonenden. Het heeft de voorkeur van het DB hier beleid op te ontwikkelen dat voor alle clubs geldt, ook vanuit het oogpunt van een gelijk speelveld. Het stadsdeel adviseert om de in het concept beleidskader voorgestelde terrastijden (zomer- en winter) te gaan hanteren in Centrum, om zo aan te sluiten bij alle omliggende gebieden zoals de Pijp en Oost. Advies is om daarop een uitzondering te behouden voor bepaalde straten in de Jordaan (zomer) en de uitgaanspleinen Rembrandtplein, Thorbeckeplein Leidseplein en het Kleine-Gartmanplantsoen (zomer en winter): o In de zomer adviseert het stadsdeel 23.00 uur aan te houden voor enkele specifieke horecabedrijven in smalle straten in de Jordaan waarbij een doorloopruimte van 1 meter wordt gekoppeld aan een sluitingstijd van het terras van 23.00 uur.

Deze tijd is tot stand gekomen in overleg met bewoners en ondernemers. o Voor de uitgaanspleinen adviseert het stadsdeel om de huidige situatie in stand te houden (in de zomerperiode tot 01.00 uur doordeweeks en 02.00 uur op vrijdag en zaterdag, in winterperiode dagelijks tot 24.00 uur. Dit draagt namelijk bij aan de sfeer op de pleinen en daarmee de openbare orde en veiligheid. o Ontheffing terrastijden ‘horeca uitgaansgebied’/uitgaanspleinen: In het concept beleidskader wordt, onder voorwaarden, een ontheffing openingstijden mogelijk gemaakt. Echter, deze ontheffing is alleen geldig voor de horeca lokaliteit zelf, en niet voor het terras. Het DB vindt het wenselijk om ook een ontheffing voor terrassentijden mogelijk te maken, tot maximaal 02:00 uur in het weekend. o Mochten er signalen komen waaruit Het stadsdeel onderschrijft de keuze van het college om het bepaalde in terrassenplannen in specifieke delen van de stad ook na invoeren van het nieuwe beleid te handhaven. Deze terrassenplannen zijn in nauw overleg tussen inwoners en ondernemers tot stand gekomen, waarborgen een prettig leef- en ondernemersklimaat en zijn toegesneden op de specifieke omstandigheden van de betreffende locatie. Tot verrassing van het dagelijks bestuur wordt in het concept beleidskader voorgesteld om het tropisch weerscenario voor de gehele stad mogelijk te maken.

Momenteel geldt het tropisch weerscenario, waarbij terrassen boven een bepaalde ‘tropische’ temperatuur mogen uitwaaieren, alleen in stadsdeel centrum. Op basis van de jarenlange ervaring die stadsdeel centrum heeft, is het stadsdeel tot de conclusie gekomen dat afschaffen van het tropisch weer scenario de beste optie is. De regeling is onduidelijk, leidt tot discussie met handhaving en zorgt in de praktijk voor gevaarlijke situaties door de uitgewaaierde terrassen (verkeer, hulpdiensten). Bovendien neemt het aantal ‘tropische dagen’ en de daarmee gepaard gaande overlast alleen maar toe. Het dagelijks bestuur adviseert om het tropische weerscenario niet meer toe te staan. Plasticvrije horeca; Het DB vindt het belangrijk de transitie naar plasticvrije horeca te versnellen om het plastic zwerfafval in de stad, in onze grachten en in de zee versneld te verminderen. Daarom wordt aan het college verzocht te onderzoeken of plasticvrije horeca een voorwaarde kan worden van de vergunning en stadsbreed te implementeren. Daarnaast adviseert het DB om een toolkit te ontwikkelen voor ondernemers die willen overstappen naar plasticvrije horeca. Het DB adviseert om in het beleid op te nemen dat in de binnenstad het gehele winterterrasmeubilair na sluitingstijd van de horeca wordt binnengehaald, gezien de beperkte openbare ruimte in de binnenstad.

Diversiteit in horeca/ veiligheid in horeca • Het DB omarmt de nachtvisie van het college en streeft naar meer diversiteit (0.a. meer op de LHBTIQA+ gemeenschap gericht) in de nachtcultuur, ook in stadsdeel Centrum. Dit zal ook in de horeca-ambitieplannen van Centrum moeten worden meegenomen. • Sociaal Veiligheidsplan als onderdeel van het veiligheidsplan: Er blijven clubs die geen duidelijk beleid hebben hoe zij omgaan met grensoverschrijdend gedrag zoals discriminatie en seksuele intimidatie. Het DB adviseert om bij een nachtclub een sociaal veiligheidsplan onderdeel te laten zijn van de vergunning, waarin onder andere wordt opgenomen: Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 9 van 13

o

•

•

Training aan het personeel hoe zij grensoverschrijdend gedrag kunnen herkennen en hoe ze daarop kunnen handelen. Deze training dient binnen 3 maanden te zijn georganiseerd na het verlenen van de vergunning. o Iedere nacht een goed aangegeven aanspreekpunt voor bezoekers, waar ze veilig terecht kunnen om een melding te maken van grensoverschrijdend gedrag. o De huisregels, die ook kenbaar worden gemaakt aan bezoekers. Het DB adviseert dat een ondernemer (aanvullend) wordt beloond die zich, naast het zich aan de regels houden, echt actief inzet om overlast voor omwonenden te voorkomen en o.a. het gebied rond zijn/haar zaak schoonhoudt. Het stadsdeelbestuur adviseert te onderzoeken op welke manier hier invulling aan gegeven zou kunnen worden. De regelgeving verkooppunten in de openbare ruimte is nog niet gereed, waardoor niet duidelijk is wanneer kiosken wel en niet zijn toegestaan en in hoeverre er horeca mag plaatsvinden. Voor Centrum is horeca in kiosken onwenselijk.

Gebiedstypologieën • De gebiedstypologieën worden apart de inspraak ingebracht. Idealiter was dit gezamenlijk met het beleidskader gegaan, zodat alle bewoners en ondernemers zien welke typologie een gebied heeft. Nu alleen de kaders in de inspraak liggen, is er voor inwoners en ondernemers nog veel onduidelijk. Op de informatiebijeenkomst van 14 september jl. zijn wel de ambtelijk afgestemde concept gebiedstypologieën kaarten ter consultatie voorgelegd. • Voor wat betreft de omschrijving van de gebiedstypologie ‘Horeca uitgaansgebied’ Rembrandtplein, Thorbeckeplein en het Leidseplein, is deze volgens het dagelijks bestuur niet in lijn met de praktijk. In de tekst staat nu dat in deze gebieden de woonfunctie niet of nauwelijks aanwezig is. Graag ziet het dagelijks bestuur dit aangepast naar “in mindere mate”: er wonen immers wel degelijk Amsterdammers in deze gebieden. • Het is een goede zaak dat als ambitie is opgenomen dat een gezondere voedselomgeving met een aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen willen we het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks beperken. Zwaartecategorieën • Advies is om voor de verschillende categorieën horeca, ook verschillende leges toe te passen, om zo diversiteit van aanbod in een gebied te stimuleren.

Daarmee zou ook recht worden gedaan aan het feit dat zwaardere horeca meer aandacht van de gemeente vraagt dan lichte horeca. • Het DB wil innovatieve concepten van ondernemers kunnen stimuleren en toestaan (om bijvoorbeeld een meer divers publiek aan te spreken). Het advies is dat ondernemers, onder voorwaarden, ook de mogelijkheid moeten krijgen om enkele keren per jaar een ontheffing aan te vragen op hetgeen zij mogen aanbieden aan horecaactiviteiten, gezien de zwaartecategorie waar hun onderneming onder valt. Zodat een onderneming in bijvoorbeeld de categorie ‘lichte horeca’ een dansavondje kan organiseren of eens een keer eten kan serveren. Het bestuur adviseert aan het college deze mogelijkheid op te nemen in het horecabeleidskader, als extra ontheffingsmogelijkheid. Horeca-ambitieplan Waar de gebiedstypologieën een soort foto zijn van de bestaande, huidige situatie, zijn de ambitieplannen een doorkijk naar een toekomstige, gewenste situatie. Stadsdeel Centrum wil dat er een horeca-ambitieplan opgesteld gaat worden voor het Wallengebied en de Leidsebuurt.

Advies is om een team in te stellen voor het opstellen van alle ambitieplannen, onder regie vanuit R&D en om te starten met het Wallengebied, gezien de gewenste transformatie van dit gebied in het kader van de Aanpak Binnenstad Openingstijdenregime Enerzijds wordt er in het concept beleidskader gesproken over het tegengaan van overlast en anderzijds worden ruimere openingstijden mogelijk gemaakt. Dit lijkt tegenstrijdig te zijn. Ten aanzien van de voorgestelde ontheffing verlengde openingstijden voor bepaalde zwaartecategorieën in bepaalde gebiedstypologieën, is het niet duidelijk of een gebied of stadsdeel kan worden uitgesloten van deze ontheffingsmogelijkheid. Passend in de filosofie van de Aanpak Binnenstad, pleit het dagelijks bestuur ervoor om in stadsdeel centrum in principe geen ontheffingen voor 24Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 13

uur mogelijk te maken, in verband met de zorgen om woon- en leefklimaat in de binnenstad. Kortere ontheffingen, zijn volgens het stadsdeel op bepaalde plekken mogelijk wel een optie, indien dit bijdraagt tot een diverse(re), inclusieve(re) nachtcultuur. Tevens wijst het stadsdeel erop dat het houden van toezicht op de naleving van een dergelijke ontheffing lastig is, omdat noch Gebruikstoezicht, noch Toezicht, Handhaving Openbare ruimte (THOR) de hele nacht aan het werk zijn en de politie voor dergelijk toezicht ook nauwelijks tot geen capaciteit heeft. Het afkoeluur houdt in dat horecazaken in de weekeinden na sluitingstijd hun zaak een uur langer open mogen houden om het aanwezige publiek de tijd te geven de zaak rustig te verlaten. Hier zijn voorwaarden aan verbonden. Op uitgaanspleinen in het Centrum lijkt het afkoeluur goed te bevallen: hoewel de meeste zaken na 20 minuten leeg zijn, verlaat het uitgaanspubliek deze gebieden meer gefaseerd. Het DB adviseerthet afkoeluur te behouden en de mogelijkheid van zo’n uur ook te bieden bij uitgaansgebieden elders in de stad. Doorloopruimte voetgangers Voldoende ruimte voor de voetganger is essentieel voor de leefbaarheid en verkeersveiligheid in de stad. Deze ruimte is dan ook altijd leidend bij het inrichten van de openbare ruimte. Terrassen zijn daarbij een mogelijkheid als extra ruimte aanwezig is.

De verleende gunst om commercieel gebruik te mogen maken van de openbare ruimte is ondergeschikt aan de minimale standaard voor de leefbaarheid en het veilig gebruik van de openbare ruimte. Doorloopruimte voor voetgangers is van groot belang in Amsterdam Centrum, en voor het stadsdeel leidend. Uitgangspunt daarbij is de ook in het beleidskader genoemde minimaal twee meter aan obstakelvrije doorloopruimte bij terrassen, terrassenplannen en herinrichtingen. Wel is gebiedsgericht maatwerk mogelijk, zoals in enkele smalle straten in de Jordaan. Beleid zoals geformuleerd in de Agenda Autoluw kan het mogelijk maken om ruimte te vinden voor zowel voetgangers als terrassen, ten faveure van ruimte die nu is ingeruimd voor bijvoorbeeld rijdend verkeer. Afval In Amsterdam Centrum is er veel overlast van verkeerd aangeboden afval op straat. Ook horecaondernemers spelen een rol in dit probleem. Wij adviseren daarom om te onderzoeken op welke manier de verplichting om een afvalcontract af te sluiten een rol kan spelen in het verlenen van een exploitatievergunning. Introductie omgevingsvergunning In het nieuwe beleid komt er, naast de exploitatievergunning in aangepaste vorm, een nieuw soort vergunning bij; de omgevingsplanvergunning horeca. De exploitatievergunning gaat minder regelen en zal alleen gaan over openbare orde en veiligheidskwesties.

De omgevingsplanvergunning horeca bevat aspecten die de fysieke leefomgeving betreffen en hangt samen met de komst van de Omgevingswet en het Omgevingsplan. De omgevingsplanvergunning horeca blijft gelden zolang de daarin opgenomen activiteiten niet wijzigen en kan dus van exploitant op exploitant over gaan; de vergunning is locatie gebonden. Wat deze vergunningplicht betekent voor bestaande horecazaken die nu legaal exploiteren maar waarvan de wijze van exploitatie niet in de nieuwe gebiedstypologie past. De bedoeling van het beleid is kennelijk om dan de niet-passende activiteiten van het bedrijf te beperken, maar op welke wijze dat zou moeten gebeuren blijft ongewis. Draag zorg voor voldoende uitvoeringscapaciteit bij de ambities uit het beleidskader Het Stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen heeft impact op het takenpakket van de afdelingen Vergunningen Toezicht en Handhaving van de stadsdelen (hierna: VTH).

Uit dit beleidskader vloeien verschillende nieuwe taken voort, waaronder: • Het behandelen van aanvragen voor de nieuwe mogelijkheid voor structurele ontheffing van openingstijden en het toezicht daarop; • Het behandelen van aanvragen omgevingsplanvergunningen horeca voor zowel bestaande als nieuwe horecaondernemers en het toezicht daarop; • Het toezicht houden op en handhaven van de meldingsplicht additionele horeca in winkels; • Het toezicht houden op en handhaven van de melding waarmee festiviteiten in horeca en op terrassen worden toegestaan; • Het toezicht houden op en handhaven van de aangepaste kaders voor terrassen.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 13

Daarnaast wordt een toename in het aantal ingediende bezwaren verwacht vanwege de nieuwe horecacategorie indeling en omgevingsplanvergunningen horeca. Ook moet VTH rekening houden met inzet op vragen van bewoners en ondernemers over het nieuwe beleidskader en concrete toepassing ervan. Aan het college wordt gevraagd om te voorzien in voldoende formatie dan wel middelen om de ambities uit dit nieuwe beleidskader te kunnen implementeren en uitvoeren. Bij de stadsdelen is de druk op de beschikbare capaciteit van de VTH-afdelingen hoog. Extra ambities en taken kunnen niet zonder meer worden opgepakt en uitgevoerd. Bij het concept beleidskader ontbreekt nog een analyse van de impact die het stedelijk beleidskader heeft op de uitvoering. In paragraaf 5.1. Vergunningverlening wordt aangegeven dat nadere uitwerking in een uitvoeringsnota volgt. In die uitvoeringsnota dient ook de impact op toezicht en handhaving worden meegenomen. Het DB vraagt aan het college om deze uitwerking te doen voorafgaand aan definitieve vaststelling van het beleidskader en dit te verwerken in een uitvoeringsparagraaf in het definitieve beleidskader. Heroverweeg moment van inwerkingtreding van het beleidskader Het uitgangspunt is om het Stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen tegelijkertijd met de Omgevingswet en het bijbehorende Omgevingsplan in werking te laten treden.

De nieuwe vergunningplicht voor horeca en de nieuwe categorisering voor horeca landen in de basisregeling van het Omgevingsplan. De andere onderdelen van het beleidskader (horeca-ambitie plannen) treden gefaseerd in werking per bestemmingsplan dat wordt vervangen. Het voorbereiden op en implementeren van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor de VTH-praktijk is een aanzienlijke opgave. Deze voorbereiding en implementatie vindt plaats ‘terwijl de winkel openblijft’. Het Stedelijk beleidskader voor horeca en terrassen betekent voor VTH een geheel nieuw toetsingskader en een aangepast, uitgebreid takenpakket. Om het beleidskader zorgvuldig te kunnen uitvoeren is voldoende tijd nodig voor onder andere kennisoverdracht, het vertalen naar werkinstructies, het maken van samenwerkingsafspraken en het inrichten van VTH-registratiesystemen. Om deze reden verzoekt het DB om bij de keuze voor de datum van inwerkingtreding van het beleidskader rekening te houden met voldoende implementatietijd. Overgangsrecht(en)/ uitwerken van scenario’s Ten aanzien van de omgangsrechten, constateert het dagelijks bestuur het volgende: 5. Er lijkt vele jaren sprake te zullen zijn van verschillende toetsingskaders, doordat de huidige bestemmingsplannen met horeca-categorieën 1,2, 3, 4, etc. stapsgewijs omgezet gaan worden naar bestemmingsplannen conform Omgevingswet.

Vanaf dat moment gaan pas de nieuwe zwaartecategorieën gelden, net als de gebiedstypologieën en de horeca-ambitieplannen. Kortom in het ene gebied gelden nog de oude horeca-categorieën en in het andere gebied al de nieuwe. Wel moet vanaf de datum start Omgevingswet en Omgevingsplan een omgevingsplanvergunning horeca verleend gaan worden, maar waar exact aan moet worden getoetst hangt af van de omzettingsdata van de diverse bestemmingsplannen. 6. Daarnaast kan het zo zijn dat als een bestemmingsplan is omgezet en de nieuwe zwaartecategorieën, gebiedstypologieën en horeca-ambitieplannen toegepast kunnen gaan worden, op een bepaald adres wellicht minder mag dan voorheen. Wat gebeurt er dan? 7. En wat te doen met aanvragen die voor 1 januari 2023 zijn ingediend voor exploitatievergunningen die voor 1 januari 2023 zijn verlopen, maar waarop pas na 1 januari 2023 wordt beslist (uitgaande van datum inwerkingtreding 1 januari 2023)? 8. Tot slot gaat de verplichting van een omgevingsplanvergunning horeca en een exploitatievergunning voor een bepaalde exploitant gelden op het moment dat zijn huidige exploitatievergunning verloopt en daarvoor een verlenging aangevraagd moet worden.

Het kan dus zijn dat een exploitant die op 1 december 2022 een vergunning verlengd krijgt voor 5 jaar pas in 2027 met de nieuwe regels te maken krijgt, terwijl een exploitant van wie de vergunning verloopt op 1 januari 2023 daar al direct mee te maken krijgt (uitgaande van datum inwerkingtreding 1 januari 2023). Voor ondernemers lijkt dat niet eerlijk omdat er bij de overgang in veel gevallen sprake zal zijn van een kleine beperking, bijvoorbeeld in openingstijden. Voor toezicht en handhaving lastig en ingewikkeld omdat voor twee naast elkaar gelegen horecazaken heel andere regelgeving en handhavingsbeleid van toepassing kan zijn. En vanaf wanneer mag een exploitant de langdurige ontheffing

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 12 van 13

sluitingstijd aanvragen? Is dat gelijk vanaf 1 januari 2023 of pas als een verlenging exploitatievergunning aangevraagd moet worden? Het stadsdeel verzoekt daarom een aantal scenario’s uit te werken, met aandacht per gebied. Een beslisboom of stroomschema zou hierbij hulpvaardig kunnen zijn. Het advies is om per straat of gebied (korrelgrootte nader te bepalen) de nieuwe regels in te laten gaan en niet per ondernemer. Nadeelcompensatie Er is momenteel nog geen reservering gemaakt voor nadeelcompensatie van ondernemers. Het DB adviseert om dit wel te doen.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 13 van 13

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Stedelijk beleidskader horeca en terrassen Portefeuille: Directie:

Openbare Orde en Veiligheid / Ruimtelijke ordening / Economie Openbare Orde en Veiligheid / Ruimtelijke ordening / Economie

Datum behandeling staf WH Datum adviesaanvraag: 16 maart 2022 Deadline ontvangst advies: Advies mailen naar:

11 mei 2022

Meegestuurde stukken:

1. Concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen 2. Bijlage bij de conceptverordening Extern: Met de branche zijn diverse (bestuurlijke) gesprekken gevoerd. De inhoud is tot stand gekomen in overleg met diverse ondernemersgroepen, te weten KHN, Amsterdam City en MKB. Daarnaast is het Stadspanel van OIS bevraagd over de horeca in de stad. Intern: Beleidskader is sinds 2018 in overleg en samenwerking met stadsdelen (o.a. gebiedsteams en VTH), EZ, R&D, OOV, DJZ en opgesteld. Op 7 maart jl. is het beleidskader besproken in het BM-VZ overleg.

Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?

Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Procesbegeleider:

Oost

4 juli Datum weekstart/staf: Datum stadsdeelcommissie: 30 aug (voorbereidend)/11 okt (besluitvormend) Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):

12 juli(concept)/25 okt (def) …

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

Het college van B&W ontvangt graag advies over het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen. De stadsdeelvoorzitters zijn in mandaat van de burgemeester verantwoordelijk voor het verlenen van horecavergunningen en de handhaving De DB’s hebben bevoegdheden ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van horecavestigingen. De besluitvorming over het nieuwe horecabeleid zal verlopen volgens een zogenoemde 3-traps-raket: van stedelijk niveau (Beleidskader), naar stadsdeel niveau (gebiedstypologieën), naar buurt/wijk/straatniveau (horecaambitieplannen). Het stedelijk beleidskader waar de adviesvraag betrekking op heeft, beschrijft de uitgangspunten, doelstellingen en instrumenten van het horecabeleid. Ten opzichte van het vigerende beleid zijn de voornaamste wijzigingen: I. Nieuwe indeling in zwaartecategorieën. Het beleid beschrijft een nieuwe ruimtelijke stedelijke indeling van horeca ter vervanging van de huidige indelingen in het bestemmingsplan (waar per stadsdeel en soms per bestemmingsplan verschillen tussen bestaan). Deze indeling in zwaartecategorieën (van lichte tot zware horeca) komt terug in het voorstel voor de basisregeling van Omgevingsplan. Iedere categorie is Pagina 1 van 12

II.

III.

IV.

V.

VI.

opgebouwd uit horeca-activiteiten (zoals het ten gehore brengen van meer dan achtergrondmuziek, het gelegenheid bieden tot dansen), die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, in plaats van de meer generieke beschrijving van ‘café’ of ‘restaurant’. Hierdoor krijgen ondernemers meer duidelijkheid over wat ze mogen doen en weten omwonenden beter wat ze kunnen verwachten. Bovendien kan er dan beter gehandhaafd worden op afwijken van de passende activiteiten. Dat is nu vaak moeizaam, omdat aangetoond moet worden dat de afwijkende activiteiten niet in ondergeschikte vorm passen bij de bestemmingsplancategorie. Introductie omgevingsvergunning horeca - Hiermee kan vooraf getoetst worden of het concrete horeca-concept passend is op de locatie. Deze omgevingsvergunning horeca wordt eenmalig verstrekt voor onbepaalde tijd en is geldig zolang de activiteiten van het horecabedrijf ongewijzigd blijven. - De omgevingsvergunning horeca biedt een reële beoordeling van de impact van de voorgenomen activiteiten van een horecabedrijf, omdat alle horeca-activiteiten beoordeeld worden, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

Het wordt dan mogelijk voorschriften per activiteit aan de omgevingsvergunning te verbinden, waardoor verzekerd kan worden dat dit bedrijf inderdaad past binnen de omgeving waar het gevestigd is, bijvoorbeeld ten aanzien van het dansen in een bedrijf (tijdstippen, omvang, opstelling wachtrij). Voor ondernemers goed omdat de activiteit dan niet geheel geweigerd hoeft te worden, voor omwonenden omdat het maatwerk biedt voor hun omgeving. - Regulering vooraf en toezicht/handhaving achteraf zijn communicerende vaten. Als (de impact van) de activiteiten niet vooraf getoetst wordt, ontstaan er discussies achteraf. Klachten of signalen moeten dan opgepakt worden door toezicht, waar een gebrek aan capaciteit is. Dit leidt tot onvrede bij omwonenden en onzekerheid bij ondernemers, die dan al geïnvesteerd hebben in hun bedrijf. - Daarbij is het ook goed op te merken dat de omgevingsvergunning horeca in het huidige voorstel overdraagbaar is: pandgebonden en dus niet persoonsgebonden. Zolang de activiteiten van het bedrijf dus niet wijzigen, kan een ondernemer zijn bedrijfsvoering voortzetten of verkopen en wordt hij niet geconfronteerd met het opnieuw/herhaald aanvragen van een omgevingsvergunning horeca en de bijbehorende lasten. - Als de omgevingsvergunning horeca en de beoordeling op activiteiten wegvalt, dan is het vernieuwende karakter van dit beleid minder groot.

In dat geval vervangen we alleen de bestaande categorieën per stadsdeel door nieuwe eenduidige categorieën voor de hele stad. Er vindt dan geen toetsing plaats of de concrete wijze van uitvoeren van die activiteiten zich verdraagt met de omgeving waarin ze plaatsvinden. Het nieuwe beleid kent één openingstijdenregime voor de hele stad, dat aansluit bij de zwaartecategorieën uit het omgevingsplan. De openingstijden blijven wel geregeld via de APV en blijven dus een bevoegdheid van de burgemeester. Er is voorzien in een ruimere ontheffingsmogelijkheid van de openingstijden (categorieën lichte en reguliere horeca uitgesloten). De stad bestaat uit diverse wijken, buurten, straten en locaties. Deze worden ingedeeld in een van de zeven gebiedstypologieën, o.a. een woongebied, een groengebied of een horeca uitgaansgebied. De gebiedstypologieën worden gebruikt om de locaties te koppelen aan een zwaartecategorie in het omgevingsplan. De typologieën geven aan welke horeca er ruimtelijk past in een bepaald gebied, en welke horeca niet past. Het geeft ondernemers en bewoners inzicht in de mogelijkheden aldaar. Gebieden die op dit moment zo in ontwikkeling zijn dat deze niet goed zijn te typeren, noemen we transformatiegebieden. Een voorbeeld van zo’n gebied is De Wallen. Gebiedstypologieën gaan uit van de bestaande situatie.

Terwijl er juist op bepaalde plekken in de stad behoefte is aan een plan voor de toekomst, zoals bijvoorbeeld op De Wallen. In een horeca-ambitieplan worden de specifieke ambities voor een bepaalde plek beschreven. Dat helpt om passende keuzes te maken om zo ervoor te zorgen dat iedere vestiging van horeca op een positieve wijze bijdraagt aan de buurt. De gedachte is dat dit niet alleen goed is voor het woon- en leefklimaat, maar ook voor de ondernemers zelf. Het gebruik van terrassen is duidelijker vastgelegd. Het onderscheid tussen het zomer- en winterregime blijft, wat betekent dat terrassen in de winter in principe om 22:00 uur moeten sluiten, specifieke uitgaansgebieden uitgesloten. Bij herinrichtingen wordt conform de Agenda Amsterdam Autoluw gestreefd naar een minimale doorloopruimte van 2 meter voor voetgangers. Conform de raadsinformatiebrief van wethouder De Vries van 20 januari 2022 wordt het aan een nieuw college over

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 12

VII.

VIII.

gelaten om een nieuwe voetgangersnorm vast te stellen die mogelijk consequenties kan hebben voor de omvang van horecaterrassen. De term ‘mengformules’ vervalt: dit wordt ‘additionele horeca bij winkels’. In delen van Centrum wordt additionele horeca in food-winkels (bakker, cateraar) met dit nieuwe beleid niet toegestaan, wel in reguliere detailhandel (boekwinkel, fietsenwinkel). Dit zorgt voor duidelijkheid bij bewoners en gemeente (handhaving) en voor een eerlijk en gelijk speelveld tussen detailhandel en horeca. Voor alle additionele horeca komt er een meldplicht. Het veiligheidsplan wordt vaker verplicht. In het veiligheidsplan beschrijft de ondernemer hoe hij zorgt voor een veilige zaak en voorkomt dat er wapens en drugs naar binnen komen. Bij de nieuwe horecaactiviteit waterpijpen en een ontheffing openingstijden is een veiligheidsplan verplicht.

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost onderschrijft het stedelijk kader horeca en terrassen. Nu zijn horecacategorieën soms verschillend per stadsdeel. Het is van belang dat er een meer eenduidig beleidskader komt voor de hele stad zodat het voor ondernemers duidelijk is wat ze mogen doen en bewoners weten wat ze kunnen verwachten. Daarbij is het een goede ontwikkeling dat men door middel van het sturen op activiteiten rekening houdt met de impact die horeca kan hebben op de omgeving. Ook heeft de gemeente door de aanpassing van het beleid meer instrumenten om zaken te weren of toezicht te houden op ondernemingen waar rookwaren genuttigd kunnen worden aangezien straks het aanbieden van waterpijpen vergunningplichtig is. Op 14 september 2022 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden voor ondernemers en bewoners in Oost om hen te informeren over het conceptbeleid en de gebiedstypologieën. Ook konden zij reageren op het concept stedelijk kader. Aan de hand van deze reacties is het conceptadvies van het dagelijks bestuur aangepast. De wijzigingen zijn geel gemarkeerd. Consequenties ondernemers De nieuwe categorie-indeling is een verbetering: de zwaartecategorie sluit meer aan bij de activiteiten die worden uitgevoerd en de openingstijden worden hieraan gekoppeld. De nieuwe openingstijden passen veel meer bij de termen voor de categorieën horecazaken.

Wel blijft onduidelijk hoe de nieuwe openingstijden zich verhouden tot het continueren van de bedrijven van bestaande ondernemers met bestaande exploitatievergunningen die iedere vijf jaar herzien worden. Dit kwam ook naar voren tijdens de bijeenkomst met bewoners en ondernemers. Ondernemers maken zich zorgen over de voortzetting van bestaande rechten, de invloed op hun bedrijfsvoering en verkoopbaarheid van het bedrijf. De vraag is hoe het omgevingsplan (waarin op pandniveau staat wat er mag) zich verhoudt tot de exploitatievergunning (die niet op het pand gevestigd is, maar persoonlijk aan de ondernemer) en hoe de indeling in zwaartecategorieën tot stand komt. Zo hoort in het nieuwe beleid bij “lichte horeca” een sluitingstijd van uiterlijk 22:00 uur. In het huidige regime hoort bij de categorie “dagzaak” een openingstijd van uiterlijk 01:00 uur door de week en 03:00 uur in het weekend. In Oost zijn er bedrijven die nu openingstijden hebben tot 01:00 uur door de week en 03:00 uur in het weekend. Bijvoorbeeld, Eethuis Sinbad in de Eerste Oosterparkstraat. Het ligt in de rede dat zij gaan vallen onder zwaartecategorie “zwaar – fastfood”.

Dit kan betekenen dat de ondernemer bij aanvraag van een nieuwe exploitatievergunning (1x per 5 jaar) of bij doorverkoop van het bedrijf waarna de nieuwe ondernemer een nieuwe exploitatievergunning aanvraagt) vroegere openingstijden worden voorgeschreven (doordeweeks sluiten om 00:00 uur en in het weekend om 01:00 uur), terwijl het klantenbestand bestaat uit uitgaanspubliek en studenten die later op de avond een vette hap komen halen. Het dagelijks bestuur vraagt daarom het college inzichtelijk te maken welke consequenties het nieuwe beleid en specifiek de nieuwe openingstijden hebben voor de bestaande ondernemingen. Als blijkt dat de exploitatievergunning herzien moet worden op de dag dat het nieuwe beleid van kracht is, betekent dit dan dat men zich meteen moet aanpassen aan de nieuwe openingstijden? Aangezien dit consequenties zal hebben voor de bedrijfsvoering vragen wij hier nader naar te kijken. Mochten de consequenties te ingrijpend zijn dan zal gekeken moeten worden naar een passende indeling en bijbehorende openingstijden. Gelegenheid bieden tot dansen

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 12

Op pagina 16 van de bijlagen zien we dat bij zowel culturele instellingen als poppodia zaalverhuur is toegestaan. Tegelijkertijd is het bieden van de gelegenheid tot dansen niet toegestaan bij poppodia en zowel wel als niet toegestaan bij culturele instellingen. In Oost zijn er ondernemingen als het Tropeninstituut en de Q-factory waar bijeenkomsten en feesten worden georganiseerd waar wel degelijk gedanst wordt. We vinden het belangrijk dat het toestaan van dansen bij poppodia en culturele instellingen wordt doorgezet. Wij adviseren het college dit dan ook mogelijk te maken. Daarnaast is onduidelijkheid over of zaalverhuur en het toestaan van dansen nog steeds mogelijk is onder het nieuwe beleid bij hotels en andere gelegenheden die zalen verhuren. In hotels als het Mövenpick hotel worden onder andere bruiloften georganiseerd. Ook zijn er cafés en brasserieën die zalen verhuren voor feesten en partijen. Wij adviseren het college dansen mogelijk te blijven maken en helderheid hierover te scheppen richting deze ondernemers. Gezonde voedselomgeving Het is een goede zaak dat als ambitie is opgenomen dat een gezondere voedselomgeving met een aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. In woongebieden en vooral rondom scholen willen we het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks beperken.

In Oost hebben wij als lokale doelstelling voor de Eerste Oosterparkstraat opgenomen dat de horeca hier een gezondheidsimpuls mag hebben, maar het stedelijk kader (en landelijke regelgeving) is nodig om handvatten te krijgen om deze ambitie ook uit te kunnen voeren. Additionele horeca De nieuwe meldplicht voor additionele horeca in winkels is een voordeel: op deze manier kunnen we inzicht krijgen in waar zich additionele horeca bevindt en kan hier beter toezicht worden gehouden. Maar het DB ziet graag meer tools om aan de voorkant te sturen op waar additionele horeca kan worden toegestaan en waar niet. Door te leunen op de meldplicht en het maken van een horeca ambitieplan lopen we als gemeente achter de feiten aan. Tegen de tijd dat een horeca ambitieplan is vastgesteld hebben verschillende ondernemingen de melding al gedaan en is de situatie niet terug te draaien. Additionele horeca kan een mooie bijdrage leveren aan de levendigheid en sociale cohesie in een gebied, denk aan de bakker in de Transvaalbuurt waar een broodje geproefd kan worden of op IJburg, maar is zeker niet overal wenselijk. In het nieuwe beleid vallen bijvoorbeeld ijswinkels onder additionele horeca. Dit zou betekenen dat er binnen iedere detailhandelsbestemming een ijswinkel is toegestaan. In gebieden als de Javastraat en de Dapperbuurt wil je dit kunnen reguleren.

Het evenwicht tussen horeca en detailhandel is bewust gekozen. Het evenwicht wordt in bepaalde gebieden in toenemende mate verstoord door additionele horeca (voorheen mengformules) en het oprekken van de mogelijkheden binnen detailhandel. Om monocultuur en eenzijdigheid in het aanbod in winkelstraten te voorkomen en de detailhandelsbestemming te beschermen verzoekt het DB het college dan ook te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om op wijk-, buurt- of straatniveau op additionele horeca, en specifiek die met een toeristisch aanbod (denk aan eetwinkels, ijssalons etc.), van te voren te sturen, bijvoorbeeld door een vergunningsplicht of deze onder lichte horeca te laten vallen. Ook willen wij de mogelijkheid krijgen een stop op additionele horeca in te voeren als het in een bepaald gebied uit de hand dreigt te lopen. Terrassen Met betrekking tot terrassen wil het DB de volgende opmerkingen meegeven:  Op pagina 18 van de bijlage staat vermeld dat bij additionele horeca geen terrassen of gevelbanken zijn toegestaan. Aanbieders van sportactiviteiten, waaronder ook jachthavens, vallen ook onder additionele horeca. Dit zou betekenen dat deze geen terras meer mogen exploiteren. Als DB vinden wij dit niet uit te leggen en vragen het college hier een uitzondering voor te maken. Sportclubs, jachthavens en andere aanbieders van sport mogen er financieel niet op achteruit gaan.

 In het concept stedelijk kader is alleen gevelverwarming op terrassen toegestaan. Amsterdam had in het verleden een totaal verbod op terrasverwarming ingesteld dat later echter door Raad van State vernietigd. De gemeente Amsterdam heeft vervolgens de uitspraak verwerkt in haar regelgeving. Op basis daarvan zijn ondernemers gaan investeren in verwarming aan de gevel maar zeker ook in verwarming elders op het terras. Op sommige plekken in Oost zijn gevelterrassen niet toegestaan en andere terrassen juist wel, vanwege overlast voor de bewoners, bijv. in Oostpoort en het Beukenplein. Juist daar hebben ondernemers flink geïnvesteerd in terrasverwarming buiten de gevel. In het kader van het zijn van een betrouwbare overheid pleiten wij dan ook voor een overgangsregeling of Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 12

tegemoetkoming als het verbod op terrasverwarming (buiten gevelverwarming) in het beleid wordt opgenomen. Op pagina 30 van de bijlagen van het concept stedelijk kader staat vermeld dat terrassen gelegen zijn aan de gevel van het horecabedrijf of daar tegenover, zijnde op dezelfde stoep aan de straatzijde of aan de overzijde van een weg. Het DB van Oost wil graag de mogelijkheid behouden te kunnen kiezen voor wel of geen gevelterras. In Oostpoort bijvoorbeeld zijn momenteel geen gevelterrassen toegestaan aangezien de slaapkamers van bewoners gesitueerd zijn boven de horeca. Om het woon- en leefklimaat voor deze mensen te waarborgen moet het mogelijk blijven gevelterrassen te weren. Wij vragen het college hoe het stadsdeel maatwerk kan blijven leveren op dit punt zodat gewaarborgd wordt dat gevelterrassen op bepaalde locaties niet zijn toegestaan, waarbij wij dit op een eenvoudige, niet bureaucratische manier willen kunnen regelen (dus niet alleen via een terrassenplan en/of horeca-ambitieplan). Daarnaast willen wij in Oost de mogelijkheid om in sommige gevallen terrasschotten niet mogelijk te maken, bijv. om redenen van stedenbouwkundige aard. Hier moet de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk voor de stadsdeelbesturen worden geboden, eveneens op een eenvoudige, niet-bureaucratische wijze te regelen (dus niet via een terrassenplan en/of horeca-ambitieplan).

In Oost zijn de openingstijden van de terrassen in de zomer ruimer dan in concept-beleidskader wordt voorgesteld, zie tabel hieronder:

Openingstijden zomerterrassen

Huidig beleid Oost

Horeca/voorzieningenclusters

Zo/do: 07:00 – 01:00 uur Vrijdag + zaterdag: 07:0002:00

Gemengde buurten

Zo/do: 07:00-00:00

Woonbuurten

Vrijdag + zaterdag: 07:0001:00 Zo/do: 07:00-23:00

Concept-stedelijk beleidskader Reguliere horeca zo/do tot 00:00 vr/za tot 01:00 Overige horeca tot 01:00 Zo/do tot 00:00 Vr + za tot 01:00

Zo/do tot 22:00 Vr + za tot 23:00

Vrijdag + zaterdag: 07:00-00:00 Wij hebben met deze iets ruimere openingstijden in de zomer in Oost goede ervaringen, en er zijn slechts weinig meldingen van overlast. Wij willen dan ook graag de huidige mogelijkheden voor ondernemers om hun zomerterras te exploiteren, én de mogelijkheid voor onze bewoners om op de huidige tijdstippen in de zomer een terrasje te pakken, behouden. Wij vragen het College dan ook dat de openingstijden van de zomerterrassen in het stedelijk beleidskader worden verruimd of dat de stadsdelen de mogelijkheid geboden wordt af te wijken als zij dit mogelijk achten: - in lokaal horecacluster ma/do tot 01.00 u en vr/za tot 02.00 u. - in woonbuurten ma/do tot 23.00 u. en vr/za. tot 00.00 u. - voor gemengde gebieden sluiten wij aan bij het concept-stedelijk beleid: ma/do tot 00.00 u. en vr/za tot 01.00 u.  De algemene lijn voor sluitingstijden voor winterterrassen is nu 22.00 uur. Via horeca-ambitieplannen of terrassenplannen is het mogelijk deze openingstijden aan te passen. Het DB stelt voor om de standaardopeningstijd voor winterterrassen (algemeen) te beperken tot 20.00 u. en voor horecaclusters (en mogelijk de zwaardere categorieën) naar 22.00u. Op deze manier zorgen we voor een rustperiode en kunnen we het gebruik van terrasverwarming verminderen. Om een aangenaam terras te hebben in de winter is vrijwel altijd terrasverwarming nodig.

Dit is slecht voor het milieu en het gebruik hiervan wil het DB zoveel mogelijk vermijden.  Voor terrassen is opgenomen dat het meubilair zoveel mogelijk binnen moet worden opgeruimd. Als het toch buiten blijft staan moet het zo worden opgeruimd dat het niet gebruikt kan worden. Er wordt geen Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 12

onderscheid gemaakt in winter- of zomerterras. Dit betekent dat terrassen het jaar rond in de openbare ruimte kunnen blijven staan. Gezien de druk op de openbare ruimte is dit onwenselijk. Het DB adviseert dan ook een opruimplicht op te nemen voor winterterrassen. In het concept stedelijk kader wordt een onderscheid gemaakt tussen gelegenheden met alleen een gevelterras en gelegenheden met een gesplitst terras met betrekking tot roken. In het eerste geval mag op het gevelterras wel gerookt worden, in het tweede geval niet, maar wel op het terras dat niet aan de gevel ligt. Dit leidt het tot onduidelijkheid voor klanten, in het algemeen, maar ook bijv. als er twee gelegenheden naast elkaar liggen waarvan beiden een gevelterras hebben en één ook nog een terras dat niet aan de gevel ligt. Op het ene gevelterras mag dan wel gerookt worden, op het andere niet. Ook kan het tot verplaatsing van rokers leiden naar een gebied buiten het terras, waar mogelijk woningen liggen. Bovendien wordt er op deze manier teveel gevraagd van ondernemers in het kader van handhaving. Wij vragen het college om voor ondernemers en klanten in de horeca een duidelijke keuze te maken: of er mag gerookt worden op ieder terras, of niet.

Als er gekozen wordt om roken op terrassen mogelijk te blijven maken, kunnen ondernemers, waar zij en hun klanten dit wenselijk vinden, dan eventueel zelf nog een scheiding maken in een niet roken- en rokendeel op hun terras, zoals nu soms ook gebeurt. Het niet toestaan van activiteiten op terrassen is te verstrekkend en uitsluitend. Het is denkbaar in een aantal gevallen toch activiteiten op een terras toe te staan, denk aan het organiseren van een activiteit op Koningsdag of als het Nederlands elftal speelt. Wij verzoeken het college dan ook dit mogelijk te maken middels een vergunningsplicht.

Gebiedstypologieën Wij vragen het college nogmaals te kijken naar de gebiedstypologieën en de daarbij toegestane zwaartecategorieën. Bij de invulling van de gebiedstypologieën op de kaart in Oost bleek dat er bestaande ondernemingen met een zwaartecategorie ‘zwaar-uitgaan’ zijn die niet passend zijn in de gebiedstypologie. Bijvoorbeeld hotel Arena en hotel Generator binnen de gebiedstypologie ‘groen’ of club Panama binnen de gebiedstypologie ‘woongebied’. Op basis van het omgevingsplan mogen zij hun onderneming voortzetten op deze locatie, maar ze worden niet weergegeven op de kaart. Dit geeft een onjuist beeld richting omwonenden en roept vragen op of dergelijke ondernemingen bestaan in Oost of impliceert onterecht dat het DB deze ondernemingen niet wil toestaan. Om duidelijkheid te scheppen pleit het DB Oost voor een aanwijzing op de kaart door middel van een sterretje of ander alternatief. Gebiedstypologie “Werkgebied” Binnen de gebiedstypologie “werkgebied” zijn alle zwaartecategorieën toegestaan. Alleen “zwaar (uitgaan)” is toegestaan onder voorwaarden. Dit impliceert dat horecabedrijven zich op bedrijventerreinen eindeloos mogen vestigen, omdat hier weinig tot geen overlast verwacht wordt. Vaak liggen deze gebieden dan ook afgelegen of aan de randen van de stad.

Echter, in stadsdeel Oost hebben we bedrijventerreinen zoals de Veemarkt, de bedrijvenstrook op het Zeeburgereiland, de A2 zone & Joan Muyskenweg. Op of naast deze gebieden wordt ook gewoond. Om de balans tussen horeca en wonen in deze gebieden te bewaken pleiten wij ervoor voor de gebiedstypologie “werkgebied” ook de zwaartecategorieën “middelzwaar, middelzwaar plus en zwaar (fastfood)” op te nemen als toegestaan onder voorwaarden. Op deze manier kan beter gestuurd worden op of en waar zwaardere horeca is toegestaan op bedrijventerreinen. Horeca-ambitieplannen Het beleid wordt per gebied uitgewerkt in de horeca-ambitieplannen, die de dagelijks besturen van de stadsdelen vaststellen. Deze plannen zorgen voor de gebiedsgerichte invulling van het stedelijk kader in samenspraak met bewoners én ondernemers. De pilot in Oost gaf veel inzicht in de bruikbaarheid van het kader. Tegelijk bleek ook dat het opstellen van een dergelijk plan, en het zorgvuldig betrekken van bewoners en ondernemers hierbij, veel inzet vergt. Wij vragen aandacht voor de benodigde projectcapaciteit zodat het proces naar de horeca-ambitieplannen zorgvuldig verloopt. Uitvoering Tot slot hebben wij nog een aantal opmerkingen ten aanzien van de uitvoering:  Het is onduidelijk of de omgevingsvergunning horeca wordt verstrekt op basis van de activiteiten die de

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 12

ondernemer uitvoert of op basis van de zwaartecategorie of op een combinatie hiervan. In het kader wordt vermeld dat in het omgevingsplan regels zijn opgenomen of een bepaalde horeca-activiteit op een locatie is toegestaan. Later wordt vermeld dat wordt getoetst of het type horeca-activiteit past binnen de zwaartecategorie op de gevraagde locatie. Graag krijgen wij hier meer duidelijk over. Ditzelfde geldt voor de exploitatievergunning. Er wordt aangegeven dat het openingstijdenstelsel aansluit bij de zwaartecategorieën, maar er wordt niet aangegeven op basis waarvan de exploitatievergunning wordt verleend. In de begripsomschrijving van de zwaartecategorie ‘regulier’ wordt aangegeven dat er een zelfstandige keuken is. Echter, in meerdere zwaartecategorieën is sprake van het bereiden van eten. Graag krijgen wij meer duidelijkheid over het begrip zelfstandige keuken en waarom dit niet geldt voor andere zwaartecategorieën.

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

De stadsdeelcommissie heeft naar aanleiding van het concept-advies van het dagelijks bestuur een tweetal moties in stemming gebracht.

Motie 1: Onderwerp Terrasverwarming De stadsdeelcommissie, Gehoord de discussie over stedelijk beleidskader horeca en terrassen incl. gebiedstypologieën Constaterende dat:  We op dit moment in een klimaat- en energiecrisis zitten.  Terrasverwarmers veel energie verbruiken om de buitenlucht te verwarmen.  Een terras verwarmen kost gemiddeld 1,5 m³ gas per uur. Een huishouden verbruikt gemiddeld 3 m³ gas per dag. Met twee uur een terras verwarmen wordt dus net zo veel gas verbruikt als bij een huishouden gedurende een hele dag. In tijden van energieschaarste is het niet te verantwoorden dat we de buitenlucht verwarmen en tegelijkertijd huishoudens in de kou laten zitten.  Verduurzaming van de stad hoog op de agenda staat en in het coalitieakkoord wordt gevraagd om gezamenlijke verantwoordelijkheid om de klimaatcrisis aan te pakken. Verzoekt het dagelijks bestuur  Een algeheel verbod op terrasverwarming in de horeca mee te nemen in het advies aan het college.  Hierbij te onderzoeken of ondernemers die recentelijk hebben geïnvesteerd in terrasverwarming een tegemoetkoming kunnen ontvangen.  Samen met ondernemers te zoeken naar (creatieve) oplossingen, zoals windschermen of warme dekens. Deze motie is verworpen met 7 stemmen voor en 7 stemmen tegen. Hiervoor stemden de fracties van GroenLinks, Partij van de Arbeid en Denk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15189426/1