CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. 20210616 brief zienswijze omgevingsverordening NH2022 gem Amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de zienswijze op de ontwerp Omgevingsverordening NH 2022. (ZD2021-008044)1.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Weesperplein 8 1018 XA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Telefoon 14 020 Amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam

College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Postbus 3007 2001 DA Haarlem

Datum

16 juni 2021 MH/CVD 20210616 Uw kenmerk 1618703 Behandeld door Marjanne Hettinga en Camiel van Drimmelen, Ruimte en Duurzaamheid m.hettinga@amsterdam.nl , 06 83593432 c.van.drimmelen@amsterdam.nl, 06 51537635 Kopie aan Wethouder M. van Doorninck Bijlage(n) Zienswijze per artikel OV Noord-Holland 2022 Ons kenmerk

Onderwerp

Zienswijze ontwerp Omgevingsverordening Noord-Holland 2022

Geacht college van Gedeputeerde Staten,

De gemeente Amsterdam maakt met deze brief graag gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op het ontwerp van de provinciale Omgevingsverordening 2022. Allereerst willen wij opmerken dat we verheugd zijn dat de bovenwettelijke provinciale regels ten aanzien van de realisatie van windparken zijn vervallen. Met deze provinciale verordening verwachten we dat we uitvoering kunnen geven aan de opgave ten aanzien van het opwekken van duurzame energie volgens het programma van de RES. Op andere punten is naar onze mening onvoldoende gehoor gegeven aan onze zienswijze op de omgevingsverordening van 2020. Vandaar dat een aantal punten die we hieronder inbrengen aansluiten op de reactie van 2020. We onderschrijven de landschappelijke doelstellingen die de provincie stelt. Het behoud en ontwikkeling van de landschappelijke waarden zijn van groot belang voor Amsterdam, zeker nu de stad verder verdicht, ook in de flanken. Daarbij worden de stadsranden steeds belangrijker voor recreatie en groen. De druk op de voorzieningen in deze stadsranden neemt hiermee verder toe en vraagt soms om een herordening of kwaliteitsslag. In een aantal gebieden die zijn aangeduid als Landelijk Gebied of BPL passen de geldende regels niet goed bij de dynamiek en situatie. Hiermee staan ze een kwaliteitsimpuls in de weg. In de praktijk lopen wij tegen de grenzen van de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 16 juni 2021 Kenmerk MH/CVD 20210616 Pagina 2 van 5

verordening aan; die bieden ons geen mogelijkheid een goede ruimtelijke afweging te maken. De opzet van de regels is dusdanig strikt dat een ontwikkelingsgerichte benadering van bestaande functies zoals parken of sportparken niet of nauwelijks mogelijk is. We vragen daarom om meer mogelijkheden voor maatwerk in de verordening. Door het uitbreiden van het toepassingsbereik van het verbod op het toevoegen van vierkante meters bebouwing in Landelijk Gebied komt hier een extra knelpunt bij: Ook kleine woninguitbreidingen zoals een uitbouw of bijgebouw worden niet meer toegestaan. Dit is een beperking ten opzichte van de geldende verordening NH2020, die niet in het belang is van een leefbaar en vitaal Landelijk Gebied. We vragen om deze mogelijkheden niet verder te beperken. Tot slot zien we ook een aantal nieuwe ontwikkelingen op ons af komen die juist om meer regie vragen van de provincie en waar in onze ogen juist de provinciale Omgevingsverordening een stevig instrumentarium biedt om deze ontwikkelingen te geleiden. We denken dat met name op het vlak van circulariteit, de afvang, opslag en (her)gebruik van CO2, waterstof en biomassa de provincie stevigere regels en omgevingswaarden moet stellen om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden. Naast deze algemene beschouwing willen we in deze brief aan de hand van vijf punten onze zienswijze preciezer toelichten. a.

Windenergie b. Biomassa als energiebron c. Industrieterrein van provinciaal belang, incl. onbruikbare regel over behoud milieucategorie d. Begrenzingen Landelijk gebied en Bijzonder Provinciaal Landschap met bijbehorende regels e. Regionale afstemming Ad a. Windenergie Zoals aangegeven verwachten we met deze provinciale verordening uitvoering te kunnen geven aan de opgave ten aanzien van het opwekken van duurzame energie. De inwerkingtreding van de Omgevingsverordening NH2022 is afhankelijk gemaakt van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt verwacht op 1 juli 2022. Het zal voor de verdere uitvoering van de RES nodig zijn om te kunnen anticiperen op voorliggende Omgevingsverordening NH2022 en we vragen daarbij in voorkomende gevallen om uw medewerking.

Ad b. Biomassa als energiebron Amsterdam en de provincie zijn de afgelopen periode samen in gesprek over biomassa en hebben geconstateerd dat hierop meer regie vanuit de overheid is gewenst. De omgevingsverordening lijkt bij uitstek geschikt om zowel voor omgevingsvergunningen milieu als omgevingsplannen regels te stellen die de inzet van biomassa als energiebron in goede banen leidt. In dit kader zoeken we graag gezamenlijk met de provincie naar de mogelijkheden en wijze waarop de omgevingsverordening hierin kan bijdragen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 16 juni 2021 Kenmerk MH/CVD 20210616 Pagina 3 van 5

Ad c. Industrieterrein van provinciaal belang In deze verordening worden, net als in de Omgevingsverordening NH2020, het havengebied én de stedelijke bedrijventerreinen in Sloterdijken-West aangewezen als Industrieterrein van Provinciaal belang. Dat leidt tot onnodige en ongewenste beperking van de verdichting van deze stedelijke bedrijventerreinen. Bij de vaststelling van de Omgevingsverordening NH2020 is afgesproken dat provincie en gemeente zoeken naar oplossingen voor de ontwikkeling en verdichting van Sloterdijken-West. Deze gesprekken verlopen constructief, maar hebben nog niet geleid tot een oplossing. Ondernemers en ontwikkelaars in dit gebied, alsook de gemeente, kunnen daardoor nog niet verder met de intensivering en verdichting van de gebieden ten zuiden van de A5. Daarom vragen we in deze zienswijze nogmaals aandacht voor dit onderwerp. In essentie zijn wij het eens over het basisprincipe dat wij een gebied moeten reserveren voor haven- en industrieactiviteiten. Zoals wij ook in de vorige reactie hebben aangegeven zien wij een aantal gebieden langs de randen van het havengebied als overgangsgebied naar meer stedelijk gebied. De begrenzingen van het gebied dat exclusief als werkgebied geldt verandert daarmee niet, maar wel de aard van de toegelaten bedrijven.

Inmiddels is dit eerder ingebracht standpunt middels de ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam uitgewerkt en nader afgebakend. Graag hadden we gezien dat dit ook in de Omgevingsverordening 2022 zou zijn opgenomen. We gaan ervan uit dat het voortzetten van de dialoog tussen provincie en gemeente leidt tot maatwerkoplossingen. Onbruikbare regel over behoud milieucategorie In de regeling voor het industrieterrein van provinciaal belang wordt geregeld dat in omgevingsplannen de milieucategorie niet verlaagd mag worden. Onder de Omgevingswet zal echter het ‘groene boekje’, de milieu- en bedrijvenzonering van de VNG, komen te vervallen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de milieu- en ruimtelijke regels geïntegreerd in het omgevingsplan. De VNG heeft hiervoor een nieuwe handreiking Milieuzonering nieuwe stijl opgesteld. Het is nog niet bekend hoe de gemeente Amsterdam dit gaat vormgeven in het omgevingsplan, maar het lijkt ons niet wenselijk dat de provinciale instructieregels gemeenten dwingen om een verouderde systematiek te blijven gebruiken waarvan de VNG al jaren geleden afstand heeft genomen. We verzoeken de provincie de regeling in artikel 6.29e vorm te geven op basis van de Omgevingswet.

Ad d Landelijk Gebied, Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) en bijbehorende regels Het behoud en ontwikkeling van de landschappelijke waarden zijn van groot belang voor Amsterdam, zeker nu de stad verder verdicht, ook in de flanken. Daarbij worden de stadsranden steeds belangrijker voor recreatie en groen. De druk op de voorzieningen in deze stadsranden neemt hiermee ook toe en vraagt soms om een herordening of kwaliteitsslag. In een aantal gebieden die zijn aangeduid als Landelijk Gebied of BPL passen de geldende regels niet goed bij de dynamiek en situatie. Hiermee staan ze een kwaliteitsimpuls in de weg. Dit zien we met name in de stadsranden bij sport- en recreatieve voorzieningen, volkstuinen en de kleine kernen in Amsterdam Noord terug. Voor de gebieden op de overgang van stad naar land en in de kleine

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 16 juni 2021 Kenmerk MH/CVD 20210616 Pagina 4 van 5

kernen zouden we graag meer flexibiliteit terugzien in de omgevingsverordening 2022. Het gaat ons daarbij uitdrukkelijk niet om het uitbreiden van het stedelijk areaal, maar om de mogelijkheid van kleine veranderingen die een kwaliteitsimpuls betekenen passend bij bestaande functies in Landelijk Gebied en BPL. Voorbeelden zijn: - Kleine uitbreidingen bij woningen als een aanbouw of bijgebouw (NB: vergelijkbaar bij de mogelijkheden die de Omgevingsverordening 2020 bood); - De ruimte om, in het geval van een herstructurering, kleine uitbreidingen toe te voegen op bijvoorbeeld sportparken en volkstuinparken. De bijlage bij deze brief biedt meer toelichting op deze voorbeelden. Indien nodig gaan wij hier graag over in gesprek met de provincie om te komen tot maatwerkoplossingen. Met betrekking tot de begrenzingen van Landelijk Gebied, BPL en bijbehorende regels zien we dat een aantal begrenzingen achterhaald zijn, doordat op en net over deze grenzen infrastructuur is of wordt aangelegd. Dit is onder meer het geval bij de verbreding van A10 rondom Zuidas en de recent afgeronde aanpassingen van de A9 in Amsterdam Zuidoost. In andere gevallen is onvoldoende rekening gehouden met de geldende bestemmingsplanmogelijkheden. Een aanpassing van de begrenzing lijkt ons voor de hand liggen. Voor een overzicht van de gevraagde aanpassingen verwijs ik naar de bijlage van deze brief.

Ad e Regionale afstemming We constateren dat de huidige regeling van regionale afspraken zoals opgenomen in artikel 6.13 van de Omgevingsverordening en nader uitgewerkt in de GS-regels niet optimaal functioneert. Hoewel Amsterdam het belang van regionale afstemming onderschrijft, blijft het in de praktijk een lastige zoektocht wanneer en op welke tafel die afstemming het beste plaats kan vinden. De uitkomst van de zoektocht verschilt sterk per plan en is afhankelijk van meerdere factoren (aard en omvang, situering, fasering etc.). Naar onze mening biedt de huidige regeling met vastgelegde afspraken op college-niveau niet de gewenste flexibiliteit om de passende vorm van afstemming (maatwerk) te kiezen. Daarom willen we u graag verzoeken om, samen met andere gemeenten, te onderzoeken hoe deze regeling in de praktijk functioneert en waar de verbeterkansen liggen. In dat verband wijzen we ook graag op de ontwikkelingen binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het Platform Noordzeekanaalgebied (NZKG). De plannen voor een nieuwe organisatiestructuur van de MRA en betere samenwerking binnen het NZKG bieden wellicht mogelijkheden om de regionale afstemming beter te laten aansluiten bij die regionale samenwerkingstrajecten. Wij begrijpen dat een dergelijke verkenning te omvangrijk is om bij de vaststelling van deze verordening mee te nemen.

Graag vernemen wij of u bereid bent om dergelijk onderzoek te starten. In de bijlage vindt u enkele voorstellen voor aanpassing van de omgevingsverordening om nu al enkele verbeteringen toe te passen in de regeling met betrekking tot de regionale afstemming, zoals een verzoek tot verduidelijken dat de verplichting tot regionale afstemming geldt ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen met bovenlokale effecten. De verplichting zoals nu

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam

Datum 16 juni 2021 Kenmerk MH/CVD 20210616 Pagina 5 van 5

opgenomen in artikel 6.13 geldt ten aanzien van alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen, ook al worden de effecten beperkt tot de gemeentegrens. In de bijlage treft u onze meer thema’s omvattende en gedetailleerde zienswijzen per artikel van de verordening aan. Wij wensen u wijsheid en succes bij het verwerken van de zienswijzen. Namens het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, Hoogachtend,

Josja van der Veer, Directeur Ruimte en Duurzaamheid

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469521/1