CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 Nota van beantwoording - adviezen_stadsdelen_WEB-DT.pdf

RAAD 3 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Horecabeleid 2025 (VN2025-003346)11.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

9 alinea's met “sluiting”: 51 93 94 161 205 207 221 223 225

Nota van beantwoording Op de adviezen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp op het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Inhoud

1.

Inleiding4 1.1 Toelichting adviesvraag dagelijks besturen  4

2.

Algemene adviezen  5 2.1 Steun voor het belang van stedelijk horecabeleid 5 2.2 Proces5 2.3 Zorgen over uitvoerings- en handhavingscapaciteit 6 2.4 Bevoegdheden7

3.

Openingstijden horeca

8

4.

Horeca zwaartecategorieën

11

5.

Terrassen14 5.1 Algemeen14 5.2 Openingstijden terrassen 15 5.3 Tropisch Weer Scenario 15 5.4 Terrassenplannen en specifieke regelingen 16 5.5 Terrasverwarming17 5.6 Roken op terrassen 18

6.

Horeca vergunningen en activiteiten 19 6.1 Typen horeca vergunningen 19 6.2 Sturen op horeca-activiteiten 20 6.3 Rechtspositie ondernemers en overgangsrecht 21 6.4 Zelfregulering21

7.

Additionele horeca bij winkels

8.

Gebiedsuitwerking23 8.1 Werken met gebiedstypologieën 23 8.2 Van horeca-ambitieplan naar horeca toekomstplan 25

9.

Overige onderwerpen 27 9.1 Veiligheidsplan27 9.2 Aanpak (stem)geluid 27 9.3 Toegankelijkheid27 9.4 Voetgangersbeleid28 9.5 Gezonde leefomgeving 28 9.6 Duurzaamheid en afval 29 9.7 Beloning ondernemers 29

Bijlage 1. Overzicht wijzigingen tussen concept beleid (2022) en definitief beleid (2025)

2

Nota van beantwoording

22

30

gemeente Amsterdam

3

1. Inleiding 1.1 Toelichting adviesvraag dagelijks besturen Het Horecabeleid 2025 komt in plaats van het horecabeleid dat de stadsdelen en stadsgebied Weesp momenteel hanteren. Bij de totstandkoming van het beleidskader is veelvuldig ambtelijk overleg geweest met de stadsdelen over de dagelijkse vraagstukken, knelpunten en problematiek op het gebied van horeca. Het college dient bij het voorbereiden van het stedelijke kader advies te vragen aan de dagelijks besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie Weesp. Ten aanzien van horeca geldt dat de voorzitters van de dagelijks besturen in mandaat van de burgemeester verantwoordelijk zijn voor het verlenen van exploitatievergunningen en het toezicht en de handhaving hierop. De dagelijks besturen hebben bevoegdheden ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van horecavestigingen en toezicht en handhaving hierop. Conform artikel 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een dagelijks bestuur over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel. Het dagelijks bestuur legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het dagelijks bestuur neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5).

Afwijkingen van het advies motiveert het dagelijks bestuur. Dit geldt ook voor de adviezen van de dagelijks besturen die het college van B&W niet overneemt in het voorstel dat aan de raad wordt voorgelegd. De adviesperiode liep gelijk aan de inspraakperiode voor belanghebbenden en liep van 8 maart t/m 13 oktober 2022 (inclusief verlengingen). Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 Paragraaf 3 – de verhouding tot het college en de burgemeester Artikel 12: advies 1. Het college en de burgemeester betrekken het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op de 2. taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur of het dagelijks bestuur een rol krijgt in de uitvoering van die kaders. 3. Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wint het college of de burgemeester bij het dagelijks bestuur advies in. 4. Bij het inwinnen van advies verstrekt het college en de burgemeester de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. Het college en de burgemeester kunnen ten aanzien van de informatie en het voorstel geheimhouding opleggen. 5.

Het college of de burgemeester stelt voor het advies een termijn vast. Deze termijn bedraagt minimaal zes weken, waarbij recesperiodes niet worden meegeteld. In uitzonderlijke gevallen kan het college of de burgemeester gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. 6. Het college of de burgemeester legt de adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie samen met het voorstel aan het college en de raad voor. Indien het college of de burgemeester in het voorstel afwijkt van het advies van het dagelijks bestuur, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken.

4

Nota van beantwoording

2. Algemene adviezen 2.1 Steun voor het belang van stedelijk horecabeleid De dagelijks besturen onderschrijven praktisch unaniem de aanleiding om tot één nieuw stedelijk kader voor horeca en terrassen te komen. De wens voor een eenduidig, helder kader met uniforme regels wordt onderschreven, waarin ook de mogelijkheid bestaat tot het leveren van maatwerk voor wat goed is voor bewoners en ondernemers in een gebied en voor de stad als geheel (Oost, Nieuw-West, Weesp, Zuid, Centrum en Noord). Tevens wordt door de dagelijks besturen aangegeven dat het een positieve ontwikkeling is dat in het nieuwe beleidskader, door te sturen op activiteiten, rekening wordt gehouden met impact van horeca-activiteiten op de omgeving (Oost, Nieuw-West, Weesp, Zuid, en Noord). Daarnaast geeft een aantal dagelijks besturen aan dat het prettig is dat er meer instrumenten komen om zaken te weren of toezicht te houden, met name ten aanzien van de activiteit waterpijp roken en het aanbieden van fastfood. Men is positief over het feit dat een gezondere voedsel-omgeving wordt benoemd in het kader en ziet voor de aanpak van ondermijning verbeteringen. Ook wordt aangeven dat de nieuwe zwaartecategorieën beter aansluiten bij de feitelijke horeca activiteiten en dat de openingstijden passend zijn (Oost).

Ten slotte wordt benadrukt dat de dagelijks besturen het van belang vinden dat terrassenplannen die in het verleden zijn opgesteld van kracht blijven: dit wordt expliciet gemaakt in het concept beleidskader en wordt onderschreven door een aantal dagelijks besturen. Antwoord Goed om te vernemen dat de dagelijks besturen de uitgangspunten van het nieuwe beleidskader ondersteunen. Het college is blij met de waardering voor de nieuwe instrumenten die zijn opgenomen in het beleidskader.

2.2 Proces Over het proces van totstandkoming en besluitvorming van het nieuwe beleidskader wordt vanuit de stadsdelen advies gegeven over enerzijds de manier van behandeling en implementatie, en de betrokkenheid van inwoners en ondernemers bij het proces anderzijds. Zo wordt geadviseerd op een integrale behandeling van het beleidskader, de gebiedstypologieën en eventueel het horeca ambitieplan. Daarnaast wordt geadviseerd de inwerkingtreding van het nieuwe beleid te heroverwegen naar (minimaal) 1 jan 2024 i.v.m. druk op Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). Ten slotte wordt geadviseerd om bij de keuze voor de datum van inwerkingtreding rekening te houden met voldoende implementatietijd. Daarnaast wordt geadviseerd om inwoners en ondernemers nadrukkelijk te blijven betrekken bij besluitvormingsstappen. Hierbij ook het verzoek om participatie en/of inspraak specifieker uit te werken, met name ten aanzien van het proces met de gebiedstypologieën. Antwoord Het proces van totstandkoming en besluitvorming van het nieuwe beleidskader kent een lange adem, niet in de laatste plaats vanwege de koppeling met de Omgevingswet. Na verschillende keren uitstel geldt de wet nu sinds 1 januari 2024. Besluitvorming over het horecabeleid vindt nu plaats in 2025, terwijl dit oorspronkelijk veel eerder was voorzien.

Dit brengt wel het voordeel met zich mee dat afgelopen jaren samen met de afdelintgen VTH van de stadsdelen kon worden gewerkt aan de voorbreiding voor de implementatie.

gemeente Amsterdam

5

Het beleidskader heeft de verplichte werking met gebiedstypologieën losgelaten. Na vaststelling van het stedelijke beleid, kan er uitvoeringsbeleid op stadsdeelniveau worden vastgesteld. Hierbij zal de particpatie op stadsdeelniveau georganiseerd worden. Na vaststellen van het beleid moeten de gewijzigde juridische regels nog worden vastgesteld door de gemeenteraad, voordat het nieuwe horecastelsel van kracht is. Ten slotte beaamt het college dat betrokkenheid van inwoners en ondernemers bij het proces van belang is. In een dergelijk langlopend project verloopt deze betrokkenheid en inspraak in golfbewegingen: na een periode van veel gesprek met de stad in 2022, is daarna een periode aangebroken van aanpassen, herschrijven, heroverwegen en het maken van een juridische vertaling van het beleid naar het omgevingsplan en de APV. Na het vaststellen van het horecabeleid en Nota’s van Beantwoording door het college, wordt ingezet op het zo goed mogelijk informeren van insprekers en andere belanghebbenden, alvorens het nieuwe beleidskader ter vaststelling wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In bijlage 1 bij deze nota is een overzicht toegevoegd van de verschillen tussen het concept beleidskader en het beleid zoals dat aan de gemeenteraad ter vaststelling wordt voorgelegd.

2.3 Zorgen over uitvoerings- en handhavingscapaciteit Het beleidskader heeft impact op het takenpakket van de afdeling Vergunningen, toezicht en handhaving (Bouw & Gebruik) van de stadsdelen (hierna: VTH). Uit dit beleidskader vloeien verschillende nieuwe taken voort. Daarnaast wordt een toename in het aantal ingediende bezwaren verwacht vanwege de indeling in nieuwe horeca zwaartecategorieën en vanwege de nieuwe omgevingsplanvergunning horeca. Ook moet VTH rekening houden met inzet op vragen van bewoners en ondernemers over het nieuwe beleidskader en concrete toepassing ervan. De afdelingen VTH hebben reeds met een capaciteitsprobleem te maken. Aan het college wordt gevraagd om te voorzien in voldoende formatie dan wel middelen om de ambities uit dit nieuwe beleidskader te kunnen uitvoeren. Bij het concept beleidskader ontbreekt nog een analyse van de impact die het stedelijk beleidskader heeft op de uitvoering. In paragraaf 5.1. Vergunningverlening wordt aangegeven dat nadere uitwerking in een uitvoeringsnota volgt. In die uitvoeringsnota dient ook de impact op toezicht en handhaving te worden meegenomen. Het dagelijks bestuur vraagt aan het college om deze uitwerking te doen voorafgaand aan definitieve vaststelling van het beleidskader en dit te verwerken in een uitvoeringsparagraaf in het definitieve beleidskader. Antwoord Er wordt i.s.m.

met Regie, advies en projecten (RAP) van VTH gewerkt aan de uitvoering van het beleid: zowel de implementatieperiode evenals de nieuwe werkwijze voor de VTH collega’s. Hierbij is inzichtelijk gemaakt welke ureninzet voor de implementatie van het nieuwe horecabeleid nodig is. Met deze kosten is rekening gehouden bij het vaststellen van het beleid: dit is uitvoerbaar voor de afdelingen VTH van de stadsdelen. Aanpassing In het beleidskader wordt toegelicht hoe het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving verloopt (hoofdstuk 7).

6

Nota van beantwoording

2.4 Bevoegdheden Het dagelijks bestuur van Stadsgebied Weesp heeft specifiek een opmerking over van hun bevoegdheden. Ten eerste vraagt zij zich af of het gelijktrekken van de diverse horecaregimes een doelstelling is en of de bestuurscommissie Weesp hierover zeggenschap heeft. Daarnaast verzoekt stadsgebied Weesp dat het mandaat van stadsdelen en Dagelijks Besturen gelijk is aan het mandaat van het stadsgebied en de Bestuurscommissie inzake het horecabeleid. Antwoord De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp heeft een zelfde rol heeft als de stadsdeelcommissies van de stadsdelen, die in feite óók bestuurscommissies zijn. De afwijkende samenstelling van de bestuurscommissie Weesp ten opzichte van de stadsdeelcommissies heeft daar geen invloed op.

gemeente Amsterdam

7

3. Openingstijden horeca Uit de adviezen van de stadsdelen blijkt dat de nieuwe openingstijden gezien worden als beter passend dan de huidige termen dag, avond- en nachtzaak met bijbehorende tijden. Wel blijft onduidelijk hoe de nieuwe openingstijden zich verhouden tot het continueren van de bedrijven van bestaande ondernemers met bestaande exploitatievergunningen die iedere vijf jaar herzien worden. Er wordt expliciet gevraagd om inzichtelijk te maken welke consequenties het nieuwe beleid heeft op de openingstijden voor bestaande ondernemingen. Ook dient er duidelijkheid te komen over wáár de openingstijden worden vastgelegd: in de APV of in het Omgevingsplan. Antwoord Aan de horecacategorieën koppelen we ook de openingstijden van de zaak. Voor ondernemers en omwonenden is het dan vooraf duidelijk wat er kan en mag op een bepaalde plek. Tot nu toe regelen we de openingstijden los van het bestemmingsplan in de Algemene Plaatselijke Verordening. Daarin staat het volgende openingstijden regime: Openingstijden alcoholverstrekkende bedrijven Dagzaak: van 07.00 tot 01.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 03.00 uur. Avondzaak: van 09.00 tot 03.00 uur en in het weekeinde van 09.00 tot 04.00 uur Nachtzaak: van 09.00 tot 04.00 uur en in het weekeinde van 09.00 tot 05.00 uur.

Openingstijden alcoholvrije bedrijven In stadsdeel Centrum: van 07.00 tot 03.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 04.00 uur. Buiten stadsdeel Centrum: van 07.00 tot 01.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 03.00 uur. De gemeente Amsterdam maakt in het huidige beleid een onderscheid tussen alcoholvrije en alcoholverstrekkende bedrijven. De meeste zaken (+/- 70%) zijn alcoholverstrekkende bedrijven. Ongeveer 125 bedrijven hebben een avondzaakvergunning, veelal zijn dit wat in de volksmond een nachtcafés worden genoemd. Voor bedrijven die geen alcohol schenken, gelden momenteel de tijden voor alcoholvrije bedrijven. De openingstijden voor deze bedrijven zijn afhankelijk van hun locatie: er wordt onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten stadsdeel Centrum gelegen. In het nieuwe beleidskader komt dit onderscheid tussen alcoholvrij en alcoholverstrekkend te vervallen. In de zwaartecategorie lichte horeca (openingstijden van 06.00 tot 22.00 uur) is alcohol schenken niet toegestaan. De komst van de Omgevingswet zorgt er voor dat alle regels die gaan over activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. Daarom worden, in tegenstelling tot hetgeen staat opgenomen in het concept beleidskader, de openingstijden van de horecabedrijven opgenomen in het omgevingsplan en niet meer in de APV. Dit betekent t.a.v.

de openingstijden een verschuiving van bevoegdheden van de burgemeester, gemandateerd aan de voorzitter van het DB, naar het college gemandateerd aan het DB. Wat blijft bestaan, is dat met oog op de openbare orde en veiligheid aan de exploitatievergunning beperkingen gesteld kunnen worden, op basis van de APV. Dit blijft de bevoegdheid van de burgemeester, gemandateerd aan de voorzitter van het DB. Met het openingstijdenregime gekoppeld aan de zwaartecategorieën introduceert het beleid twee vroegere sluitingstijd categorieën.

8

Nota van beantwoording

De huidige dagzaak, van 07.00 tot 01.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 03.00 uur gelden op dit moment voor veel verschillende bedrijven waaronder lunchroom, café, restaurant, koffiehuis, bistro, eetcafé en ijssalon. In de praktijk hebben veel ondernemers deze ruime tijden niet nodig, met name voor lunchrooms, koffiehuizen, ijssalons en restaurants en bistro’s is dat het geval. Om te voorkomen dat restaurants en bistro’s in het weekend in de late uren extra bezoekersstromen aantrekken en daarmee potentiële overlast kunnen veroorzaken, worden de tijden van de categorie ‘reguliere horeca’ in het weekend met een uur vervroegd ten opzichte van de tijden die mogelijk zijn in de APV. Dat zijn dermate ruime tijden die in veel gevallen nu vaak niet daadwerkelijk gebruikt worden door restaurants en bistro’s. In de eindversie van het beleidskader is de beperking van de openingstijden wel minder groot dan was voorgesteld in het concept. De beperking van de activiteiten die zijn toegestaan in de reguliere horeca, waaronder dat er niet meer dan achtergrondmuziek ten gehore gebracht mag worden, zal naar verwachten ook bijdragen aan het voorkomen van overlast. Tegelijk vindt het college een eindtijd van 02:00 uur in het weekend beter passend bij deze categorie van bedrijven dat zich richt op de dag en de avond.

Het zorgt tevens voor voldoende onderscheid tussen de openingstijden bij de verschillende zwaartecategorieën. In het beleid staat ook beschreven welke mogelijkheden er zijn voor ruimere tijden dan zoals die worden vastgelegd in het Omgevingsplan. Er zijn verschillende ontheffingsmogelijkheden. Zo komt er een maatwerkontheffing voor zware horeca en horeca-fastfood. De overige horeca kan vijf of twaalf keer per jaar een ontheffing aanvragen. Meer specifiek zijn onderstaande adviezen gegeven Ingrijpende aanpassingen voorkomen Stadsdeel Oost adviseert expliciet dat te ingrijpende aanpassingen op openingstijden moeten worden voorkomen. Mochten de consequenties te ingrijpend zijn, dan zal gekeken moeten worden naar een passende indeling en bijbehorende openingstijden. Antwoord Bij de invoering van het nieuwe openingstijdenregime houdt het college rekening met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder tijdig informeren). Daarnaast geldt dat in specifieke situaties de openingstijden middels een maatwerkvoorschrift op de locatie in het omgevingsplan verruimd of ingekort worden. Reserveer nadeelcompensatie voor ondernemers. Antwoord Als er onevenredig nadeel ontstaat voor ondernemers door het inkorten van de openingstijden, kan er gedeeltelijke schadevergoeding aangevraagd worden. Hiervoor gelden de regels conform de Algemene Verordening Nadeelcompensatie.

In de besluitvorming over het horecabeleid wordt hier rekening mee gehouden. Vanaf wanneer mag ondernemer ontheffing openingstijden aanvragen; vanaf omzetting vergunning of vanaf inwerking treden van het nieuwe beleid? Antwoord De maatwerkontheffingsmogelijkheid vindt een basis in het Omgevingsplan en kan gebruikt worden wanneer die regeling is vastgesteld door de gemeenteraad. Passend in de filosofie van Aanpak Binnenstad wil Stadsdeel Centrum geen ontheffingen voor 24/7 afgeven.

gemeente Amsterdam

9

Antwoord Stadsdeel Centrum blijft de mogelijkheid behouden om geen ontheffingen voor 24/7 af te geven. Stadsdeel Centrum adviseert het afkoeluur te behouden en de mogelijkheid van zo’n uur ook te bieden bij uitgaansgebieden elders in de stad. Antwoord Het college neemt dit advies ter harte en neemt het afkoeluur op als mogelijkheid te behouden. De regeling uit artikel 3.15 APV zal dan als maatwerkregel in het omgevingsplan worden opgenomen. Het doel van dit zogenaamde afkoeluurtje is om een rustiger en meer gespreid vertrek van bezoekers mogelijk te maken in uitgaansgebieden waar zich veel bezoekers en veel horecabedrijven bevinden. Breng openingstijden van horeca fastfood in lijn met middelzware horeca. Antwoord Voor fastfoodbedrijven die nu onder de openingstijden voor alcoholvrije bedrijven vallen, is het mogelijk om een maatwerkontheffing openingstijden aan te vragen en daarmee de huidige tijden te behouden. Nachtcultuur in Noord Noord heeft een nachtcultuur waar de stad gek op is. Rafelranden, tijdelijke plekken die mooie dingen organiseren en een goed nachtprogramma. Daar moet ruimte voor blijven. Dit vraagt om in het nieuwe beleid te kijken naar een 24-uurs cultuur in combinatie met een nachtvisie en een ruimere kijk op de gebieden voor deze plekken, die nu niet op de kaart in Noord aangewezen zijn.

Het stadsdeel Noord adviseert hiervoor een pilot te starten in stadsdeel Noord, waarbij concreet kan worden uitgewerkt en getoetst. Antwoord Het college deelt de visie van stadsdeel Noord op de complexe opgave ten aanzien van nachtcultuur en gebiedsontwikkeling en is verheugd over het aanbod vanuit stadsdeel Noord en zal gesprekken hierover faciliteren.

10

Nota van beantwoording

4. Horeca zwaartecategorieën De stadsdelen zijn positief over het invoeren van één stelsel van horecacategorieën voor de gehele stad. Dit geeft duidelijkheid en transparantie voor inwoners en ondernemers en hiermee kan bij de vergunningverlening vooraf duidelijker worden getoetst wat de effecten van een horecabedrijf zijn op de leefomgeving. Wel zijn er nog vragen over de manier waarop bestaande bedrijven worden ingedeeld in de nieuwe horeca zwaarte categorieën en de basis waarop de omgevingsvergunning horeca wordt verstrekt. Antwoord Goed om te vernemen dat de dagelijks besturen positief staan tegenover het harmoniseren van de horecacategorieën voor de hele stad, waarbij de horeca activiteiten centraal staan. Dit ziet het college als een bevestiging van de ingezette koers. Op dit moment verschillen de bestemmingsplancategorieën voor horeca per stadsdeel, en in sommige gevallen ook binnen één stadsdeel. Bestaande horeca kunnen de activiteiten blijven uitvoeren die nu in het bestemmingsplan zijn toegestaan. Deze bestaande worden horecalocaties de komende jaren omgezet naar de nieuwe indeling in zwaartecategorieën. Dat gebeurt bij de omzetting van het betreffende bestemmingsplan naar het omgevingsplan. Omdat er heel veel bestemmingsplannen zijn, zal de gemeente die tussen 2025 en 2032 stapsgewijs omzetten naar de nieuwe systematiek van het Omgevingsplan.

Bij de omzetting wordt de onderstaande tabel als uitgangspunt gehanteerd. Voor elke horecalocatie zal bij de omzetting gekeken worden naar wat er nu is toegestaan in het bestemmingsplan. In principe geldt: het zwaarste wat nu is toegestaan in het bestemmingsplan, is ook toegestaan in het Omgevingsplan. In uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van het uitgangspunt dat gekeken wordt naar wat het bestemmingsplan mogelijk maakt, in plaats van naar wat er feitelijk zit. Als daartoe aanleiding bestaat kan er beperkt worden. Bijvoorbeeld door alleen het feitelijk aanwezige lichtere gebruik te bestendigen in het Omgevingsplan. Waar op grond van het bestemmingsplan is toegestaan:

Wordt het:

lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak

Gebruiksdoel lichte horeca

lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak, bistro, restaurant of daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel reguliere horeca

grillroom, snackbar, fastfood, kebab, cafetaria, shoarmatent of daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel reguliere horeca aanduiding fastfood Al het lichtere is toegestaan

café, bar, eetcafé, cocktailbar, shishalounge of daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel middelzware horeca Al het lichtere is toegestaan

nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, partycentrum en daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel zware horeca Al het lichtere is toegestaan

gemeente Amsterdam

11

Nieuw is dat er een koppeling wordt gemaakt tussen de omgevingsplancategorie van horeca en de openingstijden. Deze koppeling is er in het huidige stelsel niet. Voor ondernemers en omwonenden is het dan vooraf duidelijk wat er kan en mag op een bepaalde plek. Daarnaast worden er door de stadsdelen een aantal specifieke adviezen gegeven. Geef juridische duidelijkheid over of niet passende horeca in een gebiedstypologie mag blijven bestaan. Antwoord Exploiteert een ondernemer conform het bestemmingsplan, dan kan de ondernemer dat blijven doen. Exploiteert een ondernemer in strijd met het bestemmingsplan, dan dient de exploitatie (weer) in lijn te worden gebracht met de (nieuwe) horeca zwaartecategorie. Wel wordt ervoor gekozen om ook vroegere openingstijden toe te voegen, voor de categorieën licht en regulier die zich richten op de dag en avond. Op dit moment staan de openingstijden nog in de APV. Deze worden straks opgenomen in het Omgevingsplan. Concreet betekent dit dat een ijssalon, lunchroom om 22.00 uur dient te sluiten en een restaurant door de week om 00.00 uur (i.p.v. 01.00 uur) en in het weekend om 01.00 uur (i.p.v. 03.00 uur). Dit geldt ook voor fastfoodhoreca, met de uitzondering dat deze bedrijven onder voorwaarden een ontheffing openingstijden kunnen aanvragen (zie ook punt 4). Hiervan zullen voorbeelden gegeven worden in de eindversie van het beleidskader.

Maak duidelijk wat voor uitzonderingen er zijn, met concrete beschrijving van uitzonderings­ gronden en wanneer ondernemers er wel/geen aanspraak op kunnen doen. Antwoord Het horecabeleid en de daarop te baseren juridische regelingen beschrijven de regels voor de hele stad. Hierin zijn vooraf een aantal uitzonderingen voorzien, zoals de maatwerkontheffing openingstijden voor reguliere horeca fastfood en zware horeca uitgaan, onder strikte voorwaarden. Daarnaast kan er, als dit gezien de omstandigheden noodzakelijk is, maatwerk worden aangevraagd of vanuit de gemeente worden toegepast, waarbij in de beoordeling gekeken wordt naar de aanvaardbaarheid voor de fysieke leefomgeving. Ook zijn er een aantal punten waarop stadsdelen in uitzonderingsbeleid vrijheid hebben voor bepaalde beleidskeuzen. Maak onder voorwaarden maatwerk voor culturele horeca mogelijk: sta een mengvorm van de 3 verschijningsvormen toe; sta na een uitvoerige belangenafweging wel terrassen toe onder voorwaarden. Antwoord Voor culturele horeca geldt dat horeca als ondergeschikte functie een onderdeel uitmaakt van een gebouw met een culturele of museale functie. Als het horecadeel stopt, blijft de andere functie bestaan (museum blijft een museum, ook zonder lunchroom in het museum). In het concept beleidskader zijn voor culturele horeca 3 verschijningsvormen uitgewerkt: museum, culturele instelling en poppodium.

Hier aan zijn in de bijlage ook activiteiten per verschijningsvorm gekoppeld. Bij het verwerken van de adviezen en zienswijzen en het vertalen van deze verschijningsvormen naar de juridische regels van het omgevingsplan, hebben we geconcludeerd dat de activiteiten per verschijningsvorm te rigide zijn. Daarnaast komt deze vorm van horeca in absolute aantallen vrij weinig voor in de stad. Het college laat daarom het koppelen van horeca activiteiten aan de verschijningsvorm los. Er komt één set met regels voor culturele horeca en (voor nieuwe culturele horeca) waaronder een vergunningplicht waardoor de beoordeling per geval plaats kan vinden. Aan de vergunning kunnen de voorschriften worden verbonden die nodig zijn om onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de

12

Nota van beantwoording

omgeving te voorkomen, en om het specifieke karakter van culturele horeca te borgen. Om de vergunning te kunnen verkrijgen zal uit een bedrijfsplan moeten blijken dat er sprake is van een culturele programmering. Hef verschillende leges voor verschillende categorieën. De gedachte is dat een aanvraag voor lichte horeca zorgt voor minder werk dan zware horeca. Antwoord Het college neemt deze suggestie mee om verder te onderzoeken. Voor kleinschalige en lokale snackbars, cafetaria’s etc. is categorie zware horeca niet passend. Maak onderscheid tussen bedrijven die wel/niet bezorgen, alsmede de grootte van de zaak en verhouding tafels/afhaal/bezorging. Antwoord Fastfood wordt in de eindversie van het beleidskader niet meer onder zware horeca geschaard, maar onder reguliere horeca met de aanduiding fastfood. Het college vindt het van belang om het onderscheid tussen reguliere horeca en fastfood horeca planologisch te behouden, vanwege de impact op de woon- en leefomgeving door de snelle doorlooptijd, aan- en aflopen van bezoekers en impact van zwerfvuil in de omgeving.

gemeente Amsterdam

13

5. Terrassen In de adviezen van de stadsdelen is veel aandacht uitgegaan naar de horecaterrassen. En dit is ook te verklaren: terrassen zijn een heel zichtbaar element in onze wijken en doordat ­het geluid vanuit terrassen niet gefilterd wordt, gaat impact van uit op de omgeving. Tijdens de adviesperiode was er nog sprake van de zogenoemde verruimde ‘coronaterrassen’. Deze regeling is per 1-11-2022 beëindigd. In de adviezen van de stadsdelen wordt veelal de wens geuit om bepaalde regelingen die voor specifieke stadsdelen of specifieke gebieden in stadsdelen gelden, in stand te houden. Het college begrijpt deze wens: uitgangspunt is dat wat op stedelijk niveau geregeld kan worden, in het beleidskader wordt opgenomen, en dat wat men op stadsdeel niveau specifiek wenst te regelen, wordt opgenomen in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel.

5.1

Algemeen

Terrassen en gevelterrassen bij additionele horeca toestaan (sportclubs, jachthavens, etc.). Antwoord Het is een bewuste keuze om terrassen niet toe te staan bij additionele horeca. Bij additionele horeca geldt dat het pand een andere hoofdfunctie heeft, bijvoorbeeld cultuur of sport. Horeca mag, maar alleen zolang de horeca-activiteiten daadwerkelijk ondergeschikt blijven aan de hoofdfunctie. Dan is er geen sprake van extra bezoekersstromen of aanvullende impact op de fysieke leefomgeving ten opzichte van de impact van de hoofdactiviteit. Een terras verandert de uitstraling van een locatie en kan een meer aantrekkende werking hebben op de horeca, en daarmee meer impact op de fysieke leefomgeving. Er zijn sportverenigingen waar in het bestemmingsplan is opgenomen dat er naast de sportfunctie, óók een horeca functie is toegestaan (gemengde bestemming). In dat geval is er geen sprake van additionele horeca, maar van reguliere horeca binnenin één van de horeca categorieën. Een terras exploiteren is dan wel mogelijk. Biedt maatwerkmogelijkheid voor demontabele overkappingen op terrassen. Antwoord Sommige stadsdelen hebben momenteel maatwerk t.a.v. demontabele overkappingen op terrassen opgenomen in hun stadsdeelbeleid. Deze regels kunnen worden behouden door ze op te nemen in het uitvoeringsbeleid dat opgesteld gaan worden per stadsdeel.

Neem op een opruimplicht op voor winterrassen. Antwoord Als het horecabedrijf gesloten is, moet het meubilair zoveel mogelijk binnen worden opgeruimd. Als het terrasmeubilair buiten blijft staan, moet het zo worden opgeruimd dat het niet gebruikt kan worden. Maximaal 20 % van de vergunde terrasruimte mag gebruikt worden voor opslag. Dit geldt ook voor winterterrassen. Het college wil hieraan vasthouden.

14

Nota van beantwoording

5.2 Openingstijden terrassen De stadsdelen adviseren: • Maak ook een ontheffing voor de terrastijden mogelijk, tot max 02:00 uur in het weekend. • Behoud de uitzondering van terrastijden voor bepaalde straten in de Jordaan en de uitgaanspleinen. • Neem de beleidsregels ‘Terrassenlocaties binnenstad Gemeente Weesp 2019’ op in het beleid. Antwoord In het concept beleidskader is een voorstel gedaan voor de sluitingstijden van terrassen gekoppeld aan gebiedstypologie én de zwaartecategorie van het horecabedrijf. Omdat we het werken met gebiedstypologieën waaraan bepaalde zwaartecategorieën zijn gekoppeld loslaten, betekent dit dat we ook een andere werkwijze gaan hanteren voor de sluitingstijden van terrassen. In het conceptbeleidskader wordt voor de openingstijden van de terrassen een vervroeging voor alle gebieden met 1 uur voorgesteld. Doel hiervan is eerder op de avond rust en stilte in de openbare ruimte te creëren. Uit de zienswijzen blijkt dat veel inwoners van woonwijken de huidige eindtijd van 23:00 uur een geschikte vinden. Het college besluit om aan deze eindtijd vast te houden. Tevens komt er uit de adviezen van stadsdelen naar voren dat een uiterlijke sluitingstijd van 02:00 uur in het weekend voor specifieke gebieden gewenst is. De maximale sluitingstijden van terrassen worden vastgelegd in Omgevingsplan.

In de periode van 1 maart tot 1 november uiterlijk 01.00 uur door de week en in het weekend 02.00 uur (gelijk aan huidige regime). In de periode van 1 november tot 1 maart uiterlijk 24.00 uur (gelijk aan huidige regime). Deze tijden worden ook opgenomen in de omgevingsvergunning horecaterras, waarbij de openingstijd van het terras nooit ruimer kan zijn dan de openingstijd van de horecazaak. Op dit moment hebben verschillende stadsdelen per gebied nadere sluitingstijden voor terrassen vastgesteld. Dit blijft mogelijk in het uitvoeringsbeleid. Door een gebiedsindeling met terrastijden in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel te laten opstellen, wordt op het juist schaalniveau, namelijk dat van het stadsdeel, het besluit hierover genomen. Stadsdelen kunnen de bestaande indeling evalueren en actualiseren waar nodig. Of als er geen gebiedsindeling is, nu wel een nadere indeling gaan maken. Door deze gebiedsindeling met terrastijden in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel te laten opstellen, wordt op het juist schaalniveau, namelijk dat van het stadsdeel, het besluit hierover genomen. Dit bekent ook dat stadsdelen de bestaande indeling kunnen evalueren en actualiseren waar nodig. Aanpassing De koppeling tussen terrastijden, horeca zwaartecategorie en gebiedstypologie wordt losgelaten. De uiterlijke sluitingstijd voor terrassen wordt aangepast naar 02.00 uur t.b.v.

twee horecaconcentratiegebieden in stadsdeel Centrum.

5.3 Tropisch Weer Scenario Ten aanzien van het Tropisch Weer Scenario is het enige stadsdeel dat nu met dit instrument te maken heeft zeer uitgesproken, namelijk: schaf het Tropisch Weerscenario af i.p.v. het te verruimen. Het is onduidelijk, leidt tot discussie en gevaar. Overige adviezen luiden het aanpassen van het Tropisch Weer Scenario aan, zoals door het verhogen van de temperatuur naar 30°C, en het onderzoeken van het gezamenlijk gebruik openbare ruimte (inwoners, ondernemers) bij tropische dagen.

gemeente Amsterdam

15

Antwoord Het tropisch weer scenario is in 1995 geïntroduceerd en momenteel alleen van kracht in stadsdeel Centrum. De gedachte achter het tropisch weer scenario is dat bij uitzonderlijke klimatologische omstandigheden terrassen mogen uitwaaieren en ook horecagelegenheden zonder terrasvergunning een klein terras mogen plaatsen, bijvoorbeeld één of twee tafeltjes aan de gevel. Dit om ruimte te bieden aan bewoners die veelal geen buitenruimte hebben. Zolang ondernemers zich aan de voorwaarden houden, wordt tegen een groter terras op de dagen dat het Tropisch Weer Scenario geldt, niet opgetreden. Juist door de uitwaaiering van terrassen ook in andere stadsdelen toe te staan, werd verwacht dat de druk op de openbare ruime in stadsdeel centrum hierdoor mogelijk zou afnemen. Naast de inspraakreacties van veel inwoners, is ook het advies van stadsdeel Centrum om het tropisch weer scenario af te schaffen, vanwege de onduidelijkheid van de regeling en de discussies die daarop volgen met exploitanten. Het college neemt dit advies ter harte en stelt voor het tropisch weer scenario af te schaffen. De stad is sinds 1995 zo veel drukker geworden, waardoor het laten uitwaaieren van een terrassen op zeer warme dagen niet samengaat met het intensieve gebruik van de openbare ruimte. Aanpassing Het Tropisch Weer Scenario wordt afgeschaft.

5.4

Terrassenplannen en specifieke regelingen

Uit de adviezen van de stadsdelen komt een aantal wensen en vragen naar voren ten aanzien van terrassenplannen en specifieke regelingen voor terrassen. In het beleidskader is het uitgangspunt dat bestaande terrassenplannen gehandhaafd blijven en stadsdelen nieuwe terrassenplannen kunnen opstellen voor gebieden waar dat nodig geacht wordt. Bied optie om eenvoudig maatwerk terrassen toe te staan (gevelterrassen, terrasschotten, winterterrassen) zonder HAP en/of terrassenplan. Antwoord Dit is mogelijk in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel. Maak voorwaarden voor terrassenplannen ruimer/anders, in Zuid wil men ook graag beperken i.p.v. faciliteren. Antwoord Terrassenplannen zijn een instrument voor terrassen in een bepaald gebied, waarbij zowel faciliteren als beperken va mogelijkheden een optie is. Behoud het huidige instrument ‘vastgesteld inrichtingsplan’ náást het instrument terrassenplan. Antwoord Het instrument ‘vastgesteld inrichtingsplan’ blijft bestaan. Maak duidelijk wanneer een terrassenplan opgesteld moet worden, welke vorm en verantwoordelijkheid. Antwoord Er zijn de afgelopen jaren door diverse stadsdelen terrassenplannen opgesteld. Met name in stadsdeel Centrum heeft men hier veel ervaring mee. Omdat er voor elk gebied specifieke

16

Nota van beantwoording

wensen t.a.v. terrassen zijn, is er geen standaard format voor terrassenplannen. Wel kan gebruikt worden van het format dat in andere stadsdelen, zoals Centrum, reeds gebruikt wordt. Maak duidelijk wat de regeling voor gebouwde terrassen is en neem dit op in het beleid. Antwoord De regeling voor gebouwde terrassen zal nader worden toegelicht in het beleidskader. Neem voorwaarden uit stadsdeel Zuid over t.a.v. terrassen Antwoord Stadsdeel Zuid stelt voorwaarden aan terrassen: het aantal vierkante meter terras mag niet groter zijn dan het aantal m2 van de horeca inrichting. Daarnaast mag een terras op een plein niet meer dan 33% van het oppervlak van het terras innemen. Een aantal stadsdelen wenst deze regels over te nemen. Echter, er is geen consensus tussen de stadsdelen onderling om deze regels op stedelijk niveau in te voeren. Het college neemt deze voorwaarden derhalve niet over in het beleidskader, en laat invoering van een dergelijke regel over aan de stadsdelen om dit in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel op te nemen.

5.5

Terrasverwarming

Terrasverwarming is een onderwerp dat tijdens de inspraakperiode veelvuldig is besproken. Over het algemeen geldt dat de stadsdeelcommissies van mening zijn dat er geen onnodige energie verspild mag worden. Parralel aan het schrijven van deze Nota van Beantwoording, is er in de gemeenteraad van Amsterdam een motie in gediend over het beperken van (gas) terrasverwarming. Diverse directies hebben onderling, en in overleg met de G4, VNG en het Ministerie van Economische Zaken onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Stadsdelen adviseren: • Verbied terrasverwarming als uit onderzoek blijkt dat dit mogelijk en redelijk is. • Verbied terrasverwarming op de oude milieuonvriendelijke manier (gas) per 2025 (overgangsperiode). • Bied ondernemers die nu stoppen met terrasverwarming alternatieve mogelijkheden en informatie om over te stappen. • Kom met een keurmerk ‘milieuvriendelijk terras’. • Kom in goed overleg met ondernemers tot duurzame en creatieve oplossingen t.a.v. terrasverwarming. • Laat ondernemers zelf en zorgvuldig aantonen dat stemgeluid bij verwarmd terras binnen normen is en blijft. • Overgangsregeling of tegemoetkoming voor het verbod op terrasverwarming (buiten gevelverwarming). Antwoord In overleg met de G4, VNG en het Ministerie van Economische Zaken is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om terrasverwarming te verbieden.

Er is geen landelijke wet- en regelgeving die algehele afschaffing van terrasverwarming mogelijk maakt. In het terrassenbeleid wordt het gebruik van terraswarming wel verder beperkt door alleen gevelverwarming toe te staan. Losstaande elementen en elementen in parasols zijn dus niet toegestaan. Voor de toegestane terrasverwarming wordt het gebruik van de ‘best beschikbare techniek’, gestimuleerd, zijnde een duurzame, energiezuinige en doelmatige variant. De gemeente zal ondernemers hierover informeren. In samenwerking met KHN-Amsterdam wordt verkent hoe een stappenplan ‘duurzaam terras’ eruit ziet, waarbij ook het gebruik terrasverwarming kritisch wordt beschouwd.

gemeente Amsterdam

17

Aanpassing In het beleidskader is benoemd dat een totaalverbod op terrasverwarming niet mogelijk is.

5.6

Roken op terrassen

Het roken op terrassen is onderdeel van de beleving van terrassen en de impact op de leefomgeving. Eén van de adviezen luidt dat ook: sta waterpijproken niet toe op terrassen i.v.m. impact op mensen eromheen. Een daarop aansluitend advies betreft het verplicht stellen van elektrisch waterpijp roken. Tevens wordt er geadviseerd rookbeleid te ontwikkelen voor alle (nacht)clubs i.v.m. bezoekers die ’s nachts buiten roken. Ten slotte wordt geadviseerd een effectief ontmoedigingsbeleid voor roken op terrassen op te stellen. Antwoord Het college is er van doordrongen dat roken negatieve impact heeft op de gezondheid en de leefomgeving van Amsterdammers en Weespers. Tevens volgt uit de Tabakswet dat roken op een terras niet mag leiden tot rookoverlast binnen in de horecazaak. Tegelijkertijd is met het verbod op rookruimten in de horeca (2020) een situatie ontstaan waarbij steeds meer horecabezoekers het terras gebruiken om te roken. Een totaal rookverbod in de openbare ruimte is juridisch niet mogelijk, ook niet voor waterpijp (shisha) roken. Het college acht dit ook niet wenselijk. Veel horecaexploitanten kiezen er reeds voor om roken op hun terras deel of helemaal niet toe te staan. Indien het roken buiten leidt tot overlast ’s nachts buiten bij clubs of cafés kunnen in het veiligheidsplan van het horecabedrijf maatregelen worden opgenomen.

Aanpassing De alinea over roken op gesplitste terrassen is verwijderd.

18

Nota van beantwoording

6. Horeca vergunningen en activiteiten 6.1 Typen horeca vergunningen Uit de adviezen van de stadsdelen blijkt dat het concept beleidskader nog onvoldoende duidelijkheid biedt over de basis waarop de exploitatievergunning horeca en de omgevings­ vergunning horeca worden verstrekt. Daarnaast wordt gevraagd om helderheid over de rechts­ zekerheid van vergunningen: wat mag wel/niet en wat zijn rechten bij overname? Maak duidelijk wat qua vergunningen op locatie overdraagbaar is, en wat niet. Antwoord In het concept beleidskader is de omgevingsvergunning horeca voorgesteld, zodat vooraf voorschriften in de vergunning worden opgenomen over de wijze waarop de horeca-activiteit op die locatie mag worden uitgevoerd. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om koken (geur), muziek (geluid) of openingstijden. Nadere bestudering van de Omgevingswet leert dat deze maatwerkvoorschriften ook gesteld kunnen worden op een bepaalde locatie, zonder een nieuwe vergunningplicht. Daarom komt deze omgevingsvergunning horeca te vervallen. Dit zorgt voor minder regeldruk bij ondernemers. Wel kiest het college voor één uniforme wijze in de stad voor de benodigde ruimtelijke toestemming voor terrassen, in de vorm van een vergunningplicht. Bestaande terrassen krijgen een omgevingsplanvergunning van rechtswege. Daar zijn geen extra lasten voor ondernemers aan gekoppeld. Zie het beleid voor meer toelichting.

Voor wat betreft rechtszekerheid voor ondernemers: het uitgangspunt is dat ondernemers die nu hun bedrijf voeren in overeenstemming met het bestemmingsplan, dit kunnen blijven doen. Wel kunnen voor sommige bedrijven andere openingstijden gaan gelden. Hierbij wordt voorzien in een overgangstermijn. Net als nu het geval is, dient er in geval van overname van een bedrijf, een nieuwe exploitatievergunning te worden aangevraagd. De vergunning is persoonlijk en verliest daarom zijn geldigheid als de zaak van eigenaar wisselt. Net als nu het geval is, dient de bedrijfsvoering van het nieuwe horecabedrijf te passen op de locatie (activiteiten horend bij een zwaartecategorie). Ook is het straks, net als nu, mogelijk om een afwijking van het omgevingsplan aan te vragen. Aanpassing De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving komen aan de orde in de uitvoeringparagraaf, die is toegevoegd aan het beleidskader. Verder is verduidelijkt welke vergunningen straks nodig zijn. De omgevingsvergunning horeca komt te vervallen; de omgevingsplanvergunning horecaterras wordt geïntroduceerd. Daarnaast zijn er nog een aantal specifieke adviezen gegeven ten aanzien van de horeca vergunningen en voorwaarden voor vergunningen.

Zorg ervoor dat horecagelegenheden met een buurtfunctie in woonwijken hun vergunning niet kwijtraken of gedwongen worden te verhuizen naar een lokaal horeca of gemengd gebied.

gemeente Amsterdam

19

Antwoord Het stedelijk beleidskader heeft niet als doelstelling om bedrijven (gedwongen) te laten verhuizen. Dit is niet aan de orde. Nu de koppeling tussen de gebiedstypologie en de horeca zwaartecategorie wordt losgelaten in het stedelijk beleidskader, vertrouwd het college erop dat deze zorg is weggenomen (lees meer toelichting in paragraaf 2.8 ‘Gebiedstypologieën’). Onderzoek of plasticvrije horeca een voorwaarde kan worden van de vergunning. Antwoord Amsterdam wil als eerste Plastic Smart City 30 procent minder plastic zwerfafval in 2023, en in 2030 helemaal geen plastic zwerfafval meer in de stad. In november 2023 is de toolkit voor plasticvrije terrassen gelanceerd, waarmee ondernemers gemakkelijk het gebruik van plastic op hun terrassen kunnen terugdringen en uitbannen. Dit is een initiatief in het kader van het programma Amsterdam Plastic Smart Cities (APSC). De toolkit is ontstaan uit een samenwerking tussen BIZ Knowledge Mile, de Plasticvrij Terras-actie en Amsterdam Plastic Smart City.

6.2 Sturen op horeca-activiteiten Het nieuwe horecabeleid is gebaseerd op de horeca-activiteiten die een horecabedrijf wil uitvoeren en waar de gemeente vooraf een risicoafweging over wil kunnen maken in verband met de impact op de fysieke leefomgeving en openbare orde en veiligheid. Voor wat betreft de Omgevingswet sluit dit principe hierbij aan. Er wordt gekeken naar de impact van wat een bedrijf feitelijk doet, in plaats van wat een bedrijf op papier is. De stadsdelen adviseren ten aan zien van de horeca activiteiten dat gelegenheid bieden tot dansen bij poppodia en culturele instellingen mogelijk moet zijn. Tevens wordt aangegeven dat zaalverhuur en dansen bij hotels mogelijk moet zijn. Stadsdeel Nieuw-West meent dat gelegenheid bieden tot dansen (zonder dansvloer en het heffen van entree) altijd mogelijk moet zijn. Antwoord Zaalverhuur wordt als apart activiteit beschreven en is alleen toegestaan binnen de categorie zware horeca. Het gaat om “het op structurele basis bedrijfsmatig beschikbaar stellen van ruimte binnen een horecazaak ten behoeve van feesten voor grotere groepen, al dan niet besloten of tegen entreegeld”. Bij deze gelegenheden zijn (grote) groepen mensen aanwezig op hetzelfde moment. Meestal is er sprake van piekmomenten en komen en gaan de bezoekers op hetzelfde tijdstip.

Dit zorgt voor een grotere verkeersaantrekkende werking en mogelijk ook voor meer (geluids)overlast. Bij een aantal vormen van zaalverhuur wordt deze verhuurd aan steeds andere partijen die geen duurzame relatie met omwonenden hoeven te onderhouden. Dit maakt het lastig om zowel de horecaondernemer als de bezoekers van een specifieke partij aan te spreken op of verantwoordelijk te houden voor hun gedrag. Daarom wordt deze activiteit apart beoordeeld om na te gaan of deze past op een locatie. Het (regelmatig) verhuren van (een deel) van een horecabedrijf voor een borrel, verjaardag of diner is ook in andere zwaartecategorieën ook toegestaan, voor zover de activiteiten zijn toegestaan binnen de zwaartecategorie. Deze vorm van verhuur wijkt niet wezenlijk af van de normale exploitatie die mogelijk is in een zwaartecategorie en heeft daarmee ook dezelfde invloed op de fysieke leefomgeving. Bij ‘gelegenheid bieden tot dansen’ gaat het om situaties waar (een deel van) de ruimte gebruikt wordt, dan wel ingericht is, als dansvloer. Dit uit zich bijvoorbeeld in de vorm van de inrichting (bijvoorbeeld (deels) geen tafels en stoelen, podium, dj etc.), reclame/adverteren, kaartverkoop of entreeheffing en/of programmering, maar is hier niet toe beperkt. Het gelegenheid bieden

20

Nota van beantwoording

tot dansen kan zorgen voor nieuwe bezoekersstromen en rijvorming, en kan daarmee impact op de fysieke leefomgeving hebben. Van gelegenheid bieden tot dansen is ook sprake als de ruimte niet specifiek is ingericht als dansruimte maar als er tussen de tafels en stoelen wordt gedanst. Aanpassing In het beleidskader is het onderscheid tussen de verschillende vormen van zaalverhuur verduidelijkt. Tevens is het ‘gelegenheid bieden tot dansen’ duidelijker gedefinieerd.

6.3 Rechtspositie ondernemers en overgangsrecht Uit de adviezen van de stadsdelen komt naar voren dat het belangrijk wordt gevonden dat er meer duidelijkheid komt over de rechtspositie van bedrijven en het overgangsrecht. Er wordt gevraagd hoe wordt omgegaan met exploitatievergunningen die rondom de inwerkingtreding aflopen: geldt dan het oude of het nieuwe beleid? Tevens wordt geadviseerd scenario’s uit te werken voor de overgangsperiode, bijv. in stroomschema/beslisboom. Ten slotte wordt geadviseerd nadeelcompensatie voor ondernemers te reserveren. Antwoord Het uitgangspunt is dat ondernemers die nu hun bedrijf voeren in overeenstemming met het bestemmingsplan, dit kunnen blijven doen. Wel worden er aangepaste openingstijden geïntroduceerd, die passen bij de zwaartecategorie van het horecabedrijf, bijv. gericht op de dag, avond of nacht. In gevallen waar de openingstijd verkort wordt, wordt voorzien in een passende overgangstermijn.

6.4 Zelfregulering Ten aanzien van de term ‘zelfregulering’ wordt geadviseerd om in het beleidskader op te nemen hoe het uitgangspunt van zelfregulering zich verhoudt tot de ambitie om aan activiteiten gedetailleerde voorwaarden te verbinden. Antwoord Eén van de doelstellingen van het college is om met het nieuwe beleidskader meer grip te krijgen op welke horeca zich wáár vestigt en de impact van horeca op de fysieke leefomgeving te beperken. Daarom introduceert het beleid de nieuwe ruimtelijke systematiek gebaseerd op de horeca-activiteiten. Het college wil bij het naleven van de regels de sector stimuleren om ook onderling verantwoordelijkheid te nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een actieve houding vanuit de horecabranche om overlast zoveel mogelijk tegen te gaan en om elkaar scherp te houden op de regels. Denk aan aandacht voor het schenken aan minderjarigen vanuit een Bedrijveninvesteringszone (BIZ). De term ‘zelfregulering’ is hiervoor inderdaad niet de goede term, omdat de kader en regels wel degelijk door de gemeente worden gesteld. Dit wordt aangepast in de eindversie. Aanpassing De term ‘zelfregulering’ komt niet meer voor in het beleidskader.

gemeente Amsterdam

21

7. Additionele horeca bij winkels In het stedelijk beleidskader wordt de term ‘mengformules’ vervangen door ‘additionele horeca bij winkels’. Hiermee wordt meteen duidelijk gemaakt wat eronder wordt verstaan. Tevens wordt een meldplicht geïntroduceerd. Uit de adviezen komt naar voren dat dit als voordeel gezien wordt: een meldplicht draagt bij aan het inzicht en beter toezicht op additionele horeca bij winkels. Ten aanzien van additionele horeca bij winkels zijn verder onderstaande adviezen gegeven: Bied instrumenten om te sturen op wáár additionele horeca komt. Antwoord Voor additionele horeca komen algemene regels. Een voorbeeld waarbij gestuurd wordt op waár het is toegestaan is het Bestemmingsplan Winkeldiversiteit in stadsdeel Centrum. Daarin staat dat additionele horeca niet toegestaan is bij voedselwinkels, zoals een traiteur of bakker. Als andere stadsdelen dat ook willen, kan dat opgenomen worden in uitvoeringsbeleid. Uiteindelijk zullen die regels dan ook in het Omgevingsplan opgenomen moeten worden. Sta toe dat additionele horeca (bij winkels) zich aan de raamzijde mag bevinden.

Antwoord Het college neemt deze wijziging over, met de kanttekening dat waar het nu in het bestemmingsplan is geregeld dat additionele horeca in winkels niet is toegestaan aan de raamzijde, dit blijft en bij omzetting van het bestemmingsplan naar het Omgevingsplan opnieuw overwogen kan worden hoe hier mee om te gaan. Additionele horeca bij winkels’ is te beperkt met een max van 20m2 voor grootschalige detailhandel: verruimen s.v.p. Antwoord Additionele horeca bij winkels is niet van toepassing op horeca-activiteiten in winkels, waar sprake is van een grootschalige opzet, qua assortiment en/of vloeroppervlak, zoals een warenhuis, een tuincentrum of een meubelzaak. Voor deze vorm van horeca geldt geen meldplicht of vergunningplicht. Dit is worden verduidelijkt in het beleid.

22

Nota van beantwoording

8. Gebiedsuitwerking 8.1 Werken met gebiedstypologieën In de adviezen van de stadsdelen over het onderwerp gebiedstypologieën wordt in algemene zin om meer duidelijkheid gevraagd. Zo bestaan gebieden vaak uit meerdere typologieën. Het college wordt gevraagd om duidelijker te maken wat er binnen gebiedstypologieën wel en niet is toegestaan, en indien nodig hier de omschrijving van de typologieën op aan te passen. Ook is er behoefte aan juridische duidelijkheid over of een gebiedstypologie bepaalde horeca (on)mogelijk maak en of horeca die niet in bepaalde gebiedstypologieën past, wel is toegestaan. Tevens adviseren de stadsdelen om duidelijkheid te geven over de status van de gebiedstypologieën: geven zij een bestaande, of een gewenste situatie weer? Ten slotte komt uit de adviezen naar voren dat er behoefte is aan maatwerk in specifieke gebieden in Amsterdam. De voornaamste adviezen, die soms tegenstijdig met elkaar zijn, staan hieronder beschreven: • Biedt ruimte voor lokaal maatwerk, zonder dat er een nieuw instrument ingezet moet worden (zoals een horeca-ambitieplan). • Bestaande horeca die niet passend is in een gebiedstypologie zichtbaar weergeven op kaart. • Houd rekening met afstanden tussen gebieden.

Gebieden kunnen dan wel apart getypeerd worden, maar als er slechts één weg tussen ligt of één pand tot het volgende (woon)gebied, dan is de kans dat aanliggende woongebieden overlast ervaren van het aangrenzende winkel- of uitgaansgebied. • Houd rekening met ondernemers bij belangrijke recreatiegebieden in het groen en zorg ervoor dat die niet hun activiteiten moeten staken. • Bied ruimte voor maatwerk horeca in gebiedstypologie ‘groen’. • Bied de mogelijkheid om ook aanvragen lichte horeca in groen- en woongebieden te weigeren. • Sta in groengebieden ook reguliere en middelzware horeca toe, zoals nu in parken het geval is. • Maak ook waterrecreatie onderdeel van de gebiedstypologieën (bijv. van recreatie/groen). • Uitgaanskernen lijken alleen voor te komen op bestaande plekken Centrum en bedrijfsterreinen. Dit is niet conform de Omgevingsvisie en Nachtvisie, waarin spreiding van uitgaanskernen als doel staat benoemd. • Maak in gebiedstypologie “werkgebied” ook middelzwaar, middelzwaar plus en zwaar (fastfood) optioneel, dat geeft mogelijk om te sturen op bedrijventerreinen. • Zorg dat stationsgebieden goed ingedeeld kunnen worden in een gebiedstypologie (of maak aparte type). • Zorg ervoor dat het beleidskader ruimte biedt voor snackbars buiten werkgebieden om te blijven bestaan. • Sta horeca in kiosken in centrum niet toe.

• Pas omschrijving typologie uitgaansgebied aan: woonfunctie is ‘in mindere mate’ aanwezig i.p.v. nauwelijks. • Laat het nieuwe beleid per gebied ingaan, en niet per ondernemer (aflopende exploitatievergunning). • Bepaal de zwaartecategorieën in transformatiegebieden in nauwe samenwerking met de buurt.

gemeente Amsterdam

23

Antwoord Op dit moment hanteren de stadsdelen in hun horecabeleid een beschrijving van verschillen typen (horeca)gebieden, bijvoorbeeld woonwijken, doorgaande straat, uitgaansgebied, waarbij staat aangegeven welke horeca daarbij passend is. Dit huidige beleid wordt met name gebruikt bij aanvragen die afwijken van het bestemmingsplan en bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. Echter, dit beleid is in veel stadsdelen (zeer) verouderd en toe aan een actualisatie. Het werken met gebiedstypologieën zoals voorgesteld in het concept beleidskader, was bedoeld als een vervanging van het huidige, verouderde stadsdeelbeleid met gebiedsomschrijvingen. In Weesp is in 2019 nog nieuw beleid vastgesteld, waarvan de bestuurscommissie heeft aangegeven dat men dit graag gehandhaafd ziet. Uit de zienswijzen van inwoners en ondernemers komt naar voren dat het indelen van stadsdelen in gebieden leidt tot veel vragen. Immers, de ene woonwijk is de andere niet, en het ene bedrijventerrein kan meer horeca hebben dan het andere. Bovendien is het afbakenen van gebieden een ingewikkeld vraagstuk: worden de planologische grenzen aangehouden, of wordt ook rekening gehouden met overlast van gebied A naar gebied B? Daarnaast komt uit de adviezen van de stadsdelen duidelijk naar voren dat men de mogelijkheid tot maatwerk wil behouden ten aanzien van verschillende aspecten.

Het is begrijpelijk dat stadsdelen deze wensen hebben en deze adviezen geven: zij verschillen onderling van karakter, en algehele uniformiteit in gebiedstypologieën doet geen recht aan de pluriformiteit van de gebieden in de stad. Deze adviezen hebben geleid tot de realisatie dat niet alle regels op het gebied van horeca op stedelijk niveau geregeld kunnen worden: er blijft behoefte aan specifieke regelingen in gebieden op stadsdeelniveau. Het credo is daarom: stedelijk waar het kan, lokaal waar het nodig is. Het college past daarom in het definitieve beleidskader een aantal zaken aan: • Volgend op het beleidskader zal er uitvoeringsbeleid op stadsdeelniveau worden opgesteld, waarin de gebiedsomschrijvingen centraal staan. Dit gebeurt in samenwerking met belanghebbenden in de stadsdelen, zoals bewoners(organisaties), ondernemers(verenigingen) en specifieke belangengroepen. De verhouding tussen het beleidskader (gemeenteraad) en uitvoering op stadsdeelniveau in uitvoeringsbeleid, sluit aan de bij de verordening op het bestuurlijk stelsel. Totdat het uitvoeringsbeleid op stadsdeelniveau is vastgesteld, gelden de gebiedsomschrijvingen van de huidige stadsdeelbeleidskaders. • De omschrijvingen van de gebiedstypologieën zijn een ontwerp, maar geen blauwdruk.

Ze worden als startpunt gebruikt bij de gebiedsomschrijvingen: hier kan vanaf geweken worden of aanvullingen op worden gedaan. Zo kan er recht worden gedaan aan de verschillende typen woongebieden, groengebieden, horecagebieden etc. die de stad rijk is. • Het werken met kaarten waarin gebieden in typologieën worden ingedeeld kan behulpzaam zijn, maar ook rigide. Immers: als de grenzen uit het bestemmingsplan worden aangehouden, dan zal de indeling een correcte weergave zijn, maar kan bijvoorbeeld horeca op een bedrijventerrein direct grenzend aan een woonwijk tóch overlast veroorzaken. Daarom wordt het werken met de kaarten optioneel, en niet verplicht. Het is een instrument dat stadsdelen kunnen toepassen, indien gewenst. • In het concept beleidskader wordt een koppeling gemaakt tussen zwaartecategorieën en gebiedstypologieën, in een zogenoemd stoplichtschema. Dit heeft tot veel vragen en adviezen geleid, niet alleen vanuit de DB’s, maar ook vanuit de inwoners en ondernemers. Onder andere de wens om bepaalde horeca zwaartecategorieën in bepaalde gebiedstypologieën juist wel of niet toe te staan. Bovendien werpt de koppeling veel vragen op over bestaande horeca en het recht om op die locatie

24

Nota van beantwoording

te mogen blijven exploiteren. De koppeling in het stoplicht-schema was bedoeld als richtlijn welk type (toekomstige) horeca wáár het beste past. Echter, stadsdelen kunnen hier altijd gemotiveerd vanaf wijken. Daarmee is de meerwaarde van het schema met de koppeling tussen zwaartecategorieën en gebiedstypologieën komen te vervallen. In de gebiedsomschrijvingen die op stadsdeelniveau wordt opgesteld, kan worden aangegeven voor welk type horeca nog ruimte is in een bepaald gebied. Dat sluit aan bij de gebiedsomschrijvingen in het huidige beleid, waarvan de stadsdelen hebben aangegeven dit een belangrijk toetsingsinstrument te vinden bij nieuwe horeca aanvragen. Aanpassing Het werken met gebiedstypologieën waarin bepaalde horeca zwaartecategorieën zijn toegestaan wordt losgelaten. Daarvoor in de plaats komen gebiedsomschrijvingen in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel/stadsgebied. Dit uitvoeringsbeleid wordt opgesteld na vaststelling van het beleidskader, conform de bevoegdheden van de stadsdelen en stads­ gebied Weesp uit de ‘Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam’.

8.2 Van horeca-ambitieplan naar horeca toekomstplan Ten aanzien van het instrument horeca-ambitieplan zijn er adviezen gegeven over de vorm en inhoud van het instrument, én over de uitvoerbaarheid van het instrument. Zo geeft stadsdeel Oost aan dat de pilot met het horeca-ambitieplan in Oost heeft veel inzicht gegeven. Tevens komt uit de adviezen naar voren dat stadsdelen de mogelijkheid willen om te kunnen sturen op de vestiging van fastfood en shisha. Daarnaast geven de stadsdelen een aantal adviezen ten aanzien van de uitvoerbaarheid en capaciteit van het instrument horeca-ambitieplan. Er dient gezorgd te worden voor projectcapaciteit voor het opstellen en uitvoeren van horecaambitieplan. Stadsdeel Centrum wenst voorrang voor het Wallengebied in het kader van de Aanpak Binnenstad. Ten slotte wordt de suggestie gedaan om de term horeca-ambitieplan in horeca-aandachtsplan te wijzigen: dit doet meer recht aan de doelstelling van het instrument. Antwoord Het woord ‘ambitie’ wekt mogelijk ten onrechte de indruk dat een horeca-ambitieplan gemaakt wordt wanneer men een toename van horeca in een gebied wenselijk vindt. Dat is een mogelijkheid, maar het behouden of juist afname van horeca in een gebied is óók mogelijk. Het instrument is bedoeld om toekomstgericht aan de slag te gaan met de horeca ontwikkeling in een gebied, in samenwerking met belanghebbenden in het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15362941/1