CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 Bijlage - Onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam.pdf

RAAD 3 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en bijbehorend onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam (VN2025-003273)34.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hoofdstuk 3. Politiek ondervertegenwoordigd gebieden Geografische verschillen in politieke participatie Kernpunten 

Net als op landelijk niveau, zien we in Amsterdam geografische verschillen in politieke participatie: aan de randen van de stad (Nieuw-West, Noord en Zuidoost) wordt minder vaak gestemd dan in de centrale stadsdelen (Centrum, Zuid, West en in zekere mate Oost). Als Amsterdammers aan de randen van de stad stemmen, doen ze dat vaker dan gemiddeld op buitenstaanderpartijen.

De partijen die de afgelopen tien jaar de Amsterdamse coalitie vormden, krijgen meer stemmen in de centrale stadsdelen, en minder stemmen aan de randen van de stad. Dit geografische verschil in partijkeuze is structureel en geldt voor zowel de Tweede Kamer- als de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam.

De afgelopen tien jaar nemen de geografische verschillen in stemgedrag toe. In Nieuw-West en Zuidoost daalde de opkomst iets; in de overige stadsdelen steeg de opkomst juist licht. Door de hele stad neemt het aantal stemmen op buitenstaanderpartijen toe, maar in Nieuw-West en Zuidoost het sterkst.

Niet alleen bij stemmen, ook bij andere participatievormen zien we verschillen tussen stadsdelen. Waar de verkiezingsopkomst relatief laag is, heeft ook een kleiner aandeel dan gemiddeld een politieke activiteit ondernomen, zoals deelname aan een participatietraject of demonstratie.

Naast bepaalde groepen, zijn dus ook bepaalde wijken minder sterk politiek vertegenwoordigd. Dit zijn wijken waar relatief veel Amsterdammers wonen met uitdagingen als armoede, werkeloosheid, eenzaamheid en een slechtere gezondheid.

Wanneer de stem van bepaalde groepen minder goed doorklinkt in keuzes en beleid, kan een vicieuze cirkel ontstaan: beleidsuitkomsten kunnen minder goed voor die groepen uitpakken, wat leidt tot het gevoel dat de overheid er niet voor hen is, wat weer leidt tot minder participatie.

2828

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

3 Politiek ondervertegenwoordigde gebieden: geografische verschillen in politieke participatie

Het vorige hoofdstuk toonde aan dat er duidelijke sociaaleconomische en demografische verschillen in politieke participatie bestaan tussen groepen in Amsterdam. Dit hoofdstuk zoomt in op de geografische patronen van stemopkomst en partijvoorkeur in Amsterdam en geeft daarmee antwoord op de vraag: waar in de stad wonen de Amsterdammers wiens stem we minder duidelijk horen in onze lokale representatieve democratie? En welke gebieden in de stad zijn daarmee minder sterk politiek vertegenwoordigd?

3.1 Laagste opkomst in Nieuw-West, Zuidoost en Noord en hoogste in Centrum en Zuid De opkomst bij verkiezingen verschilt per type verkiezing en fluctueert van keer op keer, maar verschilt altijd sterk per wijk. De onderstaande kaart laat de opkomst van de meest recente gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam zien. Gebieden met een relatief hoge opkomst zijn (donker)groen gekleurd; gebieden met een relatief lage opkomst geel of oranje. De kaart laat zien dat de opkomst in Centrum (63,6%) en Zuid (55,3%) hoger is dan in Nieuw-West (32,5%), Noord (43,5%) en Zuidoost (29,9%). Ook bij eerdere en andere type verkiezingen was dit patroon zichtbaar. Kaarten met opkomstpercentages van eerdere verkiezingen zijn te vinden op het O&S Dashboard Verkiezingen (z.d.). Figuur 3.1 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen 2022, naar wijk* (procenten)

*Wijken zonder stembureaus zijn grijs

Bron: Kiesraad/ bewerking O&S

29

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 De geografische verschillen in opkomstpercentage binnen Amsterdam zijn de afgelopen tien jaar groter geworden. In stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost is de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 lager dan bij de verkiezingen van 2010. In de andere stadsdelen is de opkomst juist licht toegenomen. Met name in stadsdeel Noord ligt het opkomstpercentage in 2022 dichter bij het stedelijk gemiddelde dan in 2010. In Zuidoost en NieuwWest ligt de opkomst in 2022 juist verder onder het stedelijk gemiddelde dan in 2010 (zie figuur 3.2). Figuur 3.2 Opkomstpercentage gemeenteraadsverkiezingen per stadsdeel als percentage van de gemiddelde opkomst in Amsterdam, 2010-2022 160%

Centrum

140%

Zuid

120%

Oost

100%

West

80%

Noord

60%

Nieuw-West

40%

Zuidoost

20%

Amsterdam

0% 2010

2014

2018

2022

Bron: Kiesraad/ bewerking O&S

Ook voor andere vormen van participatie zien we grote verschillen tussen stadsdelen. Inwoners van Centrum en West hebben het vaakst een lokale politieke activiteit ondernomen, inwoners van Zuidoost het minst vaak (zie figuur 3.3). Zo wordt er door inwoners van de stadsdelen Centrum en West relatief vaak deelgenomen aan een participatietraject of buurtbudget. Dit zijn ook de stadsdelen (naast Oost) waar de meeste van deze trajecten hebben plaatsgevonden (Necker, 2024). Er is een overlap tussen de verschillende vormen van participatie met opkomst bij verkiezingen. De stadsdelen waar de verkiezingsopkomst relatief hoog is, zien we ook een hoger aandeel bewoners dat in 2021 een politieke activiteit heeft ondernomen. Figuur 3.3 Percentage Amsterdammers dat een lokale politieke activiteit heeft ondernomen in de afgelopen 12 maanden, naar stadsdeel, 2021 (procenten)

Bron: O&S: Burgermonitor 2021

30

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

3.2 In wijken met lage opkomst zijn relatief veel buitenstaanderstemmen; dit zijn wijken met relatief veel armoede, uitkeringen, eenzaamheid en slechte gezondheid Opkomst en partijkeuze laten een duidelijk verband zien tijdens de gemeenraadsverkiezingen van 2022 en Tweede Kamerverkiezingen van 2023: in wijken waar de opkomst relatief laag was, ging een groter aandeel van de stemmen naar de zogenaamde buitenstaanderpartijen (SP/FvD/50Plus/PvdD/DENK/JA21/BIJ1). Dit betreft vooral wijken aan de randen van de stad (in stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost). Waar de opkomst relatief hoog was, ging juist een groter aandeel van de stemmen naar de zogeheten gevestigde partijen (VVD/D66/GroenLinksPvdA/CDA/CU/SGP). Dit betreft vooral de centrale stadsdelen (Centrum, Zuid en in zekere mate Oost). Het is aannemelijk dat dit verband ook geldt voor eerdere verkiezingen. De Atlas van Afgehaakt Nederland (De Voogd & Cuperus, 2021) constateert een vergelijkbaar patroon op gemeenteniveau. Bijlage B bevat een overzicht van de correlaties tussen opkomst en stemvoorkeur op wijkniveau. Juist aan de randen van de stad wonen relatief veel Amsterdammers met uitdagingen als armoede, werkeloosheid, een slechtere gezondheid en eenzaamheid (zie figuur 3.4 en paragraaf 2.2 en 2.5)). Figuur 3.4 Gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen (excl.

studentenhuishoudens) per wijk / aandeel inwoners met een goede ervaren gezondheid per wijk / aandeel inwoners dat ernstig eenzaam is per wijk

Gest. besteedbaar huishoudinkomen, 2021

Bron: CBS microdata

Goede gezondheid, 2022

bron: CBS microdata

Ernstig eenzaam, 2022

Bron: RIVM Statline

31

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

3.3 Steeds meer buitenstaanderstemmen in Amsterdam, sterkste stijging in Nieuw-West en Zuidoost De meerderheid van de Amsterdamse kiezers stemt op gevestigde partijen. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, in 2022, betrof dit ongeveer zes op de tien Amsterdammers. Ongeveer een derde stemde op een buitenstaanderpartij en tien procent op een partij die niet goed in een van de twee categorieën past. Wel zien we dat een steeds groter aandeel van de stemmers voor een buitenstaander partij kiest ten opzichte van eerdere jaren (zie figuur 3.5). De laatste 10 jaar betreft dat een stijging van +19%-punt bij de gemeenteraadsverkiezingen (2022 ten opzichte van 2010). In Nieuw-West (31%-punt) en Zuidoost (29%-punt) is die stijging sterker dan in ander stadsdelen. Tweede Kamerverkiezingen laten ook een toename aan buitenstaanderstemmen zien (zie bijlage A). Daarbij is goed te vermelden dat van de buitenstaanderpartijen in 2010 en 2014 alleen de Partij voor de Dieren en de SP meededen. Figuur 3.5 Aandeel Amsterdamse stemmen op gevestigde en buitenstaanderpartijen, gemeenteraadsverkiezingen 2010-2022

2010

81

2014

14

72

2018

64

2022

61

0%

10

20%

30 29 40%

60%

80%

10

gevestigde partijen

14

overig

buitenstaander partijen

6 10 100%

Bron: Kiesraad/ bewerking O&S

Het aandeel stemmen op partijen die niet goed passen in deze categorisering verschilt per gemeenteraadsverkiezing. In 2014 was het aandeel het hoogst met 14 procent van de stemmen. Naast Volt, deden de Partij van de Ouderen, RED AMSTERDAM en TROTS het relatief goed.

3.4 Buitenstaanderpartijen zijn het grootst in Nieuw-West en Zuidoost; gevestigde partijen zijn het grootst in Centrum en Zuid Zoals in de vorige paragraaf beschreven heeft zo’n dertig procent van de Amsterdammers bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen op een buitenstaanderpartij gestemd. Vooral in de stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost hebben relatief veel Amsterdammers op buitenstaanderpartijen gestemd (beiden 39% tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2022). Ook in een aantal wijken in Noord wordt relatief vaak op een van deze partijen gestemd. De enige uitzondering op dit patroon zijn de kiezers van de Partij voor de Dieren (een buitenstaanderpartij). Deze kiezers wonen verspreid over de hele stad en we zien daarbij weinig verschil naar wijken. Alleen in de wijken langs het IJ wordt iets vaker dan gemiddeld op de Partij voor de Dieren gestemd.

32

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Figuur 3.6 Aandeel stemmen op SP/FvD/50Plus/PvdD/DENK/JA21/BIJ1 per wijk bij de Gemeenteraadsverkiezingen 2022*

*Wijken zonder stembureau zijn grijs.

Bron: Kiesraad/ bewerking O&S

Wanneer we kijken naar het geografische patroon van stemmen op buitenstaanderpartijen (figuur 3.6), zien we een spiegelbeeld met de kaart met stemmen op gevestigde partijen (figuur 3.7). Vooral in de stadsdelen Centrum en Zuid stemmen relatief veel Amsterdammers op deze partijen (65% en 69% bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen). Ook in een aantal wijken in Oost stemde meer dan 60 procent van de kiezers op een gevestigde partij. Voorgaande Tweede Kamerverkiezingen tonen ook ongeveer dit geografische patroon. Figuur 3.7 Aandeel stemmen op VVD/D66/PvdA/CDA/CU/GroenLinks/SGP per wijk bij de Gemeenteraadsverkiezingen 2022*

*Wijken zonder stembureau zijn grijs.

Bron: Kiesraad/ bewerking O&S

33

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

3.5 Meer stemmen op coalitiepartijen in centrale stadsdelen Nu we hebben gezien dat er duidelijke geografische en sociaaleconomische verschillen zijn in opkomst en stemvoorkeur op wijkniveau, zoomen we verder in op de partijen die in de Amsterdamse gemeenteraad de coalitie vormen. De politieke invloed van de coalitiepartijen op de beleidsuitkomsten in de stad is namelijk het grootst. Ditzelfde geldt voor hun kiezers. De kiezersbasis van de huidige coalitiepartijen is het sterkst in de centrale stadsdelen. Het aandeel stemmen op coalitiepartijen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 is het hoogst in een aantal wijken in stadsdeel Oost. Ook in de stadsdelen Centrum en Zuid wordt meer dan gemiddeld gestemd op coalitiepartijen (zie figuur 3.8). Dit was ook bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 het geval. De geografische spreiding van steun voor de coalitie lijkt sterk op het patroon van de stemmen op gevestigde partijen. De huidige coalitiepartijen zijn dan ook gevestigde partijen. Figuur 3.8 Aandeel stemmen op de coalitiepartijen, PvdA, GroenLinks en D66, bij de gemeenteraadsverkiezingen 2022*

*Wijken zonder stembureau zijn grijs. Bron: Kiesraad / bewerking O&S

De steun voor de coalitiepartijen is juist het minst groot in de stadsdelen buiten de ring en boven het IJ (Noord; zie de oranje en rode wijken). Dit zijn ook de wijken waar relatief veel mensen niet gaan stemmen. Dat betekent dat de gemeenteraad in die wijken een kleiner aandeel van alle kiesgerechtigde Amsterdammers vertegenwoordigt dan in de centrale stadsdelen, en de coalitiepartijen een nog kleiner deel. Met kiesgerechtigden worden hier alle Amsterdammers bedoeld die het recht hebben om te gaan stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.

3.6 Deelconclusie Ongelijkheid in politieke participatie hangt niet alleen samen met sociaaleconomische en demografische verschillen; er zijn ook duidelijke geografische verschillen. Zo is de opkomst in Nieuw-West, Noord en Zuidoost lager dan in Centrum en Zuid. Ten opzichte van tien jaar geleden zijn de geografische verschillen in opkomstpercentage iets groter geworden. In wijken aan de randen van de stad wordt ook relatief vaak op buitenstaanderpartijen gestemd. 34

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 Buitenstaanderpartijen komen uiteindelijk niet vaak in de Amsterdamse coalitie terecht: in de afgelopen 20 jaar is de SP (in de periode 2010-2018) de enige buitenstaanderpartij geweest die aan de coalitie heeft deelgenomen. De stem van Amsterdammers aan de randen van de stad klinkt dus minder door in de raad. Dat geldt in het bijzonder voor Amsterdammers aan de randen van de stad met bepaalde demografische kenmerken en sociaaleconomische uitdagingen, zoals te zien in hoofdstuk 2. Met name Amsterdammers in kwetsbare posities, die vaker dan gemiddeld afhankelijk zijn van de overheid voor steun, hebben hierdoor minder invloed op de koers van de stad. Hierbij kan een vicieuze cirkel ontstaan. De belangen van groepen die minder stemmen, komen minder terug in politieke keuzes en beleid. Daardoor werken beleidsuitkomsten minder goed voor hen die niet stemmen en krijgen zij het gevoel niet gehoord en gezien te worden. Dat kunnen weer redenen zijn om niet te participeren (Boterman en van Gent, 2023; Dagevos & Vermeulen, 2024). De Voogd en Cuperus benadrukken in De Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) dat niet deelnemen aan de representatieve democratie niet per se een bewuste keuze is van mensen, maar dat zij soms niet mee kúnnen doen.

Boterman en Van Gent beschrijven in hun boek Making the Middle-class (2023) hoe de hogere middenklasse juist relatief vaak gaat stemmen en de stad mede daardoor steeds meer wordt ingericht om te voldoen aan de wensen van deze groep. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in de woningmarkt, maar ook in de voorkeur voor fietspaden ten opzichte van autowegen.

35

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Naomi, H-buurt

“Ik woon al mijn hele leven in de Bijlmer. Ik ben hier geboren. De buurt verandert met vlagen. Het is hier gezellig maar ook gevaarlijk. Ik voel me hier thuis maar tegelijkertijd maak ik me heel veel zorgen over mijn zoon die hier opgroeit. Hij is nog maar twaalf maar als je hem zou zien, zou je denken dat hij al zeventien is. Ik ben een strenge moeder en ik zit er echt bovenop maar als hij buiten op straat is heb ik geen controle over hem. Hij is geen stoute jongen maar er is hier veel criminaliteit en foute vrienden maak je snel in deze buurt. Ik ben aan het kijken of ik weg kan gaan. Het maakt me niet zoveel uit waarheen als het maar buiten de Bijlmer is. Ik zou het voor mezelf jammer vinden om te vertrekken maar voor hem zou het echt beter zijn. Ik vind het moeilijk om te zeggen of de gemeente meer zou moeten doen omdat ik vind dat de mensen hier ook veel slecht gedrag vertonen. In mijn flat zijn bijna alle deuren kapotgetrapt. Dat doen mensen zelf. De gemeente is er voor ons in de zin dat je hier stichting Profor hebt. Daar kunnen we altijd terecht met onze vragen. Ik ga daar regelmatig koffiedrinken. In deze buurt wordt stemt bijna niemand. Ik ook niet. Dat komt omdat ik het niet goed begrijp. We spreken misschien wel Nederlands maar we blijven ook maar gewoon buitenlanders. Ik begrijp niks van politiek en zo zijn er hier honderden.

Ik heb geprobeerd onderzoek te doen door naar andere mensen in de buurt te luisteren maar alsnog weet ik niet goed hoe het allemaal werkt. Wat misschien zou helpen is als mensen uit onze eigen landen het ons zouden kunnen uitleggen. Als ik politiek iets te zeggen zou hebben dan zou ik graag willen dat er meer gedaan wordt voor de veiligheid van onze kinderen. Daar maak ik mij namelijk heel veel zorgen over.” Foto en verhaal: Debra Barraud.

36

Deel B.

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Deel B. De zorgen van politiek onder vertegenwoordigde Amsterdammers Uit deel A weten we welke groepen Amsterdammers (en gebieden) politiek minder goed vertegenwoordigd zijn in onze lokale representatieve democratie. In deel B verkennen we hun zorgen: zorgen over de veranderende stad (hoofdstuk 4), zorgen over de (eigen positie in de) samenleving (hoofdstuk 5) en zorgen over de politiek en overheid (hoofdstuk 6). Dit doen we op basis van een enquête onder bijna 2.200 Amsterdammers, verdiepende gesprekken in vijf Amsterdamse wijken en (lokale) onderzoeken naar ondervertegenwoordigde groepen. Vervolgens proberen we deze zorgen te duiden vanuit literatuuronderzoek en interviews met experts.

Inzoomen op bezorgde niet- en buitenstaanderstemmers Uit eerder onderzoek weten we dat mensen die minder dan gemiddeld stemmen of vaker op een buitenstaanderpartij stemmen, over het algemeen pessimistischer zijn over de samenleving en/of over het eigen leven. (De Voogd & Cuperus, 2021; Vrooman et al., 2023; Geurkink & Miltenburg, 2023; Dekker et al., 2018; Den Ridder et al., 2022; Remkes et al., 2018)

Om de zorgen van niet- en buitenstaanderstemmers te onderzoeken, zoomen we daarom in de Amsterdamse Burgermonitor (zie p. 38) in op de Amsterdammers die niet of op een buitenstaanderpartij hebben gestemd én die vinden dat het de verkeerde kant op gaat met de stad. We noemen hen bezorgde niet- of buitenstaanderstemmers. Wat betreft hun achtergrondkenmerken wordt het beeld van niet- en buitenstaanderstemmers uit deel A grotendeels bevestigd. Onder bezorgde niet-stemmers zijn relatief veel Amsterdammers met een leeftijd van 25-40 jaar; een 1e generatie migratieherkomst (binnen en buiten Europa); ervaren eenzaamheid en/of een slechte gezondheid. Onder bezorgde buitenstaanderstemmers zijn relatief veel Amsterdammers met een leeftijd van 65+ jaar; een inkomen tot 2.050 euro; een inkomen tussen 2.050 en 4.500 euro; een basis- of mboopleiding; geen of 2e generatie migratieachtergrond en/of een slechtere gezondheid. Jongeren tot 25 jaar waren geen onderdeel van de respondentengroep. Zie bijlage C voor een overzicht van de kenmerken. (Rubingh et al., 2024) 37 37

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

N.B. Dat pessimisme over de samenleving en stemgedrag samenhangen, betekent niet dat alle Amsterdammers die niet of op een buitenstaanderpartij stemmen hier pessimistisch over zijn. Zo geeft de meerderheid van de niet-stemmers aan het de goede kant op te vinden gaan met Amsterdam, of het niet te weten. Voor deze groep is de reden om niet te stemmen bijvoorbeeld desinteresse, onbekendheid met (de werking van) verkiezingen of juist tevredenheid. Dit geldt in het bijzonder voor gemeenteraadsverkiezingen: veel mensen zien dit als minder belangrijk dan de Tweede Kamerverkiezingen. Ook stemmen op buitenstaanderpartijen gebeurt niet alleen uit onvrede. Mensen die stemmen maken hun keuze vooral op basis van inhoudelijke overwegingen. Hoewel vertrouwen in de politiek een steeds grotere rol speelt in stemgedrag, blijft de inhoud leidend. (Rubingh et al., 2024; Hoofdstuk 2; interview Tom van der Meer, 2024)

Toelichting voornaamste bronnen Deel B De Amsterdamse Burgermonitor (ABM) Dit is een grootschalige enquête die de afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam sinds 1999 uitvoert. De laatste keer is onder bijna 2.200 Amsterdammers stemgedrag bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen (wel/niet gestemd) en partijvoorkeur uitgevraagd (i.e. “op welke partij men zou stemmen als er morgen verkiezingen waren?”; (Rubingh et al., 2024). Daarnaast zijn opvattingen over (lokale) politiek, politiek (zelf)vertrouwen, gemeentelijke dienstverlening en samenleven in de stad uitgevraagd. Gesprekken in vijf Amsterdamse wijken Aanvullend op de kwantitatieve data uit de ABM hebben we circa 20 gesprekken gevoerd in vijf Amsterdamse wijken waar weinig mensen stemmen of waar veel mensen op buitenstaanderpartijen stemmen. Deze gesprekken zijn niet bedoeld als een representatieve selectie van bepaalde kiezersgroepen, maar gaven ons wel een beeld van de sentimenten die er in die wijken leven. Het ging om gesprekken met gebiedsmakelaars, maatschappelijk werkers en inwoners van Geuzenveld, De Punt (Nieuw-West), de H-buurt (Zuidoost), Tuindorp-Buiksloot (Noord) en de Indische BuurtOost (Oost). Zie bijlage D voor wijkselectie.

Literatuuronderzoek en interviews met experts uit verschillende wetenschappelijke disciplines Op basis van eerder onderzoek hebben we maatschappelijke, economische en bestuurlijke ontwikkelingen in kaart gebracht die invloed hebben gehad op zorgen van Amsterdammers wiens stemmen minder doorklinken. Aanvullend hebben we zeven experts gevraagd vanuit hun vakgebied te reflecteren op de eerste bevindingen uit dit onderzoek. Daarnaast hebben we de auteurs van De Atlas van Afgehaakt Nederland, René Cuperus en Josse de Voogd, en Wibautleerstoelhouder Femke Kaulingfreks gevraagd te reflecteren op de Amsterdamse uitkomsten (zie laatste deel met reflecties). Gesproken expert Henri de Groot Tom van der Meer Lisanne de Blok Halleh Ghorashi Karen van Oudenhoven Caelesta Braun Monique Kremer

Expertise Hoogleraar Regionaal Economische Dynamiek aan de VU. Lid van de SER. Hoogleraar Politicologie aan de UvA. Richt zich met name op legitimiteit, ongelijkheid en burgerschap. Assistent Professor aan de UU School of Governance. Managing Director van Onderzoek & Communicatie van het Netherlands Institute of Governance. Hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de VU. Richt zich op diversiteit, migratie, identiteitsvorming en de positie van minderheden. Directeur SCP en bijzonder hoogleraar Maatschappelijke Veerkracht aan de VU. Vicevoorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur en hoogleraar Openbaar Bestuur en Maatschappelijke Democratie aan de Universiteit Leiden. Bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap aan de UvA. Onderzoekt o.a. bestaans(on)zekerheid in de stad en verbindingen in de superdiversie wijk.

38 38

Deel B.

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Hoofdstuk 4. Zorgen over de veranderende stad en leefomgeving Kernpunten – wat de stad ons vertelt 

Sommige Amsterdammers die al lang in de stad wonen, een basis- of mbo-opleiding en/of een laag of middeninkomen hebben, voelen zich steeds minder thuis. Ze maken zich zorgen over de veranderende stad. De leef- en woonkosten stijgen en het vrije tijds- en winkelaanbod in hun wijk verandert. Voor sommigen neemt het buurtgevoel af door de komst van nieuwe en kapitaalkrachtige Amsterdammers.

Amsterdammers wonend in wijken aan de randen van de stad maken zich zorgen over de veiligheid, straatvuil en het voorzieningenniveau. Sommige inwoners ervaren dat hun wijk er minder goed aan toe is dan andere wijken. Dat draagt bij aan een gevoel van achterstelling.

Kernpunten – duidingen door experts 

Amsterdam is economisch succesvol, maar niet iedereen profiteert daarvan. Voor lage- en middeninkomens is het steeds moeilijker om in de stad te blijven wonen.

Middeninkomens hebben in toenemende mate te maken met sociaaleconomische kwetsbaarheid, terwijl ze geen aanspraak kunnen maken op sociale bescherming.

Nationaal beleid om krachtige stedelijke gebieden te creëren, heeft geleid tot grote verschillen in woningprijzen, kwaliteit van leven en voorzieningenniveaus tussen wijken.

De verschraling van publieke voorzieningen door bezuinigingen en vermarkting, raakt vooral de mensen die het meest afhankelijk zijn van deze voorzieningen. Denk aan buurthuizen of openbaar vervoer.

39 39

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

4 Zorgen over de veranderende stad en leefomgeving

Verschillende groepen Amsterdammers zijn politiek ondervertegenwoordigd (zie hoofdstuk 2 en 3). Dit betreft met name Amsterdammers met een basis- of mbo-opleiding, een laag inkomen, een slechte gezondheid, ervaren eenzaamheid, een migratieachtergrond en/of een jonge leeftijd. Wij zijn nieuwsgierig naar wat er bij hen speelt: welke zorgen hebben zij, waar ervaren ze onvrede over en wat vinden zij van hun stad? Dit brengen we in beeld door verschillende bronnen samen te brengen. We keken naar ander Amsterdams onderzoek naar onder groepen, voerden gesprekken in vijf wijken waar veel niet- en/of buitenstaanderstemmers wonen, en keken naar een enquête onder bijna 2.200 Amsterdammers (zie introductiekader Deel B, p. 38 voor meer toelichting). Uit deze eerste verkenning blijkt één van de drie voornaamste zorgen van deze Amsterdammers gaat over de veranderende stad en leefomgeving, waarin ze zich steeds minder thuis voelen. Dit hoofdstuk gaat dieper op deze sentimenten in en plaatst ze vervolgens in een breder perspectief met verschillende experts: welke maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen hebben mogelijk bijgedragen aan de zorgen en onvrede bij bepaalde groepen in de stad?

4.1 Wat de stad ons vertelt Stijgende leef- en woonkosten Een van de grootste zorgen van bezorgde niet-stemmers is de betaalbaarheid van woningen en levensonderhoud in de stad. Bijna de helft noemt de woningmarkt als zorg (tegenover 39% gemiddeld), met omschrijvingen als ‘hoge huren’ en ‘weinig betaalbare woningen’. Betaalbaarheid wordt onder deze groep ruim twee keer zo vaak als gemiddeld als zorg genoemd, waarbij ze onder andere kosten van levensonderhoud en inflatie omschreven. Ook stijgende (gemeentelijke) belastingen worden relatief vaak genoemd (zie figuur 4.1).

“Het is een gekke gedachte. Ik ben hier geboren en opgegroeid, maar ik zal hier waarschijnlijk nooit kunnen wonen.” - Mischa (18 jaar), Tuindorp Buiksloot

Bezorgde niet-stemmers lijken een relatief onzeker of instabiel inkomen te hebben: vaker dan gemiddeld verwachten ze dat hun financiële situatie gaat veranderen in de toekomst, negatief óf positief. Voor bezorgde buitenstaanderstemmers geldt dat zij vaker negatief zijn over hun verwachte financiële situatie (zie figuur 4.2). Ook in de gesprekken die we voerden in de vijf Amsterdamse wijken ging het vaak over geldzorgen. Sommige buurtbewoners zien door de stijgende leef- en woonkosten steeds moeilijker een toekomst voor zich in de stad, voor zichzelf en/of hun kinderen. Ook jongvolwassen Amsterdammers ervaren dit: 45% van hen maakt zich zorgen of ze voldoende inkomen zullen hebben voor een prettig leven (Rubingh et al., 2024). Mede door geldzorgen voelen sommige jongvolwassenen dat hun leven ‘op pauze’ staat: noodgedwongen stellen ze mijlpalen uit zoals uit huis gaan, een huis kopen of een gezin stichten (Nederlands Jeugdinstituut; gesprekken in Tuindorp 40

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 Buiksloot, maart 2024). Ook blijkt dat lastig kunnen rondkomen samenhangt met een daling in het vertrouwen in de toekomst (Lindeman et al., 2023). Dit geldt met name voor jongeren en Amsterdammers met een basis- of mbo opleiding. Een groep Amsterdammers met beide kenmerken zijn ROC-studenten. Zij hebben te maken met uitdagingen zoals een gebrek aan economische kansen en onzekerheden over hun toekomst (Steenvoorden, 2023). Veel mbostudenten ervaren druk en stress om door te leren, omdat ze met hun huidige opleiding geen voldoende verdienende baan kunnen vinden om rond te komen in de dure samenleving (Dopmeijer et al., 2024). Figuur 4.1 De vaakst spontaan genoemde zorgen van Amsterdammers op de vraag ‘Over welke drie zaken maakt u zich persoonlijk het meeste zorgen in Amsterdam?’* (procenten)

* In de Amsterdamse Burgermonitor 2023 (Rubingh et al., 2024) hebben respondenten in een open vraag aangegeven waar zij zich het meest zorgen om maken in de stad. De antwoorden zijn gecategoriseerd op thema en de vaakst genoemde thema’s zijn weergegeven.

41

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Figuur 4.2 Verwachtingen van Amsterdammers over de financiële situatie voor de komende 12 maanden (procenten)

Veranderd vrijetijds- en winkelaanbod Elke stad ontwikkelt zich – ook Amsterdam. Hoewel continue veranderingen bij het stadsleven horen, hebben recente “Er komen steeds meer veranderingen tot een gevoel van vervreemding geleid bij een expats in deze buurt wonen, deel van de Amsterdammers met een laag inkomen die al en alles is zo ontzettend langer in de stad wonen. Zij zien ‘hun Amsterdam’ veranderen duur geworden.” in een stad voor hoge inkomensgroepen, expats en yuppen (young urban professionals). Daardoor voelen zij zich steeds –Beverly, Indische Buurt minder thuis in de stad. Hun vertrouwde winkels, buurthuizen en andere ontmoetingsplekken hebben plaatsgemaakt voor commerciële winkels en horeca met hoge prijzen, die niet aansluiten op hun behoeften en portemonnee (gesprekken in de Indische Buurt-Oost, maart 2024). De zorgen over de veranderende stad zijn bijvoorbeeld voelbaar in de Javastraat. Bakkers, slagers en groenteboeren waar veel buurtbewoners hun boodschappen deden, zijn vervangen door hippe hotspots, dure horecatenten en conceptstores voor een selectief publiek. Bewoners met weinig financiële middelen – 28% van de huishoudens in de Indische Buurt is een minimahuishouden (O&S Dashboard Kerncijfers, 2021; zie ook intermezzo p. 18) – worden dagelijks geconfronteerd met aanbod waar ze geen gebruik van kunnen maken.

Ondernemers die nu nog betaalbare producten verkopen staan voor een dilemma: de prijzen verhogen om hun omzet te vergroten, of de vaste klanten met een klein inkomen blijven bedienen? (gesprekken in de Indische Buurt-Oost, april 2024). Vertrekkende en nieuwe bewoners Sommige Amsterdammers moeten noodgedwongen verhuizen vanwege hun financiële situatie. Veel van hen vertrekken naar omliggende gebieden met een toegankelijkere woningmarkt, zoals Almere, Zaanstad en Purmerend (Onderzoek & Statistiek, 2023b). Hun vertrek kan leiden tot ontworteling, zowel bij henzelf als bij de ‘achterblijvers’: het informele sociale netwerk raakt verstoord. Wanneer opa en oma niet meer om de hoek wonen en kinderopvang te duur is, komen werkende Amsterdammers in de knel (gesprekken in Geuzenveld, mei 2024). Met de nieuwe (vaak jonge, kapitaalkrachtige) bewoners ervaren de ‘oorspronkelijke’ bewoners een minder sterke sociale ”Vroeger was het zo, dan schreef je band. Als gevolg ervaren ze minder solidariteitsgevoel je kinderen in op een woning van in hun wijk in vergelijking met het verleden. Ze kennen tante Jans om de hoek. […] Nu hun buren niet meer, er is minder een ‘ons-kent-ons’woont iedereen ver uit elkaar en gevoel en bij problemen weten bewoners elkaar worden mensen steeds eenzamer.” minder te vinden (gesprekken in de Indische Buurt, april 2024).

De werelden tussen ‘oorspronkelijke’ en - Petra, Tuindorp Buiksloot nieuwe bewoners worden als gescheiden werelden ervaren.

42

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 Veiligheid en vuil in de wijk Naast de veranderingen in de stad houdt ook de directe leefomgeving veel Amsterdammers bezig: veiligheid, afval en “Overdag voel ik mij onderhoud zijn onder alle Amsterdammers veelgenoemde zorgen veilig in de buurt, (zie figuur 4.1). Bezorgde buitenstaanderstemmers en bezorgde maar 's avonds ga ik niet-stemmers maken zich relatief veel zorgen over veiligheid en hier de straat niet op.” criminaliteit; respectievelijk 38% en 35% tegenover 33% gemiddeld. Bezorgde niet-stemmers maken zich ook meer dan gemiddeld –Cora, De Punt zorgen over zwerfvuil en verloedering in de leefomgeving, zo bleek ook uit de gesprekken in de wijken. Een voorbeeld zien we in de Hbuurt in Zuidoost, een wijk met veel niet-stemmers. Bewoners ervaren daar overlast door verval in de openbare ruimte die zich bijvoorbeeld uit in zwerfvuil, vernield straatmeubilair en stank (gesprekken in de H-buurt, april 2024). In vergelijking met andere wijken ervaren bewoners van de H-buurt ook veel onveiligheid, vermijden ze vaak bepaalde mensen of plekken en schatten ze de kans groot dat ze slachtoffer worden van criminaliteit (O&S Dashboard Kerncijfers, 2023). Deze ervaringen zijn in de H-buurt het hoogste van de stad, na Osdorp-Midden en De Punt.

In De Punt, één van de wijken met de meeste buitenstaanderstemmers, geven bewoners de veiligheid in hun buurt het laagste rapportcijfer van heel Amsterdam (5.8 tegenover 7.1 gemiddeld; O&S Dashboard Kerncijfers, 2023). Rondom het Dijkgraafplein zijn bijvoorbeeld groepen jongeren te vinden die zich bezighouden met vernieling en intimidatie (Oude Ophuis, 2021). In De Punt wordt ook afvalproblematiek ervaren: slechts 18% van de bewoners vindt dat hun buurt schoon is, tegenover 35% gemiddeld in Amsterdam (Onderzoek & Statistiek, 2024b). Veel afval op straat zorgt voor een verloederde indruk, wat het onveiligheidsgevoel van bewoners verder kan versterken. Voorzieningenniveau in de wijk Met name aan de randen van de stad leidt het voorzieningenniveau tot frustratie bij Amsterdammers. Zo wordt het openbaar vervoeraanbod in Nieuw-West, Noord en Weesp het minst positief beoordeeld ten opzichte van de rest van de stad (O&S Dashboard Kerncijfers, 2023). Onder meer inwoners van Geuzenveld ergeren zich aan de slechte bereikbaarheid van hun wijk. Zij geven de parkeervoorzieningen een 5.7 (tegenover 6.4 gemiddeld), en het ov-aanbod een 6.3 (tegenover 7.5 gemiddeld in Amsterdam; O&S Dashboard Kerncijfers, 2023). Ook buurthuizen zijn belangrijke voorzieningen, met name voor ouderen en Amsterdammers met een migratieachtergrond.

Het zijn plekken voor ontmoeting, activiteiten en hulp bij de aanvraag van voorzieningen (Wat Amsterdammers Bezighoudt, nog te publiceren). In de H-Buurt en de Indische Buurt is het afnemend aantal buurthuizen dan ook een belangrijke bron van teleurstelling en verontwaardiging (gesprekken in de H-buurt en de Indische Buurt Oost, april 2024). Bijna 20 jaar geleden werd het enige buurthuis in de H-buurt gesloten met de belofte dat er binnen een paar jaar een mooiere, nieuwere versie voor in de plaats zou komen. Maar die kwam er jaar op jaar niet; waardoor bewoners vele jaren lang een buurthuis bleven missen (gesprekken in de H-buurt, april 2024). Ook in de “Mijn zoon kwam laatst thuis, Indische Buurt sluit binnenkort een buurthuis, terwijl helemaal bedroefd omdat het dat voor jongeren een belangrijke plek is om samen te buurthuis ging sluiten. Als je gaat komen en sociale activiteiten te doen (gesprekken in de bezuinigen, dan hebben ze nergens Indische Buurt-Oost, april 2024). Door het sluiten van meer om heen te gaan dus dan buurthuizen, in combinatie met de nasleep van de gaan ze hangen op straat.” covidpandemie, hangen jongeren in sommige wijken veel op straat. Maar ook daar zijn ze niet welkom, – Romeo, Indische Buurt omdat andere buurtbewoners last van ze hebben. Jongeren hebben het gevoel dat er steeds minder plekken voor hen zijn om hun vrije tijd door te brengen.

Sommige van die jongeren ervaren daardoor 43

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 ook dat er onvoldoende rekening met hen wordt gehouden (gesprekken in de H-buurt en Indische Buurt-Oost, april 2024). Aandacht ten opzichte van andere wijken Uit verschillende gesprekken met gebiedsmakelaars, Amsterdammers en wetenschappers blijkt dat verval in de “De mensen hebben geen openbare ruimte en gebrek aan voorzieningen kan bijdragen vertrouwen meer in de aan gevoelens van verwaarlozing en achterstelling. gemeente. Ze hebben de Bewoners voelen zich hierdoor onderbedeeld en buurt enorm zien veranderen achtergesteld ten opzichte van omliggende wijken die er wel en voelen zich niet gehoord.” netjes bij liggen (Huwaë et al., 2023; gesprekken in Tuindorp – Petra, Tuindorp Buiksloot Buiksloot en Geuzenveld). Daarbij hebben de bewoners van sommige wijken het gevoel dat de belofte van vooruitgang steeds maar niet wordt ingelost. In Geuzenveld (Nieuw-West) is dit sentiment bijvoorbeeld goed voelbaar. Al in de jaren ‘90 werden er stedelijke vernieuwingsplannen opgesteld voor de wijk. Maar vervolgens kregen bewoners jaar na jaar te horen dat de uitvoering van de plannen werd uitgesteld. Bewoners hadden het gevoel niet gelijkwaardig te worden behandeld, voelden zich tegengewerkt, overgeslagen en zelfs ‘het afvoerputje van Amsterdam’ (gesprekken in Geuzenveld, maart 2024).

Ook in de H-buurt (Zuidoost) hebben instanties zoals woningcorporaties en de gemeente door de jaren heen beloftes aan de bewoners gedaan die niet werden nagekomen. Zo moest een aantal bewoners hun huis uit vanwege sloopplannen, maar werden die plannen vervolgens meerdere malen uitgesteld (NUL20, 2023). Sommige van hen kijken nog elke dag tegen het huis aan waar ze eigenlijk nog jaren in hadden kunnen wonen (gesprekken H-buurt, april 2024).

4.2 Duiding door experts Amsterdam is economisch succesvol, maar niet iedereen profiteert De de-industrialisatie vanaf begin jaren ’80 en de groei van de dienstensector was misschien wel het meest zichtbaar in Amsterdam (Vrooman et al., 2023; Manshanden et al., 2011). Deze ontwikkelingen hebben bijgedragen aan het economisch succes van de stad en de regio. Maar niet alle Amsterdammers hebben evenveel kunnen profiteren van de groeiende economie (van Bree et al., 2024). Henri de Groot (interview, augustus 2024) wijst erop dat Amsterdam als het ware twee steden in zich heeft. Enerzijds heeft de stad een groot aandeel inwoners met hoge inkomens en anderzijds huisvest Amsterdam – net als andere grote steden – relatief veel mensen die een onzeker bestaan leven door armoede en flexibele of slecht betaalde dienstverbanden. Ook hun sociale omgeving beschikt over minder inkomen en vermogen. Hierdoor zijn zij minder goed in staat om (tijdelijke) economische schokken, stijgende kosten en persoonlijke tegenslagen op te vangen (interview De Groot, augustus 2024; Bussemaker et al., 2024; Vrooman et al., 2023; Engbersen et al., 2023). Daar komt bij dat Amsterdams beleid zich van oudsher richt op de bescherming van en voorzieningen voor inwoners in een kwetsbare positie.

Dat vormt deels de aantrekkingskracht van de stad voor mensen met minder inkomen en vermogen (interview De Groot, augustus 2024). Maar Amsterdammers met lage inkomens zijn niet de enige groep die met bestaansonzekerheid te maken heeft; ook voor middeninkomens is de betaalbaarheid van wonen in de stad onder druk komen te staan. De (internationale) aantrekkingskracht van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) als woon- en werkregio staat op gespannen voet met het beperkte woningenaanbod in het lage en middensegment. Met name jonge gezinnen die meer ruimte willen verhuizen de stad uit 44

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 (Onderzoek & Statistiek, 2024a; De Grip, 2024). Sinds 2017 verlaten elk jaar per saldo meer Nederlanders de MRA om elders in Nederland te gaan wonen – dat is voor het eerst sinds de jaren ’70 (van Bree et al., 2024). Toenemende onzekerheid zorgt bij middeninkomens voor maatschappelijk onbehagen Middeninkomens ervaren toenemende sociaaleconomische kwetsbaarheid, komen steeds lastiger aan een woning en kunnen vaak geen aanspraak maken op sociale bescherming (Geurkink & Miltenburg, 2023; Van Bree et al, 2024). Dit wakkert een ‘fear of falling’ aan: de angst dat ze hun maatschappelijke positie verliezen. Dit verklaart mede waarom het maatschappelijk onbehagen onder middeninkomens vaak groter is dan onder mensen met de laagste inkomens (Geurkink & Miltenburg, 2023). Uit onderzoek blijkt dat mensen met lage middeninkomens in termen van gedrag, waarden en opvattingen steeds meer gaan lijken op mensen met de laagste inkomens (interview Kremer, september 2024). Nederlands ruimtelijk-economisch beleid gericht op aantrekkelijke stedelijke gebieden heeft gezorgd voor geografische verschillen in aantrekkelijkheid Nederlandse ruimtelijk-economische beleid heeft zich de afgelopen decennia sterk gericht op agglomeratievorming: het creëren van stedelijke gebieden en het ontwikkelen van leefgebieden dichtbij ov-knooppunten.

De regio Amsterdam is hier een sprekend voorbeeld van. In het essay Groei en krimp: uitdagingen voor governance en solidariteit (2019) laten Henri de Groot e.a. zien dat dit agglomeratiebeleid heeft bijgedragen aan grote regionale verschillen in de aantrekkelijkheid van leefgebieden. Deze verschillen zijn ook zichtbaar tussen wijken binnen steden: inwoners met minder kapitaal kunnen alleen nog in bepaalde buitenwijken of buiten de stad wonen (Bakens et al., 2014). Henri de Groot (interview, augustus 2024) bepleit dat dit niet per sé een reden tot zorg is: geografische verschillen in grondprijzen en daarmee in betaalbaarheid van woningen zijn er altijd geweest, en zullen er altijd zijn. Zo wonen inwoners met minder kapitaal gemiddeld genomen vaker in bepaalde buitenwijken of buiten de stad. Dat neemt niet weg dat de basis – wonen, zorg, onderwijs, winkels voor boodschappen, schone en veilige straten – overal in de stad op orde moet zijn. Ook moeten er voldoende en breed toegankelijke vervoersmogelijkheden zijn, zodat bewoners gebruik kunnen maken van voorzieningen buiten de directe woonomgeving (van Bree et al., 2016; interview De Groot, augustus 2024). Druk op publieke voorzieningen in buitenwijken door vermarkting en gentrificatie Sinds de jaren ‘80 heeft nationaal beleid op vermarkting van publieke taken voor een verschraling van publieke voorzieningen gezorgd.

Dit terwijl marktwerking juist had moeten leiden tot efficiëntie en een betere kwaliteit van voorzieningen. Ook leidde de komst van nieuwe, meer kapitaalkrachtige bewoners in combinatie met de oververhitting van de Amsterdamse woning- en arbeidsmarkt tot hogere vastgoedprijzen en daarmee een tekort aan betaalbare woningen én minder maatschappelijke ruimten voor voorzieningen. En omdat kapitaalkrachtigen een sterke neiging tot vermijding en zelfsegregatie hebben (Crul et al.,2024), ontstaat er in de wijken waar zij wonen een tekort aan bemensing voor deze voorzieningen (De Groot et al., 2023). Juist de groepen die het meest afhankelijk zijn van publieke voorzieningen worden daar hard door geraakt. Dit doet vervolgens weer afbreuk aan het solidariteitsgevoel van de oorspronkelijke bewoners met minder financiële middelen (interview De Groot, augustus 2024). Problemen zoals moeilijke toegang tot huizen, afval op straat en gebrek aan voorzieningen zijn voor sommige Amsterdammers symbool komen te staan voor een overheid en samenleving die zich niet om hen bekommert (zie ook paragraaf 4.1 en 6.1).

45

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

4.3 Deelconclusie zorgen veranderende stad en leefomgeving Stijgende leef- en woonkosten en een veranderend vrije tijds- en winkelaanbod maken dat sommige Amsterdammers zich steeds minder thuis voelen in hun stad. Dit zijn vaak Amsterdammers die al lang in de stad wonen, lastig rondkomen en/of basis- of mbo-opgeleid zijn. Voor sommige van hen draagt ook de komst van nieuwe, kapitaalkrachtige Amsterdammers in de wijk bij aan een verminderd thuisgevoel. Jongvolwassenen Amsterdammers maken zich zorgen over hun financiële situatie en of er voor hen nog wel een toekomst is in de stad. Bezorgde niet-stemmers maken zich vaker dan gemiddeld zorgen over betaalbare woningen en levensonderhoud en in wijken met veel niet-stemmers en buitenstaanderstemmers leeft ongenoegen over onveiligheid, straatvuil en het voorzieningenniveau. Bij sommige wijkbewoners vertaalt dat zich in het gevoel achtergesteld te worden ten opzichte van andere wijken. Deze zorgen over de veranderende leefomgeving en stad kunnen onder andere worden geduid in het licht van het economische succes van Amsterdam: vooral Amsterdammers met lage en middeninkomens hebben daar weinig van geprofiteerd. Voor zowel lage als middeninkomens is de bestaansonzekerheid toegenomen. Het vinden van betaalbare woningen wordt steeds lastiger voor hen.

Middeninkomens ervaren toegenomen sociaaleconomische kwetsbaarheid, terwijl zij geen aanspraak kunnen maken op de sociale bescherming die er is voor lage inkomens. Verder heeft nationaal ruimtelijk-economisch beleid tot verschillen in de aantrekkelijkheid van leefgebieden geleid: buitenwijken zijn gemiddeld minder aantrekkelijk. Juist daar is het van belang om (basis)voorzieningen op orde te hebben, omdat er vaak relatief meer mensen wonen die daar afhankelijk van zijn. Echter, vermarkting en gentrificatie hebben juist geleid tot verschraling van publieke voorzieningen in onder andere buitenwijken.

46

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Petra, Tuindorp Buiksloot

“Kijk vroeger was het zo, dan schreef je je kinderen in op een woning van tante Jans om de hoek, en dan hadden ze eerder een kans om in de buurt te blijven wonen. Nu is het zo dat de hoogste bieder de woning krijgt en dat kunnen wij helemaal niet betalen. In Noord was er altijd veel sociale controle. De hele familie woonde bij elkaar om de hoek, daardoor was de familiestructuur hecht en was het sociale vangnet groot. Nu woont iedereen ver uit elkaar en worden mensen steeds eenzamer. Daarnaast is er overal op bezuinigd. Ik ben zelf jarenlang alleenstaande moeder geweest, ik ben een partner verloren. Ik weet hoe het is om er alleen voor te staan. Daarom ben ik een buurtwinkel begonnen waar buurtbewoners spulletjes kunnen verkopen. Vanuit mijn winkel organiseer ik bingoavonden en tijdens de feestdagen doe ik inzamelingen voor cadeautjes de kinderen. Er is hier veel armoede en ik hoor vaak van klanten dat ze het echt niet meer zien zitten. Ik maak me vooral zorgen om de ouderen. Mensen met een AOW konden voor al die crisissen en inflatie nog wel een stukkie vlees op hun bordje krijgen, maar nu is de rek er echt uit. Kun je nagaan, dit zijn de mensen die Nederland hebben opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog. De mensen hebben geen vertrouwen meer in de gemeente. Ze hebben de buurt enorm zien veranderen en voelen zich niet gehoord.

Door de toeslagenaffaire zijn veel ouders ook bang geworden om hulp te vragen. De gezelligheid is er nog wel, maar het is bij lange na niet meer zoals het was. Toch blijven de mensen in de buurt elkaar ondanks alles ondersteunen en helpen. Dat vind ik heel mooi aan Noord. Daarom voel ik mij thuis hier.“ Foto en verhaal: Debra Barraud.

47

Deel B.

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Hoofdstuk 5. Zorgen over de (eigen positie in de) samenleving Kernpunten – wat de stad ons vertelt 

Een vijfde van de Amsterdammers heeft wel eens te maken met discriminatie, met name vanwege hun migratieachtergrond. Sommige van hen ervaren politieke en maatschappelijke achterstelling en ongelijke behandeling.

Er zijn Amsterdammers zonder migratieachtergrond die ervaren dat nieuwkomers met een migratieachtergrond worden ‘voorgetrokken’. Twee keer zo vaak als gemiddeld maken bezorgde buitenstaanderstemmers zich zorgen over migratie.

Ook zijn er Amsterdammers die achterstelling ervaren op basis van opleidings- en inkomensniveau. Zij ervaren dat hun harde werk voor de samenleving niet gezien en gewaardeerd wordt, en dat hun problemen minder aandacht krijgen van de politiek.

70% van de Amsterdammers ervaart dat polarisatie toeneemt. Feitelijk valt dit mee. Hoewel de meeste Amsterdammers positief zijn over de omgang tussen verschillende groepen, zijn bezorgde buitenstaanderstemmers hier negatiever dan gemiddeld over.

Kernpunten – duidingen door experts 

Normdenken (de macht van de heersende norm) in de samenleving en binnen organisaties zorgt voor structurele onderwaardering van mensen met een migratieachtergrond en/of praktisch beroep. Normdenken zit de erkenning van de waarde van ieders leefwereld en maatschappelijke bijdrage in de weg.

In grote steden zoals Amsterdam leven rijk en arm in gescheiden werelden, maar wel naast elkaar. Daardoor zijn verschillen tussen arm en rijk beter zichtbaar en voelbaar dan elders in het land. Dit kan leiden tot gevoelens van achterstelling ten opzichte van anderen (relatieve deprivatie).

Ondanks de grote maatschappelijke zorgen over toenemende polarisatie zijn de verschillen in inhoudelijke opvattingen relatief stabiel. Deze zorgen worden met name gevoed door de politiek en (sociale) media. Het gevoel ‘achter te blijven’ en niet serieus genomen te worden, kan leiden tot negatievere denkbeelden over anderen.

4848

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

5 Zorgen over (de eigen positie in) de samenleving

Het vorige hoofdstuk bracht de zorgen van Amsterdammers die minder geneigd zijn te stemmen of stemmen op buitenstaanderpartijen over de veranderende stad en hun leefomgeving in beeld. Dit hoofdstuk verkent de politieke en maatschappelijke achterstelling die Amsterdammers met een migratieachtergrond en een praktisch beroep ervaren, en welke Amsterdammers negatiever over (de omgang met) anderen denken. Wederom plaatsen we deze sentimenten vervolgens in een breder perspectief met behulp van verschillende experts: welke maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen hebben mogelijk bijgedragen deze sentimenten onder Amsterdammers?

5.1 Wat de stad ons vertelt Ervaren achterstelling op basis van migratieachtergrond Een aanzienlijke groep Amsterdammers heeft wel eens te maken (gehad) met discriminatie of ongelijke “Kijk hoeveel polarisatie er is. behandeling. Bijna een vijfde geeft aan zich wel eens Doet een ‘buitenlander’ iets dan gediscrimineerd te hebben gevoeld in het afgelopen jaar wordt het groot uitgemeten in de (zie figuur 5.1). Bij bezorgde niet-stemmers is dit aandeel krant, maar doet een geboren en twee keer zo groot (37% tegenover 18% gemiddeld). We getogen Nederlander iets, dan weten dat er onder bezorgde niet-stemmers relatief veel gebeurt er niks.” Amsterdammers met een migratieachtergrond zijn (zie hoofdstuk 2). Discriminatie komt het meest voor bij - Romeo, Indische Buurt Amsterdammers met een Marokkaanse of Surinaamse achtergrond, tweede generatie migranten en jonge Amsterdammers (15 tot 35 jaar; Rubingh et al., 2024). Amsterdammers die discriminatie ervaren hebben, wonen daarnaast vaker dan gemiddeld aan de randen van de stad (O&S Dashboard Kerncijfers, 2023). Deels gaat het om incidenten, maar sommige Amsterdammers hebben te maken met stelselmatige discriminatie. Zij voelen zich door de maatschappij en/of door instanties weggezet als ‘tweederangsburger’ en ervaren dat politici er niet voor hen zijn.

Landelijke ontwikkelingen, zoals het toeslagenschandaal en de Tweede Kamerverkiezingsuitkomst dragen daar aan bij (gesprekken in Geuzenveld en Tuindorp Buiksloot, maart 2024). Zo zijn in de stadsdelen NieuwWest, Zuidoost en Noord relatief veel inwoners "Door de toeslagenaffaire zijn gedupeerden van het toeslagenschandaal. In Zuidoost gaat veel ouders bang geworden het zelfs om ca. 2.000 gezinnen (Onderzoek & Statistiek, om hulp te vragen.” 2023a). Mede door deze landelijke ontwikkelingen hebben - Petra, Tuindorp Buiksloot sommige inwoners een diepgeworteld gevoel dat de samenleving generatie op generatie niet het beste met hen voorheeft.

49

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Figuur 5.1 Aandeel Amsterdammers dat discriminatie heeft meegemaakt in de afgelopen 12 maanden (procenten)

Ervaren achterstelling op basis van opleidings- en inkomensniveau Amsterdammers met een praktisch beroep, een basis- of mbo-opleiding en/of die moeilijk rondkomen, voelen zich ondergewaardeerd in relatie tot hun werk en inzet voor de samenleving (Steenvoorden, 2023; Dopmeijer et al., 2024; gesprekken in Tuindorp Buiksloot, maart 2024). Vaak leveren basis- en mbo-opgeleiden fysiek zwaar werk en verdienen zij minder dan mensen die hbo/wo-geschoold zijn (Federatie Nederlandse Vakbeweging, geraadpleegd 2024). In hun omgeving zien zij dat ouderen niet meer rondkomen (“nota bene de mensen die Nederland hebben “Ze hebben het vaak over laagopgebouwd na de Tweede Wereldoorlog”), of dat hun opgeleiden. We betitelen mensen in kinderen straks niet meer in de stad kunnen wonen dit land, maar ze vergeten dat je de (gesprekken in Tuindorp Buiksloot, maart 2024). Velen tegelzetter en de fietsenmaker van hen ervaren dit als een omgekeerde wereld: de nodig hebt. Met een bachelor leer je problemen van de mondige nieuwe buren met meer geen wc ontstoppen.” geld worden direct opgelost, terwijl Amsterdammers die hier al jaren wonen en een bijdrage hebben - Romeo, Indische Buurt geleverd aan de stad het onderspit delven (gesprekken in Tuindorp Buiksloot en de Indische Buurt Oost, maart en april 2024).

Bij mbo-studenten kan onvoldoende erkenning en waardering vanuit de samenleving leiden tot gevoelens van onzekerheid en een minderwaardigheidscomplex (Dopmeijer et al., 2024). Ook Amsterdamse ROC-studenten voelen zich buitengesloten van de kansen die voor anderen wel beschikbaar lijken (Steenvoorden, 2023). Ervaren achterstelling in vergelijking met nieuwkomers Sommige Amsterdammers zonder migratieachtergrond, vaak met, ervaren dat nieuwkomers met een migratieachtergrond “Wij zijn niet buitenlands worden ‘voorgetrokken’ ten koste van hen. Dit sentiment leeft genoeg. De hardwerkende bijvoorbeeld bij Amsterdammers met een praktisch beroep, Hollander krijgt niks, terwijl een basis- of mbo-opleiding en/of Amsterdammers die er voor migranten van alles moeilijk rondkomen. Zij vrezen voor een verandering van de geregeld kan worden.” samenstelling en daarmee identiteit van ‘hun’ wijk, en voor het wegvallen van de hulp en het vangnet waar zij op leunen - Inwoner Tuindorp Buiksloot (gesprekken in Tuindorp Buiksloot, maart 2024). Bezorgde buitenstaanderstemmers maken zich twee keer zo vaak als gemiddeld zorgen over migratie en integratie (zie figuur 4.1, p.39). In hun omschrijving gebruiken ze daarbij termen als ‘te veel (of ‘meer’) buitenlanders’, ‘allochtonen’, ‘asielzoekers’, ‘vluchtelingen’, ‘migranten’ en ‘moslims’.

In mindere mate worden de toename van ‘expats’, en ‘vreemde talen’ in de stad genoemd. Dat deze Amsterdammers zich hier relatief veel zorgen over maken, hangt mogelijk samen met het feit dat migratie voor verschillende buitenstaanderpartijen een belangrijk thema is. Uit landelijk onderzoek blijkt dat het meeste maatschappelijk onbehagen leeft onder groepen met cultureel conservatievere opvattingen (Geurkink & Miltenburg, 2023). Onbehagen 50

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 uitte zich onder een deel van de cultureel conservatieve Nederlanders zonder migratieachtergrond in partijkeuze tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. Ook in Tuindorp Buiksloot (Noord), waar een groot deel van de inwoners geen migratieachtergrond heeft (61% tegenover 40% gemiddeld in Amsterdam), stemde 29% op de PVV tijdens de Tweede Kamerverkiezingen ’23 (O&S Dashboard Kerncijfers, 2023; Dashboard Verkiezingen O&S, 2023). Perceptie van polarisatie In Nederland en breder in Europa leeft de perceptie dat verschillende groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan (Europese Commissie, 2022). Ook in Amsterdam vindt 70% dat de meningsverschillen over maatschappelijke kwesties steeds groter worden. Onder bezorgde buitenstaanderstemmers is dat zelfs 82% (zie figuur 5.2). Figuur 5.2 Aandeel Amsterdammers dat het (helemaal) eens is met de stelling ‘In ons land worden de verschillen van mening over maatschappelijke kwesties steeds groter’ (procenten)

Bezorgde buitenstaanderstemmers zijn ook negatiever dan gemiddeld over de omgang tussen groepen met verschillende politieke meningen, religies, herkomstlanden of culturele achtergronden dan gemiddeld (zie figuur 5.3). Dit sluit aan bij de bevinding dat bezorgde buitenstaanderstemmers zich twee keer zo vaak als gemiddeld zorgen maken over migratie en integratie (zie figuur 4.1, p.39). Bezorgde niet-stemmers wijken minder af van het Amsterdamse gemiddelde; wel zijn zij iets positiever over de omgang tussen groepen met verschillende herkomstlanden en culturele achtergronden dan gemiddeld (zie figuur 5.3). In deze groep zitten relatief veel Amsterdammers met een migratieachtergrond, die vaak heterogene netwerken hebben.

51

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024

Figuur 5.3 Mening van Amsterdammers over de omgang tussen groepen met verschillende politieke meningen, verschillende religies en verschillende herkomstlanden of culturele achtergronden (procenten)

Hoewel veel Amsterdammers grotere meningsverschillen ervaren en niet altijd vinden dat verschillende groepen goed met elkaar omgaan, is het niet zo dat veel Amsterdammers zelf anderen zijn gaan haten om hun meningen (affectieve polarisatie). Een ruime meerderheid van de Amsterdammers verwerpt de stelling dat zij mensen zijn gaan haten om hun standpunten (zie figuur 5.4). Daarbij valt het wel op dat bezorgde buitenstaanders ruim twee keer zo vaak als gemiddeld aangeven wel anderen te zijn gaan haten om hun standpunten. Figuur 5.4 Mening van Amsterdammers over de stelling 'Er zijn mensen die ik ben gaan haten om de standpunten die zij innemen' (procenten)

5.2 Duiding door experts Normdenken zorgt voor structurele onderwaardering van mensen met een basis- of mboopleiding en/of een migratieachtergrond Het SCP-rapport Eigentijdse Ongelijkheid (Vrooman et al., 2023) laat zien dat er sprake is van een nieuwe klassenstructuur in de Nederlandse samenleving, waarin opleidingsniveau het meest bepalend is voor de maatschappelijke positie. Halleh Ghorashi (interview, augustus 2024) stelt dat mensen in Nederland geacht worden zich aan te passen aan de heersende norm die grotendeels bepaald wordt door opleidingsniveau (en daarmee samenhangend, inkomen) en migratieachtergrond. Dit normdenken is zichtbaar in de structurele onderwaardering van mensen met een basis- of mbo-opleiding, maar ook van mensen met een migratieachtergrond (Ghorashi, 2023b; interview Van Oudenhoven-van der Zee, augustus 2024). Zo ervaart de tweede generatie 52

ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 Nederlanders met een migratieachtergrond meer uitsluiting en discriminatie dan hun ouders, terwijl hun maatschappelijke positie gemiddeld beter is (Dagevos et al. 2022). Desondanks tonen mensen met een tweede generatie migratieachtergrond zich maatschappelijk betrokken: zij zijn vaker politiek actief middels fysieke en online (protest)acties dan mensen zonder migratieachtergrond (Dagevos & Vermeulen, 2024; interview Kremer, september 2024). Deze participatievormen worden alleen vaak niet op waarde geschat of als ondergeschikt gezien aan ‘conventionele’ activiteiten zoals stemmen of lid zijn van een politieke partij (interview Ghorashi, augustus 2024). Zo zit normdenken de erkenning van de waarde van ieders leefwereld en maatschappelijke bijdrage in de weg. Ghorashi (2023a) geeft aan dat het nodig is om de heersende normen en vooronderstellingen over groepen met een migratieachtergrond en/of een basis- of mbo-opleiding los te laten om beleid te maken dat aansluit bij de realiteit van deze groepen. Recent onderzoek laat zien dat binnen superdiverse buurten waar er geen duidelijke norm is, nieuwe verbindingen en heterogene netwerken van mensen met verschillende achtergronden ontstaan (Waldring et al., 2024).

Gevoel van achterstelling en onbehagen versterkt door tastbare verschillen tussen gescheiden leefwerelden In Amsterdam delen rijk en arm een stad met elkaar. In De leefwerelden van arm en rijk (Vermeij & Thijssen, 2024) wordt duidelijk dat de afstand tussen arm en rijk groter wordt in ons land. Niet alleen economisch, maar ook sociaal-cultureel. De sociale en professionele netwerken van de rijkste Nederlanders zijn het meest homogeen: zij hebben het minst contact met mensen buiten hun eigen ‘bubbel’. Ook de armste inwoners ontmoeten in hun buurt, op het schoolplein, bij familie en op hun werk vooral mensen uit hun eigen leefwereld, die net als zij weinig hulpbronnen hebben. Onder hulpbronnen verstaan we iemands inkomen en vermogen (economisch kapitaal), maar ook contacten, professionele netwerken en mate van sociaal vangnet (sociaal kapitaal), kennis, vaardigheden, opleiding en levensstijl (cultureel kapitaal) en zelfvertrouwen en gezondheid (persoonlijk kapitaal). De scheiding van leefwerelden is met name in de Randstad aanwezig (Vermeij & Thijssen, 2024). In een stad als Amsterdam zijn de contrasten op het gebied van rijkdom en leefwereld voelbaar en zichtbaar in het straatbeeld.

De zogenaamde relatieve deprivatie is daardoor groot: dit is de ontevredenheid die iemand ervaart door de relatieve positie ten opzichte van een ander (interview Van Oudenhoven-van der Zee, augustus 2024). Een gebrek aan hulpbronnen doet iets met de grip die mensen ervaren op hun leven, en met de mate waarin zij zich gesteund voelen door de samenleving en overheid. Mensen met minder hulpbronnen ervaren relatief vaak maatschappelijk onbehagen. Ditzelfde geldt voor mensen die hun maatschappelijke positie laag inschatten, zich minder onderdeel voelen van de samenleving, meer wrijving in de samenleving ervaren en zich minder vertegenwoordigd voelen in de politiek (Geurkink et al. 2023; interview Van Oudenhovenvan der Zee, augustus 2024). Ondanks zorgen is daadwerkelijke toename polarisatie beperkt; gevoel van ‘achterblijven’ en niet serieus genomen worden kan affectieve polarisatie voeden De zorgen over polarisatie in de samenleving nemen toe. Toch blijkt uit recent onderzoek dat de ideologische polarisatie, ofwel de verschillen in inhoudelijke opvattingen tussen burgers, niet gegroeid is (Dekker & den Ridder, 2022; Van Oudenhoven-van der Zee, 2024). Ook de affectieve polarisatie, ofwel negatieve gevoelens jegens mensen met andere opvattingen, is relatief stabiel alhoewel er een lichte stijging lijkt ingezet (Van Oudenhoven-van der Zee, 2024).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15362983/1