1 2 Bijlage - Onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam
Tekst van het document
Ondervertegenwoordigd Amsterdam Een onderzoek naar politiek ondervertegenwoordigde groepen en gebieden in de stad
Gemeente Amsterdam
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Auteurs Stedelijk Strategieteam: Auteurs Onderzoek & Statistiek:
Externe bijdragen: E-mailadres: Bezoekadres: Post: Voorblad:
Marike ter Linden, Marije Roodhof, Jorien Vink, Wim Bakker, Xandra Hoek en Luna Wattel Jeroen Slot, Sara Rubingh en Renske Hoedemaker, met medewerking van Bas Broekhuizen, Laure Michon en Marloes de Hoon René Cuperus, Josse de Voogd, Femke Kaulingfreks stedelijkstrategieteam@amsterdam.nl Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Foto Edwin van Eis (2015), bewerking Xandra Hoek (2024)
Amsterdam, november 2024 2
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Inhoudsopgave
1 Inleiding ................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................... 5 1.2 Een Amsterdams onderzoek ..................................................................................................... 5 1.3 Doel en vraagstelling ................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 7 1.5 Tot slot, een oproep ................................................................................................................... 8 Introductie portrettenreeks ............................................................................................................ 9 Deel A. Politieke onder-vertegenwoordiging in Amsterdam ............................................ 12
2 Politiek ondervertegenwoordigde Amsterdammers: demografische en sociaaleconomische verschillen in politieke participatie ............................................ 15 2.1 Opkomst is lager onder Amsterdammers met een basis- of mbo-opleiding, een jonge leeftijd, een laag inkomen en/of een migratieachtergrond ............................................... 15 2.2 Opkomst is lager in wijken met meer armoede, uitkeringen, eenzaamheid en slechte gezondheid ................................................................................................................................ 19 2.3 Andere vormen van politieke participatie worden door een smal aandeel van Amsterdammers gebruikt ........................................................................................................ 21 2.4 Partijkeuze verschilt sterk naar opleiding, inkomen en leeftijd ........................................ 22 2.5 Aandeel stemmen op buitenstaanderpartijen is hoger in wijken met meer armoede, werkeloosheid, eenzaamheid en slechte gezondheid ....................................................... 25 2.6 Deelconclusie ............................................................................................................................
26 3 Politiek ondervertegenwoordigde gebieden: geografische verschillen in politieke participatie ........................................................................................................... 29 3.1 Laagste opkomst in Nieuw-West, Zuidoost en Noord en hoogste in Centrum en Zuid 29 3.2 In wijken met lage opkomst zijn relatief veel buitenstaanderstemmen; dit zijn wijken met relatief veel armoede, uitkeringen, eenzaamheid en slechte gezondheid ............. 31 3.3 Steeds meer buitenstaanderstemmen in Amsterdam, sterkste stijging in Nieuw-West en Zuidoost................................................................................................................................. 32 3.4 Buitenstaanderpartijen zijn het grootst in Nieuw-West en Zuidoost; gevestigde partijen zijn het grootst in Centrum en Zuid ........................................................................................ 32 3.5 Meer stemmen op coalitiepartijen in centrale stadsdelen ................................................ 34 3.6 Deelconclusie ............................................................................................................................ 34 Deel B. De zorgen van politiek onder vertegenwoordigde Amsterdammers .................... 37
4 Zorgen over de veranderende stad en leefomgeving................................................. 40 4.1 Wat de stad ons vertelt ........................................................................................................... 40 4.2 Duiding door experts............................................................................................................... 44 4.3 Deelconclusie zorgen veranderende stad en leefomgeving ............................................ 46 3
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
5 Zorgen over (de eigen positie in) de samenleving ..................................................... 49 5.1 Wat de stad ons vertelt ........................................................................................................... 49 5.2 Duiding door experts............................................................................................................... 52 5.3 Deelconclusie zorgen over de (eigen positie in de) samenleving ................................... 54 6 Zorgen over de politiek en overheid ........................................................................ 57 6.1 Wat de stad ons vertelt ........................................................................................................... 57 6.2 Duiding door experts............................................................................................................... 61 6.3 Deelconclusie zorgen over de politiek en overheid .......................................................... 65 7 Conclusie: structurele ongelijkheid in politieke participatie tekent zich in Amsterdam af langs dezelfde scheidslijnen als landelijk ................................................................. 68 Bijlage A. Amsterdamse trends in politieke participatie .......................................................... 73 Bijlage B.
Correlatiematrix stemgedrag analyse (bij Deel A) ................................................... 85 Bijlage C. Achtergrondkenmerken van bezorgde niet- en buitenstaanderstemmers (bij Deel B) ......................................................................................................................................... 86 Bijlage D. Toelichting methoden inclusief wijkselectie (bij Deel B) ........................................ 88 Bijlage E. Bronnenlijst ..................................................................................................................... 90
Reflecties van auteurs Afgehaakt Nederland en de Wibautleerstoelhouder ............ 97 Reflectie 1. De kloven van Amsterdam ..................................................................................... 98 Reflectie 2. A-typisch, maar strak in het jasje ......................................................................... 116 Reflectie 3. Een meervoudig perspectief op wat de stad nodig heeft .............................. 125
4
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
1 Inleiding
1.1 Aanleiding In De Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) verkennen Josse de Voogd en René Cuperus de maatschappelijke verschillen tussen mensen op de ‘electorale kaart’ van Nederland. Ze bepleiten dat feitelijke of ervaren achterstelling van bepaalde groepen in Nederland kan leiden tot ‘afhaken’ van de gevestigde politiek en overheid. De auteurs schetsen een beeld van Nederlanders die het gevoel hebben niet mee te profiteren van de vooruitgang in de samenleving. Deze Nederlanders zien hun onvrede en zorgen onvoldoende doorklinken in politieke besluitvorming en hebben vaak weinig vertrouwen in de politiek. Mede door dat gebrek aan vertrouwen stemt deze groep Nederlanders niet, of op partijen die zich presenteren als non-establishment of protestpartijen – door de auteurs ‘buitenstaanderpartijen’ genoemd. De Voogd en Cuperus laten zien dat ‘afgehaakte’ Nederlanders meer zorgen en onvrede over de samenleving ervaren dan de gemiddelde Nederlander. Ook wonen zij vaker in minder welvarende regio’s of stadswijken. De Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) heeft een belangrijke rol gespeeld in het agenderen van geografische, sociale en politieke ongelijkheden in Nederland. Ook adresseert het de ontwikkeling dat de overheid en bepaalde groepen Nederlanders steeds verder de verbinding met elkaar lijken te verliezen.
Wanneer de stemmen van steeds dezelfde groepen en plekken onvoldoende doorklinken in politieke keuzes en beleid, kan er namelijk een vicieuze cirkel ontstaan. Als de zorgen en belangen van bepaalde groepen minder goed worden meegenomen, leidt dit mogelijk tot beleid dat minder goed voor hen uitpakt. Hierdoor ervaren zij dat de overheid er niet voor hen is, wat z’n weerslag heeft op hun politieke vertrouwen en participatie (Boterman & van Gent, 2023). Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Verder wordt in het publieke gesprek over ‘afhaken’ het fenomeen vaak versimpeld in een tegenstelling tussen stad versus platteland, of Randstad versus de rest van Nederland. Dit kan de indruk wekken dat ‘afhaken’ een fenomeen is dat in steden niet voorkomt. De Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) gaf daarom de directe aanleiding om te verkennen in hoeverre ‘afhaken’ ook in Amsterdam speelt. Dit onderzoek is een Amsterdamse vertaling.
“Een deel van de Amsterdammers vindt de overheid onzichtbaar of heeft het idee zelf niet gezien of gehoord te worden. […] We maken ons daar zorgen over. […] Wantrouwen kan ertoe leiden dat mensen afhaken, de gemeente ‘verlaten’ of zich actief tegen de gemeente gaan verzetten.” - Burgemeester Femke Halsema en Gemeentesecretaris Peter Teesink (2023)
1.2 Een Amsterdams onderzoek Aangenomen dat stemgedrag een signaal van politiek ‘afhaken’ is, zijn er aanwijzingen dat ook sommige Amsterdammers ‘afhaken’ van de gevestigde politiek en overheid. De opkomst bij 5
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 verkiezingen ligt in Amsterdam namelijk structureel onder het landelijk gemiddelde. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 was de opkomst zelfs historisch laag met 46,6% (t.o.v. 50,3% gemiddeld in Nederland). Bovendien neemt het aandeel Amsterdammers dat op buitenstaanderpartijen stemt toe (+19%-punt bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 t.o.v. 2010). Tegelijkertijd leidt het vertalen van het landelijke onderzoek van De Voogd en Cuperus naar de Amsterdamse context tot enkele dilemma´s. Allereest is ‘afhaken’ een complex fenomeen. Zoals De Voogd en Cuperus aangeven, houdt ‘afhaken’ verband met sociale, culturele en politieke achterstelling en daarnaast met tekortkomingen en nalatigheid van de overheid en andere instituties. Aan afhaken zitten dus twee kanten. Er zijn inwoners die zich van de politiek en overheid afkeren, maar diezelfde inwoners vinden – niet zonder reden – dat de politiek en overheid zich van hén heeft afgekeerd. Daarbij wekt de term ‘afhaken’ de indruk dat mensen een bewuste keuze maken om niet meer mee te doen, terwijl het vaak zo is dat ze niet mee kúnnen doen. Bovendien kan het afkeren van de politiek en “Of ik heb gestemd? Nee. […] Ik zie de overheid ten onrechte gezien worden als kracht niet van mijn stem. Dus ik doe het ‘maatschappelijk afhaken’.
Sommige mensen liever anders: in mijn omgeving, waar ik stemmen niet, maar leveren op tal van manieren kan bijdragen, draag ik bij. Waar ik in de een belangrijke maatschappelijke bijdrage, maatschappij kan bijdragen, draag ik bij.” bijvoorbeeld door actief te zijn in verenigingen, - MBO-student. Bron: Vermeulen et al., 2023 vrijwilligersorganisaties of sociale initiatieven. Stemgedrag zegt dus niet per se iets over maatschappelijke betrokkenheid. De complexiteit van ‘afhaken’ wijst er ook op dat veel mogelijke oorzaken én oplossingen buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen. We realiseren ons dat meer zicht krijgen op dit fenomeen in de stad dus niet automatisch betekent dat we het als gemeente kunnen oplossen. Desalniettemin vinden we het belangrijk om te weten wat er in de stad en onder Amsterdammers speelt. Ook De Voogd en Cuperus schetsen kanttekeningen bij het gebruik van de term ‘afhaken’ en onderstrepen dat de term niet normatief-negatief geduid moet worden. In dit onderzoek kiezen we ervoor om de term verder niet meer te gebruiken: het spreken van ‘afgehaakten’ kan bijdragen aan het creëren van een afstand tussen overheden en burgers, terwijl het tegenovergestelde de insteek van dit onderzoek is. In plaats daarvan spreken we van politiek ondervertegenwoordigde Amsterdammers – hiermee blijven we dicht bij wat is onderzocht.
Net als De Voogd en Cuperus kijkt Ondervertegenwoordigd Amsterdam naar politieke (non)participatie binnen de representatieve democratie. Hoewel in dit onderzoek ook andere politieke participatievormen aan bod komen, ligt de nadruk op stemgedrag. Stemmen zien we als een belangrijk signaal: uit stemgedrag spreekt zowel een evaluatie van de voorgaande bestuursperiode als een uiting van hoop voor de toekomst. Een bijkomend voordeel van het kijken naar stemgedrag is dat het de mogelijkheid biedt om verschillen in de stad fijnmazig in beeld te brengen. Hierdoor kunnen we inzoomen op de groepen Amsterdammers en gebieden die politiek ondervertegenwoordigd zijn. Vervolgens brengen we hun sentimenten en zorgen verkennend in beeld - sentimenten die uiteraard niet bij alle Amsterdammers uit deze groepen en wijken leven. Er is namelijk veel diversiteit in stemgedrag, motivaties, ervaringen en meningen. Toch kijken we in dit onderzoek naar wat bepaalde groepen Amsterdammers gemiddeld genomen doen en vinden. Dat helpt ons politieke ondervertegenwoordiging in de stad en de ervaringen van ondervertegenwoordigde inwoners beter in beeld te brengen en te begrijpen. 6
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 Tot slot is het goed te benoemen dat dit onderzoek grotendeels is gebaseerd op data van vóór de laatste Tweede Kamerverkiezingen in 2023. Dit betreft bijvoorbeeld het stemgedrag in de gemeenteraadsverkiezingen en de opvattingen van Amsterdammers over stad, samenleving en overheid. Wel hebben we bij het analyseren van stemgedrag in Amsterdam steeds gekeken of de laatste Tweede Kamerverkiezingen afwijkende conclusies over politieke ondervertegenwoordiging opleverde; dit bleek niet het geval.
1.3 Doel en vraagstelling Tal van publicaties laten zien dat de belangen van sommige groepen in de samenleving minder goed doorklinken in de representatieve democratie – o.a. Lage drempels, hoge dijken (Remkes et al., 2018), Gezag herwinnen (Polman et al., 2022) en Eigentijdse ongelijkheid (Vrooman et al., 2023). Met Ondervertegenwoordigd Amsterdam willen we inzoomen op onze stad. Het onderzoek is een eerste verkenning en kan worden gezien als startpunt voor verdere gedachte-uitwisseling over hoe we zorgen dat beleid goed aansluit bij de behoeften en wensen van ondervertegenwoordigde Amsterdammers en dat zij zich gezien en erkend voelen in hoe dat beleid tot stand komt. Dit om bij te dragen aan een sterke lokale democratie, afgewogen en effectief beleid en herstel van vertrouwen in de overheid. In het onderzoek kijken we naar de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij we steeds nagaan of de uitkomsten vergelijkbaar zijn voor de Amsterdamse Tweede Kamerverkiezingen. De nadruk ligt op niet-stemmers en stemmers op ‘buitenstaanderpartijen’ (zie bijlagen voor een uitgebreidere beschrijving van de data, methodologie en analyses onderliggend aan dit onderzoek). De centrale vragen in dit onderzoek zijn als volgt: 1. Wat zijn de sociaaleconomische en demografische kenmerken van groepen Amsterdammers die politiek ondervertegenwoordigd zijn binnen de lokale representatieve democratie? 2.
In welke delen van de stad wonen deze Amsterdammers met name? 3. Wat zijn de voornaamste zorgen en opvattingen van deze Amsterdammers? 4. Welke maatschappelijke, economische en bestuurlijke ontwikkelingen hebben bijgedragen aan deze zorgen en opvattingen?
1.4 Leeswijzer Dit onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Aan de hand van stemopkomst en partijkeuze tijdens Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen laten we in Deel A in twee hoofdstukken zien dat er structurele ongelijkheid bestaat in politieke participatie. In hoofdstuk 2 laten we demografische en sociaaleconomische scheidslijnen zien: we brengen in beeld welke groepen Amsterdammers minder geneigd zijn te stemmen, of stemmen op partijen die De Voogd en Cuperus ‘buitenstaanderpartijen’ noemen (zie voor een toelichting het introductiekader Deel A, pagina 12). In hoofdstuk 3 tonen we aan dat er ook duidelijke geografische verschillen zijn in politieke participatie binnen de stad. Zo ontstaat zicht op politiek ondervertegenwoordigde groepen en gebieden. Deel B bestaat uit drie hoofdstukken en verkent de zorgen en opvattingen van ondervertegenwoordigde groepen in de stad. Dit doen we aan de hand van enquêteantwoorden van Amsterdammers, gesprekken in vijf Amsterdamse wijken en eerder onderzoek naar 7
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 ondervertegenwoordigde groepen. Hieruit spreken zorgen over een veranderende stad en leefomgeving (hoofdstuk 4), over (de eigen positie in) de samenleving (hoofdstuk 5) en over de overheid en politiek (hoofdstuk 6). Elk hoofdstuk gaat dieper in op de sentimenten die leven en plaatst ze vervolgens in een breder perspectief. Op basis van wetenschappelijke literatuur en interviews met experts schetsen we maatschappelijke, economische en bestuurlijke ontwikkelingen die hebben bijgedragen aan de zorgen van ondervertegenwoordigde Amsterdammers. In een afsluitend hoofdstuk 7 geven we de uitkomsten van zowel deel A als B weer en gaan we op hoofdlijnen in op wat dit voor de gemeente betekent. Naast de bijdragen van wetenschappelijke experts aan hoofdstukken 4 tot en met 6, hebben we de auteurs van De Atlas van Afgehaakt Nederland en de Wibautleerstoelhouder gevraagd te reflecteren op de Amsterdamse situatie. Hun reflecties zijn aan het einde van het onderzoek te vinden: • Reflectie 1 van René Cuperus laat zien welke vormen van segregatie er in Amsterdam zijn ontstaan: kloven tussen kansarm en kansrijk, tussen stad en regio, tussen burger en overheid en tussen expats en traditionele migrantengroepen.
Hij werpt de vraag op hoeveel segregatie de Amsterdamse democratie eigenlijk kan weerstaan, in tijden waarin deze een representatie- en een prestatiecrisis doormaakt. • Reflectie 2 van electoraal geograaf Josse de Voogd zoomt verder uit en neemt ons mee de stads- en landgrenzen over. Wat maakt Amsterdam zo anders dan de rest van Nederland? Wat doet dit verschil met de wederzijdse beeldvorming tussen stad en land? Hoe verhouden andere Europese hoofd- en grootsteden zich tot de landen waar zij onderdeel van uitmaken, en in hoeverre lijken zij daarin op Amsterdam? • Reflectie 3 van politiek filosoof Femke Kaulingfreks brengt de lezer weer terug naar Amsterdam, naar de interactie tussen Amsterdammers en de gemeente. Ze laat ons meekijken in een gesprek zonder gedeelde taal: overheid en burgers geven in hun onderling contact andere betekenissen aan dezelfde woorden, omgangsvormen en kennisbronnen. Dit onderwerp zal zij als Wibautleerstoelhouder in nauwe verbinding met het Stedelijk Strategieteam onderzoeken.
1.5 Tot slot, een oproep Wij willen onze dank uitspreken aan iedereen die heeft meegewerkt aan dit onderzoek, persoonlijke verhalen heeft gedeeld of op andere manieren waardevolle inzichten heeft aangereikt. We blijven onverminderd nieuwsgierig naar aanvullende perspectieven, ideeën en suggesties voor het versterken van de lokale representatieve democratie en de verbinding tussen de gemeente en ondervertegenwoordigde Amsterdammers. Daarom nodigen wij u als lezer van harte uit om uw inzichten en ideeën met ons te delen. Dat kan door contact met ons op te nemen via stedelijkstrategieteam@amsterdam.nl.
8
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Portretten en verhalen van Amsterdammers Debra Barraud, bekend van het project Humans of Amsterdam, fotografeerde acht Amsterdammers in wijken waar de stemopkomst laag is of waar veel gestemd is op buitenstaanderpartijen. Al deze mensen hebben aangegeven zich in zekere zin ‘afgehaakt’ te voelen van de politiek of overheid, maar wat dat precies inhoudt verschilt per persoon. Hun verhalen zijn te lezen door deze bundel heen. We zijn dankbaar dat zij hun ervaringen wilden delen en voor hun openhartigheid daarin.
9
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Romeo, Indische Buurt
“Ik woon nu 36 jaar in Nederland. Iedereen in de buurt kent mij. Ik ben mijn vertrouwen in de overheid lang geleden verloren. In Nederland hebben ze het vaak over laagopgeleiden. We betitelen in dit land vaak mensen, maar ze vergeten dat je de tegelzetter en de fietsenmaker nodig hebt. Met een bachelor leer je geen wc ontstoppen. We moeten het over mensen hebben, maar in plaats daarvan geven we mensen labels. Ik zie geen Turk of Marokkaan, ik zie mensen. De buurt is fijn. Geloof me, voor mij geen Zuid, geen West. East side, daar voel ik me thuis. Toch is het hier enorm veranderd in de loop der jaren. De gemeente heeft veel bezuinigd. Al die buurthuizen sluiten ze. Mijn zoon kwam laatst thuis, helemaal bedroefd omdat het buurthuis ging sluiten. En dan zeggen ze van hangjongeren dit, hangjongeren dat, maar als je gaat bezuinigen, dan hebben ze nergens meer om heen te gaan, dus dan doen ze hangen op straat. Je hebt juist sociale controle als je ze een plek geeft en sociale activiteiten aanbiedt. Ik stem niet. Ik vind het allemaal bullshit. Ze zijn zo respectloos tegen elkaar. Vooral die Wilders en Thierry Baudet. Ongegeneerd zijn ze. Ze zetten mensen tegen elkaar op. Kijk hoeveel polarisatie er is. Doet een buitenlander iets dan wordt het groot uitgemeten in de krant, maar doet een geboren en getogen Nederlander iets, dan gebeurt er niks. Kijk naar die hooligans.
Ze slopen de boel en er gebeurt niks. Ik ben een belezen man. Ik zie heel goed dat het allemaal een zooitje is daar. Het zijn allemaal een stelletje vrienden bij elkaar. Toen meneer Den Uyl er nog was, was ik nog wel betrokken. Toen verwezenlijkten ze nog hun beloftes, maar tegenwoordig komen ze hun afspraken niet na. Mijn zoon kwam laatst naar me toe en zei: "Papa, je hebt gelijk hoor, ik ga ook niet stemmen. Ze liegen alles bij elkaar." Foto en verhaal: Debra Barraud.
10
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Cora, De Punt
“Ik kom oorspronkelijk uit Maastricht en ben 24 jaar geleden hier komen wonen. De buurt is drukker geworden met veel meer verkeer. De buurt heeft veel daklozen. Hier aan de Punt zitten ze. Ik heb geen idee waar ze vandaan komen, maar de Punt lijkt ze aan te trekken. Overdag voel ik mij veilig in de buurt, maar 's avonds ga ik hier de straat niet op. Het is een zeer multiculturele buurt. De ene keer lijkt het alsof ik in Casablanca ben, dan weer in Istanboel of in Paramaribo. Dat vind ik op zich niet erg, maar ik voel me wel een minderheid in mijn eigen land. Dat vind ik vervelend en het geeft me een gevoel van vervreemding. Er wordt hier weinig gestemd, ik denk met name door het cultuurverschil. We hebben hier ook heel veel Bulgaren die voor een paar jaar komen en dan weer teruggaan. Die stemmen natuurlijk niet. Ik zou het fijn vinden als er hier iets meer Nederlanders zouden wonen. De taal moet hier echt aangepakt worden. Ik vind het prima als mensen trots zijn op hun eigen cultuur, maar ik vind wel dat je de taal machtig moet zijn. Dat maakt de communicatie gewoon echt makkelijker. Als ik iets zou kunnen aanpakken van de problemen in de buurt, dan zou het als eerste het taalprobleem zijn. Dat is iets waar de gemeente meer aan zou kunnen doen. Nu met dat nieuwe kabinet lijkt het de goede kant op te gaan, maar we moeten het allemaal eerst zien voordat we het geloven.
Ik ben blij dat ze nu wel wat aan het asielbeleid gaan doen. We moeten vooral kijken naar gelukszoekers. Het werd namelijk de laatste tijd toch wel allemaal een beetje te veel.” Foto en verhaal: Debra Barraud.
11
Deel A.
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Deel A. Politieke ondervertegenwoordiging in Amsterdam In deel A onderzoeken we de kenmerken van Amsterdammers die niet stemmen of stemmen op zogenaamde ‘buitenstaanderpartijen’ (hoofdstuk 2) en waar in de stad zij wonen (hoofdstuk 3). Daarmee brengen we politieke ondervertegenwoordiging in Amsterdam in kaart. Vooraf lichten we hier eerst de categorisering ‘gevestigde’ en ‘buitenstaanderpartijen’ toe, benoemen we enkele trends in politieke participatie in Amsterdam en lichten we de voornaamste bronnen voor dit onderzoek toe.
Uitleg ‘gevestigde’ en ‘buitenstaander’ partijen In De Atlas van Afgehaakt Nederland (De Voogd & Cuperus, 2021) zijn politieke partijen ingedeeld in ‘gevestigden’ en ‘buitenstaanders.’ Met deze indeling hebben de Voogd en Cuperus onder andere gekeken naar de mate van institutionalisering van een partij. Ze maken onderscheid tussen partijen die van oudsher meebesturen (gevestigde partijen) en partijen die dat niet doen (buitenstaanderpartijen). Ook keken de auteurs naar de opvattingen van de kiezers van deze partijen: de tevredenheid met het eigen leven en het optimisme over de toekomst van het land. Kiezers van gevestigde partijen zijn over het algemeen tevredener met hun eigen leven en vinden vaker dat het de goede kant op gaat met Nederland dan kiezers van buitenstaanderpartijen. Onder de gevestigde partijen vallen VVD, D66, PvdA, CDA, CU, GroenLinks en SGP. Onder buitenstaanderpartijen SP, FvD, 50Plus, PvdD, DENK, JA21, BIJ1, PVV en BBB. Die laatste twee partijen deden niet mee bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Zie voor meer uitleg bijlage A.
Vooraf: Amsterdamse trends in politieke participatie De opkomst verschilt sterk per type verkiezing in Amsterdam. De afgelopen 50 jaar is de opkomst het hoogst bij de Tweede Kamerverkiezingen en het laagst bij de Europese verkiezingen (m.u.v. 2024). Sinds 2000 is er een lichte opkomststijging bij alle verkiezingen, behalve de gemeenteraadsverkiezingen. Veel mensen zien deze als minder belangrijk dan de Tweede Kamerverkiezingen. (O&S, Burgermonitor 2023, 2024)
12 12
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Amsterdam wijkt in inwonerssamenstelling af van het Nederlands gemiddelde, iets wat in het Amsterdams stemgedrag terug te zien is. Amsterdam heeft relatief veel inwoners met een migratieachtergrond en inwoners die alleen mogen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen (o.a. recente migranten uit Europese landen). Deze groepen stemmen vaker niet. Dit verklaart deels waarom de stemopkomst in Amsterdam steevast lager is dan in de rest van Nederland. Ook wonen in Amsterdam relatief veel en hbo- en wo-opgeleiden, een groep die vaker op linkse of liberaal progressieve partijen en minder op rechtse en christelijke partijen stemt. Maar we zien in Amsterdam ook ontwikkelingen vergelijkbaar met de rest van Nederland. Zo groeit de PVV en zien we een toename in het aandeel stemmen op ‘buitenstaanderpartijen’. Hoewel de grootste partij in Amsterdam relatief stabiel is, is het aantal partijen in de Amsterdamse gemeenteraad toegenomen. Coalitiepartijen kregen in de loop der jaren een kleiner aandeel van de uitgebrachte stemmen. Dit aandeel is gedaald van 70% in 1998 naar 46% in 2022. De afgelopen 20 jaar zaten enkel gevestigde partijen in de Amsterdamse coalitie, met uitzondering van de SP. Zie bijlage A voor meer trend in Amsterdamse politieke participatie.
Opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen en Gemeenteraadsverkiezingen, 1971-2023 (links) en aandeel stemmen op coalitiepartijen bij de Gemeenteraadsverkiezingen 1982-2022 (rechts). 100%
100%
90% 80% 70% 60%
50%
50% 40% 30% 20% 10% 0%
1971
1982
1992
2002
2012
opkomst TK Nederland
opkomst GR Nederland
opkomst TK Amsterdam
opkomst GR Amsterdam
2023
0% 1982 1986 1990 1994 1998 2002 2006 2010 2014 2018 2022
PvdA
GroenLinks GL / PAK
D66
CDA
VVD
SP
CPN
Toelichting voornaamste bronnen Deel A De Amsterdamse Burgermonitor (ABM) is een grootschalige enquête die de afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam sinds 1999 uitvoert. Onder bijna 2.200 Amsterdammers is onder andere stemgedrag en -intentie uitgevraagd. De data in deel A over leeftijd, opleidingsniveau en inkomen zijn afkomstig uit 2021, omdat 16 t/m 24 jarigen toen ook zijn geënquêteerd (Rubingh et al., 2022). De beschreven trends zijn wel vergelijkbaar met de data uit eerdere jaren en de Burgermonitor van 2023 (Rubingh et al., 2024). Onderzoek naar het stemgedrag van Amsterdammers met een migratieachtergrond doet O&S samen met de UvA sinds 1994 (zie Leiwakabessy et al., 2022). In deze enquête is specifiek aandacht voor Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Amsterdammers. De data over migratieachtergrond is afkomstig uit dit onderzoek. Registraties van verkiezingsuitslagen op wijkniveau zijn geanalyseerd om politieke participatie in kaart te brengen. Daarbij wordt allereerst naar het stemgedrag in wijken gekeken en naar verschillen tussen wijken en tussen stadsdelen (zie hoofdstuk 3). Vervolgens wordt de samenhang tussen de opkomst en partijkeuze in een bepaalde wijk enerzijds en de sociaaleconomische kenmerken van inwoners uit die wijk anderzijds in kaart gebracht. 13 13
Deel A.
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Hoofdstuk 2. Politiek ondervertegenwoordigde Amsterdammers Demografische en sociaaleconomische verschillen in politieke participatie Kernpunten
Net als op landelijk niveau, is er ook in Amsterdam sprake van structurele ongelijkheid in politieke participatie. Daarmee zijn er verschillen in politieke invloed: de stem van bepaalde groepen klinkt minder luid door in de lokale representatieve democratie. Opleidingsniveau, inkomen, leeftijd en migratieachtergrond zijn hierin onderscheidend.
Bepaalde groepen stemmen minder dan gemiddeld of stemmen vaker op buitenstaanderpartijen (zie introductiekader Deel A, pagina 12). Dit betreft basis- en mbo-opgeleide Amsterdammers, Amsterdammers met een laag welvaartsniveau, een slechte gezondheid en/of ervaren eenzaamheid, jongeren en Amsterdammers met een migratieachtergrond.
Amsterdammers met een lager welvaartsniveau hebben mogelijk niet de tijd en de middelen om zich in de politiek te verdiepen en te gaan stemmen.
Bij Amsterdammers met een migratieachtergrond kan ervaren discriminatie een barrière vormen voor politieke participatie. Het gevoel er niet bij te horen en een gebrek aan herkenning in de politiek en politici zijn belangrijke redenen voor mensen met een migratieachtergrond om niet of juist wel te participeren.
De ongelijkheid in politieke participatie wordt niet gecompenseerd door andere participatievormen. Bijvoorbeeld petities, demonstraties en participatietrajecten laten vergelijkbare verschillen zien. Een uitzondering hierop zijn jongeren: zij nemen verhoudingsgewijs vaker deel aan alternatieve vormen van politieke participatie.
14 14
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
2 Politiek ondervertegenwoordigde Amsterdammers: demografische en sociaaleconomische verschillen in politieke participatie
Dit hoofdstuk brengt de verschillen in politieke participatie tussen groepen Amsterdammers in beeld. Welke stemmen klinken minder luid door in onze lokale representatieve democratie? En welke kenmerken hebben deze stadgenoten wat betreft opleiding, inkomen, gezondheid, leeftijd, herkomst en andere kenmerken? Om hier een antwoord op te formuleren, kijken we in hoeverre stemgedrag samenhangt met demografische en sociaaleconomische achtergrondkenmerken van kiesgerechtigde Amsterdammers. We focussen daarbij op de groepen Amsterdammers die minder vaak gaan stemmen, of stemmen op wat De Voogd en Cuperus ‘buitenstaanderpartijen’ noemen. De afgelopen 20 jaar bestaat de Amsterdamse coalitie enkel uit ‘gevestigde partijen’, met uitzondering van de SP.
2.1 Opkomst is lager onder Amsterdammers met een basis- of mboopleiding, een jonge leeftijd, een laag inkomen en/of een migratieachtergrond Sommige groepen Amsterdammers stemmen vaker dan andere groepen. Opleidingsniveau is een belangrijke onderscheidende factor voor politieke participatie. Zo zien we dat de stemintentie het laagst is onder Amsterdammers met een basisopleiding (55 procent). Hieronder verstaan we hen die geen opleiding hebben afgemaakt, of alleen de basisschool of het vmbo. Onder hbo/wo opgeleiden is de opkomst juist hoger dan gemiddeld (78 procent). In de literatuur zijn er twee typen verklaringen voor opkomstverschillen tussen opleidingsniveaus. De eerste verklaring is dat onderwijs bijdraagt aan bepaalde politieke vaardigheden, kennis en interesse, waardoor mensen met een hbo/wo opleiding meer politiek zelfvertrouwen hebben en politiek actiever zijn. Het tweede type verklaring betreft de sociaaleconomische status van het gezin waarin men opgroeit. Die bepaalt namelijk de politieke interesse en kennis, en dus stemgedrag, én het opleidingsniveau van een individu (zie bijvoorbeeld Vollaard, et al., 2022).
Daarnaast zien we verschil naar leeftijd: jongeren (16 t/m 29 jaar) zeggen minder vaak te gaan stemmen (65 procent) dan de groep tussen 30 en 54 jaar (72 procent) en de 55-plussers in de stad (80 procent; percentages afkomstig uit de Amsterdamse Burgermonitor 2021; Rubingh et al., 2022). De opkomst onder jongeren is van belang, omdat zij vaak anders stemmen dan ouderen. Zo stemmen zij vaker op progressieve partijen, en op nieuwe partijen. Daarnaast blijkt dat mensen die bij hun eerste verkiezingen gaan stemmen, dat vaak blijven doen op latere leeftijd (Vollaard, et al., 2022). De grootste verschillen tussen groepen zien we bij een combinatie van opleidingsniveau en leeftijd (zie figuur 2.1): de groep die het minst vaak aangeeft te gaan stemmen (52 procent), zijn jongeren met maximaal mbo4, havo of vwo, terwijl 55-plussers met een hbo- of wo-opleiding vrijwel 15
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 allen zeggen te gaan stemmen. Deze verschillen in politieke participatie naar leeftijd en afgeronde opleiding zijn stabiel over de jaren heen (Rubingh et al., 2024). Figuur 2.1 Percentage Amsterdammers dat aangeeft zeker te gaan stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen,
max mbo4, havo/ vwo
hbo/ wo
naar leeftijd en afgeronde opleiding, 2021 (procenten)
55 jaar en ouder
91
30-54 jaar
76
16-29 jaar
73
55 jaar en ouder
73
30-54 jaar
63
16-29 jaar
52 0
20
40
% 60
80
100
Bron: O&S: Burgermonitor 2021
Ook zien we dat Amsterdammers met een laag huishoudinkomen minder vaak stemmen, dan Amsterdammers met een midden of hoog inkomen. Van de Amsterdammers met een inkomen tot 2.050 per maand geeft 68 procent aan te gaan stemmen, terwijl dit bij Amsterdammers met een hoger inkomen rond de 80 procent ligt. Opkomstpercentages verschillen ook naar migratieachtergrond. Amsterdammers met een migratieachtergrond stemmen structureel minder dan Amsterdammers zonder migratieachtergrond bij de gemeenteraadsverkiezingen (zie figuur 2.2). Ook bij de Tweede Kamerverkiezingen zijn er duidelijke verschillen. Uit landelijk onderzoek blijkt dat deze verschillen ook blijven bestaan na controle voor demografische en sociaaleconomische kenmerken (zie bijvoorbeeld: Dagevos & Vermeulen, 2024). Met andere woorden: Amsterdammers die dezelfde sociaaleconomische kenmerken hebben, maar verschillen qua migratieachtergrond, verschillen ook vaak in participatie bij verkiezingen. Figuur 2.2 Opkomstpercentages herkomstgroepen bij Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen 1994-2018*
Bron: Leiwakabessy et al., 2022
16
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
* vanwege een methodewisseling is dit figuur niet uitgebreid naar 2022, maar onderzoek wijst uit dat er geen reden is om te veronderstellen dat het patroon van opkomst sterk is veranderd.
Belangrijke redenen voor mensen met een migratieachtergrond om wel of juist niet te participeren zijn het gevoel er niet bij te horen, je gediscrimineerd te voelen en jezelf niet te herkennen in de politiek en politici (Kranendonk et al., 2017). Ook in Amsterdam zien we verschillen tussen inwoners met en zonder migratieachtergrond in ervaren politieke vertegenwoordiging (Leiwakabessy et al., 2022). Amsterdammers met een migratieachtergrond hebben veel vaker het gevoel dat politici niet adequaat opkomen voor hun belangen in vergelijking met Amsterdammers zonder migratieachtergrond (zie figuur 2.3). Figuur 2.3 Antwoord op stelling ‘Vindt u dat er voldoende wordt opgekomen voor de belangen van mensen met een migratieachtergrond in de Gemeenteraad?’, naar herkomstgroep, 2022
Bron: Leiwakabessy et al., 2022
Landelijk onderzoek van het SCP laat daarbij verschil zien in de politieke opvattingen en participatie tussen generaties. De eerste generatie migranten zijn in het buitenland geboren. De tweede generatie migranten zijn zelf in Nederland geboren, en minstens één van hun ouders in het buitenland. Tweede generatie migranten vinden vaker dan de eerste generatie dat hun belangen onvoldoende worden vertegenwoordigd in de politiek en ervaren vaker discriminatie en uitsluiting in de maatschappij dan de eerste generatie. Dit geldt ongeacht de opleidingsachtergrond. Desondanks gaan zij vaker stemmen dan eerste generatiemigranten en zijn zij ook vaker op andere manieren politiek actief. Dit heeft deels te maken met verschillen in sociaaleconomische kenmerken zoals opleiding, maar het SCP-onderzoek laat ook zien dat deze groep zich juist politiek wil inzetten om zo iets te doen tegen discriminatie en uitsluiting (Dagevos & Vermeulen, 2024). Ook speelt mee dat er bij Amsterdammers die in het buitenland zijn geboren vaker sprake is van een gebrek aan kennis van het politieke systeem. Dit vertaalt zich door in lagere politieke participatie (Leiwakabessy et al.,2022).
Uiteraard spelen naast opleiding, leeftijd en migratieachtergrond ook andere individuele kenmerken een rol, zoals politieke interesse, praktische barrières (zoals geen tijd hebben) en in hoeverre men denkt dat de uitkomst van de verkiezingen belangrijk zijn (Vollaard et al., 2022). Vooral bij jongeren lijkt een gebrek aan interesse in de lokale politiek een rol te spelen. Dit komt 17
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 onder andere doordat jongeren vaak net naar een nieuwe woonplaats zijn verhuisd of dat van plan zijn.
Intermezzo: Toename aandeel Amsterdammers dat recent is geïmmigreerd Een deel van de Amsterdammers die mogen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Zij zijn onderdeel van de grotere groep inwoners met een migratieachtergrond. Het aandeel Amsterdammers met een migratieachtergrond groeit. In 2011 had 51 procent van de Amsterdammers een migratieachtergrond; in 2021 is dit 57 procent (Dashboard Kerncijfers O&S, 2021). Amsterdam is hiermee al jaren een meerderheid-minderheid stad: dat wil zeggen dat geen enkele herkomstgroep de numerieke meerderheid heeft (Crul & Lelie, 2023). In 2021 telt Amsterdam 34 procent inwoners die in het buitenland zijn geboren. Van hen woont ongeveer de helft langer dan tien jaar in Nederland; de andere helft is minder dan tien jaar geleden geïmmigreerd. Met name de groep recente migranten (minder dan tien jaar in Nederland) is de laatste jaren gegroeid. In 2013 bestond 11 procent van de Amsterdamse populatie uit migranten die minder dan tien jaar in Nederland wonen; in 2021 is dat 16 procent. Het aandeel migranten dat langer dan tien jaar in Nederland woont is in deze periode ongeveer gelijk gebleven onder de Amsterdammers (zie figuur 2.4; Tepiç et al., 2023) Figuur 2.4 Bevolkingssamenstelling Amsterdam naar migratiegroepen (procenten), 2013-2021 100 90 80
11
13
17
17
15
17
16
17
16
18
70 60
geboren in het buitenland, minder dan 10 jaar in Nederland geboren in het buitenland, langer dan 10 jaar in Nederland
25
25
24
24
50
23
geboren in Nederland, buiten de Metropoolregio Amsterdam geboren in de Metropoolregio Amsterdam
40 30 20
47
45
44
43
43
2013
2017
2019
2020
2021
10 0
Bron: CBS, bewerking O&S (Tepiç et al., 2023)
18
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
2.2 Opkomst is lager in wijken met meer armoede, uitkeringen, eenzaamheid en slechte gezondheid Om verschillen in politieke participatie tussen Amsterdammers in kaart te brengen, kijken we ook naar stemgedrag op wijkniveau. En meer specifiek naar wie er wel en niet gaan stemmen. Zo zien we een bevestiging van de vorige paragraaf: opleidingsniveau en inkomen maken uit. In wijken met een hoog aandeel basis – en mbo-opgeleide inwoners is de opkomst gemiddeld lager. Hetzelfde geldt voor wijken waar relatief veel Amsterdammers wonen met een lager gemiddeld inkomen, en met relatief veel bijstandsgerechtigden. Ook wijken met een slechtere ervaren gezondheid, meer eenzaamheid en minder vrijwilligerswerk hebben een lagere opkomst. Waarschijnlijk beïnvloeden onderliggende oorzaken zowel politieke participatie als gezondheid, eenzaamheid en vrijwilligerswerk. Het gaat dan om zogenaamde hulpbronnen, zoals tijd, geld, opleiding en democratische vaardigheden. Deze hulpbronnen zorgen onder andere voor meer politieke interesse en politieke kennis (Smets & van Ham, 2013). In De Atlas van Afgehaakt Nederland geven de auteurs verder aan dat een slechte gezondheid een barrière kan zijn voor werk, inkomen, meedoen, gezien worden en politiek participeren.
Ook in Amsterdam zien we op wijkniveau dat een slechtere ervaren gezondheid samenhangt met een lager inkomen en minder politieke participatie (De Voogd & Cuperus, 2021). Eerder onderzoek naar de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen toont een vergelijkbaar resultaat als de wijkanalyse (zie bijvoorbeeld Vermeulen et al., 2020). De samenhang tussen verkiezingsopkomst en sociaaleconomische kenmerken geldt daarnaast zowel voor de gemeenteraadsverkiezingen als de Tweede Kamerverkiezingen (zie het overzicht van correlaties in de bijlage). Wel zijn de verbanden sterker voor de Tweede Kamerverkiezingen. De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is namelijk lager, dus de groep niet-stemmers bij de Tweede Kamerverkiezingen is selectiever. Hierover is meer geschreven in bijlage A. Het verband tussen verkiezingsuitslagen en sociaaleconomische kenmerken op wijkniveau betekent niet dat wijkkenmerken invloed hebben op het stemgedrag van haar inwoners. Het is veel aannemelijker dat stemgedrag wordt bepaald door kenmerken van individuen, waaronder hun sociaaleconomische kenmerken. Wel laat de analyse zien dat die samenhang bestaat én dat Amsterdammers met een bepaalde sociaaleconomische positie en bepaald stemgedrag vaak bij elkaar wonen. Met andere woorden: zowel welvaart als politieke participatie zijn ongelijk verdeeld over de stad.
Intermezzo: Aandeel Amsterdamse huishoudens onder minimagrens daalt Het onvoldoende beschikken over hulpbronnen, zoals tijd en geld maakt het moeilijker voor sommige Amsterdammers om politiek actief te zijn. We weten dat een aanzienlijk deel van de Amsterdamse bevolking een laag inkomen heeft, waarbij de grens ligt op 130 procent van het sociaal minimum (sm). In 2021 had 22 procent van de Amsterdamse huishoudens een inkomen onder die grens, wat voor een alleenstaande neerkomt op €16.800 netto per jaar. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen is in de centrale stadsdelen veel lager dan in de stadsdelen buiten de ring. In stadsdeel Zuid had 18% van de huishoudens in 2021 een laag inkomen, in Zuidoost 28% (Hoedemaker et al., 2023). Het merendeel van de huishoudens met een laag inkomen heeft ook weinig vermogen (tot de bijstandsgrens). Huishoudens met zowel een laag inkomen als een vermogen tot de bijstandsgrens 19
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 worden gerekend tot de groep minimahuishoudens. In 2021 behoorde 17 procent van de Amsterdamse huishoudens hiertoe (73.400 huishoudens). Het aandeel Amsterdamse huishoudens dat tot de minima behoort, daalt sinds 2014 (Hoedemaker et al., 2023). Terwijl de afname van het aandeel minimahuishoudens licht doorzette, bleef het aantal minimahuishoudens in de jaren 20192021 ongeveer gelijk. Dit komt door de gelijktijdige sterke toename van het aantal huishoudens met een hoog inkomen. Figuur 2.5 Amsterdamse minimahuishoudens (inkomen tot 130% sm en een vermogen tot de bijstandsnorm), 2011-2021 (aantallen en procenten)
Bron: CBS, bewerking O&S. Cijfers van 2021 zijn voorlopig.
Huishoudens met een bijstands- of andere uitkering behoren veel vaker dan gemiddeld tot de minima. Ook pensioengerechtigden behoren relatief vaak tot de minima. Eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen zijn veel vaker minima dan paren en andersoortige huishoudens. Amsterdammers met een migratieachtergrond, met name de eerste generatie, behoren vaker tot de minima dan mensen zonder migratieachtergrond (Hoedemaker et al., 2023).
20
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
2.3 Andere vormen van politieke participatie worden door een smal aandeel van Amsterdammers gebruikt Stemmen is echter niet de enige vorm van politieke participatie. Amsterdammers ondertekenen ook petities, nemen deel aan demonstraties en/of aan participatietrajecten met de gemeente. Andere vormen van participatie worden door een smaller aandeel van Amsterdammers ingezet. Vier op de tien Amsterdammers heeft in 2021 een activiteit ondernomen om iets politiek aan de orde te stellen of invloed uit te oefenen op lokale politici of de gemeente. Ter vergelijking: het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 was 47 procent. Het vaakst hebben zij een petitie ondertekend over een lokale kwestie en/of deelgenomen aan een demonstratie. De gemeente Amsterdam heeft in de vorige bestuursperiode nieuwe vormen van participatie ingezet (buurtbudgetten, co-creatieplekken, buurtrechten en burgerberaad, zie Gemeente Amsterdam, programma democratisering); deze worden echter zelden genoemd door respondenten. Tabel 2.6 Percentage Amsterdammers dat een lokale politieke activiteit heeft ondernomen in de afgelopen 12 maanden, 2021 (procenten) politieke activiteit
percentage
een petitie getekend over een lokale kwestie
22
deelgenomen aan demonstratie
12
deelgenomen aan een participatietraject of buurtbudget
8
deelgenomen aan wijkorganisatie of bewonersgroep (aan bijeenkomst of actie)
7
deelgenomen aan een lokale actiegroep of burgerinitiatief
6
inspraakbijeenkomst(en) van de stad of uw stadsdeel bezocht
6
contact opgenomen met een politieke partij in de stad
3
contact opgenomen met lokale of regionale krant, radio of tv
2
contact opgenomen met een belangenorganisatie
2
lid geworden van een politieke partij
2
gemeenteraadsvergadering of stadsdeelcommissievergadering bezocht
2
contact opgenomen met een religieuze organisatie
1
minstens één van bovenstaande activiteiten
39
Bron: O&S: Burgermonitor 2021
Deels worden deze andere vormen van politieke participatie ook ingezet door andere groepen Amsterdammers, dan zij die stemmen. Amsterdammers van 55 jaar en ouder gaan vaker stemmen dan jongeren, maar jongeren ondernemen juist vaker lokale politieke activiteiten dan 55-plussers. (voor meer onderzoek over participatie van jongeren (16-27 jaar) zie Zweegman et al., 2023). Daarnaast hebben, net als bij het stemmen, Amsterdammers met een hbo- of wo-opleiding vaker een lokale politieke activiteit ondernomen dan anderen. Als we leeftijd en opleidingsniveau kruisen, zien we nog grotere verschillen: de helft van jongeren met een hbo- of wo-opleiding hebben iets ondernomen om politiek iets aan de orde te stellen of politieke invloed uit te oefenen. Onder 55-plussers met maximaal een middelbare of beroepsopleiding is dit aandeel met 22 procent veel lager. Mogelijk zijn dit soort activiteiten toegankelijker voor jongeren en hbo/wo-opgeleiden en ervaren andere groepen meer barrières tot deelname.
21
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Figuur 2.7 Aandeel Amsterdammers dat zich politiek heeft ingezet (m.u.v. stemmen), naar opleidingsniveau en
max mbo4, havo/ vwo
hbo/ wo
leeftijd, 2021 (procenten)
55 jaar en ouder
46
30-54 jaar
45
16-29 jaar
51
55 jaar en ouder
22
30-54 jaar
34
16-29 jaar
40 0
10
20
30
40
% 50
60
Bron: O&S: Burgermonitor 2021
2.4 Partijkeuze verschilt sterk naar opleiding, inkomen en leeftijd Ook partijkeuze varieert op basis van sociaaleconomische en demografische achtergrondkenmerken, zoals opleiding, inkomen, leeftijd en migratieachtergrond. Met name opleidingsniveau maakt verschil. Amsterdammers met een basisopleiding hebben relatief vaak de voorkeur voor een buitenstaanderpartij (zie introductiekader Deel A, pagina 12), en meer in het bijzonder voor SP en PVV (analyses afkomstig uit de Amsterdamse Burgermonitor 2021; Rubingh et al., 2022). Ook stemmen zij relatief vaak op het gevestigde PvdA. Mbo-opgeleide Amsterdammers hebben ook relatief vaak de voorkeur voor buitenstaanderpartijen, en meer in het bijzonder DENK en BIJ1. Amsterdammers met een hbo- of wo-opleiding hebben juist relatief vaak een voorkeur voor gevestigde partijen, en meer in het bijzonder GroenLinks. Ook inkomen houdt verband met stemvoorkeur: Amsterdammers in de laagste huishoudinkomensgroep (tot € 2.050 netto per maand) hebben relatief vaak de voorkeur voor buitenstaanderpartijen SP en BIJ1, maar ook voor het gevestigde PvdA. Amsterdammers in de hoogste huishoudinkomensgroep (meer dan € 4.500 netto per maand) hebben juist relatief vaak een voorkeur voor D66 en de VVD, beiden gevestigde partijen.
Dit is in lijn met het gegeven dat mensen met een wo-diploma en/of een bovenmodaal inkomen vaker dan gemiddeld tevreden met hun eigen leven en optimistisch over de toekomst van Nederland zijn (Dekker et al., 2018). Amsterdammers met een midden inkomen lijken daarentegen op het gemiddelde van de stad. Leeftijd speelt ook een rol bij partijkeuze: in paragraaf 2.1 is al genoemd dat jongeren vaker op progressieve en nieuwe partijen stemmen. Deze vallen deels in de categorie gevestigde partijen en deels in categorie de buitenstaanderpartijen. Jongeren geven namelijk relatief vaak de voorkeur aan GroenLinks of BIJ1. Jongeren hebben zelfs drie keer zo vaak een voorkeur voor BIJ1 als 55-plussers. 55-plussers geven relatief vaak aan dat zij op de PvdA stemmen, vier keer vaker dan jongeren. 30 tot 54-jarigen hebben ook relatief vaak de voorkeur voor GroenLinks. Uit de exitpoll van de UvA en O&S bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 gericht op kiezers met een migratieachtergrond, blijkt dat deze kiezers vooral relatief vaak een voorkeur hebben voor partijen uit de categorie buitenstaanders, namelijk DENK en BIJ1. Zo heeft 59 procent van de kiezers met een Turkse migratieachtergrond tijdens deze gemeenteraadsverkiezingen op DENK gestemd. Dit is wel minder dan in 2018 (74 procent).
De voorkeur voor DENK onder kiezers van Turkse en Marokkaanse herkomst is vooral groot onder de eerste generatie. Binnen de groep Turkse 22
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 Amsterdammers geldt verder dat basis- en mbo-opgeleiden nog vaker op DENK hebben gestemd dan hbo/wo-opgeleiden. Onder Marokkaanse Amsterdammers stemmen hbo-/wo-opgeleiden vaker op de PvdA dan basis- en mbo-opgeleiden, maar onder beide groepen is DENK met circa de helft van de stemmen het populairst. BIJ1 kreeg 35 procent van de stemmen van Surinaams-Amsterdamse kiezers, meer dan in 2018 (19 procent). Binnen de groep Surinaamse Amsterdammers kreeg deze partij kreeg vooral veel stemmen van jongere en hbo/wo-opgeleide kiezers. De stemvoorkeur van Surinaamse Amsterdammers met een basis- of mbo-opleiding lijkt sterk op die van Amsterdammers met hetzelfde opleidingsniveau zonder migratieachtergrond, namelijk relatief veel stemmen op de PvdA, SP en overige kleinere partijen. Daarnaast stemden kiezers met een migratieachtergrond bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 overwegend op gevestigde partijen zoals PvdA, GroenLinks en D66, zij het minder dan in eerdere jaren (Leikawabessy et al., 2022).
23
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Figuur 2.8 Partijkeuze Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Amsterdammers gemeenteraadsverkiezingen 2002-2022 Turkse Amsterdammers
100%
DENK PvdA
80%
GrL 60%
BIJ1 SP
40%
D66 20% 0% 2002
Overig
2006
2010
2014
2018
2022
Marokkaanse Amsterdammers
100%
DENK PvdA
80%
GrL
60%
SP D66
40%
BIJ1 20% 0% 2002
Overig 2006
2010
2014
2018
2022
Surinaamse Amsterdammers
100%
BIJ1 PvdA
80%
DENK 60%
D66 GrL
40%
SP 20% 0% 2002
Overig
2006
2010
2014
2018
2022
Bron: UvA en O&S
24
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Intermezzo: Stijging van hbo/wo opgeleide Amsterdammers Opleiding is sterk gerelateerd aan partijkeuze. Het aandeel hbo/wo-opgeleide inwoners is de afgelopen jaren sterk toegenomen in Amsterdam. In 2005 was 44% van de Amsterdamse beroepsbevolking hbo- of universitair opgeleid; in 2020 is dit 62% (Hoedemaker, 2023). Deze groei is vrijwel volledig toe te schrijven aan inwoners met een universitair diploma (zie figuur 2.9). De groei van het aandeel hbo- en universitair opgeleiden hangt samen met de groei van het aandeel twintigers en dertigers in de bevolking in het afgelopen decennium. Volwassen Amsterdammers onder de veertig zijn voor een groot deel hbo/wo-opgeleid. De ontwikkeling van het opleidingsniveau in de Amsterdam is voor een belangrijk deel het gevolg van binnenlandse migratie. Inwoners van de stad afkomstig uit Nederlandse regio’s buiten de MRA zijn veel vaker hbo/woopgeleid dan inwoners geboren in Amsterdam zelf of in de MRA (Hoedemaker, 2023). Figuur 2.9 Samenstelling Amsterdam (18+, excl. studenten) naar opleidingsniveau, 2013-2021 100 wo 90
hbo
24
31
80 70
mbo-2 t/m 4 of havo/vwo max. mbo-1
19
60
20
50 40
30 27
30 20 10 0
27
2013
22
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Bron: CBS microdata / bewerking O&S (deze gegevens zijn beschikbaar vanaf 2013)
Opleidingsniveau hangt sterk samen met andere sociaaleconomische kenmerken, waaronder inkomen. Over het algemeen geldt dat mensen met een hoger opleidingsniveau ook een hoger inkomen hebben. Het aandeel huishoudens met een hoog inkomen in Amsterdam is de afgelopen jaren dan ook toegenomen (Hoedemaker, 2023).
2.5 Aandeel stemmen op buitenstaanderpartijen is hoger in wijken met meer armoede, werkeloosheid, eenzaamheid en slechte gezondheid Analyse op wijkniveau laat zien dat sociaaleconomische kenmerken ook samenhangen met de partijkeuze bij verkiezingen. Zo zien we een bevestiging van de vorige paragraaf: opleidingsniveau speelt een belangrijke rol bij stemgedrag. Wijken met een hoog aandeel basis- en mbo opgeleide inwoners hebben gemiddeld een hoger aandeel stemmen op buitenstaanderpartijen. Bovendien zien we dat wijken met een lager gemiddeld inkomen, meer bijstandsgerechtigden, en een minder ervaren goede gezondheid een hoger aandeel stemmen op buitenstaander partijen hebben. Ook 25
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024 wijken met meer eenzaamheid en minder vrijwilligerswerk hebben een hoger aandeel stemmen op buitenstaanderpartijen. We zien daarbij, net als bij opkomst, dat dit zowel geldt voor de gemeenteraadsverkiezingen als de Tweede Kamerverkiezingen, maar dat deze verbanden sterker zijn voor de Tweede Kamerverkiezingen. In De Atlas van Afgehaakt Nederland lieten de Voogd en Cuperus al een sterke samenhang tussen stemgedrag, sociaaleconomische kenmerken en gezondheid zien, maar dan op gemeentelijk niveau (De Voogd & Cuperus, 2021). Ook onderzoek van het SCP laat zien dat Nederlanders met minder kapitaal, door hen ‘onzekere werkenden’ en het ‘precariaat’ genoemd, minder vaak gaan stemmen en als zij gaan stemmen dat vaker doen op een partij ‘op de flanken van het politiek spectrum’ (Vrooman et al., 2023). Deze partijen behoren tot de zogenaamde buitenstaanderpartijen. Bovendien hebben Nederlanders uit de categorieën ‘onzekere werkenden’ en ‘precariaat’ minder vertrouwen in de Tweede Kamer; vinden zij vaker dat de overheid onvoldoende doet voor mensen zoals zij; en menen zij vaker dat mensen zoals zij geen invloed hebben op wat de regering doet. Dit terwijl zij vaker afhankelijk zijn van de overheid voor ondersteuning.
2.6 Deelconclusie Dit hoofdstuk verkent welke stemmen minder luid doorklinken in de Amsterdamse representatieve democratie. Allereerst blijkt de verkiezingsopkomst structureel sterk te verschillen tussen groepen Amsterdammers. Zo zijn basis- en mbo- opgeleide Amsterdammers minder geneigd om te stemmen dan hbo- en wo- opgeleide Amsterdammers. Ook jongeren gaan minder vaak dan gemiddeld stemmen. Daarnaast stemmen Amsterdammers met een migratieachtergrond minder dan Amsterdammers zonder migratieachtergrond. Ervaren discriminatie kan een barrière vormen voor politieke participatie. Het gevoel er niet bij te horen, gevoelens van discriminatie en gebrek aan herkenning in de politiek en politici zijn belangrijke redenen voor mensen met een migratieachtergrond om wel of juist niet te participeren. Op basis van analyses op wijkniveau, komen daarnaast duidelijke sociaaleconomische verschillen naar voren. In wijken met een laag welvaartsniveau (o.a. meer lage inkomens, een minder goede gezondheid en meer eenzaamheid) is de verkiezingsopkomst doorgaans lager. Mogelijk hebben inwoners van die wijken niet de tijd en de middelen om zich in de politiek te verdiepen en te gaan stemmen. Ook kan het zijn dat zij zich minder interesseren voor de politiek, omdat ze zich minder herkennen in de politiek en/of niet het idee hebben dat politici er voor hen zijn.
Niet alleen de opkomst verschilt tussen groepen Amsterdammers; dat geldt ook voor de partijkeuze. Dezelfde groepen die minder geneigd zijn om te stemmen, kiezen ook vaker voor buitenstaanderpartijen en/of partijen die uiteindelijk niet in de Amsterdamse coalitie terechtkomen. Opleiding is de belangrijkste onderscheidende factor als het gaat om partijkeuze. Basis en mbo-opgeleiden stemmen vaker dan gemiddeld op buitenstaanderpartijen. Dit geldt ook voor Amsterdammers met een laag inkomen, jongeren en Amsterdammers met een migratieachtergrond. Van de gevestigde partijen is PvdA ook relatief populair onder deze groepen. Alleen onder jongeren geldt dit niet en is GroenLinks relatief populair. Al met al is er in Amsterdam sprake van structurele ongelijkheid in politieke participatie. Daarmee verschilt ook de politieke invloed: de stem van bepaalde groepen klinkt minder luid door in de lokale representatieve democratie. Opleidingsniveau, inkomen, leeftijd en migratieachtergrond zijn hierin onderscheidend.
26
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024
Mischa, Tuindorp Buiksloot
“Ik ga dit jaar voor het eerst stemmen. Ik weet nog niet zo goed waar het voor is. Als je het vergelijkt met derdewereldlanden, hebben we het hier goed geregeld met de verzorgingsstaat enz. Maar we zien ook dat Geert Wilders de verkiezingen heeft gewonnen. Ze zijn nu een half jaar bezig en ze kunnen nog steeds geen kabinet vormen. Ik denk niet dat alles wat Wilders zegt, zoals "Marokkanen het land uit", zo snel zal gebeuren, maar nieuwe immigranten zullen moeilijker hiernaartoe kunnen komen. Mijn ouders waren ook immigranten. Ik vind dat mensen vrij moeten zijn om te komen. Ik vind dat hij heel zwart-wit dingen zegt. Ik vind Noord echt fijn om te wonen. Er is hier veel groen en rust. Helaas is er ook veel criminaliteit. Laatst ging er een Molotovcocktail af in de buurt. Nu hangen er meer camera’s in de buurt en is er meer politie op straat. Het geeft een dubbel gevoel. Aan de ene kant voelt het veiliger, maar omdat er meer politie op straat is, voel je je juist onveiliger. Ik ben sinds een paar maanden achttien. Zolang ik nog studeer, blijf ik bij mijn ouders wonen, dus op korte termijn zie ik mezelf hier nog wel wonen, maar op lange termijn is Amsterdam geen optie. Met deze woningmarkt is het onmogelijk om een woning te vinden. Het is te duur en er zijn nauwelijks woningen beschikbaar. Ik zal dus of de stad uit moeten of naar een ander land. Mijn ouders komen uit Rusland.
Ik ben heel benieuwd hoe het daar is en of het zo is zoals in de media. Ik wil het graag met mijn eigen ogen zien. Het is een gekke gedachte. Ik ben hier geboren en opgegroeid, maar ik zal hier waarschijnlijk nooit kunnen wonen.” Foto en verhaal: Debra Barraud.
27
Deel A.
ONDERVERTEGENWOORDIGD AMSTERDAM – november 2024