CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2.1. Onderzoeksverantwoording-Toeristische-draagkracht-van-wijken-DEF.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de 1 junibrief Toerisme in Balans (VN2026-006404)5.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoeksverantwoording: Toeristische draagkracht van wijken Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Aanpak Binnenstad Projectnummer: Auteur: Bart Sleutjes en Tanja Fedorova E-mailadres: b.sleutjes@amsterdam.nl Bezoekadres: President Kennedylaan Telefoon: Postbus , AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, mei Foto voorzijde: Damrak, toeristen op de rode loper, fotograaf Edwin van Eis (

)

Inhoud

Inleiding Model toeristische draagkracht . Wat is toeristische draagkracht van wijken? . Indicatoren toeristische draagkracht van wijken . . Toeristische druk . . Bezoekers gerelateerde leefbaarheid . . Wijzigingen wijkindeling en indicatoren . Model toeristische draagkracht van wijken . Interpretatie toeristische draagkracht

Methodeverantwoording Meetcriteria en selectie indicatoren ‘Toeristische draagkracht’ Indicatoren: toelichting en bronnen Model toeristische draagkracht van wijken

Literatuur

Inleiding

Dit document is de methodebeschrijving van het draagkrachtmodel in het onderzoek naar toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam. Met dit onderzoek wil de gemeente Amsterdam de volgende vraag beantwoorden: In welke wijken is de toeristische draagkracht in het geding en welke wijken kunnen een hoge toeristische druk vooralsnog goed dragen? Het toeristische draagkrachtmodel van O&S laat zien in welke Amsterdamse woonwijken de toeristische draagkracht onder druk staat en waar in Amsterdam de draagkracht is veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Over de resultaten van de draagkrachtmetingen wordt één keer per twee jaar apart gerapporteerd. Achtergrond van onderzoek naar toeristische draagkracht in Amsterdam De definitie van de toeristische draagkracht en de onderzoeksmethode zijn tot stand gekomen in opdracht van en in samenwerking met Het Programma Stad in Balans in . In augustus stelde de Gemeenteraad de verordening op toerisme in balans vast (Gemeente Amsterdam, ). Deze verordening is aangenomen naar aanleiding van het volksinitiatief “Amsterdam heeft een keuze.” Belangrijk onderdeel van de verordening is dat het college de Raad tweejaarlijks informeert over de toeristische draagkracht van wijken (artikel ). Onderzoek en Statistiek (O&S) voert deze draagkrachtmetingen tweejaarlijks uit in opdracht van het Programma Aanpak Binnenstad (stadsdeel Centrum).

Definitie en methode toeristische draagkracht Deze rapportage beschrijft de indicatoren en de onderliggende databronnen in het draagkrachtmodel en legt stap voor stap uit hoe het model tot stand komt. Er wordt de volgende definitie van toeristische draagkracht gehanteerd: de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het (significant) ten koste gaat van de leefbaarheid. Toeristische draagkracht wordt gemeten met twee parameters: ‘toeristische druk’ en ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’. Beide parameters zijn samengesteld uit meerdere indicatoren (zie schema hieronder). De Amsterdamse wijken worden op basis van hun scores op elke indicator in kwartielen ingedeeld. De wijken die hoog scoren op ‘toeristische druk’ en laag scoren op ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’ worden aangemerkt als de wijken waar de toeristische draagkracht onder druk staat. Resultaten metingen toeristische draagkracht Uit de eerste meting is gebleken dat de toeristische draagkracht in in twee (van de toen ) wijken onder druk stond, namelijk in Burgwallen-Oude Zijde en Burgwallen-Nieuwe Zijde. Daarnaast werden er nog dertien wijken aangewezen als beleidsmatig interessant om de overschrijding van de draagkracht te voorkomen.

Bij latere metingen nam het aantal wijken waar de toeristische draagkracht daadwerkelijk onder druk stond, toe (zie Thema Economie en toerisme | Website Onderzoek en Statistiek).

Model toeristische draagkracht

In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe het begrip toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam is afgebakend, welke indicatoren er in het O&S draagkrachtmodel zijn meegenomen en hoe op basis van deze indicatoren de toeristische draagkracht van een wijk wordt bepaald.

. Wat is toeristische draagkracht van wijken? Methodologisch gezien zijn er internationale en Nederlandse richtlijnen om het begrip ‘toeristische draagkracht’ af te bakenen, maar geen harde meetcriteria (zie meer informatie over de methode in bijlage). De richtlijnen van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli, ) en The United Nations World Tourism Organization (UNWTO, ) laten veel ruimte voor maatwerk zodat bestemmingen eigen (beschikbare) indicatoren kunnen gebruiken voor de draagkrachtmetingen. Amsterdam zal vanwege zijn grootstedelijke functie een andere onderzoeksaanpak nodig hebben dan bijvoorbeeld natuurgebieden. Amsterdam sluit zich waar mogelijk aan op de richtlijnen van de Rli en meet de toeristische draagkracht vanuit het perspectief van de leefomgeving in woonwijken. Afbakening toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam De in dit onderzoek gebruikte definitie van toeristische draagkracht luidt als volgt: De toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het (significant) ten koste gaat van de leefbaarheid. Een belangrijk verschil tussen de draagkrachtmetingen van de Amsterdamse wijken en andere draagkrachtonderzoeken is dat er in dit onderzoek geen uitspraken worden gedaan over Amsterdam als één toeristenbestemming.

De toeristische draagkracht in deze studie wordt in iedere wijk apart gemeten met twee parameters: ‘toeristische druk’ en ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’. Beide parameters zijn samengesteld uit meerdere indicatoren (zie paragraaf . ). Dit maakt het voor de gemeente mogelijk om beleidsmatig en/of operationeel in te grijpen met de gerichte maatregelen waar dat nodig is. Toeristische draagkracht van wijken in het gemeentelijke beleid De toeristische draagkrachtmetingen in Amsterdam werden voor het eerst aangekondigd in de paragraaf Balans in de Stad in het coalitieakkoord uit 2018. De gemeente streefde naar een nieuw evenwicht tussen bezoekers enerzijds, en bewoners anderzijds, ofwel een evenwicht tussen leefbaarheid en gastvrijheid. Vanuit het Programma Stad in Balans (in 2020 samengevoegd met Aanpak Binnenstad) is de eerste draagkrachtmeting in 2019 tot stand gekomen. O&S heeft toen in overleg met gemeentelijke partijen en in samenwerking met Stad in Balans een draagkrachtmodel voor Amsterdam ontwikkeld. Met dit model werd de samenhang tussen de omvang van het toerisme (toeristische druk) en de aan de bezoekers gerelateerde leefbaarheid per wijk gemeten (OIS, 2020).

In werd het onderzoek naar de toeristische draagkracht van wijken opgenomen in de Verordening op het toerisme in balans (Gemeente Amsterdam, ). Artikel van de verordening beschrijft hoe de toeristische draagkracht van iedere wijk tweejaarlijks wordt gemonitord. Artikel bepaalt dat het college de raad tweejaarlijks informeert over iedere wijk waarin de toeristische draagkracht onder druk staat. Het huidige onderzoek sluit zich aan op de eerdere draagkrachtmetingen ( en ) en op de bepalingen in de Verordening op het toerisme in balans ( ).

. Indicatoren toeristische draagkracht van wijken De toeristische draagkracht laat de samenhang zien tussen twee parameters: ‘toeristische druk’ en ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’. Parameter ‘toeristische druk’ is samengesteld uit indicatoren en parameter ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’ uit indicatoren, deze staan beschreven in figuur . . De volledige methodeverantwoording met bronnen en definities staat in Hoofdstuk . Figuur 1.1 Indicatoren toeristische draagkracht van wijken

toeristische draagkracht wijken toeristische druk 1 aantal attracties; 2 capaciteit logiesaccommodaties; 3 aantal Airbnb listings per 1.000 inwoners; 4 overig toeristisch aanbod per km2 ; 5 aantal coffeeshops per 1.000 inwoners; 6 aandeel stoepen met weinig loopruimte (doelgroep bezoekers); 7 aantal pintransacties buitenlands

bezoekers gerelateerde leefbaarheid 1 onveiligheidsbelevingindex; 2 sociale cohesie; 3 overlast toeristenverhuur van woningen directe woonomgeving; 4 overlast door vervuiling; 5 overlast door dronken mensen; 6 overlast door andere mensen in de buurt; 7 oordeel winkelaanbod voor dagelijkse boodschappen

. . Toeristische druk Het kernbegrip ‘toeristische druk’ omvat objectieve waarnemingen van het aanbod en gebruik van voorzieningen die (in sterke mate) gericht zijn op toeristische bezoekers, waaronder logiesaccommodaties, attracties en souvenirwinkels. Een uitdaging in dit onderzoek is om een onderscheid te maken tussen toeristische bezoekers en alle andere gebruikers van de stad (bewoners, forensen, studenten). Voor het meten van ‘toeristische druk’ is met behulp van experts en literatuurstudie een lijst opgesteld met alle mogelijke indicatoren die vervolgens door

O&S zijn getoetst op relevantie en bruikbaarheid. De volgende indicatoren zijn in het toeristische draagkracht-model meegenomen: ‘Toeristische druk’ indicatoren . aantal attracties; . capaciteit logies accommodaties; . aantal Airbnb listings per . inwoners; . aantal coffeeshops per . inwoners; . overig toeristisch aanbod per km²; . aandeel stoepen met weinig loopruimte (oftewel stoepen met zwakke 'walkability’ in de doelgroep ‘toeristen’).

. . Bezoekers gerelateerde leefbaarheid Het begrip ‘leefbaarheid’ bevat verschillende aspecten die te maken hebben met de beleving van bewoners als het gaat om schoon, heel, veilig en prettig samenleven. Sommige leefbaarheidsindicatoren hebben direct te maken met de aanwezigheid van bezoekers in woonwijken, zoals ervaren overlast door vakantieverhuur in de eigen woonomgeving. Andere leefbaarheidsindicatoren hebben een mogelijk verband (bijvoorbeeld personenoverlast) of geen verband (bijvoorbeeld tevredenheid speelvoorzieningen) met bezoekers. Om de ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’ af te kunnen bakenen, heeft O&S in gemeentelijke en landelijke expertise ingeschakeld. In de expertsessies werden mogelijke thema’s, indicatoren en databronnen aangewezen die vervolgens door O&S zijn getoetst op relevantie en bruikbaarheid. De volgende indicatoren zijn in het toeristische draagkracht-model meegenomen: ‘Bezoekers gerelateerde leefbaarheid’ indicatoren . onveiligheidsbelevingsindex; . overlast door vervuiling; . overlast door toeristenverhuur van woningen in directe woonomgeving; . overlast door andere mensen in de buurt; . overlast door dronken mensen op straat; . oordeel aanbod winkels voor dagelijkse boodschappen; . sociale cohesie.

. . Wijzigingen wijkindeling en indicatoren Eén van de selectiecriteria voor de bovengenoemde indicatoren is de periodieke beschikbaarheid en stabiliteit van data. Enkele aanpassingen zijn echter onvermijdelijk vanwege veranderingen in databronnen, meetmethoden en gemeentelijke geografische indeling:  Eén van de belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de eerste meting in is de nieuwe wijkindeling die in is ingegaan na het aansluiten van Weesp bij de gemeente Amsterdam. Dit had als gevolg dat de kwartielgrenzen in en opnieuw werden berekend op basis van de nieuwe wijkindeling.

Sommige wijken in Amsterdam hebben (nog) te weinig inwoners om representatieve uitspraken te doen over de leefbaarheid. Zodra deze wijken meer inwoners krijgen, worden ze toegevoegd aan het draagkrachtmodel. In de metingen van en werd een nieuwe indicator toegevoegd: pintransacties van buitenlandse betaalkaarthouders. In werd deze indicator uit het model verwijderd, omdat de gegevens niet langer beschikbaar waren. De rekenmethode van de indicator ‘aandeel stoepen met weinig loopruimte’ is meerdere keren verbeterd, waardoor de gegevens nu ook beschikbaar zijn voor wijken buiten de ring. De methode werd voor het eerst aangepast in en met terugwerkende kracht toegepast op de gegevens van de voorgaande jaren, zodat deze beter vergelijkbaar waren. In ontstaat er een trendbreuk, omdat er een nieuwe meetmethodiek wordt gebruikt voor het berekenen van de voetgangersintensiteit. De kwartielscores voor worden daarom uitsluitend gebaseerd op de gegevens van dat jaar. De indicator ‘overig toeristisch aanbod’ bevat sinds geen aantallen ATMs (Euronet en GWK/Travelex) meer, maar wel de data van de overige categorieën, zoals souvenirwinkels, kaaswinkels, smartshops, growshops, erotica en ijssalons. Voor de vergelijkbaarheid met de andere jaren werd het oorspronkelijke draagkrachtmodel uit herberekend zonder ATMs.

Door de veranderingen in de onderzoeksmethode van de Veiligheidsmonitor in is er een trendbreuk ontstaan bij drie indicatoren: de onveiligheidsbelevingsindex, overlast door dronken mensen op straat en sociale cohesie. Daarom zijn de kwartielscores vanaf berekend op basis van de waarden uit dat jaar.

. Model toeristische draagkracht van wijken De toeristische draagkracht van wijken wordt bepaald door de combinatie van de totaalscore op toeristische druk en de totaalscore op bezoekers gerelateerde leefbaarheid. De totaalscores worden berekend op basis van kwartielscores per indicator.

. . Grafische weergave draagkrachtmodel: kwadranten toeristische draagkracht Kwartielscores en assenstelsel Omdat iedere indicator een andere meeteenheid heeft, is het niet zinvol om absolute scores bij elkaar op te tellen. Om tot een totaalscore te kunnen komen worden voor iedere indicator de wijken op basis van hun score in kwartielen ingedeeld, waarbij kwartiel 1 staat voor de 25% laagste scores en kwartiel 4 voor de 25% hoogste scores. Wanneer een score ontbreekt voor een indicator, wordt de wijk bij deze indicator in kwartiel 2,5 geplaatst, als proxy voor een gemiddelde score. De totaalscores voor de twee parameters ‘toeristische druk’ en ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’ worden vervolgens voor iedere wijk bepaald door de kwartielscores voor alle geselecteerde indicatoren bij elkaar op te tellen. Op basis van de twee totaalscores (totaal toeristische druk en totaal bezoekers gerelateerde leefbaarheid) wordt elke wijk vervolgens ingedeeld in één van de kwadranten in Figuur . . Bij

deze grafische weergave vormt toeristische druk de horizontale as en bezoekers gerelateerde leefbaarheid wordt op de verticale as weergegeven. Figuur . Grafische weergave toeristische draagkracht van wijken rustige woonwijken

gunstig

2 hoge druk, gunstige leefbaarheid

3 lage druk, ongunstige leefbaarheid

andere oorzaken achterblijvende leefbaarheid

bezoekers gerelateerde leefbaarheid

1 lage druk, gunstige leefbaarheid

laag

toeristische druk en leefbaarheid in balans

hoog

toeristische druk

ongunstig

4 hoge druk, ongunstige leefbaarheid

toeristische draagkracht onder druk

positie van wijken waar toeristische draagkracht onder druk staat

Kwadrant : Toeristische draagkracht onder druk Op het moment dat de toeristische druk in een wijk hoog is en de leefbaarheid ongunstig, staat de toeristische draagkracht van de wijk onder druk ( e kwadrant). Binnen dit kwadrant zal vervolgens een verdere nuancering plaatsvinden op basis van de combinatie van totaalscores. Een wijk die binnen kwadrant rechts onderin eindigt heeft een andere toeristische draagkracht dan een wijk die binnen kwadrant links bovenin is gepositioneerd. Beleidsmatig zijn de wijken die helemaal rechts onderin het vierde kwadrant staan het meest interessant. Overige kwadranten Ook de wijken in kwadrant zijn vanuit beleid gezien interessant. In deze wijken is de toeristische druk hoog, maar is geen sprake van een ongunstige leefbaarheid. Deze wijken lijken de toeristische druk (vooralsnog) te kunnen dragen. Het is van belang om te weten hoe het kan dat de toeristische druk in deze wijken niet ten koste gaat van de leefbaarheid. Door het onderzoek periodiek te herhalen kan worden gemonitord of de leefbaarheid in deze wijken niet verslechtert. Aan de linkerkant van het kwadrant is de toeristische druk relatief laag. Hier vinden we wijken met een gunstige leefbaarheid, die als rustige woonwijken kunnen worden getypeerd (kwadrant

). In kwadrant staan wijken waarin ondanks een lage toeristische druk toch sprake is van een ongunstige leefbaarheid. Hier lijken andere factoren dan de aanwezigheid en het gedrag van bezoekers te zorgen voor een achterblijvende leefbaarheid. De wijken in de kwadranten en zijn in de context van dit onderzoek beleidsmatig minder interessant.

. Interpretatie toeristische draagkracht Kwartielgrenzen basisjaar De kwartielscores dienen in dit onderzoek als proxy voor de criteria ‘hoge’/ ‘lage’ toeristische druk en ‘gunstige’/ ‘ongunstige’ leefbaarheid. Het gebruik van een proxy is noodzakelijk omdat er (nog) geen meetbare wetenschappelijke criteria bestaan voor ‘te hoge druk’. De kwartielgrenzen van de indicatoren in zijn vastgezet als basis voor de vervolgmetingen. Dit wil zeggen dat het draagkrachtmodel in en alle draagkrachtmodellen in de jaren erna volgens dezelfde criteria worden berekend. Er zijn enkele uitzonderingen. Door de fusie met Weesp in werd het oorspronkelijke draagkrachtmodel uit en de vervolgmeting van in herberekend om de resultaten op dezelfde manier vergelijkbaar te maken. Voor indicatoren met een trendbreuk in de brondata wordt telkens een nieuw basisjaar vastgesteld (zie paragraaf . . ). Positie van de wijken ten opzichte van elkaar en daadwerkelijke cijfers De kwartielscores en hiermee de positie van wijken in kwadranten tonen de positie van wijken ten opzichte van elkaar en geven dus geen beeld van de daadwerkelijke drukte en leefbaarheid. Doordat de grenswaarden van als uitgangspunt worden genomen voor alle vervolgmetingen, kan worden vastgesteld of de drukte of leefbaarheid in een wijk is verbeterd of verslechterd ten opzichte van andere jaren.

Methodeverantwoording

In heeft O&S het draagkrachtmodel voor de woonwijken in Amsterdam ontwikkeld. Voor dit model is er gemeentelijke en externe expertise ingeschakeld, waarbij meer dan indicatoren waren getoetst. Hier leggen we stap voor stap uit hoe dit model tot stand is gekomen en welke afwegingen en databronnen in het eindresultaat zijn meegenomen.

Meetcriteria en selectie indicatoren ‘Toeristische draagkracht’ De selectie van indicatoren heeft in drie stappen plaatsgevonden. Stap : longlist thema’s en indicatoren  In de eerste stap is een longlist van mogelijk relevante thema’s, indicatoren en databronnen opgesteld. Voor het opstellen van deze longlist heeft O&S expertise van verschillende gemeentelijke beleidsafdelingen en gemeentelijke en landelijke kennisinstellingen ingeschakeld. De volgende bronnen zijn geraadpleegd, door middel van literatuurstudie en een aantal expert meetings:Internationale autoriteiten op het gebied van toerisme (bronnen Europese Commissie, ETIS, UNWTO);  Landelijke kennisinstituten (CBS, CELTH);  Gemeentelijke expertise (O&S, V&OR, team Drukteradar);  Amsterdamse kennisinstituten op gebied van toerisme (Roos Gerritsma / Urban Leisure & Tourism Lab Hogeschool Inholland, Carla Hoffschulte/ Ruimte voor Communicatie).  Richtlijnen van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). Stap : meetcriteria - relevantie en beschikbaarheid data  In de tweede stap zijn de indicatoren uit deze longlist door O&S getoetst op beschikbaarheid, relevantie en bruikbaarheid.

Bij deze selectie zijn de volgende criteria toegepast:Data zijn beschikbaar op wijkniveau;  Data zijn beschikbaar voor alle of voor de meeste wijken in Amsterdam;  Data zijn periodiek beschikbaar (via jaarlijks of tweejaarlijks onderzoek). Op basis van deze drie meetcriteria heeft O&S data verzameld over 100 indicatoren, waarvan 63 binnen het thema bezoekers gerelateerde leefbaarheid en 36 binnen het thema toeristische druk. In de loop der jaren zijn enkele aanpassingen gedaan aan de oorspronkelijke indicatoren (zie paragraaf 1.2.3). Stap 3: selectie indicatoren op basis van correlaties en regressieanalyse In stap 3 is vervolgens voor iedere indicator vastgesteld in hoeverre er een lineair verband bestaat met de twee kernbegrippen ‘buurttevredenheid’ en ‘buurtontwikkeling’. Daarbij wordt er getoetst of de indicator een lineaire relatie heeft met minstens één van de twee leefbaarheidsindicatoren: buurttevredenheid of buurtontwikkeling (OIS, 2020). Leefbaarheidsindicatoren die niet relevant zijn voor toerisme, zoals tevredenheid met speel- en zorgvoorzieningen, worden buiten beschouwing gelaten. De uiteindelijke keuze voor de

indicatoren is gemaakt op basis van regressieanalyses, waarbij buurttevredenheid en buurtontwikkeling als afhankelijke variabelen zijn gekozen. De indicatoren die buurttevredenheid en buurtontwikkeling het beste voorspellen, zijn in het model betrokken. Daarbij is wel rekening gehouden met een spreiding van indicatoren over verschillende thema’s, om te voorkomen dat er een eenzijdig beeld van drukte of leefbaarheid ontstaat: Bij toeristische druk gaat het om de volgende thema’s:  Bezoekersomvang;  Attracties;  Toeristisch aanbod;  Gemeten drukte op straat. Voor bezoekers gerelateerde leefbaarheid zijn de volgende thema’s meegenomen:  Veiligheid  Overlast;  Verloedering;  Sociale cohesie;  Diversiteit winkelaanbod.

Definitieve selectie: 14 indicatoren De volgende indicatoren zijn uiteindelijk meegenomen om tot totaalscores voor toeristische druk en bezoekers gerelateerde leefbaarheid te komen: Toeristische druk ( indicatoren):  Aantal attracties;  Capaciteit logiesaccommodaties;  Vakantieverhuur: aantal Airbnb listings per inwoners;  Aantal coffeeshops per inwoners;  Overig toeristisch aanbod per km²;  Aandeel stoepen met weinig loopruimte (zwakke 'walkability’, met als doelgroep bezoekers); Bezoekers gerelateerde leefbaarheid ( indicatoren):  Onveiligheidsbelevingsindex;  Overlast door vervuiling;  Overlast door toeristenverhuur van woningen in directe woonomgeving;  Overlast door andere mensen in de buurt;  Overlast door dronken mensen op straat;  Oordeel aanbod winkels voor dagelijkse boodschappen;  Sociale cohesie.

Indicatoren: toelichting en bronnen In deze paragraaf wordt voor zowel toeristische druk als bezoekers gerelateerde leefbaarheid toegelicht wat de gekozen indicatoren inhouden en uit welke bron deze afkomstig zijn. De indicatoren zijn gegroepeerd per thema.

Toeristische druk: bezoekersomvang Bezoekers kunnen worden ingedeeld in dag- en verblijfsbezoekers en binnenlandse en buitenlandse bezoekers. Telkens gaat het hier om de bezoekers met een toeristisch motief. We zoeken naar de indicatoren waarmee we de bezoekersomvang per wijk kunnen meten. De spreiding van de hotelbedden en Airbnb listings over de woonwijken geeft aan waar toeristische bezoekers in de stad kunnen overnachten. Capaciteit logiesaccommodaties Als maat voor de spreiding van de overnachtende bezoekers over de stad is gekeken naar het aantal slaapplaatsen in logiesaccommodaties per wijk. Het absolute aantal geeft daarbij, op basis van regressieanalyse, een betere verklaring voor leefbaarheid dan relatieve maten (per . inwoners of per km²). Cijfers zijn afkomstig uit het bestand logiesaccommodaties van O&S. Het gaat hier om de slaapplaatsen in hotels, hostels en andere logiesaccommodaties, voor de leesbaarheid afgekort tot ‘hotelbedden’. Airbnb listings Voor het toeristisch verblijf in woningen (vakantieverhuur en B&B) is het aantal unieke ‘listings’, ofwel het aanbod woningen en kamers, op Airbnb gekozen. Elke maand worden metadata via webscraping online opgehaald (bron: InsideAirbnb). Uit deze data is het unieke aanbod per jaar af te leiden. Een unieke listing houdt in dat een woning of kamer minimaal één keer is aangeboden tussen januari en december van een jaar.

De keuze voor het aantal listings, en niet het aantal overnachtingen, is gemaakt omdat dit een hard, betrouwbaar cijfer betreft. Harde cijfers van het aantal overnachtingen via vakantieverhuur per wijk zijn niet beschikbaar en ook niet direct via webscraping te achterhalen. Hoewel het aantal listings tot Airbnb is beperkt, ligt de nadruk in dit onderzoek echter op de druk in Amsterdamse wijken ten opzichte van elkaar. Het is aannemelijk dat het aanbod via andere platforms zich in dezelfde wijken concentreert als Airbnb, waardoor het meenemen van andere verhuurplatforms niet tot andere resultaten zal leiden. In dit onderzoek kijken we naar het totaal aantal unieke listings. Gemeente Amsterdam scherpt de regels voor de particuliere verhuur van woningen aan toeristen stapsgewijs aan. Het totaal aantal unieke listings neemt hierdoor af. Toeristische druk: attracties Attracties trekken toeristische bezoekers aan. Vanuit de Attractiesmonitor van O&S weten we per wijk het absolute aantal publiekstrekkers op het gebied van Kunst en Cultuur, entertainment en (natuur)recreatie (met of zonder fysieke vestiging, met of zonder kaartenverkoop). Het gaat daarbij om de volgende categorieën:  Entertainment (escaperooms, bioscopen en sport/ spel/ experience);  Musea;  Theaters;  Muziekpodia;  Parken/natuurrecreatie;  Bezienswaardigheden.

Attracties die zich hoofdzakelijk op bewoners richten, zoals bibliotheken en kinderboerderijen zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. De gegevens zijn verkregen uit diverse

bronnen: het Handelsregister, Tripadvisor en het attracties bestand van amsterdam&partners. Er is gekozen om absolute aantallen te nemen, omdat deze maat volgens de regressie een betere verklaring voor leefbaarheid biedt dan de relatieve maten (per . inwoners of per km²). Toeristische druk: toeristisch aanbod Voor het toeristisch aanbod worden twee indicatoren meegenomen: ‘coffeeshops per . inwoners’ en ‘overig toeristisch aanbod per km²’. Coffeeshops Coffeeshops worden als aparte categorie in dit onderzoek meegenomen, omdat hier speciaal beleid voor ontwikkeld is. Hoewel coffeeshops zich niet uitsluitend richten op toeristen worden deze wel gezien als een toeristische trekpleister. Uit onderzoek blijkt dat voor een deel van de bezoekers in Amsterdam ( procent van de jonge buitenlandse bezoekers in het Singel/ Wallengebied) coffeeshops een belangrijke reden zijn om naar Amsterdam te komen (OIS, ). In het draagkrachtonderzoek wordt gekeken naar het aantal coffeeshops per . inwoners, omdat deze relatieve maat sterker samenhangt met de verwachte buurtontwikkeling dan de absolute cijfers. Het aantal coffeeshops in het draagkrachtmodel is op basis van Locatus. Overig toeristisch aanbod Onder ‘overig toeristisch aanbod’ wordt verstaan: souvenirwinkels, kaaswinkels, smartshops, growshops, erotica en ijssalons.

Van al deze voorzieningen zijn de absolute aantallen per wijk verkregen via het retail vestigingen bestand van Locatus. Er is vervolgens voor gekozen om deze categorieën samen te voegen tot één indicator, omdat de losse indicatoren te sterk onderling samenhangen om deze apart in één model te kunnen opnemen. Dit wordt waarschijnlijk verklaard doordat dit type voorzieningen zich in sterke mate concentreert in een klein aantal wijken (vooral het gebied). Bovendien zijn bij de meeste categorieën de absolute aantallen erg klein, waardoor op wijkniveau weinig massa overblijft. Er is uiteindelijk gekozen voor het aantal vestigingen per km², omdat deze relatieve maat een betere verklaring voor leefbaarheid biedt dan het absolute aantal of het aantal per . inwoners. In bevatte de indicator ‘overig toeristisch aanbod’ ook de aantallen ATMs (Euronet en GWK/Travelex) per wijk. Deze gegevens zijn echter niet meer beschikbaar. Voor de vergelijkbaarheid met is het draagkrachtmodel in herberekend zonder deze gegevens. Toeristische druk: gemeten drukte op straat De ‘walkability’ van stoepen wordt door Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) gemeten, en betreft de ruimte die voetgangers hebben op de stoepen om zich te verplaatsen (Verkeer & Openbare Ruimte, ).

Dit wordt bepaald door de vrije doorloopruimte (categorieën van zeer krap tot zeer ruim) in relatie tot voetgangersintensiteit (categorieën van zeer rustig tot zeer druk). Bij vrije doorloopruimte wordt rekening gehouden met stoepbreedte, obstakels (fietsenrekken, straatmeubilair, groen, winkeluitstallingen, terrassen) en fietsparkeerdruk. De aanwezigheid van voetgangers in de openbare ruimte werd tot en met berekend als Voetgangersdrukte-index op basis van datasets over het aantal bewoners, arbeidsplaatsen, functies (scholen, winkels, bedrijven), studenten, bezoekers aan culturele instellingen en in- en uitstappers op openbaarvervoerhaltes. Vanaf wordt de voetgangersintensiteit afgeleid uit

het voetgangersmodel Mobiliteitsspectrum van Goudappel vanwege de grotere betrouwbaarheid van dit model. De verhouding tussen de doorloopruimte en voetgangersintensiteit resulteert in een ‘walkability score’, waarbij er wordt gekeken naar het aandeel stoepen met lage walkability (met score >= ). De meetmethode voor de walkability is twee keer verbeterd, in en , waardoor een vergelijking tussen de cijfers van en voorgaande jaren op basis van de kwartielgrenzen van niet mogelijk was. Voor deze indicator werden in de jaren , en de kwartielgrenzen van gehanteerd. Dit had te maken met de overgang op het meten van het aandeel stoepen met weinig loopruimte door bezoekers, in plaats van de absolute aantallen stoepen. Cijfers voor en werden in herberekend. In werd een nieuwe databron gebruikt, waardoor het niet mogelijk is om de historische data te herberekenen. De kwartielgrenzen voor zijn berekend op basis van de gegevens uit . Bezoekers gerelateerde leefbaarheid: veiligheid Als indicator voor veiligheid is de ‘onveiligheidsbelevingsindex’ meegenomen, welke is gebaseerd op de Veiligheidsmonitor (O&S). Deze index bestaat uit enquêtegegevens en geeft daarmee volledig de mening van bewoners weer. De index is onderverdeeld in drie elementen: risicoperceptie, onveiligheidsbeleving en vermijdingsgedrag.

Risicoperceptie is de inschatting van de kans om slachtoffer te worden van criminaliteit en overlast. De onveiligheidsbeleving toont hoe vaak men zich onveilig voelt en bij vermijdingsgedrag geeft men bijvoorbeeld aan of en hoe vaak men bepaalde plekken mijdt omdat men zich daar onveilig voelt. Het totale onveiligheidsbelevingscijfer is het gemiddelde van de risicoperceptie-, onveiligheidsbelevingsen vermijdingsindex. De waarde staat voor de gemiddelde onveiligheidsbeleving in de politieregio Amsterdam-Amstelland. Hoe lager de score, hoe minder de onveiligheidsbeleving. In heeft het onderzoek naar onveiligheidsbeleving een trendbreuk. Om die reden zijn voor en de jaren erna de kwartielscores berekend op basis van de waarden in . De wijken kunnen wel onderling worden vergeleken. Bezoekers gerelateerde leefbaarheid: overlast Er zijn drie indicatoren voor overlast gekozen: ‘overlast door andere mensen in de buurt’, ‘overlast door vakantieverhuur’ en ‘overlast door dronken mensen’. De eerste twee indicatoren zijn afkomstig uit het onderzoek Wonen in de Amsterdam (WIA) (O&S, b) en de derde uit de Veiligheidsmonitor (O&S, a).

Overlast door andere mensen Overlast door andere mensen in de buurt wordt gemeten door een gemiddeld rapportcijfer dat bewoners geven als antwoord op de vraag: In hoeverre ervaart u overlast door andere groepen mensen in de buurt (niet buren)? ( = ernstige overlast, = geen overlast). De gegevens zijn afkomstig uit het onderzoek Wonen in de Amsterdam (WIA). Er wordt daarbij alleen gerapporteerd over gebieden met minstens respondenten. Overlast door vakantieverhuur Overlast door vakantieverhuur wordt gemeten door de vraag in het onderzoek Wonen in Amsterdam (WIA): Ervaart u overlast van verhuur van woningen aan toeristen in uw directe

woonomgeving (pand/ galerij/ complex/ omliggende woningen)? Hieruit is het percentage bewoners dat stelt veel overlast te ervaren afgeleid. Er wordt daarbij alleen gerapporteerd over gebieden met minstens respondenten. Overlast van dronken mensen op straat Uit de Veiligheidsmonitor wordt een maat gebruikt voor het percentage bewoners dat zegt zelf veel overlast te ervaren van dronken mensen op straat. Er wordt hierbij alleen gerapporteerd over gebieden met minstens respondenten. Veiligheidsmonitor is een enquête die onder bewoners wordt uitgezet. De vragenlijst en methode zijn in gewijzigd, waardoor voor deze indicator de kwartielgrenzen van als meetbasis fungeren. De vergelijking tussen de wijken onderling blijft mogelijk. Bezoekers gerelateerde leefbaarheid: verloedering Als indicator voor verloedering wordt ‘overlast door vervuiling’ genomen. Deze indicator is afkomstig uit het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam (WIA) en wordt gemeten door een gemiddeld rapportcijfer dat bewoners geven als antwoord op de vraag: In welke mate ondervindt u overlast van vervuiling? ( = ernstige overlast, = geen overlast). Er wordt hierbij alleen gerapporteerd over gebieden met minstens respondenten.

Bezoekers gerelateerde leefbaarheid: sociale cohesie Om de mogelijke vervreemding van bewoners met hun wijk mee te kunnen nemen in het onderzoek is er een indicator voor ‘sociale cohesie’ opgenomen. Deze is berekend op basis van de volgende stellingen uit de Veiligheidsmonitor:  De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks;  De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om;  Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is;  Ik voel me thuis bij de mensen die in deze buurt wonen. De antwoorden zijn omgezet in rapportcijfers. Sociale cohesie is het gemiddelde van de rapportcijfers van de vier uitspraken (waarde tussen en ). De Veiligheidsmonitor wordt jaarlijks herhaald en er wordt alleen gerapporteerd over gebieden met minstens respondenten. De vragenlijst en methode zijn in gewijzigd, waardoor voor deze indicator de kwartielgrenzen van als uitgangspunt gelden. Bezoekers gerelateerde leefbaarheid: diversiteit winkelaanbod De mening van bewoners over de diversiteit van het winkelaanbod is relevant omdat dit wat kan zeggen over het ontstaan van een monocultuur, waarbij het aandeel winkels gericht op toeristen toeneemt ten koste van winkels gericht op bewoners.

Als indicator wordt het gemiddeld rapportcijfer genomen dat bewoners geven als antwoord op de vraag: Wat vindt u van het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen in uw buurt? ( =ruim onvoldoende, = ruim voldoende). Deze vraag is afkomstig uit het onderzoek Wonen in Amsterdam (WIA), dat iedere twee jaar wordt herhaald. Er wordt hierbij alleen gerapporteerd over gebieden met minstens respondenten.

Model toeristische draagkracht van wijken De toeristische draagkracht van wijken wordt bepaald door de combinatie van de totaalscore op toeristische druk en de totaalscore op bezoekers gerelateerde leefbaarheid. Kwartielscores Omdat iedere indicator een andere meeteenheid heeft, is het niet zinvol om absolute scores bij elkaar op te tellen. Om tot een totaalscore te kunnen komen worden voor iedere indicator de wijken op basis van hun score in kwartielen ingedeeld, naar het voorbeeld van een studie van McKinsey ( ) naar ‘overcrowding’ in toeristische bestemmingen. Daarbij geldt:  kwartiel 1 staat voor de ca. 25 procent laagste scores;  kwartiel 4 voor de ca. 25 procent hoogste scores. Omdat wijken met dezelfde score in hetzelfde kwadrant worden geplaatst kan de kwartielgrens vaak niet precies bij , of % worden getrokken. Wanneer een score ontbreekt voor een indicator, wordt de wijk bij deze indicator in kwartiel , geplaatst, als proxy voor een gemiddelde score. De totaalscores voor de twee parameters ‘toeristische druk’ en ‘bezoekers gerelateerde leefbaarheid’ worden vervolgens voor iedere wijk bepaald door de kwartielscores voor alle geselecteerde indicatoren bij elkaar op te tellen. Grafische weergave: positie van wijken in kwadranten voor toeristische draagkracht Op basis van de twee totaalscores wordt elke wijk vervolgens ingedeeld in één van de kwadranten.

Bij deze grafische weergave vormt toeristische druk de horizontale as en bezoekers gerelateerde leefbaarheid wordt op de verticale as weergegeven. Op het moment dat de toeristische druk in een wijk hoog is en de leefbaarheid ongunstig, staat de toeristische draagkracht van de wijk onder druk (vierde kwadrant). Binnen dit kwadrant zal vervolgens een verdere nuancering plaatsvinden op basis van de combinatie van totaalscores. Een wijk die binnen kwadrant rechts onderin eindigt heeft een andere toeristische draagkracht dan een wijk die binnen kwadrant links bovenin is gepositioneerd. Ook de wijken in kwadrant zijn vanuit beleid gezien interessant. In deze wijken is de toeristische druk hoog, maar is geen sprake van een ongunstige leefbaarheid. Deze wijken lijken de toeristische druk (vooralsnog) te kunnen dragen. Het is van belang om te weten hoe het kan dat de toeristische druk in deze wijken niet ten koste gaat van de leefbaarheid. Door het onderzoek periodiek te herhalen kan worden gemonitord of de leefbaarheid in deze wijken niet verslechtert. Aan de linkerkant van het kwadrant is de toeristische druk relatief laag. Hier vinden we wijken met een gunstige leefbaarheid, die als rustige woonwijken kunnen worden getypeerd (kwadrant ). In kwadrant staan wijken waarin ondanks een lage toeristische druk toch sprake is van een ongunstige leefbaarheid.

Hier lijken andere factoren dan de aanwezigheid en het gedrag van bezoekers te zorgen voor een achterblijvende leefbaarheid. De wijken in de kwadranten en zijn in de context van dit onderzoek beleidsmatig minder interessant.

Literatuur

Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd ( ): ‘Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA. Op basis van onderzoek naar omvang en draagkracht’, Eindrapport maart . Gemeente Amsterdam ( ): Verordening op toerisme in balans Amsterdam https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR McKinsey & Company ( Destinations

): Coping with Success Managing overcrowding in Tourism

O&S (

a): Verantwoording Veiligheidsindexen

.

O&S (

b): Wonen in de Metropoolregio Amsterdam

O&S (

): Monitor Attracties MRA; Stand van zaken eind

OIS (

): Coffeeshops, prostitutie en toerisme in het Singel/ Wallengebied.

. .

OIS ( ): ‘Onderzoek naar de toeristische draagkracht van wijken. De invloed van toerisme op de leefbaarheid’, februari . Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli, leefomgeving verdient het’, september .

): ‘Waardevol toerisme. Onze

UNWTO ( ): ‘Overtourism? – Understanding and Managing Urban Tourism Growth beyond Perceptions’, September . Verkeer & Openbare Ruimte ( ): Walkability in Amsterdam; Meer ruimte voor de moeder aller modaliteiten. https://maps.amsterdam.nl/walkability/?LANG=en Verkeer & Openbare Ruimte ( Draagkrachtmonitor.

) o-

Notitie Walkability index

t.b.v. Toeristische

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041088/1