CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 Nota van beantwoording - zienswijze_WEB-DT.pdf

RAAD 14 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Horecabeleid 2025 (VN2025-005784)27.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

29 alinea's met “sluiting”: 184 186 205 206 207 210 211 215 216 217 256 260 262 266 273 289 292 293 294 297 309 313 314 364 430 432 446 448 450

Nota van beantwoording Van de zienswijzen op het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen

Inhoud

1.

Verslag van de inspraakperiode 1.1 Inspraakperiode en bijeenkomsten 1.2 Aantal zienswijzen 1.3 Lijst van (bewoners)organisaties en BIZ-zen

2.

Samenvatting6

3.

Algemene zienswijzen 7 3.1 Complimenten7 3.2 Algemene negatieve zienswijzen horeca en terrassen 8 3.3 Procedure en participatie 9 3.4 Opzet en vorm 11 3.5 Nut en noodzaak nieuw beleid 12

4.

Horeca-activiteiten en zwaartecategorieën 14 4.1 Sturen op horeca-activiteiten 14 4.2 Zwaartecategorieën15 4.3 Zwaartecategorie culturele horeca 18 4.4 Additionele horeca bij winkels 19 4.5 Introductie omgevingsvergunning horeca 20

5.

Openingstijden23 5.1 Openingstijden23

6.

Maatwerk en gebieden 26 6.1 Maatwerk26 6.2 Werken met gebiedstypologieën 28 6.3 Werken met horeca-ambitieplannen 31

2

Nota van beantwoording

4 4 4 5

7.

Terrassen33 7.1 Behouden en uitbreiden terrassen 33 7.2 (Uitbreiding) terrassen en overlast 35 7.3 Ruimte voor de voetganger 37 7.4 Openingstijden terrassen 38 7.5 Tropisch weerscenario 40 7.6 Winterrassen41 7.7 Terrasverwarming43 7.8 Roken op terrassen 44

8.

Uitvoering beleid 8.1 Consequenties ondernemers 8.2 Toetsingskader vergunningen onduidelijk 8.3 Handhaving en zelfregulering sector 8.4 Geluid en geur 8.5 Aandacht voor duurzaamheid en afval

9.

Zienswijzen los van beleidskader 55 9.1 Coronaterrassen55 9.2 Covid-19 schade 56 9.3 Voedselverkoop detailhandel 56 9.4 Evenementenbeleid57

46 46 47 49 51 54

Bijlage 1. Overzicht wijzigingen tussen concept beleid (2022) en definitief beleid (2025)

59

gemeente Amsterdam

3

1. Verslag van de inspraakperiode 1.1 Inspraakperiode en bijeenkomsten Op 11 maart 2022 is het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode liep van 8 maart tot en met 13 oktober 2022. Tijdens deze periode was het concept beleidskader voor iedereen op internet te downloaden. Ook was het indien gewenst mogelijk om een gedrukt exemplaar in te zien. Inspraakreacties konden online, via de website van de gemeente, of schriftelijk worden ingediend. Aan het begin van de inspraakperiode is er een webinar georganiseerd. Deze was online voor iedereen te volgen en bekend gemaakt via de horeca-brancheorganisatie en de stadsdelen. Het concept beleid is toegelicht en een bewoner en ondernemer gingen in gesprek met elkaar over het beleid. Er is opgeroepen om een online reactie in te dienen op het concept beleid via het inspraakformulier op de website. De inspraakperiode is tot twee keer toe verlengd, omdat er veel reacties kwamen over het inspraakproces zelf. Ook gaf dit de gelegenheid om in augustus en september 2022 in elk stadsdeel en stadsgebied Weesp informatiebijeenkomsten te organiseren. Deze zijn ook breed bekend gemaakt via de stadsdelen in hun netwerken van bewoners en ondernemers. De opkomst varieerde van tussen de 10 (Noord) en 200 (Centrum) belangstellenden.

Aanwezigen werden geïnformeerd over de inhoud van het conceptbeleid, ze konden vragen stellen en input leveren. Ook zijn ze opgeroepen een online inspraakreactie te geven op de website. Wat er besproken is tijdens deze bijeenkomsten is betrokken in deze Nota van Beantwoording. De verslagen zijn opvraagbaar bij de gemeente.

1.2 Aantal zienswijzen Er zijn tijdens de inspraakperiode ongeveer 630 zienswijzen ingediend. Het exacte aantal is moeilijk te bepalen, omdat sommigen tweemaal instuurden en anderen individueel én via een koepel of verenging. Ondernemers met meerdere BV’s reageerden in een verzamelbrief. Een enkele zienswijze is vervallen vanwege het niet nazenden van adresgegevens. Ook werden enkele zienswijzen via gecoördineerde acties ingediend: ze hadden dezelfde tekst en zeer veel afzonderlijke afzenders. Omgekeerd kwam ook veel voor: één zienswijze, maar wel mede namens (veel) anderen. Eén advocatenkantoor heeft 112 reacties ingediend namens hun 76 cliënten. Zienswijzen van bewoners- of ondernemersorganisaties zijn per definitie namens meerdere mensen ingediend. Op pagina 7 van deze nota is een namenlijst hiervan opgenomen. Namen van de individuele indieners zijn anoniem gebleven. De kortste zienswijze telde twee woorden, de langste exemplaren waren tientallen pagina’s. Meestal ging het om één tot drie pagina’s. Daarnaast zijn de notulen van de 8 inspreekavonden ook meegenomen in deze Nota van Beantwoording. Begrijpelijkerwijs zou het opnemen van alle reacties zienswijzen in deze Nota van Beantwoording tot een onhanteerbaar document van ver boven de duizend pagina’s hebben geleid.

Door het clusteren van (onderdelen van) zienswijzen en het gebruik van quotes is getracht een zo volledig mogelijk beeld te geven van de ontvangen zienswijzen en recht te doen aan de inhoud van de inspraakreacties.

4

Nota van beantwoording

1.3 Lijst van (bewoners)organisaties en BIZ-zen Onderstaande tabel bevat een alfabetische lijst met alle belangenorganisaties, bewoners­organi­ saties en BIZ’en die een zienswijze hebben ingediend. Individuele zienswijzen blijven anoniem. Naam organisatie

Nummer

Belangengroep Broedplaatsondernemers MRA (BOMRA)

0124

Bewonerscommissie El Jamama

0071

Bewonersvereniging Olympia

0407

BIZ de Vijzel

0368

BIZ Leidsebuurt

0041

BIZ- ondernemersverenigingen de Pijp

0036

BIZ Reguliersdwarsstraat

0370

BIZ Reguliersdwarsstraat, Reguliersbreestraat, Halvemaansteeg

0074

BIZ Rembrandt District (mede namens CV het Leidsepleintje)

0039

Cliëntenbelang Amsterdam

0121

Comité Oude Pijp (ComOP)

0080

Comité Westelijke Grachtengordel

0138

Fietsersbond Amsterdam

0081

Grachten 9+

0281

Het Eilandenoverleg (buurtorganisatie 1018)

0491

KHN (Koninklijke Horeca Amsterdam)

0125

OAC (Overleg Amsterdamse Clubs)

0111

Onbeperkt West

0043

Ondernemersvereniging Weesp

0459

Onze buurt de Pijp

0391

Port of Amsterdam

0112

Vereniging Amstelveldbuurt

0037

Vereniging Buurtbelang Museumplein

0303

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

0127

VoetgangersVereniging Nederland

0143

Voordestad (mede namens: Wij-Amsterdam, Stopdegekte, Comité Oude Pijp, Wijkcentrum d’Oude Stadt, Mens en Straat, BewonersAmsterdam, Grachten 9+, Stichting Natuurbescherming ZO, Huurdersvereniging Oud West, Actiecomité Long Stay No Way)

0003

Voordestad (mede namens: Wij-Amsterdam, Stopdegekte, Grachten 9+)

0113

VvE De Leidse

0486

VvE Jan de Louter

0242

VvE Leidsekruisstraat

0460

Wij-Amsterdam

0016

Wijkcentrum d’Oude Stadt

0136

Wijkcentrum De Pijp

0422

gemeente Amsterdam

5

2. Samenvatting Algemene tendens Dat veel mensen iets vinden van de horeca in de stad bleek overduidelijk in de periode dat het concept beleidskader ter inzage heeft gelegen. De zienswijzen gingen dan ook niet alleen over het concept beleidskader, maar ook over andere zaken die gerelateerd zijn aan horeca, zoals ruimte voor voetgangers, de veranderende en steeds drukker wordende stad en afvalproblematiek. Zienswijzen van ondernemers gaan ook in op de impact van de coronacrisis, personeelstekort in de horeca en andere ontwikkelingen in de sector. De zienswijzen zijn afkomstig van bewoners (of bewonersorganisaties) en ondernemers, ofwel individueel, ofwel collectief zoals namens een BIZ of inwonersvereniging. De algemene tendens onder zienswijzen is: bewoners willen geen overlast van horeca ervaren, en ondernemers willen hun bedrijfsvoering kunnen blijven continueren. Horeca kan niet los worden gezien van de stad waarin zij zich begeeft en logischerwijs zijn er vanuit de meeste zienswijzen ontvangen van belanghebbenden uit de stadsdelen waar in absolute zin de meeste horeca is. Veelvoorkomende reacties Uit de vele honderden reacties komt naar voren dat met name de onderwerpen terrassen en openingstijden (zowel van de horecazaak als van het terras) voor bewoners én ondernemers belangrijke thema´s zijn.

Dit is goed te verklaren: deze onderwerpen zijn van groot belang voor de horecaondernemers en hebben impact op de leefomgeving van inwoners. Het beleidskader bevat daarom een apart hoofdstuk over terrassen. Beleidskeuzes met veel draagvlak Over het algemeen kunnen insprekers van diverse achtergronden zich goed scharen achter het feit dat er wordt ingezet op één stedelijk beleidskader voor heel Amsterdam, zodat dezelfde type aanvragen voor een horecavestiging op dezelfde manier worden behandeld en er sprake is van een (meer) gelijk speelveld. Daarnaast kan de keuze om terrasverwarming te beperken tot enkel gevelverwarming op veel steun rekenen, met name vanuit bewoners, maar ook vanuit een deel van de ondernemers. Participatie Veel reacties van bewoners gaan over het proces. Zij geven aan zich onvoldoende betrokken te voelen bij het proces, en geven ook aan bij toekomstige stappen omtrent het horecabeleid nauwer betrokken te willen worden. Tijdens de inspraakperiode is het inspraakproces bijgestuurd en zijn er bijeenkomsten georganiseerd in elk stadsdeel en stadsgebied Weesp. Om deze bijeenkomsten te kunnen organiseren in september 2022, is de inspraak- en adviesperiode verlengd t/m 13 oktober 2022. Recht doen aan iedereen Het grote aantal zienswijzen laat zien dat het onderwerp horeca leeft en is een teken van grote betrokkenheid van de belanghebbenden.

Ruim 600 zienswijzen is veel. Daarnaast moeten we de Amsterdammers niet vergeten die geen zienswijze hebben ingediend. Zowel bij het opstellen van het beleidskader, als bij schrijven van deze Nota van Beantwoording wordt getracht recht te doen aan al deze zienswijzen en diverse belangen die er zijn in de stad.

6

Nota van beantwoording

3. Algemene zienswijzen 3.1

Complimenten

Het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen roept bij belanghebbenden diverse positieve reacties op. In deze Nota van Beantwoording Zienswijzen doen we de complimenten en het getoonde enthousiasme graag recht. Daarom beginnen we met een (niet uitputtende) bloemlezing hiervan: “Allereerst wil ik u complimenteren voor het duidelijke en volledige concept-beleidskader.” “Goed plan!” “Het Stedelijk beleidskader horeca en terrassen gaat in de eerste plaats op een aantal punten een goede bijdrage leveren aan een leefbare stad. Dat is natuurlijk positief.” “Graag wil ik melden dat ik zeker de keuze begrijp om een eenduidig beleid voor de gehele stad te creëren. Dit zal handhaving vereenvoudigen en ook voor ondernemers en bewoners duidelijk verschaffen.” “Wij zijn als bewoners (..) blij met de voorgenomen plannen. Vooral de terrassen die eerder dicht zouden gaan en de terrasverwarmers die nu boven elk terras hangen en die beperkt worden zien we als een welkome verbetering.” ”Het nieuwe beleidskader horeca en terrassen is natuurlijk een goed idee.” “De uitgangspunten – vooraf beoordelen wat horeca betekent voor de omgeving: goed idee!” “Ben blij met dit beleidskader, want de gevolgen voor de omgeving van het horeca aanbod worden serieus meegenomen.

Als eigenaar/bewoner van een ‘aanpandige’ woning heb ik daar zeker belang bij.” “Ik juich het toe dat uw hele plan erop gericht is om een evenwichtige woon-, winkel-, horecaomgeving te creëren. Dat vertaal ik als een omgeving waar een florerende horeca goed samengaat met (werkende) bewoners die gebaat zijn bij een voldoende (nacht)rust.” “Een eerste opmerking vooraf is dat (…) positief is gestemd over de ambitie van de gemeente Amsterdam om met het nieuwe stedelijk beleidskader beter aansluiting te vinden bij huidige en toekomstige trends en ontwikkelingen”. “Het door u gepresenteerde Concept beleid komt op ons zorgvuldig en ambitieus over, waarvoor complimenten.” “Mooi dat er uitdrukkelijk beleid komt.” “Ik steun de plannen: vooraf beoordelen wat de impact is van bepaalde horeca op omgeving.”

gemeente Amsterdam

7

“Allereerst willen we zeggen dat een modernisering van het beleid zeer goed is en de insteek op zich ook veelbelovend, complimenten daarvoor.” “Het plan dat staat voor een zorgvuldige afweging of horeca passend is op een locatie en een eenduidige wijze van sturing en uitvoering voor heel Amsterdam voorstaat met aandacht voor geluidsoverlast en duurzaamheid, spreekt me bijzonder aan.” “Ik zie een aantal mooie plannen voor de horeca.” Antwoord Het vormgeven van een stelselwijziging is een grote opgave, helemaal gecombineerd met een nieuwe wet die ten tijde van de beleidsvorming nog niet operationeel (de Omgevingswet) is. Het is goed om te vernemen dat (delen van) het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen positief worden ontvangen. Aanpassing Ter kennisgeving aangenomen Ingediend door 241, 458. 175, 499, 67, 80, 457, 23, 76, 0125, 0483.

3.2 Algemene negatieve zienswijzen horeca en terrassen In veel zienswijzen wordt aangegeven dat horeca in de stad in het algemeen buiten proportie gegroeid is. Horeca is een belangrijk onderdeel van Amsterdam en draagt volgens insprekers ook zeker bij aan een bruisende stad. Echter vinden zij dat de hoeveelheid momenteel uit verhouding is en dit zorgt voor veel (constante) overlast. Daarom wensen zij dat hier in het nieuwe beleid rekening mee wordt gehouden en dat de horeca wordt teruggebracht. “Horeca hoort bij een stad. De hoeveelheid fysieke ruimte die de horeca op dit moment inneemt is echter buiten proporties.” “Er is al zoveel horeca in Amsterdam. Meer horeca levert alleen maar gigantisch geluidhinder op. Ik ben dus tegen.” “Mijn buurt is geen evenementenpark. De horeca is al volop uitgegroeid. Genoeg is genoeg! Er moet ook geslapen kunnen worden.” “Behoed ons voor nog meer cafés en restaurants.” “Horeca is een belangrijk onderdeel van Amsterdam maar is nu een wildgroei. Breng het terug naar horecagelegenheid met een specifiek doel voor culinaire aspecten.” “Wat mij stoort is dat het alleen maar meer, meer, meer wordt. Voor horeca leuk, voor de bewoonbaarheid heel slecht en stressvol. Ik zou graag willen dat daar veel meer rekening mee wordt gehouden.” “De helft van de huidige horeca sluiten; uitkopen net als met de stikstofboeren. Dit moet stoppen.

Er zijn veel te veel horeca vergunningen afgegeven in een wijk die zo nodig populair moest worden. In een wijk waar verhoudingsgewijs veel te veel horeca is op het aantal bewoners, dat moet worden verminderd.”

8

Nota van beantwoording

“Mijn vraag is in hoeverre zijn de bewoners van Amsterdam centrum ondergeschikt geworden aan een aantrekkelijk klimaat voor bezoekers en toeristen. Er komen steeds meer terrassen in het centrum. De economie zal er wel bij varen, de bewoners niet.” “No new terraces or catering establishment in the Lange Leidsedwarstraat please. We are drowning in chaos, garbage, noise nuisance, tourists, la know space. It’s enough. I strongly object to any new restaurants, bars, clubs and terraces in the Lange Leidsedwarstraat. Let’s make the neighborhood nicer and quieter with shops or housing instead.” “Met afgrijzen dit conceptbeleidsplan gelezen. Van een aangenaam woonplein waar kinderen heerlijk konden spelen is het nu een plein vol terrassen. Het lijkt wel of dit concept geschreven is door een horecabobo i.p.v. door een ambtenaar die het beste voor heeft met de inwoners van z’n stad.” Antwoord Amsterdam groeit in hoog tempo: sinds 2008 komen er 10.000 nieuwe inwoners per jaar bij. De aantallen bezoekers van de stad ligt op een recordhoogte. Dit heeft invloed op onze stad, onze voorzieningen en de leefbaarheid. Het college werkt aan het tegengaan van excessen en het creëren van een duurzame bezoekerseconomie. In de gebieden waar de leefbaarheid onder druk staan als gevolg van het toerisme zet het college in op extra maatregelen.

Onderdeel van de Aanpak Binnenstad is de vervroeging van de openingstijden voor horeca in het Kernwallengebied. In Amsterdam Zuid worden middels het bestemmingsplan bepaalde branches geweerd, zoals shisha-lounges en massagesalon. Bij het nemen van maatregelen weegt het college verschillende belangen. Ook erkent het college het sociale, economische en culturele belang van de horeca in de stad en wenst ze deze te behouden. Het stedelijke horecabeleid heeft daarom ook niet als doelstelling horeca in te perken. In de praktijk is het al zo dat in bepaalde delen van de staf geen ruimte is voor nieuwe horeca: alle locaties waar horeca is toegestaan, zijn reeds in gebruikt. Wel wil het college bij toekomstige ontwikkelingen beter kunnen sturen en beter excessen aan kunnen pakken. Het nieuwe horecabeleid streeft naar horeca die past in de buurt. Aanpassing Het beleidskader bevat een inleiding waarin het belang van de horeca voor de stad wordt genoemd en het streven naar horeca die past in de buurt. Ook de verschillende belangen die spelen en de gemeente moet afwegen, worden benoemd. Ingediend door 0190, 0398, 0385, 0383, 0354, 0348, 0333, 0317, 0208, 0246, 0243, 0145, 0115, 0021, 0375

3.3 Procedure en participatie Een reactie van bewoners die vaak terugkomt is dat zij van mening zijn dat zij vanaf het begin onvoldoende betrokken zijn bij de totstandkoming van het beleid. Er zou bij de totstandkoming voornamelijk naar de horeca en hun belangen geluisterd zijn. Daarmee is volgens insprekers een ongelijk speelveld gecreëerd, doordat bewoners (in tegenstelling tot de horeca) alleen nog kunnen reageren op het concept dat er al ligt. Ook wordt een actieve rol van omwonenden gewenst bijvoorbeeld bij het beoordelen van de impact van horeca(activiteiten) op de (leef) omgeving en bij het opstellen van de horeca ambitieplannen. Ten slotte willen bewoners graag geraadpleegd en/of ingelicht worden over aanvragen omtrent verlenging vergunningen, terrassen en uitbreidingen in hun omgeving.

gemeente Amsterdam

9

“Het is goed om lokaal naar de situatie te kijken in samenspraak met de bewoners. De ambtenaren zijn van 9 tot 5 aanwezig en ervaren geen overlast in het weekend, de vroege ochtend of avond”. “Juist omdat Amsterdam vol en te druk is, is het van belang de bewoner te koesteren en te beschouwen als een gelijkwaardige gesprekspartner.” “Het gegeven dat er geen enkele participatie van bewoners is geweest bij het opstellen van het ‘concept stedelijk beleidskader horeca en terrassen’ is op zijn zachtst gezegd een onvergeeflijke en slordige omissie en maakt het concept stuk bij voorbaat al een onvoldoende onderbouwd uitgangspunt.” “We begrijpen dat u niet iedere bewoner vooraf kunt raadplegen, daar is de inspraak voor. Maar naast ‘de horeca’ zijn er meer gezaghebbende belangenorganisaties.” “Mocht er een soort van panel per buurt worden opgezet om zo ook buurtbewoners mee te laten inventariseren en het niet alleen af te laten hangen van de horeca, dan wil ik mij bij deze daar graag voor opgeven.” “De nieuwe (Omgevings)wet schrijft (..) voor dat vanaf het begin alle belanghebbenden bij de beleidsvoorbereiding betrokken zijn. Bij dit Beleidskader is dat niet gebeurd, sterker nog, er is alleen met de horecabranche overlegd. Wij hadden bij lezing van dit beleidskader dan ook sterk de indruk dat het vooral op de horeca is toegeschreven.

(..) Des te belangrijker dat er nu met extra aandacht naar de visie van bewoners wordt geluisterd zodat in het Beleidskader ook hùn belangen worden meegenomen.” “Bewoners en andere gebruikers van de stad mogen pas in de uitvoering meepraten. Maar dan zijn de randvoorwaarden al gegeven, en -zo is onze ervaring- kunnen alleen in de marge wat wijzigingen plaatsvinden.” “Wij dringen er bij u op aan om alsnog een participatieronde in te stellen met vertegenwoordigers van bewonersorganisatie en eventueel een burgerraad, zoals bij de advisering over CO2-reductie, voordat u het beleidskader aan de gemeenteraad voorlegt dan wel vaststelt.” Antwoord Deze signalen zijn vanaf de start van de inspraakperiode naar voren gekomen en hebben geleid tot een wijziging van het participatieproces. De stadsdeelcommissie Centrum verzocht de burge­meester om vaststelling van het stedelijk beleidskader aan te houden, totdat bewoners, middels themabijeenkomsten, actief en volwaardig zijn betrokken bij het opstellen van de uitgangspunten van het stedelijk beleidskader. Het college heeft hieraan willen voldoen en heeft daarom in september 2022 in elk stadsdeel en stadsgebied Weesp een bijeenkomst georganiseerd. Mede daarom werd de inspraak- en adviesperiode verlengd t/m 13 oktober 2022. De opkomst tijdens deze bijeenkomsten was zeer divers.

De Zuiderkerk zat vol met bewoners én ondernemers; in het stadsdeelkantoor Noord kwam een handvol ondernemers naar de bijeenkomst.

10

Nota van beantwoording

Aanpassing De zienswijzen zijn meegenomen in de inspraakprocedure en vervolgstappen. Ingediend door 240, 499, 113, 56, 299, 3, 136, 501, 487, 475, 473, 441, 442, 268, 389, 353, 351, 241, 37

3.4

Opzet en vorm

Een aantal zienswijzen gaan specifiek in op de opzet en vorm van het beleidskader. Deze in­spre­ kers geven aan dat het beleidskader te ingewikkeld is, of juist dat het niets gaat veranderen in de praktijk. Tevens wordt door insprekers aangestipt dat de uniformiteit die met het beleids­kader beoogd wordt niet samen kan gaan met maatwerk: dit zou zorgen voor willekeur. Ten slotte zijn er ook zienswijzen waaruit blijkt dat er geen vertrouwen is in de werkwijze van de gemeente en vergunningverlening, mede omdat er aan bepaalde onderwerpen te weinig aandacht is besteed, zoals de Amsterdamse Inclusie Agenda. “Insprekers zijn bezorgd dat alles aan de interpretatie van ambtenaren wordt overgelaten om te bepalen of een vergunning wordt verleend. Hier hebben insprekers geen vertrouwen in.” “Met veel goede bedoelingen maakt u uw poging om (over)last van horeca voor omwonenden te voorkomen zó ingewikkeld dat niemand er in de toekomst een touw aan vast kan knopen. (..) De vraag is, kan het niet veel eenvoudiger gemaakt worden? De vergelijking schiet me te binnen met shared spaces, zoals bij de pont achter het CS.” “De stelling dat de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk voor wat goed is voor bewoners en ondernemers open staat baart mij zorgen. Dit zet de deur wagenwijd open naar willekeur en conflicten.

Wie bepaalt straks wat goed is voor bewoners en ondernemers? Ik wil daarom graag echt eenduidige regels en geen maatwerk en zeker geen willekeur.” “Het gebrek aan transparantie schaadt het vertrouwen in de politiek.” “Het concept Beleidskader gaat voorbij aan de Amsterdamse Inclusie Agenda. Mensen met een beperking benoemen als speerpunt: ‘looproutes en handhaving van toegankelijkheidsregels’. Ook vergeet het concept het inmiddels jaren oude streven naar een Age Friendly City. Het concept Beleidskader schenkt geen aandacht aan ander beleid dat zorgt voor een leefbare stad waar alle voetgangers met of zonder beperking zich goed en veilig kunnen voelen.” “Het conceptbeleidskader doet hoegenaamd niets om de overlast van de enorm toegenomen horeca te verlichten. Veel overlast blijft veel overlast.” Antwoord Uit het concept beleidskader bleek nog onvoldoende duidelijk wat er precies voor wie, wanneer gaat veranderen als gevolg van dit beleid. De definitieve versie van het beleid heeft daarom een andere opzet en inhoud dan het concept beleidskader. Het is waar mogelijk concreter en duidelijker over de beleidskeuzes en daarmee beter leesbaar. Niet alleen de inspraakreacties, maar ook nieuwe inzichten hebben geleid tot wijzigingen ten opzichte van het concept beleids­ kader. Alle inhoudelijke wijzigingen zijn toegevoegd in een overzicht in de bijlage.

gemeente Amsterdam

11

Aanpassing Naast wijzigingen in de opbouw van het beleidsstuk zijn er verschillende inhoudelijke wijzigingen. Deze staan waar mogelijk toegelicht in deze Nota van Beantwoording. Er is een bijlage opgenomen met alle wijzigingen ten opzichte van het concept beleidskader. Ingediend door 45, 2, 136, 9

3.5

Nut en noodzaak nieuw beleid

In diverse zienswijzen wordt ingegaan op nut en noodzaak voor een nieuw stedelijk beleids­ kader voor horeca en terrassen. Specifiek vanuit stadsgebied Weesp wordt door zowel inwoners als ondernemers aangegeven dat zij graag het breed gedragen beleid uit 2019 van toepassing laten blijven op Weesp. Nieuw beleid is in de ogen van de Weesper insprekers niet nodig, omdat het beleid uit 2019 na een intensieve participatieperiode tot stand is gekomen en zowel bij inwoners als ondernemers draagvlak heeft. Daarnaast wordt in de zienswijzen betoogd dat één stedelijk beleid niet nodig is, omdat de stad uit diverse gebieden bestaat of omdat de huidige beleidskaders voldoen. Ten slotte zijn er ook insprekers die alle regels onnodig vinden. Een groot aantal ondernemers laat via een advocatenbureau weten dat zij geen noodzaak zien voor nieuw beleid. In de zienswijze wordt gesteld dat de Omgevingswet geen verplichting geeft voor het opstellen van nieuw beleid. Men meent dat het nieuwe horecabeleid geen kansen biedt, maar juist beperkingen, onzekerheid en grote financiële nadelige gevolgen lijkt op te leveren. Ten slotte wordt in deze zienswijze erop gewezen dat extra regels niet nodig zijn voor een goede verstandhouding tussen inwoners en ondernemers.

“Daarnaast is het concept beleidskader overbodig, aangezien het huidige beleid daar waar nodig zou kunnen worden aangepast om te voorzien in de enkele gewenste verscherping.” “Gelijke regels voor de hele stad zijn niet noodzakelijk. Dit omdat de binnenstad degelijk anders is dan de omliggende gebieden. Juist het verschil moet gekoesterd worden.” “Ophouden met dat betuttelen! Kijk eens rond in andere wereldsteden! Daar vindt men nog de normale hustle and bustle dat bij een grote stad hoort. Maak van Amsterdam geen Kuttingerveen en stimuleer degenen die alsmaar zeuren naar laatstgenoemde dorp te verhuizen!” “Van een gemeente mag worden verwacht dat de noodzaak van de maatregelen met feiten wordt onderbouwd. Deze onderbouwing ontbreekt echter volledig.” “De exploitatie vindt thans zonder enige problemen plaats. Er is geen enkele reden om te ver­ onder­stellen dat er een wijziging van de exploitatie zou moeten plaatsvinden vanwege het woon- en leefklimaat, de ruimtelijk ordening en/of de openbare orde. Vanwege het Concept Stedelijk Beleidskader vreest cliënt echter dat de wijze van exploitatie alsnog (of wederom) ten onrechte ter discussie wordt gesteld.” “Verantwoordelijke horecaondernemers en bewoners kunnen prima samenleven zonder verzwarende juridische regels en criteria.

Deze verhouden zich als goede buren tot elkaar en alleen bij excessen is inmenging van de overheid gewenst. Van dergelijke excessen is (…) geen sprake en dus is er ook geen aanleiding voor extra regels.”

12

Nota van beantwoording

Antwoord Het klopt dat de komst van de Omgevingswet gemeenten niet verplicht nieuw horecabeleid op te stellen. De Omgevingswet vereist echter wél dat het omgevingsplan van Amsterdam regels bevat die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daar­ bij kunnen, met het oog op de doelen van de wet, regels worden gesteld over activiteiten die ge­vol­gen (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij kort gezegd om het vinden van een balans tussen “beschermen en benutten”. Voor Amsterdam biedt de komst van de Omgevingswet dus een unieke kans om de oude bestemmingsplancategorieën te harmoniseren. Het college ziet daarom wel degelijk nut en noodzaak voor nieuw, stedelijk beleid. In 2010 het aantal stadsdelen is teruggebracht van 14 naar 7. In veel stadsdelen zijn echter nog be­stemmings­ plannen geldig die vóór 2010 zijn vastgesteld. Dit betekent dat zelfs binnen één stadsdeel sprake is van verschillende horecacategorieën in de bestemmingsplannen. Dit gelijk trekken voor de hele gemeente Amsterdam levert meer duidelijkheid op voor inwoners, ondernemers en mede­ werkers van de gemeente. De verschillen tussen de stadsdelen leidt ertoe dat nu niet in alle gelijke gevallen dezelfde regels worden gehanteerd. Het blijft mogelijk voor stadsdelen en stadsgebied Weesp om voor bepaalde lokale aspecten zelf invulling te geven.

Aanpassing Ter kennisgeving aangenomen. Ingediend door 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0068, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0314, 0324, 0335, 0376, 0346, 0377, 0378, 0392, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484, 0498

gemeente Amsterdam

13

4. Horeca-activiteiten en zwaartecategorieën 4.1 Sturen op horeca-activiteiten Het nieuwe horecastelsel is gebaseerd op de horeca-activiteiten die een horecabedrijf wil uit­ voeren en waar de gemeente vooraf een risicoafweging over wil kunnen maken in verband met de impact op de fysieke leefomgeving en openbare orde en veiligheid. Er wordt dus gekeken naar de impact van wat een bedrijf feitelijk doet, in plaats van wat een bedrijf op papier is. Insprekers reageren wisselend op de methode van sturen op horeca-activiteiten. Inwoners geven aan dat zij hopen dat deze manier van beoordelen ervoor zorgt dat overlast gevende horeca kan worden geweerd. Ondernemers geven aan het sturen op horeca-activiteiten betuttelend, onwerkbaar en onduidelijk te vinden. “Wij zijn positief over een beoordeling vooraf. Tegelijkertijd verzoeken wij u om hieraan toe te voegen dat er bij die risicoweging een actieve rol weggelegd is voor direct omwonenden (straal van 100 meter).” “Een restaurant in een woonwijk/rustige buurt gaat zeker in meer of mindere mate overlast geven door muziek, verkeer en luidruchtige gasten.” “Voor wat betreft de gedefinieerde categorieën van horeca, deze zal een ondernemer als betut­ telend en onwerkbaar ervaren.

(..) Er wordt een rigide onderscheid gemaakt tussen het ter plekke consumeren en het aanbieden /meegeven van etenswaren voor directe consumptie, wat niet te handhaven is en waar de effecten niet van zijn onderzocht of niet gedeeld in onderhavig stuk.” “Het Concept Stedelijk Beleidskader spreekt over sturingsmogelijkheden, maar is daarover onduidelijk. Cliënt wenst daar graag meer duidelijkheid over te krijgen en hoe deze sturings­ mogelijkheden kunnen worden ingezet ten aanzien van de omgevingsvergunning”. Antwoord Middels het sturen op horeca-activiteiten in plaats van grofmazige categorieën kan er vooraf beter dan nu het geval is een inschatting worden gemaakt over de impact op de fysieke leef­ omgeving. De huidige bestemmingsplancategorieën omschrijven type horeca per categorie, bijvoorbeeld: horeca 4; lunchroom, ijssalon, restaurant, koffiehuis. Ondernemers die een horecabedrijf willen beginnen, geven bij het aanvragen van de exploitatievergunning aan wat voor type bedrijf zij willen voeren, bijvoorbeeld een restaurant. Echter, een restaurant kan op veel verschillende manieren worden ingevuld.

Een restaurant in een woonbuurt dat zich richt op lokaal publiek, waar voornamelijk in de vroege avonduren wordt gegeten en de keuken sluit om 22:00 uur, heeft een heel andere impact dan een restaurant in een woonbuurt dat zich richt op het bieden van een culinaire belevenis waarvoor mensen van heinde en verre komen, waar mensen lang blijven hangen en waar het diner wordt begeleid door livemuziek. Beiden zijn restaurants, maar niet te vergelijken qua impact op hun fysieke leefomgeving. Om deze reden kijken we naar de activiteiten. Aanpassing Ter kennisgeving aangenomen.

14

Nota van beantwoording

Ingediend door 0080, 0068, 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484

4.2 Zwaartecategorieën Het feit dat met het nieuwe beleidskader in heel de gemeente Amsterdam eenduidige horeca­ categorieën worden ingevoerd, wordt door de insprekers over het algemeen positief beoor­ deeld. Uit de zienswijzen komt wel naar voren dat er nog veel vragen zijn over de manier waar­ op de nieuwe zwaartecategorie wordt bepaald. Er is onduidelijkheid over in welke categorie specifieke horeca zou gaan vallen en of dit slechts voor nieuwe horeca aanvragen, of ook voor bestaande horeca zal gelden. Insprekers geven aan dat voorbeelden gewenst zijn, en geven ook suggesties of aanpassingen voor de categorieën. Bewoners geven aan het wenselijk te vinden binnen de categorieën middelzwaar en middelzwaar plus geen mogelijkheid te bieden om tafels aan de kant te schuiven om een dansvloer te creëren. Anderzijds maken ondernemers zich zorgen dat ze door de nieuwe categorieën beperkt worden in hun bedrijfsvoering. Zij geven aan dat de categorieën te strikt zijn en te weinig ruimte bieden voor maatwerk. Het is hen ook onduidelijk waarom de huidige categorieën niet voldoen. Daar­ naast delen zij hun zorgen om de mogelijkheid tot dansen die zij graag willen behouden. Het is niet duidelijk waar de grens ligt van deze activiteit. Ten slotte wordt in de zienswijzen aan­ gegeven dat een specifieke categorie voor hotels in het nieuwe beleidskader lijkt te ontbreken.

“I don’t think it is a good thing to give municipality more control over where a catering establishment can be – this will limit creativity, increase the time properties are left vacant, and make it harder for pop-ups etc.” “Erg logisch om horeca zwaartecategorieën te koppelen aan gebiedstypologieën, ik denk dat dit goed zal werken. Ik vraag me alleen af wanneer dit zichtbaar wordt, omdat je natuurlijk niet ineens alle vergunningen kan wijzigen.” “Daarnaast zijn we van mening dat (..) eenduidige definities en duiding van horecacategorieën en gebiedstypologieën vooralsnog ontbreken.” “Het voorgestelde beleid zou ertoe moet leiden dat de huidige horeca in (..) een woongebied (..) onder de nieuwe vergunningverlening zou moeten vallen, maar daar hebben wij voorlopig niets aan.” “Zware horeca in woonbuurt: ik ben voor inperking van dat soort horeca.” “De verschillende type categorieën zijn onzes inziens voor een deel open voor interpretatie. (..) Volgens het bestemmingsplan is het een woon en secundair winkelgebied, in de praktijk wordt er door het stadsdeel (..) de ene na de andere ontheffing verleend ten behoeve van horeca. Horeca die cliënten van ver buiten de stad aantrekt.”

gemeente Amsterdam

15

“Niet is gebleken van enig onderzoek waaruit blijkt dat de huidige horeca-categorie indeling niet zou voldoen, laat staan dat uit onderzoek blijkt dat een nieuwe horeca-categorie indeling noodzakelijk is. (..) Meer horeca categorieën i.p.v. minder zorgt juist voor onzekerheid en (juridische) discussie.” “Cliënt verzoekt om het Beleidskader zodanig aan te passen dat dit ruimte biedt voor vernieuwende concepten en tevens recht doet aan bestaande rechten.” “Het Concept Stedelijk Beleidskader lijkt geen specifieke categorie te bieden voor horeca­ exploitatie in hotels. (..) Cliënt is dan ook van mening dat er een extra categorie in het horeca­ beleid hiertoe dient te worden gecreëerd.” “Een deel van de exploitatie van cliënte valt onder horeca 2 (..). In het Concept Stedelijk Beleidskader lijken horeca 2 activiteiten te worden opgevat als zware horeca en uitgaan. Cliënte herkent zich overigens niet aan een dergelijke categorie-indeling aangezien zij haar exploitatie niet vergelijkbaar acht met die van een nachtclub.” “Door het niet toestaan van zaalverhuur in bijvoorbeeld de categorie middelzware horeca miskent het concept die horecagelegenheden waarin zaalverhuur past binnen middelzware horeca.” Antwoord Naar aanleiding van de inspraak is in het beleidskader duidelijk opgenomen hoe de huidige horecabestemmingen worden omgezet naar de nieuwe horeca zwaartecategorieën.

De huidige categorieën verschillen per stadsdeel, en ook binnen stadsdelen zijn er bestemmingsplannen met diverse aanduidingen van horeca categorieën. Uit de Omgevingswet volgt dat Amsterdam alle regels over de leefomgeving samenbrengt in één omgevingsplan. Daarmee krijgen we een unieke kans voor het vaststellen van nieuwe, toekomstbestendige en eenduidige horeca­ categorieën. Ook wordt er een gelijk speelveld gecreëerd; ondernemers worden in alle stads­ delen op dezelfde manier beoordeeld. In onderstaand schema is de omzetting weergegeven. Waar op grond van het bestemmingsplan is toegestaan:

Wordt het:

lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak

Gebruiksdoel lichte horeca

lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak, bistro, restaurant of daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel reguliere horeca Al het lichtere is toegestaan

grillroom, snackbar, fastfood, kebab, cafetaria, shoarmatent of daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel reguliere horeca aanduiding fastfood Al het lichtere is toegestaan

café, bar, eetcafé, cocktailbar, shishalounge of daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel middelzware horeca Al het lichtere is toegestaan

nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, partycentrum en daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Gebruiksdoel zware horeca Al het lichtere is toegestaan

16

Nota van beantwoording

Bestaande horecalocaties worden de komende jaren omgezet naar de nieuwe indeling in zwaarte­ categorieën. Omdat er heel veel bestemmingsplannen zijn, zal de gemeente die tussen 2025 en 2031 stapsgewijs omzetten naar de nieuwe systematiek van het Omgevingsplan. De definitie van ‘gelegenheid bieden tot dansen’ is aangepast. Amsterdam kent geen vergunningplicht voor hotels (logies). Voor hotels geldt het hotelbeleid. Zaalverhuur wordt als apart activiteit beschreven en is alleen toegestaan binnen de categorie zware horeca. Het gaat om “het op structurele basis bedrijfsmatig beschikbaar stellen van ruimte binnen een horecazaak ten behoeve van feesten voor grotere groepen, al dan niet besloten of tegen entreegeld”. Bij deze gelegenheden zijn (grote) groepen mensen aanwezig op hetzelfde moment. Meestal is er sprake van piekmomenten en komen en gaan de bezoekers op hetzelfde tijdstip. Dit zorgt voor een grotere verkeersaantrekkende werking en mogelijk ook voor meer (geluids)overlast. Bij een aantal vormen van zaalverhuur wordt deze verhuurd aan steeds andere partijen die geen duurzame relatie met omwonenden hoeven te onderhouden. Dit maakt het lastig om zowel de horecaondernemer als de bezoekers van een specifieke partij aan te spreken op of verantwoordelijk te houden voor hun gedrag. Daarom wordt deze activiteit apart beoor­ deeld om na te gaan of deze past op een locatie.

Het (regelmatig) verhuren van (een deel) van een horecabedrijf voor een borrel, verjaardag of diner is ook in andere zwaartecategorieën ook toegestaan, voor zover de activiteiten zijn toegestaan binnen de zwaartecategorie. Deze vorm van verhuur wijkt niet wezenlijk af van de normale exploitatie die mogelijk is in een zwaartecategorie en heeft daarmee ook dezelfde invloed op de fysieke leefomgeving. Aanpassing: In het stedelijk beleidskader is verduidelijkt: • Hoe de omzetting naar de nieuwe zwaartecategorie horeca in zijn werk gaat. • Het onderscheid tussen de verschillende vormen van zaalverhuur • Gelegenheid bieden tot dansen’ is duidelijker gedefinieerd. Ingediend door: 0242, 0471, 0080, 0434, 0179, 0214, 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484

gemeente Amsterdam

17

4.3 Zwaartecategorie culturele horeca Insprekers vragen zich o.a. af wat de definitie is van culturele horeca. Het is onduidelijk wat hieronder valt en waarom. Ook wordt door enkele ondernemers aangegeven dat het niet duidelijk is waarom er onderscheid wordt gemaakt tussen clubs en culturele instellingen, omdat zij beiden ruimte bieden voor jong talent en een divers klantenbestand voorstaan. “Voor bewoners is de definitie van culturele horeca in de praktijk niet zo helder als deze bovenstaand staat opgetekend. Wij zien een tendens om grootschalige horecaclubs onder de noemer culturele functie te plaatsen (zie aanvraag voor club in de Paardenstraat, red. Club Europa, Halvemaansteeg). We willen erop aandringen dat er geen verwatering kan plaatshebben van het begrip”. “Wat betreft de horecafunctie binnen musea, bibliotheken etc.: horeca lift mee op cultuur. Laten we dat eens omdraaien: 24uur open dan is livemuziek of andere acts verplicht (dus niet een DJ of VJ plaatjesdraaier). Na 24.00 uur nog open, idem. We willen toch een culturele hoofdstad zijn! Dat is ook goed voor de culturele werkgelegenheid, jammer dat dat weer vergeten wordt.” “Nu is het zo dat de culturele instellingen zoals Paradiso en de Melkweg door mogen gaan ‘tot een uur na de voorstelling’ terwijl die ‘voorstelling’ gewoon een clubavond is. Dit maakt het dat er geen level playing field is t.o.v.

de reguliere nachtclubs in het centrum van de stad. Waarom is er geen aparte categorie voor de nachtclubs, maar wel voor de poppodia?” “Culturele horeca is noodzakelijk om culturele instellingen dan wel musea een (bijdrage aan een) gezonde exploitatie te geven. Dit is een dringend appèl om de regel(druk) op de culturele sector te verminderen en meer toe te staan zodat een gezonde culturele exploitatie gevoerd kan worden. Het toevoegen van onnodige regels betreffende terrassen, het uitserveren van etenswaren en dranken en inperken van de zaalinvulling kunnen verwijderd worden. Geef deze sector de ruimte en heb als overheid het vertrouwen dat dit goedkomt.” Antwoord Als horeca een ondergeschikt onderdeel uitmaakt van een instelling of onderneming met een culturele hoofdactiviteit is het culturele horeca. Als het horecadeel stopt, blijft de hoofdactiviteit bestaan: een museum blijft een museum, ook als de lunchroom in het museum gesloten is. Ook niet-zelfstandige horeca binnen een culturele instelling waarbij de cultuuruiting of programmering een duidelijke horecacomponent heeft valt onder de noemer ‘culturele horeca’. Het gaat om instellingen met een culturele doelstelling, waarbij de horeca ondergeschikt blijft en het woon- en leefklimaat niet aantast. Omdat het dus per definitie om ondergeschikte horeca gaat, is een aparte zwaartecategorie voor deze vorm van horeca niet nodig.

Wel worden in het omgevingsplan algemene regels en een vergunningplicht voor culturele horeca opgenomen. Locaties die reeds beschikken over een omgevingsvergunning voor culturele horeca hoeven deze niet opnieuw aan te vragen. Aanpassing Een aparte zwaartecategorie voor culturele horeca is niet nodig. Regels voor culturele horeca, waaronder een vergunningplicht, worden opgenomen in het omgevingsplan. Dit wordt in het beleidskader verduidelijkt. Ingediend door 0212, 0019, 0037, 0142, 0032

18

Nota van beantwoording

4.4 Additionele horeca bij winkels Er worden door insprekers veel vragen gesteld over welke winkels in het nieuwe beleidskader onder de categorie ‘additionele horeca bij winkels’ worden geschaard. Hierover wensen zij meer duidelijkheid te verkrijgen. Ondernemers zien graag dat eetwinkels en mengformules ook in het nieuwe beleidskader mogelijk blijven. Zij maken zich zorgen over de extra beperkingen die in deze categorie zijn opgelegd en geven suggesties. Er wordt onder anderen aangegeven dat het verbod op additionele horeca bij foodwinkels moet vervallen. Daarnaast wordt er gevraagd om mogelijkheden tot het plaatsen van gevelbankjes en tafeltjes zichtbaar vanaf de straat niet verder te beperken. Bewoners zien daarentegen juist graag extra regulering. Volgens hen neemt de grote hoeveelheid extra gevelbankjes en tafeltjes die er door additionele horeca bij komt veel openbare ruimte in. Verder veroorzaakt het overlast wanneer het meubilair na sluitingstijd niet onklaar worden gemaakt en mensen blijven hangen. Ook wordt gevraagd om geen nieuwe vergunningen meer te verstrekken voor additionele horeca om blurring te voorkomen. “Wij pleiten ervoor dat het verbod op additionele horeca bij voedselwinkels ook voor de Pijp geldt, gezien het grote aantal op food gerichte detailhandel. Hier is vaak sprake van sluiphoreca, die door bezoekers als volwaardige horeca wordt beleefd.

Los van overlast leidt dit ook tot oneerlijke concurrentie met vergunningsplichtige horeca.” “In het bijzonder maken wij expliciet bezwaar tegen het verbod van additionele horeca bij foodwinkels in het centrum van Amsterdam en de hieruit voortvloeiende nevenregels als ‘geen tafeltjes zichtbaar vanaf de straat’ en ‘geen banken aan de buitengevel’. (..) Wij begrijpen niet dat een sympathieke vishandel verboden wordt een ondergeschikt drankje te schenken terwijl een drogisterij of bloemwinkel dat wel mag. Het besluit hiervoor is onvoldoende gemotiveerd en blijft hangen in een vorm van bescherming van de horeca. Ook ontgaat ons het nut om ‘tafeltjes zichtbaar van de straat’ te verbieden en geen banken aan de buitengevel toe te staan. De gevelbanken hebben veelal een toegevoegde waarde die bijdragen aan een aantrekkelijk centrum.” “Wij zien graag dat vergunningen voor additionele horeca niet meer worden verstrekt. Wij streven helderheid na in De Pijp en willen daarom ‘blurring’ voorkómen.” “Maak de mengformule vergunningplichtig. Handhaving van de mengformule is namelijk onder de huidige omstandigheden zeer tijdrovend en ineffectief; een probleem waarvoor ook de meld­plicht geen oplossing biedt.” “Als minder positief ervaren wij de wijzigingen met betrekking tot additionele of onder­steun­ ende horeca, dat lijkt een stuk strenger te worden.

De maximale sluitingstijd wordt 24.00 uur, de opening 1 uur vóór en de sluiting 1 uur ná programmering blijft, terrassen zijn niet mogelijk, er komen striktere regels rond zaalverhuur en er staat nog specifieker verwoord dat het niet de bedoeling is dat de horeca een eigen bezoekersstroom trekt. Dit heeft grote impact op het bestaan van broedplaatsondernemers.” “Voor stadsdeel Centrum geldt nu dat detailhandelsbedrijven gericht op food geen additionele horeca mogen exploiteren. Deze bepaling gaat verder dan de huidige regeling en tast de rechts­ zekerheidspositie van bestaande concepten aan. Het huidige besluit is immers gericht op nieuwe locaties en specifieke gebieden: Geen nieuwe toeristenwinkels in centrum. Hoe moet dit worden gezien? Hoe gaat dit dan bij bestaande concepten?”

gemeente Amsterdam

19

“In het beleidsstuk staat een kopje over ‘gezonde voeding’. Ik ben het daar helemaal mee eens, maar het probleem is vaak dat veel van deze zaken geen terras mogen hebben omdat ze vaak een mengformule hanteren. Kunnen jullie daar ook niet eens naar kijken?” “Additionele horeca niet toestaan. Bankjes voor de winkels moeten weg, dit geeft alleen maar overlast, vooral in de avonden en nachten waar men eigen drank meeneemt.” Antwoord Er worden 2 vormen van additionele horeca onderscheiden: 1. Additionele horeca bij winkels (nu nog: mengformules) 2. Additionele horeca. Additionele horeca is een vorm van horeca die ondergeschikt is aan een hoofdfunctie. Om er voor te zorgen dat het horecadeel ondergeschikt blijft, is gekozen voor een aantal specifieke voorwaarden. Zo is er een maximum gesteld aan het aantal vierkanter meters van het horecadeel en mag het horecadeel niet gelegen zijn aan de straatkant, zodat de uitstraling naar buiten toe die van winkel blijft in plaats van horeca. Bij winkels met een voedsel- en drinkwarenassortiment zien we dat het horecadeel zich vaak vermengt met het deel dat voor detailhandel moet worden gebruikt. Zeker in gebieden waar geen of nauwelijks nieuwe horecazaken gevestigd kunnen worden, zien we dat de grenzen hiervan worden opgerekt.

Om ervoor te zorgen dat additionele horeca bij winkels geen onterechte concurrentie met zelfstandige horecazaken aan kunnen gaan, geldt voor stadsdeel Centrum nu dat winkels die voedsel verkopen, zoals bakkers, geen additionele horeca mogen exploiteren. Waar dit is verankerd in het bestemmingsplan wordt dit overgenomen in het Omgevingsplan. Er komen stedelijke regels voor additionele horeca en additionele horeca bij winkels. Voor de laatste categorie komt een meldplicht. Hiermee heeft de gemeente beter inzicht in wáár ‘additionele horeca bij winkels’ zit in de stad. Aanpassing In het beleidskader is het onderscheid tussen ‘additionele horeca’ en ‘additionele horeca bij winkels’ duidelijker gemaakt en wordt ingegaan op de regels die daarover gesteld gaan worden en wanneer deze regels gaan gelden. Ingediend door 0080, 0082, 0068, 0422, 0113, 0124, 0125, 0136, 0328, 0350, 0399, 0375, 0463

4.5 Introductie omgevingsvergunning horeca Het nieuwe beleidskader introduceert naast de reguliere exploitatievergunning ook een omgevingsvergunning voor horeca. Hiermee wordt getoetst of het type horeca-activiteit past binnen de zwaartecategorie op de gevraagde locatie. Insprekers laten weten dat voor hen nog veel onduidelijk is omtrent deze nieuwe vergunning. Zij vragen zich af hoe de impact op de omgeving wordt bepaald, aan welke criteria ondernemers moeten voldoen om deze vergunning te verkrijgen, wie de vergunning moet aanvragen en hoe lang deze geldt. Daarnaast worden er suggesties gedaan waarvan insprekers graag zien dat rekening mee wordt gehouden in het vergunningverleningproces. Ook laten ondernemers weten twijfels te hebben bij het nut en de noodzaak van de omgevingsvergunning. Het invoeren van een nieuwe vergunningplicht zorgt namelijk volgens hen voor onnodig complexere procedures en brengt extra kosten, lasten en

20

Nota van beantwoording

onzekerheid met zich mee. Bovendien is het voor ondernemers onwenselijk dat toetsing voor vergunningsaanvragen door twee verschillende organen plaatsvindt. In het nieuwe beleidskader wordt namelijk voorgesteld dat het college van B&W de toetsing van de omgevingsvergunning zal beoordelen en dat de burgemeester de aanvraag voor de exploitatievergunning toetst. Beter zou zijn om hiervoor één orgaan aan te wijzen. “De omgevingsvergunning horeca roept vragen op, het zou goed zijn om dit toe te lichten met een (theoretische) casus.” “Wij verzoeken u op te nemen dat hier participatie plaatsvindt in de vorm van een bewoners­ effectrapportage vooraf. Dit zou recht doen aan de eisen die de Omgevingswet gaat stellen.” “Bij de toewijzing van nieuwe vergunningen wordt ook gekeken naar de ‘buurtbelasting’. Omwonenden moeten voldoende slaapuren kunnen maken. Zo kan rondom de Albert Cuyp­markt geen sprake zijn van horeca die tot laat openblijft, gezien de vroege start van de markt.” “Wat vooral opvalt is dat de belangrijke omgevingsvergunning niet op juistheid wordt gecontroleerd en zelfs niet gecorrigeerd wordt indien omwonenden hierop wijzen.

Dat vervolgens deze vergunning pand gebonden wordt en dus voor ‘altijd’ van toepassing blijft ook bij verandering van eigenaar is onbegrijpelijk en een gemiste kans.” “Het is een goed uitgangspunt dat de exploitatievergunning pand- en persoons-/bedrijfs­ ge­bonden is (..). Maar, niet duidelijk is wat het toetsingskader hierbij is en hoe de belangen van omwonenden meewegen. Onduidelijk is waarom het een initiatiefnemer altijd vrij staat om een vergunning aan te vragen om af te wijken van het omgevingsplan. Dit maakt het de directbetrokkenen die bezwaar willen maken moeilijk. Uitgangspunt moet zijn: geen afwijkingen van omgevingsplan.” “Bestaande exploitanten worden blijkens het beleid ten onrechte niet uitgezonderd van de omgevingsvergunning.” “De introductie van de omgevingsvergunning betekent dat een ondernemer wordt gecon­fron­ teerd met nóg meer regels, in verschillende vergunningen, ten aanzien van de wijze waarop zij haar bedrijf mag exploiteren. Indien de activiteit wijzigt of de wijze waarop deze wordt uit­gevoerd verandert, is een nieuwe omgevingsvergunning nodig. In tegenstelling tot de exploitatievergunning, kan een ondernemer niet volstaan met een melding.

De omgevings­ vergunning brengt daarmee onnodig veel (administratief) werk mee.” “Wij zijn erg blij met de huidige wet Bibob en haar positieve impact op de stad en vinden het huidige vergunningensysteem zoals we dat nu kennen uitvoerbaar, maar kunnen ons niet vinden in allerlei extra toetsen voor eerlijke bedrijven die een toevoeging zijn voor de stad.” “Wat ons betreft moet de transformatie naar dit nieuwe beleidskader kostenneutraal voor onder­ nemers. Ondernemers hebben al een geldige omgevingsvergunning of melding gedaan en/of beschikken over een exploitatievergunning (waar ze al een behoorlijke bijdrage voor betalen). Dit komt neer op een aanzienlijke lastenverzwaring voor zowel ondernemers als het ambtelijke apparaat. Daarbij komt dat deze omgevingsvergunning in de praktijk niets zal toevoegen omdat de bestaande exploitaties nu ook al een omgevingsvergunning hebben en worden getoetst of ze binnen het bestemmingsplan vallen en dus op dit onderdeel niet zomaar beperkt kunnen worden.”

gemeente Amsterdam

21

“Het is nu niet duidelijk aan welke criteria er straks dient te worden voldaan en welke maat­werk­ voorschriften er gaan gelden. In hoeverre is participatie mogelijk bij de totstandkoming van dit nieuwe toetsingskader? Tevens is onduidelijk hoe bestaande rechten worden geborgd.” Antwoord De omgevingsvergunning horeca is voorgesteld in het concept beleidskader, zodat vooraf voor­ schriften in de vergunning worden opgenomen over de wijze waarop de horeca-activiteit op die locatie mag worden uitgevoerd. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om koken (geur), muziek (geluid) of openingstijden. Nadere bestudering van het Omgevingsplan leert dat deze maat­ werkvoorschriften ook gesteld kunnen worden op een bepaald perceel, zonder een nieuwe vergunningplicht. In het definitieve beleid komt deze vergunning daarom niet meer terug. Hierdoor komt er ook geen extra regeldruk bij ondernemers. Wat wel terugkomt in het beleid is een omgevingsplanvergunning voor het horecaterras, dit wordt toegelicht in hoofdstuk 7 van het Horecabeleid 2025. Aanpassing In het beleidskader is verduidelijkt welke vergunningen straks nodig zijn. De omgevings­ vergunning horeca komt te vervallen; de omgevingsvergunning voor een horecaterras wordt geïntroduceerd.

Ingediend door 0080, 0498, 0487, 0491, 0485, 0470, 0443, 0125, 0402, 0002, 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484

22

Nota van beantwoording

5. Openingstijden 5.1

Openingstijden

Insprekers geven in hun zienswijzen aan dat openingstijden van horeca verkort ofwel verruimd moeten worden en vragen zich af wat de voorwaarden hiervoor zijn. Ondernemers wensen dat hun huidige openingstijden minstens behouden blijven, omdat deze een belangrijk deel uitmaken van de exploitatie en de waarde van een onderneming. Omdat er een meer divers sluitings­tijdenregime wordt voorgesteld, lijken de maximale standaard openingstijden bij de verschillende horecacategorieën een beperking in te houden ten opzichte van het bestaande systeem. Ondernemers voelen zich daardoor benadeeld, mede doordat horecabedrijven die geen overlast veroorzaken hierdoor ook in sluitingstijden zullen worden beperkt. Daarnaast vragen zij in het nieuwe beleidskader meer aandacht te besteden aan de positieve aspecten van ruimere openingstijden. Bewoners, daarentegen, vragen om beperking van openingstijden. Een groot aantal laat weten bijna elke dag tot laat in de avond/nacht overlast te ervaren van horeca en vraagt hier in het nieuwe beleid rekening mee te houden door middel van openings­ tijdenbeperking. Het behouden of verruimen van openingstijden tast volgens hen namelijk ernstig de leefbaarheid aan. Ook geven insprekers suggesties voor het wel of niet verlenen van ontheffingen voor verlengde openingstijden. Over het algemeen geven inwoners aan tegen het verlenen van deze onthef­ fingen te zijn.

Wanneer iedere horecazaak namelijk recht heeft op vijf verlaatjes per jaar en er meerdere zaken in een straat gevestigd zijn, kan het totaal flink oplopen. Insprekers uiten dan ook hun zorgen voor meer overlast. Ondernemers reageren echter dat ontheffingen minder zekerheid bieden ten opzichte van vaste openingstijden, gezien deze een aanvulling zijn op de exploitatievergunning weer ingetrokken kunnen worden door de burgemeester. Er heerst nog veel onduidelijkheid over de voorwaarden voor het verkrijgen van een ontheffing. “Regel is dat het in woongebieden na 22.00 uur stil is om ongestoorde slaap mogelijk te maken. Het is onbegrijpelijk dat de openingstijden van de horeca daarmee niet in overeenstemming zijn. Gevolg is verstoorde nachtrust voor omwonenden vanwege rokers en vertrekkende bezoekers, met gevolgen voor gezondheid en arbeid. Daarom juich ik de beperking van de openingstijden in woongebieden toe.” “Extra openingstijden en extra horeca gaat mijn nachtrust nog ernstiger verstoren! Ik kan mijn dagritme daar ook niet aan aanpassen omdat ik immers altijd om 6.50u weer wakker word van de markt. Wanneer moet ik dan nog slapen? Ik verzoek u dan ook met veel klem om de openingstijden niet te verruimen.” “Nu er nieuw beleid wordt gemaakt is er een kans op werkelijke verbetering van de leefbaarheid. Een aanpassing van de sluitingstijd naar 23.00 uur is écht nodig (..).

Aangezien de door de horeca ontstane geluidsoverlast zich niet beperkt tot geluidsoverlast vanaf een terras, is een vroegere sluitingstijd van de horecazaken zelf (en niet alleen het terras) hier nodig.” “Het centrum van Weesp is oud en cultureel en is daarom aangenaam. Ik ben van mening dat het ook zo moet blijven. Als nu alles gelijk getrokken moet worden met Amsterdam heeft het geen eigen karakter meer en persoonlijk vind ik het niet een ‘uitgaansgebied’ dat zich leent om tot 03.00 levendig te zijn.”

gemeente Amsterdam

23

“Wij verzoeken u de ontheffingen voor verlengde openingstijden te schrappen. Het klinkt als minder piekdrukte, maar leidt tot langer drukte gedurende de dag, avond en nacht.” “Wij zien de forse verruiming van de openingstijden voor de categorieën middelzware horeca plus en zware horeca (uitgaan) als een aantasting van het woon- en leefklimaat. Wij verzoeken u om hiervan terug te komen en dit te schrappen.” “Wij juichen het beperken van de openingstijden tot 22.00 uur voor lichte horeca toe.” “Openingstijden naar 22.00 uur is voor ons restaurant funest. 01.00 uur zou redelijker zijn. Restaurant is al 3 jaar geopend en hebben nooit klachten over geluidsoverlast gehad.” “In het nieuwe beleid is het allerminst zeker dat dezelfde openingstijden gehandhaafd zullen worden. Dit betekent een waardedaling en omzetverlies van mijn onderneming. Kunt u bevestigen dat dit door de gemeente zal worden betaald?” “Een deel van de sluitingstijden zal ook via een ontheffing gaan, anders dan een vergunning. Onder welke voorwaarden geldt dat? Gebeurt dat per zaak of is er ook een mogelijkheid dat dit per gebied zal gebeuren, zoals het Rembrandtplein of Leidseplein. Ook zal een ontheffing eerder kunnen worden ingetrokken dan vergunde openingstijden. Welke voorwaarden worden daaraan toegekend?” “In de categorie zware horeca (fastfood) worden de openingstijden fors beperkt.

Juist omdat het uitgaanspubliek de avond vaak rustig afbouwt met fastfood, zijn ruimere openingstijden zeer belangrijk in het kader van de openbare orde. Denk hierbij aan de bijdrage aan gelijke spreiding c.q. vertrek van het publiek uit het (uitgaans)gebied. Sluitingstijden moeten in redelijkheid aansluiten bij de openingstijden van reguliere horeca maar eigenlijk zelfs uitgaanshoreca. Er valt dus juist meer voor te zeggen dat je ‘s avonds laat nog iets kunt eten. Eerder een verruiming van de openingstijden dan een beperking, zo meent cliënt.” “Bij de beperking van de sluitingstijden zal rij-vorming kunnen ontstaan hetgeen weer een negatief effect kan hebben in het kader van het onderhavige concept beleid. Hoe gaat de gemeente hier rekening mee houden?” Antwoord Aan de horecacategorieën koppelen we ook de openingstijden van de zaak. Voor ondernemers en omwonenden is het dan vooraf duidelijk wat er kan en mag op een bepaalde plek. Tot nu toe regelen we de openingstijden los van het bestemmingsplan in de Algemene Plaatselijke Verordening. Daarin staat het volgende openingstijden regime: Openingstijden alcoholverstrekkende bedrijven Dagzaak: van 07.00 tot 01.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 03.00 uur. Avondzaak: van 09.00 tot 03.00 uur en in het weekeinde van 09.00 tot 04.00 uur Nachtzaak: van 09.00 tot 04.00 uur en in het weekeinde van 09.00 tot 05.00 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15504607/1