CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 Nota van beantwoording - zienswijze_WEB-DT.pdf

RAAD 14 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Horecabeleid 2025 (VN2025-005784)27.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Openingstijden alcoholvrije bedrijven In stadsdeel Centrum: van 07.00 tot 03.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 04.00 uur. Buiten stadsdeel Centrum: van 07.00 tot 01.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 03.00 uur. De gemeente Amsterdam maakt in het huidige beleid een onderscheid tussen alcoholvrije en alcoholverstrekkende bedrijven. De meeste zaken (+/- 70%) zijn alcoholverstrekkende bedrijven. Ongeveer 125 bedrijven hebben een avondzaakvergunning, veelal zijn dit wat in de volksmond een nachtcafés worden genoemd.

24

Nota van beantwoording

Voor bedrijven die geen alcohol schenken, gelden momenteel de tijden voor alcoholvrije bedrijven. De openingstijden voor deze bedrijven zijn afhankelijk van hun locatie: er wordt onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten stadsdeel Centrum gelegen. In het nieuwe beleidskader komt dit onderscheid tussen alcoholvrij en alcoholverstrekkend te vervallen. In de zwaartecategorie lichte horeca (openingstijden van 06.00 tot 22.00 uur) is alcohol schenken niet toegestaan. Met het nieuwe openingstijdenregime gekoppeld aan de zwaartecategorieën introduceert het beleid twee vroegere sluitingstijd categorieën. De huidige dagzaak, van 07.00 tot 01.00 uur en in het weekeinde van 07.00 tot 03.00 uur gelden op dit moment voor veel verschillende bedrijven waaronder lunchroom, café, restaurant, koffie­ huis, bistro, eetcafé en ijssalon. In de praktijk hebben veel ondernemers deze ruime tijden niet nodig, met name voor lunchrooms, koffiehuizen, ijssalons en restaurants en bistro’s is dat het geval. Om te voorkomen dat restaurants en bistro’s in het weekend in de late uren extra be­ zoekers­stromen aantrekken en daarmee potentiële overlast kunnen veroorzaken, worden de tijden van de categorie ‘reguliere horeca’ in het weekend met een uur vervroegd ten opzichte van de tijden die mogelijk zijn in de APV.

Dat zijn dermate ruime tijden die in veel gevallen nu vaak niet daadwerkelijk gebruikt worden door restaurants en bistro’s. In de eindversie van het beleids­kader is de beperking van de openingstijden wel minder groot dan was voorgesteld in het concept. De beperking van de activiteiten die zijn toegestaan in de reguliere horeca, waar­ onder dat er niet meer dan achtergrondmuziek ten gehore gebracht mag worden, zal naar ver­ wachting ook bijdragen aan het voorkomen van overlast. Tegelijk vindt het college een eindtijd van 02:00 uur in het weekend beter passend bij deze categorie van bedrijven dat zich richt op de dag en de avond. Het zorgt tevens voor voldoende onderscheid tussen de openingstijden bij de verschillende zwaartecategorieën. Aan lichte horeca, de lunchrooms en koffiezaken die zich echt richten op de dag, is een sluitings­ tijd van 22:00 uur gekoppeld. Slechts een beperkt aantal bedrijven zal bij de omzetting in deze categorie ingedeeld worden. De bedoeling van het college is dat de vroege sluitingstijd er voor zorgt dat er makkelijker horeca toegevoegd kan worden op plekken waar dit nu, van­wege de standaard ruime sluitingstijden, niet aanvaardbaar wordt geacht voor de fysieke leefomgeving. Aanpassing De sluitingstijden voor reguliere horeca worden gesteld op 01:00 uur doordeweeks en 02:00 uur in het weekend.

In het conceptbeleid was dit 00:00 uur doordeweeks en 01:00 uur in het weekend. Tevens volgt uit het beleid dat de sluitingstijden primair in het Omgevingsplan in plaats van in de APV geregeld worden. Sluitingstijden worden gesteld om er voor te zorgen dat de horecaactiviteiten op een bepaalde locatie aanvaardbaar zijn. De burgemeester houdt de bevoegdheid om op grond van openbare orde en veiligheid en de spanning op het woon- en leefklimaat de openingstijden van de horeca te beperken. Dat blijft net als nu geregeld in de APV. Ingediend door 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484, 0080, 0481, 0241, 0500, 0498, 0488, 0352

gemeente Amsterdam

25

6. Maatwerk en gebieden 6.1 Maatwerk Een groot aantal insprekers reageert positief op de mogelijkheden tot maatwerk en draagt in hun zienswijze verschillende voorbeelden aan van regelingen die zij graag willen behouden, maar die niet in het nieuwe beleidskader lijken te passen. Enerzijds laten ondernemers weten hun huidige bedrijfsvoering te willen blijven uitvoeren en hopen dat er maatwerk getroffen kan worden wan­ neer een concept niet binnen het nieuwe beleid past. Bewoners, daarentegen, hopen dat er niet alleen maatwerk wordt geleverd voor ondernemers, maar ook voor bewoners. Zij zien dan ook graag dat afspraken die in hun buurt zijn gemaakt over horeca nog steeds van kracht blijven, ondanks dat dit niet in het stedelijk kader benoemd is. Ondanks dat de meerderheid positief reageert op de mogelijkheid tot maatwerk, maakt een deel van de insprekers zich zorgen dat hier in het nieuwe beleidskader juist te veel ruimte voor wordt geboden. Bewoners zijn bang dat maatwerk leidt tot willekeurige beoordelingen bij vergunningaanvragen. Op deze manier zou voor alles wel een uitzondering gemaakt kunnen worden en kan niets met zekerheid worden uitgesloten. Dit geeft volgens hen de horeca vrij spel om de mazen in de wet op te zoeken.

Insprekers geven daarom aan dat de voorgestelde beleidskaders te ruim zijn en regels duidelijker vastgesteld moeten worden, zodat er voor iedereen meer duidelijkheid komt over wat er wel en niet mag. Positief “M.i. Is een eenduidig beleid in Amsterdam niet mogelijk, stadsdeel Centrum is al overbelast en zal alleen maar drukker bezocht worden. Via maatwerk moet de leefbaarheid voor bewoners extra beschermd worden.” “In de horecanota van Oost worden voor Oostpoort geen gevelterrassen en geen terrasschotten toegestaan. Wij rekenen erop dat dit gehandhaafd blijft, en dat dit maatwerk voor een kwetsbaar gebied, een kade aan het water, blijft bestaan.” “Het is niet logisch en optimaal om regels voor de horeca en terrassen ‘gelijk’ trekken, omdat je dan – voor je het weet – regels krijgt voor het ‘slechtste terras’ of de ‘slechtste horeca’. Je krijgt als gevolg minimale terrassen en minimale horeca terwijl deze een enorme betrokken buurtfunctie hebben (..). Gelijke regels heeft dus negatief effect op buurten. Laat de horeca en de buurt het zelf bepalen! Daar is geen ambtenaar voor nodig.” “Maatwerk blijft echt belangrijk. Een eetcafé is geen passende horeca in een drukke woonstraat waar slaapkamers van kinderen aan de straatzijde liggen.” “Geheel onduidelijk is hoe er maatwerk wordt geleverd voor bewoners. Er wordt vooral maatwerk geleverd voor ondernemers.

Hoe dan voor bewoners?” “In de LGBTQ+ horeca is er (buiten de Reguliersdwarsstraat) weinig ruimte om buiten te zitten. Bij maatwerk zou ook rekening gehouden moeten worden met (kwetsbare) doelgroepen.” “Het Convenant Uitvoering pilot Gastvrij en Veilig Rembrandtplein is een schoolvoorbeeld van maatwerk, en maatwerk is een belangrijke pijler in het nieuwe horecabeleid.”

26

Nota van beantwoording

“Op geen enkele manier is in het beleidskader rekening gehouden met de bijzondere en afwijkende positie van de ondernemers in Weesp. Het zou gepast zijn om in alle redelijkheid hiervoor een speciale regeling op te nemen. Maatwerk voor Weesp is dan wat ons betreft gepast.” Negatief “De regels worden gelijkgetrokken met meer mogelijkheid voor maatwerk. Voor mij klinkt dit zo tegenstrijdig. Een regel vaststellen en denken dat dan door de verschillende deelraden dezelfde afweging wordt gemaakt. Dan word je als inwoner dus niet gelijk behandeld. Dan wordt het voor de ondernemers een strijd voor wie het eerste is het grootste deel kan bemachtigen. Graag ver­ neem ik hoe in deze plannen van nieuwe regels de afspraken die gemaakt zijn rond de fusie met Weesp gehandhaafd worden.” “Uitzonderingen dienen te worden voorkomen (‘verlaatjes’ en mogelijkheid tot verruimde openingstijden), omdat ze uw beleid principieel ondermijnen: regel de openingstijden een­ duidig en helder in de categorisering en houd het daar dan ook bij! Dat maakt het voor alle stadsgebruikers over en weer inzichtelijk en voorkomt onnodige ergernis en discussie.” “De stelling dat de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk voor wat goed is voor bewoners en ondernemers open staat baart mij zorgen. Dit zet de deur wagenwijd open naar willekeur en conflicten.

Wie bepaalt straks wat goed is voor bewoners en ondernemers? Ik wil daarom graag echt eenduidige regels en geen maatwerk en zeker geen willekeur.” Antwoord Het college erkend dat er grote verschillende kunnen zijn tussen de stadsdelen. Zo is een woon­ wijk in Centrum niet te vergelijken met een woonwijk in Zuidoost. In het beleidskader is daarom gezocht naar de balans tussen uniformiteit en maatwerk. Het credo is: Stedelijke regels waar het kan, lokale regels waar nodig. Daarnaast vindt het college dat maatwerk niet mag leiden tot willekeur en dus altijd goed gemotiveerd moet worden. Om tegemoet te komen aan de wens tot lokaal maatwerk in de stadsdelen zal volgend op het ‘Stedelijk beleidskader horeca en terrassen’ uitvoeringsbeleid op stadsdeelniveau worden op­gesteld. Dit gebeurt in samenwerking met belanghebbenden in de stadsdelen, zoals bewoners(organisaties), ondernemers(verenigingen) en specifieke belangengroepen. De verhouding tussen het Stedelijk beleidskader (gemeenteraad) en uitvoering op stads­ deel­niveau in het uitvoeringsbeleid , sluit aan de bij de verordening op het bestuurlijk stelsel. Totdat het uitvoerings­beleid op stadsdeelniveau is vastgesteld, gelden de gebieds­ omschrijvingen van de huidige stadsdeelbeleidskaders. Specifieke wensen in stadsdelen en stadsgebied Weesp, bijvoorbeeld t.a.v. terrassen, terrasschotten, etc.

kunnen tevens worden opgenomen in het uitvoeringsbeleid dat per stadsdeel wordt opgesteld. Ten aanzien van terrassen: Er is zowel een maatwerkprocedure voor individuele terrassen als een procedure voor een terrassenplan mogelijk, waarbij bijzondere situaties in de openbare ruimte geregeld kunnen worden. Voor bepaalde kwetsbare gebieden zijn reeds aan­vullende maat­ werk­afspraken gemaakt in een terrassenplan: deze plannen blijven geldig na inwerkingtreding. Maatwerk kan nodig zijn om zaken mogelijk te maken binnen de kaders van het Omgevingsplan, of om vooraf risico’s op overlast te beperken. Ook voor openingstijden blijft het mogelijk om met maatwerkvoorschriften (locatie gebonden, dus voor één bedrijf) of maatwerkregels (voor alle locaties binnen een gebied) af te wijken van de standaardregels, mits het niet leidt tot onaanvaardbare overlast of openbare orde en veiligheidsproblemen.

gemeente Amsterdam

27

Aanpassing Het werken met het uitvoeringsbeleid voor de stadsdelen en stadsgebied Weesp is opgenomen in het beleidskader, waarin staat aangeven welke onderwerpen daarin geregeld kunnen worden. Ingediend door 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484, 0059, 0483, 0262, 0459, 0451, 0133, 0424, 0423, 0410, 0402, 0058, 0388, 0384, 0380, 0371, 0367, 0339, 0328, 0291, 0168, 0078, 0075, 0071, 0057, 0056, 0041, 0040, 0039, 0492, 0486, 0437, 0057, 0409, 0375, 0113, 0248, 0156, 0113, 0049, 0002

6.2 Werken met gebiedstypologieën Er is bij insprekers veel onduidelijkheid over hoe de gebiedstypologieën worden bepaald en welke zwaartecategorieën waar, en onder welke voorwaarden, zijn toegestaan. Ook geven insprekers aan een andere typologie passender te vinden voor hun gebied. Enerzijds zien onder­nemers voor hun locatie(s) een typering waarbij zij hun bedrijfsvoering met dezelfde exploitatiemogelijkheden kunnen blijven uitvoeren. Anderzijds uiten bewoners hun zorgen over gebiedsindelingen waarin de mogelijkheden voor horeca worden uitgebreid. Zij benadrukken momenteel al veel overlast van horeca te ervaren en vragen om een typologie waarin hun wijk leefbaar blijft. Ook geven insprekers aan dat er grensbeleid gemaakt zou moeten worden voor de overgangen van verschillende typologieën. In zienswijzen van ondernemers komt naar voren dat door de verschillende indelingen wederom veel ongelijkheid ontstaat, terwijl de insteek van het nieuwe beleidskader juist was om gelijke regels te creëren. Bewoners zeggen hierover dat overlast van het ene gebied toch in het andere gebied kan komen en vragen om hier rekening mee te houden. Verder wordt door insprekers aandacht gevraagd voor natuurbescherming bij horeca in groengebieden. Groei mag niet ten koste gaan van openbaar groen. Tenslotte wordt er nog gewezen op de gebiedstypering van het havengebied.

Gezien de milieuoverlast en veiligheid van de zware industriële activiteiten is namelijk niet het hele gebied geschikt voor horeca, en kan het gebied niet als een regulier bedrijventerrein worden beschouwd. Zienswijzen van bewoners “Wij maken er ernstig bezwaar tegen dat de gehele Pijp hier als gemengd gebied wordt aan­ ge­duid. Het is geen correcte weergave van de Pijp, waar er wel degelijk gebieden zijn met een andere typologie, zoals groen/recreatie, winkelcluster, en wonen.” “Wat bepaalt het verschil tussen gemengd en lokaal horecagebied? Is dat het aantal woningen, of ook de geschiktheid van de woningen, de geluidsisolerende kenmerken, de breedte van de straten. De tabel laat (voor bewoners boven en rondom horecabedrijven) een schrikbeeld zien. Bijna overal kan alles, waarbij ter verzachting nogal eens ‘onder voorwaarden’ wordt gesteld. Wat voor voorwaarden?” “Wat opvalt is dat een aantal wijken (De Pijp en de Jordaan) in hun geheel expliciet benoemd worden als ‘gemengd gebied’, ofwel ‘gebieden met een hoge functiediversiteit’ (..). Ik verzoek u met klem om deze passages aan te passen, en duidelijk te maken dat dit niet zal gebeuren. De overlast van de horeca in de Pijp en de Jordaan is al gigantisch. Nog verdere uitbreiding daarvan is totaal ongepast en zal het woonklimaat verder verslechteren.”

28

Nota van beantwoording

“Natuurlijk horen bij prettig wonen ook horeca en MKB, maar de groei daarvan moet evenredig zijn aan de behoefte van de bewoners en mag niet ten koste gaan van de begaanbaarheid in de openbare ruimte, noch van openbaar groen.” “We maken ons zorgen omdat we vernomen hebben dat diverse horecaondernemers onze straat van een bestemming ‘wonen’ in ‘gemengd’ wil laten veranderen zodat de terrassen tot later open kunnen. Wij willen u met klem vragen dit niet te doen. Dit is een woonstraat vol met gezinnen, kinderen en ouderen die heel graag een klein beetje meer rust willen.” “Horecaondernemingen die liggen in een park met een bepaald locatieprofiel (b)lijken geogra­ fisch en qua activiteiten uitgezonderd te worden van de normen die gelden volgens het locatie­ profiel voor het park. Dit zou andersom moeten zijn. (..). Sowieso zou de uniciteit van een Rijks­ monument in een park niet een excuus of vrijbrief moeten zijn om het belang van de natuur in dat park en van de omwonenden los te laten.” “De terrasopeningstijden voor gemengd gebied zijn 2 uur ruimer dan een woongebied. Dit zal op randgevallen – woongebieden met aangrenzende gemengde gebieden – tot erg veel geluidsoverlast leiden. Geluid galmt namelijk erg sterk door laat op de avond, en houdt geen rekening met gedefinieerde typologie grenzen.

Bij dit soort randgevallen tussen twee typologieën zou de openingstijd van de meest beperkende typologie moeten gelden.” Zienswijzen van ondernemers “Wij hebben grote bezwaren tegen het overwegend ‘Nee tenzij’ karakter dat de gebiedsgerichte uitwerking met zich meebrengt. Dit geeft de bewoners onevenredig veel invloed en de gemeente schuift het hebben van een echte visie vooruit.” “Zoals het nu in het beleidskader staat, is het havengebied gekenmerkt als bedrijven-en industrie­ terrein waar alle horeca in principe mogelijk is. Echter is niet het hele gebied hiervoor geschikt in verband met milieuoverlast en veiligheid van de zware industriële activiteiten (..). Wij zien dan ook graag dat in het beleid specifiek wordt opgenomen dat het havenindustriegebied Westpoort wordt uitgesloten van het nieuwe horecabeleid, of in elk geval geen onderdeel uitmaakt van de horecagebiedstypologie ‘Werken’”. “De ondernemers in Weesp maken zich zorgen over de gebiedstypologieën. Die lijken met de grote mate aan diversiteit van ondernemers en gebieden zeer gepast in Amsterdam, maar niet in een kleinere gemeenschap als Weesp.” “Ik ben het in grote lijnen eens met de ideeën. Wel wil ik bezwaar maken tegen het feit dat mijn onderneming in een woongebied valt en is omringd door een winkel-cluster gebied.

Dat zou betekenen dat ik in de toekomst mijn terras twee uur eerder zou moeten sluiten dan mijn buren 10 meter verderop. Dit is voor een bedrijf dat nooit overlast veroorzaakt een grote hap uit de omzet.” “Hoewel is toegelicht dat deze gebiedstypologieën separaat door de gemeenteraad worden vastgesteld, maken deze nu al onderdeel uit van het Stedelijke Beleidskader. Het Stedelijk Beleidskader en de gebiedstypologieën kunnen niet los van elkaar worden gezien.” “Cliënt herkent zich niet in de gemiddelde ondernemer in het Wallengebied en wil niet in de toekomst geconfronteerd worden met beperkingen in de horeca omdat hij toevallig in het 1012-postcodegebied is gevestigd. Bij uitstek trekt cliënt ‘goed publiek’ (..). Niet alle bedrijven in dit gebied moeten over een kam worden geschoren.”

gemeente Amsterdam

29

Antwoord Op dit moment hanteren de stadsdelen in hun horecabeleid een beschrijving van verschillen typen (horeca)gebieden, bijvoorbeeld woonwijken, doorgaande straat, uitgaansgebied, waarbij staat aangegeven welke horeca daarbij passend is. Dit huidige beleid wordt met name gebruikt bij aanvragen die afwijken van het bestemmingsplan en bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. Echter, dit beleid is in veel stadsdelen (zeer) verouderd en toe aan een actualisatie. Het werken met gebiedstypologieën zoals voorgesteld in het concept beleidskader, was bedoeld als een vervanging van het huidige, verouderde stadsdeelbeleid met gebiedsomschrijvingen. In Weesp is in 2019 nog nieuw beleid vastgesteld, waarvan de bestuurscommissie heeft aangegeven dat men dit graag gehandhaafd ziet. Uit de zienswijzen van inwoners en ondernemers komt naar voren dat het indelen van stads­ delen in gebieden leidt tot veel vragen. Immers, de ene woonwijk is de andere niet, en het ene bedrijventerrein kan meer horeca hebben dan het andere. Bovendien is het afbakenen van gebieden een ingewikkeld vraagstuk: worden de planologische grenzen aangehouden, of wordt ook rekening gehouden met overlast van gebied A naar gebied B? Daarnaast komt uit de adviezen van de stadsdelen duidelijk naar voren dat men de mogelijkheid tot maatwerk wil behouden ten aanzien van verschillende aspecten.

Het is begrijpelijk dat stadsdelen deze wensen hebben en deze adviezen geven: zij verschillen onderling van karakter, en algehele uniformiteit in gebiedstypologieën doet geen recht aan de pluriformiteit van de gebieden in de stad. Deze adviezen hebben geleid tot de realisatie dat niet alle regels op het gebied van horeca op stedelijk niveau geregeld kunnen worden: er blijft behoefte aan specifieke regelingen in gebieden op stadsdeelniveau. Het credo is daarom: stedelijk waar het kan, lokaal waar het nodig is. Het college past daarom in het definitieve beleidskader een aantal zaken aan: • Volgend op het beleidskader zal er uitvoeringsbeleid op stadsdeelniveau worden opgesteld, waarin de gebiedsomschrijvingen centraal staan. Dit gebeurt in samen­ werking met belanghebbenden in de stadsdelen, zoals bewoners(organisaties), onder­nemers(verenigingen) en specifieke belangengroepen. De verhouding tussen het Stedelijk beleidskader (gemeenteraad) en uitvoering op stadsdeelniveau in uit­ voerings­beleid, sluit aan de bij de verordening op het bestuurlijk stelsel. Totdat het uitvoeringsbeleid op stadsdeelniveau is vastgesteld, gelden de gebiedsomschrijvingen van de huidige stadsdeelbeleidskaders. • De omschrijvingen van de gebiedstypologieën zijn een ontwerp, maar geen blauwdruk.

Ze worden als startpunt gebruikt bij de gebiedsomschrijvingen: hier kan vanaf geweken worden of aanvullingen op worden gedaan. Zo kan er recht worden gedaan aan de ver­ schillende typen woongebieden, groengebieden, horecagebieden etc. die de stad rijk is. • Het werken met kaarten waarin gebieden in typologieën worden ingedeeld kan behulp­ zaam zijn, maar ook rigide. Immers: als de grenzen uit het bestemmingsplan worden aangehouden, dan zal de indeling een correcte weergave zijn, maar kan bijvoorbeeld horeca op een bedrijventerrein direct grenzend aan een woonwijk tóch overlast veroorzaken. Daarom wordt het werken met de kaarten optioneel, en niet verplicht. Het is een instrument dat stadsdelen kunnen toepassen, indien gewenst. • In het concept beleidskader wordt een koppeling gemaakt tussen zwaarte­catego­ rieën en gebiedstypologieën, in een zogenoemd stoplichtschema. Dit heeft tot veel vragen en adviezen geleid, niet alleen vanuit de DB’s, maar ook vanuit de inwoners en ondernemers. Onder andere de wens om bepaalde horeca zwaartecategorieën in bepaalde gebiedstypologieën juist wel of niet toe te staan. Bovendien werpt de koppeling veel vragen op over bestaande horeca en het recht om op die locatie te mogen blijven exploiteren. De koppeling in het stoplicht-schema was bedoeld als richtlijn welk type (toekomstige) horeca wáár het beste past. Echter, stadsdelen

30

Nota van beantwoording

kunnen hier altijd gemotiveerd vanaf wijken. Daarmee is de meerwaarde van het schema met de koppeling tussen zwaartecategorieën en gebiedstypologieën komen te vervallen. In de gebiedsomschrijvingen die op stadsdeelniveau wordt opgesteld, kan worden aangegeven voor welk type horeca nog ruimte is in een bepaald gebied. Dat sluit aan bij de gebiedsomschrijvingen in het huidige beleid, waarvan de stadsdelen hebben aangegeven dit een belangrijk toetsingsinstrument te vinden bij nieuwe horeca aanvragen. Aanpassing Het werken met gebiedstypologieën waarin bepaalde horeca zwaartecategorieën zijn toegestaan wordt losgelaten. Daarvoor in de plaats komen gebiedsomschrijvingen in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel/stadsgebied. Dit uitvoeringsbeleid wordt opgesteld na vaststelling van het Horecabeleid 2025, conform de bevoegdheden van de stadsdelen en stadsgebied Weesp uit de ‘Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam’.

Ingediend door 0080, 0068, 0496, 0042, 0056, 0070, 0078, 0112, 0117, 0125, 0136, 0138, 0217, 0237, 0240, 0035, 0334, 0403, 0357, 0370, 0379, 0384, 0396, 0254, 0375, 0407, 0409, 0422, 0427, 0431, 0454, 0458, 0238, 0464, 0492, 0496, 0500, 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484

6.3 Werken met horeca-ambitieplannen Onder insprekers heerst veel onduidelijkheid over de voorwaarden die van toepassing zijn bij het opstellen van horeca-ambitieplannen en welke partijen hierbij betrokken worden. Bewoners maken zich zorgen over de komst van eenzijdige plannen waarbij het lang duurt voordat er iets veranderd kan worden. “Het is goed om d.m.v. een ambitieplan lokaal naar de situatie te kijken in samenspraak met de bewoners.” “Wij vragen ons af hoe gebieden worden ingedeeld en welke gebieden in aanmerking komen om horeca-ambitieplannen te ontwikkelen? Wie bepaalt dat, wat zijn de criteria, en hoe komen deze tot stand?” “Het is mij volstrekt onduidelijk welke voorwaarden van toepassing zijn voor de horeca-ambitie­ plannen indien onder voorwaarden zwaardere horeca-categorieën worden toegestaan. Ik ben bang dat zonder heldere toetsingscriteria u de deur opent om alles wat krom is weer recht te praten (..). Daarvoor dient u met dit beleidskader de burger te beschermen (..). Ik verzoek u om in het beleidskader duidelijke en doelgerichte toetsingscriteria op te nemen voor eventueel voor­ gestelde afwijkingen van deze typologieën in horeca-ambitieplannen, zodat de bewoners kunnen nagaan of hun belang beschermd wordt en zo nee, hier gericht bezwaar op kunnen maken.”

gemeente Amsterdam

31

“Het is onduidelijk waar en wanneer de bewoners worden geraadpleegd binnen dit horecaambitieplan. Onduidelijk is waarom dit zo eenzijdig wordt vastgesteld.” Antwoord In het uitvoeringsbeleid per stadsdeel kan worden aangegeven in welke buurten nog ruimte is voor welke horeca categorieën. Is er de wens om Omgevingsplan ingrijpender te wijzigen, bijvoorbeeld in een bepaald gebied, dan kan het opstellen van een horeca toekomstplan behulp­zaam zijn voor het vormen van een visie. We laten hierbij de term ‘ambitieplan’ los. Een horeca-toekomstplan op zichzelf verandert niet iets aan het Omgevingsplan, maar kan wel de aanleiding zijn om het Omgevingsplan te wijzigen. Het klopt dat het in die zin een instrument is, en geen wijziging van het bestemmingsplan. Aanpassing De term ‘horeca ambitieplan’ is aangepast in ‘horeca toekomstplan’. Ingediend door 0080, 0056, 0491, 0036, 0263, 0500

32

Nota van beantwoording

7. Terrassen 7.1

Behouden en uitbreiden terrassen

Er zijn zeel veel zienswijzen ontvangen die gaan over terrassen, méér dan over de horecazaken (inrichtingen) zelf. Ondernemers pleiten in hun zienswijzen vooral voor het behouden van hun terrassen in huidige vorm en zien daarnaast mogelijkheden tot uitbreiding. Er zijn ook bewoners die zich hierachter scharen. Ze geven hiervoor verschillende argumenten. Tegelijkertijd wordt ook gevraagd hierbij rekening te houden met overlast. Ook uiten ondernemers hun zorgen over de aangekondigde veranderingen voor de exploitatie van terrassen, zoals het tegengaan van terrasverwarming, het hanteren van 2.00 meter doorloopruimte als uitgangspunt en beperkingen van terrasschoten parallel aan de gevel. Door de onzekerheid van mogelijke herindeling met een verkleind terras tot gevolg worden investeringen bemoeilijkt. Daarmee wordt volgens een groot aantal ondernemers in het nieuwe beleid voorbijgegaan aan de positieve aspecten van terrassen. Ze vergroten bijvoorbeeld de sociale controle en bevorderen de levendigheid in de stad. Insprekers wensen specifieke regels voor terrassen en geven hiervoor ook suggesties. Terug­ komende thema’s hierin zijn: overlast beperkende maatregelen, regulering van omvang en het aantal bezoekers, gesplitste terrassen en behoud van historie en uitstraling.

Insprekers geven bijvoorbeeld aan dat er welstandsbeleid moet komen voor een rustiger straatbeeld en vragen hierbij rekening te houden met de historische en monumentale elementen van de stad. Denk hierbij aan het inklappen van parasols na sluitingstijd, geen terrassen plaatsen op brugvleugels, geen bomen opofferen om terrassen te faciliteren en het beperken van reclame-uitingen. Daar­ naast worden er in het kader van overlast beperkende maatregelen verschillende suggesties genoemd, waaronder het verbieden van staan op een terras, geen of slechts kleine terrassen aan de gevel toestaan in woongebieden en smalle straten, een verbod op het schenken van alcohol op plekken met een permanent alcoholverbod en het aanpakken van vervuiling. Verder zien insprekers graag dat de omvang van het terras niet groter is dan de oppervlakte van de horecazaak en het maximaal aantal bezoekers moet worden gereguleerd. “Terrassen mogen wat mij betreft groter, echter niet ten koste van parkeerplekken.” “Bij de diverse gebiedsgerichte uitwerking staat dat terrassen een meerwaarde zijn. Terrassen zorgen echter voor veel overlast. Zonder duidelijke en goede handhaving is deze regel vragen om problemen.” “We zien het als positief dat buurtbewoners betrokken worden bij het maken van het terrassenplan.” “Heel goed dat er parkeerplekken worden opgeofferd voor andere doeleinden.

Keek ik eerst naar geparkeerde auto’s tegenwoordig kijk ik naar gezellige terrassen met eveneens gezellige mensen erop! Bravo, zo houden!” “Ik hoop sowieso dat de bestaande terrassen niet uitgebreid mogen worden. Het is ook belachelijk dat je op sommige tijden bijna niet je huis in kunt omdat er een lange rij mensen staan te wachten om te kunnen lunchen in het restaurantje dichtbij.” “Een terras draagt bij aan de leefbaarheid van een buurt, maar nog grotere terrassen dan nu in de Pijp zal de leefbaarheid meer en meer schade toebrengen.”

gemeente Amsterdam

33

“Ik verzoek u daarom om het beleid niet zodanig te wijzigen dat onze sluitingstijden, ons terras en onze wijze van exploiteren worden beperkt en derhalve te bevestigen dat deze wijze van exploiteren ook in de toekomst door ons -ongeclausuleerd- mag worden voortgezet.” “Ik ben het niet eens met de voorgestelde veranderingen inzake terrasregelgeving. Ik wil mijn verleende vergunningen in stand houden of verruimen.” “Wij willen benadrukken dat we niet voornemens zijn om terrassen op te geven. Terrassen zijn heel belangrijk voor straten: ze leveren een significante bijdrage aan sociale veiligheid in de omgeving en de omgeving van een terras wordt veelal als ‘netter’ ervaren, daarnaast voelen criminelen als dealers of helers zich meer bespied en minder welkom in straten waar terrassen zijn.” “Terrassen laten bestaan daar waar dit mogelijk is en geen extra overlast geeft.” “Met het terugdringen van terrassen zou juist een verdere verkilling ontstaan op straat (..). Het voorgenomen beleid lijkt dit generiek te miskennen.” “Mijn voorstel bevat twee aspecten: het toevoegen van een opstellingstekening met een schets van het gebruikte meubilair en het vastleggen van het aantal maximaal aantal zitplaatsen.” “Het verbaast ons dat het terrassenbeleid geen enkele welstandsregel bevat (..).

In Amsterdam is alles mogelijk, parasols in alle kleuren die zich als tenten manifesteren, picknicktafels die je in parken verwacht, schotten en bloembakken die louter als doel hebben openbare ruimte te privatiseren; dit alles brengt het beschermd stadsgezicht schade toe (..). Wij wijzen u erop dat de gemeente verplicht is de Unesco-aanwijzing gevolgen te laten hebben op elk beleidsterrein, dus ook op het terrassenbeleid.” “Maak de grenzen van álle terrassen beter kenbaar voor het publiek en de uitbaters door de vergunde grenzen met punaises aan te geven waar dat niet of onvoldoende is gebeurd.” “Het is mij onduidelijk waarom verwarmde terrassen een geluidsnorm voor stemgeluid kennen en onverwarmde terrassen niet.” Antwoord In het beleidskader wordt niet voorgesteld om terrassen terug te dringen of uit te breiden. Het bevat een overzicht van de geldende regels die de afgelopen jaren in diverse documenten zijn vastgesteld, maar niet in alle stadsdelen geldig waren. Nieuw is de introductie van de omgevingsvergunning horecaterras. Om een terras te mogen exploiteren is op dit moment ook al een ruimtelijke toestemming nodig. De manier waarop dit geregeld is in de stad verschilt, per stadsdeel of per bestemmingsplan. Met dit nieuwe beleidskader voor horeca maakt het college de keuze om de ruimtelijke toestemming voor terrassen op één en dezelfde manier te regelen in de stad.

Ze kiest hierbij voor de vorm van een vergunningplicht. Met een vergunningplicht kunnen de ruimtelijke gevolgen van het terras het beste gewogen worden. De gevolgen van een terras zijn in de praktijk afhankelijk van de specifieke situatie: de omgevingskenmerken en de omvang en inrichting van het terras. Deze specifieke situatie kan het beste beoordeeld worden met een vergunningplicht. Zo kan een concrete situatie beoordeeld worden en per geval gekeken worden onder welke voorschriften het terras ruimtelijk aanvaardbaar is. Denk aan voorschriften over sluitingstijden of omvang. Ook kan het stemgeluidsaspect het beste beoordeeld worden met een vergunningplicht. Want stemgeluid moet van de wetgever betrokken worden in de afweging, zonder dat er concrete normen voor stemgeluid gelden of kunnen worden opgenomen in het Omgevingsplan.

34

Nota van beantwoording

Bij de introductie van deze vergunningplicht houdt het college rekening met de bestaande situatie. Het college wil in het Omgevingsplan een regeling opnemen waardoor voor bestaande horecaterrassen van rechtswege een omgevingsvergunning horecaterras ontstaat. De ruimtelijk relevante voorschriften uit geldende exploitatievergunningen, bestemmingsplan of afwijk­vergun­ ningen gelden dan als vergunningvoorschriften voor die omgevingsvergunning van rechtswege. Aan deze werkwijze zijn voor de gemeente en de ondernemer geen kosten verbonden. In geval van echt onaanvaardbare situaties kunnen aanvullende voorschriften worden gesteld. Om duidelijkheid te verschaffen voor ondernemers en de gemeente wordt de van rechtswege vergunning en de daarop betrekking hebbende voorschriften wel op schrift gesteld. Voor nieuwe locaties zal een omgevingsplanvergunning voor het horecaterras aangevraagd moeten worden. Bij wijzigingen van het terras zal een wijziging aangevraagd moeten worden. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een nieuwe of gewijzigde omgevingsvergunning horecaterras wordt gekeken of het terras aanvaardbaar is. Daarbij wordt met name gekeken naar de gevolgen voor het gebruik van de openbare ruimte en geluidsoverlast vanwege stemgeluid. Voor de nadere afweging komen er stedelijke beleidsregels die de huidige stadsdeelbeleidsregels vervangen.

De maximale sluitingstijden voor terrassen blijven gelijk, maar die kunnen in de vergunning waar nodig worden beperkt. De uitkomst van de afweging van een specifieke aanvraag kan bijvoorbeeld zijn dat het terras alleen met kleinere omvang dan aangevraagd of alleen met een kortere sluitingstijd aanvaardbaar is. Het beleidskader doet zelf geen uitspraken over de doorloopruimte bij terrassen, aangesloten wordt bij het beleid Ruimte voor de Voetganger zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Aanpassing Introductie van de omgevingsplanvergunning horecaterras in het beleidskader. Ingediend door 0213, 0057, 0080, 0438, 0397, 0125, 0230, 0182, 0068, 0040, 0021, 0405, 0391, 0345, 0035, 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484, 0319, 0028, 0055, 0423, 0368, 0058, 0072, 0127, 0138, 0113, 0136, 0485, 0460, 0116

7.2

(Uitbreiding) terrassen en overlast

Insprekers geven aan dat terrassen gepaard gaan met overlast in allerlei vormen, waardoor de leefbaarheid wordt aangetast. Hier worden verschillende voorbeelden van gegeven, zoals geluidsoverlast, zwerfafval, ruimte-inname, verkeershinder en wildplassen. Bewoners vragen zich af hoe de gemeente omgaat met (uitbreiding) terrassen en gepaard gaande overlast en pleiten voor vermindering. Quotes “Terrassen lijken voor de voorbijganger misschien gezellig, maar zijn een flinke belasting voor de direct omwonenden die de terrassen in de afgelopen jaren steeds verder hebben zien groeien en de geluidsoverlast in de afgelopen jaren steeds meer hoorden toenemen. En alles wat dit concept-kader erover zegt is: we zullen er eens over denken. Geen enkele poging om overlast te verminderen. Het gevolg is en blijft dat mensen die boven of heel dichtbij zo’n terras wonen altijd hun ramen dicht moeten houden.”

gemeente Amsterdam

35

“Inmiddels zijn er buren met kinderen door de overlast verhuisd. Dat wil je natuurlijk voorkomen. Ik vind geluid en rumoer echt geen probleem. Ik denk alleen dat de regels scherper moeten (..). Het doel van de kroeg is geld verdienen door plezier aan te bieden en veel alcohol te schenken en niet per se overlast te verminderen.” “Er is al veel overlast; ik woon dan niet boven een kroeg, maar ervaar de enorme drukte in de straat van mensen die zich naar horeca en winkels begeven, tot diep in de nacht, fietsen, in de auto of op lawaaiige scooters. Onze portiek wordt tegenwoordig als urinoir gebruikt en zelfs ons trappenhuis is niet veilig. Men plast desgewenst gewoon door de brievenbus.” “Al met al zeer veel geluidsoverlast, enorm groot fiets- en scooterparkeerprobleem, versperring van de straat (..). Wanneer je de eigenaar en/of medewerkers erop aanspreekt dan komt er geen verandering. Ze lachen het probleem een beetje weg. Weten dat wij als bewoners hier niks aan kunnen veranderen. Fietsen die hen in de weg staan worden gewoon bij ons voor de deur neer­ gezet. De bewoners worden gezien als stoorzenders. Veel bewoners durven zelfs helemaal niet te klagen. De exploitant weet tenslotte waar hij/zij woont.” “Hoofdprobleem is dat het uitgaan, het stappen, zich nu langzaam verplaatst van binnen naar buiten.

De terrassen zijn groot, overdekt en worden met veel energie slurpende kachels tot laat in de avond en tot ver in de winter verwarmd. Vaak is er binnen in het café bijna niemand te vinden en staat de gehele clientèle buiten. Niet alleen op warme dagen. Is dat het nieuwe normaal dat het stadsbestuur nastreeft?” “Er staat niet in de regels dat mensen moeten zitten op de terrassen. Staande mensen maken altijd veel meer herrie.” “Horeca moet blijven, maar rekening houden met bewoners. Geen achterlijk late openingstijden en grote terrassen die enorme herrie veroorzaken.” “Op een mooie dag in het weekend produceren de horeca met de terrassen een soort festival geluid/sfeer. Dat is nu en de afgelopen jaren al zo, laat staan als de vergunningen uitgebreid gaan worden.” Antwoord Het college erkent dat de stad de afgelopen decennia is steeds drukker is geworden. Die drukte neemt de komende jaren alleen nog maar toe. We willen een stad met schone lucht, groene straten en ruimte voor ontmoeting. De openbare ruimte is van alle Amsterdammers. Het is een plek waar zij elkaar ontmoeten, spelen, ondernemen en meer. Maar dit is ook de ruimte waar we onder andere wegen, fietspaden en parken moeten aanleggen. Terrassen zijn onlosmakelijk verbonden met de stad én nemen ruimte in. De stadsdelen krijgen de mogelijkheid om de sluitingstijden voor terrassen in de diverse wijken opnieuw te herijken.

Met de introductie van de omgevingsvergunning voor het horecaterras heeft het college mogelijk­heden om in specifieke situaties voorschriften op te nemen die er voor zorgen dat het terras ruimtelijk aanvaardbaar is. Aanpassing Introductie van de omgevingsplanvergunning horecaterras in het beleidskader.

36

Nota van beantwoording

Ingediend door 0407, 0057, 0501, 0136, 0493, 0115, 0461, 0405, 0390, 0384, 0379, 0357, 0349, 0343, 0323, 0301, 0113, 0272, 0072, 0262, 0025, 0223, 0220, 0219, 0210, 0206, 0183, 0180, 0167, 0110

7.3

Ruimte voor de voetganger

Het voetgangersbeleid is een onderwerp dat zowel door bewoners als ondernemers vaak wordt benoemd. Bewoners maken zich zorgen over (het gebrek aan) ruimte voor voetgangers (met namen mensen die gebruikt maken van rolstoelen, rollators, kinderwagens etc.) en de onveilig­ heid van het op de weg moeten lopen wanneer terrassen een (te) groot deel van de openbare ruimte innemen. Zij staan over het algemeen positief tegenover het voornemen van de gemeente om bij herinrichting van straten een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal twee meter aan te houden. Er wordt echter gevraagd hierbij rekening te houden met uitwaaierende bezoekers van terrassen en de extra ruimte die wordt ingenomen wanneer mensen daadwerkelijk op een stoel zitten. Ook vragen insprekers zich af wat de status is van het voetgangersbeleid. Een aantal geeft aan dat dit voorafgaand aan het nieuwe beleidskader zou moeten worden vastgesteld. Ondernemers reageren dat dit veel onzekerheid met zich meebrengt. Zij vragen zich af wat de impact van het voetgangersbeleid is op hun bestaande terrassen en zijn bang voor inperking en omzetverlies. “Natuurlijk vinden we het heel erg prettig dat bij herinrichting van straten een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal 2 meter het uitgangspunt is (..). Maar hoe lang moeten wij nog wachten op het besluit voetgangersbeleid? (..).

Wij vinden het absoluut noodzakelijk dat dit besluit genomen gaat worden voor het omzetten van alle bestemmingsplannen in de stads­ delen plaatsvindt.” “De overlast die terrassen geven, is veel te groot. De hele stad is een hindernisbaan geworden voor de voetganger. Loopruimte van minimaal 2 meter moet gegarandeerd worden zodat mensen in rolstoelen en met rollators zich ook door de stad kunnen begeven. Terras mag dan ook niet bestaan uit twee delen met een smal looppad voor de voetganger want dat soort terrassen zijn enorm hinderlijk om langs te komen omdat bezoekers zich nu eenmaal niet aan die scheiding houden. Bij tweedelige terrassen hoort er minimaal een loopruimte van 6 meter tussen te zitten.” “Om de doorloopruimte te garanderen en te voorkomen dat terrasgrenzen worden over­ schreden, is mijn voorstel als volgt: het toevoegen van een opstellingstekening met een schets van het gebruikte meubilair en het vastleggen van het aantal maximaal aantal zitplaatsen.” “Veel terrassen zijn gesitueerd op plaatsen waar nauwelijks nog normale doorgang is voor voet­ gangers. Nog niet genoemd rollator, kinderwagen, postbode etc. Naast het meubilair wordt er geen rekening gehouden met het uitwaaieren van de bezoekers waardoor er helemaal geen doorgang meer vrij is. Daarnaast ook nog eens de overlast van de foutgeparkeerde fietsen.

En waar niemand zich ook maar iets van aantrekt zijn de geprofileerde tegels voor blinden en slechtzienden.” “In gebieden waar de twee meter doorloopruimte niet direct wordt doorgevoerd, hebben horecaondernemers deze ‘dreiging’ altijd boven zich hangen bij besluitvorming over voetga­ ngers­normen. Het bemoeilijkt grote investeringen voor het terras; een horecaondernemer kan uiteraard niet fors gaan investeren in het terras als er een constante dreiging is dat het terras zal worden verkleind. Dit zal een negatief effect hebben op het aanzien van de terrassen.”

gemeente Amsterdam

37

“Wat wij ook slecht te verteren vinden is dat de beleidsnota ‘ruimte voor voetgangers’, waar wij als samenwerkende BIZ- en ondernemersverenigingen een heldere brief over hebben gestuurd, boven de markt blijft hangen. Dit beleid is niet vastgesteld maar is aangehouden tot een nieuw bestuur is geïnstalleerd. Als de normen uit deze nota vigerend worden dan heeft dat nog meer consequenties voor de terrassen.” “Het kan niet zo zijn dat in straten waar problemen worden ervaren met de doorloopruimte eenzijdig terrassen ingeperkt worden. Er zal gekeken moeten worden naar een gebiedsgerichte en integrale aanpak om de doorstroom te verbeteren. Het opheffen van parkeerplaatsen, herin­ richten van straten en het daarbij nastreven van twee meter doorloopruimte kunnen er bijvoor­ beeld voor zorgen dat een stoep breder wordt gemaakt om doorloopruimte te vergroten.” “Daarbij komt dat op lang niet elke plek sprake is van toename van de drukte. Dat deze eventuele drukte ook afhankelijk kan zijn van het gebiedstype; een woon of gemende buurt typering lijkt haaks te staan op de redenering dat er sprake is van enorme voetgangers drukte.” Antwoord Het college begrijpt dat duidelijkheid over doorloopruimte van belang is voor de insprekers. Zoals in het concept beleidskader aangegeven, worden regels over doorloopruimte voor de voetganger niet bepaald in het horecabeleid.

Leidend hiervoor is de beleidsregel Ruimte voor de Voetganger. Het beleidskader Ruimte voor de Voetganger volgt uit de Agenda Autoluw en is in februari 2020 vrijgegeven voor inspraak. Ten tijde van het opstellen van het concept Stedelijk beleidskader horeca en terrassen is geput uit het concept beleidskader Ruimte voor de Voetganger. Inmiddels is het beleidskader Ruimte voor de Voetganger op 29 juni 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. In de eindversie van het beleidskader zullen de teksten zoals weergegeven in de vastgestelde nota over worden genomen. Aanpassing De eindversie van het beleidskader wordt aangepast aan de tekst uit het vastgestelde beleidskader Ruimte voor de Voetganger. Ingediend door 0037, 0039, 0136, 0498, 0407, 0125, 0071, 0140, 0422, 0462, 0323, 0293, 0260, 0028, 0197, 0043, 0029, 0030, 0031, 0032, 0033, 0034, 0038, 0050, 0051, 0053, 0062, 0063, 0069, 0077, 0079, 0082, 0083, 0084, 0085, 0086, 0087, 0088, 0089, 0090, 0091, 0093, 0094, 0095, 0096, 0097, 0098, 0099, 0100, 0101, 0102, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0118, 0119, 0120, 0123, 0126, 0148, 0152, 0155, 0158, 0159, 0160, 0161, 0162, 0164, 0169, 0216, 0221, 0222, 0226, 0273, 0309, 0376, 0377, 0378, 0448, 0450, 0452, 0453, 0466, 0469, 0474, 0477, 0478, 0484

7.4

Openingstijden terrassen

In het concept beleidskader staat opgenomen dat terrassen gelegen in woongebieden om 22:00 uur moeten sluiten. Dit is een beperking t.o.v. de huidige openingstijden van terrassen in woongebieden, namelijk 23:00 uur. De zienswijzen op dit voorstel zijn wisselend. Ondernemers geven aan dat het terras korter open (met name voor buurtrestaurants) desastreus is, omdat zij hierdoor een hele shift omzet missen. Zij begrijpen deze ‘dorpse’ keuzes niet in een wereldstad als Amsterdam. Bewoners daarentegen zijn het vooral niet eens met de openingstijden vanwege overlast en wensen overal vroegere sluitingstijden.

38

Nota van beantwoording

Quotes “In onze woonbuurt moeten mensen kunnen slapen, tot rust kunnen komen, de volgende dag weer op tijd op. Deze zomer waren de terrassen dag in dag uit overvol, tot in de nacht. Dit is voor ons een aanslag op ons leefritme. Wij zouden daarom heel graag zien dat een terras eerder sluit, bijvoorbeeld 23 uur.” “Door de week vind ik 23 uur een maximumtijd dat bezoekers buiten op een terras kunnen zitten. Zodat we op een normale tijd kunnen slapen in plaats dat er stress is door geluidsoverlast.” “Geluidsoverlast op terrassen is dramatisch vanwege het geschreeuw en gebral. Daarom terrassen graag in de zomer om 22.00 uur sluiten op alle dagen en in de winter om 18.00 uur.” “Het nieuwe beleidskader b.v. wat betreft openingstijden zou in het terugdringen van het massatoerisme een rol moeten gaan spelen. Dus geen terrassen het hele jaar rond en hier en daar terugdringen van openingsuren in voorjaar/zomer met name van de terrassen.” “De openingstijden van terrassen worden in het conceptbeleid ten onrechte en onnodig beperkt.” “Sluitingstijd terras van zo-do om 22 uur is onacceptabel. Dat zou betekenen dat de keuken tot max 21 uur open kan zijn. Dat is echt een aanslag op onze bedrijfsvoering, het restaurant wordt daarmee veel minder rendabel. We missen dan een hele 2e shift en dat betekent veel minder omzet (..).

Op dit moment is het terras om 23 uur gesloten en leeg, daar zijn wij en de buurt ok mee. Er is bij ons geen overlast. Voorheen was de sluitingstijd 00:00 en daar is 10 jaar geleden ook al een uur vanaf gepakt. Nu niet nog een uur ervan. Wat een betutteling ook. Mensen wonen in de een stad en daar hoort bedrijvigheid bij.” “Het terras sluiten om 22.00 uur is geen probleem, alleen ons restaurant om 22.00 uur sluiten is funest.” “De impact van één uur minder lang ons terras open (lees van 23:00 naar 22:00 uur) betekent concreet dat wij slechts één in plaats van twee zittingen kunnen faciliteren. (..) Dit beleid zal ons meer dan 50% omzetderving opleveren, waardoor wij failliet zullen gaan. Dit is helaas de harde realiteit van een terras sluiten om 22:00 uur. Ik hoop dat u ook kunt bevestigen dat mocht deze maatregel doorgang vinden u ook deze omzetverlies zal compenseren. (..) Het risico is dat deze ondernemingen, door te tornen aan openingstijden, zullen verdwijnen. Ik snap het belang van een nieuw beleid. Ik hoop dat er rekening wordt gehouden met de gigantische impact die bovengenoemde maatregelen met zich mee brengen. Het zal niet alleen voor onder­nemers een doodslag zijn, maar ook voor buurtbewoners die genieten van gastvrijheid dicht bij huis. Gastvrijheid met vaak een babyfoon op tafel, op het terras omdat ze thuis geen buiten hebben.

Gastvrijheid die Amsterdam de stad maakt die het is, waar we juist niet alleen de massa horecapleinen in het centrum willen.” Antwoord In het concept beleidskader is een voorstel gedaan voor de sluitingstijden van terrassen gekoppeld aan gebiedstypologie én de zwaartecategorie van het horecabedrijf. Omdat we het werken met gebiedstypologieën waaraan bepaalde zwaartecategorieën zijn gekoppeld loslaten, betekent dit dat we ook een andere werkwijze gaan hanteren voor de sluitingstijden van terrassen. In het conceptbeleidskader wordt voor de openingstijden van de terrassen een vervroeging voor alle gebieden met 1 uur voorgesteld. Doel hiervan is eerder op de avond rust en stilte in de openbare ruimte te creëren. Uit de zienswijzen blijkt dat veel inwoners van woonwijken

gemeente Amsterdam

39

de huidige eindtijd van 23:00 uur een geschikte vinden. Tevens komt er uit de adviezen van stadsdelen naar voren dat een uiterlijke sluitingstijd van 02:00 uur in het weekend voor specifieke gebieden gewenst is. De maximale sluitingstijden van terrassen worden vastgelegd in Omgevingsplan. In de periode van 1 maart tot 1 november uiterlijk 01.00 uur door de week en in het weekend 02.00 uur (gelijk aan huidige regime). In de periode van 1 november tot 1 maart uiterlijk 24.00 uur (gelijk aan huidige regime). Op dit moment hebben verschillende stadsdelen per gebied nadere sluitingstijden voor terras­ sen vastgesteld. Dit blijft mogelijk in het uitvoeringsbeleid. Door een gebiedsindeling met ter­ rastijden in het uitvoeringsbeleid per stadsdeel te laten opstellen, wordt op het juiste schaal­ niveau, namelijk dat van het stadsdeel, het besluit hierover genomen. Stadsdelen kunnen de bestaande indeling evalueren en actualiseren waar nodig. Of als er nog geen gebiedsindeling is, nu wel een nadere indeling gaan maken. Aanpassing De koppeling tussen terrastijden, horeca zwaartecategorie en gebiedstypologie wordt los­ge­ laten. De uiterlijke sluitingstijd voor terrassen wordt aangepast naar 02.00 uur. Hiermee zijn er geen wijzigingen in de huidige eindtijden voor terrassen.

Ingediend door 0025, 0031, 0037, 0039, 0042, 0046, 0053, 0056, 0060, 0061, 0064 t/m 0067, 0069, 0070, 0072, 0073, 0074, 0076, 0077, 0079, 0014, 0116, 0122, 0125, 0129 t/m 0132, 0134, 0184, 0188, 0205, 0219, 0229, 0233, 0234, 0240, 0246, 0241,0258, 0262, 0264, 0268, 0275, 0278, 0279, 0293, 0311, 0342, 0345, 0351, 0353, 0360, 0366, 0370, 0372, 0373, 0375, 0379, 0382, 0389, 0397, 0400, 0404, 0407, 0408, 0411, 0421, 0431, 0436, 0438, 0442, 0449, 0451, 0456, 0458, 0470, 0471, 0473, 0475, 0479, 0481, 0487, 0491, 0493, 0496, 0498, 0501

7.5

Tropisch weerscenario

Ten aanzien van het voorstel om het zogenoemde tropisch weer scenario in heel de gemeente mogelijk te maken, vragen bewoners zich af hoe rekening wordt gehouden met het feit dat er in Nederland steeds vaker sprake is van warme en tropische dagen. Insprekers voorzien in dat geval meer, grotere terrassen en daarmee grotere kans op ervaren overlast en blootstelling aan lawaai. Er wordt door insprekers aangegeven dat uitbreiding van het tropisch weer scenario een goed idee is, zodat het overal in de stad geldt. Daarnaast zijn er ook zienswijzen waarin wordt aangegeven dat uitbreiding van het tropisch weer scenario een slecht idee is en is in z’n geheel moet worden afgeschaft. “Wij verzoeken u deze bepaling uit het beleidskader te schrappen. Het betekent dat alle zaken de tafels buiten mogen zetten als het warmer is dan 28 graden. Dit komt steeds vaker voor. Het effect is dat mensen die koelte in hun huis proberen te krijgen door in de avond en nacht de ramen op te zetten, worden blootgesteld aan het lawaai van terrassen. Dit is een onacceptabele aantasting van woon- en leefklimaat.” “Omdat er echt geen extra ruimte is: schaf het absurde tropenscenario af. Hooguit een minimale voorziening voor bedrijfjes zonder terras. Een of twee stoeltjes tegen de gevel.” “Horecabedrijven zijn vaak zodra het buiten warm weer is, binnen niet meer op een aangename temperatuur te krijgen.

Het is veel duurzamer om buiten wat meer ruimte te creëren. Bij warm weer

40

Nota van beantwoording

wat grotere terrassen, met personeel dat daarop toezicht houdt, zorgt er ook voor wat overige plekken, zoals parken, minder druk bezocht zijn en daarmee de orde beter te handhaven is”. “Tropische hitte is uitsluitend van toepassing indien er 30 graden of meer graden van toepassing is en niet 28 graden, want deze gelden niet als tropische hitte volgens de weer deskundigen en niet 28 graden maar 30 graden.” “De verplichting van de minimale loopruimte moet gehandhaafd blijven.” Antwoord Het tropisch weer scenario is in 1995 geïntroduceerd en momenteel alleen van kracht in stads­ deel Centrum. De gedachte achter het tropisch weer scenario is dat bij uitzonderlijke klimato­ logische omstandigheden terrassen mogen uitwaaieren en ook horecagelegenheden zonder terrasvergunning een klein terras mogen plaatsen, bijvoorbeeld één of twee tafeltjes aan de gevel. Dit om ruimte te bieden aan bewoners die veelal geen buitenruimte hebben. Zolang onder­nemers zich aan de voorwaarden houden, wordt tegen een groter terras op de dagen dat het Tropisch Weer Scenario geldt, niet opgetreden. Juist door de uitwaaiering van terrassen ook in andere stadsdelen toe te staan, werd verwacht dat de druk op de openbare ruime in stadsdeel centrum hierdoor mogelijk zou afnemen.

Naast de inspraakreacties van veel inwoners, is ook het advies van stadsdeel Centrum om het tropisch weer scenario af te schaffen, vanwege de onduidelijkheid van de regeling en de discussies die daarop volgen met exploitanten. Het college neemt dit advies ter harte en stelt voor het tropisch weer scenario af te schaffen. De stad is sinds 1995 zo veel drukker geworden, waardoor het laten uitwaaieren van een terrassen op zeer warme dagen niet samengaat met het intensieve gebruik van de openbare ruimte. Aanpassing Het Tropisch Weer Scenario wordt afgeschaft. Ingediend door 0001, 0002, 0042, 0044, 0052, 0056, 0060, 0061, 0064 t/m 0067, 0076, 0092, 0113, 0114, 0121, 0122, 0125, 0129, 0131, 0132, 0134, 0136, 0137, 0144, 0241, 0264, 0268, 0297, 0299, 0300, 0316, 0351, 0353, 0366, 0379, 0389, 0375, 0407, 0408, 0411, 0420, 0442, 0454, 0473, 0475, 0487, 0491, 0501

7.6

Winterrassen

Zienswijzen van zowel inwoners als ondernemers gaan in op de voorwaarden van een winter­ terras, waaronder de daar aan gekoppelde openingstijden. Ondernemers zien graag dat de openings­tijden van zomer- en winterterrassen gelijk worden getrokken, en dat in elk geval de regels omtrent winterterrassen overal gelijk worden. Bewoners geven daarentegen aan blij zijn met een rustigere periode en tegen verruiming van openingstijden in de winterperiode zijn. Sommigen zien winterterrassen liever helemaal verdwijnen. Zij vinden winterterrassen een onwen­selijke trend van deze tijd. Over de voorgestelde sluitingstijd van 22:00 uur voor een winter­ras verschillen insprekers van mening: dit wordt gezien als te ruim of juist te beperkend. “In deze bijlage worden de openingstijden in de winter ineens opgerekt van 20.00 naar 22.00 uur, zonder enige consultatie van de inwoners. Dit is onacceptabel. We verzoeken u om als sluitingstijd in de winter 20.00 uur aan te houden.”

gemeente Amsterdam

41

“Deze regelgeving sluit niet meer aan bij de huidige trends en ontwikkelingen. In de winter­ maanden wordt er veel minder overlast van terrassen ervaren. En de terrassen worden ook alleen gebruikt als de weersomstandigheden dat toelaten. Dat zorgt voor een geleidelijke belasting van de stoepen, meeverend met het weer, maar voorziet vooral ook in een breed gedragen behoefte van Amsterdammers, die uit hun bedompte woonkamer snakken naar sociale interactie op een terras in de winter zodra het weer dat toelaat.” “Voor omwonenden is het juist prettig om bij een dagje wat minder weer even geen omgevings­ lawaai van een terras in je buurt te hebben. Nu gaat dat bovendien ook de hele winter, en daar­ mee het hele jaar, door tot minstens 22:00. In woongebieden was dit in het winterseizoen tot 20:00. Voor omwonenden in kwetsbare woongebieden is dat geen goed nieuws.” “Ik vind het winterterras systeem tot 22.00 echt niet meer van deze tijd. Een grote internationale stad als Amsterdam moet dit soort betuttelende maatregelen niet willen voeren, dat is echt een afgang. Ik hoop dat er hier nog op licht op geschenen wordt en dat er een betere oplossing word bedacht dat de stad Amsterdam beter schikt. Daarnaast kan er ook maatwerk geleverd worden. Sommige terrassen kunnen makkelijk langer open zijn.” Antwoord Het college hecht waarde aan een winterperiode van relatieve rust in de stad.

Het regime waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de openingstijden voor zomer- en winterterrassen is hierbij passend en wil het college behouden. De maximale openingstijden voor terrassen in de winter is momenteel 24:00 uur. In het concept beleidskader werd voorgesteld dit terug te brengen naar maximaal 22:00 uur. In de praktijk verschilt het tijdstip waarop (winter)terrassen moeten sluiten tussen diverse gebieden, waarbij in veel stadsdelen een tijdstip van 20:00 uur of 22:00 uur wordt aangehouden. De stadsdelen blijven de mogelijkheid houden om, net als nu, per gebied andere uiterlijke tijden vast te stellen voor de winterterrassen. Deze afweging kan het beste lokaal gemaakt worden. Het college kiest er daarom nu niet voor om de sluitingstijd van het winterterras te maximeren op 22:00 uur. Het blijkt bij de huidige 24:00 uur. De gebiedsindeling met terrastijden is onderdeel van het uitvoeringsbeleid per stadsdeel. Daarmee wordt op het juiste schaalniveau, namelijk dat van het stadsdeel, het besluit hierover genomen. Dit bekent ook dat stadsdelen de bestaande indeling kunnen evalueren en actualiseren waar nodig. Daarnaast stond in het concept-beleid beschreven dat een winterterras in principe een klein terras aan de gevel is. In de praktijk is de omvang van de terrassen zoals toegestaan in de vergun­ningen echter in veel gevallen gelijk aan dat van de zomer.

Wel kunnen er andere voor­schriften gelden ten aanzien van toegestane attributen en het opruimen van het terras. Het college kiest er voor om de huidige praktijk in stand te laten waarbij het voornaamste onderscheid tussen een zomer en winterterras de uiterlijke sluitingstijden blijven. Aanpassing De eindtijd voor een winterterras blijft zoals nu, 24:00 uur. In het uitvoeringsbeleid van de stads­ delen en stadsgebied Weesp wordt op lokaal niveau vastgelegd welke eindtijden voor terrassen gelden in welke gebieden. Ingediend door 0029, 0030, 0031, 0035, 0040, 0042, 0056, 0057, 0060, 0061, 0064 t/m 0067, 0073, 0074, 0076, 0114, 0122, 0125, 0129, 0130, 0131, 0132, 0134, 0136, 0144, 0205, 0241, 0264, 0268, 0321, 0345, 0351, 0353, 0366, 0370, 0375, 0379, 0389, 0393, 0394, 0402, 0404, 0407, 0408, 0411 t/m 0415, 0417, 0418, 0425, 0426, 0433, 0435, 0442, 0445, 0464, 0473, 0475, 0487, 0498, 0501

42

Nota van beantwoording

7.7

Terrasverwarming

Op het onderwerp terrasverwarming zijn met name zienswijzen ontvangen waarin wordt aan­ gegeven dat terrasverwarming in z’n geheel afgeschaft mag of zelfs moet worden. Insprekers vragen zich af waarom de gemeente terrasverwarming nog toestaat, ze wensen hier uitleg over. Ze wensen een verbod vanwege milieuoverwegingen, gevel-verpaupering en ook vanwege geluidsoverlast en de impact daarvan op de leefbaarheid. Uit zienswijzen van ondernemers blijkt dat zij liever stimulerende maatregelen zien en behoud van de huidige mogelijkheden. “Over dit punt zijn wij gematigd positief. Wij pleiten ervoor om terrasverwarming sterk aan banden te leggen wegens de impact op het milieu en het effect op het woon- en leefklimaat.” “Waarom overigens terrasverwarming niet helemaal afschaffen? Het verwarmen van de buiten­ lucht is verspilling van energie en niet meer van deze tijd.” “Neem een voorbeeld aan Barcelona en Berlijn waar terrassen gesplitst en afgezet zijn met aan drie zijdes mooie plantenbakken en plantenhagen. Meer groen! En meer beschutting voor gasten, waardoor warmte beter blijft hangen en dus minder verwarming noodzakelijk is. Stop met de 1.50 hoogteregel en dat er alleen een haakse afscheiding mag staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15504607/1