CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1- Concrete uitwerking van de oplossingsrichtingen.pdf

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 532 inzake Kinderrechtentoets in de versterkte aanpak dakloosheid (VN2025-011845)1.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Concrete uitwerking van de oplossingsrichtingen uit het onderzoek Dakloze gezinnen

1 Beter inzicht in aantallen dakloze gezinnen: 

In april 2025 is een telling (ETHOS-light) gestart. De resultaten hiervan zullen in oktober 2025 bekend worden gemaakt. Op basis van telling elders in het land verwachten we 20% van alle getelde dak- en thuisloze mensen minderjarig is. We formuleren een aparte (integrale) opdracht om vanuit de verschillende betrokken partijen de komende jaren gestructureerd data te gaan verzamelen en er ook voor te zorgen dat deze bij kunnen dragen aan een gezamenlijk beeld over de omvang van het probleem. De Buurtteams zijn een belangrijke vindplaats voor data om ook preventief actie te kunnen gaan nemen.

2 Preventie en vroegsignalering: 

 

We werken een checklist uit om risicogezinnen vroegtijdig te signaleren, opdat deze meteen passende begeleiding kunnen krijgen. Deze checklist zal worden geïmplementeerd bij de loketten waar gezinnen zich vaak voor het eerst melden. We verkennen hoe (nog) meer in te zetten op realistische beeldvorming bij gezinnen over huisvestingsmogelijkheden. In Amsterdam én Nederland. We zoeken uit hoe het verspreiden van misinformatie actief aan te pakken.

3 Eén integrale ketenaanpak: 

We starten dit najaar een pilot om te onderzoeken wat het effect kan zijn van een integrale benadering in de fase voor (en ter voorkoming van) acute dakloosheid.

Ter toelichting: (Dreigend) dakloze mensen leggen een soortgelijke route af langs verschillende loketten. Maar het gevoel dat deze partijen samen een keten vormen, ontbreekt nog. De huidige opdracht aan afzonderlijke uitvoeringsonderdelen is nauw. Uitvraag wordt nu per voorziening gedaan. Dat maakt dat relevante informatie buiten beeld kan blijven en (voorliggende/alternatieve) oplossingen worden gemist. Bij escalatie van casuïstiek moet daarom soms terug worden gekomen op eerder genomen besluiten, omdat pas dan het volle verhaal boven tafel komt. Daarom starten we een pilot om te onderzoeken wat het effect kan zijn van integrale benadering in de fase voor (en ter voorkoming van) acute dakloosheid. Te denken valt aan het vormen we een outreachend expertteam, bestaande uit professionals van het Buurtteam, GGD, Veilig Thuis, OKT, Wonen, WPI en het Doorbraakteam. Dit team maakt dan samen met het gezin preventief (volgens de principes van de Amsterdamse Maatwerk Methode) een realistisch en duurzaam plan van aanpak, gericht op het voorkomen van acute dakloosheid. Nadere uitwerking van de pilot gebeurt in goed overleg met de samenwerkingspartners en zal zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande initiatieven zoals Daadkr8 en de WegWijsSalon Ru Paré van Buurtteam Nieuw West.

We stellen voor om de pilot na één jaar te evalueren en een advies uit te brengen over een mogelijke voortzetting en een uitbreiding over de rest van de stad.

4.A Tijdelijke woonoplossingen: inwoning 

We zetten in op het stimuleren van inwoning en hospitaverhuur door: o Vanuit de pilot hospitaverhuur met woningcorporaties in gesprek te gaan of en onder welke voorwaarden toestemming kan worden verleend aan inwonende gezinnen; o In gesprek te gaan met bemiddelings- en begeleidende partijen rondom inwoning en hospitaverhuur om gezamenlijk de mogelijkheden te verkennen om bestaande netwerken voor gezinnen in te zetten; o Inschrijving en/of briefadres mogelijk te maken op inwoonadres, zonder dat dit negatieve financiële consequenties heeft voor de hoofdbewoner. Het worden van toeslagpartners bij inwoning heeft bijvoorbeeld invloed op de hoogte van de huur- en zorgtoeslag. Een uitzondering hiervoor vragen is moeilijk. Bij hospitaverhuur is dit niet het geval omdat er sprake is van twee huishoudens die een commerciële relatie hebben. Een inwonend huishouden heeft dan geen effect op de hoogte van de huur- en zorgtoeslag, maar in de praktijk gaat het juist vooral vaak om informele verbanden zonder (in)huurcontract. Verwachting is dat lobby naar het Rijk nodig zal zijn voor landelijke facilitering daarvan; o Inwoning niet per definitie van invloed te laten zijn op de hoogte van de uitkering.

Door het principe van onweerlegbaar rechtsvermoeden, wordt bij inwoning nu automatisch een gezamenlijke huishouding verondersteld en wordt de hoogte van de uitkering hier direct, zonder checks, op aangepast. Ook hier biedt hospitaverhuur in theorie een uitweg. Wel heeft het inkomen uit verhuurinkomsten invloed op de hoogte van de bijstandsuitkering. Uitbreiding van de bestaande regelingen specifiek voor bijstandsgerechtigden wordt op dit moment voorbereid en naar verwachting is dit in Q3 gerealiseerd. Daarmee wordt het aantrekkelijker voor bijstandsgerechtigden om aan hospitaverhuur te doen; o Te investeren in het informeren van Amsterdammers en professionele netwerken over woningdelen, waaronder de bestaande regelingen van niet-toepassen van de kostendelersnorm bij vooropgezet tijdelijk verblijf en hospitaverhuur; o Te verkennen hoe de drukte door het laten inwonen van een gezin met kinderen, te verlichten, bijvoorbeeld door dagopvang te organiseren voor de inwonende gezinnen en/ of hanteerbaar te maken voor de host; o Te werken aan woonperspectief op langere termijn, zodat de hosts beter weten waar ze aan toe zijn. Net als bij inwonende alleenstaande mensen werkt het via de Onder de Pannen constructie goed dat er een heldere einddatum afgesproken is, zodat er gedurende het inwonen echt gewerkt wordt d.m.v.

een verhuisplan aan het vinden van bijvoorbeeld een lotingwoning buiten Amsterdam. We zetten in op preventie en voorlichting: wat betekent inwonen met een kind (op komst) voor de hoofdbewoner(s) en de inwoners? We willen dit nabij organiseren in gebieden waar inwonen veel voorkomt. We willen de mogelijkheden uitbreiden om mediation in te zetten wanneer de inwoonsituatie op spanning staat.

4B Tijdelijke woonoplossingen: uitbreiding van voorzieningen 

Corporaties en gemeente hebben tijdelijke woonvoorzieningen niet geschikt geacht voor gezinnen. Toch willen we samen met de corporaties verkennen wat ervoor nodig is en vervolgens of het wenselijk is om bestaande tijdelijke woonvoorzieningen (zoals Onder de Pannen, Tijdelijk onder dak, Anti-kraak en Jongerenwoningen) toegankelijk te maken voor

gezinnen. Nu werken regels, die gemaakt zijn om kinderen te beschermen, in het nadeel van kinderen en gezinnen die daardoor bankslapers worden of vastzitten in éénkamer-noodopvangplekken. Vanwege de tijdelijke aard zou bijvoorbeeld tijdens het verblijf al actief kunnen worden gewerkt aan duurzaam woonperspectief buiten Amsterdam.

5 Zorg en huisvesting loskoppelen 

We werken een plan uit om zorg en wonen radicaal uit elkaar te halen. Met noodopvang in de huidige vorm worden dakloze gezinnen altijd bediend vanuit een zorgaanbod. Dat geldt ook voor gezinnen die in principe zelfstandig kunnen wonen maar alleen de woning (nog) niet hebben. Zij verblijven in de noodopvang met onbedoeld een zorgstempel waardoor zij niet op hun zelfredzaamheid worden aangesproken. Door wonen en zorg te scheiden stellen we gezinnen veel meer in staat om te werken aan perspectief en verantwoordelijkheid om een veilig thuis voor hun gezin te zoeken. Voor de zomer van 2025 zullen gemeente (waaronder GGD) aanbieders van noodopvang en corporaties gezamenlijk een plan uitwerken om zorg en wonen radicaal uit elkaar te halen. Daaruit kan volgen dat de opdracht aan woonbegeleiding (voor niet Wmo) moet worden aangepast: steviger inzet op stabiliseren, aanleren van essentiële vaardigheden, woonzoekers toevoegen en aandacht voor versterking van de sociale basis.

6 Betere doorstroom uit de Noodopvang We treffen verschillende maatregelen om de doorstroom uit de noodopvang te bevorderen: 

We zetten in de noodopvang intensief in op ondersteuning bij het vinden van een woning, zowel binnen als buiten Amsterdam.

Ter toelichting: De noodopvang biedt tijdelijk onderdak aan (dreigend) dakloze gezinnen en beschikt over 210 plekken. In de afgelopen jaren is het aantal gezinnen dat langdurig verblijft in de opvang gestaag gestegen, waardoor de doorstroom stagneert. Er is behoefte aan vroegtijdige en intensieve begeleiding bij het vinden van een woning, zonder dat dit als zorg wordt ingericht. Daarom is de pilot 'Uitstroom langverblijvende gezinnen' gestart. Deze pilot richt zich op het extra ondersteunen van gezinnen bij hun overgang van de noodopvang naar zelfstandige huisvesting, zowel binnen als buiten Amsterdam. De gezinnen ontvangen intensieve begeleiding van een team van professionals en vrijwilligers dat zich inzet om samen met hen een woning te vinden. De pilot zal tussentijds worden geëvalueerd om een effectieve en werkbare methodiek te ontwikkelen, die uiteindelijk ingezet kan worden voor de reguliere begeleiding. 

Er komen vroegtijdiger casuïstiekbesprekingen tussen betrokken partijen.

Ter toelichting: Naast de intensivering van de zoektocht naar woningen, worden er periodieke casuïstiekbesprekingen georganiseerd met de Centrale toegang, zorgaanbieders en de jeugdpartners. Hoewel er al samenwerking is, gaat de focus nu liggen op een vroegtijdiger afstemming. Door eerder te overleggen, kunnen professionals kennis en ervaringen uitwisselen en gezamenlijk oplossingen vinden voor vastgelopen situaties. Het doel is om conflicterende belangen tussen professionals, gezinnen en andere betrokkenen te voorkomen en juridische stappen te vermijden. De casuïstiekbesprekingen zullen van start gaan na de zomer van 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981256/1