1.1 Bijlage - G4 brief armoede schulden 11 maart 2022.pdf
Tekst van het document
Aan: de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid Cc: de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen
Onderwerp: aan de slag met de aanpak van armoede en schulden Contact: linda.voortman@utrecht.nl
Utrecht, 10 maart 2022 Geachte leden van de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Op donderdag 17 maart voert u het debat over armoede en schuldenproblematiek. Wat u daar bespreekt is van groot belang voor inwoners van onze steden. Het coalitieakkoord en het aanstellen van een minister voor Armoedebeleid geven ons het vertrouwen dat we deze kabinetsperiode grote stappen kunnen zetten om armoede en schulden te bestrijden en te voorkomen. De minister liet al aan uw Kamer weten dat zij een ambitieuze planning heeft om de plannen om te zetten in concreet beleid. Het aanstaande commissiedebat is daarom een belangrijk moment om te bespreken wat er nodig is om armoede en schuldenproblematiek echt aan te pakken. Bestaanszekerheid onder druk, armoede in Nederland neemt toe Coalitieakkoord: [..] we nemen maatregelen om het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in vier jaar tijd te halveren en hanteren daarbij een eenduidige, realistische, relatieve definitie van armoede. We herijken elke vier jaar het sociaal minimum om vast te stellen of dit toereikend is om van te leven en mee te doen in de samenleving. [..] Bovenstaande passage is een mooi streven, waar we als grote steden graag bij helpen. De realiteit is helaas dat de armoede (dus ook kinderarmoede) eerder dreigt te verdubbelen, omdat steeds meer huishoudens niet meer rondkomen.
Bestaanszekerheid is anno 2022 voor steeds minder Nederlanders een gegeven. De afgelopen jaren nam de armoede gestaag af in omvang. Nibud-onderzoeken lieten zien dat steeds mensen in armoede in elk geval basale lasten konden betalen. Die trend is nu in een rap tempo omgekeerd. De enorme prijsstijging van energie en dagelijkse boodschappen brengen steeds meer mensen in de problemen. Armoede breidt zich hierdoor uit naar de grote groep werkenden met een modaal inkomen. Deze problemen kunnen niet wachten. We gaan hieronder nader in op kinderarmoede en energiearmoede. Kinderarmoede kun je niet los zien van het gezin Het is goed dat het Kabinet kinderarmoede wil bestrijden. Maar kinderen leven in armoede omdat hun ouders arm zijn. De ouders hebben simpelweg te weinig inkomsten en vermogen om de vaste lasten én de normale andere kosten van levensonderhoud te betalen. Veel gezinnen kunnen niet sparen voor het vervangen van een wasmachine of fiets of een uitje met de kinderen. Als we het probleem van de te lage inkomens niet aan pakken, blijft lokale armoedebestrijding een druppel op een gloeiende plaat. Als een gezin niet genoeg geld heeft om genoeg eten te kopen, heeft het weinig zin om de kinderen gratis sportlessen aan te bieden.
1
De geplande stijgingen van het minimumloon en de bijstandsnorm zijn veel lager dan de stijging van de kosten van levensonderhoud. Wij roepen uw Kamer op om nu echt werk te maken van een inhaalslag voor de laagste inkomens. Niet een stijging van een paar procent, maar haast maken met de aangekondigde herijking van het sociaal minimum. Daarbij moet het uitgangspunt zijn dat iedereen in Nederland kan rondkomen én meedoen, zonder zich in de schulden te steken. Energiearmoede De gemiddelde stijging van de energierekening bedraagt dit jaar 86%. Helaas zijn het de inwoners van onze steden met de laagste inkomens die het hardst worden geraakt door de stijgende energieprijzen. Zij hebben veel vaker een flexibel energietarief, wonen vaker in slecht geïsoleerde huizen en besteedden al een veel groter deel van hun inkomen aan energie, voordat de prijzen explodeerden. We zien in onze steden mensen in de bijstand (€ 1.000 per maand) die eerst € 150 en nu € 450 per maand moeten betalen voor gas en elektriciteit, terwijl het verbruik gelijk is gebleven. Er ontstaan dan ook steeds meer betalingsachterstanden en lopende schuldhulpverleningstrajecten dreigen te mislukken omdat de huishoudbegroting niet meer rond te krijgen is. Als er niets gebeurt zullen straks heel veel huishoudens worden afgesloten van gas en elektra.
De generieke verlaging van de belastingen van € 400 per jaar en de € 200 – regeling lossen de betalingsproblemen voor deze inwoners niet op. Dit probleem komt elke maand terug. Natuurlijk moeten we met zijn allen minder (fossiele) energie gaan verbruiken, zowel rijk als arm. Maar de mogelijkheden voor verduurzaming liggen voor deze kwetsbare groep niet voor het oprapen en zijn niet snel gerealiseerd. Daarom moet de reeds aangekondigde energieregeling voor minima fors worden verhoogd met zo’n € 1.000 per huishouden en zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Intussen zou het goed zijn als de minister van Klimaat met energiebedrijven afspreekt dat huishoudens dit jaar niet worden afgesloten vanwege betalingsachterstanden. Daarnaast is het van belang om te werken aan een meer structurele oplossing voor te dure energie voor huishoudens. De brede schuldenaanpak Meer dan 600.000 Nederlandse huishoudens hebben problematische schulden1. Dat wil zeggen dat zij hun schulden zelf niet meer kunnen oplossen. Daarvan komen er jaarlijks ongeveer 20.000 in een schuldregeling2, waardoor de schulden worden opgelost. De rest zit er dus in ‘vast’. Zij leven in voortdurende stress over deurwaarders die beslag komen leggen, of je nog wel kan pinnen in de supermarkt, etc. En schuldeisers zien op hun beurt maar weinig tot niets terug van de betaling waar zij recht op hebben.
Een situatie die enkel verliezers kent. Het vorige kabinet heeft met de Brede Schuldenaanpak de eerste stappen gezet om schuldenproblematiek sneller op te sporen en op een meer uniforme wijze op te lossen. Er zijn stappen in de goede richting gezet, maar we zijn er nog lang niet.
Tijdens de vorige economische crisis bleek dat mensen met problematische schulden gemiddeld pas na 5 jaar hulp vragen. Al die tijd leven zij door beslagleggingen voortdurend in extreme armoede en stress. Tegen de tijd dat mensen uiteindelijk hulp vragen is de schuld door allerlei verhogingen opgelopen tot een veelvoud van het oorspronkelijk niet betaalde bedrag. De maatschappelijke schade bedraagt gemiddeld € 100.000 per gezin. Echt verschil in het leven van onze inwoners maken we als we ervoor zorgen dat zij zich sneller melden voor hulp. Om dat te kunnen doen moeten we schuldenproblematiek niet alleen sneller opsporen, maar ook een fatsoenlijk perspectief bieden. Iedere andere oplossing lijkt aantrekkelijker dan een schuldhulpverleningstraject. Daarom vragen mensen vaak pas hulp als het echt niet meer 1 CBS Schuldenproblematiek in beeld (cbs.nl) 2 NVVK Toelichting Cijfers - Jaarverslag 2020 (nvvk.nl)
2
anders kan. Dat kunnen we veranderen, door concrete invulling te geven aan de maatregelen die in het coalitieakkoord worden genoemd. En direct rust te bieden van schuldeisers zodra iemand zich meldt voor hulp. Als grote steden helpen we graag mee om een succes te maken van de brede schuldenaanpak. Wat ons betreft beginnen we daar morgen mee. Geldproblemen voorkomen en sneller opsporen Coalitieakkoord: [..] We zetten in op financiële educatie, preventie en vroegsignalering, zodat we schulden kunnen voorkomen of vroegtijdig kunnen verhelpen [..] Voorkomen is beter dan genezen. Een gedegen preventieve aanpak kan geldproblemen voorkomen. Maar alleen onderwijs is niet genoeg. Naast een toereikend inkomensbeleid is het belangrijk dat mensen in staat worden gesteld om een buffer aan te leggen. Een relatief simpele manier om dat te stimuleren is het harmoniseren van de vermogensnorm voor kwijtschelding van gemeentebelastingen met die van de Participatiewet. De Kamer heeft hier vorig jaar om gevraagd (motie Bruins)3 maar deze is tot op heden niet uitgevoerd.
En vroegsignalering kan zeer zinvol zijn om schuldenproblematiek vroegtijdig op te sporen. Een jaar na de invoering van de wettelijk verplichte vroegsignalering constateren we dat een hulpaanbod vooral zin heeft als het persoonlijk wordt gedaan, aan de telefoon of aan de deur. Dat vraagt veel personele inzet van gemeenten. En het levert vooralsnog geen besparingen op bij de schuldhulpverlening. Om deze wettelijke taak op een zinvolle manier uit te kunnen voeren is een structurele investering van het rijk nodig. Daarnaast is het waardevol om te zorgen voor rust en stabiliteit als een oplossing voor geldproblemen wordt gezocht. Dit is onderdeel van een sociaal incassobeleid waarin de menselijke maat centraal staat. In Amsterdam en Den Haag is in samenwerking met de NVVK al succesvol geëxperimenteerd met pauzeknop-instrumenten, waarmee de opstapeling van schulden een halt werd toegeroepen. Inwoners geven aan dat een schuldenpauze ze helpt om de stress snel te verminderen en aan de slag te gaan met hun toekomstperspectief. In beide gemeenten blijkt dat een bredere coalitie nodig is om van een pauzeknop een structureel succes te maken. In Rotterdam is ervaring opgedaan met het ontwikkelen van sociaal incassobeleid samen met ervaringsdeskundigen.
Met landelijke regie en aansluiting vanuit het rijk kan op basis van de inzichten van deze initiatieven een waardevolle vervolgstap worden gezet. Schulden sneller aanpakken Coalitieakkoord: [..] We lossen probleemschulden sneller op onder meer door meer mogelijkheden te bieden om tot een schuldregeling te komen. [..] Met de wijzigingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is vorig jaar al een mooie stap gezet om schulden sneller aan te kunnen pakken en worden schuldenaren ontzorgd. Een belangrijke vervolgstap is dat de benodigde informatie gebundeld beschikbaar wordt gemaakt in 1 systeem. Nu wordt nog een te groot deel met de post opgevraagd en beantwoord. Dat duurt lang, is arbeidsintensief en niet duurzaam. Een schuldhulpverleningstraject wordt daarnaast nog te vaak vertraagd door schuldeisers. Met de grotere schuldeisers heeft de NVVK goede afspraken gemaakt over snel reageren en (standaard) meewerken aan regelingen. Maar niet met alle schuldeisers zijn er afspraken. Daardoor kan 1 schuldeiser er nog altijd voor zorgen dat de hele schuldregeling wordt vertraagd en zelfs pas na tussenkomst van de rechter kan starten. Het is niet mogelijk om met álle schuldeisers iets af te spreken, omdat iedere (rechts)persoon in potentie schuldeiser kan zijn.
Daarom is wetgeving nodig waarin wordt vastgelegd dat schuldeisers tijdig, bij voorkeur binnen 2 weken, moeten reageren op een voorstel tot schuldregeling. Hierbij moeten we uitgaan van het principe ‘wie zwijgt stemt toe’, dus niet (tijdig) reageren wordt opgevat als een akkoordverklaring. 3 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2021Z03779&did=2021D08271
3
We zijn blij met de verruiming van de mogelijkheden om als overheid zelf mee te kunnen werken aan een schuldregelingsvoorstel bij uitkeringsvorderingen4. Dat maakt grotendeels een einde aan de situatie dat de ene gemeentelijke afdeling een rechter moest vragen om de andere afdeling te dwingen tot een schuldregeling. Toch blijven er ook na deze wijziging situaties bestaan waarin de gemeente als enige schuldeiser niet mee mag werken met een regeling. We zouden in die gevallen graag de bevoegdheid willen om maatwerk te bieden en zo nodig alsnog medewerking te verlenen aan een schuldregeling. Kortere en duidelijkere schuldregelingen Coalitieakkoord: [..] We verkorten de duur van schuldhulptrajecten[..] In september 2020 besloot uw Kamer al unaniem om de duur van schuldsaneringen te verkorten5. Het toenmalige kabinet voerde de motie echter niet uit. Een schuldsanering, minnelijk of wettelijk duurt formeel dus nog altijd 3 jaar. Die termijn is bedacht in de jaren ’70 als maximale aflosduur van leenbijstand en dus arbitrair en verouderd. Voor de start van de schuldsanering lossen schuldenaren meestal al jaren (via beslaglegging of betalingsregelingen) af aan hun schulden. Vaak zelfs meer dan ze oorspronkelijk onbetaald hebben gelaten.
Ook is nu veel meer bekend over de stress en bijkomende maatschappelijke problemen op verschillende leefgebieden die het leven met schulden met zich meebrengt. In het belang van schuldenaren en de samenleving als geheel moeten we toewerken naar een systeem waarbij we deze gevolgschade veel meer beperken. Net als de minister vinden wij dat de schuldregeling serieus korter moet, naar 1,5 of 2 jaar. Dat kan worden bereikt door een wijziging van artikel 349a, lid 1 van de Faillissementswet. Als de wettelijke schuldsanering wordt verkort, volgt het minnelijk traject vanzelf. Tijdens die kortere schuldsanering helpen we de inwoner om duurzaam schuldenvrij te blijven. Daar staan we als gemeenten voor aan de lat. Utrecht doet sinds vorig jaar al ervaring op met kortere saneringen6. Het recht van schuldeisers op betaling van hun geleverde producten en diensten is evident. Bij een systeem met kortere en duidelijkere schuldregelingen treden we niet in dit recht. Want door schuldenaren een duidelijk en snel perspectief te geven, zorgen we dat meer inwoners zich sneller bij de hulpverlening melden. Dan kan de schuld veel vaker in een beginstadium worden afgelost. Dit levert per saldo ook voor schuldeisers meer op. Tot slot Het coalitieakkoord slaat de juiste toon aan als het gaat om armoedebestrijding en het voorkomen en aanpakken van schulden.
Het is zaak dat we nu meters gaan maken in de uitvoering. Als grote gemeenten dragen we daar graag aan bij, met raad en daad. Hoogachtend,
Wethouder Marjolein Moorman, gemeente Amsterdam Wethouder Michiel Grauss, gemeente Rotterdam Wethouder Arjen Kapteijns, gemeente Den Haag Wethouder Linda Voortman, gemeente Utrecht
4 Amendement 35 374 - Kamerstuk 35374, nr. 11 | Overheid.nl 5 Motie Jetten, 17 september 2020. Detail 2020D35903 | Tweede Kamer der Staten-Generaal 6 Utrecht verkort schuldsanering | NOS
4