0A. Gemeenteraad Voordracht_7 juni 2023
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van 7 juni 2023
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
Grond en Ontwikkeling < automatisch > College van B en W 11 april 2023 Onderwerp
Vaststellen van de actuele saldi van actieve grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas en kennisnemen van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) Vereveningsfonds en Zuidas 2023 en de afdoening van motie 372.22. De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. Kennis te nemen van bijlage 1a en 1b ‘Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2023’ (MPG). 2. Kennis te nemen van bijlage 9 ‘Werkend aan een complete stad; gebiedsontwikkeling in Amsterdam’, waarin wordt geschetst hoe veelomvattend en veelzijdig de opgave in de stad is en wat de highlights van 2022 zijn. 3. Kennis te nemen van het per 31 december 2022 afsluiten van 15 plannen vallend onder het regime van het Vereveningsfonds en reserve Zuidas zoals opgenomen in bijlage 2 ‘Overzicht planafsluitingen per 31 december 2022’. 4. Vast te stellen de actuele saldi van de in bijlage 3 ‘Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds en Zuidas’ van deze raadsvoordracht opgenomen actieve grondexploitaties onder het regime van het Vereveningsfonds en de Zuidas en de aanmerkelijke afwijkingen zoals opgenomen in bijlage 4 ‘Aanmerkelijke afwijkingen’. 5. Kennis te nemen van de tussentijdse winstneming 2022 van € 65,5 miljoen. 6. Vast te stellen de geactualiseerde kredieten van de actieve grondexploitaties, waarvan ook de actuele saldi worden vastgesteld onder beslispunt 4, op basis van de resterende uitgaven per 1 januari 2023. 7. Het beschikbaar stellen van een budget van € 19,95 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds voor de voorbereidingskosten in 2023 met betrekking tot de projecten in de fasen 2 en 3 van het Plaberum (nog geen vastgestelde grondexploitatie). 8.
Het beschikbaar stellen van een budget van € 1,5 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds, voor het inzetten als bijdrage voor proceskosten voor het op gang brengen van kleine plannen en transformaties in de stadsdelen. 9. Kennis te nemen van de actuele stand van zaken inzake de Vennootschapsbelasting (VPB)-plicht van het gemeentelijk grondbedrijf vanaf boekjaar 2019, met als conclusie dat er op basis van de openingsbalans momenteel van uit wordt gegaan dat er tot en met 2022 geen sprake zal zijn van substantiële af te dragen bedragen aan Vennootschapsbelasting.
10. In te stemmen met de overheveling van de vereveningsruimte reserve Zuidas naar de reserve Vereveningsfonds. 11. In te stemmen met de wijziging van de berekende meerwaarde die bij een transformatie van een erfpachtrecht aan de grondexploitatie wordt toegerekend, die inhoudt dat er sprake is van een uniforme toerekening van de meerwaarde erfpacht aan de grondexploitatie, onafhankelijk van de keuze van de erfpachter voor een herziening bij transformatie of een bestemmings-/bebouwingswijziging. 12. In te stemmen met het samenvoegen van een zestal reserveringen voor risico’s in specifieke plannen om deze in algemene zin in te kunnen zetten voor verwachte planverslechteringen van verlieslatende plannen. 13. In te stemmen met financieel-administratieve aanpassingen in de plannen NDSM werf fase 1 en 2 West (534.08 en 534.12), IJburg fase 1 (260.31), Amstelstation (223.04) en Buiksloterham (526.70) 14. Het vaststellen van de grondexploitaties voor de pandtransformaties van Solar (positief saldo € 2,6 miljoen) en Parnassusweg 101 Vitrum (positief saldo € 38,4 miljoen). 15. Kennis te nemen van Bijlage II van BIJLAGE 1b ‘Toelichting bij het MPG 2023’, waarmee de toezeggingen aan de raadscommissies RO d.d. 7 december 2022 om inzicht te geven in de bandbreedtes van de grondprijzen en de gebieden met de hoogste grondprijzen en WV d.d.
22 maart 2023 om een rekenvoorbeeld op te nemen met de omzetting van middeldure huurwoningen met een uitpondtermijn van 25 jaar naar eeuwigdurend is afgedaan. 16. Kennis te nemen van het afdoen van motie 372.22 van het lid Khan d.d. 10 november 2022 inzake Begroting 2023 met betrekking tot de Financiële effecten van keuzes bij investeringsbesluit met een negatief saldo duidelijk maken indien afgeweken wordt van 40-40-20. Wettelijke grondslag
Artikel 189, eerste lid jo artikel 212, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 5, eerste tot en met derde lid van de Financiële verordening Amsterdam 2023. Voor alle taken en activiteiten brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting of een begrotingswijziging.
Artikel 169 Gemeentewet en artikel 80 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam Op grond van artikel 169 Gemeentewet wordt de raad geïnformeerd over de wijze waarop de motie is afgedaan.
Bestuurlijke achtergrond
Grondexploitaties zijn de meerjarenbegrotingen van de ruimtelijke projecten, waarin de kosten van het verwerven, sloopwerken, bouw- en woonrijp maken van de grond zijn opgenomen evenals de inkomsten uit de erfpachtuitgifte van de grond. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas (MPG) 2023 wordt gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties in 2022 en er wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Het Besluit Begroting en Verantwoording Grondexploitaties (BBV) verplicht gemeenten om jaarlijks de saldi van de grondexploitaties vast te stellen. Dit gebeurt jaarlijks op basis van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties waarin zowel de grondexploitaties van het Vereveningsfonds als de Zuidas zijn opgenomen. Voor grondexploitaties met een tekort moet voor het tekort direct een voorziening worden getroffen. Bij grondexploitaties met een positief saldo wordt de winst genomen wanneer deze is gerealiseerd. Het MPG 2023 dient daarom ook als onderbouwing van de voorzieningen en winstnemingen in de jaarrekening. Het MPG 2023 betreft de stand van zaken van het Vereveningsfonds op 1 januari 2023. Besluiten behorende bij de Voorjaarsnota zullen worden verwerkt in het MPG 2024. Onderbouwing besluit
Amsterdam staat voor de uitdaging om de woningvoorraad flink uit te breiden met alle bijbehorende ambities zoals betaalbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid en inclusiviteit. Nieuwe plannen blijven nodig om de planvoorraad aan te vullen en de gewenste woningbouwproductie op peil te houden. Ingrepen in de ontwikkelbuurten en transformatieprojecten kennen vaak een tekort op de grondexploitatie. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en Reserve Zuidas 2023 (MPG 2023) wordt gerapporteerd over de realisatie van de grondexploitaties in 2022 en een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Ad 1: Kennisnemen van bijlagen 1a en 1b ‘Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2023’ (MPG). Het MPG 2023 is de optelsom en analyse van de grondexploitaties in Amsterdam. Een grondexploitatie is de financiële vertaling van een ruimtelijk plan. Eind 2022 waren er 154 actieve grondexploitatieplannen. Binnen de grondexploitaties wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een duurzame, leefbare en ongedeelde stad met voldoende ruimte om te wonen, werken en recreëren. Het MPG 2023 bevat zowel een verantwoording over de realisatie in 2022, als een vooruitblik naar de toekomst van de ontwikkelingen in de portefeuille en de afzonderlijke grondexploitaties.
Daarmee wordt in het MPG 2023, op basis van de geactualiseerde grondexploitaties een geactualiseerde prognose gegeven van de ontwikkeling van de totale portefeuille. Het gaat over het Vereveningsfonds en de reserve Zuidas (hierna te noemen Vereveningsfonds). De belangrijkste onderwerpen van het MPG 2023 zijn:
a) De extreme prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in de Oekraïne, de schaarste aan materialen, diensten en toevoer, de stijging van de energieprijzen en het grote risico op een daling van de grondprijzen zijn terug te zien in een lagere waarde van de portefeuille, negatieve kasstromen van de grondexploitaties en een verslechterde gerealiseerde en prognose van de vereveningsruimte. b) De totale gerealiseerde kasstroom in 2022 binnen het regime van het Vereveningsfonds bedraagt € 473 miljoen aan inkomsten en € 480 miljoen aan uitgaven. Dit betekent dat er sprake is van een negatieve kasstroom van € 7 miljoen. De kasstroom van de grondexploitaties was negatief (-/-€ 38 miljoen). De kasstroom van de reserve was positief (+ € 31 miljoen), een verbetering ten opzichte van de prognose bij het MPG 2022, hoofdzakelijk door de overheveling van bodemsaneringsgelden (€ 72,6 miljoen) uit de reserve Stedelijke bodemsanering en Nazorg naar het Vereveningsfonds. c) Er zijn in 2022 14 nieuwe investeringsbesluiten genomen en de investeringsbesluiten van Arenapoort West en Oost zijn aangepast middels een herzien investeringsbesluit. De totale planvoorraad van de actieve plannen komt hiermee begin 2023 op circa 63.000 woningen, welke nodig is voor de woningbouwopgave. d) De totale reservepositie is toegenomen met € 28 miljoen van € 883 miljoen naar € 911 miljoen.
De reserve is hoger uitgekomen dan werd verwacht bij het MPG 2022. Deze stijging komt met name door een overheveling van € 72,6 miljoen vanuit de reserve Bodemsanering en Nazorg naar twee reserveringen binnen het Vereveningsfonds, zoals bij de najaarsnota 2022 is besloten. Ten behoeve van het Buiteneiland is er een gronddepot voor de komende 10 tot 15 jaar waarin gemeentelijke grond uit andere grondexploitaties wordt gestort (conditionering fase) waarvoor een reservering binnen het Vereveningsfonds is gevormd. En er is een reservering van bodemgelden binnen het Vereveningsfonds die wordt ingezet voor (toekomstige) saneringen binnen lopende en toekomstige grondexploitaties. De voorziening plantekorten is toegenomen met € 16 miljoen door een verslechtering van verlieslatende plannen door de hoge inflatie in 2022. e) Het totale plansaldo over de gehele looptijd van alle actieve grondexploitaties is gedaald met afgerond € 237 miljoen en bedraagt nu afgerond € 926 miljoen, netto contante waarde (dat is de waarde waarbij rekening is gehouden met toekomstige prijs- en loonstijgingen vanaf 1-1-2022). De daling wordt vooral veroorzaakt door de extreme prijsstijgingen en de tussentijdse winstnemingen, verrekeningen in 2022 en doordat verschillende bijdragen van de subsidie Woningbouwimpuls niet meer in de plannen zijn verwerkt maar zijn opgenomen in een afzonderlijke voorziening.
f) De actualisatie van de grondexploitaties vond plaats in het derde kwartaal van 2022. Van het derde kwartaal 2021 t/m het derde kwartaal 2022 was een stijging te zien van de grondprijzen waardoor verschillende grondexploitaties nog zijn verbeterd. Echter, in het vierde kwartaal was een lichte daling van de grondprijzen zichtbaar en een verdere daling wordt verwacht in 2023. Daarom is in het weerstandsvermogen rekening gehouden met een verslechtering van de plannen met een tekort door lagere grondprijzen, en positieve plannen die kunnen omslaan naar een negatief plan. De verhoging (€ 75 miljoen) van het weerstandsvermogen heeft een negatief effect op de vereveningsruimte. g) Zowel de gerealiseerde vereveningsruimte (€ 38 miljoen) als de prognose laat
zien dat de vereveningsruimte flink verslechtert ten opzichte van het MPG 2022. Dit wordt met name veroorzaakt door de extreme prijsstijgingen waardoor plannen zijn verslechterd, een hoger weerstandsvermogen als gevolg van verwachte grondprijsdalingen (zie punt h) en lager geprognosticeerde winstnemingen als gevolg van vertragingen in de planuitvoering. In de berekening van de vereveningsruimte is rekening gehouden met het jaarlijks reserveren van € 25 miljoen voor bovenplanse investeringen die toerekenbaar zijn aan de grondexploitaties, zoals is besloten bij het MPG 2022. h) Bij de Actualisatie van het MPG (AMPG) 20221 werd de verslechtering van de vereveningsruimte zichtbaar en werd aangekondigd dat er gezocht moet worden naar financiële verbeteringen. Bij dit MPG worden een aantal van de geïnventariseerde financiële verbeteringen voorgesteld met het voorleggen van de beslispunten 11, 12 en 13. De financiële effecten zijn in de berekeningen van de prognoses verwerkt. De vereveningruimte verbetert hiermee naar verwachting dusdanig dat het op dit moment verantwoord lijkt om de in 2022 gerealiseerde vereveningsruimte van € 38 miljoen in te zetten voor het vaststellen van nieuwe plannen met een financieel tekort.
i) Om ook na 2023 voldoende ruimte te houden voor investeringen in gelijke kansen (ontwikkelbuurten) en om bij te dragen aan een inclusieve, bereikbare en duurzame stad zullen nieuwe plannen financieel worden geoptimaliseerd en zullen bij investeringsbesluiten keuzes scherp worden voorgelegd (beslispunt 16). Er zal sterk worden gestuurd op de uitvoeringskosten in lopende plannen en de portefeuille zal structureel moeten worden aangevuld met positieve plannen. j) Het bouwen van woningen en commercieel vastgoed binnen een complete stad vereist ook investeringen in bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen buiten het plangebied van de grondexploitaties. k) De toekomstige vereveningsruimte moet nog worden verdiend en is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Prijsstijgingen van de uitvoeringskosten, grondprijsdalingen, vertragingen en de ontwikkelingen van de woon- en kantorenmarkt vormen een risico voor de toename van de vereveningsruimte. l) De waarde van de projectenportefeuille is afgenomen van afgerond € 860 miljoen naar € 520 miljoen. Deze daling van € 340 miljoen wordt onder andere veroorzaakt door: o -/- Een verslechtering van de bruto saldi van de grondexploitaties met afgerond € 240 miljoen, met name door de prijsstijgingen in 2022. o -/- Een toename van de risico’s van € 450 miljoen. o + Een toename van reserveringen en voorzieningen van € 350 miljoen.
In de waardebepaling van de portefeuille is rekening gehouden met reeds getroffen reserveringen en voorzieningen voor de huidige tekorten en risico’s van in totaal € 965 miljoen. De waarde van de portefeuille moet nog wel verdiend worden en is afhankelijk van economische ontwikkelingen en bestuurlijke ambities.
Samengevat laat het MPG 2023 zien dat de vereveningsruimte voor gebiedsontwikkelingsplannen met een tekort fors lager is dan werd verwacht bij het MPG 2022 en dat de waarde van de portefeuille flink is verslechterd. Dit komt door de extreem hoge prijsstijgingen van het afgelopen jaar en het grote risico op een 1 Vastgesteld door het college op 27 september 2022 en voor kennisgeving aangenomen in de commissie RO van 7
december 2022.
grondprijsdaling. Met het besluit ten aanzien van een aantal voorgestelde financiële verbeteringen verbetert de vereveningsruimte iets ten opzichte van de prognose in de Actualisatie MPG 2022 en lijkt het verantwoord om de in 2022 gerealiseerde vereveningsruimte van € 38 miljoen in te zetten voor het vaststellen van nieuwe plannen met een financieel tekort. Om ook na 2023 voldoende ruimte te houden voor investeringen in gelijke kansen (ontwikkelbuurten) en om bij te dragen aan een inclusieve, bereikbare en duurzame stad zullen bij het nemen van investeringsbesluiten keuzes scherp worden voorgelegd, zal sterk worden gestuurd op de uitvoeringskosten in lopende plannen en zal de portefeuille structureel moeten worden aangevuld met positieve plannen. Ad 2. Kennis te nemen van bijlage 9 ‘Werkend aan een complete stad; gebiedsontwikkeling in Amsterdam’, waarin wordt geschetst hoe veelomvattend en veelzijdig de opgave in de stad is en wat de highlights van 2022 zijn. Het MPG 2023 geeft inzicht in de financiële en programmatische stand van zaken van het Vereveningsfonds. Het Vereveningsfonds is belangrijk, maar geen doel op zich. Het gaat uiteindelijk om het maken van een menselijke metropool. In “Werkend aan een complete stad; gebiedsontwikkeling in Amsterdam” wordt geschetst hoe veelomvattend en veelzijdig de opgave in de stad is en wat de highlights van 2022 zijn. Zie bijlage 9.
Ad 3: Kennis te nemen van het afsluiten van 15 plannen per 31 december 2022 vallend onder het regime van het Vereveningsfonds en reserve Zuidas zoals opgenomen in bijlage 2 ‘Overzicht planafsluitingen per 31 december 2022’. Grondslag voor het afsluiten van plannen is het feit dat de betreffende plannen technisch en financieel zijn afgerond en dat de resterende saldi zijn afgewikkeld tussen de grondexploitaties enerzijds en het Vereveningsfonds anderzijds. De saldi (boekwaarden) van deze plannen zijn per 31 december 2022 verrekend met het Vereveningsfonds. Voor deze plannen zijn er geen risico’s meer. Wel wordt voor enkele afgesloten plannen nog rekening gehouden met nakomende kosten. In alle gevallen zullen deze kosten rechtstreeks verrekend worden met het Vereveningsfonds. Het overzicht van de 15 afgesloten plannen is in te zien in bijlage 2 ‘Overzicht planafsluitingen per 31 december 2022’. Ad 4: Vast te stellen de actuele saldi van de in bijlage 3 ‘Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds en Zuidas’ bij deze raadsvoordracht opgenomen actieve grondexploitaties onder het regime van het Vereveningsfonds en de Zuidas en de aanmerkelijke afwijkingen zoals opgenomen in bijlage 4 ‘Aanmerkelijke afwijkingen’.
Algemene toelichting Als een ruimtelijk plan wordt vastgesteld door de gemeenteraad (Investeringsbesluit) wordt ook de bijbehorende grondexploitatie vastgesteld. Gedurende de looptijd van het plan ondergaat de grondexploitatie diverse wijzigingen door allerlei factoren, zoals het stijgen of dalen van de prijzen of een aanpassing in het programma. De grondexploitatie wordt daarom regelmatig geactualiseerd. Dat leidt tot veranderde saldi van de plannen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de verwachte saldi van de grondexploitaties jaarlijks door de gemeenteraad worden vastgesteld. Dat gebeurt op basis van het MPG. In het MPG wordt verantwoording afgelegd over wijzigingen in de
plannen en de financiële gevolgen daarvan. Daarbij worden de actuele saldi vergeleken met de laatst bestuurlijk vastgestelde saldi, de referentiesaldi (MPG 2022) of indien van toepassing het vastgestelde saldo van een (herzien) investeringsbesluit na het MPG 2022. Categorieën plannen Het vaststellen van de actuele saldi gebeurt met inachtneming van de door de gemeenteraad vastgestelde “Regeling aanmerkelijke financiële afwijkingen” (vastgesteld in de Raadsvergadering van 10 mei 2017, bij het onderwerp Eindejaarsrapportage Fondsen 2016 (afd. 1/nr. 317). Van een aanmerkelijke afwijking is sprake als het totaal aan investeringen en/of het totaal aan opbrengsten met 10% of meer is toe – of afgenomen. Daarbij wordt een ondergrens gehanteerd van € 500.000. Als sprake is van een aanmerkelijke afwijking dan vereist de regeling dat die afwijking nader wordt toegelicht en dat daarover afzonderlijke besluitvorming plaatsvindt. Uitzondering hierop vormen afwijkingen die het gevolg zijn van niet beïnvloedbare factoren, nieuw bestuurlijk vastgesteld beleid of eerdere specifieke besluitvorming ten aanzien van een grondexploitatie. Voor deze autonome ontwikkelingen hoeft geen afzonderlijke besluitvorming plaats te vinden.
In bijlage 3 “Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds en Zuidas” van de Raadsvoordracht zijn alle plannen opgenomen, waarbij naast de financiële cijfers ook de categorie voor vaststelling van het actuele saldo is aangeduid in de kolom “Categorie”. De saldi die in bijlage 3 zijn opgenomen onder de kolom “MPG 2023 p.p. 01-01-2022” zijn gebaseerd op netto contant gemaakte bedragen naar prijspeildatum 1 januari 2022. Toepassing van de regeling aanmerkelijke financiële afwijkingen leidt tot drie categorieën plannen, opgenomen in categorieën a, b en c in dit beslispunt. a. Er is geen sprake van een aanmerkelijke afwijking. b. Er is sprake van een aanmerkelijke afwijking die het gevolg is van niet beïnvloedbare factoren, nieuw bestuurlijk vastgesteld beleid of specifieke besluitvorming ten aanzien van een grondexploitatie, onder verwijzing naar bijlage 4 "Aanmerkelijke afwijkingen". Het kan hier om grote bedragen gaan. De grondexploitaties van Strandeiland 1e fase, Sloterdijk 1 Zuid en Hamerkwartier zijn bijvoorbeeld rond de € 30 miljoen positiever geworden als gevolg van een stijging van de grondprijzen tot het derde kwartaal van 2022. De Voorbereidingsgrondexploitatie Schinkelkwartier is bijna € 40 miljoen positiever geworden door het toevoegen van transformaties waar eerder nog geen rekening mee werd gehouden.
De grondexploitaties van het Ringparkgebouw en Bedrijvenstrook Amstel II zijn rond de € 20 miljoen negatiever geworden als gevolg van de keuze van de erfpachter voor een bestemmings/bebouwingswijziging in plaats van een herziening. Deze onvoorspelbaarheid van de grondopbrengsten bij transformatie wordt in de toekomst voorkomen met het vaststellen van beslispunt 11 (In te stemmen met de wijziging van de berekende meerwaarde die bij een transformatie van een erfpachtrecht aan de grondexploitatie wordt toegerekend). c. Er is sprake van een aanmerkelijke afwijking waarbij op basis van (enkele) specifieke elementen een expliciet besluit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad onder verwijzing naar bijlage 4 "Aanmerkelijke afwijkingen". Alle categorieën zijn opgenomen in bijlage 3 ‘Plansaldi en resterende uitgaven'. De
expliciete besluiten over plannen en toelichtingen hierop zijn opgenomen in bijlage 4 "Aanmerkelijke afwijkingen". Voor de volgende plannen moet de gemeenteraad een expliciet besluit nemen met een financieel gevolg: AANMERKELIJKE AFWIJKINGEN : CATEGORIE C : Specifiek besluit in verband met niet-autonome wijziging plannr
naam
217.32 Voorbereidingsgrondexploitatie Schinkelkwartier 526.70 Buiksloterham 503.87 Amstel III Paasheuvelweggebied 578.07 Amsterdam Sciencepark Oost 230.22 Herontwikkeling Ringdijk 44 759.31 Fokkemast-Parlevinker Rotonde IJdoornlaan 258.01 De Bongerd 222.01 Centrum Nieuw West SuHa fase 1 Buiksloterham/Strandeiland corporatiesubsidie 503.07 Arenapoort West 503.89 Amstel III Bullewijk 579.35 Kauwgomballenkwartier 534.08 NDSM-Werf West fase 1 260.34 Centrumeiland 453.40 Winkelcentrum Vernieuwing Boven het Y fase 2 534.12 NDSM-Werf West fase 2 285.10 Overige kosten Zeeburgereiland 285.08 Sluisbuurt TOTAAL
beslissing en effect (x € 1 miljoen) 38,0 26,7 6,0 3,7 0,7 -0,7 -0,8 -1,7 -2,5 -2,6 -3,2 -4,1 -4,3 -4,4 -6,0 -7,6 -18,5 -31,2 -12,5
Ad 5. Kennis te nemen van de tussentijdse winstneming 2022 van € 65,5 miljoen. In overeenstemming met het BBV voor grondexploitaties en de nota Financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgiften2 wordt tussentijds winst genomen. Dit is de winst die vanuit de grondexploitaties wordt toegevoegd aan de reserve. De reserve, en daarmee de vereveningsruimte, nemen hierdoor toe. Dit is dus iets anders dan de afdrachten die worden gedaan aan de Algemene Middelen die ten koste gaan van de vereveningsruimte. De methodiek voor de winstnemingen die verplicht is voorgeschreven door de commissie BBV wordt aangeduid als de Percentage of Completion (POC) en is gebaseerd op het realisatiebeginsel en het voorzichtigheidsbeginsel. In bijlage 1b met de toelichting bij het MPG 2023 wordt het systeem verder beschreven. In totaliteit is het plansaldo door tussentijdse winstneming in 2022 met € 65,5 miljoen verlaagd. Ad 6. Vast te stellen de kredieten van de actieve grondexploitaties, waarvan ook de actuele saldi worden vastgesteld onder beslispunt 4, op basis van de resterende uitgaven per 1 januari 2023. In beslispunt 4 is de vaststelling van de actuele saldi van de actieve grondexploitaties onder het regime van het Vereveningsfonds opgenomen. Niet alleen de plansaldi worden 2 Vastgesteld in de raadsvergadering van 19/20 mei 2020
jaarlijks vastgesteld, ook de kredieten worden jaarlijks vastgesteld in een collectief besluit in dit MPG. Dit is conform de regeling Financiële sturing gebiedsontwikkeling zoals door de raad vastgesteld op 23 juni 2016. De kredietbehoefte van de individuele plannen is opgenomen in bijlage 3 ‘Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds en Zuidas’. Hierbij wordt uitgegaan van de resterende uitgaven vanaf 1-1-2023 volgens de planning in de grondexploitatie waarvoor het actuele saldo ter vaststelling wordt voorgelegd. Ad 7. Het beschikbaar stellen van een budget van € 19,95 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds voor de voorbereidingskosten in 2023 met betrekking tot de projecten in de fasen 2 en 3 van het Plaberum (nog geen vastgestelde grondexploitatie). Het gaat hier om de voorbereidingskosten van planvorming en planinitiatieven gericht op het vaststellen van toekomstige grondexploitaties. De planvorming en planinitiatieven zijn noodzakelijk om de grondproductie ten behoeve van woningbouw over enkele jaren op peil te houden. In Plaberum-termen zijn dit alle activiteiten van het Principebesluit tot het Investeringsbesluit. Jaarlijks worden de hiermee gepaard gaande kosten via het MPG beschikbaar gesteld. In 2023 wordt voorgesteld om € 19,95 miljoen beschikbaar te stellen aan voorbereidingskosten.
Dit is ongeveer gelijk aan de aanvraag van de voorbereidingskosten in 2022 (€ 20,2 miljoen). Dit bedrag is bestemd voor voorbereidingskosten voor projecten waarvoor eerder principe- of projectbesluiten genomen zijn. De kosten worden geactiveerd naar de balans onder Immateriële Vaste Activa. Zodra voor een plan een Investeringsbesluit wordt genomen (inclusief grondexploitatie), worden deze voorbereidingskosten ‘overgeheveld’ naar de grondexploitatie. Daarmee worden deze kosten gedekt binnen het Vereveningsfonds. In de begroting zijn deze kosten reeds onderdeel van de lasten in programmaonderdeel 10.1 Grond. De projecten waarvoor het bedrag van € 19,95 miljoen voor voorbereidingskosten beschikbaar wordt gesteld zijn opgenomen in bijlage 5 ‘Voorbereidingskosten fase 2 en 3. Ad 8. Het beschikbaar stellen van een budget van € 1,5 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds, voor het inzetten als bijdrage voor proceskosten voor het op gang brengen van kleine plannen en transformaties in de stadsdelen. De afgelopen jaren werd een afzonderlijk bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor activiteiten door stadsdelen in de eerste fase van het Plaberum. Daarnaast werd een afzonderlijk bedrag beschikbaar gesteld voor de proceskosten van transformatieinitiatieven in stadsdelen.
Dit betrof een Stimuleringsbudget, onderdeel van het transformatiebudget in de algemene middelen (gevoed via een uitname in het Vereveningsfonds). Beide onderdelen worden samengevoegd, waarbij wordt voorgesteld hiervoor een budget van € 1,5 miljoen ter beschikking te stellen ten laste van het Vereveningsfonds. Voor wat betreft de transformatie-initiatieven sluit de dekking van de proceskosten uit het Vereveningsfonds aan bij het raadsbesluit bij het MPG 2022 tot het openen van de verzamel-exploitatie ‘tijdelijke exploitatie individuele transformaties erfpachtrechten”. Kenmerk van de verzamelexploitatie is dat het geheel van solitaire transformaties minimaal budgettair neutraal is voor het Vereveningsfonds. Toelating van de initiatieven tot de verzamelexploitatie is gemandateerd aan de directeur Grond en Ontwikkeling. Bij het MPG wordt achteraf verantwoording afgelegd.
Op basis van de inventarisatie bij de stadsdelen waaraan in 2023 gewerkt wordt in de verkenningsfase van het Plaberum (gebiedsontwikkeling) en de begeleiding van solitaire transformatie-initiatieven (buiten de gebiedsontwikkeling) is een groot aantal van 30 initiatieven opgehaald. Dit kan daarmee in belangrijke mate bijdragen aan de realisatie van meer (betaalbare) woningen. Het bedrag van € 1,5 miljoen is nodig om de initiatieven verder te brengen. De dekking vanuit het Vereveningsfonds geldt als aanvulling op budget dat hiervoor bij het stadsdeel reeds beschikbaar is (met name opdrachtgeversbudget). Aandachtspunt is dat uit deze initiatieven ook grotere transformaties en plannen kunnen voortkomen waarvoor een afzonderlijke grondexploitatie moet worden vastgesteld zoals nu bij Solar en Parnassusweg 101 het geval is. In overleg met de stadsdelen vraagt dit om tijdige signalering. Ad 9. Kennis te nemen van de actuele stand van zaken inzake de Vennootschapsbelasting (VPB)-plicht van het gemeentelijk grondbedrijf vanaf boekjaar 2019, met als conclusie dat er op basis van de openingsbalans momenteel van uit wordt gegaan dat er tot en met 2022 geen sprake zal zijn van substantiële af te dragen bedragen aan Vennootschapsbelasting. In 2016 is de Vennootschapsbelasting (VPB) voor overheidsondernemingen ingevoerd.
Ook het gemeentelijke Grondbedrijf (G&O en Zuidas waarbinnen alle grondexploitaties worden uitgevoerd) heeft te maken met deze wetgeving. Middels de fiscale winsttoets kan worden vastgesteld of en wanneer het Grondbedrijf belastingplichtig is voor de VPB. Deze winsttoets moet elk jaar worden herhaald, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van de uitkomsten van de geactualiseerde plansaldi van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties. Als deze toets meerdere jaren financieel positief is, dan is sprake van VPB-plicht. In 2020 is geconstateerd dat het Grondbedrijf (alle grondexploitaties) per 2019 VPBplichtig is geworden. Op basis van dit feit is een traject doorlopen waarbij voorbereidingen zijn getroffen om te voldoen aan de eisen bij de overgang naar VPBplicht per 2019. Hierbij heeft Grond & Ontwikkeling voor het Grondbedrijf gebruik gemaakt van een fiscaal door de Rijksbelastingdienst aanvaard model om tot een fiscale openingsbalans te komen. Begin 2021 heeft de gemeente aan de Rijksbelastingdienst formeel een verzoek gedaan om tot een vaststellingsovereenkomst te komen waarbij de door de gemeente aangeleverde fiscale openingsbalans centraal staat. Deze openingsbalans staat centraal omdat het meerdere boven de waarde van de openingsbalans dat (mogelijk) zal worden verdiend zal worden belast met 25 % VPB.
Inmiddels heeft hierover in 2022 nadere afstemming met de Rijksbelastingdienst plaatsgevonden. Verwacht wordt dat in de loop van 2023 overeenstemming kan worden bereikt. Pas als hierover overeenstemming is kan de fiscale openingsbalans en het fiscale resultaat over 2019-2022 definitief worden vastgesteld. In 2019-2021 is gemeentelijk aangifte gedaan van alle overheidsactiviteiten die onder de VPB vallen waaronder ook het grondbedrijf. Hierbij is opgemerkt dat deze voor het grondbedrijf pas definitief wordt bepaald na overeenstemming. Door de werking van de openingsbalans wordt er momenteel van uitgegaan dat er tot en met 2022 geen sprake zal zijn van substantiële bedragen aan af te dragen Vennootschapsbelasting.
Ad 10. In te stemmen met de overheveling van de vereveningsruimte reserve Zuidas naar reserve Vereveningsfonds. Sinds 2019 wordt er in het MPG gezamenlijk gerapporteerd over de grondexploitaties en de reserves van het Vereveningsfonds en de Zuidas. Voor de beheersbaarheid en de inzichtelijkheid verdient het de voorkeur de vereveningsruimte op één plek (i.c. de reserve Vereveningsfonds) te concentreren. De stad heeft hierbij dus één Vereveningsfonds ten behoeve van de gebiedsontwikkeling voor de gehele stad. De hoogte van de reserve Zuidas wordt jaarlijks afgestemd op de resterende bijdrage aan het Zuidasdok, conform de bestuurlijk gemaakte afspraken. Het resterende deel wordt toegevoegd aan de reserve Verveningsfonds. Ad 11. In te stemmen met de wijziging van de berekende meerwaarde die bij een transformatie van een erfpachtrecht aan de grondexploitatie wordt toegerekend, die inhoudt dat er sprake is van een uniforme toerekening van de meerwaarde erfpacht aan de grondexploitatie, onafhankelijk van de keuze van de erfpachter voor een herziening bij transformatie of een bestemmings-/bebouwingswijziging. Binnen de grondexploitaties bevinden zich vaak transformatiekavels. Hierbij is geen sprake van een nieuwe gronduitgifte, maar heeft de erfpachter het recht om de kavel te transformeren conform de nieuwe bestemming.
Vanuit de grondexploitaties worden kosten gemaakt om de nieuwe bestemming mogelijk te maken. De meerwaarde die de erfpachter betaalt komt als opbrengst terecht in de grondexploitatie. Bij deze transformatie heeft de erfpachter de keuze tussen een bestemmings- en bebouwingswijziging van het bestaande erfpachtrecht of een herziening bij transformatie van het erfpachtrecht, indien het beleid dit toelaat. In het eerste geval loopt het huidige erfpachtrecht door, aangepast voor resterende looptijd. Na afloop van het tijdvak vindt vervolgens een canonherziening plaats voor het nieuwe tijdvak. In het tweede geval ontstaat direct een nieuw erfpachtrecht voor een nieuw tijdvak. Hoewel de fysieke ontwikkeling in beide gevallen dezelfde is en daarmee ook de waardeontwikkeling, is de wijze van toerekening van de meerwaarde aan de grondexploitatie verschillend. Dit verschil in verwerking volgt uit de Nota Financiële Verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgiften en leidt tot verschillen in de grondexploitaties die niet of moeilijk te beheersen zijn. Wanneer de erfpachter kiest voor een herziening dan komt de meerwaarde behorende bij het gehele nieuwe tijdvak van 50 jaar in de grondexploitatie.
Als wordt gekozen voor een bestemmingswijziging, dan komt alleen de meerwaarde behorende bij de resterende looptijd in de grondexploitatie, bijvoorbeeld de waarde voor maar 10 jaar, terwijl de grondkosten die worden gemaakt wel horen bij een nieuwe bestemming voor 50 jaar/eeuwigdurend. Op grond van de feitelijke waardeontwikkeling vallen de verschillen in toerekening daarom niet goed te verantwoorden omdat de waarde niet meer aansluit bij het uitgangspunt van het residueel functionele grondbeleid. In overleg met de ACAM is daarom gezocht naar een aangepaste, uniforme toerekening van de meerwaarde die is gebaseerd op het verschil tussen de grondwaarde van de oude en de nieuwe bestemming. Deze gelijkwaardige grondslag zorgt ervoor dat de grondexploitaties beter te beheersen zijn. De nieuwe toerekening betekent dat er, in het geval van een toekomstige herziening bij transformatie, minder opbrengsten naar de grondexploitatie gaan en meer naar erfpacht en uitgifte dan met de huidige berekening. In het geval van een toekomstige bestemmings-/bebouwingswijziging gaat er meer naar de grondexploitatie en minder naar de toekomstige inkomsten bij erfpacht en uitgifte. Op dit moment wordt er bij erfpacht en uitgifte nog geen rekening gehouden met toekomstige extra inkomsten uit transformaties.
De technische toelichting hierop is in bijlage 6 opgenomen. De aanpassing impliceert ook een aanpassing van de Nota Financiële Verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte op dit punt. De aangepaste Nota zal te zijner tijd separaat aan de raad worden voorgelegd. Ad 12. In te stemmen met het samenvoegen van een zestal reserveringen voor risico’s in specifieke plannen om deze in algemene zin in te kunnen zetten voor verwachte planverslechteringen van verlieslatende plannen. In de afgelopen jaren zijn bij het Investeringsbesluit van onderstaande plannen uit prudentie reserveringen gevormd. Deze reserveringen worden ingezet bij het optreden van risico’s of bij toekomstige hoge voorinvesteringen die specifiek betrekking hebben op deze plannen. Voor andere, eveneens risicovolle plannen zijn bij het investeringsbesluit geen specifieke reserveringen gevormd. In het MPG 2023 is aangegeven dat als gevolg van de hoger dan geraamde inflatie en de verwachte grondprijsdaling die sinds de laatste maanden 2022 is opgetreden de resultaten van de lopende plannen naar verwachting zullen verslechteren. Hierdoor zullen negatieve plannen negatiever worden en plannen met een laag positief saldo omslaan naar een negatief saldo. Deze ontwikkeling betekent dat naar verwachting meer beslag op de reserve Vereveningsfonds zal worden gelegd.
Door de te vormen reserveringen te bundelen kan deze reservering breder worden ingezet voor verslechteringen en niet alleen worden aangewend voor de specifieke plannen waarvoor reserveringen zijn gevormd. Het gaat alleen om reserveringen die zijn gevormd ten behoeve van het risico op verslechtering van het plansaldo. Het betreft dus geen reserveringen voor specifieke toekomstige investeringen (zoals Zuidasdok, bodem of bovenplanse investeringen). Stand reserveringen eind 2022 in miljoenen euro's Reservering Sloterdijk Zuid/bovenwijks -55 Reservering Weespertrekvaart Oost -12 -18 Reservering Arenapoort -10 Reservering Reigersbos -20 Reservering Hamerkwartier -4 Reservering H-buurt Midden Totaal -119
De resterende reserveringen blijven gehandhaafd. De bestemde delen zijn hiermee als volgt: Opbouw bestemde delen Weerstandvermogen Reservering Zuidasdok Reservering Bovenwijkse mobiliteitsmaatr. Zeeburgereiland en IJburg Reservering plannen met een tekort Reservering Gaasperdammerweg Reservering Haarlemmerweg Reservering Marineterrein Reservering Contactweg Reservering spooronderdoorgang Mac Gillavry – Kruislaan Reservering Buiteneiland Reservering Spieringhorn Kavel X (Westerpark) Brug Oostenburgervaart
2022 237 256 104 119 27 1 3 1 0,4 42 2 1 1
Banne Noord Groene Hoven Reservering IJburg Corporatiewoningen Reservering Weespersluis Reservering Blomwijckerbuurt Bodemgelden Bovenwijks Bestemde delen
3 6 8 1 36 25 873
Deze bundeling biedt in beheersmatig opzicht meer flexibiliteit, ook omdat sommige van de plannen waarvoor specifieke reserveringen zijn getroffen inmiddels een positief saldo hebben waardoor binnen de grondexploitatie ook al dekking voor het risico aanwezig is. Ad 13. In te stemmen met financieel-administratieve aanpassingen in de plannen NDSM werf fase 1 en 2 West (534.08 en 534.12), IJburg fase 1 (260.31), Amstelstation (223.04) en Buiksloterham (526.70) Door financieel-technische aanpassingen in een specifiek aantal actieve plannen is het mogelijk op een verantwoorde manier extra vereveningsruimte te creëren. De methodiek van winstneming in specifieke plannen is in het BBV strak voorgeschreven. Door onder andere het samenvoegen van plannen, het vormen van restplannen en het gedeeltelijk afsluiten van plannen kan –gegeven de voorgeschreven methodiek van winstnemingeneen groter deel van het gunstige onderhanden werk worden toegevoegd aan de reserve. Uitgangspunt hierbij is vanzelfsprekend dat de risico’s in de resterende plannen voldoende beheerst blijven. Deze aanpassingen vereisen de instemming van de raad en zijn opgenomen in bijlage 7. Ad 14. Het vaststellen van de grondexploitaties voor de pandtransformaties van Solar (positief saldo € 2,6 miljoen) en Parnassusweg 101 Vitrum (positief saldo € 38,4 miljoen).
Zowel Solar als Parnassusweg 101 Vitrum zijn al voor 2022 gestart als solitaire transformatie initiatieven van erfpachters met als doel deze toe te laten tot de zogenaamde verzamel-exploitatie, waartoe bij het MPG 2022 is besloten. De verzamelexploitatie is bedoeld voor het toelaten van kleine exploitatie projecten met beperkte kosten, waarvoor geen afzonderlijk investeringsbesluit en grondexploitatie benodigd is. De pandexploitaties van Solar en Vitrum zijn echter niet klein en horen daarmee geen onderdeel te zijn van de verzamelexploitatie maar hebben het karakter van een grondexploitatie. De formele vaststelling van een grondexploitatie vereist een raadsbesluit. Het onderscheid tussen grondexploitaties in het grondbedrijf en erfpachtbeheer is belangrijk voor de juiste toepassing van de VPB-plicht voor het grondbedrijf en voor erfpachtbeheer die in de zin van de VPB-wet geen onderneming is. Deze pandtransformaties vallen onder het grondbedrijf en zijn VPB plichtig. In bijlage 8 is een nadere specificatie opgenomen van de kosten en opbrengsten van beide grondexploitaties. In de toekomst zal voortijdig worden gesignaleerd wanneer er sprake is van een grondexploitatie in plaats van een pandtransformatie en die via het gebruikelijke Plaberum proces te laten lopen. Ad 15.
Kennis te nemen van Bijlage II van BIJLAGE 1b ‘Toelichting bij het MPG 2023’, waarmee de toezeggingen aan de raadscommissies RO d.d. 7 december 2022 om inzicht te geven in de bandbreedtes van de grondprijzen en de gebieden met de hoogste grondprijzen en WV d.d. 22 maart 2023 om een rekenvoorbeeld op te nemen
met de omzetting van middeldure huurwoningen met een uitpondtermijn van 25 jaar naar eeuwigdurend is afgedaan. Bij het de besluitvorming over het AMPG 2022 heeft wethouder Van Dantzig op verzoek van het lid Boomsma (CDA) toegezegd om de raadsleden een overzicht te geven van de projecten met de hoogste grondprijzen. Toegezegd is dat bij het eerstvolgende Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (2e kwartaal 2023) inzicht zal worden gegeven in de bandbreedtes van de grondprijzen en de gebieden met de hoogste grondprijzen. In bijlage II van bijlage 1b ’Toelichting bij het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2023’ zijn deze bandbreedtes en gebieden met de hoogste grondprijzen opgenomen. Hiermee is de toezegging afgedaan. Bij de bespreking van het Woningbouwplan 2022-2028 heeft wethouder Van Dantzig toegezegd met behulp van een rekenvoorbeeld aan te geven wat het financiële effect is van het omzetten van middeldure huurwoningen met een uitmondtermijn van 25 jaar naar eeuwigdurende middeldure huurwoningen. In bijlage II van bijlage 1b ‘Toelichting bij het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2023’ is aangegeven wat het verschil in grondprijs is per woning. De grondprijs verschilt per kavel, want dit is sterk afhankelijk van de locatie maar ook van woninggrootte en de bouwtypologie. In de duurste gebieden (bijv.
Amsterdam Zuid) is het verschil het grootst en in de goedkopere gebieden is het verschil kleiner, omdat de marktpotentie daar ook kleiner is. De indicatieve grondwaarde voor eeuwigdurende middeldure huurwoning – uitgaande van meergezinswoningen bedraagt, afhankelijk van de specifieke kavel en casus, circa € 15.000 tot circa € 50.000 voor een eeuwigdurende middeldure huurwoning en circa € 40.000 tot circa € 130.000 voor een middeldure huurwoning met een minimale instandhoudingstermijn van 25 jaar. Bij 50 woningen loopt het indicatieve verschil in grondopbrengst derhalve op van circa € 1 tot € 3 miljoen. Ad 16. Kennis te nemen van het afdoen van motie 372.22 van het lid Khan d.d. 10 november 2022 inzake Begroting 2023 met betrekking tot de Financiële effecten van keuzes bij investeringsbesluit met een negatief saldo duidelijk maken indien afgeweken wordt van 40-40-20. Bij de begroting 2023 is motie 372 aangenomen waarin is gevraagd om bij het bestuurlijk voorleggen van investeringsbesluiten met een negatief saldo duidelijk te maken wat de financiële effecten zijn van keuzes indien afgeweken wordt van het coalitieakkoord inzake het bouwen van 40% sociale huur, 40% middensegment en 20% dure woningen.
In het MPG 2023 is aangegeven dat om ook na 2023 voldoende ruimte te houden voor investeringen in gelijke kansen (ontwikkelbuurten) en om bij te dragen aan een inclusieve, bereikbare en duurzame stad, bij het nemen van nieuwe investeringsbesluiten met een tekort keuzes scherp worden voorgelegd en dat de portefeuille daarbij ook structureel moet worden aangevuld met positieve plannen. Indien de keus wordt voorgelegd om af te wijken van 40-40-20, zal het financiële effect inzichtelijk worden gemaakt. Met deze toezegging in het MPG kan de motie worden afgedaan.
Financiële onderbouwing
Financiële onderbouwing: Ja Consequenties gedekt? Overige toelichting:
Ja
Voor de belangrijkste realisatiecijfers over boekjaar 2022 (zoals kasstromen grondexploitaties, ontwikkeling reserve) en de meerjarenprognoses (zoals kasstromen grondexploitaties en vereveningsruimte) wordt verwezen naar de toelichting op beslispunt 4. Verder worden beslispunten voorgelegd met betrekking tot het vaststellen van actuele saldi van grondexploitaties en kredieten (resterende uitgaven), administratief beheer van projecten, financieel-administratieve zaken ten aanzien van de fondsen en de proceskosten in de voorbereidende fasen van grondexploitaties. In onderstaande opsomming worden voor een aantal grootheden de bedragen op totaalniveau weergegeven voor de plannen onder het regime van het Vereveningsfonds en de Zuidas.
€ 11,6 miljoen Planafsluitingen positief saldo per 31-12-2022 - -/- € 9,2 miljoen Planafsluitingen negatief saldo per 31-12-2022 € 916miljoen Plansaldi actieve grondexploitaties op netto contante waarde op prijspeildatum 1-1-2022 na winstneming en boekwaarde verrekening € 65,5 miljoen Tussentijdse winstnemingen 2022 € 4.372 miljoen Resterende uitgaven actieve grondexploitaties per 1-1-2023 € 19,95 miljoen Planvormingskosten fase 2 en 3 Plaberum € 1,5 miljoen Proceskosten stadsdeelplannen initiatieffase 2023 Conclusie: De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam Bijlage 1a: Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2023 Bijlage 1b: Toelichting bij het MPG 2023 Bijlage 2: Overzicht planafsluitingen per 31 december 2022 Bijlage 3: Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds en Zuidas Bijlage 4: Aanmerkelijke afwijkingen Bijlage 5: Voorbereidingskosten fase 2 en 3 Bijlage 6: Beslispunt wijziging toerekening van de berekende meerwaarde aan de grondexploitatie Bijlage 7: Beslispunt financieel-administratieve aanpassingen in plannen Bijlage 8: Beslispunt vaststellen grondexploitaties Solar en Parnassusweg Bijlage 9a: Samenvatting ‘Werkend aan een complete stad; gebiedsontwikkeling in Amsterdam”
Bijlage 9b: ‘Werkend aan een complete stad; gebiedsontwikkeling in Amsterdam” Bijlage 10: motie 372.22.
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Grond en Ontwikkeling, P. Elhorst, p.elhorst@amsterdam.nl, 06 3056 2087 Grond en Ontwikkeling, M. Munnik, m.munnik@amsterdam.nl, 06 2293 3248 Zuidas, S. Jellema, s.jellema@amsterdam.nl, 06 39279364