CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

08. Evaluatie stadsdeelpanels

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 1 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening tot wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (VN2025-013031)18.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Evaluatie Pilot Stadsdeelpanels

Gertjan de Groot, Rosa Koetsenruijter, Bob Knoester en Eelco van Wijk Hogeschool van Amsterdam / Lectoraat Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken Christine Bleijenberg, Bernell Herder, Denise Jonker De Haagse Hogeschool / Lectoraat Public Governance

1

Inhoudsopgave Aanleiding en doel van het onderzoek ................................................................................... 3 Leeswijzer.......................................................................................................................... 4 Onderzoeksmethoden ........................................................................................................ 5 Hoofdstuk 1: Onderzoek naar de ervaringen van organiserende stadsdeelcommissieleden, ambtenaren en stadsdeelbestuurders .................................................................................. 5 Hoofstuk 2: Onderzoek naar ervaringen van deelnemers ..................................................... 7 Hoofdstuk 1 Perspectief van de organiserende stadsdeelcommissieleden, ambtenaren en stadsdeelbestuurders ......................................................................................................... 9 1.1 Het ontstaan van het instrument ‘stadsdeelpanel’ ........................................................ 9 1.2 Ontwerpen van een Stadsdeelpanel .......................................................................... 14 1.3 De Stadsdeelpaneldagen ......................................................................................... 23 1.4 De opvolging van de adviezen....................................................................................

29 1.5 Conclusies.............................................................................................................. 35 1.6 Aanbevelingen ......................................................................................................... 38 Hoofdstuk 2 Perspectief van deelnemers ............................................................................ 40 2.1 Theoretisch perspectief ............................................................................................ 40 2.2 Resultaten .............................................................................................................. 42 2.4 Wat kunnen we leren van drie stadsdeelpanels? ......................................................... 58 Hoofdstuk 3 Conclusies en reflectie ................................................................................... 61 Bronnen .......................................................................................................................... 64 Bijlagen ........................................................................................................................... 66 Bijlage 1 Lijst geïnterviewden.......................................................................................... 66 Bijlage 2 Focusgroepen en aanwezigen............................................................................ 67

2

Aanleiding en doel van het onderzoek In 2023 heeft de gemeente Amsterdam het stadsdeelpanel geïntroduceerd als participatievorm. Staddeelpanels beogen bij te dragen aan betere oplossingen voor vraagstukken op het niveau van stadsdelen door bewoners adviezen te laten formuleren om deze vraagstukken aan te pakken. De stadsdeelpanels adviseren stadsdeelcommissies. Op die manier beogen stadsdeelpanels ook bij te dragen aan het vergroten van de betrokkenheid en vertrouwen van bewoners in het bestuur van de betreffende stadsdelen. Door het stedelijk team participatie is een handboek en leidraad voor het opzetten en uitvoeren van een stadsdeelpanel opgesteld. In de periode september 2024 – april 2025 hebben de eerste stadsdeelpanels plaatsgevonden. De drie staddelen (West, Oost en Noord) hebben, binnen de stedelijk opgestelde kaders, stadsdeelpanels georganiseerd met elk hun eigen aanpak en accenten in de voorbereiding en uitvoering. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de eerste ervaringen met de aanpak en uitvoering van staddeelpanels om hiervan te kunnen leren en (eventuele) verbeteringen door te voeren. Het onderzoek richt zich op de doorwerking van de stadsdeelpanels bij a) deelnemers aan het stadsdeelpanel en b) in de ontwikkeling en uitvoering van beleid.

Om te kunnen leren van de eerste ervaringen met de stadsdeelpanels levert dit onderzoek een bijdrage aan de beantwoording van de volgende deelvragen: 1. Wat is de doorwerking van deelname aan het stadsdeelpanel bij bewoners? 2. Wat is de doorwerking van deelname aan het stadsdeelpanel op stadsdeelcommissie (de primaire ontvangers van de adviezen), het stadsbestuur en de rest van de gemeentelijke organisatie? Op basis van de beantwoording deze twee deelvragen trekken we voorlopige conclusies over de huidige opzet en verbeterpunten.

3

Leeswijzer In dit rapport leest u de bevindingen van het evaluatieve onderzoek naar de eerste drie uitgevoerde stadsdeelpanels in Amsterdam; in West, Oost en Noord. Dit rapport is opgedeeld in drie hoofdstukken: hoofdstuk 1 waarin onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam rapporteren over hun deelonderzoek naar de ervaringen van organiserende stadsdeelcommissieleden, ambtenaren en stadsdeelbestuurders, hoofdstuk 2 waarin onderzoekers van de Haagse Hogeschool rapporteren over het deelonderzoek naar de ervaring van deelnemers aan de stadsdeelpanels en hoofdstuk 3 waarin de belangrijkste bevindingen uit beide deelonderzoeken worden samengevoegd en waarin we reflecteren op de uitvoeringen van de eerste drie stadsdeelpanels.

4

Onderzoeksmethoden In dit evaluatieve onderzoek is gekeken naar stadsdeelpanels vanuit het perspectief van zowel de stadsdeelcommissieleden als van de deelnemers. Hierbij stond de vraag centraal in hoeverre het instrument de beoogde doelstellingen realiseert; zowel die van de centrale stad, als die van de afzonderlijke stadsdelen.

Hoofdstuk 1: Onderzoek naar de ervaringen van organiserende stadsdeelcommissieleden, ambtenaren en stadsdeelbestuurders In dit onderdeel is gekeken naar de impact van de adviezen van het stadsdeelpanel op de stadsdeelcommissie (de primaire ontvangers), het stadsbestuur en de rest van de gemeentelijke organisatie, dat wil zeggen in de ontwikkeling of uitvoering van beleid. Daarnaast is in dit onderdeel ook gekeken naar hoe deze impact zich verhoudt tot de beoogde doelstellingen. Tevens is de impact van het instrument stadsdeelpanels onderzocht. Om zicht te krijgen op de impact van de adviezen hebben we drie fasen onderscheiden in het onderzoek: het reconstrueren van het proces voorafgaand aan de stadsdeelpanels, de uitvoering van de stadsdeelpaneldagen zelf en het proces na afloop van de stadsdeelpanels. Focusgroepen en interviews Om het proces voorafgaand aan de stadsdeelpanels te reconstrueren zijn voor elk stadsdeelpanel in de respectievelijke stadsdelen focusgroepen georganiseerd met betrokkenen bij de organisatie van het panel. Denk hierbij aan stadsdeelcommissieleden, bestuursadviseurs, projectleiders, gebiedsmanagers, leden van stedelijk team participatie, en dagelijks bestuurders (wie aanwezig waren is terug te lezen in Bijlage 2). Het doel van deze focusgroepen was het komen tot een gezamenlijke tijdlijn met daarop key moments.

De identificatie van deze key moments diende ertoe inzichtelijk te krijgen welke momenten en keuzes belangrijk waren in het proces van organisatie en daarmee mogelijk van invloed konden zijn op de uiteindelijke impact van (de adviezen uit) het stadsdeelpanel. Ter voorbereiding van deze focusgroepen zijn verschillende betrokkenen geïnterviewd. Dit waren leden van de kerngroep uit de stadsdeelcommissies, de projectleiders, en participatieprofessionals van de externe bureaus. De interviews dienden ertoe eerste input te geven voor de tijdlijn die tijdens de focusgroep verder uitgewerkt zou worden. In de interviews is ingegaan op het (proces van het) ontwerp van het stadsdeelpanel, de beoogde doelen en de roverdeling gedurende het proces. Bijlage 1 bevat een overzicht van de geïnterviewden en de aanwezigen bij de verschillende focusgroepen. Alle genodigden voor de focusgroepen zijn ook uitgenodigd voor een afsluitende focusgroep. Deze afsluitende focusgroep vond plaats in juni 2025 nadat alle drie de 5

stadsdeelpanels hadden plaatsgevonden. Het doel van deze afsluitende focusgroep was het delen van voorlopige bevindingen vanuit het onderzoek en met de aanwezigen (het overzicht van de aanwezigen is terug te zien in Bijlage 2) terug te blikken en te reflecteren op de organisatie, de doelen en de impact van de panels. Na de respectievelijke stadsdeelpanels zijn aanvullend nog gesprekken gevoerd met stadsdeelcommissieleden die tegenstander zijn van het inzetten van het instrument stadsdeelpanel. Dit omdat het belangrijk is ook dit kritische geluid mee te nemen in deze evaluatie. Observaties Tijdens de drie stadsdeelpaneldagen zijn onderzoekers aanwezig geweest om te observeren. Hierbij hebben de onderzoekers gelet op de opzet van de dag, de verstrekking van informatie/kennis aan deelnemers, de introductie van de dag aan deelnemers, de uitgesproken verwachtingen over de opbrengsten van het panel, de ingezette werkvormen, het proces van het formuleren van adviezen. Deze observaties zijn in analyse afgezet tegen de (in de focusgroep en interviews) besproken ontwerpkeuzes en doelen. Volgen van de adviezen Om te begrijpen wat de impact is van (de adviezen uit) het stadsdeelpanel op de ontwikkeling en/of uitvoering van beleid is ook het proces na de stadsdeelpaneldagen onderzocht.

Nadat de adviezen, op de dag zelf, door de deelnemers zijn aangeboden aan de stadsdeelcommissie, hebben wij deze ‘gevolgd’. Er is meegekeken met stadsdeelcommissievergaderingen en er zijn documenten van het stadsdeel gelezen om zicht te krijgen op hoe de commissie is omgegaan met de ontvangen adviezen en hoe deze adviezen zijn of worden meegenomen in de ontwikkeling en/of uitvoering van beleid.

6

Hoofstuk 2: Onderzoek naar ervaringen van deelnemers Deskresearch Door middel van deskresearch is inzicht verkregen in de opzet en het verloop van het stadsdeelpanel. Het gaat dan bijvoorbeeld om de uitnodigingen, het programma en uitkomsten van het stadsdeelpanel.

Vooraf Voorafgaand aan de start elk van de stadsdeelpanels is een korte vragenlijst onder deelnemers afgenomen om inzicht te krijgen in de verwachtingen van het stadsdeelpanel. Naast deze inhoudelijke vragen, werden er ook enkele vragen gesteld over achtergrondkenmerken. De deelnemers werd gevraagd om voorafgaand aan het stadsdeelpanel een papieren vragenlijst in te vullen. Deze kon vervolgens ter plekke worden ingevuld.

Na afloop Na afloop van elk stadsdeelpanel hebben deelnemers nogmaals een vragenlijst ingevuld om de ervaringen van deelnemers met het stadsdeelpanel in kaart te brengen. De vragenlijst werd aan het einde van de bijeenkomst persoonlijk uitgedeeld aan deelnemers met het verzoek om deze ter plekke in te vullen. Als aanvulling op het vragenlijstonderzoek zijn tevens enkele online interviews met deelnemers uitgevoerd. De citaten in dit rapport zijn afkomstig uit de interviews en de toelichting die deelnemers gaven bij de open vragen in de vragenlijst. Tabel 1 Overzicht dataverzameling middels vragenlijsten en interviews deelnemers Stadsdeelpanel

West Oost Noord

Deelnemers

Respons vragenlijst vooraf (aantal + percentage)

166 200 130

159 (96%) 150 (75%) 94 (72%)

Respons vragenlijst achteraf (aantal + percentage) 140 (84%) 149 (74%) 71 (55%)

Aantal interviews

5 5 6

7

Beperkingen onderzoek Het evaluatieonderzoek onder deelnemers heeft plaatsgevonden voorafgaand en na afloop van de bijeenkomst. De ervaringen van deelnemers met het online stemmen is, met name om redenen van uitvoerbaarheid, hier niet in meegenomen. Op basis van eerdere ervaringen was de verwachting dat de respons na het online stemmen te laag zou zijn. De respons op de vragenlijst vooraf lag tussen 72 -96% en achteraf tussen de 55-84%. Het verschil in respons heeft verschillende oorzaken. De wisselende respons betekent dat de uitkomsten met enige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Er zijn verschillende verklaringen voor de lage respons. Allereerst is een vragenlijst een talige vorm om feedback te vragen. Voor deelnemers die minder taalvaardig zijn is dit een belemmering. Ten tweede is het invullen van twee vragenlijsten op een dag veel gevraagd van deelnemers. In Oost en Noord is er in de communicatie met deelnemers weinig tot geen aandacht besteed aan het onderzoek en de lage respons in Noord mede veroorzaakt doordat deelnemers naar huis gingen voordat de afsluitende presentaties waren afgerond. Tot slot zijn er ordinale schalen gebruikt in de vragenlijsten omdat dit het voor respondenten iets makkelijker maakt om vragen te beantwoorden. Dit brengt met zich mee dat we geen uitspraken kunnen doen over de significantie van de gevonden resultaten.

De uitkomsten hebben betrekking op de deelnemersgroep en bijvoorbeeld niet op veranderingen bij individuele deelnemers.

8

Hoofdstuk 1 Perspectief van de organiserende stadsdeelcommissieleden, ambtenaren en stadsdeelbestuurders In dit hoofdstuk beantwoorden we de deelvraag: Wat is de doorwerking van deelname aan het stadsdeelpanel op stadsdeelcommissie (de primaire ontvangers van de adviezen), het stadsbestuur en de rest van de gemeentelijke organisatie? Tevens is de impact van het instrument stadsdeelpanels onderzocht. We gaan eerst in op het ontstaan van het instrument stadsdeelpanels en de daarbij geformuleerde doelen en vervolgens analyseren we de drie de onderzochte stadsdeelpanels. Dat doen we in drie fasen: de ontwerpfase waarin de vraagstelling en doelstelling van de drie stadsdeelpanels bepaald zijn, de feitelijke stadspaneldagen zelf en de opvolgingsfase waarin we de besluitvorming van adviezen uit de stadsdeelpanels volgen.

1.1 Het ontstaan van het instrument ‘stadsdeelpanel’ In dit evaluatieve onderzoek kijken we in hoeverre het instrument ‘stadsdeelpanel’ doet waarvoor het in het leven is geroepen. Daarom kijken we allereerst naar de ontstaansgeschiedenis van het instrument. We zetten uiteen hoe het instrument is ontstaan, voor welk probleem de stadsdeelpanels een oplossing moesten bieden en hoe het is uitgewerkt. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt vervolgens uiteengezet hoe het instrument in de praktijk wordt toegepast en hoe dat zich verhoudt tot de hier beschreven ontstaansgeschiedenis en uitgangspunten.

Ontstaansgeschiedenis Na afschaffing van de deelgemeenten en –raden in Amsterdam in 2014 werd een nieuw stelsel geïntroduceerd waarbij stadsdelen gekozen bestuurscommissie hadden, met een dagelijks bestuur uit hun midden. Dit stelsel werd in 2016 geëvalueerd door de commissie Brenninkmeijer die vooral kritisch was op een sterk gepolitiseerde en inefficiënte bestuurscultuur (Brenninkmeijer et. al., 2016). Naar aanleiding van deze evaluatie werden in 2018 aanpassingen doorgevoerd: stadsdelen kregen een stadsdeelbestuur dat werd aangewezen door het college en een adviserende stadsdeelcommissie, gekozen door bewoners ‘als ogen en oren van de wijk’. Deze opzet moest bijdragen aan een betere samenwerking tussen centraal en decentraal bestuur. Daarnaast moest het de toegankelijkheid voor, en inbreng van inwoners versterken en het politieke karakter van de stadsdeelcommissies verminderen (Brenninkmeijer et. al., 2016).

9

In 2020 werden deze aanpassingen geëvalueerd, ditmaal door het bureau Necker van Naem (Van Zuydam et. al., 2020). Een greep uit hun conclusies: de stadsdeelcommissies zijn politiek van karakter en stellen zich controlerend, in plaats van adviserend op ten opzichte van het dagelijks bestuur. Ook gaat dit politieke karakter ten koste van de toegankelijkheid van de stadsdeelcommissie voor bewoners. Daarnaast nemen Amsterdammers stadsdeelcommissies en -besturen niet erg serieus door hun beperkte inbreng, invloed en slagkracht ten opzichte van het college en de raad. Stadsdeelcommissies zijn meer reactief op adviesaanvragen van het dagelijks bestuur dan dat ze proactief thema’s agenderen. Betere zichtbaarheid van de gemeente en aansluiting bij lokale opgaven is gewenst maar de stelselwijziging heeft dit (nog) niet bereikt, volgens Amsterdammers (Van Zuydam et. al., 2020). In het rapport van Necker van Naem staan een aantal scenario’s of denkrichtingen voor de doorontwikkeling van het stelsel. Een van deze scenario’s schetst het versterken van de stadsdeelcommissies met behulp van elementen van de participatieve democratie, om “de inbreng en betrokkenheid van inwoners (mee weten en meedenken) te organiseren”. Ze spreken over (deels) gelote stadsdeelcommissies en methoden en instrumenten van deliberatie bij het vormgeven van gebiedsagenda’s en -projecten.

Hiermee zou “het dilemma vermeden worden van politieke lijsten versus onafhankelijke buurtvertegenwoordigers” en bijdragen aan de toegankelijkheid en responsiviteit van de stadsdelen. Ook zou je hiermee “de neiging tot ‘gemeenteraad spelen’ in stadsdeelcommissies voorkomen”. Van Zuydam et. al. (2020) noemen als mogelijke methodes: “onderwerpen bespreken in groepen onder leiding van technisch voorzitters en met behulp van onafhankelijke experts, gevolgd door brede (digitale) stemmingen over voorstellen.” (Van Zuydam et. al., 2020, p.23)

Stadspanels en reacties Deze evaluatie leidde tot een voorstel voor aanpassingen van het bestuurlijk stelsel in 2022, met daarin ook de optie om (toen nog) ‘stadspanels’ te organiseren. Deze panels zouden bestaan uit een gelote groep bewoners die viermaal per jaar de stadsdeelcommissies zouden adviseren. Op basis van dit voorstel vond inspraak plaats met bewoners, stadsdeelcommissies en besturen (Gemeente Amsterdam, 2022a). De reactienota vatte de reacties van de bewoners als volgt samen : “Een meerderheid (van bewoners) is wel positief, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan: geïnteresseerde deelnemers, echt wat kunnen bepalen, voldoende tijd hebben, kennisniveau van de deelnemers op peil brengen en houden, zelf onafhankelijke expertise kunnen inhuren, zelf thema’s aandragen en frequentie bijeenkomen bepalen.” “Als het gaat om de opdracht, vraag en bevoegdheden van de gelote burgers in een stadsdeelpanel en die uit de SDC’s, geven bewoners aan dat deze van te voren duidelijk moeten worden gemaakt. Nu is vaak niet duidelijk wat er gevraagd wordt en welke ruimte er is voor bewoners om iets in te brengen.” (Gemeente Amsterdam, 2022b, p.17) 10

Besturen van de stadsdelen waren positiever over het instellen van een stads(deel)panel dan de stadsdeelcommissies. Stadsdeelcommissies waarschuwden vooral voor het gebrek aan slagkracht van deze panels en benadrukten het belang van flexibiliteit bij het invullen van deze “klankborden” (Gemeente Amsterdam, 2022b, p. 36-37). Het college van B&W stelt voor: “om in alle stadsdelen met een geloot stadspanel te gaan werken waarin tenminste 250 gelote Amsterdammers zitten. Zij buigen zich tenminste 2 x per jaar over voor het stadsdeel belangrijke onderwerpen. De uitkomsten van de beraadslaging in het stadsdeelpanel wegen bij meerderheid zwaar bij stemming of advies. Het stadsdeelpanel wordt geraadpleegd door SDC. Omdat het een experiment betreft kan de vormgeving van de gelote panels variëren in de verschillende stadsdelen. Dit wordt na de start van de nieuwe SDC’s nader ingevuld. Het is duidelijk dat de bevoegdheden, de opdracht en de wijze waarop de deelnemers geloot worden en van informatie worden voorzien goed moet worden geregeld. Bij het vormgeven van deze panels worden de uit participatie voortkomende voorwaarden zo veel mogelijk overgenomen. Na een evaluatie van dit experiment kan worden gekeken naar mogelijke uitbreiding op stedelijk niveau.” (Gemeente Amsterdam, 2022b, p.16-17)

Stadsdeelpanels in de verordening en uitwerking Na deze reactieronde en besluitvorming werden stadsdeelpanels opgenomen als artikel 38 van de stadsdeelverordening; de Verordening Stadsdelen en Stadsgebied 2022 (Overheid.nl, 2025). De wettelijke kaders die een stadsdeelpanel beschrijven waren: 1. Het stadsdeelpanel bestaat uit inwoners uit het desbetreffende stadsdeel. De stadsdeelcommissie stelt via loting een stadsdeelpanel in om de commissie te adviseren over onderwerpen of thema’s die relevant zijn voor het stadsdeel. De stadsdeelcommissie kan besluiten hiervoor een ander participatie-instrument in te zetten. 2. Het stadsdeelpanel bestaat uit inwoners uit het desbetreffende stadsdeel. 3. Het aantal deelnemers van het stadsdeelpanel is ten minste 250 leden. 4. Het voltallige stadsdeelpanel adviseert minimaal tweemaal per jaar. 5. De stadsdeelcommissie, de gemeenteraad en burgers woonachtig in het stadsdeel kunnen kwesties aan het stadsdeelpanel, dan wel leden daarvan voorleggen. 6. Om tot een gewogen oordeelsvorming te komen kan het stadsdeelpanel ondersteund worden door een deskundige op het gebied van participatie. 7. Leden van het stadsdeelpanel krijgen voor het bijwonen van een bijeenkomst, bedoeld in het vierde lid, een vacatie vergoeding van maximaal €100,–.

11

8. Het stadsdeelpanel brengt schriftelijk advies uit aan de stadsdeelcommissie, gemeenteraad of burgers binnen maximaal vier weken nadat de kwestie is voorgelegd. Deze kaders en voorwaarden zijn vervolgens in een co-creatief proces onder leiding van het Stedelijk Team Participatie uitgewerkt tot een leidraad (Gemeente Amsterdam, 2022c) en handboek (Gemeente Amsterdam, 2022d) dat uiteindelijk in december 2022 definitief was. Deze zijn bedoeld voor de stadsdelen die een panel willen uitvoeren en helpen hen bij de keuze voor een panel en het organiseren en vormgeven hiervan. Volgens de leidraad (2022, p. 7) draagt een succesvol stadsdeelpanel bij aan de volgende doelen: ▪ Betere oplossingen voor lokale problemen, ▪ Meer betrokkenheid van burgers bij de lokale gemeenschap en ▪ Meer onderling vertrouwen tussen bewoners en de lokale overheid. De mate van succes van stadsdeelpanels is – volgens de leidraad (p. 8) – groter wanneer er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Het is voor iedereen duidelijk en begrijpelijk wat het stadsdeelpanel doet en hoe het werkt; 2. De dialoog tussen Amsterdammers staat centraal en alle deelnemers voelen zich uitgenodigd om daaraan mee te doen; 3. Alle Amsterdammers worden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in de stadsdeelpanels, zodat het democratisch leerproces verder rijkt dan het panel; 4.

De rol van buurtplatforms en bewonerscollectieven in de stad worden versterkt door de stadsdeelpanels. Ze krijgen een formele plek om kwesties te agenderen, krijgen de kans om hun standpunt en ervaring te delen met het panel en komen zo in contact met meer buurtgenoten; 5. Het is voor bewoners duidelijk wat er is gebeurd met de uitkomsten van de stadsdeelpanelbijeenkomsten; 6. De lokale overheid stelt zich toegankelijk en ontvankelijk op voor de stadsdeelpanels. Er is commitment, niet alleen van de stadsdeelcommissie, maar vanuit de gehele gemeentelijke organisatie: College van B&W, dagelijks besturen, de raad, stedelijke directies en stadsdeelorganisaties; 7. Het werken met stadsdeelpanels is een leerproces. We proberen, evalueren en verbeteren. We geven niet op. Samengevat is het instrument stadsdeelpanel is ontstaan als een oplossing voor twee vraagstukken die zijn aangestipt in meerdere evaluaties van het bestuurlijk stelsel en aanpassingen daarvan. Enerzijds moet dit participatieve instrument de adviserende rol en slagkracht van de stadsdeelcommissie versterken, anderzijds de inbreng en betrokkenheid van inwoners mogelijk maken. In de ontwikkeling van het instrument hebben deze begunstigden aangegeven wat er nodig was om deze doelen te behalen. 12

Stadsdeelcommissies vroegen flexibiliteit in de inzet van het instrument. Bewoners die een reactie hebben op het rapport van Necker & Naem vroegen een heldere opdracht, vraag en bevoegdheden, genoeg (onafhankelijke) kennis en de mogelijkheid om zelf onderwerpen en frequentie te kunnen bepalen. In de leidraad (2022, p. 7) staat naast het vergroten van betrokkenheid van de bewoners bij de lokale gemeenschap en het vergroten van onderling vertrouwen tussen bewoners en de lokale overheid als derde doel voor de stadsdeelpanels dat die bijdragen aan betere oplossingen voor lokale problemen.

13

1.2 Ontwerpen van een Stadsdeelpanel In juni 2022 krijgen de stadsdeelcommissies het aanbod om in hun eigen stadsdeel een stadsdeelpanel te organiseren. Doen zij dat volgens de leidraad van Stedelijk Team Participatie, dan krijgen zij vanuit centrale stad capaciteit (in de vorm van een projectleider en aanvullend budget) om het panel te organiseren. Met dit aanbod aan de stadsdeelcommissies start een eerste fase waarbij de stadsdelen allereerst moeten besluiten of zij het aanbod accepteren en daarmee kiezen voor het ontwerpen en organiseren van een daadwerkelijke stadsdeelpaneldag in het stadsdeel. Nadat drie stadsdeelcommissies na interne stemming besluiten dit aanbod te accepteren (hieronder valt meer hierover te lezen) start een traject vol verschillende keuzemogelijkheden. We beschrijven eerst de verschillende keuzes die de drie stadsdeelcommissies hebben gemaakt en vervolgens welke invloed die keuzes hebben gehad op het behalen van de door hen gestelde doelen. We zoomen allereerst in op de relatie tussen de stadsdeelpanels als participatief instrument en de stadsdeelcommissies (de representatieve democratie). Daarna bespreken we de rolverdeling tussen de stadsdeelcommissie, de projectleider en het organiserende bureau bespreken in het ontwerp en de organisatie van de paneldag.

Vervolgens bekijken we de, door de stadsdeelcommissies, gestelde doelen en vraagstelling voor de dag. Tenslotte gaan we in op hoe er aan de voorkant gepoogd wordt de uiteindelijke doorwerking van de adviezen zo goed mogelijk te organiseren.

Relatie tot representatieve democratie Een van de organiserende bureaus formuleert het instrument stadsdeelpanel als ‘een cadeautje aan de stadsdeelcommissie.’ Het is volgens de participatieprofessional een manier om meer gewicht – namelijk de stem van 250 bewoners – te hangen aan de boodschap en de adviezen die de stadsdeelcommissie uitdraagt aan het dagelijks bestuur. Als het ware dus een manier om via participatie de representatieve democratie te versterken. De stadsdeelcommissie adviseert namelijk het stadsdeelbestuur. Dit beperkte mandaat maakt ook dat geen van de drie stadsdeelcommissies zich vooraf volledig committeren aan het uitvoeren van de adviezen (‘we weten niet wat eruit gaat komen’). Nadat de stadsdeelcommissies het aanbod hebben gekregen om een stadsdeelpanel te organiseren, stemmen de commissieleden of zij dit instrument daadwerkelijk in hun stadsdeel gaan gebruiken. In Amsterdam West stemmen 10 commissieleden vóór het organiseren van het stadsdeelpanel en 3 commissieleden tegen . In Oost stemmen 12 leden vóór en 1 lid tegen . Waar in Oost en West een duidelijke meerderheid is binnen de commissie voor de inzet van het instrument is de stemverhouding in Noord anders. Daar stemmen 7 commissieleden vóór en 4 commissieleden tegen. Een van de kerngroepleden uit de stadsdeelcommissie Noord vertelt dat het voor hem daarom extra belangrijk was om het instrument goed te

14

ontwerpen en in te zetten zodat alle commissieleden er uiteindelijk toch tevreden over zouden zijn. Tegenstanders aan het woord Het is precies die verhouding tussen de representatieve en participatieve democratie die tegenstanders van het instrument in gesprekken met de onderzoekers aanhalen. Zij menen dat de stadsdeelcommissie al een orgaan betreft dat de stem van de bewoners dient te vertegenwoordigen. Het instrument stadsdeelpanels, aldus de tegenstanders, dient precies dat te doen, waarmee een extra, zeer prijzige laag, wordt toegevoegd. Bovendien impliceert het organiseren van een stadsdeelpanel dat de commissie niet in die taak voldoet. Tegenstanders vinden dan ook dat de kosten van het panel beter besteed kunnen worden aan het evalueren van het functioneren van de commissie en deze zo nodig extra ondersteunen. Tot slot zit ook het beperkte mandaat van de commissie in de weg, menen de tegenstanders. Een stadsdeelcommissie is een adviesorgaan, en adviezen van het panel zijn daarmee ene advies aan een adviesorgaan. Omslachtig, duur en schijnparticipatie bovendien aldus de tegenstanders.

Rolverdeling De kerngroep Na het besluit van een stadsdeelcommissie om een stadsdeelpanel te organiseren, vormt zich een kerngroep van stadsdeelcommissieleden die zich actief inzet voor de organisatie van het stadsdeelpanel en actief betrokken is bij de verschillende ontwerpkeuzes gedurende dit traject. Zij hebben, samen met hun bestuursadviseur, nauw contact met de projectleider en het participatie bureau om de dag vorm te geven. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het bedenken van een vraagstelling, afstemmen over de opzet van de dag en nadenken over de opvolging van de adviezen. De projectleider Wanneer de stadsdeelcommissies het aanbod tot het organiseren van een stadsdeelpanel hebben aangenomen, en daarmee instemmen met het uitvoeren van het panel volgens de leidraad, financiert het Stedelijk Team Participatie een projectleider die hen kan ondersteunen bij de praktische organisatie van het stadsdeelpanel. Deze projectleider staat, via en met de adviseur van de commissie, in nauw contact met de kerngroep van de stadsdeelcommissie. Dat is een groep van stadsdeelcommissieleden die zich actief hebben ingezet voor de organisatie van het stadsdeelpanel en actief betrokken zijn geweest bij de verschillende ontwerpkeuzes gedurende dit traject.

De projectleider houdt zich niet alleen bezig met de praktische organisatie van de dag (denk hierbij aan het organiseren van de catering, locatie, via O&S de loting organiseren, afstemmen met de communicatieafdeling over de uitnodigingen, etc.) maar zet zich 15

daarnaast ook in om intern draagvlak te creëren bij de afdelingen waar de uiteindelijke adviezen kunnen gaan landen. Een projectleider die al werkzaam is in het betreffende stadsdeel kan hierin potentieel veel verschil maken. Een projectleider, die het stadsdeel en het netwerk daarbinnen al goed kent, is goed in staat draagvlak te creëren voor de organisatie van het panel en de uiteindelijke landing van de adviezen. Hetzelfde geldt voor het organiseren van de dag zelf. Inzet en commitment voor de dag vanuit betrokken stadsdeelcollega's en netwerk verlopen veel makkelijker als je al in desbetreffende stadsdeel werkt. Voor een projectleider die het interne netwerk van het betreffende stadsdeel (nog) niet heeft, blijkt het meer moeite te kosten om draagvlak te creëren en de juiste personen binnen de organisatie te vinden en te betrekken. In de paragraaf over de doorwerking adviezen wijden we verder uit over hoe dat draagvlak gecreëerd werd. Het organiserende bureau De organiserende bureaus hebben de kerngroepen geholpen bij het formuleren van de vragen, het organiseren van de stadsdeelpaneldag en het verwerken van de opbrengsten van de stadsdeelpaneldag. In de gesprekken met de kerngroepleden leren wij al snel dat zij zich erg geholpen voelen door de expertise van de organiserende bureaus.

De commissieleden hebben immers nog nooit ‘zo’n dag’ georganiseerd, waar de bureaus daar juist veel ervaring mee hebben. Later zullen we ingaan op hoe deze bureaus geholpen hebben bij de totstandkoming van een passend vraagstuk. Ook in de rest van de keuzes die de stadsdeelcommissie moest maken in de organisatie van de paneldag hebben de bureaus geadviseerd. Denk hierbij aan de formulering van de doelen van de dag, de opzet van de dag, de toepassing van verschillende werkvormen en het leveren van ervaren gespreksbegeleiders.

Doelen stadsdeelpanels Amsterdam West, Oost en Noord Naast de bredere doelen geformuleerd in de leidraad, hebben de drie stadsdeelcommissies, ondersteund door het organiserende bureau, voor ‘hun eigen’ stadsdeelpanel aanvullende doelen geformuleerd (zie Tabel 2). Deze zijn meervoudig en dynamisch wat wil zeggen dat er niet één enkel doel is gesteld per stadsdeelcommissie en dat de doelen in het traject zijn veranderd of dat bepaalde doelen de boventoon zijn gaan voeren.

16

Tabel 2 Overzicht doelen gesteld door de stadsdeelcommissies Stadsdeel Amsterdam West

Geformuleerde doelen* In gesprek met bewoners over hun adviezen en ideeën Bewoners een democratische ervaring geven

Amsterdam Oost

Verbinden en activeren van bewoners, gemeente en buurtorganisaties Bewoners een democratische ervaring geven In gesprek met bewoners over hun ideeën en adviezen over het thema

Amsterdam Noord

In gesprek met bewoners over hun concrete behoeften en adviezen over het thema Activeren van verbinding in en met de buurt Creëren van een democratische ervaring voor bewoners

*Op basis van de interviews met kerngroepleden, projectleiders en organiserende bureaus en focusgroepen voorafgaand aan de betreffende stadsdeelpanels.

Uit Tabel 2 valt af te lezen dat de drie stadsdelen gedeeltelijk vergelijkbare doelen formuleerden. In elk van de stadsdelen wordt het bieden van een democratische ervaring benoemd. Noord en West stelden beide het bespreken van adviezen en behoeften als doel en zowel voor Noord en Oost was het verbinden en activeren van bewoners belangrijk. Uit de interviews met projectleiders, organiserende bureaus en kerngroepleden blijkt echter dat in elk van de stadsdelen een ander doel de boventoon voerde. Waar in Oost het activeren en verbinden van bewoners het bovenliggende doel was, lag dat in West bij het ophalen van adviezen en ideeën. In Noord lag de nadruk niet per se op een doel, maar meer op het bereiken en betrekken van één specifieke doelgroep, namelijk de jongeren. Hierover later meer.

Een passend vraagstuk Zoals eerder beschreven zijn de doelen voor het organiseren van een stadsdeelpanel meervoudig. Een van de doelen betreft “het ontwerpen van adviezen voor vragen die de stadsdeelcommissie zelf niet opgelost krijgt”, aldus kerngroepleden van de betreffende stadsdelen en externe bureaus verantwoordelijk voor de organisatie van de verschillende stadsdeelpanels. Ook de gemeente formuleert in haar leidraad dat een ‘optimaal’ stadsdeelpanel betere oplossingen bedenkt voor lokale problemen (Leidraad, 2022, p. 7). Dit doet vermoeden dat er in de stadsdeelcommissies al vragen of vraagstukken leefden die zij niet opgelost kregen of waar adviezen vanuit bewoners voor gewenst waren. Echter, 17

in de huidige opzet, kwam het instrument vóór het vraagstuk. Of zoals een van de organiserende bureaus aangaf in het interview: ‘the forum was fitted to the fuss’. Verschillende kerngroepleden hebben in de interviews en de focusgroepen aangegeven dat het komen tot een passend vraagstuk voor het stadsdeelpanel een lang traject was. Zowel in Amsterdam West als Oost had de kerngroep, in samenwerking met het organiserende bureau een half jaar nodig om tot een passend vraagstuk te komen. In Noord duurde dat zelfs negen maanden. Over het algemeen werd dit proces doorlopen door de kerngroep van de stadsdeelcommissie en het organiserende bureau. De bureaus richtten zich vooral op het stroomlijnen, uitdiepen en specificeren van de vraagstelling, mede omdat een stadsdeelcommissie zelf weinig ervaring met het bedenken van passende vraagstellingen voor dit ook voor hen nieuwe instrument. De inzet van de expertise van de bureaus werd op dat punt dan ook erg gewaardeerd door de kerngroepleden. Verder was het in de keuze voor een vraagstuk belangrijk dat het lokale vraagstukken betrof waar de stadsdeelcommissies goed over konden adviseren. Men wilde voorkomen dat de vraagstelling adviezen uitlokt die gaan over stedelijk beleid of te veel lijken op een ander instrument zoals de buurtbudgetten.

Ook vond men het belangrijk dat de uiteindelijke vraagstelling werd geformuleerd zonder ambtelijke jargon en op een manier die begrijpelijk was voor bewoners. Wij zien dat in alle drie de stadsdelen uiteindelijk voor een vrij brede vraagstelling is gekozen. In West was de vraagstelling: Hoe kunnen we de straten in West beter en gezelliger maken? Onderverdeeld in vier. Die thema’s waren gekozen om de stadsdeelcommissie inspiratie te geven in hun werk. In Oost is gekozen voor een brede vraagstelling (‘Verbinding met jouw buur(t)’) die uitnodigt tot het formuleren van ervaringen en meningen. De verwachting was dat deze breedte kon leiden tot brede adviezen die goed in te passen zijn in bestaand beleid en die niet het risico in zich droeg om te verworden tot een wensenlijstje. In Noord koos de kerngroep in eerste instantie voor een doelgroep, in plaats van voor een vraagstelling, namelijk: jongeren. Dit is later geherformuleerd naar een (brede) vraagstelling luidend: ‘Opgroeien in Noord’. Hoewel een brede vraagstelling deelnemers veel ruimte geeft tot het bedenken van (innovatieve) ideeën en adviezen over het betreffende thema, zien wij ook dat deze brede vraagstellingen soms leiden tot de formulering van brede adviezen. Zo levert het thema ‘(ver)binding met de buur(t)’ adviezen op over sociale onderwerpen, maar ook over veiligheid, afval en verkeersveiligheid. Hierover later meer.

Keuze voor de ongehoorde stem Wanneer wij de kerngroepleden en projectleiders vragen naar de beoogde doelgroep van de stadsdeelpanels is het voornaamst gegeven antwoord: ‘de bewoners die wij normaal niet horen’. Waar het in Oost en West blijft bij deze bredere formulering van de doelgroep, kiezen de kerngroepleden er in Noord voor om het stadsdeelpanel juist te richten op één 18

specifieke doelgroep, namelijk de jongeren. Zij beoogden in eerste instantie dan ook de loting te trekken uit deze specifieke doelgroep, waarmee ze afweken van de gemeentelijke leidraad die stelt dat het panel dient te bestaan uit 250 willekeurig gelote burgers. Omdat het idee om het stadsdeelpanel rond deze specifieke doelgroep in te richten zodanig afwijkt van de leidraad neemt de dagelijks bestuurder contact op met de wethouder of dat mogelijk is. De reactie is dat het stadsdeelpanel zich in het vraagstuk mag richten op deze doelgroep maar dat er ook zeker andere burgers aanwezig moeten zijn. Wanneer de commissie ervoor kiest een groter deel van de 250 gelote bewoners te trekken uit de groep ‘jongeren’ dienen zij dit goed te verantwoorden. Uiteindelijk kiest stadsdeel Noord ervoor een stadsdeelpanel te organiseren waarbij een groter deel van de gelote burgers bestaat uit de specifieke doelgroep jongeren, en het vraagstuk te centreren rondom thema’s die deze doelgroep bezighoudt. In Amsterdam Noord zien we goed de nauwe samenwerking tussen het bureau en de kerngroep van de stadsdeelcommissie rondom het kiezen van het vraagstuk en de doelgroep. In dit stadsdeel komen de kerngroep en de adviseur tot het idee om Aanpak Noord te betrekken.

Nadat de kerngroep, de adviseur van de commissie en de projectleider in gesprek zijn geweest met Aanpak Noord en andere ambtenaren, kwamen zij tot de gezamenlijke conclusie dat het uiteindelijke onderwerp van de jongeren zelf zou moeten komen. Daarop wordt besloten de jongerenambassadeurs te betrekken. Er wordt een focusgroep georganiseerd met alle betrokkenen, het organiserende bureau en de jongerenambassadeurs. Echter, de scheve verhouding jongeren versus volwassenen blijkt het gesprek niet te bevorderen. Daarom besluit het organiserende bureau nog een focusgroep te organiseren met de enkel de jongerenambassadeurs. Hierin wordt uitgevraagd welke thema’s en vraagstukken hen bezighouden en hoe zij de dag van het panel voor zich zouden zien. Uit die gesprekken bleek I) dat de jongeren zelf ook iets uit het panel willen halen, en dus niet enkel adviezen willen geven en II) dat zij eigenlijk geen vertrouwen hadden in het instrument stadsdeelpanel op de manier waarop de leidraad het voorschrijft. De jongeren blijken meer voorstander van een panel dat bestaat uit meerdere avonden, op verschillende locaties en in een kleinere vorm zodat het laagdrempeliger toegankelijk is voor de doelgroep in hun eigen leefomgeving.

Ondanks deze bezwaren vanuit de doelgroep, die vanuit het organiserende bureau worden teruggekoppeld aan de projectleider en de stadsdeelcommissie (kerngroep), besluiten deze het oorspronkelijke idee van het stadsdeelpanel, ontworpen volgens de richtlijnen uit de leidraad, door te zetten. Wel besluiten ze het ontwerp aan te passen. Zo wordt er een informatiemarkt georganiseerd aan het begin van de dag – waar per relevant thema organisatie(s) aanwezig zijn als vraagbaak – zodat er voor de jongeren ‘ook iets te halen valt’. In de interviews en in de focusgroep Noord geven betrokkenen aan het originele plan te volgen omdat er dan gemeentelijke capaciteit beschikbaar is. Wie de leidraad volgt in termen van vraagstuk en doelgroep, die ontvangt vanuit de gemeente capaciteit om het panel te organiseren. Zou het stadsdeelpanel er dus zo uit komen te zien zoals de jongeren wensten – meerdere 19

avonden, meerdere locaties, kleinere groepen – dan zou er geen/niet genoeg capaciteit zijn. Ten tweede wordt aangegeven dat het stadsdeelpanel een beproefd participatieinstrument is. Hierbij is de overtuiging dat het met de aanpassingen ingegeven door de signalen vanuit de jongeren daadwerkelijk interessante en waardevolle input voor de commissie zal opleveren. Tot slot wordt benoemd dat de commissie, de projectleider en het organiserende bureau al in een zodanig verre fase van het proces zaten dat het zonde zou zijn om het hele plan af te blazen. Deze redenen gecombineerd maakt dat er toch besloten is het stadsdeelpanel te organiseren zoals de leidraad omschrijft. Let wel, met enkele aanpassingen; de doelgroep jongeren betreft het grootste deel van de deelnemers, de jongeren krijgen de mogelijkheid een plus 1 mee te nemen, het vraagstuk is op hen geënt, de communicatie is aangepast naar de doelgroep, en voor deze doelgroep valt er ook daadwerkelijk wat te ‘halen ’.

Vooraf organiseren van de doorwerking Uit de gesprekken met de projectleiders, DB’ers, kerngroepleden, en organiserende bureaus voorafgaand aan de verschillende stadsdeelpanels blijkt dat er vooraf zorgen bestaan over mandaat van de stadsdeelcommissie om zelf opvolging te geven aan de adviezen uit het stadsdeelpanel. De stadsdeelcommissie is een adviesorgaan dat het dagelijks bestuur van het respectievelijke stadsdeel adviseert. Daarmee is het stadsdeelpanel een instrument dat een adviesorgaan adviseert. Zo kan de stadsdeelcommissie het DB adviseren waar de adviezen onder te brengen. Het beperkte mandaat maakt het voor de stadsdeelcommissie moeilijk om zich te committeren aan de uitvoering van de adviezen.

Zo zien wij dat er tijdens de paneldagen weinig wordt gezegd hierover aan het begin van de dag, en ook kerngroepleden spreken in gesprekken uit dat zij het moeilijk vinden zich aan de uitvoering van de voorgestelde adviezen te committeren ‘omdat ze niet weten wat eruit gaat komen.’ Als de stadsdeelcommissie die het stadsdeelpanel organiseert, slechts een adviserende rol heeft richting het bestuur van het stadsdeel, hoe zorg je er dan wel voor dat de adviezen van zo’n panel uitgevoerd worden? In het onderzoek zien wij dat de drie kerngroepen elk binnen de hierboven beschreven beperking samen met hun dagelijks bestuur een manier hebben gezocht en gevonden om de uitkomsten van de stadsdeelpanels te laten landen in de organisatie: ▪

▪

In West is er na het stadsdeelpanel, en nadat de stadsdeelcommissie de adviezen had aangenomen, 75.000 euro vrijgemaakt in het budget van het dagelijks bestuur in de begroting van het aankomende jaar om de adviezen van het stadsdeelpanel uit te voeren. In Oost is 30 procent van het budget van de gebiedsgerichte opgave vrijgemaakt voor de uitkomsten van het stadsdeelpanel. Dit is budget waar de stadsdeelcommissie zelf over gaat. Verder krijgen externe organisaties betrokken bij het stadsdeelpanel de opdracht vanuit de projectleiding om de signalen die zij 20

▪

opvangen tijdens het panel mee te nemen binnen hun eigen organisatie. In hoeverre dat daadwerkelijk gebeurt hebben wij hier niet onderzocht. In Noord is er geen vast budget gereserveerd voor de uitvoering van de adviezen van het stadsdeelpanel. Er is daarentegen besproken dat de adviezen, waar het past, worden meegegeven voor het bestedingsplan van Aanpak Noord. Daarnaast wordt gekeken of bepaalde adviezen op andere plekken kunnen landen zoals in de sociale basis.

Naast het vrijmaken van en koppelen aan budget voor de uitvoering van de adviezen, zien wij dat betrokkenen zich ook op andere manieren inzetten om de doorwerking van de uitkomsten van de stadsdeelpanels te organiseren. In een van de stadsdelen bleken er vooraf redelijk wat zorgen te bestaan bij ambtenaren. Zij waren bang dat er uit het panel nog meer ideeën en wensen die niet gerealiseerd konden worden omdat er geen budget of capaciteit voor was. Om deze zorgen weg te nemen, en ervoor te zorgen dat de ambtenaren wisten wat ze konden verwachten en tevens ruimte te bieden om hun zorgen uit te leggen, is er een gesprek georganiseerd tussen de stadsdeelcommissie, de DB’er en ambtenaren (beginnende bij de programmamanagers en gebiedsmanagers). Op deze manier is gepoogd draagvlak te creëren onder de ambtenarij voor de uiteindelijke uitvoering van de adviezen en om de onderlinge samenwerking en afstemming te versterken over vraagstelling en proces. Ook in een tweede stadsdeel is vooraf gewerkt aan het creëren van intern draagvlak. Het feit dat de projectleider van dit stadsdeelpanel voor het project al werkzaam was in het betreffende stadsdeel heeft erg geholpen hierbij.

Zo kon de projectleider makkelijk via het eigen bestaande netwerk contact leggen met het MT om een manager te regelen die verder kon helpen met de organisatie, langs de gebiedsteams om de managers op de hoogte te stellen van de plannen voor het stadsdeelpanel, en aansluiten bij maandelijkse overleggen om een tijdlijn van het stadsdeelpanel te presenteren. Op deze manier heeft de projectleider gepoogd de ambtenarij inzicht te geven in wat er komen ging om zo het draagvlak voor de uitvoering van de adviezen te vergroten.

Conclusie Voor het organiseren van een stadsdeelpanel door de kerngroep is ondersteuning door een organiserend bureau – om te komen tot een geschikte vraagstelling en een ontwerp van de stadsdeelpaneldag - en een projectleider – voor de daadwerkelijke organisatie essentieel. Twee van de drie stadsdeelpanels kiezen voor een brede vraagstelling, de derde stadsdeelcommissie kiest voor een doelgroep. We zien dat de kerngroep van de stadsdeelcommissie, de projectleider en het bureau, het stadsdeelpanel ontwerpen om eigen doelen te halen. De drie oorspronkelijke gemeentelijke doelstellingen, zoals die geformuleerd zijn in de leidraad (2022, p. 7), spelen daarbij niet bewust een rol en verdwijnen soms naar de achtergrond. Bij het maken van het ontwerp voor het stadsdeelpanel in Noord bleek dat het aanpassen aan de lokale context en wensen van de stadsdeelcommissie lastig was vanwege de eisen zoals die in de verordening 21

(Overheid.nl, 2025) en in de leidraad zijn overgenomen. Verder zien wij dat de stadsdeelcommissie zich bewust is dat voor een goede doorwerking van de adviezen het belangrijk is om vooraf budget te reserveren voor de opvolging, maar niet elke kerngroep slaagde hierin voorafgaand aan de stadsdeelpaneldag. Daarnaast vergroot een projectleider met interne connecties de kans op intern draagvlak en daadwerkelijke uitvoering van de opgehaalde adviezen.

22

1.3 De Stadsdeelpaneldagen In dit deel bespreken we de stadsdeelpaneldagen in het licht van de eerder, door de kerngroepen bedachte doelen. Alles wat er vooraf ontworpen is, komt bij elkaar op de stadsdeelpaneldagen. We bespreken achtereenvolgens de dagindeling, de introductie van de drie stadsdeelpanels, de verwachtingen van het stadsdeelpanel, uitspraken over wat er uiteindelijk gebeurt met de adviezen, de functie van de informatiemarkt, de tafelgesprekken en andere werkvormen om tot adviezen te komen, en de oogst van uiteindelijke adviezen. In Tabel 3 staat de dagindeling van drie stadsdeelpanels. De dagindeling geeft inzicht in de verschillende onderdelen van de dag en de hoeveelheid tijd die daarvoor gereserveerd is, en weerspiegelt het belang dat de verschillende kerngroepen van de stadsdeelcommissies hechten aan de verschillende activiteiten tijdens het panel. Voor de vergelijkbaarheid hebben we overeenkomstige programmaonderdelen dezelfde namen gegeven en hebben we de feitelijke tijden aangegeven. Tabel 3 Overzicht dagindeling stadsdeelpanels Stadsdeelpanel West

Stadsdeelpanel Oost

Stadsdeelpanel Noord

Datum: 28 september 2024

Datum: 23 november 2024

Datum: 6 april 2025

Locatie: De Hallen

Locatie: Stadsdeelkantoor

Locatie: Tolhuis

10.0011.00

Introductie

10.00-10.45

Introductie

11.30-12.00

Introductie

11.0011.30

Tafelgesprekken Ronde 1

10.45-12.00

Informatiemarkt

12.00-12.30

Over de streep

11.3012.00

Tafelgesprekken Ronde 2

13.1514.15

Lunch

12.00-14.00

Lunch

12.30-14.00

Lunch en informatiemarkt

14.1515.00

Tafelgesprekken Ronde 3

14.00-15.45

Tafelgesprekken

14.00-15.30

Tafelgesprekken

15.0015.30

Tafelgesprekken Ronde 4

15.30-

Afsluiting

16.00-

Afsluiting

15.30-

Afsluiting

Bij het stadsdeelpanel in West was de meeste tijd (2 uur en een kwartier) ingeruimd voor vier rondes van “tafelgesprekken”. In Oost was de meeste tijd (twee uur en driekwartier) ingeruimd voor elkaar ontmoeten en voor het bezoeken van de informatiemarkt. Bij het 23

stadsdeelpanel in Noord was evenveel tijd ingeruimd voor sociale ontmoeting en informatie halen en als voor tafelgesprekken(beide anderhalf uur). Hieronder zullen we dieper ingaan op de verschillende onderdelen van de stadsdeelpaneldagen waarvan wij menen dat ze in relatie staan tot de geformuleerde doelen van de stadsdeelpanels zelf en de bredere doelen uit de leidraad.

Introductie van de stadsdeelpaneldag Bij de start van elk van de drie stadsdeelpanels vertelt de dagvoorzitter (van het externe begeleidende bureau) de deelnemers wat het thema van het stadsdeelpanel is, waarom dat voor het stadsdeel een belangrijk thema is en licht het doel van het panel toe. In Amsterdam West vertelt de dagvoorzitter, na het introduceren van het thema (“Hoe kunnen we in Amsterdam West gezelligere en betere straten maken?”) en de sub-thema’s, dat ze met het stadsdeelpanel “op zoek zijn naar concrete voorstellen waar het stadsdeel wat mee kan.” Ook in Oost wordt het thema van de dag (Verbinding met je buur(t)) geïntroduceerd. De dagvoorzitter in Oost benoemt als enige expliciet de drie doelen van de middag (zie Doelen Stadsdeelpanels). In Amsterdam Noord wordt ook het thema van de middag geïntroduceerd (Opgroeien in Noord). Een expliciete verwijzing naar doelen zien we hier niet terug. Nadat de dagvoorzitters het thema en het doel van het panel hebben geïntroduceerd, volgt een gesprek met de leden van de stadsdeelcommissie, het dagelijks bestuur van het stadsdeel en in het geval van Noord ook met de jongeren.

Wat hopen zij dat het stadsdeelpanel gaat opleveren en wat gaat er met de opbrengst van de dag en de adviezen gebeuren? Zowel het lid van het dagelijks bestuur uit West als uit Noord benadrukken hier hun beperkte mandaat: “We zitten tussen de uitvoering en de stad.” Het lid van het dagelijks bestuur uit Oost benadrukt juist unieke karakter van het stadsdeelpanel; namelijk de mogelijkheid om met elkaar in overleg te gaan over een nieuw onderwerp. Hij ziet het panel als een aanvulling op de representatieve democratie en is ontzettend nieuwsgierig naar de ideeën van de deelnemers om zo de verbinding met de buurt te versterken. Deze versterking van de representatieve democratie wordt als belangrijk ervaren. Zo geeft een commissielid uit Noord aan dat het bereik van de representatieve democratie beperkt is. Bij de introductie spreken veel commissieleden hun waardering uit voor de aanwezigheid van bewoners die zij normaal niet zien of spreken. De aanwezigheid van juist deze groep bewoners wordt als belangrijk gezien omdat de stadsdeelcommissie zo goed kan leren wat er speelt in het stadsdeel. Daarnaast kan de commissie zo ophalen wat bewoners vinden, waar knelpunten zijn, wat hun ideeën zijn en wat hun visie is. Kortgezegd zien wij dat de vraag van de stadsdeelcommissieleden en bestuursleden aan de deelnemers veelzijdig en niet geheel consistent is. Zo wordt benoemd dat de 24

commissie open staat voor concrete adviezen maar ook voor allerlei ideeën, behoeften en zorgen. Dit kan bij deelnemers dit kan bij deelnemers zorgen voor verwarring over wat precies aan hen gevraagd wordt?

Verwachtingen over wat gebeurt er met de adviezen van het SDP Nadat leden van het dagelijks bestuur, commissieleden en jongeren hun verwachtingen van het stadsdeelpanel hebben uitgesproken, geven de commissieleden aan de deelnemers een procesmatige toelichting wat er na afloop van het panel met hun adviezen zal gebeuren. Een commissielid uit West vertelt dat de stadsdeelcommissie de adviezen per buurt in de periode november 2024 tot en met februari 2025 zal bespreken. De stadsdeelcommissie zal per buurt telkens twee keer over de adviezen vergaderen, één keer beeldvormend en één besluitvormend. Daarna volgt een aparte vergadering met het dagelijks bestuur over welke de adviezen het stadsdeel gaat uitvoeren. De uitkomsten van het stadsdeelpanel “zijn geen vrijblijvende enquête! We zullen samen met het college van B&W serieus nemen wat eruit komt.” Een commissielid uit Noord geeft aan dat er in mei en juni 2025, in de stadsdeelcommissie, gestemd zal worden over de adviezen en dat zij hun best gaan doen om “het mee te nemen in het beleid” en om “jullie ideeën zo goed mogelijk te laten landen.” Noord en West hadden op het moment dat de stadsdeelpaneldag plaatsvond nog geen budget gereserveerd voor de uitvoering.

De bestuurder uit Noord kon alleen maar aankondigen dat Aanpak Noord, de adviezen uit het stadsdeelpanel “op één of andere manier zullen uitvoeren.” En dat zaken waar zij als stadsdeel geen invloed op hebben, terug zullen brengen naar het college en naar de wethouder. Het commissielid uit Oost vertelt op de stadsdeelpaneldag dat er voor de uitvoering van de ideeën en adviezen met de meeste stemmen € 50.000 per buurt gereserveerd is, om die in 2025 te realiseren. Zij belooft de deelnemers dat zij als stadsdeelcommissie “heel hard aan de slag zullen gaan om de uitkomsten waar te maken.”

De informatiemarkt Twee van drie stadsdeelpanels (Oost en Noord) hadden een informatiemarkt. Beide informatiemarkten dienden andere doelen. De informatiemarkt in Oost had als doel om de verbinding van de deelnemers met de buurt te versterken. Via de markt konden zij kennis opdoen over actieve organisaties in de buurt en zich hierbij aanmelden als vrijwilliger. Bij het stadsdeelpanel in Oost maakte circa twee derde van de deelnemers gebruik van de informatiemarkt en raakten hierbij in gesprek met elkaar en met de betreffende organisaties. De informatiemarkt in Noord was bedoeld om jongeren te informeren over onderwerpen waar zij zelf meer over wilden weten (denk hierbij aan jongerenwerkorganisaties, woningbouwcorporaties etc.). Aanvullend aan de markt waren er in Noord twee informatie-activiteiten die de jongeren op een speelse manier over hun 25

buurt informeerden. De verschillende standjes van de informatiemarkt tijdens het panel in Noord werden druk bezocht. In hoeverre zijn de doelen die de twee stadsdeelpanels met de informatiemarkt hadden bereikt? Op basis van rondlopen en observeren lijkt het doel van de informatiemarkt in Oost, om de verbinding van de deelnemers met de buurt te versterken bereikt bij de deelnemers die eraan deelnamen. Zij vonden hun weg naar de organisaties die op de markt stonden en raakten daarmee, en met elkaar in gesprek. Maar bij een derde van de deelnemers is het doel niet bereikt omdat zij niet aan de informatiemarkt deelnamen. Het organiserend bureau heeft op basis van deze ervaring de informatiemarkt in Noord aangepast en gecombineerd met de lunch. Dat werkte beter, en de verschillende stands werden druk bezocht. De standhouders gaven wel aan dat zij niet zoveel vragen kregen en dat de vragen die zij kregen vrij algemeen waren. Bij de voorbereiding van het stadsdeelpanel hadden jongeren aangegeven behoefte te hebben aan informatie over voor hen belangrijke onderwerpen. Dus ook hier is het de vraag in hoeverre de informatiemarkt tegemoet gekomen is aan de informatiebehoefte van de jongeren.

Tafelgesprekken en andere werkvormen Beperkte tijd om adviezen te formuleren Alle drie de stadsdeelpanels wilden van deelnemers adviezen over het thema en de daaraan gekoppelde sub-vragen die tijdens de dag centraal stonden. West had de meeste tijd ingeruimd voor tafelgesprekken om tot adviezen te komen (2 uur en een kwartier), gevolgd door Oost (één uur en driekwartier) en Noord (1,5 uur). De hoeveelheid tijd die ingeruimd was voor de gespreksgroepen om tot de adviezen te komen, weerspiegelt in zekere mate welke nadruk het ophalen van adviezen had als doel van de dag. In West was het formuleren van adviezen de belangrijkste taak van de deelnemers (in lijn met het belangrijkste doel van de dag om behoeften en ideeën van bewoners op te halen). In Oost was de meeste tijd ingeruimd voor elkaar ontmoeten en voor het bezoeken van de informatiemarkt, wat aansluit met het belangrijkste doel van de dag in Oost (het verbinden met de buurt). Op het eind van de dag was één uur en driekwartier ingeruimd voor een tafelgesprek, op basis waarvan de deelnemers een advies schreven. Ook in Noord was in de tweede helft van de middag anderhalf uur ingeruimd voor de tafelgesprekken om tot adviezen te komen. Hierbij is belangrijk om te benoemen dat er in Noord gekozen is voor anderhalf uur deliberatietijd omdat verondersteld werd dan jongeren onder de 21 zich niet lang kunnen concentreren.

Dat zorgde ervoor dat zij de minste tijd voor de deliberatie en het ophalen van adviezen hadden ingeruimd, terwijl bespreken van concrete behoeften en adviezen het voornaamste doel was. Gespreksgroepen per buurt Bij alle drie de staddeelpaneldagen was de geografie leidend voor de indeling van de deelnemers aan de gespreksgroepen. Deelnemers in een gespreksgroep wonen in 26

dezelfde buurt. Een indeling in de ‘eigen’ buurt maakt het voor bewoners eenvoudiger om vanuit hun eigen ervaring deel te nemen aan het gesprek over het thema. Bij de start van een gespreksgroep tekenen de deelnemers vaak een stipje op de kaart om aan te geven waar zij wonen. Het stadsdeelpanel in West en Oost onderscheidde vier gebieden, in Noord werden drie gebieden onderscheiden. In West en Oost zijn zo’n 25 gespreksgroepen van acht deelnemers, verdeeld over de vier gebieden. In Noord waren er 22 gespreksgroepen van acht deelnemers verdeeld over drie gebieden. Deze driedeling was minder herkenbaar voor de deelnemers aan het stadsdeelpanel in Noord dan de indeling in vier gebieden in West en Oost. Ambtenaren als deskundige vraagbaak Bij alle drie de stadsdeelpanels waren er ambtenaren aanwezig waaraan deelnemers vragen konden stellen. Aan de tafel met experts in West waar deelnemers vragen aan konden stellen, was relatief rustig. De aanwezige ambtenaren in Oost hadden het erg druk met van tafel naar tafel te gaan om vragen te beantwoorden. Ook in Noord liepen de deskundige ambtenaren rond om vragen aan te stellen, daar werd wisselend gebruik van gemaakt. Hoeveelheid adviezen gevolg van ontwerpkeuze De stadsdeelpanels in Oost en Noord gebruikten tafelgesprekken met een vaste samenstelling van deelnemers om tot adviezen te komen.

Daardoor kwam het aantal adviezen aan het einde van de stadsdeelpaneldag aardig overeen met het aantal tafelgesprekken. West koos voor een andere opzet. De grootste groep deelnemers ging in de World Café1 vorm voor hun eigen buurt met elkaar in gesprek over de vier thema’s (sub-vragen binnen het overkoepelende thema). De deelnemers wisselden per ronde van tafel en na de pauze ook nog van thema. Hieruit kwamen al zo’n 48 adviezen. Naast de World Café werkvorm voor de vier buurten waren er bij het stadsdeelpanel in West nog drie andere werkvormen om tot adviezen te komen. Zo was er het informele kringgesprek waarin vooral jonge deelnemers een rustig gesprek voerden. Hieruit zijn veel adviezen gekomen over de ‘hangplek voor jongeren.’ Ook was er een cartoonsessie waarin twee cartoonisten verbeeldden wat deelnemers misten in hun straat. Tot slot konden deelnemers in West in ‘het beeld uit’ moodboards maken over de vier voorbeeldstraten. Ongeacht de werkvorm kregen alle groepen de opdracht om adviezen op de uitgedeelde panelen te schrijven door drie vragen te beantwoorden: 1. Wij willen: concreet advies of voorstel in 1 of 2 zinnen; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15987537/1