- 08 Algemene Zaken (3) Nota van beantwoording evenenementendecember 2020
Tekst van het document
Ook adviseren zij inspanning en samenwerking met de omwonenden bij het zoeken van de juiste balans. Het verzoek is wel om afstemming te bewerkstelligen met de programmering voor NDSM en Thuishaven in het kader van rustdagen voor de bewoners van onder andere de Houthavens. Reactie College Voor het profiel van het Westerpark wordt een aantal wijzigingen voorgesteld. Het aantal dagen voor grote evenementen wordt teruggebracht van 10 naar 8 dagen. Het aantal op- en af bouwdagen wordt teruggebracht van 10 naar 8 dagen per evenement. Bij het plaatsen van tenten in de openbare ruimte worden deze dagen gerekend als evenementdag en hiermee wordt het aantal dagen belasting in het park teruggebracht. Het gevolg hiervan is inderdaad dat er duidelijkere keuzes moeten worden gemaakt wie welke dagen kan en mag gebruiken. Dit heeft grote gevolgen voor de programmering in het park, maar ook financiële consequenties voor de in het park gevestigde ondernemers. Het gebruik van knoppen om meer balans in het Westerpark te creëren wordt door het college ondersteund. In het verlengde van het advies van het dagelijks bestuur en ook rekening houdend met de inspraakreacties acht het college het verstandig om het aanpassen van het locatieprofiel Westerpark met een jaar uit te stellen tot 2022. Dat betekent dat in beginsel het oude profiel kaderstellend is.
Het jaar 2021 moet wel benut worden voor de verdere uitwerking van de knoppen waarmee meer balans in de programmering komt en de overlastbeperking kan worden gerealiseerd. In 2021 zouden maatregelen kunnen worden getest op hun bijdrage aan overlastbeperking. Dit moet in een samenspel tussen stadsdeel, ondernemers, de programmaraad en de omwonenden. Ondersteuning vanuit stedelijke diensten kan daarin helpen. De programmering in het “Cultureel Centrum de Gashouder“ is betekenisvol voor de stad. Wel moet de druk die dit genereert op het park en in de directe omgeving zoveel mogelijk worden beperkt. In 2021 zal daartoe een nieuw mobiliteitsplan in uitvoering gaan. Het is van belang hier goed van te leren en de situatie te optimaliseren vanuit het oogpunt van overlast. Voorts heeft de
21
gemeente kennis genomen van het voornemen van de eigenaar de Gashouder te verbouwen en beter geschikt te maken voor evenementen. De gemeente staat in beginsel positief tegenover het de wens voor dit gebouw een exploitatievergunning af te geven. Wel zal deze vergunning te zijner tijd in relatie worden bezien met de parapluvergunning voor de overige gebouwen en het locatieprofiel van het Westerpark in z’n geheel. Tot die tijd geldt werkwijze zoals we die kennen met een paraplusvergunning en een APV vergunning voor de evenementen met meer dan 2000 bezoekers.
2.5.13 Sloterpark Op het locatieprofiel Sloterpark zijn 11 reacties binnengekomen van omwonenden. Rode draad in de reacties is de overlast die zij ervaren van het muziekgeluid van de evenementen in het park. Jaarlijks is dit begrensd op maximaal 3 dagen met een muziekbelasting, in de praktijk worden deze dagen al jaren in gevuld met een tweedaags festival van Loveland en een dag met het evenement Mystic garden. Andere punten die worden genoemd is de overlast als gevolg het afsluiten van een deel van het park vanwege de op- en afbouw van de evenementen, het gebrek aan regulier toezicht op rondhangende jeugd, achterstallig onderhoud en de kwetsbaarheid van de bodem en het groen in het park. Reactie college Ondanks deze op zichzelf begrijpelijke bezwaren tegen de evenementen in het Sloterpark staat het college nog steeds achter het gebruik van het Sloterpark voor evenementen zoals wordt ingekaderd in het locatieprofiel. De jaarlijkse belasting van 3 dagen als gevolg van muziekevenementen acht het college toelaatbaar. Wél verdient het Sloterpark met name gelet op de gesteldheid van de bodem extra aandacht. In de brief aan de raad d.d. 24 maart 2020 is gerapporteerd over de resultaten van onderzoek naar de effecten van evenementen in parken op de bodem en ecologie.
Over het algemeen laten de resultaten van de onderzoeken zien dat evenementen in parken op een meerderheid van de plekken niet tot onherstelbare schade leiden, dat de bodem van de meeste locaties van voldoende kwaliteit zijn gebleken in relatie tot het gebruik en dat ze zich goed herstellen na een evenement, door beschermingsmaatregelen zoals een herstelperiode en door het uitvoeren van de juiste beheermaatregelen. Voor een specifiek deel van het Sloterpark dat ook onderdeel uitmaakt van het evenemententerrein is echter geconstateerd dat sprake is van bodemverdichting die groot onderhoud vergt. Dit onderhoud heeft in 2020 plaatsgevonden. Jaarlijks zal aan het begin van het jaar heel goed gekeken worden naar wat de actuele gesteldheid is van het terrein en welke (eventuele extra) maatregelen nodig zijn om ongewenste schade te voorkomen. De maatregelenkaart die door de gemeente is opgesteld en ook de resultaten van de verplichte quickscan flora en fauna zijn hiervoor het vertrekpunt.
2.5.14 Rembrandtpark Over het locatieprofiel voor het Rembrandtpark is één zienswijze ontvangen.
22
De indiener van de zienswijze ervaart in zijn woning ernstige geluidsoverlast wanneer er festivals met versterkte muziek worden gehouden in zijn omgeving, waaronder van festivals in het Rembrandtpark. Stadsdeel Nieuw-West adviseert om de verwijderde passage “geen dance-evenementen” te vervangen door een lager toegestaan maximale geluidsbelasting van 75 dB(C). Reactie college De locatie Rembrandtpark leent zich niet voor muziekevenementen met enige omvang vanwege de situering van de woonbebouwing. De grens van maximaal 85 dB(C) maakt dit bijkans onmogelijk. Dat blijkt ook uit de praktijk. In het Rembrandtpark zijn in 2019 geen muziekevenementen vergund, uitsluitend evenementen waarbij de muziek van ondergeschikt belang is. Voor dit soort evenementen geldt altijd een maximale geluidsnorm van 75 dB(C). Het college acht het echter niet gewenst om bij voorbaat bepaalde kleinschalige muziekevenementen uit te sluiten die wel onder de 85 dB(C) kunnen blijven. In lijn hiermee is het aantal van maximaal 3 dagen bij de categorie grote evenementen verplaatst naar de categorie < 2000 bezoekers (middel).
2.5.15Tuinen van West Verreweg de meeste inspraakreacties zijn binnengekomen op het onderwerp locatieprofiel Tuinen van West. Stichting GeenN1 heeft een uitgebreide zienswijze opgesteld en deze rondgestuurd naar omwonenden. Een aanzienlijk aantal omwonenden heeft deze vervolgens ingediend. Over het algemeen zijn de inspraakreacties samen te vatten in een viertal thema’s; het schrappen van de ‘geen dance’-restrictie, geluidoverlast, verkeersoverlast en hinder van zwerfafval. De insprekers stellen in hun reactie te vrezen voor een toename van geluidsoverlast door het schrappen van de passage dat dance-evenementen niet mogen worden georganiseerd op het terrein. De (in het stedelijk geluidsbeleid vastgestelde) norm van 85 dB(C) op de gevel (die geldt voor een beperkt aantal muziekevenementen) vindt men te hoog. Gesteld wordt dat hierdoor een grote belasting op het woon- en leefklimaat ontstaat. Kern van de discussie rondom het al dan niet toestaan van dance evenementen is dat dancemuziek zich onderscheidt van andere muziekevenementen door de geluidsoverlast die het mee brengt voor omwonenden. Met het toestaan van grootschalige dance evenementen wordt volgens de insprekers daarnaast grote druk gezet op de verkeersomstandigheden in de omgeving van Tuinen van West.
Bij een aantal dance evenementen in het verleden hebben verkeersstromen overlast gegeven in de omgeving en was er sprake van parkeeroverlast. Kort gezegd vindt men dat de verkeersinfrastructuur er niet op is berekend. Het grootste deel van de insprekers stelt zich op het standpunt dat de gemeente onvoldoende capaciteit heeft om te handhaven op dit vlak. In het verlengde daarvan brengen grootschalige dance evenementen ook veel afval met zich mee, stellen de insprekers. Het terrein wordt volgens hen niet schoon achtergelaten. Tevens wordt er geklaagd over drugsoverlast en jongerenoverlast op de momenten dat bezoekers na afloop van de
23
evenementen door de wijk heen lopen om bij hun auto of bus te komen. Ook dit zorgt voor veel ergernis bij omwonenden. Het DB van stadsdeel Nieuw West is van mening dat het nieuwe locatieprofiel voor Tuinen van West niet in voldoende mate zal leiden tot een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Het stadsdeel stelt dat er in de directe omgeving van Tuinen van West weinig tot geen draagvlak is voor grote (dance) evenementen. Het DB heeft bij de evaluatie opgemerkt dat het oude locatieprofiel niet voldeed en dat er zorgen waren over de impact van met name muziekevenementen op het leefmilieu. Voorts had ook het stadsdeelbestuur zorgen over de verkeersoverlast. Vanwege het ontbreken van goed openbaar vervoer moeten bezoekers bij evenementen door de woonwijken lopen om het terrein te bereiken. Gelet op de overlast van grote (dance) evenementen in de afgelopen jaren adviseert het DB om het niet mogelijk te maken om jaarlijks 5 grote evenementen plaats te laten vinden. Ook is het DB geen voorstander van het verwijderen van de restrictie ‘geen dance’. Reactie college B&W: In het evenementenbeleid wordt momenteel geen onderscheid gemaakt tussen verschillende muziekstijlen . Muziekevenementen worden wel begrensd in algemene zin, namelijk op het maximale aantal dB’s. Een concrete doelstelling is evenementen met (harde) muziek te spreiden over de stad.
Mits voldaan wordt aan de eisen op het gebied van geluid, worden in principe alle evenementenlocaties in de stad geschikt bevonden voor dance-evenementen. Zoals reeds opgemerkt is Tuinen van West, gezien de ligging, zelfs beter geschikt dan de meeste andere locaties in de stad. Daar komt bij dat de passage in het oude locatieprofiel waarin stond dat op Tuinen van West geen dance-evenementen mochten plaatsvinden, geen juridische grondslag had in de vigerende beleidsregel voor geluid bij evenementen zoals die vanaf begin 2018 geldt. Hiermee zouden organisatoren onterecht worden belemmerd in de toegang tot de markt. Er is op dit moment geen grondslag om op basis van de inhoud van een evenement (en de muziekstijl) te selecteren bij het toewijzen van een schaarse vergunning. Met het schrappen van de ‘geen dance’-restrictie wordt deze juridische inconsistentie uit het oude locatieprofiel verwijderd. Bij de herziening van het profiel is het aantal dagen voor muziekevenementen niet uitgebreid, maar zijn de mogelijkheden iets ingeperkt: het aantal evenementdagen met muziek is verlaagd van zes naar vijf dagen. Dit neemt niet weg dat het college begrijpt dat muziekevenementen, in het bijzonder bij Dance festivals vanwege duur en het gebruik van relatief veel bastonen, tot overlast leidt bij omwonenden.
Om die reden zal het stedelijk evenementenbureau in afstemming met het stadsdeel voor de programmering in 2021 met de Ondernemersvereniging Tuinen van West in gesprek gaan en aandringen op een gevarieerde programmering. In 2021 zal verder worden verkend of er in het stedelijk locatiebeleid een nader onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen de ruimte voor een festival (lange duur) en concert (korter). Is dit het geval dan zou dit kunnen gaan doorwerken in het profiel voor de Tuinen van West. Dit profiel geldt om die reden voor 1 jaar.
24
Voorts zijn in het aangepaste locatieprofiel ook bepalingen toegevoegd om de verkeersproblematiek rondom de Tuinen van West te kunnen aanpakken. De Ondernemersvereniging Tuinen van West heeft, samen met de verkeersafdelingen van de gemeente, een mobiliteitsmanagementplan opgesteld. Organisatoren van evenementen moeten voldoen aan de eisen in dit plan, anders wordt er geen overeenkomst ondertekend. Daarnaast zullen de eisen worden vastgelegd als onderdeel van de vergunning. Een concrete eis in het plan is dat bij alle evenementen bezoekersstromen door de wijken en de polders goed geregeld moeten zijn. Het is de verwachting dat de verkeersoverlast voor de omgeving hierdoor duidelijk zal afnemen. Als de coronasituatie het gaat toelaten zal dit nieuwe mobiliteitsplan in de praktijk worden getest en geëvalueerd. Mocht daar aanleiding toe zijn dan kan het ook aanleiding geven het profiel aan te passen. Tot slot is iedere organisator verplicht om een afvalplan in te dienen. Bij schade aan het terrein of het niet nakomen van afspraken uit het afvalplan worden de kosten op de organisator verhaald.
2.5.16 Ruigoord Op het voorliggende locatieprofiel Ruigoord is een aantal zienswijzen ingediend, zowel door bedrijven in de omgeving als door omwonenden. Duiding van de zienswijzen ingediend door bedrijven De zorgen van de bedrijven zien enerzijds op de veiligheid in het gebied (voor bedrijven en personen) en anderzijds op het ondernemersklimaat en de milieuruimte, specifiek in relatie tot de energietransitieopgaven (opgaven van PoA, Gemeente Amsterdam en de regio). Bijvoorbeeld met betrekking tot hun wijzigings- en uitbreidingsmogelijkheden, ingegeven door de energietransitie, in samenhang met de reguliere veiligheidseisen die in havengebied Westpoort gelden. Het voorgestelde locatieprofiel zou daar strijdig mee zijn. Reactie college Het college is zich bewust van de dynamiek in het havengebied en de regelgeving rond externe veiligheid die op dit gebied van kracht is. Voorgaande jaren is steeds besloten om ontheffing op het bestemmingsplan voor de evenementen van Ruigoord te verlenen, met name omwille van de specifieke, culturele historie van Ruigoord en de verbinding daarvan met de festivalcultuur. Deze unieke culturele historie is een gegeven. Belangrijke randvoorwaarde was altijd wel dat er voldoende veiligheidsmaatregelen werden genomen om in het geval van een calamiteit te kunnen handelen.
Het college ziet in dit locatieprofiel die veiligheidsmaatregelen goed geborgd terug. . Het college wil dit locatieprofiel in beginsel voor 3 jaar laten gelden, maar begrijpt uit de inspraakreactie van de bedrijven dat zij mogelijkheden zien de beperkende impact van Ruigoord op het ondernemersklimaat, ten faveure van de energietransitie, te verminderen. Het college ziet graag in 2021 nader overleg met beide bedrijven en Stichting Ruigoord om de mogelijkheden voor de toekomst te concretiseren. Mogelijk dat dit tussentijds tot aanpassing van het profiel kan leiden. Stichting Ruigoord heeft op dit moment een huurcontract voor het terrein met Port of Amsterdam tot 2029.
25
Duiding van de zienswijzen ingediend door omwonenden De zorgen van de omwonenden waarin ‘Geen N1’ het voortouw heeft genomen in de verwoording zien vooral op de geluidsvoorwaarden die verbonden zijn aan het locatieprofiel van Ruigoord. De ervaring van de bewoners is dat de geluidsbelasting van de festiviteiten geïntensiveerd is in de loop der jaren, mede als gevolg van de schaalvergroting en de veranderende muziekstijl op de evenementen (het accent is verschoven van popmuziek naar dance). Met name in de nachtelijke uren heeft dit al geleid tot veel meer geluidsoverlast en de bijbehorende slaapverstoring, onder meer door de basdreunen die ver reiken. Bewoners wijzen erop dat dancemuziek na 23.00 uur in strijd is met het beleid. Bewoners pleiten dan ook voor een uitgebreidere beschrijving van de geluidsvoorwaarden in het locatieprofiel, met daarin ook de restrictie van het popspectrum (6dB verschil tussen A en Cwaarde), geldend voor alle nachtelijke evenementen op Ruigoord. Daarbij roepen de bewoners op om vooral ook rekening te houden met cumulatieve geluidsoverlast door de overlap in geluidscontouren van evenementen, bijvoorbeeld die in andere aanpalende gemeenten, en Tuinen van West. De bewoners doen de suggestie dat online inzicht in de geluidswaarden mogelijk een positieve bijdrage zou kunnen leveren aan het ervaren van geluidsoverlast.
Reactie college In reactie op de uitgebreide inhoudelijke zienswijzen van de bewoners stelt het College zich op het standpunt dat de locatieprofielen in Amsterdam gebaseerd zijn op maatwerk, waarbij ook rekening wordt gehouden met de evenementen die een historische binding hebben met die locaties. Het college is met de indieners van mening dat na 23.00 uur omwille van de nachtrust geen grote dance-evenementen in de open lucht moeten plaatsvinden, dit is conform de vigerende beleidsregel Geluid bij evenementen. De verruiming van de eindtijden na 23 uur op Ruigoord zou onder de volgende condities na 23.00 plaats kunnen vinden: Vertrekpunt is dat de nachtnorm in de vergunning niet leidt tot slaapverstoring in de omgeving. Voor het vaststellen van de definitieve geluidsnorm (tussen 65 en 72 dB(C) voor nachtelijke uren na 23.00 uur wordt nader onderzoek naar de feitelijke geluidswaarden in de omgeving gedaan en aan de hand daarvan wordt de waarde op verschillende meetpunten in de omgeving vastgesteld. Ook de gevelisolatie van de woonboten en woonwagens wordt onderzocht en meegewogen (onder voorwaarde dat toestemming van de bewoners voor het uitvoeren van representatieve geluidsmetingen wordt verkregen). In de tussentijd zal de norm uit 2018 worden vergund.
Uitsluitend muziek met geluidwaarden in het popspectrum zijn toegestaan (max 6 dB tussen A en C waarde FOH); De verlenging is tot maximaal 01.00 uur en bij landjuweel tot maximaal 05.00 uur; De nachtnorm geldt bij Landjuweel tot 12 uur na het moment van beëindigen van de muziek zoals opgenomen in de vergunning; Tussen einde evenementdag en start van de volgende evenementdag zit bij Landjuweel minimaal 8 uur en bij de overige evenementen 11 uur Voor kleine evenementen geldt een generieke nachtnorm op basis van activiteiten besluit;
26
Er wordt voldaan aan het meet- en rekenprotocol en de BBT voor categorie I evenementen. Deze condities maken nu onderdeel uit van het profiel. Het college is voorts voornemens in 2 overlapgebieden van evenementenlocaties in Amsterdam geluidsmetingen uit te voeren gedurende het evenementenseizoen om zo een evenwichtiger beeld van de geluidbelasting in de overlapgebieden als gevolg van evenementen te krijgen ten opzichte van de uitsluitend gemodelleerde situatie (zie ook paragraaf 5.4). Het college deelt de wens om online inzicht te verschaffen in de geluidsbelasting van evenementen op de daarop ingerichte omgevingsmeetpunten, zodat duidelijk is of er binnen de vergunde norm wordt gebleven of dat er sprake is van overschrijding van die normen en laat de mogelijkheden hiertoe onderzoeken en is voornemens hiermee in 2021 te experimenteren. Duiding van de Zienswijze van het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw West: Het dagelijks bestuur merkt op dat er geen ruimte is voor middelgrote evenementen en geeft als aandachtspunt dat gelet op de veiligheidscontour van het bedrijventerrein EVOS, het maximaal personen van 5000 ten alle tijden gehandhaafd moet worden.
Reactie van het college Bij het opstellen van het locatieprofiel Ruigoord is rekening gehouden met de gewenste flexibiliteit ten aanzien van het maximum aantal bezoekers met dien verstande dat er ook afgeschaald kan worden naar middelgrote omvang (500-2000) indien de indiener hierom verzoekt. Hierdoor is de categorie middelgroot, niet benoemd.
27
3. Handhavingsstrategie
Evenementen moeten veilig zijn voor bezoekers maar hebben ook impact op de omgeving en de leefbaarheid in de stad. Bij het handhaven van evenementen wordt gekeken naar beide aspecten. Dit geldt zowel voor de niet vergunde als de vergunde evenementen. Nadruk ligt daarbij op een veilig verloop van een evenement, het voorkomen van geluidsoverlast en schade aan groen- of openbare nutsvoorzieningen en de duurzaamheid van het evenement. Het doel van de handhavingsstrategie is evenementenorganisatoren te informeren over de consequenties van overtreding van de voorschriften, over welke sanctie volgt bij welke overtreding, aan te geven waar hun verantwoordelijkheid ligt, de huidige handhavingspraktijk in de stadsdelen meer uniform te maken en invulling te geven aan het voornemen de naleving van vergunningsvoorwaarden mee te laten spelen bij de beoordeling van nieuwe aanvragen.
3.1 Inspraakreactie van de Evenementen Vereniging Amsterdam De branchevereniging Evenementen vereniging Amsterdam (EVA) heeft uitgebreid gereageerd op de voorgenomen handhavingsstrategie. Samengevat bestaat de reactie uit vier hoofdpunten die hieronder kort worden toegelicht en gelijk voorzien van een reactie vanuit het college. Punt 1: de aanleiding voor opstellen handhavingsstrategie wordt niet gezien. Er wordt gevraagd wat de aanleiding is voor het opstellen van het handhavingsbeleid en hoe de positieve evaluaties van grote evenementen hier bij zijn betrokken. Eerder heeft de gemeente steeds een bonus/malussysteem beloofd. Het eenzijdig invoeren van malus systeem is in strijd met gewekt vertrouwen vanuit de gemeente en het positieve beeld ten aanzien van de naleving van vergunningvoorschriften. Reactie college: De behoefte aan eenduidig handhavingsbeleid is tweeledig. Enerzijds is er een behoefte bij toezichthouders aan een kader voor het inzetten van de bestaande instrumenten: wanneer wordt welk instrument toegepast? Het ontbreken van duidelijk en stedelijk geldend beleid kan zorgen voor verschil in handhaving bij evenementen, wat onwenselijk is. Organisatoren werken door de hele stad en hebben recht op eenzelfde reactie bij het overtreden van de regels, onafhankelijk van waar het evenement in de stad plaatsvindt.
Een andere belangrijke behoefte komt voort uit de huidige praktijk, waarbij effectief handhavend optreden lastig is als gevolg van het karakter van evenementen: kortstondig en incidenteel. Met invoering van deze handhavingsstrategie zullen eerdere overtredingen doorwerken in het stappenplan en kunnen tot gevolg hebben dat organisatoren die herhaaldelijk de fout in gaan uiteindelijk hun vergunningen verliezen of geen nieuwe vergunning krijgen. Het naleven van de voorschriften is een vereiste. De over het algemeen positieve evaluaties van de grote evenementen nemen de behoefte aan een eenduidig kader en het kunnen laten meewegen van eerdere overtredingen niet weg.
28
Tenslotte is het college van mening dat het handhavend optreden tegen overtredingen van de vooraf gestelde regels voor het houden van een evenement niet als een ‘malus’ kan worden gekwalificeerd. Het gaat om het naleven van de voorschriften die gesteld zijn als voorwaarde om het evenement te mogen houden, voor een ordentelijk verloop van de evenementen. Het naleven van die voorschriften is evident en niet onderhandelbaar. Punt 2: Concrete grondslag voor handhaven is onduidelijk en niet in lijn met de APV De EVA geeft aan dat er niet per overtreding een grondslag is aangegeven en dat ten onrechte voorbij wordt gegaan aan de instrumenten die in de APV zijn genoemd (waarborgsom en bevel). Reactie college: In artikel 1.6 lid 1, juncto artikel 2.44, eerste lid van de APV is opgenomen dat de burgemeester aan een vergunning voorschriften of beperkingen kan verbinden ter bescherming van het belang in verband waarmee de vergunning is vereist. In lid twee van artikel 1.6 APV staat dat het de houder van een vergunning verboden is in strijd met de aan een vergunning verbonden voorschriften te handelen. De voorschriften in de evenementenvergunning zijn allen terug te leiden naar een van de in artikel 2.43 APV genoemde belangen, ook voorschriften rondom duurzaamheid (milieu).
Op grond van artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet, juncto artikel 5:21 en artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de burgemeester bevoegd een herstelsanctie op te leggen ter handhaving van de regels welke zij uitvoert. Deze bevoegdheid bestaan onafhankelijk van de (overige) bevoegdheden die de burgemeester worden toegekend in de APV. Met de handhavingsstrategie wordt enkel een stedelijke, beleidsmatige invulling gegeven aan de reeds bestaande bevoegdheid. Voor het intrekken van een vergunning is de burgemeester bevoegd op grond van artikel 1.7, sub c en f, van de APV. Deze grondslagen gelden ten aanzien van alle in de matrix opgenomen instrumenten en staan opgenomen in de algemene omschrijving van de handhavingsstrategie. In artikel 2.44 APV zijn inderdaad de mogelijkheden van het storten van een waarborgsom en het bevel opgenomen. De waarborgsom is niet bedoeld als handhavend instrument maar om nakoming van voorschriften verbonden aan de evenementenvergunning te verzekeren waar het gaat om schade die is aangebracht. Het storten van een waarborgsom is derhalve niet bedoeld als reactie op normoverschrijdend gedrag maar als waarborg dat bij het optreden van dergelijk gedrag financiële middelen zijn om de gevolgen van het gedrag te herstellen. Dit staat los van de bestuursrechtelijke reactie op het overtreden van de norm.
Het bevel is eveneens bedoeld om direct optredende nadelige gevolgen van het niet naleven van vergunningsvoorschriften te doen beëindigen. De handhavingsinstrumenten uit de strategie zijn een reactie op het overschrijden van de norm en beogen door middel van een financiële prikkel naleving van deze voorschriften bij een volgend evenement van dezelfde organisator te stimuleren. Punt 3: het handhavingsbeleid is ten onrechte niet gedifferentieerd
29
De EVA geeft aan dat zij van mening is dat er te weinig differentiatie wordt gemaakt naar aard en omvang van overtredingen en dat de individuele afweging die nu wordt gemaakt per overtreding komt te vervallen. Reactie college: Naar aanleiding van de inspraak van de EVA en het verzoek tot meer differentiatie is wat meer differentiatie aangebracht. Meer in het algemeen is het opstellen van het handhavingsbeleid juist gedaan om afwegingen per overtreding kenbaar te maken: voor een organisator is nu op voorhand duidelijk welke reactie op welke overtreding volgt. Bij de keuze voor die reactie is steeds het belang van het voorschrift afgewogen tegen de gevolgen die de reactie heeft voor de organisator. Daarom is er ook een onderscheid gemaakt in categorieën van evenementen, waarmee sprake is van differentiatie naar aard en omvang van het evenement en daarmee naar de impact die een overtreding van de vergunningvoorschriften kan hebben. Ten aanzien van het niet naleven van de vergunning voorschriften is bovendien nog onderscheid gemaakt per vergunning voorschrift en waar mogelijk is binnen het vergunning voorschrift onderscheid gemaakt naar de mate waarin de norm wordt overtreden, denk aan geluidsnormen. Tevens is er een verduidelijking aangebracht ten aanzien van bedragen per overtreding. De in de matrix weergegeven reactie vormt in beginsel de ondergrens.
Zoals in het beleid is beschreven kan een cumulatie van overtredingen of een ernstige overtreding, zoals het urenlang door laten gaan van een evenement, leiden tot het overslaan van een of meerdere stappen. Er is daarmee een mogelijkheid gecreëerd om de ernst van een overtreding binnen het beleidskader mee te laten wegen. Met het opstellen van het handhavingsbeleid wordt voorkomen dat een individuele reactie per keer leidt tot ongelijkheid of willekeur en dat elke organisator voor dezelfde overtreding op dezelfde wijze wordt behandeld. Daarnaast kan er, als daar aanleiding voor is, gemotiveerd worden afgeweken van handhavingsstrategie door het opleggen van een hogere of lagere dwangsom. Punt 4. Geen ruimte voor aanwijzingen EVA geeft aan dat er in het handhavingsbeleid geen ruimte meer is voor de bestaande, goed werkende praktijk van aanwijzingen, schouwen en herstel van schade achteraf. Reactie college: Dit punt komt inderdaad in de huidige stukken niet voldoende naar voren. Ten aanzien van het herstel van schade achteraf is hierboven aangegeven dat dit geen vervanging is voor een reactie op de normoverschrijding zelf, maar een middel om de gevolgen daarvan te herstellen. De huidige praktijk van schouwen en het geven van aanwijzingen, ook gedurende het evenement bij de geluidsmonitoring, is nu duidelijker beschreven in het beleidskader.
Het is niet de bedoeling door het opstellen van dit handhavingsbeleid op elke onvolkomenheid tijdens een schouw (of tijdens de Peilstok-controles) of elke kortstondige overschrijding van de geluidsnormen die weer gecorrigeerd wordt handhavend op te treden. Dit is in het beleidsstuk verduidelijkt.
30
3.2 Reactie vanuit stadsdelen De stadsdelen zijn tevreden dat er een uniforme handhavingsstrategie evenementen komt. De handhavingsstrategie is van toepassing op evenementen op grond van de APV binnen en buiten, waarbij alle mogelijke categorieën zijn meegenomen. Er zijn wel een aantal onduidelijkheden over de scope, zoals het ontbreken van de bestuurlijke boete. Ook bestaat er zorg over hoe de uitvoering hier vorm aan gaat geven en ten aanzien van de registratie in de uitvoering Handhaving vormt het sluitstuk van goed evenementenbeleid. De Dagelijkse besturen onderschrijven de doelstellingen van de handhavingsstrategie om evenementenorganisatoren te informeren over de consequenties van overtredingen en bijbehorende sancties, de uniformering van de handhavingspraktijk in de stadsdelen en bij te dragen aan het veilig verloop van een evenement en het bewaken van de leefbaarheid in de stad. De Dagelijkse besturen onderschrijven de keuze om het stappenplan niet te beperken tot een enkel evenement, maar ook betrekking te laten hebben op volgende evenementen in Amsterdam van dezelfde organisator. Dat zal naar verwachting de handhaving vergemakkelijken en de naleving bevorderen. Verder is met de handhavingsstrategie een eenduidig stedelijk kader voor het sanctioneren van overtredingen op evenementen vergunningen.
De uitvoeringsstrategie acht men hanteerbaar, wel vraagt men aandacht voor de schaarste aan toezichtcapaciteit. De Dagelijkse besturen geven verder aan dat de huidige wijze van registratie voor verbetering vatbaar is. Zij gaan er van uit dat dit in nauw overleg met betrokken gemeentelijke onderdelen wordt opgepakt om tot een werkbare oplossing te komen. Daarbij is het van belang dat overtredingen voor alle stadsdelen wordt vastgelegd en dat informatie tussen de stadsdelen sneller en makkelijker uitgewisseld kan worden. Voorts zijn de Dagelijkse besturen het er unaniem over eens dat er de mogelijkheid moet zijn om de bestuurlijke boete toe te passen en dat duidelijkheid bestaat over het gebruik daarvan. Bij sommige overtredingen is een herstelsanctie wellicht onvoldoende of ontoereikend. Of ‘het kwaad is al geschied’. In dat soort gevallen kan een bestuurlijke boete uitkomst bieden. Reactie college Ten aanzien van de registratie zullen de mogelijkheden worden onderzocht om dit in te richten in het nieuwe systeem Powerbrowser. Hier zal prioritering vanuit de stuurgroep powerbrowser op gegeven moeten worden. Tot die tijd zal er een tijdelijk oplossing moeten komen om overtredingen goed en makkelijk bruikbaar te registreren. Voorts wordt de bestuurlijke boete opgenomen in de handhavingsstrategie.
De uitwerking hiervan is in samenwerking met de stadsdelen gedaan en daarin zal duidelijk worden wanneer de bestuurlijke boete een passende reactie is. Doelstelling van handhaving is gedragsverandering en het waarborgen van normconform gedrag. Daarom wordt primair gekozen voor een handhavingsstrategie die ruimte biedt voor het herstellen van het probleem en een duurzame gedragsverandering. Er wordt een uitzondering gemaakt voor overtredingen die acuut leiden tot substantiële hinder of overlast en/of een gevaarlijke situatie, in deze situaties wordt direct gesanctioneerd. Bij dat soort overtredingen kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.
31
Het opstellen van het handhavingsbeleid is bedoeld om de reactie op overtredingen van evenementen vergunningen te uniformiseren en standaardiseren. Vragen rondom toezicht en inzet van toezicht staan daar in beginsel los van. Als toezicht houden leidt tot het constateren van een overtreding, dan geeft het handhavingsbeleid antwoord op de vraag welke reactie op die overtreding komt. Het punt over het inzichtelijk maken van capaciteit en inzet van toezicht is zeker belangrijk voor een kwalitatief voldoende uitvoering van het beleid, temeer er al jaren signalen zijn die wijzen op een tekort aan capaciteit. Daarbij heeft de uitbreiding van het takenpakket als gevolg van het invoeren van het ‘State of the Art’ evenementenbeleid in 2018 nog onvoldoende geleid tot het reserveren van gekwalificeerde extra capaciteit voor dit type toezicht. Vanwege de schaarste in toezichtcapaciteit is het vertrekpunt dat deze stedelijk op een kwalitatief passend uitvoeringsniveau, zo effectief en efficiënt mogelijk wordt georganiseerd en dat daarbij een informatie-gestuurde inzet leidend is. Ook moet worden gekeken naar de prioriteiten in relatie met de doelstellingen van het evenementenbeleid en de politieke gevoeligheid van evenementen, dit kan in afstemming tussen OOV, het stedelijk evenementenbureau en VTH stadsdelen.
Als blijkt dat het tekort aan capaciteit te groot is voor een kwalitatief voldoende uitvoering moet dit vanuit VTH inzichtelijk worden gemaakt zodat dit in het kader van de P&C cyclus kan worden inbracht.
32
4. APV-Wijziging verhoging drempel vergunningplicht
Ter inspraak lag het voorstel voor een APV wijziging waarin de drempel voor het aanvragen van een evenementenvergunning wordt verhoogd van (nu nog) maximaal 100 personen naar 250 personen op enig moment. Achterliggend doel is daarmee de drempels voor organisatoren van kleinschalige (buurt) evenementen te verlagen, zowel qua regels als qua financiële lasten omdat de leges daarmee vervallen.
4.1 Reacties op de wijziging van de drempel voor vergunningplicht Uit de inspraakreacties komt, kort samengevat, naar voren dat insprekers zorgen hebben dat de wijziging leidt tot extra (geluids-, afval- en/of stank)overlast, een gebrek aan handhaving(scapaciteit), een risico vormt voor oneigenlijk gebruik en meer schade veroorzaakt op (natuur)locaties. Er is behoefte aan de mogelijkheid tot maatwerk. De wijzigingen kunnen niet doorgevoerd worden, gelet op de corona situatie en de onzekerheid van de (lange termijn) effecten. Hoewel het doel door de stadsdelen over het algemeen positief is ontvangen, zijn er zorgen over de gevolgen en uitvoering van de wijziging. Deze zorgen zien op de handhaving(scapaciteit), overlast, afvalvorming, de druk op de openbare ruimte, oneigenlijk gebruik en de uitvoering door stadsloket. Er is behoefte aan de mogelijkheid tot maatwerk, waarbij bepaalde locaties uitgesloten kunnen worden van de verhoging. Ten aanzien van de omvang van objecten is aangegeven dat ook bij objecten kleiner dan 25m2 sprake kan zijn van grotere en complexe objecten die aan een constructieve toets moeten worden onderworpen. Hier voorziet de wijziging niet in. Tenslotte worden vraagtekens gezet bij het beoogde moment van invoering, namelijk 1 januari 2020, gelet op de corona situatie.
4.2 Reactie college Het college begrijpt dat er nog veel onzekerheden zijn ten aanzien van de uitvoering en de gevolgen van de voorgenomen wijziging. Het college zal de voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de meldplicht dan ook niet aan de raad voorleggen ter besluitvorming, maar is voornemens om, op een geschikt moment, gebruik te maken van de experimenteerbepaling van de APV. Op grond van deze bepaling kan bij wijze van experiment tijdelijk afgeweken worden van de bepalingen omtrent de uitzondering vergunningplicht voor eendaagse evenementen (artikel 2.41 APV) met het oog op het verzamelen van gegevens en om te beoordelen of de afwijking
33
permanent gemaakt kan worden. Op deze manier kan de praktijk uitwijzen of de voorgenomen wijziging het gewenst effect heeft en in hoeverre er aanpassingen doorgevoerd dienen te worden in de uitvoering of ter voorkoming van onevenredige gevolgen. Na een jaar wordt het experiment stedelijk geëvalueerd en kan beoordeeld worden of de wijziging permanent kan worden gemaakt. Bij de evaluatie van het experiment zullen uiteraard ook de ervaringen van buurtbewoners meegenomen worden. Het experiment zal gestart worden op een geschikt moment als de coronasituatie het toelaat, zodat bij de evaluatie toepasselijke en waarheidsgetrouwe informatie verzameld kan worden en beoordeeld kan worden of de wijziging al dan niet van toegevoegde waarde is. Te zijner tijd wordt het ontwerpbesluit aan de raad voorgelegd, zodat de raad haar wensen en bedenkingen kenbaar kan maken. Vervolgens zal de raad op de hoogte gebracht worden van het moment van inwerkingtreding van het experiment. De wijziging van de APV voor zover deze ziet op de bevoegdheid van de burgmeester om gebieden en periodes aan te wijzen waar de meldplicht niet geldt en waar derhalve altijd een vergunning aangevraagd dient te worden, wordt wel aan de raad voorgelegd ter besluitvorming. Uit de adviezen van de stadsdelen maakt het college op dat bij stadsdelen reeds nu de behoefte bestaat om maatwerk toe te kunnen passen.
In sommige locatieprofielen staat reeds een uitzondering op artikel 2.41 APV opgenomen. Hier is op dit moment geen juridische grondslag voor. Dit gebrek wordt met onderhavige wijziging hersteld.
34
5. Overige algemene punten
Zoals in de inleiding al is opgemerkt, was het aanvankelijk de bedoeling dat tegelijk met de voorgestelde wijziging van de APV en de aanpassingen van de locatieprofielen dit jaar ook het nieuwe gemeentelijke evenementenbeleid zou worden vrijgegeven voor inspraak. De uitgangspunten van dat nieuwe beleid zijn eind 2019 aan de raad voorgelegd en begin 2020 vastgesteld en door de gemeenteraad en via verschillende raadsbrieven ook onder de aandacht van Amsterdammers gebracht. Gelet op de stevige en brede maatschappelijke discussie die de afgelopen jaren is gevoerd over evenementen in de stad, is het wellicht niet verwonderlijk dat veel insprekers de gelegenheid te baat hebben genomen om hun mening te geven over onderdelen van het voorgenomen evenementenbeleid die nu niet ter inspraak liggen. Formeel zijn deze inspraakreactie buiten de orde, maar in deze afsluitende paragraaf worden de meer algemene kwesties die door insprekers aan de orde worden gesteld toch voorzien van een korte bestuurlijke reactie. Meer ruimte voor kleinschalige evenementen: Meerdere insprekers vragen om extra ruimte voor kleinschaliger evenementen en evenementen voor een diverser publiek. Het college herkent deze behoefte en zal dit verzoek meenemen en onderzoeken in de ontwikkeling van het nieuwe beleid.
Termijnen worden niet gehaald Meerdere insprekers vragen aandacht voor het feit dat de termijnen voor vergunningverlening vaak niet worden gehaald. Het gevolg daarvan is dat omwonenden te laat in kennis worden gesteld van een evenement en/of onvoldoende tijd hebben om bezwaar aan te tekenen. In de evaluatie van het evenementenbeleid die in december 2019 naar de gemeenteraad is gestuurd, is de termijn voor vergunningverlening al aangemerkt als een aandachtspunt. Het klopt dat die termijn niet altijd wordt gehaald. In sommige gevallen zijn er goede redenen om af te wijken van die termijnen, maar dit kan en moet beter. Het is een aandachtspunt in het Programma Grote Evenementen dat in samenwerking tussen het stedelijk evenementenbureau en VTH stadsdelen in 2020 van start is gegaan om het hele proces van vergunningverlening, handhaving en toezicht te professionaliseren en te verbeteren. In dit programma is vooruitgang geboekt in het uniformeren van de werkprocessen en het maken van procesafspraken met ketenpartners. Door de coronacrisis en het daaruit voortvloeiende verbod op evenementen, is dit in 2020 niet in praktijk gebracht. Voor 2021 is het de hoop dat daar de vruchten van geplukt kunnen worden.
Alternatieve locaties voor evenementen
35
Andere insprekers wijzen erop dat het belang van openbare ruimte en groen in een snel groeiende en verdichtende stad alleen maar toeneemt, en dat de schaarse openbare ruimte niet moet worden ingenomen door evenementen. Zij vragen de mogelijkheden te verkennen voor alternatieve locaties voor evenementen in de stad of daarbuiten. Er wordt actief gezocht naar manieren om evenementen goed te spreiden. Er wordt nog altijd gezocht naar geschikte alternatieve plekken voor evenementen in de stad, en ook in de regio, waardoor druk gebruikte plekken mogelijk extra ontlast kunnen worden. Elders in deze nota (paragraaf 2.4) staat de opdracht daartoe ook expliciet geformuleerd. We weten echter wel dat zulke plekken schaars zijn, en niet altijd makkelijk geschikt te maken voor evenementen. Het is een feit dat in een snel groeiende stad als Amsterdam de druk op de openbare ruimte toeneemt. In die snelgroeiende stad is het zaak voortdurend te zoeken naar een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid, maar het college stelt zich op het standpunt dat dit niet betekent dat er geen plek voor evenementen zou moeten zijn in Amsterdam. Evenementen hebben een belangrijke rol in de stad. Wel is het zaak om goed in beeld te brengen wat redelijkerwijs mogelijk moet zijn op verschillende locaties en ook de kansen voor tijdelijke invulling te benutten.
Kostendekkendheid leges Ook over de kostendekkendheid van leges is een vraag gesteld door insprekers. In het coalitieakkoord hebben de collegepartijen met elkaar afgesproken dat leges voor vergunningen de kosten moeten dekken en dat de leges om die reden moeten worden verhoogd. Dit heeft er bij evenementen in geresulteerd dat de leges in twee jaar tijd bijna zijn verviervoudigd. Een vergunning voor een klein evenement (maximaal 500 bezoekers) kost in Amsterdam op dit moment 981 euro, tegen 250 euro in 2018. Voor grote evenementen (vanaf 10.000 bezoekers) zijn de leges gestegen van 4.000 naar 15.700 euro. De dekkingsgraad van de leges voor evenementenvergunningen is daarmee verhoogd, maar is nog lang niet op 100%. Omdat de leges voor een evenementenvergunning in Amsterdam nu veel hoger zijn dan in andere gemeenten, is het college voornemens de leges dit jaar niet opnieuw te verhogen. In plaats daarvan wordt nu gekeken of er mogelijkheden zijn om de kosten die worden gemaakt voor het verlenen van een evenementenvergunning te verlagen. Viering Koningsdag Een aantal insprekers vraagt aandacht voor Koningsdag en Koningsnacht, en stelt dat dit als één evenementendag wordt gezien. Gelet op het driedagenprincipe dat geldt voor de hele stad, is de vraag dit aan te passen.
Bij het opstellen van het evenementenbeleid dat begin 2018 van kracht is geworden, is voor de gehele binnenstad (gezien het profiel van de bebouwing en de beperkte openbare ruimte) vastgesteld dat hier – anders dan op plekken waarvoor een locatieprofiel is opgesteld – naast de viering van Koningsdag en de Pride, maximaal nog één geluidsbelastend evenement mag plaatsvinden. Koningsdag en de Pride worden hier gezien als twee evenementen, maar voor beide geldt dat ze meerdaags zijn: Koningsdag en Koningsnacht worden samen gezien als de viering van Koningsdag, en de feesten rondom de Pride en de Canal Parade worden samen gezien als de
36
viering van de Pride. Het college is niet voornemens om de regel aan te passen dat naast deze twee evenementen maximaal één ander evenement mag plaatsvinden in de binnenstad. Algemene punten van EVA Ook de belangenvereniging Evenementenvereniging Amsterdam EVA heeft zich namens organisatoren uitgesproken over een aantal onderwerpen die nu niet voor inspraak vrij zijn gegeven. Zo keert de EVA zich tegen de uitgangspunten van het nieuwe beleid, worden vraagtekens gezet bij de constatering dat sprake is van schaarste aan geschikte evenementenlocaties en worden de voorgestelde beleidswijzigingen als overbodig gezien. Ook stelt EVA dat er te weinig samenwerking is met de gemeente, en dat de branche nu – als gevolg van de coronacrisis – juist behoefte heeft aan ondersteuning en perspectief. Zodra het college een besluit heeft genomen over nieuw evenementenbeleid, zal dit voor inspraak worden vrijgegeven en kan EVA haar standpunt inzake dit nieuwe beleid uiteenzetten. In het traject daar na toe zal de EVA net zoals in de afgelopen periode is gebeurd, worden geconsulteerd. Het aantal grote evenementen dat in Amsterdam kan plaatsvinden is begrensd door de afspraken die zijn vastgelegd in de locatieprofielen, om zo te komen tot een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid in de stad.
Zoals de ene kant op geldt dat evenementen bij de stad horen en een plek verdienen in de (steeds schaarser wordende) openbare ruimte, zo geldt de andere kant op dat organisatoren van evenementen ook moeten accepteren dat de openbare ruimte op alle andere dagen van het jaar gebruikt moeten kunnen worden door Amsterdammers die er willen recreëren, ontspannen of sporten. De afgelopen twee jaar waren er meer evenementen aangemeld, dan er plekken beschikbaar waren op de kalender. Er is dus nu al sprake van schaarste. Op dit moment heeft de gemeente Amsterdam geen instrumenten om te selecteren als er meer evenementen worden aangemeld dan er plekken zijn in de stad. Bij een tekort kan nu alleen worden geloot. Gezien het grote belang van beeldbepalende en populaire evenementen en hun relatie met Amsterdammers en met specifieke plekken in de stad, vindt het college dit op middellange termijn niet houdbaar, en wordt gezocht naar manieren om meer te kunnen sturen op het aanbod van evenementen – zonder dat de gemeente daarbij zelf optreedt als smaakpolitie of curator. Voor goede uitwerking van het beleid is van belang eerst te inventariseren wat de impact is geweest van de huidige pandemie op zowel de sector als de stad. Met de EVA vindt, al sinds de vereniging in 2019 is opgericht, geregeld ambtelijk overleg plaats.
De afgelopen weken is, op initiatief van de gemeente Amsterdam, met de EVA en met andere organisatoren en ondernemers uit de evenementensector ook gesproken over de impact van de coronacrisis. Er wordt nu gezocht naar mogelijkheden om ruimte te bieden voor herstel van de sector, ze daarin waar mogelijk te ondersteunen en perspectief te bieden.
37