074.23 Amendement van het Lid Veldhuyzen inzake toegankelijkheid van het openbaar vervoer
Tekst van het document
Amendement Datum raadsvergadering
28 februari 2024
Ingekomen onder nummer
074
Status
Ingetrokken
Onderwerp
Amendement van het Lid Veldhuyzen inzake toegankelijkheid van het openbaar vervoer
Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over het vaststellen van de brief namens de Adviescommissie Amsterdam aan het dagelijks bestuur van de Vervoerregio, Overwegende dat: -
Insprekers van Cliëntenbelang Amsterdam, Rover en het Netwerk Ouderenadviesraden tijdens de commissievergadering op 8 februari hun zorgen hebben geuit over de fysieke toegankelijkheid van het openbaar vervoer. De maximale loopafstand die in het Programma van Eisen gesteld wordt voor Hoogwaardige OV-lijnen 800 meter bedraagt, wat vooral voor ouderen en mensen met een beperking vaak te ver is. Het Programma van Eisen het aantal toegankelijke haltes van 27% wil laten oplopen tot 60% in 2030, wat zou betekenen dat 40% van de haltes over zes jaar nog steeds niet toegankelijk is. Vaker overstappen, vooral voor ouderen en mensen met een beperking, leidt tot veel ongemak en extra reistijd. Veel mensen afhankelijk zijn van liften en roltrappen om gebruik te kunnen maken van openbaar vervoer, maar deze regelmatig voor langere tijd buiten gebruik zijn, wat voor deze mensen het reizen moeilijker - of zelfs onmogelijk - maakt. Reizigersvereniging Rover de Vervoerregio oproept om een Actieplan op te stellen voor inclusief openbaar vervoer. Belangenverenigingen voor ouderen en mensen met een beperking, vanuit hun ervaring en expertise, als geen ander weten wat er nodig is voor toegankelijk openbaar vervoer.
Besluit: Aan de Brief van de Adviescommissie Amsterdam, de volgende alinea toe te voegen: Toegankelijk openbaar vervoer Openbaar vervoer zou toegankelijk moeten zijn voor alle Amsterdammers, helaas is dit momenteel nog niet het geval. Hoewel het ontwerp de ambitie uitspreekt om het OV toegankelijker en inclusiever te maken, en hier een aantal gerichte eisen aan stelt, zijn veel mensen die het meest afhankelijk zijn van deze maatregelen nog niet overtuigd. Zo zijn de maximum loopafstanden van HOV-lijnen te groot, zijn nog te veel haltes niet toegankelijk, en levert vaker overstappen veel ongemak en extra reistijd op. Daarnaast worden er onvoldoende eisen gesteld aan de tijdige reparatie van hulpmiddelen als liften en roltrappen op haltes en stations. De adviescommissie verzoekt de Vervoerregio om in samenwerking met belangenorganisaties voor ouderen en mensen met een beperking een actieplan op te stellen voor toegankelijk openbaar vervoer. En overige relevante passages in de brief van de Adviescommissie op het bovenstaande aan te passen.
Indiener J.A. Veldhuyzen