07. Evaluatie stadsdeelpanels
Tekst van het document
“Het World Café is een werkvorm (www.theworldcafe.nl) om een levendige gezamenlijke dialoog op te zetten rondom wezenlijke vragen. Dit gebeurt door in kleine groepen van vier à vijf mensen onder leiding van een host rond een cafétafeltje bij elkaar te komen en over een of meer vragen te praten die er echt toe doen.” (Heijden, F., & Korzilius, H. P. L. M. (2021). Waarderende teamontwikkeling, p.14) 1
27
Want (argumenten of uitleg); 3. Kijk maar (eventueel een voorbeeld). Aan het eind van de dag lagen er zodoende 119 adviezen. Alle adviezen zijn welkom Alle drie de stadsdeelpaneldagen hadden een breed thema, met sub-thema’s die losjes verbonden waren aan het hoofdthema. In de tafelgesprekken werden de sub-thema’s besproken. Het waren open gesprekken op basis van de ervaring van de deelnemers over het sub-thema. De diversiteit van ervaringen zorgde voor een grote diversiteit aan adviezen. Bovenstaande keuzes zorgden ervoor dat de opbrengst van de dagen een enorme brede waaier aan adviezen was. Niet alleen in termen van kwantiteit, maar ook in diversiteit. In West eindigde de dag met de vraag aan die veelheid van adviezen als deelnemers te ordenen. Dat lukte maar matig door het grote aantal adviezen (in totaal 119 verdeeld over vier buurten) en omdat er geen fysieke plek was om de borden waarop de adviezen geschreven waren te ordenen. Dat resulteerde in een vrij chaotisch en open einde van de stadsdeelpaneldag. Het stadsdeelpanel in Oost eindigde nadat de 25 gespreksgroepen hun flap met hun advies hadden ophangen op een lange wand. Deelnemers konden daar langslopen en dat gebeurde ook. Het panel in Noord eindigde met het ophangen van de grote flappen van de 22 gespreksgroepen, als een soort markt. Waarbij de adviezen door elke gespreksgroep aan staanders bevestigd werden.
Bij elke (advies)flap was iemand van het tafelgesprek dat de (advies)flap gemaakt had aanwezig om een toelichting te geven. De adviezen hingen bovendien aan staanders in een vierkante ruimte, waardoor deelnemers makkelijker door de ruimte, langs de adviezen konden bewegen en de adviezen konden lezen.
In hoeverre hebben de stadsdeelpaneldagen bijgedragen aan de doelen? De doelen zoals die door de dagvoorzitters bij de start van de stadsdeelpanels zijn uitgelegd, zijn deels bereikt. De stadsdeelcommissieleden zagen veel nieuwe, voor hen onbekende gezichten en kregen tijdens deze dagen veel ideeën van bewoners van hun stadsdeel. De stadsdeelpaneldagen lijken de onderlinge betrokkenheid en de betrokkenheid van de deelnemers bij hun stadsdeel vergroot te hebben.2 Er is veel tijd voor programmaonderdelen die daaraan bijdragen zoals de kennismaking met buurtinitiatieven en de lunch. De doelstellingen van het vinden van concrete oplossingen voor lokale problemen zijn minder behaald. De tijd om daar inhoudelijk over te beraadslagen op de dag was vrij beperkt: van 1,5 uur (Noord) tot 2,25 uur (West). En in die
In dit evaluatieve onderzoek is niet onderzocht of dit ook daadwerkelijk heeft geleid tot betrokkenheid op de lange termijn. 2
28
beperkte tijd hadden de gespreksleiders ook vooral een faciliterende rol en geen sturende rol in het gesprek aan de tafels. Met een hele grote groep (tussen de 130 en 184) deelnemers, in 22 tot 25 gespreksgroepen ervaringen delen, en adviezen formuleren over een heel breed thema, zorgt onvermijdelijk tot een grote hoeveelheid adviezen. Zelfs adviezen die je in eerste instantie niet zou verwachten bij het thema. Een vraagstelling over binding met de buur(t) zorgt ook voor adviezen over veiligheid, afval en verkeersveiligheid. Een vraagstelling over opgroeien zorgt ook voor adviezen over fat bikes. Het ontwerp van het stadsdeelpanel in West versterkte dit effect nog eens extra door de deelnemers in korte gespreksrondes over meerdere los van elkaar staande sub-thema’s adviezen te laten formuleren en parallel daaraan de output van de drie andere werkvormen in adviezen om te laten zetten. De stadsdeelpaneldagen eindigden in alle drie de gevallen dan ook in een grote hoeveelheid adviezen over een heel breed thema.
1.4 De opvolging van de adviezen In dit deel volgen we de adviezen van de stadsdeelpanels. In dit hoofdstuk beschrijven we eerst algemeen wat er gebeurt met de uitkomsten van de stadsdeelpanels in Amsterdam West, Oost en Noord. Vervolgens beschrijven we per stap bepalende keuzes die hier zijn gemaakt en wat de (mogelijke) invloed is op de doorwerking. Deze stappen hebben we in het onderstaande overzicht uiteengezet, met de stukken voor de betreffende stadsdeelcommissievergaderingen als basis van de stemming, bespreking en besluitvorming.
29
Tabel 4 Opvolging van de adviezen Uitkomsten stadsdeelpaneldag
Basis voor online stemming door het stadsdeel-panel
Basis voor bespreking in stadsdeelcommissie
Basis voor besluitvorming in stadsdeelcommissie
Gefinancierde projecten
West
Formats met adviezen
119 adviezen, verdeeld over vier deelgebieden en 4 sub-vragen.
Verslag met alle 119 adviezen en uitkomst stemming
Voorstel kerngroep met 16 adviezen
15 adviezen
Oost
Formats met adviezen en onderliggende waarden
28 adviezen, verdeeld over vier deelgebieden en aangevuld met concrete ideeën.
Top 3 adviezen per buurt met denkrichtingen
Voorstel 11 projecten
11projecten (uitvoeringsplan DB)
Formats met adviezen en onderliggende waarden
27 adviezen, verdeeld over drie deelgebieden en aangevuld met concrete ideeën.
Voorstel met 9 adviezen + verslag met 27 adviezen
Voorstel met 9 adviezen en cocreatieve uitvoering
Op moment van schrijven nog niet bepaald
Noord
(Ongevraagd Advies Stadsdeelcommissie Oost, 2025)
Proces van doorwerking van de adviezen uit de stadsdeelpanels De uitkomsten van de stadsdeelpaneldagen bestaan uit ingevulde formats met adviezen geordend per deelgebied. De kerngroep of het begeleidende bureau heeft die verwerkt tot een aantal adviezen waarop deelnemers van het stadsdeelpanel mogen stemmen. Na stemming zijn alle, of de populairste, adviezen verwerkt tot een voorstel dat de stadsdeelcommissie heeft besproken. Na deze bespreking formuleerde de kerngroep een voorstel voor de besteding van het beschikbare budget en legden dat voorstel aan het dagelijks bestuur voor ter besluitvorming. Na instemming van het dagelijks bestuur brengen ambtenaren de adviezen onder bij de plannen van de directies (West) of maken daarvoor een apart uitvoeringsplan (Oost). Deze laatste feitelijke uitvoeringsstap valt buiten de scope van dit onderzoek.
Voor de stemming: in takt laten of redigeren Er waren duidelijke verschillen in de manier waarop de kerngroepen van de drie stadsdeelcommissies omgingen met de adviezen aan het einde de stadsdeelpaneldag. Het belangrijkste verschil tussen de stadsdelen zit in de mate van clustering en redactie van de adviezen zoals die aan het einde van de stadsdeelpaneldagen door de deelnemers geformuleerd waren. In West leverden deelnemers ingevulde formats met advies, 30
onderbouwing en voorbeelden in. Na afloop van de bijeenkomst haalde het begeleidende bureau alleen de dubbelingen eruit en ordende deze tot 119 adviezen verdeeld over vier buurten en vier deelvragen. Zowel in Oost als in Noord zijn de adviezen sterker geclusterd en geredigeerd. In Oost zijn adviezen samen met begeleidend bureau en de kerngroep samengevat, vervolgens is er binnen het stadsdeel en bij externe organisaties gekeken of er adviezen tussen zitten die echt niet haalbaar zijn of die al gebeuren. Samen met deze informatie is er door kerngroep gekeken naar uiteindelijke 28 adviezen waarop de deelnemers konden stemmen. In Noord vond een vergelijkbaar proces plaats en ook daar is voorafgaand aan het online stemmen van de deelnemers gekeken of een advies haalbaar was of niet. In Noord konden de deelnemers uiteindelijk op 27 adviezen stemmen. Het begeleidend bureau voorzag deze adviezen bovendien van een begeleidende tekst, een tijdens de stadsdeelpaneldag gemaakte illustratie en van de concrete ideeën die bij tijdens de stadsdeelpaneldag genoemd zijn.
Instemmen of prioriteren Op deze adviezen konden de deelnemers na de stadsdeelpaneldag online stemmen. Bij de online stemming konden deelnemers aan de stadsdeelpaneldag in West per advies aangeven: eens, oneens of geen mening. De uitslag van de stemming was dat de deelnemers aan het stadsdeelpanel in West het met alle 119 adviezen eens waren. De stadsdeelcommissie in West besprak vervolgens alle 119 adviezen in de commissievergaderingen. Bij de online stemming in Oost en Noord gaven deelnemers aan welke adviezen –door het begeleidend bureau geredigeerd - zij het belangrijkst vonden. Bij de geredigeerde adviezen in Oost stond per advies aangegeven wat daar al op gebeurde, of het advies binnen de mogelijkheden van het stadsdeel valt en wat eerdere ervaringen daarmee zijn. Bij de geredigeerde adviezen in Noord waarbij het mandaat overduidelijk buiten het stadsdeel lag (zoals Openbaar Vervoer en Wonen) stond de aangegeven dat die buiten de bevoegdheden van het stadsdeel vielen.
Uitgebreide of beknopte bespreking in stadsdeelcommissie en besluitvorming Voor de besluitvorming in de stadsdeelcommissie is het niet werkbaar om alle output van de stadsdeelpaneldag te bespreken. Bij twee stadsdeelpanels (Oost en Noord) is er daarom voor gekozen om de deelnemers bij het online stemmen te laten prioriteren om zo tot een top drie per buurt te komen. Na de online stemming bespraken de stadsdeelcommissies de uitkomsten van de online stemming. Deze bespreking bestond in elk stadsdeel uit één of meerdere voorbereidende 31
en oordeelsvormende besprekingen besluitvormende bespreking.
over de
adviezen
en
een
afsluitende,
West koos voor een uitgebreide bespreking van de adviezen terwijl Oost en Noord voor een beknopte bespreking in de stadsdeelcommissie kozen. West had het voornemen om de 119 adviezen eerst per buurt tweemaal te bespreken (beeldvormend en oordeelsvormend), wat neerkwam op acht besprekingen. Op basis van deze acht besprekingen clusterde de kerngroep de 119 besproken adviezen in 16 algemenere adviezen, die werden onderbouwd met de eerder besproken 119 adviezen. Hierna vond een bespreking plaats van deze 16 gebundelde adviezen, vergezeld met een ‘pre-advies’ van het dagelijks bestuur en een ambtelijke kostenraming. Eén advies (over de broedplaatsen) sneuvelde nadat deze als onhaalbaar werd bestempeld door het dagelijks bestuur. Op 15 april 2025 werden 15 adviezen met 12 stemmen voor en 3 stemmen tegen aangenomen. Op basis van de Voor de realisatie van de 15 adviezen stelde het Dagelijks Bestuur zelfs € 105.000,- aan budget beschikbaar gesteld door het Dagelijks Bestuur. Dat is meer dan de oorspronkelijk bedachte € 75.000,-. Hoewel de uitgebreide bespreking in West (veel) meer tijd kostte, gaf het de stadsdeelcommissie ook meer gelegenheid om de adviezen echt inhoudelijk te bespreken, zich eigen te maken en eventueel over te nemen. Deze bespreking vond plaats op basis van minder geredigeerde adviezen, wat bijdraagt aan de herkenbaarheid voor deelnemers.
Doordat in West meer adviezen besproken werden en deze minder geredigeerd waren, had de stadsdeelcommissie meer gelegenheid om recht te doen aan de perspectieven van bewoners. Dat kostte echter ook een tijdsinvestering van de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie in Oost besprak alle 28 adviezen voor het hele stadsdeel in één voorbereidende vergadering (11 februari 2025) (Ongevraagd Advies van de Stadsdeelcommissie Oost, 2025a) en één besluitvormende (25 februari 2025) vergadering (Ongevraagd Advies van de Stadsdeelcommissie Oost, 2025b). Op 25 februari 2025 neemt de stadsdeelcommissie het voorstel aan met 11 stemmen voor en 1 tegen. In diezelfde besluitvormende vergadering biedt het dagelijks bestuur aan om een uitvoeringsplan te laten maken door de ambtenaren van het stadsdeel. De stadsdeelcommissie bespreekt op 20 april 2025 het uitvoeringsplan met de ‘activiteiten die dit jaar uitvoerbaar zijn en de mate waarin ze aansluiten bij de geformuleerde thema’s’ (Toelichting Uitkomsten Stadsdeelpanel, 2025).3 Oost had van tevoren €200.000 budget gereserveerd voor de uitvoering van de hoogst geprioriteerde adviezen. In het uitvoeringsplan staat het voor elk van de 11 projecten gereserveerde bedrag. De stadsdeelcommissie in Noord besprak de top drie adviezen van elk van de drie gebieden. De eerste bespreking van de adviezen in deze stadsdeelcommissie was een procesbespreking.
Op 9 juli 2025 neemt de stadsdeelcommissie het voorstel van deze negen adviezen aan met 8 stemmen voor en 2 tegen. De ambtenaren van het stadsdeel zullen deze negen adviezen met 55 onderliggende interventies vervolgens toetsen op 3
https://oost.notubiz.nl/document/15536425/1#search=%22stadsdeelpanel%22
32
haalbaarheid. De uitslag van deze ambtelijke toetsing is voorzien in september 2025 en op het moment van schrijven nog niet afgerond.
Adviezen veralgemeniseren om ze te kunnen realiseren Het is een forse inspanning op om top drie adviezen per buurt ook daadwerkelijk te realiseren. In twee stadsdelen (Oost en Noord) selecteerden en veralgemeniseerde de kerngroepen en het begeleidend bureau de adviezen van hun respectievelijke stadsdeelpanels. Ambtenaren van de stadsdelen maakten vervolgplannen waarbij zij voortbouwden op de veralgemeende adviezen. Zij kijken of de adviezen passen bij bestaand beleid, of brengen de adviezen onder bij het beleid waar het ogenschijnlijk het best bij past. Daarmee kan de stadsdeelcommissie laten zien dat zij opvolging geven aan de belangrijkste adviezen van het panel. Echter kan de invulling van de nieuwe projecten die het stadsdeel start, behoorlijk afwijken van de oorspronkelijke bedoeling van de oorspronkelijke adviezen uit de stadsdeelpanels. We geven twee voorbeelden: ▪
▪
In Oost formuleerde de deelnemers voor elke buurt het advies om bestaande activiteiten beter vindbaar te maken. Daarop adviseerde de kerngroep om te investeren in ‘een overzicht van activiteiten en organisaties in het stadsdeel’ en een ‘centrale informatiepagina’ (Ongevraagd Advies van de Stadsdeelcommissie Oost, 2025b). Het uitvoeringsplan (Uitvoeringsplan, 2025) investeert om het bereik van bestaande buurtmedia (actieve communicatie in plaats van vindbaarheid) te vergroten. Volgens het uitvoeringsplan draagt dat bij aan het beter vindbaar maken van de bestaande activiteiten. Het winnende advies in Oud Oost, ‘Diversiteit stimuleren’, gaat over meer aandacht voor diversiteit. In de online stemming is dit expliciet gekoppeld aan onderwijs; er wordt nog toegelicht dat de gemeente scholen kan stimuleren om aandacht te besteden aan bepaalde onderwerpen. In het uitvoeringsplan wordt dit vertaalt naar ‘buurtactiviteiten die gaan over diversiteit en ontmoeting’, buiten het onderwijs.
Conclusie Het is een flinke klus om de adviezen van 130, 166 of 184 deelnemers terug te brengen tot een overzichtelijke set van projecten die het stadsdeel zal moeten realiseren. Bij het volgen van deze processen, van de staddeelpaneldag tot de toegezegde projecten, valt op dat stadsdeelcommissies, -besturen en de ambtelijke organisatie veel ruimte nemen om adviezen te herinterpreteren. Dit is vooral het geval bij de adviezen die al vóór de stemming sterk worden geredigeerd. Dat leidt in sommige situaties tot opvallende verschillen tussen de uitkomsten van de stadsdeelpaneldag en het uiteindelijk gefinancierde project. Of deze veralgemeningsering van adviezen een probleem is, hangt af van de doelstelling van het instrument stadsdeelpanel. Algemene adviezen leveren minder snel concrete 33
oplossingen voor lokale problemen. Als adviezen niet (langer) herkenbaar zijn voor deelnemers kan dit hun vertrouwen in de overheid schaden. Anderzijds zorgt die interpretatie ruimte misschien wel voor oplossingen die (sneller) te realiseren zijn.
34
1.5 Conclusies In hoeverre hebben de stadsdeelcommissies hun doelen behaald? Het ontwerp van de drie verschillende stadsdeelpanels droeg bij aan de doelen die elke kerngroep vooraf had geformuleerd. De stadsdeelcommissieleden en bestuurders die op 18 juni 2025 deelnamen aan de afsluitende focusgroep waren achteraf dan ook grotendeels tevreden. Zij spraken hun waardering uit voor de adviezen die zij hadden gekregen en vonden dat zij door de adviezen ook een beter beeld hebben van of zij de “de goede dingen doen” of juist andere accenten moeten leggen. De aanwezige gebiedsmanagers, die dagelijks veel contact hebben met bewoners van het stadsdeel, zijn kritischer over de adviezen die uit de stadsdeelpaneldagen zijn voortgekomen: de “output is wel veel open deuren en dingen die we al weten”. Als onderzoekers constateren we dat brede adviezen weinig richting geven of prioriteiten duidelijk maken. De aanwezige stadsdeelcommissieleden waarderen daarnaast ook het grote aantal deelnemers dat heeft deelgenomen aan hun stadsdeelpanel. Bewoners die nooit naar de inspraakavonden van de stadsdeelcommissie komen, of zelfs nog nooit van de stadsdeelcommissie gehoord hadden, kwamen dankzij de loting wel naar het stadsdeelpanel.
De stadsdeelcommissie leden hebben met het organiseren van een stadsdeelpanel de vaak genoemde (maar niet expliciet geformuleerde) , namelijk nieuwe mensen bereiken, behaald. Dat grote aantal deelnemers zorgt er volgens hen voor dat je bij zo’n breed thema voldoende ophaalt.
Hoeveelheid adviezen staat op gespannen voet met realisatiekracht van het stadsdeel Het budget dat nodig zou zijn om de enorme hoeveelheid uiteenlopende adviezen die er aan het einde van de stadsdeelpaneldagen liggen te realiseren (buiten de adviezen die ondergebracht zouden kunnen worden in bestaande plannen), staat niet in verhouding tot het budget wat stadsdelen daarvoor beschikbaar hebben. Zeker niet als je deelnemers op korte termijn in de praktijk wil laten zien hoe hun adviezen aan concrete acties van het stadsdeel hebben bijgedragen. De ontwerpkeuzes die in de voorbereidingsfase van de stadsdeelpanels gemaakt zijn, zorgen voor zo’n grote hoeveelheid sterk uiteenlopende adviezen. De combinatie van een breed thema, sub-thema’s losjes gekoppeld aan het centrale thema en een groot aantal gespreksgroepen, zonder een concrete vraag, resulteert in groot aantal adviezen, die soms ook buiten het gekozen centrale thema vallen. Dat is wellicht wenselijk als je de stadsdeelpanels wederom waardeert vanwege hun inbreng van ervaringen en veelheid van perspectieven, maar tegelijkertijd loopt het minder synchroon met de wens om tot concrete oplossingen voor hardnekkige problemen te komen.
35
In hoeverre zijn de oorspronkelijke doelstellingen van het instrument stadsdeelpanel behaald? Het instrument stadsdeelpanel is in eerste instantie ontwikkeld als antwoord op één van de structurele uitdagingen in het bestuurlijk stelsel: een beperkte slagkracht van de stadsdeelcommissies en beperkte aansluiting bij de lokale opgave en inbreng van bewoners bij het oplossen hiervan (Gemeente Amsterdam, 2022b, zie Het ontstaan van het instrument ‘stadsdeelpanel’, p. 9). Op basis van deze probleemanalyse zijn doelen en kaders opgesteld en uitgewerkt tot het instrument stadsdeelpanel. Daarbij moeten stadsdeelpanels bijdragen aan betere oplossingen voor de lokale problemen in de stadsdelen. We zien dat deze doelen niet vanzelf gerealiseerd zijn en doorwerken in de praktijk. In de afsluitende focusgroep geven de stadsdeelcommissieleden aan dat het stadsdeelpanel niet zozeer hun positie heeft versterkt, maar wel het gewicht van hun adviezen. Adviezen die de stadsdeelcommissie op basis van het stadsdeelpanel aan hun dagelijks bestuur voorlegt, hebben meer gewicht dan hun eigen opgestelde adviezen. De commissieleden zien daarnaast een duidelijke meerwaarde van het instrument, omdat loting zorgt voor deelnemers die zij anders nooit spreken, waardoor de adviezen die uit het panel komen zicht geeft of zijn de goede dingen doen, of andere accenten moeten leggen.
Na de introductie van het instrument stadsdeelpanel bij de herziening van het bestuurlijk stelsel benoemden bewoners tijdens het inspraakproces een aantal voorwaarden voor de introductie van dit nieuwe instrument. Deze gingen onder andere over echt wat kunnen bepalen, voldoende tijd hebben en het kennisniveau op peil brengen. De opdracht, vraag en bevoegdheden van de gelote burgers moeten helder zijn (Gemeente Amsterdam, 2022b, zie Het ontstaan van het instrument ‘stadsdeelpanel’). Op basis van de eerste drie panels zien we dat deze elementen nog steeds aandacht behoeven. Het stadsdeelpanel in West lijkt het meest recht te hebben gedaan aan deze elementen, door op de stadsdeelpaneldag de meeste tijd te programmeren voor de deliberatie tussen bewoners, en achteraf alle adviezen van de bewoners afzonderlijk in 10 commissievergaderingen te bespreken, voordat zij deze in algemene thema’s onderbrachten. Daardoor waren adviezen beter herkenbaar voor deelnemers en lijken zij het meest recht te hebben gedaan aan de woorden van de bewoners. In Oost en Noord daarentegen, werd minder tijd besteed aan deliberatie tijdens de stadsdeelpaneldag en vond sterke veralgemenisering van de opbrengsten van de dag plaats voordat deze besproken werden in de stadsdeelcommissie.
De gespreksgroepen bij elk van de drie stadsdeelpanels geven veel zicht op de lokale problemen in de verschillende buurten in de stadsdelen. Maar het ontwerp van de stadsdeelpanels en de opvolging van de uitkomsten zijn gericht op brede thema’s. Maar door die brede themakeuze, en het veralgemeniseren van de adviezen in de opvolgings36
en besluitvormingsfase, maakt de stadsdeelcommissie geen gebruik van die potentie. Al zijn er ook daar weer uitzonderingen op, want in Oost zijn er een aantal heel lokale initiatieven (echt op straatniveau) gestart als vervolg op de adviezen uit het stadsdeelpanel. Daarmee lijken de stadsdeelpanels meer op een (zeer geslaagde) brede stadsdeelraadpleging, dan op een methode om hardnekkige problemen die de stadsdeelcommissie niet opgelost krijgt vanuit nieuwe perspectieven het hoofd te bieden. Dat leert ons dat het instrument op veel verschillende manieren kan worden ingezet en dat elke manier zijn eigen krachten en beperkingen heeft, zoals we hier boven steeds hebben laten zien. Welke manier ‘goed’ is, is afhankelijk van de gekozen doelstellingen en functie van een stadsdeelpanel.
37
1.6 Aanbevelingen Op basis van het evaluatieve onderzoek naar de stadsdeelpanels formuleren we hieronder een aantal adviezen voor de verschillende betrokkenen bij dit instrument. De overkoepelende aanbeveling is wees expliciet over doelstelling van het instrument stadsdeelpanel en ontwerp een stadsdeelpanel op basis van die doelstelling.
Geef stadsdeelcommissies (meer) ruimte voor maatwerk voor de invulling van hun eigen stadsdeelpanel. In de huidige verordening (Overheid.nl, 2025) staan harde criteria waar een stadsdeelpanel aan moet voldoen, zoals: minimaal 250 deelnemers en deelnemers moeten een representatieve afspiegeling van de bewoners van het stadsdeel zijn. Een stadsdeel komt alleen in aanmerking voor financiële en organisatorische ondersteuning als het panel voldoet aan deze harde criteria. Op basis van de ervaring met de eerste drie stadsdeelpanels, is het aan te bevelen om een stadsdeelcommissie meer ruimte te geven aan een eigen invulling van het stadsdeelpanel wat zij voornemens zijn om te organiseren. Denk hierbij aan panels op gebieds- of wijkniveau, panels met kleinere groepen deelnemers, selectie op doelgroep of meerdere bijeenkomsten om onderlinge vertrouwdheid te bevorderen.
Continueer de professionele ondersteuning bij het formuleren van een goede vraag/vraagstelling en ontwerp van de dag. De ervaring met de eerste drie stadsdeelpanels heeft laten zien dat een stadsdeelcommissie veel baat heeft bij professionele ondersteuning bij het formuleren van de doelstelling(en) en vraagstelling van een stadsdeelpanel en een ontwerp waarin dat gerealiseerd kan worden. Want de leerervaring die stadsdeelcommissieleden hebben opgedaan, is vluchtig, aangezien stadsdeel-commissies elke vier jaar opnieuw gekozen worden.
Als een stadsdeelcommissie er voor kiest om een stadsdeelpanel te benutten om tot betere oplossingen te komen voor hardnekkige problemen in hun stadsdeel ontwerp het stadsdeelpanel dan ook zodanig dat het daaraan bij kan dragen. Dat betekent een stadsdeelpanel over één duidelijk afgebakend thema. Meer tijd inruimen voor de gespreksgroepen om daarover van gedachte te wisselen en gesprekbegeleiding die er zorgt dat het gesprek over dat afgebakende thema blijft gaan. Zo’n ontwerp kan bijdragen aan betere oplossingen voor de hardnekkige vraagstukken in het stadsdeel.
38
Geef meer aandacht aan de convergentie fase. Bij de eerste drie stadsdeelpanels is veel aandacht besteed aan hoe je zoveel mogelijk ideeën en adviezen bij de deelnemers kan ophalen (de divergentie fase). Door brede thema’s of open vraagstellingen te kiezen en die vervolgens met meer dan 25 gespreksgroepen te bespreken, ontstaan veel adviezen met beperkte inhoudelijke samenhang. Hoe je van heel veel adviezen, met weinig inhoudelijke samenhang komt naar een beperkt set samenhangende en door het stadsdeel uitvoerbare plannen komt, heeft veel meer aandacht nodig.
Wees realistisch over de frequentie van het aantal stadsdeelpanels dat een stadsdeelcommissie kan organiseren in een zittingsperiode. De huidige verordening (Overheid.nl, 2025) gaat uit van twee stadsdeelpanels per jaar. De deelnemers aan de afsluitende focusgroep kwamen tot de conclusie, dat het niet reëel is om meer dan één of twee stadsdeelpanels met250 deelnemers per zittingstermijn te organiseren gezien de grote tijdsinvestering die bij de organisatie en doorwerking hoort.
Maak ruimte in de ambtelijke organisatie van het stadsdeel om de adviezen die uit het stadsdeelpanel komen ook te kunnen uitvoeren. Als de staande organisatie van het stadsdeel al vol zit met regulier werk, dan is er beperkte capaciteit om de uitkomsten van een stadsdeelpanel op te volgen. Er is dus niet alleen capaciteit en geld nodig voor het organiseren van het stadsdeelpanel, maar ook geld en ambtelijke capaciteit om de adviezen te kunnen uitvoeren.
39
Hoofdstuk 2 Perspectief van deelnemers In dit hoofdstuk beantwoorden we de deelvraag over de doorwerking van deelname aan het stadsdeelpanel bij deelnemers. Om deze deelvraag te beantwoorden onderzoeken we de ervaringen van deelnemers met het stadsdeelpanel en hun waardering hiervan. Hierbij is ook expliciet aandacht voor inclusie. In hoeverre voelden deelnemers zich gehoord tijdens het stadsdeelpanel? Deze deelvraag zal beantwoord worden op basis van enquête-onderzoek en enkele interviews met deelnemers.
2.1 Theoretisch perspectief De theorie van ervaren procedurele rechtvaardigheid gebruikt om te kijken naar de opzet van het stadsdeelpanel en de ervaringen van deelnemers. Met behulp van de theorie over Psychological Ownership is gekeken naar de verandering in betrokkenheid van deelnemers bij de onderwerpen van het stadsdeelpanel.
Ervaren procedurele rechtvaardigheid De theorie van ervaren procedurele rechtvaardigheid is in vele contexten onderzocht, waaronder burgerparticipatie. De theorie laat zien dat een eerlijke en respectvolle bejegening voor burgers van groot belang is in hun contact met de overheid (Bleijenberg, 2021; Lind & Tyler, 1988; Webler et al, 2001; van den Bos, 2023). Wanneer deelnemers de opzet en uitvoering van een stadsdeelpanel als rechtvaardig ervaren, draagt dit bij aan tevredenheid met het panel en aan acceptatie van de uitkomsten. Er zijn drie elementen die een belangrijke rol spelen in ervaren procedurele rechtvaardigheid en die in dit onderzoek aan de orde komen: respect, voice en explanation. Aan de hand van deze elementen is in dit onderzoek gekeken naar de ervaringen van deelnemers. Zijn deelnemers vriendelijk en respectvol bejegend door de gemeente? Vinden zij dat het stadsdeelpanel eerlijk is verlopen? En wat betekent dit voor hun steun voor de uitkomst ervan en hun vertrouwen in het beleid van de gemeente? Respect: hierbij gaat het om de ervaring van deelnemers dat er beleefd en respectvol met hen is omgegaan. Voice: hierbij gaat het om de ervaring van deelnemers dat er voldoende ruimte was voor hun inbreng en dat deze ook serieus genomen is.
Dit betreft zowel ruimte voor verschillende inhoudelijke opvattingen en vragen als de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het verloop van het proces. Explanation: hierbij gaat het om de ervaring van deelnemers dat het proces en wat er met de adviezen van het panel gebeurt helder is; begrijpelijke informatie over de aanpak van
40
het proces, bijvoorbeeld over hoe inhoudelijke keuzes tot stand komen en transparante informatie over het politieke besluitvormingsproces na afronding van het panel.
Psychological Ownership Pyschological ownership beschrijft het hebben van het gevoel van eigenaarschap over iets, zonder dat je dit formeel echt hoeft te hebben (Pierce & Dirks, 2001). Inhoudelijke verdieping, invloed en een eigen investering (in tijd of geld) draagt bij aan gevoel van eigenaarschap; dit leidt tot meer betrokkenheid bij het betreffende onderwerp. Binnen dit onderzoek kijken we naar een verandering houding na deelname aan het stadsdeelpanel. Het gaat hierbij om de vraag of de betrokkenheid van deelnemers bij het onderwerp van het stadsdeelpanel en hun omgeving toeneemt. Dit onderzoeken we aan de hand van de ervaringen van deelnemers.
41
2.2 Resultaten In deze paragraaf vindt u de resultaten van het onderzoek onder deelnemers aan de drie stadsdeelpanels. In het vorige hoofdstuk is al veel beschreven over de opzet van de stadsdeelpanels. Hieronder wordt daar een korte samenvatting van gegeven. Daarna volgt informatie over de deelnemersgroep, en de verwachtingen en ervaringen van deelnemers.
Stadsdeelpanels in West, Oost en Noord Stadsdeelpanel West: betere straten In Amsterdam-West werd op 28 september 2024 in De Hallen het eerste stadsdeelpanel georganiseerd met als centrale vraag: “Hoe maken we de straten van West beter en gezelliger?” De opzet bestond uit interactieve sessies zoals het West Café, cartoontekenen, moodboards en tafelgesprekken. In totaal deden 166 gelote inwoners mee, waarvan 150 later stemden op de geformuleerde adviezen. Het panel leverde 119 adviezen op, verdeeld over vier gebieden (Oud-West, De Baarsjes, Bos en Lommer en Westerpark). Vrijwel alle adviezen kregen brede steun. Voorbeelden zijn: meer “samen bankjes” en een jongerenpanel. De dag had een festivalachtig karakter en eindigde met een gezamenlijke afsluiting en borrel. Bijzonder was de inzet van creatieve werkvormen om ideeën tot stand te brengen. Stadsdeelpanel Oost: binding Op 23 november 2024 vond in Oost een tweede stadsdeelpanel plaats over het onderwerp binding met de buurt. Het doel was om verbondenheid te versterken en eenzaamheid tegen te gaan. Er waren 376 aanmeldingen met uiteindelijk 195 deelnemers op de dag zelf. De bijeenkomst vond plaats op het stadsdeelkantoor en bestond uit gesprekken per wijk, creatieve activiteiten en een gezamenlijke lunch. De opzet was democratisch, activerend en wijkgericht. Er was geen plenaire afsluiting.
Na afloop konden deelnemers online stemmen op de adviezen (7-15 december). In totaal zijn er meerdere aanbevelingen opgenomen in het uitvoeringsplan, met een beschikbaar budget van 200.000 euro. Voorbeelden zijn: verbetering van buurtmedia (40.000 euro) en een openhuis met welzijnsorganisaties. Stadsdeelpanel Noord: opgroeien Op 4 april 2025 vond een stadsdeelpanel plaats in de Tolhuistuin in Noord. Het panel richtte zich op het thema “opgroeien in Noord”, met veel jonge deelnemers (16-27 jaar). Hoewel “opgroeien” het officiële onderwerp was, verschoof het gesprek vaak naar buurtgevoel, veiligheid en voorzieningen. De opzet bestond uit interactieve werkvormen (zoals ‘Over de Lijn’, tafelgesprekken met gespreksbegeleiders en een informatiemarkt). Van de 193 inschrijvingen waren er 133 deelnemers aanwezig. Er werden concrete 42
adviezen geformuleerd, zoals het beter benutten van panden rond het Zonneplein en ideeën om de buurt gezelliger te maken. Er werd afgesloten met een informele presentatie van de aanbevelingen per groep. Enige tijd na de paneldag konden deelnemers online hun stem uitbrengen op de aanbevelingen van de dag. Deelnemers kregen als blijk van waardering een vergoeding voor het bijwonen van de paneldag (75 euro) en deelname aan de stemming (25 euro).
Samenstelling deelnemersgroep In de drie stadsdelen is gebruik gemaakt van een combinatie van willekeurig uitnodigen (door loting). In Noord werd in aanvulling hierop extra activiteiten georganiseerd gericht op het betrekken van jongeren. In West en Oost is een klein aantal bewoners gericht uitgenodigd om te komen tot een meer representatieve deelnemersgroep. Hieronder is een overzicht te zien van de samenstelling en het verloop van de deelnemersgroep. Het percentage bewoners dat zich heeft aangemeld ligt tussen de 6-8%. Het percentage deelnemers dat na definitieve aanmelding toch niet is gestart, ligt tussen de 12-32%. De no-show in Oost (12%) was opvallend laag. De meeste deelnemers hebben ook deelgenomen aan de stemming. Tabel 5 Overzicht deelnemers Stadsdeel -panel
Uitnodigingen
Aanmelding en
Definitieve uitnodiging *
Definitieve aanmeldinge n
Deelnemers stadsdeelpan el
Deelnemer s stemming
West
4.000
330 (8%)
316
244
166
150
Oost
6.000
376 (6%)
300
220
195
190
Noord
6.000
501 (8%)
460
193
133
127
*door loting
Demografische kenmerken deelnemers De demografische gegevens van deelnemers zijn gebaseerd op de gegevens van de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente. In West en Oost is geloot op leeftijd, gender, wijk/gebied, opleiding en woningtype. Het streven was om een deelnemersgroep samen te stellen die een afspiegeling vormde van de bevolking van het stadsdeel wat betreft de kenmerken waarop is geloot. In Noord was het streven om vooral jongeren (1627) mee te laten praten. Naast loting zijn er extra inspanningen verricht om jongeren te betrekken en uit te nodigen. De deelnemersgroepen van de stadsdeelpanels vormden een divers gezelschap waarin de diversiteit van de bevolking van de stad wat betreft de kenmerken waarop is geloot 43
(leeftijd, gender, wijken/gebieden per stadsdeel, opleiding en woning type) tot uitdrukking kwam. Er was spreiding wat betreft leeftijd en gender (zie Figuur 1). In Noord was er sprake van een grote oververtegenwoordiging van jongeren zoals was bedoeld. In West en Oost zien we een oververtegenwoordiging van bewoners uit de leeftijdsgroep van 45-65 jaar. Figuur 1 Leeftijd deelnemers stadsdeelpanels en bewoners gemeente in %
Leeftijd 50% 40% 30% 20% 10% 0% 0-15
15-25 Noord
West
25-45
45-65
Oost
Amsterdam
65+
bron: Gemeente Amsterdam in cijfers en grafieken | AlleCijfers.nl)
Bewoners met diverse opleidingsniveaus hebben meegedaan aan het stadsdeelpanel (zie Figuur 2). 48% van de Amsterdammers is theoretisch opgeleid (HBO of WO). Wat betreft opleidingsniveau zien we dat relatief meer bewoners met een hogere beroepsopleiding/theoretische opleiding deel hebben genomen aan de stadsdeelpanels.
44
In Noord hebben in vergelijking met West en Oost relatief veel bewoners met een praktische opleiding deelgenomen. Figuur 2 Opleidingsniveau deelnemers stadsdeelpanel en bewoners gemeente in %
bron: Gemeente Amsterdam in cijfers en grafieken | AlleCijfers.nl)
Bewoners uit verschillende wijken/gebieden stadsdeelpanels (zie Figuur 3 t/m 5).
hebben
deelgenomen
aan
de
Bewoners uit verschillende wijken/gebieden stadsdeelpanels (zie Figuur 3 t/m 5).
hebben
deelgenomen
aan
de
Figuur 3 Buurten West
Deelnemers West wonen in.. 35% 30% 25% 20% 15% 10%
5% 0% Bos en Lommer
De Baarsjes
Oud-West
Westerpark
45
Figuur 4 Buurten Oost
Deelnemers Oost wonen in.. 30% 25% 20% 15% 10%
5% 0%
Figuur 5 Buurten Noord
Deelnemers Noord wonen in.. 45% 40% 35%
30% 25% 20% 15% 10%
5% 0% Noord-Oost
Noord-West
Oud-Noord
Bewoners van verschillende soorten woningen hebben deelgenomen aan de stadsdeelpanels (zie Figuur 6).
46
Figuur 6 Soort woning: koop, particuliere of sociale huur
Soorten woningen deelnemers 33%
Koopwoning
44%
26%
Particuliere huurwoning
20%
41%
Sociale huurwoning
36% 0%
10% West
20%
30%
40%
50%
Oost
*NB: deze vraag is in Noord niet gesteld.
Verwachtingen vooraf Hierna wordt ingegaan op de verwachtingen van deelnemers voorafgaand aan het stadsdeelpanel. Deelnemers beginnen positief aan het stadsdeelpanel. Ze hebben over het algemeen vertrouwen in de aanpak van het stadsdeelpanel en verwachten dat de gemeente hun aanbevelingen mee zal nemen bij de plannen voor het stadsdeel. Figuur 7 Verwachtingen van deelnemers van het stadsdeelpanel Noord, West en Oost
47
De gemeente is erin geslaagd om een grotendeels nieuwe groep bewoners te betrekken. Meer dan 85% van de deelnemers heeft niet eerder deelgenomen aan een participatieproces. Figuur 8 Eerder deelgenomen aan een bijeenkomst
Motieven voor deelname In stadsdeel Oost en West was de meest genoemde reden om deel te nemen betrokkenheid bij de buurt of stad. In Noord was er een relatief grote groep die aangaf dat de vergoeding een rol heeft gespeeld in hun besluit om deel te nemen. Invloed uitoefenen op beleid werd minder vaak genoemd als reden om mee te doen. Bij de verschillende stadsdelen is er ook een klein gedeelte dat zelf een andere reden in heeft gevuld bij de categorie ‘Anders’. Zo werd bijvoorbeeld in Noord en West als voornaamste reden aangegeven dat dit was uit nieuwsgierigheid naar wat een stadsdeelpanel is en hoe dit in zijn werk gaat. In stadsdeel Oost werd naast het benieuwd zijn naar het stadsdeelpanel zoals in de andere twee stadsdelen, ook meerdere keren benoemd het in contact komen met andere buurtbewoners. Daarbij benoemden twee respondenten specifiek het in contact komen met buurtbewoners waar zij normaliter niet mee in contact komen.
48
Figuur 9 Motieven voor deelname
Motieven voor deelname 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Ik ben uitgenodigd Ik me betrokken door de gemeente. voel bij mijn stad en mijn steentje bij wil dragen.
Ik invloed wil hebben op de gemeentelijke aanpak om [onderwerp in stadsdeel] te verbeteren.
Noord
West
Ik een vergoeding krijg.
Anders
Oost
* Respondenten konden twee motieven aankruisen.
Ervaringen achteraf In deze paragraaf worden de ervaringen van deelnemers toegelicht. Respondenten zijn na afloop van het stadsdeelpanel gevraagd om hun ervaring te beoordelen met een rapportcijfer. Hierbij scoort het stadsdeelpanel in Oost een 7,9 (N=149), in West een 8,1 (N=140) en in Noord een 8,2 (N=71). Figuur 10 Gemiddelde rapportcijfers van de deelnemers
Gemiddelde rapportcijfer 10 9
8,2
8,1
7,9
8 7 6 5 4 3 2 1
0 Noord
West
Oost
49
Deelnemers zijn over het algemeen heel positief over hun deelname aan het stadsdeelpanel. Aan de hand van de elementen van procedurele rechtvaardigheid laten we zien hoe deelnemers tot hun positieve oordeel zijn gekomen. Deelnemers zijn positief over het gegeven dat de gemeente dit initiatief heeft genomen voor een dergelijke bijeenkomst en over de organisatie van de stadsdeelpanels. Deelnemers voelen zich vriendelijk en met respect bejegend. Deelnemers waarderen dat er een vergoeding tegenover hun inspanning staat. Er is zichtbaar moeite gedaan om het deelnemers gemakkelijk te maken o.a. door de inzet van taalbuddies en tolken voor deelnemers die de Nederlandse taal niet of minder goed beheersen. Deelnemers vinden het soms lastig wat het idee van het stadsdeelpanel precies is en wat er gebeurt met hun aanbevelingen en door wie. Deelnemers oordeelden verschillend over de helderheid van de communicatie vooraf over het stadsdeelpanel. “Ik kreeg een flyer in de bus, heb me ingeschreven en via de mail werd er contact opgenomen. Duidelijk programma van tevoren, dus dat vond ik goed geregeld.” (deelnemer Noord) "In het begin wist ik helemaal niet wat ik ervan moest verwachten eigenlijk.. maar toch wel echt interessant.
We hebben echt dingen kunnen inbrengen, kunnen delen, dus wel het gevoel dat het nuttig is geweest." (deelnemer Noord) Deelnemers voelen zich gehoord door de gemeente. Ze geven aan het prettig te vinden dat de gemeente naar hun opvattingen en ideeën vraagt en dat ernaar geluisterd wordt. “We moeten het toch samen doen. Heel fijn dat het publiek wordt gevraagd om mee te denken. Dat de gemeente niet alles in haar eentje zit te bedenken.” (deelnemer Oost) “Doordat we in groepjes zaten en overlegden was het echt mogelijk om je mening te delen. Vrijwel alles werd opgepikt.” (deelnemer Noord)
50
Ik heb voldoende informatie gekregen over het programma van de dag. 5
4
3
2
1 Noord
West
Oost
Figuur 11 Informatie over het programma
Praktische verbeterpunten Deelnemers zijn positief over het concept van het stadsdeelpanel waarbij er ook verbeterpunten worden genoemd over het programma van de dag: “Toen ik naar huis ging had ik zoiets van ¨less is more¨. Het programma had weinig rustmomenten.” (deelnemer West) “De lunch was best wel karig. Er was ook onduidelijkheid over rijen. We bleken in een verkeerde rij staan.” (deelnemer Oost) “Als je bij de afsluiting mensen weer even samenbrengt, denk ik dat het een rustiger verloop heeft.” (deelnemer Oost) “Het was leuk geregeld met markt en zo, maar in hoeverre had het echt betrekking op deze dag?” (deelnemer Noord) De verbeterpunten richten zich op een aantal praktische punten met betrekking tot koffie en lunch (Oost). Wat betreft de inhoudelijke programmering werden vaker opmerkingen gemaakt over de informatiemarkt (onduidelijkheid over wat de bedoeling was in relatie tot de dag, tijd die ervoor uitgetrokken was, sommige deelnemers voelden zich wat verloren) en het ontbreken van een duidelijke afsluiting van de dag (Oost en Noord).
Bereidheid opnieuw mee te praten Niet alleen wordt de ervaring hoog becijferd, het overgrote deel zou ook graag weer deel willen nemen aan een stadsdeelpanel als het onderwerp hen interesseert. Onderstaande figuur laat zien dat, net als bij de rapportcijfers, dit in West en Noord net iets hoger scoort. 51
Deelnemers gaven aan: “Het was nice om mijn mening te delen. En de vergoeding was ook fijn.” (deelnemer Noord) "Zeker, want je leert ook allemaal verschillende mensen kennen. Het is een leuke ervaring over het algemeen." (deelnemer Noord) “Stel iemand wordt voor het eerst gevraagd dan zou ik sowieso zeggen: doe mee.” (deelnemer Oost) Figuur 12 Opnieuw deelnemen aan een stadsdeelpanel Als het onderwerp me interesseert, zou ik de volgende keer weer deel willen nemen aan het stadsdeelpanel
Oneens
Neutraal
Noord
West
Eens
Oost
Vertrouwen in follow up Na afloop is het vertrouwen van deelnemers in de opvolging van de aanbevelingen door de gemeente licht toegenomen.
52
Figuur 13 Vertrouwen in de opvolging van de aanbevelingen
Vertrouwen in de opvolging 5
4
3
2
1 Noord
Oost Vooraf
West
Achteraf
Hierbij geven deelnemers overigens aan geen al te hoge verwachtingen over de opvolging van hun aanbevelingen te hebben. Ze benadrukken dat het voor hen vooral belangrijk is dat ze hun mening hebben kunnen geven en dat de gemeente er serieus mee aan de slag gaat. Tegelijk verwachten ze niet dat alles wordt overgenomen of kan worden uitgevoerd. “Ik weet niet of er echt iets mee gebeurt, maar het is goed dat het gedeeld is” (deelnemer Noord) "Ik denk niet dat ze ermee gelijk aan de slag gaan, maar ik denk wel dat het voor de komende periode dat ze wel gewoon er gaan werken." (deelnemer Noord) “Zoveel dingen, maar wat is ook haalbaar? Wat heeft kans om bij gemeente er doorheen te komen?” (deelnemer West) “Er was een mevrouw die een broodmachine voorstelde. Dat vind je in de rapportage niet terug. Voor zo´n mevrouw is dat wel belangrijk.” (deelnemer West) “We kunnen wel allerlei ideeën generen, maar maken ze ook kans om 50.000 euro aan uit te geven? Geef bijvoorbeeld drie criteria mee waar de ideeën aan moeten voldoen.” (deelnemer Oost)
Vertrouwen in het instrument Na afloop van hun deelname aan het stadsdeelpanel zijn deelnemers positiever over het instrument dan voordat ze eraan begonnen. Dit bevestigt dat deelnemers positief terugkijken op de dag. 53
Figuur 14 Houding t.o.v. het instrument in Noord
Noord 5 4 3 2 1 Vertrouwen in de manier waarop de gemeente het stadsdeelpanel organiseert
Vooraf
Ik sta positief tegenover het stadsdeelpanel in Amsterdam
Achteraf
Figuur 15 Houding t.o.v. het instrument in Oost
Oost 5 4 3 2 1
Vertrouwen in de manier waarop de gemeente het stadsdeelpanel organiseert Vooraf
Ik sta positief tegenover het stadsdeelpanel in Amsterdam Achteraf
54
Figuur 16 Houding t.o.v. het instrument in West
West 5 4 3 2 1 Vertrouwen in de manier waarop de gemeente het stadsdeelpanel organiseert
Ik sta positief tegenover het stadsdeelpanel in Amsterdam
Vooraf
Achteraf
Vertrouwen in de aanpak van de gemeente Deelnemers hebben redelijk veel vertrouwen in de aanpak van de gemeente met betrekking tot het vraagstuk bijvoorbeeld als het gaat om betere en gezelligere straten, binding en opgroeien. In vergelijking met vertrouwen in de opvolging van de aanbevelingen en in het stadsdeelpanel zelf (Figuur 13), zijn deelnemers hierover minder positief (tussen ‘redelijk veel’ en ‘veel’). Figuur 17 Vertrouwen in de aanpak van de gemeente
Ik heb meer vertrouwen gekregen in de manier waarop de gemeente [besproken onderwerp] aanpakt. 5 4 3 2 1 Noord
West
Oost
55
Betrokkenheid van bewoners bij het onderwerp en hun omgeving Naast het luisteren naar de inbreng van bewoners als het gaat om problemen en oplossingen voor lokale vraagstukken, hebben de stadsdeelpanels ook als doel om bij te dragen aan de betrokkenheid van bewoners bij wat er speelt in hun buurt. “Het prettigst vond ik de de kennismaking met andere bewoners. Erg Amsterdams was het. Mensen kwamen overal vandaan. “ (deelnemer West) “Ik vond het leuk om een beetje uit mijn bubbel te stappen.” (deelnemer Noord) “Ik vond het een hele prettige ervaring... Het werkte wel verbindend. Het was ook wel heel bijzonder.” (deelnemer Oost) “Echt heel leuk om met mensen te praten over onderwerpen waar we allemaal mee bezig zijn.” (deelnemer West) Na afloop van de bijeenkomst is de betrokkenheid van deelnemers bij het onderwerp van het stadsdeelpanel toegenomen. Ook is de verantwoordelijkheid die deelnemers voelen voor het voor het vraagstuk en hun bereidheid om hier zelf iets aan te doen toegenomen. Tot slot heeft deelname aan stadsdeelpanel de betrokkenheid bij hun buurt in algemene zin vergroot. Figuur 18 Betrokkenheid bij het onderwerp van het stadsdeelpanel
Gevoel van betrokkenheid 5
4
3
2
1 Noord
West Vooraf
Oost
Achteraf
56
Figuur 19 Verantwoordelijkheid en eigen inzet voor het onderwerp
Inzet 5
4
3
2
1 Noord
West Vooraf
Oost
Achteraf
Figuur 20 Gevoel van verbondenheid met de buurt na afloop van het stadsdeelpanel
Ik voel mij na vandaag meer verbonden met mijn buurt 5
4
3
2
1 Noord
West
Oost
57
2.4 Wat kunnen we leren van drie stadsdeelpanels? Dit rapport wordt afgesloten met een korte reflectie op de inzichten uit de evaluatie onder deelnemers. Drie stadsdelen beten het spits af: Stadsdeel West, Oost en Noord hebben als eerste ervaring opgedaan met dit nieuwe instrument om Amsterdammers te betrekken. Door het instellen van dit instrument biedt de gemeente bewoners de mogelijkheid om te adviseren over oplossingen voor problemen die spelen in hun directe leefomgeving. Een achterliggend doel is het vergroten van betrokkenheid van bewoners bij maatschappelijke vraagstukken en het vertrouwen in de gemeente. Het stadsdeelpanel is geïnspireerd op het burgerberaad. Er staan vraagstukken centraal uit de directe leefomgeving waar bewoners vanuit hun ervaring opvattingen of ideeën over hebben. Het streven is om een afspiegeling van de bewoners te bereiken en betrekken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van onder andere willekeurig uitnodigen (loting). Om de drempel om mee te praten voor bewoners niet te hoog te maken, gaat het om één bijeenkomst van een dag en een online stemming. De korte tijd voor die beschikbaar is, brengt beperkingen met zich mee wat betreft de diepgang van de gesprekken en adviezen. Deelnemers praten primair vanuit hun eigen ervaring mee.
De kennis die wordt ingebracht komt van organisaties en initiatieven uit de buurt, en niet van wetenschappers zoals in burgerberaden. Deelnemers krijgen een vergoeding voor hun deelname. De adviezen worden aangeboden aan de stadsdeelcommissie, die op haar beurt het dagelijks bestuur van het stadsdeel adviseert. De resultaten laten zien dat het stadsdeelpanel grotendeels nieuwe groepen bewoners betrekt. Meer dan 85% van de bewoners praat voor het eerst mee met de gemeente. Het lukt ook goed om bewoners met verschillende achtergrondkenmerken te betrekken. De deelnemersgroep is divers wat betreft de meeste kenmerken waarop is geloot: leeftijd, gender en woontype (West en Oost). Theoretisch opgeleiden zijn oververtegenwoordigd in de panels. In Noord is de organisatie er goed in geslaagd om bewoners met een praktische opleiding te betrekken. Dat de deelnemers geen representatieve groep vormen op alle kenmerken, is begrijpelijk en helaas ook onvermijdelijk (vanwege zelfselectie). Het stadsdeelpanel adviseert de stadsdeelcommissie. Deze commissie adviseert op haar beurt het dagelijks bestuur van het stadsdeel welke minder en andere bevoegdheden heeft dan het college van Burgemeester en Wethouders. Anders dan bij een burgerberaad gaat de invloed van adviezen van een stadsdeelpanel over meer schijven en is deze minder duidelijk vooraf vastgelegd.
Ook was er in deze panels geen sprake van een – politiek of maatschappelijk – omstreden kwestie. Er is gekozen voor algemene, brede onderwerpen. Gelet op de status van de adviezen van het stadsdeelpanel is diversiteit van de deelnemersgroep en het gegeven dat bewoners worden bereikt die niet eerder hebben 58
geparticipeerd belangrijker dan in hoeverre er sprake was van een (statistisch) representatieve groep. De diversiteit van de deelnemersgroep zal eraan bijdragen dat de adviezen van de panels door bewoners als legitiem worden gezien. Overigens blijft extra aandacht voor het betrekken van bewoners met een praktische opleiding en jongeren bij alle vormen van participatie belangrijk. Bewoners doen met name mee uit betrokkenheid bij hun stad. Invloed uitoefenen op beleid wordt minder vaak genoemd als reden om mee te doen. In Noord geven relatief veel bewoners aan dat de vergoeding ook een rol heeft gespeeld. Deelnemers zijn over het algemeen heel positief over hun deelname aan het stadsdeelpanel. Het rapportcijfer ligt rond de 8. Deelnemers zijn na afloop nog positiever over het stadsdeelpanel als participatie-instrument dan vooraf. Deelnemers hebben ervaren dat de gemeente hun opvattingen en ideeën voor het stadsdeel belangrijk vindt. Ze voelen zich gehoord door de gemeente. Ook is er waardering voor de mogelijkheid die de panelbijeenkomst biedt om andere bewoners te ontmoeten. Deelnemers vinden het leuk om met medebewoners met diverse achtergronden en perspectieven te praten over wat er speelt in hun buurt te praten. Hoewel de stadsdeelpanels van elkaar verschilden wat betreft onderwerp en opzet, maakt dat niet substantieel uit voor de waardering van deelnemers.
Het merendeel van hen zou een volgende keer opnieuw deelnemen als het onderwerp hen zou interesseren. Deelnemers benoemen verbeterpunten voor de uitvoering van het stadsdeelpanel, maar zijn positief over het instrument als zodanig. Verbeterpunten over de drie panels betroffen 1) betere uitleg over het stadsdeelpanel zelf en wat er na afloop met de aanbevelingen gebeurt 2) faciliteiten op de locatie (Oost) en 3) onderdelen van de programmering (invulling informatiemarkt, beschikbare tijd voor gesprekken en ontbreken van een plenaire afsluiting). Deelnemers hebben niet al te hoge verwachtingen van de opvolging van de adviezen. Ze geven aan te verwachten dat er serieus naar gekeken zal worden maar dat dit niet betekent dat de aanbevelingen van het stadsdeelpanel direct één op één zullen worden overgenomen. Bewoners hebben achteraf iets meer vertrouwen in de opvolging van de aanbevelingen door de stadsdeelcommissie dan vooraf. Ook is hun vertrouwen in de aanpak van de gemeente voor wat betreft het onderwerp dat centraal stond wat toegenomen. Deelname aan het stadsdeelpanel draagt, zo laten de resultaten zien, ook bij aan meer betrokkenheid van deelnemers bij het onderwerp of vraagstuk van het stadsdeelpanel, dus bij wat er speelt in hun buurt en wijk. Ook de bereidheid van deelnemers om zelf een bijdrage te leveren, is direct na afloop van de dag toegenomen.
Tot slot heeft deelname aan de panelbijeenkomst een voorzichtig positief effect op het gevoel van betrokkenheid bij de buurt. Om te voorkomen dat dit positieve effect op betrokkenheid bij hun omgeving 59
wegebt, is het belangrijk dat het contact dat tot stand is gebracht met bewoners een vervolg krijgt. Kortom, hoewel de uitvoering van het stadsdeelpanel op onderdelen kan worden verbeterd, is het vanuit het perspectief van bewoners een waardevol instrument dat hen op een prettige en leuke manier de gelegenheid biedt om ideeën en opvattingen in te brengen bij de gemeente. Deelname aan het stadsdeelpanel wordt door hen als positief ervaren vooral vanwege het contact en de gesprekken met andere bewoners. De resultaten laten zien dat deelname aan een stadsdeelpanel zowel lijkt bij te dragen aan betrokkenheid bij het vraagstuk en de buurt, als in enige mate het vertrouwen in de aanpak van de gemeente als het gaat om het vraagstuk. Of deelnemers daadwerkelijk invloed hebben gehad op beleid van de gemeente, weten we nog niet en hangt af van de follow up van de aanbevelingen door de stadsdeelcommissie. Voor het vertrouwen van deelnemers is het cruciaal dat hun aanbevelingen zeer serieus worden genomen en dat hier transparant en zorgvuldig over wordt gecommuniceerd.
60
Hoofdstuk 3 Conclusies en reflectie In voorgaande hoofdstukken hebben we uiteengezet hoe betrokken stadsdeelcommissieleden, bestuurders van het stadsdeel, ambtenaren van de stadsdelen en deelnemers aan de eerste drie stadsdeelpanels dit instrument hebben ervaren. Op basis van de resultaten uit het onderzoek zijn aanbevelingen gedaan over hoe de stadsdeelpanels kunnen worden verbeterd. In dit hoofdstuk trekken we overkoepelende conclusies en reflecteren we op de introductie van het instrument.
Algemene tevredenheid Het onderzoek toont aan dat betrokken bewoners, ambtenaren en stadsdeelcommissieleden over het algemeen tevreden zijn met het instrument stadsdeelpanels zoals het is uitgevoerd. Deelnemers voelen zich gehoord door de gemeente en waarderen de mogelijkheid om andere bewoners uit hun buurt of wijk te ontmoeten. Gesproken ambtenaren en leden van de stadsdeelcommissies waarderen vooral dat zij kennismaken met - en input krijgen van een meer diverse en representatieve groep bewoners dan bij traditionele participatie- of inspraakprocessen. Het deelnemersonderzoek bevestigt dit: meer dan 85% van de deelnemers heeft nog niet eerder deelgenomen aan een dergelijk participatieproces. Met loting is een diverse groep deelnemers bereikt, desondanks zijn theoretisch opgeleide bewoners (HBO en WO) oververtegenwoordigd onder de deelnemers. Stadsdeelcommissieleden zijn blij met de adviezen van de stadsdeelpanels en voelen zich hierdoor gesterkt in hun rol ten opzichte het dagelijks bestuur van hun stadsdeel en ten opzichte van de centrale stad.
In de vorige hoofdstukken hebben we ook verbeterpunten benoemd met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en opvolging van de stadsdeelpanels zoals betere begeleiding van stadsdeelcommissies in de voorbereiding, duidelijkheid over de doelstelling van het stadsdeelpanel, een heldere uitleg aan deelnemers over het vraagstuk, de rol van het panel en de follow-up, het positioneren van de expertise/informatie, meer tijd voor deliberatie en het behouden van scherpte in adviezen tijdens de besluitvorming na de dag. Deze verbeterpunten zijn het gevolg van het tegelijkertijd nastreven van meerdere doelen, zonder duidelijke keuze voor een beperkte set te realiseren doelen.
Ambitieuze doelen en programma’s Het stadsdeelpanel is bedoeld om het bestuurlijk stelsel te versterken: om de positie van stadsdeelcommissies te versterken en inbreng van bewoners structureel een plek te geven in besluitvorming van het stadsdeel. In de uitwerking van het instrument en de 61
toepassing ervan in de praktijk zijn er extra doelstellingen toegevoegd, gericht op onder andere de verbinding met andere bewoners en de buurt. De vraag is of deze verschillende doelstellingen binnen de randvoorwaarden van de stadsdeelpanels, een bijeenkomst en een online stemming, kunnen worden gerealiseerd. Er lijkt simpelweg te weinig tijd te zijn om alle doelen goed uit te werken. Het doel om adviezen uit te brengen lijkt hierdoor minder goed uitgewerkt dan hoe dit aanvankelijk bedoeld was. Daarnaast worden stadsdeelpanels sterk beïnvloed door de rol van de stadsdeelcommissie om het dagelijks bestuur van het stadsdeel te adviseren. De stadsdeelcommissie heeft zelf geen directe zeggenschap over wat er gebeurt in het stadsdeel. Het stadsdeelpanel adviseert daarmee een adviesorgaan. Op papier committeert het college zich ook aan uitgebrachte adviezen (Gemeente Amsterdam, 2022c, p.8), maar het ontwerp van de drie onderzochte stadsdeelpanels leverde alleen adviezen op voor de drie stadsdeelcommissies. Om te voorkomen dat bewoners teleurgesteld raken over adviezen die niet worden gerealiseerd, kiezen stadsdeelcommissies en begeleidende bureaus ervoor om het uitbrengen van adviezen niet veel te benadrukken.
Verdieping in het vraagstuk, in beschikbare expertise of in perspectieven van andere bewoners spelen vooralsnog een relatief kleine rol tijds de stadsdeelpaneldag, terwijl deze nodig zijn om adviezen uit te brengen. Ook de uitleg over de rol van het stadsdeelpanel en de concrete follow-up van adviezen in de plenaire programmaonderdelen is summier.
Raadplegen of adviseren4 De eerste drie stadsdeelpanels hebben door keuzes in de voorbereiding en uitvoering en follow up meer het karakter van een raadplegend - dan van een adviserend instrument gekregen. Er is sprake van raadplegen of consulteren wanneer de overheid inbreng van bewoners verzamelt, vaak over een open en brede vraagstelling. Deelnemers kunnen vanuit hun eigen perspectief ideeën, ervaringen en zorgen naar voren brengen, zonder in gesprek met elkaar tot gezamenlijke adviezen te komen. Er is sprake van adviseren wanneer de overheid een afgebakende vraagstelling voorlegt aan participanten. Adviseren vereist dat deelnemers delibereren, dat wil zeggen verdiepende gesprekken voeren, over het vraagstuk en gezamenlijk een of meer adviezen formuleren. De brede onderwerpen en open vraagstellingen die in deze drie pilot panels centraal stonden, en de gekozen opzetten, passen beter bij raadplegen dan bij adviseren (Bleijenberg & Kelder, 2021). Bij het raadplegende karakter past ook dat deelname De gemeente maakt onderscheid tussen vormen van invloed (informeren, reageren, adviseren en samenwerken) die niet aansluit op het hier gehanteerde onderscheid tussen consulteren/raadplegen en adviseren. 4
62
(vooralsnog) eenmalig is, dat er is gekozen voor niet controversiële onderwerpen en dat er beperkte aandacht is voor het delen van kennis met deelnemers. En nogmaals: de gemaakte keuzes voor de eerste drie stadsdeelpanels hebben ervoor gezorgd dat een diverse groep bewoners bereikt is en dat betrokken stadsdeelcommissieleden, ambtenaren en deelnemers positief terugkijken op de stadsdeelpaneldagen. Het aanvankelijke doel van stadsdeelpanels, om invloed van bewoners te vergroten op wat er gebeurt in hun stadsdeel, lijkt in de uitvoering meer naar de achtergrond te zijn verdwenen. Als de gemeente dit doel wil handhaven en het stadsdeelpanel wil door ontwikkelen tot een instrument waarmee bewoners de gemeente kan adviseren, zijn grotere aanpassingen nodig. Bijvoorbeeld door flexibeler om te gaan met de eisen met betrekking tot het aantal deelnemers en bijeenkomsten. Meer tijd voor verdiepende gesprekken gedurende meerdere bijeenkomsten zal bijdragen aan de kwaliteit en onderbouwing van adviezen, hetgeen de doorwerking ervan ten goede kan komen. Of door meer invulling te geven aan het commitment van het college aan adviezen van het stadsdeelpanel (Gemeente Amsterdam, 2022c). Met een sterker mandaat van het college kan de nadruk bij stadsdeelpanels meer komen te liggen bij de programmaonderdelen gericht op advisering, zoals kennisoverdracht en deliberatie.