07-03-23 Rondetafelgesprek Amsterdamse Markten ANONIEM
Tekst van het document
Rondetafelgesprek Amsterdamse markten Datum en tijd: 07 maart 2023, 19:00 – 20:55 uur Locatie: Flex427, Kerkstraat 427, Amsterdam Aanwezig: Yolanda Hoogtanders (VVD, gespreksleider) Raadsleden: Judith Krom (Partij voor de Dieren), Erik Schmit (D66), Yolanda Hoogtanders (VVD) Ambtenaren: Ellen Veul (EZ), Haidy Westhoek-Vyent (afdeling Markten), Nicky Vos (griffier commissie SED) Ondernemers: 15 ondernemers van de Bio Nieuwmarkt, Siermarkt, ZuiderMRKT, Sunday Market, Noordermarkt, Hermitage Markt, PURE Markt, Waterlooplein, Boekenmarkt Spui, Reigersbos, Ganzenhoef, Amstelveld, Ten Katemarkt, markten Zuidoost • Ondernemers 13-14-15 kwamen iets later Afmelding: Harold van de Pol (Lindengracht), Ed Wijnberg (markt Westerstraat), Eddie Lek (markt Buikslotermeerplein) Notulist: Roswitha Lubbers / Vi.a.Vi Office Management
1. Opening Yolanda Hoogtanders -die als voorzitter fungeert- opent het rondetafelgesprek en heet alle aanwezigen van harte welkom. Zij is raadslid voor de VVD in Amsterdam maar het thema dat voorligt zit niet in haar eigen ‘pakket’. Het tweede rondetafelgesprek staat op de rol voor 28 maart 2023. Van beide zal een verslag worden opgesteld dat aan alle deelnemers wordt toegestuurd. Aanwezig zijn ondernemers van zowel gemeentelijke als particuliere markten (ook wel ‘markten op afstand’ genoemd). Er is een tweetal leden van de gemeenteraad aanwezig, te weten mevrouw Judith Krom (Partij voor de Dieren) en Erik Schmit (D66) en de voorzitter zal het besprokene delen met haar VVD-fractiegenoten. Vanuit de gemeente zijn aanwezig Ellen Veul (afdelingshoofd Economische Zaken) en Haidy Westhoek-Vyent (teammanager Markten). Zij nemen niet actief deel aan het gesprek, maar kunnen desgewenst wel een inhoudelijke toelichting geven. De griffier van de commissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering, Nicky Vos, is als toehoorder aanwezig. Achtergrond Beide rondetafelgesprekken zijn een vervolg op eerdere rondetafelgesprekken, die digitaal zijn verlopen ten gevolge van de COVID-19-uitbraak.
In de commissievergadering van 07 september 2022 heeft de verantwoordelijk wethouder, de heer Sofyan Mbarki, toegezegd een nieuwe serie gesprekken te zullen opstarten, waarvoor ook de ‘markten op afstand’ alsmede de leden van de Marktadviescommissie (MAC) zouden worden uitgenodigd. Op basis van de onder de genodigden uitgezette inventarisatie, bleek een voorkeur voor het behandelen van de onderstaande thema’s:
Gemeente Amsterdam
Pagina 2 van 18
1. plannen voor de markt; 2. regels op de markt; 3. communicatie tussen de markt en de gemeente Op voorstel van de voorzitter wordt voor elk van deze thema’s 20 minuten uitgetrokken zodat er ook ruimte is voor andere onderwerpen die de aanwezigen willen bespreken.
Rondetafelgesprek I. Plannen voor de markt Ondernemer 1 (staat op aantal markten in Amsterdam Zuidoost) begint zijn inbreng met de oproep om te stoppen met het maken van plannen voor de markt: er is nadrukkelijk behoefte aan rust op de markt. Iedereen heeft zich kunnen verdiepen in de diverse marktvisies en ‘de wildste plannen -zoals centralisering- die de ronde doen hebben geleid tot een enorme onrust’. Dus zorg er als eerste voor dat het gemeentelijke Marktbureau (MB) eerst zelf zijn zaakjes op orde heeft met betrekking tot herindelingen, het aantal sollicitanten ten opzichte van het aantal vaste staanplaatshouders e.d. Hij stelt dat er niet zoveel dingen kunnen worden gewijzigd met dermate grote economische gevolgen voor de kooplieden, als intern binnen de gemeente, de zaak niet op orde is. Ondernemer 2 (Noorder Bio Markt) geeft aan dat zij graag wil innoveren maar dat het MB geen tijd voor haar heeft (men schrijft letterlijk: ‘Zoek maar iemand anders’). Zij noemt dit storend omdat de markt verder wil en daarvoor wel het MB nodig heeft. Ondernemer 3 (onder andere Amstelveld) is in de coronaperiode gestart op de markt. Hij schetst dat diverse groepen (kooplieden, Amsterdammers, gemeente) met een eigen blik naar de markt kijken en dat iedereen ook het beste daarmee voor heeft.
Vraag is evenwel: wanneer is de markt een succes? Hij vindt het antwoord essentieel voor de discussie. Erik Schmit (een van de initiatiefnemers voor het rondetafelgesprek) dankt de aanwezigen dat zij bereid zijn om hun spaarzame vrije tijd te besteden aan dit overleg. Hij legt de vraag terug en wil weten, wanneer de markt door de kooplieden als succesvol wordt ervaren. Ondernemer 4 (markten Zuidoost) vindt dat de gemeente de behoeftes van elke markt apart dient te bekijken omdat er niet één succesformule is voor alle markten. Markten hebben immers een eigen karakter. De markten in Zuidoost zijn een boodschappenmarkt en geen toeristische attractie. Zij vindt dat dit aspect vaak wordt vergeten. Ondernemer 5 (staat op onder andere het Minervaplein en ZuiderMRKT) gaat terug naar de aan de gemeente gestelde vraag: ‘Wanneer is een markt in de ogen van de gemeente succesvol?’. Ondernemers weten zelf heel goed wanneer zij vinden dat de markt voor hen succesvol is maar zij willen graag antwoord op de gestelde vraag. Ondernemer 6 (Noordermarkt) trekt op basis van eerder overleg en diverse stukken de conclusie, dat de afdeling EZ een markt als succes ziet, als deze vol is. Leegstand is hun grootste zorg.
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 18
Erik Schmit benadrukt, dat hij en collega-raadslid Judith Krom geen ambtenaren zijn van de gemeente Amsterdam en evenmin zijn gelieerd aan het Marktbureau maar aanwezig om te luisteren en om vervolgens met de wethouder in gesprek te gaan over wat in hun optiek wenselijk is te wijzigen. In reactie op een kanttekening van ondernemer 5, bevestigt hij dat gemeenteraadsleden uiteraard wel verantwoordelijk zijn voor de regelgeving. Elke markt is verschillend. Het is belangrijk dat er ‘blije bezoekers komen die hun geld willen uitgeven aan producten die zij nodig hebben’. Ondernemers moeten zodoende in staat zijn om winst te maken. Een markt is succesvol: 1. als er sprake is van tevreden bezoekers (van buiten de stad of de buurt); 2. bovendien moet de markt zodanig zijn gestructureerd, dat ondernemers er een goede boterham kunnen verdienen. Ondernemer 2 beklemtoont het belang van duurzaamheid: het is ontzettend fijn om vandaag ‘leuk te draaien’ maar het is minstens net zo belangrijk als dat ook geldt op de langere termijn (bijvoorbeeld vijf jaar). Dus moeten plannen worden ontwikkeld waarvoor ook de gemeente (inclusief het Marktbureau) nodig is. Ondernemer 7 (diverse markten) is al dertig jaar marktkoopman en heeft ruime ervaring met inspreken en overleg met raadsleden. Hij bestempelt het Marktbureau als een gebouw dat al vijftien jaar volledig is ingestort.
Het is zinloos om aan ondernemers te vragen wat te doen voor een succesvolle markt zolang de gemeente zelf niet eens weet wat ze moeten doen: ‘Het Marktbureau is vergane glorie, hoort niet meer in deze tijd en er is totaal niet meer mee te werken’. De marktkooplieden ontvangen steeds maar een visie, die elke twee jaar moet worden aangepast door de gemeenteraad. Op het moment dat ondernemers denken: ‘We zijn er’ wordt er alweer een nieuwe visie van ambtenaren voorgelegd: ‘geen visie van marktkoopmensen en dat leidt tot een heel moeilijk gesprek’. Al met al verandert er helemaal niets. De ondernemers op de Ten Katemarkt doen vrijwel alles zelf. Vijftien jaar geleden werd verzelfstandiging aangevraagd maar dat verzoek werd afgewezen. Dat proces loopt nog maar intussen worden wel op andere locaties diverse markten uit een trukendoos tevoorschijn, ook door het Marktbureau en die niet bestaande markten worden allemaal zelfstandig. De Ten Katemarkt wordt door deze nieuwkomers – die op schitterende markten staan met mooie wagens en perfect floreren- en die worden gerund door ondernemers- volledig weggedrukt omdat de Ten Katemarkt vanwege de knellende regels niet meer kan komen met deze nieuwe markten. In reactie op een vraag van de voorzitter, antwoordt ondernemer 7 dat de Ten Katemarkt al meerdere vernieuwende plannen heeft aangedragen maar deze worden steeds van tafel geveegd.
Anno 2023 wordt er geen vis meer verkocht vanuit een houten kraam. Er is behoefte aan verkoopwagens maar de gemeente staat deze niet toe, zodat de marktkooplieden hun heil buiten Amsterdam zoeken. En als ze dan al in Amsterdam staan, wordt ze een plek van een vier-zes meter toegewezen terwijl er op markten honderden meters leeg staan omdat het Marktbureau niks doet. En: sommige mensen staan al 25 jaar op de wachtlijst. Hoe kan dat, als de media steevast aangeven dat de markten leeg staan?
Gemeente Amsterdam
Pagina 4 van 18
Ondernemer 8 (staat al ruim 25 jaar met groenten en fruit op de Bio Nieuwmarkt) sluit zich aan bij het relaas van ondernemer 7. Voorheen onderhielden ondernemers via een verenging (inclusief een aannamecommissie) contact met de Marktdienst over de aanmeldingen waarvan de biologische kwaliteit door deze vereniging werd bewaakt/gegarandeerd. Het was niet ideaal, maar deze constructie werkte wel. Nadat Bio een ‘hype’ werd, stroomden de aanmeldingen toe, maar hiervan kon 99% worden afgewezen door de vereniging. Waarop de gemeente stelde: ‘Ja maar jullie wijzen alles af!’. Gaandeweg zijn de contacten verwaterd. Door gebrek aan sturing door gemeente/Marktbureau is het de kramenzetter die regelt wie al dan niet wordt toegelaten. Hierdoor voelen zowel de ‘echte bio-ondernemers’ als de klanten zich belazerd. Er is toenadering gezocht door de vereniging met de gemeente, maar continuïteit in de personele bezetting en sturing ontbreekt volledig. Ondernemer 9 (Waterlooplein en coördinator Ondernemers Collectief Amsterdam) benadrukt dat Amsterdam een voorloper is qua nieuwe technologie. De passanten van alle markten in Amsterdam kunnen via sensoren in beeld gebracht worden: zij zijn immers allemaal bezoekers. Op basis van deze gegevens, kunnen volgende stappen worden gezet. Ondernemer 10 (aanwezig namens de Boekenmarkt op het Spui.
Zij staat zelf op de Noordermarkt en heeft een winkel in de binnenstad). Ook zij vindt dat er eerst naar de uitvoering -waaraan veel schort- moet worden gekeken, pas daarna naar het beleid. Uitvoering is ook bepalend voor het succes van een markt. Door een regelmatige herindeling, blijft de markt levend met de deelnemende kooplieden. Het is een kip-ei-verhaal. Ondernemer 11 (Siermarkt, 35 ondernemers). Deze ‘markt op afstand’ heeft niets te maken met het Marktbureau en de markt maakt zijn eigen plannen, waaronder een businessplan met een visie op de markt. Zodoende weten alle ondernemers waar ze aan toe zijn en waaraan de marktgelden aan worden besteed: 30-35% hiervan wordt besteed aan marketing en promotie van de eigen markt. Zodoende kan de Siermarkt leuke én bijzondere dingen doen. Tot de COVID-19-uitbraak werden er maandelijks veel activiteiten georganiseerd. Ondernemer 2 ziet als een van de grote problemen bij het Marktbureau de twee functies: handhaving op naleving van de bestaande regels. Een aantal jaar geleden werden hier de marktmakelaars aan toegevoegd met de nadrukkelijke taak om te kijken naar de ontwikkeling én perspectieven van en voor die markt. De handhavers vonden deze situatie niet al te plezierig omdat zij ‘aan macht inboetten’. Gevolg: zij kwamen in opstand en momenteel voeren de handhavers weer de boventoon.
In de democratie bestaat naast de uitvoerende ook een regelgevende macht. De handhavers willen dat de regelgevende macht bij hen wordt belegd maar dat botst met democratische principes ‘en het werkt niet’. Er is behoefte aan mensen die mee willen denken. Er wordt al twintig jaar gepoogd om een biologische themamarkt te worden maar dat streven wordt elke keer gefrustreerd. Ondernemer 5 citeert de uitspraak dat een succesvolle markt een markt is waar de ondernemer zich kan ontwikkelen en die tevens bezoekers trekt. Hij stelt dat goede
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 18
ondernemers automatisch bezoekers trekken en dat veel volk automatisch goede ondernemers aantrekt. Echter: onlangs werd er een vergunning voor acht jaar afgegeven voor de markt op het Gustav Mahlerplein. Alle markten krijgen te maken met de schaarse-vergunningen wat -aldus ondernemer 5- volstrekt strijdig is met de uitspraken van D66. Immers: er kunnen fraaie plannen worden gemaakt maar het is denkbaar dat diverse ondernemers zich allemaal -als zijn concurrenten- op hetzelfde segment storten en dat hij ‘tijdens het dobbelen om de plekken’ afvalt, terwijl hij in zijn notenhandel al jaren heeft geïnvesteerd en een goede boterham heeft kunnen verdienen. Ondernemer 5 staat op vier markten en mag dan dus vier keer dobbelen maar veel ondernemers zullen afvallen. Maar zolang er geen toekomstvisie is voor de ondernemers, hebben plannen geen enkele zin. Immers: het is denkbaar dat hij over acht jaar in één keer zijn verkooppunten op de markt kwijtraakt. Overigens benadrukt ondernemer 5 dat zijn bedrijf in Abcoude is gevestigd (met een aantal medewerkers). Op de markt staan twee-drie medewerkers. Omdat over acht jaar wordt bepaald wie er verder mag, is het voor hem volstrekt irrelevant of hij ‘gouden pilaren krijgt op de markt of prachtige boxen op het Waterlooplein of een nieuwe waterput in Zuidoost’.
Zuidoost heeft een toekomstvisie opgesteld, waarmee ondernemer 4 het volstrekt oneens is. Zij doelt op het centraliseren. Zuidoost kent vier markten die de gemeente wil centraliseren wat inhoudt dat een ervan wordt opgeheven en wordt verplaatst naar het Anton de Komplein (‘de slechtste markt van Zuidoost’). Kraaiennest loopt goed, Ganzenhoef loopt op de zaterdagen en Reigerbos loopt ook goed en ‘eigenlijk wil niemand op het Anton de Komplein dood worden gevonden’ maar de gemeente is al twintig jaar bezig met het centraliseren van markten in Zuidoost omdat dit beter uitkomt voor Economische Zaken. Het gaat vooral om de zaterdag. Kraaiennest was ook al opgeheven maar uiteindelijk mocht deze er weer een dag in de week staan. Ondernemer 4 benadrukt dat noch de kooplieden, noch de winkeliers noch de buurtbewoners zich kunnen vinden in de toekomstvisie 2026 van de gemeente. Maar ‘deze wordt ons opgelegd’. Ondernemer 1 sluit zich hierbij aan: iedereen is er tegen maar van bovenaf wordt gezegd, dat er gecentraliseerd moet worden. Maar niemand wil dat. Uit de statistieken blijkt, dat alle markten (met uitzondering van de Anton de Kom) een goede bezettingsgraad kennen, veel passanten en veel kopers, aldus ondernemer 4. Maar kennelijk worden deze gegevens niet meegewogen.
Ondernemer 3 is pas 1 ½ jaar geleden gestart als ondernemer op de markt en wijst erop hoe moeilijk het is om überhaupt te worden toegelaten tot de markt, ook al is er kennelijk voldoende ruimte. Nieuwe mensen komen met verfrissende ideeën en hij mist een marktonderzoek over ervaringen. Ondernemer 4 zegt dat diegene die het marktonderzoek doet, niet naar de markt kijkt.
Gemeente Amsterdam
Pagina 6 van 18
Ondernemer 8 vindt dat de gemeente zich voor wat betreft toekomstplannen moet afvragen: willen wij warenmarkten voor Amsterdammers of chocoladekraampjes voor toeristen? Ondernemer 9 is het eens met de voorgaande spreker. Hij vindt dat de gemeente ondernemers zekerheid moet bieden voor de langere termijn. Het is onvermijdelijk dat er ook structurele regels worden opgesteld die op alle Amsterdamse markten van toepassing kunnen zijn. Anderzijds moet de gemeente ook nieuwkomers een mogelijkheid bieden om in te stromen: vers bloed zal een positieve uitwerking kunnen hebben. Ondernemer 5 verwijst naar de visie 2005 waarin expliciet werd aangegeven dat de gemeente Amsterdam diende te faciliteren, niet beheren. Hij wijst er op, dat politici geen enkel verstand hebben van het ondernemerschap van marktkooplieden en dat hijzelf geen enkele notie heeft van het vak van politici. Zodra markten zichzelf gaan beheren bloeien deze op. Maar aanwijzingen van handhavers aan ondernemers op bijvoorbeeld de Siermarkt of de Ten Katemarkt zijn contraproductief: ‘Wij zijn marktondernemers, allemaal kinderen, allemaal landjepikkers, allemaal piraten! Iedere meter is er één, klaar, maar daar verdienen wij ons brood mee’. Dus ga als gemeente faciliteren, zorg binnen plannen/regelgeving voor regels.
Ondernemer 5 veronderstelt dat de Siermarkt mogelijk zelfs meer regels kent dan de gemeentelijke markten, maar ‘die maken wij zelf’. De ruimte is gefaciliteerd en elke ondernemers wil zijn brood verdienen. Zodra ondernemers zich verenigen, gaan zij gezamenlijk regels opstellen over de openingstijden, wat wel/niet mag, wat wel/niet kan e.d. Handhaving die opmerkt dat ‘hij zijn bedrijf verkeerd runt’, dient zich te beperken tot het eigen werk en deze boodschap is door ondernemer 5 ook afgegeven aan Bert Ubels, hoofd marktzaken1. De voorzitter vat de discussie over het eerste thema kort samen: 1. Er is behoefte aan een langeretermijnvisie waarin rekening wordt gehouden met de individuele kenmerken van de verschillende markten. 2. Nog belangrijker is de boodschap: ‘Hoor ons! Het gaat over onze markt en geef ons een stem in de langeretermijnvisie’. En kom niet, aldus ondernemer 1, met mooie participatietrajecten. Ondernemer 3 heeft het gevoel dat er al twintig jaar niets structureels is veranderd. Bovendien komen er steeds nieuwe ambtenaren op het dossier en ook politici komen-engaan. Vandaar dat er al jaren wordt aangedrongen op maatwerk ter plekke, aldus ondernemer 5. Ondernemer 3 pleit voor een ‘werksessie’ in plaats van ‘praten’. De voorzitter zegt toe deze suggestie mee te zullen nemen.
Er is voor vandaag gekozen voor een rondetafelgesprek (dat prima verloopt gezien de ruime inbreng van de aanwezigen). 1
Bert Ubels was hoofd Marktzaken (Centrum) tot eind 2014.
Gemeente Amsterdam
II.
Pagina 7 van 18
De regels op de markt
Ondernemer 6 is aanwezig als ondernemer op de zaterdagse Noordermarkt (niet de aangrenzende Boerenmarkt). Veel ondernemers zijn aan het eind van hun Latijn en voelen zich totaal in de steek gelaten door de herziene marktverordening en de nieuwe visie van de afdeling EZ. De nieuwe regels kunnen heel destructief uitpakken voor de markt. In 2016 werd gestart met de herziening van het nieuwe marktreglement en stond -tot grote tevredenheid van de ondernemers- bij elke vergadering in grote letters: ‘Maatwerk’ (‘een logisch punt’). Maar van dat uitgangspunt is inmiddels niets meer over: de afdeling EZ stelt dat alle markten hetzelfde probleem hebben, te weten leegstand. Vervolgens zijn er heel andere regels geformuleerd met vergunningen, mogelijkheden om een vergunning over te dragen aan drie andere mensen, percentages e.d. Er wordt al verpacht en deze plannen zullen nog meer verpachting uitlokken. Maar de Noordermarkt is een van de best-bezette markt van Amsterdam: ‘Het gaat zo goed!’. Zij heeft geen reden tot klagen: ‘Het is een fantastische erg geliefde markt’. Het grootste probleem is, dat er een einde is gekomen aan maatwerk. De zaterdagse Noordermarkt waar zij op doelt, is niet te vergelijken met de groenten-, fruit- en kaasmarkt. In de stukken staat bovendien dat verpachting niet is toegestaan. De Noordermarkt bloeit juist door de kleinere ondernemers, stelt ondernemer 10.
Doordat er vervanging mogelijk is gemaakt, kan een ondernemer iemand anders op zijn/haar plek laten staan op dezelfde vergunning. Voor een onderneming als ’t Stoepje’ alleszins begrijpelijk, maar op de Noordermarkt lokt dit systeem uit tot niet te handhaven verpachting: ‘er valt niet te controleren of iemand met z’n eigen handel staat’. Ondernemer 10 staat met tweedehandsboeken, als er iemand anders met boeken gaat staan hoeven dat helemaal niet haar boeken te zijn. Het kan immers een andere boekhandelaar zijn. Dus hoe denkt de gemeente dit te kunnen controleren, dat is niet te doen? De kracht van de Noordermarkt zijn juist de kleine ondernemers. Op een andere markt zou verpachting mogelijk wel een goed idee kunnen zijn. Ondernemer 6 vraagt: ‘Wie gaat ons beschermen tegen verpachting? Terwijl het illegaal is, volgens de stukken’. Waarin ook staat dat maatwerk belangrijk is. Ondernemer 7 heeft -in tegenstelling tot de meeste collega’s- medewerkers op zijn loonlijst staan. Hij vindt het verbazingwekkend dat hij bij het Marktbureau een vervangerspas moet halen, maar daarvoor gelden geen eisen, er wordt niet gecontroleerd: ‘Elke gek mag er eentje hebben’. Zo kunnen ook mensen met een uitkering op basis van zo’n pas bijverdienen terwijl de ondernemer thuis blijft: ‘Daar kraait geen haan naar!’. Maar ondernemer 7 moet wel al zijn personeel betalen.
Hij is ook verbijsterd over de brief die hij van de gemeente ontving waarin werd gemeld dat hij niet voldeed aan de 25% aanwezigheid.
Gemeente Amsterdam
Pagina 8 van 18
Hij staat op vier markten, moet dagen per week vroeg op en is laat thuis. Voor wat betreft controles, wijst ondernemer 7 erop dat op 9 van de 10 markten geen marktmeester aanwezig is. De nieuwe regels maken het mogelijk dat een ondernemer met gebruikmaking van vervangerspassen op meerdere markten ‘staat’. Maar hoe kan de gemeente dan van de ondernemer eisen dat hij aanwezig is, als hij dagelijks op drie tot vier markten mag uitpakken: ‘Ik kan toch niet op alle vier de markten tegelijk zijn? Maar ik moet wel betalen voor de vergunningen en voldoen aan de regels’. Judith Krom vraagt zich af hoe het kan dat een ondernemer een dergelijke brief ontvangt terwijl de ondernemer aanwezig is op de markt. Ondernemer 7 staat soms op vier markten per dag waarvoor hij vergunningen aanschaft. Hij beschikt voor alle markten voor officiële legale vervangers. Maar de gemeente eist dat hij zelf minimaal 25% op -zeg de Ten Katemarkt- aanwezig moet zijn. Maar inkoop en administratie komt allemaal op hemzelf neer. Ondernemer 5 wijst erop dat elke van de hier aanwezige ondernemers op persoonlijke titel op de markt staat. Men mag wel 25 panden huren en die laten bestieren door personeel, maar ‘zodra je op de markt komt ben je schijnbaar debiel genoeg dat je niet meer met je bedrijf kan draaien’. De vergunning staat op naam van ondernemer 5 en ‘mijn bedrijf staat op die markt’.
Ondernemer 1 heeft in tegenstelling tot Ondernemer 5 één markt per dag en is ook altijd aanwezig. Ook hij ontving de brief met de mededeling dat hij niet aan de staplaatsverlichting voldeed in Q2 van 2022. Daarop nam hij contact op met de manager markten gemeente Amsterdam2 met het verzoek om inzage te krijgen in de data die de gemeente kennelijk heeft gebruikt én een excuusbrief als zou blijken dat deze data niet correct zijn ‘want u valt mij aardig aan’. Hierop werd niet gereageerd. Zeven weken later stuurde hij wederom een brief aan de bewuste manager (via mail en directe app). Hoewel ze de brief heeft gelezen, is er nimmer op gereageerd. Via via vernam ondernemer 1 achteraf ‘dat er een foutje was gemaakt’, maar waarom wordt dat niet rechtstreeks aan hem gemeld en waarom worden er geen excuses aangeboden? Maar iedereen heeft deze brief ontvangen, waarin staat dat schorsing dreigt als men niet aan de regels voldoet. Tijdens het corona-tijdperk werden alle regels terzijde geschoven, aldus ondernemer 8. Sedertdien is het volstrekt onduidelijk waar men zich aan dient te houden. Ondernemer 2 verzocht het Marktbureau schriftelijk om hulp bij het realiseren van bepaalde plannen. Reactie: ‘Op dit moment heb ik helaas echt geen tijd’. Het betrof plannen die te maken met de activiteit én het belang van onze markt: ‘Het is te triest voor woorden’.
2
Bedoeld wordt de manager Markten van het Marktbureau, in functie tot oktober 2022.
Gemeente Amsterdam
Pagina 9 van 18
Ondernemer 3 vraagt zich af wat de functie is van de handhavers. De markt is kennelijk opgedeeld in vakjes die moeten worden verhuurd: de markt is gewoon een verdienmodel. Hij vraagt zich af waarom deze niet wordt geprivatiseerd. Immers: ook zelfstandigen hanteren regels en zorgen ervoor dat die worden nageleefd. Het lijkt erop dat de gemeente alleen maar interesse heeft in de parkeergelden. Ondernemer 3 meldt voorts dat hij een boete kreeg toen hij even weg was omdat hij permanent verplicht achter zijn kraam moet staan: ‘Misschien denkt de boa wel dat hij sheriff is geworden’. Als een ondernemer zijn kraam wil verlaten voor -bijvoorbeeld een sanitaire pauze- dient hij zich formeel af te melden bij de marktmeester, aldus ondernemer 5. Maar die ontbreekt veelal. Ondernemer 10 wil een tegengeluid laten horen: zij heeft zelf positievere ervaringen met de marktmeester. Deze probeert in voorkomende gevallen problemen op te lossen. Ondernemer 4 stelt dat de marktmeesters niet over één kam kunnen worden geschoren. Ondernemer 10 vindt dat bestaande regels moeten worden nageleefd. Ondernemer 9 benadrukt dat deze avond is belegd om met de ondernemers te communiceren. Er wordt door sommigen gepleit voor meer zelfregulering.
Het is aan de politiek om zich daarover te buigen en hierover inspraak te organiseren zodat de meningen transparant kunnen worden geïnventariseerd en een door de meerderheid gewenst systeem kan worden ingevoerd. Ondernemer 6 is het eens met ondernemer 10: marktmeesters zijn erg betrokken en gefrustreerd dat zij niets kunnen doen voor wat betreft het verpachten: ‘De marktmeesters zijn goed’. Ondernemer 1 stelt, dat politici allemaal passanten zijn in tegenstelling tot een aantal aanwezige ondernemers dat al 20-25 jaar actief is. ‘Misschien hadden we het niet zo lang volgehouden, als we, relatief gezien, niet zo succesvol waren. Veel bedrijven bestaan al heel lang ondanks het beleid dat in Amsterdam wordt gevoerd. Zijn oproep: ‘Probeer eens oprecht meer naar ons te luisteren’. Als voorbeeld van de bestaande afstand tussen de handhaving van de markten en de behoefte van de ondernemers, verwijst ondernemer 5 naar de situatie op Plein 40-45 gedurende de afgelopen week. Daar is maar één op-en afrit en ondernemers moeten over het fietspad rijden. Op die locatie worden zij vervolgens bekeurd door handhavers. Een identieke situatie doet zich voor op het Waterlooplein waar hij bij het vertrek door handhavers wordt gesommeerd om rechts af te slaan terwijl hij daar met zijn vrachtwagen niet langs de lantaarnpaal kan rijden. ‘Het is echt wij tegen hen en het is niet meer samen’.
Er is een duidelijk verschil tussen handhaving en marktmeesters, aldus ondernemer 4.
Gemeente Amsterdam
Pagina 10 van 18
Ondernemer 5 sluit zich aan bij ondernemer 7: ook in zijn ogen is het Marktbureau passé. Ondernemers investeren grote bedragen in hun verkoopwagens (€150.000 en meer) en hebben behoefte aan een langetermijnvisie, aanwas e.d. ‘Waarom zou een oude ondernemer überhaupt nog investeren? Mijn kar is niet af te schrijven in acht jaar’. De belastingdienst gaat daarmee niet akkoord. Ondernemer 5 verwijst naar het gebrek aan perspectief op de langere termijn: hij wordt geconfronteerd met fiscale problemen, de vraag of doorgaan ‘met die dobbelsteen in mijn rug en het dreigende mes’ nog wel aan de orde is. Los daarvan wordt het belang van het aantrekken van jonge ondernemers steeds onderstreept: ‘De jeugd wil heel graag op de markt, alleen wil de jeugd niet meer met een bananendoos onder een vies zeiltje gaan staan op een houten plank’. Ondernemer 2 stelt dat de handhavers ervoor zorgen dat de regels worden gevolgd. Zij vindt dat er ook handhavers moeten zijn en ook moeten handhaven. Maar: ‘Het is voor ons als markt ontzettend belangrijk om te kunnen floreren dat we kunnen nadenken over wat werkt vandaag, wat werkt morgen en wat werkt over vijf jaar’. Daarvoor is geen handhaving nodig maar iemand van het Marktbureau die met de ondernemers meedenkt. De markt moet aantrekkelijk zijn voor ondernemers om te willen staan: wat ondernemers in hun eigen kraam doen, is aan henzelf.
Maar het is een collectieve verantwoordelijkheid om te zorgen voor een markt die ondernemers aantrekt, waar zij graag willen staan. Hiervoor is het Marktbureau echt niet nodig, meent ondernemer 5. Collega Ondernemer 7 heeft samen met ondernemers op de zijn markt gezorgd voor een afvaleiland, e.d. Ze doen alles zelf en ‘we hebben het Marktbureau niet nodig’. In reactie op de vraag van de voorzitter of men pleit voor zelfbeheer, antwoordt ondernemer 5 dat de gemeente slechts hoeft te faciliteren: het plein is er, zorg voor infrastructuur en wat nodig is om de markt te kunnen draaien maar ‘ik ga me toch ook niet bemoeien met hoe jij je bureau moet indelen?’. Jaren geleden -bij de start- drong de politiek aan op de komst van een MOC: ‘Markt Ondernemers Commissie’, aldus ondernemer 7. De burgemeester maakte zich hiervoor indertijd ook sterk en jaren liep de markt goed en was druk bezet. Maar het Marktbureau zag deze MOC als een rivaal. Tijdens bijeenkomsten van de MOC konden aanwezigen met hun stemrecht de koers bepalen maar inmiddels verdwijnen alle adviezen van ondernemers in de prullenmand en worden niet opgevolgd: ‘Daar is het fout gegaan: onze stem is totaal verdwenen.’ Participatie is sindsdien de heilige graal, maar het is niet meer dan schijn-participatie, zegt een aantal stemmen in de zaal.
Ondernemer 6 noemt haar zaterdagse Noordermarkt evenwel een cadeautje: ‘een fantastische markt waar ze met heel veel plezier staat. De sfeer is ook fantastisch’. Ze vervolgt: ‘Ik wil niet op afstand, ik wil niet privé, ik wil zo blijven met een Marktbureau dat functioneert’.
Gemeente Amsterdam
Pagina 11 van 18
Ondernemer 7 wijst erop, dat een MOC niet hetzelfde is als een markt op afstand. III.
Communicatie tussen markt en gemeente
Wat erg speelt is de privatisering van markten, aldus ondernemer 8, die goed kan uitpakken. Maar in de dagelijkse praktijk trekken slechts twee-drie mensen ‘de kar’ omdat de ondernemers veelal te druk zijn met hun eigen besognes. Ondernemer 4 geeft aan dat alle communicatie via het Marktbureau moet lopen, maar dat communiceert zelf niet. Ondernemer 5 schetst een voorbeeld met betrekking tot de MAC. Hij was zelf jaren actief lid van de Centrale Vereniging Ambulante Handel die werd uitgenodigd voor overleg met de MAC’s van de voormalige stadsdelen. Momenteel kent Amsterdam één stadsdeel. Jarenlang is gepoogd om inzicht te krijgen in de begroting van de markt. Het is alom bekend dat de gemeente alle uitgaven alloceert. Voorafgaande aan het begin van elk jaar is de begroting al gereed en hoeven de bedragen dus alleen nog maar te worden afgeschreven van het betreffende ‘nummer’. Maar het is in zes jaar niet gelukt om de begroting Markt boven tafel te krijgen. Uiteindelijk kreeg men deze via een achterdeurtje (een neef die stage liep) alsnog in het bezit. Het bleek dat alle algemene middelen -bankjes, prullenbakken, lantaarnpalen- op het budget van de Markt stonden: ‘En de markt was niet rendabel’.
Waarom stelde de gemeente deze opgevraagde begroting in deze zes jaar niet beschikbaar? Ondernemer 5 memoreert diverse mooie bijeenkomsten, georganiseerd door een voormalig hoofd Marktzaken, in De Nieuwe Kerk waar werd gesteld dat het lage fruit snel moest worden geplukt e.d. Jarenlang is de gemeente vervolgens in de weer geweest met het Waterlooplein (desgewenst kan ondernemer 5 de tekeningen nog tonen). Op een tekening staan in de zon gesitueerde terrassen ingetekend, die door de ondernemers op het Waterlooplein ‘de Klaagmuur’ worden genoemd omdat het op die locatie ontzettend koud is en de zon vrijwel geheel ontbreekt. Als dit voorbeeld van ‘communicatie’ door de ondernemers wordt aangekaart, wordt gezegd dat men het verkeerd ziet, e.d. Ondernemer 3 vraagt zich af, wat de gemeente eigenlijk zou willen communiceren, wat men tegen de ondernemers zou willen zeggen, los van mededelingen over regelgeving. Wat is het doel van de communicatie-afdeling? ‘Als er geen plannen zijn, hoeft er ook niet te worden gecommuniceerd’, aldus ondernemer 8. Maar de gemeente zegt dat er wel heel veel plannen bestaan, voegt ondernemer 4 toe. ‘Maar die worden dus niet gecommuniceerd.
Wat is het doel van de communicatie van de gemeente als er geen communicatie is’, vraagt ondernemer 3 zich af en ‘wie checkt dit eigenlijk? Hoe gebeurt er iets als niemand bij de gemeente ooit ergens op wordt aangesproken op iets?’.
Gemeente Amsterdam
Pagina 12 van 18
Ondernemer 4 zegt de medewerkers niet te kennen: zij ziet slechts namen onder brieven. Ondernemer 10 stelt dat het Marktbureau er weliswaar is voor de markten maar dat ondernemers ook te maken heeft met de beleidsmakers van Economische Zaken. Zij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er niet/onvoldoende wordt gecommuniceerd tussen medewerkers EZ en medewerkers Markten. Voorbeeld: het komt regelmatig voor dat voor evenementen op vrijdagen op het Spui vergunningen worden verstrekt terwijl er op die dagen ook markt is. De ondernemers bewaken zichzelf en zorgen er dan zelf voor dat het plein op deze vrijdagen vrij is. Kortom: de communicatie tussen de afdeling Vergunningen én marktzaken schiet tekort want hoe is het anders mogelijk dat een vergunning wordt verleend voor een theaterproductie op het Spui als er op datzelfde moment een markt staat? Zij roept de gemeente op de interne communicatie te verbeteren. Ondernemer 3 heeft het gemist dat hij als starter niet werd geïnformeerd over de gebruiken e.d. van de markt. Persoonlijke contacten/communicatie en binding met bepaalde medewerkers van het Marktbureau zijn voorwaarden voor constructieve contacten, aldus ondernemer 2 maar in de praktijk blijkt telkens dat deze communicatie op de langere termijn verzandt ‘om welke reden dan ook.
Met bepaalde mensen van het Marktbureau heb ik fantastische communicatielijnen gehad -en dat werkte prima- maar soms verzandt het en gebeurt er gewoon echt helemaal geen moer’. Ondernemer 12 (Ten Katemarkt) ‘voelt zich zwaar in de maling genomen door het Marktbureau’ onder andere door de komst -twaalf jaar geleden van een medewerker met vele beloftes/plannen die hij binnen vijf jaar zou realiseren. Zo zou de Ten Katemarkt twee dagen kwijtraken en 30% van de andere Amsterdamse markten zou worden opgeheven. Maar de betrokken medewerker – die daarvoor al ‘te keer was gegaan in Rotterdam en Den Haag’ is na twee jaar vertrokken vanwege alle commotie. Afgaande op de eigen ervaringen en signalen van andere markten -waar ook al 15/16 jaar niet is ingedeeld, net als op de Ten Katemarkt- lijkt er volgens ondernemer 12 sprake van een soort uitsterfbeleid. Als er 15/16 jaar geen nieuwe kooplieden mogen worden toegelaten, is uitsterven het logische gevolg: ‘maar daarop worden de markten dan wel afgerekend.’ Ondernemer 12 vervolgt: ‘Dus ik vraag me af: wat hebben we al die jaren zitten doen met vergaderingen en zo? Wij hebben al vijftien jaar eigenlijk geen vaste plaats meer’. Ondernemer 5 wil van de politici weten of zij weten waarom de herindeling voor de markt zo belangrijk is? Die staat gelijk aan een uitsterfbeleid.
Erik Schmit heeft de laatste herindeling van de Albert Cuyp meegemaakt. Hij veronderstelt dat de marktkooplieden hun aanbod periodiek aanpassen aan gewijzigde omstandigheden. Met deze veronderstelling gaat het al mis, aldus ondernemer 5. Het aanbod aanpassen kan niet zolang er in Amsterdam sprake is van anciënniteit en verplichte nering. De herindeling is
Gemeente Amsterdam
Pagina 13 van 18
een succes, als de ondernemers zich prettig voelen op de markt én dus willen blijven. Zolang de ondernemer perspectief ziet voor de langere termijn en dus bereid te investeren. Er wordt -ook door politici- opgeroepen dat de markt moet verjongen, maar zonder herindeling worden jongeren weggejaagd. Ondernemers hebben behoefte aan zekerheid. Op het Waterlooplein stond een visboer op een prachtige plek maar hij is verkast naar de Dappermarkt omdat hij daar meteen een vaste plek kreeg en dus de zekerheid dat hij daar dagelijks een bepaald bedrag zou kunnen verdienen, een bedrag dat hij op termijn -als goede ondernemer- ook zeker zou kunnen laten groeien. Dit in tegenstelling tot de onzekerheid van het Waterlooplein waar de ondernemer mogelijk ‘vandaag wel €1000.- pakt maar morgen zijn handel kan weggooien omdat een standplaats niet is verzekerd’. Ondernemer 10 zegt dat niet alleen een vaste plek op de markt van belang, maar ook het gegeven dat je mét vaste plek ook al eerder kunt uitpakken als je niet hoeft te wachten op de loting. Ondernemer 9 zou graag zien dat er realistische toekomstplannen vanaf 2025 komen voor een betere Waterloopleinmarkt ten gunste van de stad Amsterdam. Communicatie is een wereldwijd probleem.
Ondernemer 6 benadrukt richting Erik Schmit dat indeling ook heel belangrijk is als instrument tegen corruptie: ‘Vijftien-twintig jaar zonder indeling leidt sluipenderwijs tot corruptie bij de verpachting’. Bij een herindeling wordt alles opnieuw gecontroleerd. Ondernemer 1 wijst erop dat het stadsdeel een evenementenlijst moet hebben waarop de evenementen en de daarvoor geldende voorwaarden staan vermeld. De marktmakelaar vult hierop de marktdagen in. Ondernemer 4 voegt toe, dat deze lijst jaarlijks moet worden gepubliceerd. Ondernemer 1 vult aan dat wijzigingen door het stadsdeel moeten worden aangepast op de interne lijst. In Zuidoost wordt alles in het werk gesteld om de zaterdagmarkt te verplaatsen naar het Anton de Komplein. In enquêtes worden sturende vragen voorgelegd waardoor bepaalde onderzoeksresultaten worden aangepast en ‘waarmee eigenlijk het hele onderzoek corrupt is’. Er wordt ook doelbewust uitgegaan van verkeerde data qua aantallen kramen en dus ook de bezettingsgraad’. De stadsdeelvoorzitter3 heeft van bovenaf gehoord dat de markt weg moet en nog voordat er besluiten zijn genomen wordt in een interview in de krant gezegd: ‘Ganzenhoef gaat weg’. Het besluit wordt dankzij de raadsleden in Zuidoost een bepaalde tijd tegengehouden terwijl de stadsdeelvoorzitter aangeeft dat hij hierop tegen het einde van zijn zittingsperiode terug komt.
Dat werd een jaar eerder en werd gesteld dat het ijkmoment niet haalbaar was omdat hij terugtrad. Er werd wel opgemerkt dat één van de zes punten die zouden moeten worden aangepast als ijkpunt, wel zou worden geregeld: ‘Dus het plan gaat door’.
3
Het betreft hier de portefeuillehouder EZ van Zuidoost, in functie tot maart 2022.
Gemeente Amsterdam
Pagina 14 van 18
Ondernemer 1 vindt dit geen communicatie: er wordt heel sturend gehandeld, het is allemaal eenrichtingsverkeer. Er worden sturende vragen gesteld onder het mom van participatie. Ondernemer 4 meldt dat een onderzoeksbureau haar ging vertellen wat zij – op basis van onderzoek- verdiende zonder dat haar boekhouding werd geraadpleegd (dat leek de onderzoeker ook niet nodig). Ondernemer 11 heeft -als zelfstandig ondernemer op de Siermarkt- amper communicatie met de gemeente. De Siermarkt heeft ook geen Marktbureau om rekening mee te houden. In 2016 kwam de Markverordening ter sprake en werd gesproken over de schaarse vergunningen waartegen hij bezwaar aantekende. Daarop beloofde de gemeente daarop terug te zullen komen om samen met de ondernemers een plan op te stellen. Hij heeft hierover een enorm dossier opgebouwd. Plots werd de ondernemers in juni 2021 een vergunning voorgelegd met allerlei regels die op 1 maart 2023 zouden ingaan. Waarop de ondernemers aangaven dat er een overeenkomst voor onbepaalde tijd van kracht was, dus op basis waarvan zou de gemeente deze plotsklaps intrekken? ‘Dat kan helemaal niet!’. Erik Schmit stelt, dat ondernemers zodoende geen eerlijke concurrentie krijgen met winkels. Ondernemer 11 stelt, dat bij andere markten geen sprake is van schaarse vergunningen. Dat wordt breed gezegd.
Stel dat de ondernemers van het Sierplein op 1 maart 2023 aan de nieuwe regels zouden kunnen voldoen, dan is er sprake van oneerlijke concurrentie met andere marktondernemers. Overigens loopt er een juridische procedure, dus 1 maart 2023 lijkt niet aan de orde. De ondernemers is nog geen termijn voorgelegd (men is daar nog mee bezig). Erik Schmit begrijpt dat ondernemers niet investeren zolang de onzekerheid aanhoudt. Ondernemer 5 stelt een verhelderende vraag aan de ambtenaar van EZ. Twee jaar geleden sprak een collega van haar over het ‘witte vlekkenproject’: de lege plekken in Amsterdam waar nog markten zouden kunnen komen. Er werd toen gesteld, dat Amsterdam van 45 naar 90 kleine markten zou willen groeien. Indertijd is zijn contract met een medewerker van EZ opgesteld, maar het is de eerste keer dat hij de nu aanwezige EZ-ambtenaar ontmoet. Terwijl er al zeven jaar een procedure loopt, onder andere met EZ, betreffende de vergunning voor de Siermarkt. In het licht van het thema ‘communicatie’ noemt ondernemer 5 dit opmerkelijk. ‘Wij worden niet gehoord’. Laatste rondje De voorzitter vindt dit een essentiële opmerking en benadrukt dat deze bijeenkomst juist bedoeld is om de aanwezige ondernemers wél te horen. Er zal goed verslag worden gedaan van het besprokene en biedt iedereen de gelegenheid om nog een afsluitende kanttekening te maken.
Gemeente Amsterdam
Pagina 15 van 18
Ondernemer 1 heeft geen belangrijke kanttekeningen meer maar hoopt dat er na de vele -op eigen kosten van de ondernemers- aan dit soort overleg bestede uren, nu eens daadwerkelijk naar de ondernemers wordt geluisterd, actie wordt ondernomen en een ander beleid wordt gevoerd. Ondernemer 4 zegt kort: niet alleen luisteren maar er vooral iets mee gaan doen. Diesels wordt binnen afzienbare tijd de toegang tot de stad ontzegd, aldus ondernemer 2. Maar veel ondernemers op de markt rijden diesels. Zij zouden het uitermate waarderen als hen duidelijkheid wordt verschaft over de gevolgen voor de marktkooplui. Ondernemer 13 (Pure Markt) vindt de frustraties die de aanwezigen uiten verschrikkelijk. Ook ondernemers van de Pure Markt (markt op afstand) ervaren -zij het andere- frustraties: over communicatie; wel-of-niet andere evenementen op dezelfde terreinen; werkzaamheden; het niet opnemen van de telefoon; stroompunten die niet kunnen worden gebruikt e.d.
‘Maar ik heb nu op zoveel bijeenkomsten gezeten met zoveel verhalen en dan denk ik: “Wat doe ik hier! De markt op afstand komt mogelijk nu niet aan bod -dat hoeft ook niet- maar waarom word ik uitgenodigd voor iets wat mijn organisatie (misschien) niet aangaat? Ik snap het gewoon niet meer, want de frustraties van ondernemers van gemeentelijke markten waarbij wij dan minder problemen mee hebben of het anders kunnen doen- dat zijn nu de hele tijd de dingen die ons boven het hoofd hangen. Van wij gaan jullie gelijk trekken, uit de evenementenvergunning halen, in een marktverordening stoppen. En ja, dat je dan geen alcohol mag verkopen, geen muziek, geen terras, geen…, ja! Dat is een detail, daar hebben we de regelgeving niet voor!’. De Sunday Market en de Pure Markt worden vaak als succes naar voren geschoven maar deze zijn niet te vergelijken met een gewone warenmarkt en dat is dus frustrerend. Dan wordt er door de gemeente gezegd: ‘Ja, dat is mooi, zo moet het gaan’ maar tegelijkertijd wordt alles wat bijdraagt aan het succes van de genoemde markten wel afgenomen. Ondernemer 14 vraagt of dit inderdaad de intentie is van deze bijeenkomst? Zij was te laat om de introductie mee te krijgen, waarvoor zij excuses aanbiedt. De voorzitter verzoekt een van de raadsleden die het initiatief nam voor deze bijeenkomst de intentie nog kort toe te lichten.
Erik Schmit heeft bewust ook de private markten laten uitnodigen omdat hij vermoedt dat omdat deze meer ruimte bieden aan ondernemerschap- daarvan veel kan worden geleerd. Centrale vraag: hoe er met vrijheid om te ondernemen, een succesvolle markt worden gerealiseerd? Ondernemer 13 vraagt of de gemeente voornemens is om juist al die elementen die de Pure Markt en de Sunday Market zo succesvol maken ‘weg te snoepen: terug naar de geregelde markt?’ Ondernemer 15 (Sunday Market) heeft dit soort geluiden opgevangen.
Gemeente Amsterdam
Pagina 16 van 18
Erik Schmit herhaalt dat hij aanwezig is om te luisteren en de uitkomsten verder te bespreken in de gemeenteraad. Zelf heeft hij deze geluiden nog nooit opgevangen. Het was juist de bedoeling om te leren van de private markten om de regels van de gemeentelijke markten mogelijk daarop aan te passen. Voorts begrijpt hij dat ondernemers terughoudend zijn met investeringen als hun tender binnen een aantal jaren afloopt en ‘ik kan me ook voorstellen dat we er juist voor moeten waken om de private markten te gaan beperken’. Ondernemer 15 (Sunday Market) vindt het een fantastische intentie maar zij stelt dat het niet eenvoudig zal worden om in goede banen te leiden. Zelf organiseren zij al 17 jaar de Sunday Market en vraagt: ‘In welke banen willen jullie dit gaan leiden? Hebben we het over verordeningen, nieuw beleid, nieuwe regels die worden opgesteld?’. Ondernemer 13 wijst erop dat de PURE Markt draait onder een evenementenvergunning. Dat is dus iets anders dan een markt die valt onder een marktverordening. De voorzitter zegt toe dat dit onderwerp zal worden meegenomen door de ambtenaren om nader uit te zoeken. Ondernemer 16 (Hermitage Markt) kreeg -vlak na de start- te kampen met sluiting van de Hermitage vanwege de oorlog in Oekraïne en daardoor kende de markt een langzame start. Op basis van de inbreng van de andere aanwezigen constateert hij ‘dat zij het zwaar hebben’.
Zijn eigen kleinschalige markt ‘op afstand’ herbergt 12 kramen, organiseert geen evenementen en er mag ook geen alcohol worden geschonken. Hij is nog zoekende. De kramen zijn in eigen bezit van de markt. De organisatie plaatst deze, zorgt voor stroom, de afvalverwerking en de marketing. Er wordt een tarief berekend van €75 per dag per kraam van vier meter. De gehanteerde contracten lijken sterk op de marktcontracten (beetje vergelijkbaar met de ZuiderMRKT). Er werd eerst een voorlopige vergunning afgegeven, inmiddels heeft de markt een vergunning voor 7 jaar. Ondernemer 7 vindt het verbazingwekkend dat in stukken steeds wordt verwezen naar ‘Europa’. Maar in Spanje, Duitsland en België worden die stukken ‘van tafel geveegd: waarom zijn wij altijd de eerste en dan vooral Amsterdam? Die wil graag van de toren schreeuwen dat wij eigenlijk moeten oprotten, want zo zie ik dat maar. Ik vraag me af hoe het kan dat dit verschil zo groot is’ verwijzend naar het ene Europa. ‘We hebben geen één Europa, we hebben één Amsterdam. Met een leidinggevende die dit allemaal fantaseert’. Ondernemer 11 is momenteel in een juridisch conflict verwikkeld met de gemeente over de vergunning om te kijken ‘hoever we moeten gaan: het kost ons klauwen met geld voor de advocaat die we moeten inschakelen. Het is niet leuk’. Door dit conflict kan de Siermarkt een aantal plannen niet uitvoeren.
Ondernemer 3 woont zelf in Amsterdam en is tevens bezoeker van de markten (die overigens volledig buiten beeld zijn gebleven deze bijeenkomst). De markt is ook een trekpleister: zo heeft de bio zijn oorsprong ook op de markt omdat retail onbetaalbaar is, supermarkten geen eerlijke prijs hanteren. Hij begrijpt niet waarom de stad Amsterdam -los van de gemeente- de markt niet meer gebruikt om de ‘ bewoners te voeden’. De PURE markt levert niet alleen
Gemeente Amsterdam
Pagina 17 van 18
voedsel maar is ook een sociale ontmoetingsplaats. De markt is als gat in de markt eigenlijk een afspiegeling van de bevolking. Amsterdam heeft met de markt een goed verhaal, wereldwijd, en er wordt vernieuwd maar die wordt gefrustreerd door allerlei ellendige regeltjes aan op de cm². Waarom is niemand hiermee bezig, met wat de stad kan brengen? Ondernemers willen steeds inspelen op nieuwe ontwikkelingen en lopen vaak over van ideeën: ‘Zij staan de hele dag aan. En als iedereen van achter een bureau gaat vertellen hoe het werkt? Kom op! De stad is van de straat.’ Ondernemer 10 hoop dat deze bijeenkomst een startpunt is van betere communicatie. Ondernemer 6 staat al 48 jaar op een hele leuke, hele succesvolle gemeentelijke markt en is volstrekt niet geïnteresseerd in een omslag naar een privé markt. Zij wil zich evenwel als kleine ondernemer die niet door wil groeien wél gewaardeerd voelen door EZ en zij wil niet worden belast met allerlei nieuwe regels die verband houden met het uitbouwen van markten e.d. Ondernemer 8 vindt eveneens dat marktkooplieden niet respectvol worden benaderd. Zij worden toch gezien als ‘tuig van de richel terwijl wij allemaal goede ondernemers zijn die serieus werk verrichten’. Het ontbreken van respect is een probleem van de organisatie.
Het probleem van de markt is, aldus ondernemer 5, dat het zelfstandige ondernemers betreft die zich elke ochtend verenigen en gezamenlijk ‘het meest mooie winkelcentrum van Nederland neerzetten’. Na sluitingstijd vertrekken de ondernemers weer. Nadeel: alle beslissingen die de gemeente neemt hebben direct effect op deze zelfstandig ondernemers, ongeacht of men klein wil blijven op een idyllische markt of 18 meter kraam wenst. Veel van de aanwezige ondernemers zitten al decennia in het vak en praten met de gemeente en steeds wordt erop aangedrongen om met de input iets te doen: ‘Nodig ons uit, doe er iets mee! Laat ons komen, laat ons het gesprek met jullie aangaan’. Met de schaarste-vergunning heeft de gemeente letterlijk het zwaard van Damocles boven de hoofden van de ondernemers gehangen: ‘Als dat doorgaat -dat garandeer ik je- met alle trots die Amsterdam heeft als marktstad van Nederland: jullie maken de markten kapot. Want ik ga niet meer investeren, ik koop nu nog één wagen maar dan is het over maar ik moet nog 20 jaar, maar ik ga dat risico niet nemen dat ik over een paar jaar moet zeggen: ik ben klaar met dobbelen, ik mag naar huis toe’. Dat is het grote probleem. Verder hebben de ondernemers hun eigen klanten ‘en die komen voor ons: niet voor ‘de groenteboer’ maar voor de marktgroenteboer’.
‘Zoveel mensen, zoveel wensen’, aldus ondernemer 9, die stelt dat een mentaliteitsverandering noodzakelijk is. Dat vergt tijd. Incidentele problemen moeten worden opgepakt in een aparte sectie. Hij vindt dat de politiek regelmatiger bijeenkomsten als deze moet beleggen om de problemen te bespreken. Marktkooplieden zijn nadrukkelijk ondernemers en hebben behoefte aan duidelijkheid én bovenal maatwerk. Regels kunnen niet gaan over details.
Gemeente Amsterdam
Pagina 18 van 18
Erik Schmit concludeert, dat de aanwezigen met name vinden dat zij niet gehoord worden (onduidelijkheid, communicatie e.d.). Ook dient de basis op orde te worden gemaakt, wat regels vergt die moeten worden gehandhaafd, maar daarnaast moet er ruimte zijn om te ondernemen. Hij wil nagaan wat op basis van de input nu al binnen de bestaande verordening geregeld zou kunnen worden. Zijn eigen intentie -op weg naar de nieuwe verordening- was om vooraf in elk geval in gesprek te gaan met de marktkooplieden. Hij dankt de aanwezigen voor hun komst en inbreng. Hij blijft graag -via email- op de hoogte van de besognes en wensen. Judith Krom stelt dat er misschien een verschil zit tussen de daadwerkelijke en bij een aantal aanwezige veronderstelde invloed. Als kleine oppositiepartij kan zij zich inzetten om bij te sturen. In haar optiek is elke markt anders en is het dus niet mogelijk om plannen te maken voor alle markten. Maatwerk is nodig en men kan alleen maatwerk leveren als men met elkaar in gesprek is. Als leek stelt zij, dat ‘men haast wiskunde moet hebben gestudeerd om dit als marktondernemer goed te kunnen doen, met alle zaken waaraan men moet voldoen, waarmee men te maken heeft’. Als ervaringsdeskundige in de retail constateert zij dat ondernemen in het retail-landschap simpeler dan in het marktwezen, waarbij zij doelt naar de regelgeving e.d.
Ook zij zal de input meenemen naar de commissie EZ maar zij benadrukt dat zij en collegaraadslid Schmit niet zelf de hele marktverordening opnieuw gaan opstellen. Ook zij is per mail bereikbaar voor suggesties/wensen en zij zal het besprokene onder aandacht brengen van de commissie en wethouder. Ondernemer 4 zegt dat zij dergelijke statements ‘ook al 20 jaar hoort’. Erik Schmit beklemtoont dat de besluitvorming over regels en verordeningen uiteindelijk aan de gemeenteraad is. Ondernemer 5 zegt dat er in 2022 door de gemeenteraad al een besluit is genomen over de schaarste-vergunning. Die staat los van de verordening. De voorzitter breekt in en zegt dat dit onderwerp het doel en reikwijdte van deze bijeenkomst overstijgt. Er is door de gemeente en politici goed naar de aanwezigen geluisterd. Het verslag van deze bijeenkomst en die van 28 maart wordt aan de voltallige gemeenteraad, de ambtenaren én de wethouder gestuurd. Het verloop van het verdere proces zal nader worden besproken met de wethouder/ambtenaren en de terugkoppeling naar de aanwezigen goed wordt opgepakt. Ondernemer 6 wijst erop dat de volgende bijeenkomst (28 maart) plaatsvindt na de uitspraak van de Ombudsman. De voorzitter dankt de aanwezigen voor de actieve bijdragen en sluit vervolgens de bijeenkomst.