- 06 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 4 - advies bezwaar Stichting AMOS en
Tekst van het document
X
Gemeente Amsterdam
Advies inzake bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 20 december 2019 inzake een aanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden Kenmerk: D..1.2o.000989.00n. en D.1.2o.000gg3.00i
Advies over de bezwaarschriften ingediend door
1.
Stichting AMOS en
2.
Stichting Hachsjara en Alijah
tegen twee afzonderlijke besluiten van de raad van de gemeente Amsterdam van io december 2019 (hierna: de raad). Ten aanzien van Stichting AMOS (hierna: AMOS) heeft de raad besloten om de subsidieaanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoedeni onder voorwaarden toe te kennen. Ten aanzien van Stichting Hachsjara en Alijah (hierna: H&A) heeft de raad besloten om de subsidieaanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden onder voorwaarden gedeeltelijk toe te kennen.
i. Inleiding Op 30 december 2018 heeft AMOS een aanvraag ingediend op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden (verder: de subsidieverordening). Daarbij is een subsidie aangevraagd van c 457.339,00 voor een nieuw huis (synagoge). Op 30 december 2018 heeft H&A eveneens een aanvraag ingediend. Daarbij is een subsidie aangevraagd van € 545.331,00 voor de renovatie en uitbreiding van het clubhuis Bne Akiwa. Op io december 2019 heeft de raad op beide aanvragen beslist. Daarbij is aan AMOS een subsidie toegekend van €457.339,00 en aan H&A een bedrag van c 272.665,55. In beide beslissingen is aangegeven dat een samenwerking de continuïteit van de Joodse gemeenschap ten goede zou komen en dat de aanvragen dus in samenhang zijn bezien. In dat kader is de subsidie toegekend onder de voorwaarde dat het clubhuis Bne Akiwa gebruikt zal worden voor de aanvraag van AMOS tot nieuwbouw, zijnde een aanbouw aan het bestaande gebouw. Dit
1 Gemeenteblad ii september 2018, nr. 193148.
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 2 van 5
zodat op efficiënte wijze een multifunctioneel gebouw voor beide stichtingen kan worden gerealiseerd. Meer specifiek is aan de subsidies de voorwaarde verbonden dat de stichtingen de locatie delen, samen gebruiken en daar ook beiden zeggenschap over krijgen via een daartoe geschikte juridische constructie. 2. Bezwaren en verweer Tegen dit besluit is door de stichtingen op 16 januari 2020 gezamenlijk een bezwaarschrift ingediend. Op 11augustus 2020 is daarop met een verweerschrift namens de raad gereageerd. Op 4 september 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie van de raad (hierna: de bezwaarschriftencommissie) partijen op een hoorzitting gehoord. Tijdens die hoorzitting is door AMOS en H&A naar voren gebracht dat er met name bezwaren bestaan tegen de gestelde voorwaarden. Er heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden, maar beide partijen zie geen mogelijkheden om aan de voorwaarden vorm en inhoud te geven. Gezien het gebruik van het pand en de onderlinge verhoudingen achten zij de voorwaarden ook onredelijk. 3. Onderliggende stukken raadscommissie en gemeenteraad De bezwaarschriftencommissie heeft in verband met de advisering over de ingediende bezwaren niet alleen de dossiers maar ook de onderliggende raadsstukken bestudeerd en kennis genomen van de bespreking van deze stukken in raadscommissie en raad.
Daaruit blijkt dat de raad in juli 2016, naar aanleiding van de conclusies in het NIOD-rapport, heeft besloten een tegemoetkoming te doen aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. Onderdeel van dat besluit was dat er een stichting zou worden opgericht bestaande uit personen uit de Joodse gemeenschap die de raad zou adviseren over de besteding van die tegemoetkoming. Uiteindelijk is er geen stichting opgericht, maar is er door de raad een commissie in het leven geroepen. Daarbij is overeind gebleven dat de leden onderdeel uitmaken van de Joodse gemeenschap. De leden zijn vanuit die hoedanigheid door de burgemeester gevraagd en door de raad als lid van de commissie benoemd. Verder heeft de raad aan de commissie de kaders meegegeven waarbinnen zij haar advies moest geven. Deze kaders zijn tot stand gekomen na advies van de commissie en vastgelegd in de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. In het kort blijkt uit de verordening dat de tegemoetkoming zou worden verdeeld via een zogenoemde subsidietender. Er konden gedurende een aantal maanden aanvragen worden gedaan, waarna de commissie op basis van de in de verordening opgesomde kwaliteitseisen advies zou geven aan de raad. De raad zou
2
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 5
vervolgens op basis van die adviezen een besluit nemen over de toekenning of afwijzing van de aanvragen. Uit de stukken, met name artikel 2 van de verordening, komt naar voren dat de kern van het advieswerk van de commissie wordt gevormd door de vraag of een activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap. In dat kader heeft de commissie in de eerste plaats benadrukt het van groot belang te achten dat de tegemoetkoming terecht zou komen bij de verschillende onderdelen van de Joodse gemeenschap in de ruimste zin en bij de verschillende geloofsrichtingen binnen de Joodse gemeenschap. Aan de verschillende onderdelen is recht gedaan door in de verordening vijf sectoren te onderscheiden. Die zijn volgens de commissie essentieel voor het voortbestaan van de gemeenschap. Voor de verschillende geloofsrichtingen geldt dat de commissie kenbaar heeft gemaakt dat voor de continuïteit ook van belang was dat elke stroming een (enigszins) evenredig deel zou krijgen. Uit de stukken blijkt dat de commissie hier dus ook specifiek aandacht aan heeft besteed. Met inachtneming daarvan speelde de kwaliteit van de aanvragen de voornaamste rol. Door de commissie is kenbaar gemaakt dat zij zich bij de beoordeling van de aanvragen heeft laten leiden door de in artikel 12 van de verordening vermelde toewijzingscriteria.
Zo droeg naar het oordeel van de commissie een aanvraag die niet tot een succesvol afgerond project zou leiden, niet bij aan de continuïteit. Om die reden is bijvoorbeeld meegewogen of de aanvrager een eigen bijdrage levert. Dat vergroot de kans dat een project uitgevoerd kan worden. Voor het beoordelen van de aanvragen geldt dat uit de stukken blijkt dat de (ontvankelijke) aanvragen eerst zijn ingedeeld per sector. Vervolgens zijn per sector twee personen uit de commissie aan de slag gegaan om een voorselectie te maken. Die voorselectie is besproken in de gehele commissie, waarna een lijst met voorlopige toe- en afwijzingen volgde. Deze lijst is gelegd langs de te behalen doelen en is beoordeeld op de hiervoor bedoelde evenredige spreiding, waarna besloten is sommige aanvragen meer en andere minder subsidie toe te kennen. Op die manier is per aanvraag het definitieve advies tot stand gekomen. Commissieleden die betrokken waren bij een aanvrager, hebben zich daarbij volgens de
3
Verslag (vervolg) Pagina 4 van 5
Gemeente Amsterdam
commissie onthouden van stemming bij alle aanvragen in de betreffende sector waaronder die aanvraag viel. Tot slot is nog van belang dat de commissie in het kader van de adviezen heeft geadviseerd budget over te hevelen van de ene naar de andere sector op grond van artikel 5, derde lid van de Verordening. In de stukken is aangegeven dat de commissie dit gedaan heeft omdat een deel van het budget binnen een sector na honorering van de meest geschikte aanvragen onbenut bleef. Ook bij het overhevelen heeft de continuïteit van de Joodse gemeenschap voorop gestaan. 4. Overwegingen Partijen zouden graag zien dat de aan de subsidie verbonden voorwaarden komen te vervallen. H&A heeft aangegeven zich er daarbij in te kunnen vinden als de gedeeltelijke toewijzing voor het overige wordt gehandhaafd en behandeling van het bezwaar op dit punt verder achterwege blijft. Aan de hand hiervan is tijdens de hoorzitting afgesproken dat zou worden nagegaan of er bereidheid is het primaire besluit aan te passen en de voorwaarden te schrappen. Naar aanleiding daarvan is namens de raad met e-mail van 9 oktober 2020 aangeven dat de voorwaarden die verbonden waren aan de twee besluiten inderdaad kunnen komen te vervallen.
De bezwaarschriftencommissie stelt vast dat met de mededeling van 9 oktober 2020 inhoudelijk is tegemoetgekomen aan bezwaren van AMOS en H&A, te weten: het vervallen van de voorwaarden die aan de twee bestreden besluiten waren verbonden. Verder stelt de bezwaarschriftencommissie vast dat H&A in een telefoongesprek met de secretaris van de bezwaarschriftencommissie op 24 december 2020 heeft bevestigd dat zij zich kan vinden in de uitkomst dat de subsidievoorwaarden vervallen, het besluit om haar subsidieaanvraag gedeeltelijk toe te kennen wordt gehandhaafd en er geen behoefte bestaat aan de verdere inhoudelijke behandeling van het bezwaar.
4
Verslag (vervolg)
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 5
5. Conclusie en advies De bezwaarschriftenconnmissie adviseert de raad om deze redenen om het bezwaar van AMOS en H&A gegrond te verklaren, de bestreden besluiten in die zin te herroepen dat de daaraan verbonden subsidievoorwaarden vervallen, de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren en de besluit om de subsidieaanvraag van AMOS toe te kennen en het besluit om de subsidieaanvraag van H&A gedeeltelijk toe te kennen in stand te laten. Dit betekent dat de toegekende subsidie blijft zoals die is, maar dat er voor de stichtingen geen verplichting meer is de locatie te delen of daar ook beiden zeggenschap over te krijgen.
Dit maakt dat er grond is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Amsterdam, 19 januari 2021 De bezwaarschriftencommissie,
Jurien Korzelius, Secretaris
5