CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 06 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 10 - advies bezwaar Stichting Jeshive

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beslissingen op de bezwaarschriften inzake de besluiten van de gemeenteraad op de aanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. Nr. VN2021-0021106.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X

Gemeente Amsterdam

Advies inzake bezwaar tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van io december 2019 inzake een aanvraag op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden Kenmerk: DJ.2o.002.165.00i Advies over het bezwaarschrift ingediend door Stichting Jeshive Amsterdam tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van io december 2019 (hierna: de raad). Met dit besluit heeft de raad aan Stichting Jeshive Amsterdam (hierna: Jeshive) een eenmalige subsidie verleend op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden" van € 100.000,00.

i. Inleiding

Jeshive heeft op 14 januari 2020 bezwaar gemaakt tegen het besluit van de raad van io december 2019. Bij brief van 4 maart 2020 heeft Jeshive de motivering van haar bezwaar aangevuld. Op n. augustus 2020 is daarop namens de raad met een verweerschrift gereageerd. Op 25 septennber 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie van de raad (hierna: de bezwaarschriftencomnnissie) partijen op een hoorzitting gehoord. Het gaat in deze procedure om de verlening van subsidie op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden (verder: de subsidieverordening). Naar aanleiding van de conclusies in het NIOD-rapport 'Openstaande Rekeningen, de gemeente Amsterdam en de gevolgen van roof en rechtsherstel, 1940-2950' heeft de raad op 14 juli 2016 besloten om een collectieve tegemoetkoming van €10 miljoen' ter beschikking stellen aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. Op 27 september 2017 heeft de raad besloten om voor de verdeling van deze tegemoetkoming een adviescommissie in te stellen, de Commissie Joodse erfpachttegoeden (verder: de commissie). Deze commissie had tot taak om de raad te adviseren over de besteding van de collectieve tegemoetkoming aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. De raad heeft er daarbij bewust voor gekozen om de commissie samen te stellen uit leden die afkomstig zijn uit

1 Gemeenteblad ii september 2018, nr. 193148. 2

Op 18 juli 2018 heeft de raad besloten om het budget te verhogen naar €10,8 miljoen.

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 28

de Joodse gemeenschap zelf, zodat verdeling van de ter beschikking gestelde tegemoetkoming werd belegd bij vertegenwoordigers van die gemeenschap. Op 28 juli 2018 heeft de raad de zes personen tot lid van de commissie te benoemd die, zoals gezegd, allen uit de Joodse gemeenschap afkomstig zijn. Met het oog op een evenredige verdeling van de tegoeden over verschillende aanvragen, afkomstig uit de Joodse gemeenschap, zijn de aanvragen onderverdeeld in vijf sectoren. Het gaat om Educatie, Religie, Welzijn & Zorg, Jongeren en Erfgoed & Cultuur. Vervolgens heeft de Commissie Joodse erfpachttegoeden de aanvragen binnen de verschillende sectoren beoordeeld op basis van de criteria in de subsidieverordening. Het zwaartepunt van deze beoordeling lag bij de mate waarin een aangevraagde activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap. Verder werd onder andere beoordeeld of de doelstelling paste binnen de sector waartoe de aanvraag behoorde, of de aanvraag kans van slagen had, of het bereik van de activiteit in verhouding stond tot de kosten die daarmee waren gemoeid en de mate waarin sprake was van medefinanciering door de aanvrager zelf of derden. Er konden tot en met 31 december 2018 aanvragen worden ingediend. De raad heeft 123 aanvragen ontvangen voor een subsidie op grond van de subsidieverordening, in totaal voor een bedrag van in totaal c 35,8 miljoen.

De commissie heeft deze aanvragen conform de criteria in de verordening beoordeeld en advies uitgebracht over de kwaliteit van de aanvragen en — op basis daarvan — de verdeling van de gelden over alle aanvragen. De commissie heeft daarbij geadviseerd om 23 aanvragen volledig in te willigen, 38 aanvragen gedeeltelijk in te willigen en de overige aanvragen af te wijzen. Jeshive heeft op 28 december 2018 een subsidie aangevraagd van €499.554,00. De aanvraag heeft betrekking op het Kolel, een instituut waar voltijds de Talmoed en Rabbijnse literatuur worden bestudeerd. Met de subsidie zouden ongeveer een derde van de totale kosten voor het Kolel worden gedekt voor een periode van drie jaar. De Commissie Joodse erFpachttegoeden heeft deze aanvraag binnen de sector Educatie beoordeeld. Zij is van mening dat de aanvraag een belangrijke bijdrage levert aan de continuïteit van de Amsterdams Joodse gemeenschap, maar vindt de kosten niet in verhouding staan tot het bereik. Verder is volgens de commissie sprake van een zeer beperkte eigen bijdrage van de aanvrager. De commissie adviseert daarom de aanvraag gedeeltelijk toe te wijzen, voor een bedrag van cioo.000,00. De raad heeft dit advies van de commissie overgenomen en daarop het bestreden besluit gebaseerd. Daartegen heeft Jeshive bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft Jeshive bezwaar

2

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 18

gemaakt tegen alle andere besluiten over subsidieaanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. Jeshive voert aan dat zij door de samenstelling van de commissie is benadeeld en dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Daarom zou de raad alsnog het volledige aangevraagde bedrag moeten verlenen. Hieronder treft u het advies van de bezwaarschriftencommissie van de raad aan. De bezwaarschriftencommissie adviseert de raad om het bezwaar ongegrond te verklaren. 2. Juridisch kader

Het juridisch kader in deze zaak wordt in algemene zin gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en meer specifiek door de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden en de Verordening commissie Joodse erfpachttegoeden. Algemene wet bestuursrecht Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient de raad zich op grond van artikel 3:9 Awb ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 3:46 Awb dient een besluit te berusten op een deugdelijke motivering. Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden In artikel 2 lid Ivan de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden is bepaald dat deze verordening van toepassing is op het budget dat de raad op 1.4 juli 2016 beschikbaar heeft gesteld als collectieve tegemoetkoming aan de Joodse gemeenschap. Het doel van deze verordening is subsidiering van activiteiten ten behoeve van met name de Amsterdams Joodse gemeenschap. Op grond van artikel 3 lid J. van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden is er een commissie die de raad adviseert over de subsidieaanvragen gedaan op basis van deze verordening. Op grond van artikel 4 kan de raad subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten als bedoeld in artikel 2 in één of meer van de volgende sectoren: "a. Educatie b. Religie c. Welzijn & zorg d. Jongeren e.

Erfgoed & cultuur."

3

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 18

Op grond van artikel 6 worden de aanvragen die aan de voorwaarden gesteld in de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden voldoen gerangschikt op basis van hun kwaliteit. Op grond van artikel 12 van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden wordt de kwaliteit van de subsidieaanvraag vastgesteld aan de hand van de volgende, beoordelingscriteria, die zijn opgesomd in volgorde van hun relatieve belang: a. de mate waarin een activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap; b. de doelstelling van de activiteit die moet passen in een van de in de artikel 4 genoemde sectoren; c. de beoordeling van de slagingskans van de activiteit door de commissie; d. het bereik van de activiteit gerelateerd aan de daaraan verbonden kosten; e.de mate waarin een aanvraag financiële soliditeit vertoont; f. de mate waarin sprake is van medefinanciering door de aanvrager zelf of derden; g. de waarborg van de continuïteit van de aanvrager. Deze criteria zijn in de toelichting bij de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden nader toegelicht: "Dit artikel bevat de criteria aan de hand waarvan de kwaliteit van een subsidieaanvraag wordt vastgesteld. De beoordelingscriteria staan in volgorde van hun relatieve belang. Dat wil zeggen dat aan het criterium onder a. het meeste gewicht en het criterium onder h.

het minste gewicht wordt toegekend bij het beoordelen van de kwaliteit van een aanvraag Hieronder volgt een nadere omschrijving van de criteria. De mate waarin een activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap. Het moet gaan om activiteiten die een bestendig karakter hebben en die bijdragen aan de Joodse infrastructuur. Dit zal meestal gaan om een nieuwe activiteit, maar ook bestaande activiteiten kunnen voortoekenning in aanmerking komen. Ook langlopende activiteiten kunnen voortoekenning in aanmerking komen middels een meerjarenplan, met een maximum van vier jaar. De doelstelling van de activiteit

4

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 5 van 18

De doelstelling van de activiteit dient te passen binnen een van de in artikel 4 genoemde sectoren. De slagingskans van de activiteit De commissie zal zich een oordeel trachten te vormen over de mogelijkheden van de aanvrager de activiteit tot een goed einde te brengen. Het bereik van de activiteit gerelateerd aan de daaraan verbonden kosten. Hoeveel personen hebben profijt bij de activiteit in relatie tot de kosten ervan. Het gaat hier om het realiteitsgehalte van een activiteit. De mate waarin een aanvraag financiële soliditeit vertoont. Dit criterium houdt verband met de slagingskans van de activiteit. Medefinanciering De mate waarin sprake is van medefinanciering van de activiteit door andere organisaties dan de aanvrager. Gezien de beperktheid van het totaal toe te kennen bedrag kan het in het bijzonder bij omvangrijke activiteiten eenvoudiger worden een uitkering toe te kennen indien anderen dat ook doen. De mate waarin sprake is van medefinanciering van de activiteit door de aanvrager dan wel doordeelnemers/gebruikers. Hierbij dient ook gedacht te worden aan wat door afnemers voor de door de activiteit gegenereerde diensten wordt betaald. Uiteraard zal hierbij de totale financiële situatie van de aanvrager worden betrokken, in het bijzonder ook de omvang van het eigen vermogen. De waarborg van de continuïteit van de aanvrager.

De continuïteit van een aanvrager kan door het uitvoeren van een omvangrijke activiteit of investering in gevaar komen. Vragen die hierbij gesteld moeten worden zijn bijvoorbeeld of het mogelijk zal zijnde jaarlijkse kosten die uit de investering voortkomen op te brengen en of de deelname aan de activiteit of investering en de daarmee gepaard gaande inkomsten aan de verwachtingen voldoen." Op grond van artikel J.J. lid 4 van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden kan de raad naar aanleiding van het advies van de commissie subsidie tot een lager bedrag toekennen dan is aangevraagd. Verordening Commissie Joodse erfpachttegoeden In artikel a is bepaald dat er een Commissie Joodse erfpachttegoeden is, dat deze commissie bestaat uit zes leden en tot taak heeft de raad te adviseren over de besteding van de collectieve

5

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 6 van 1.8

tegemoetkoming van tien miljoen euro aan de Joodse gemeenschap voor de erfpachttegoeden. Op grond van artikel 2 van deze verordening benoemt de raad de leden van de commissie. Op grond van artikel 4 lid 4 brengen de leden van de commissie geen advies uit en nemen niet aan de besluitvorming over het advies deel als het advies hen rechtstreeks of middellijk aangaat. Op grond van artikel 5 lid i zijn de leden van de commissie gezamenlijk, voor de uitoefening van hun taak, verantwoording schuldig aan de raad. Op grond van het tweede lid geven zij de raad alle inlichtingen die de raad daarvoor nodig heeft. 3. Verloop van de procedure Op 18 december 2018 heeft Jeshive een aanvraag gedaan voor subsidie op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. Bij besluit van 3.0 december 2019 heeft de raad de aanvraag van Jeshive gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. Op 14 januari 2020 heeft Jeshive tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De gronden van het bezwaar zijn aangevuld bij brieven van 2o januari 2020 en 4 maart 2020. Namens de raad is op la. augustus 2020 op het bezwaar van Jeshive gereageerd. Op 24 september 2020 heeft Jeshive een schriftelijke toelichting toegestuurd aan de bezwaarschriftencommissie over de vraag of zij belanghebbende is bij de besluiten over andere subsidieaanvragen.

Op 25 september 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie het bezwaar van Jeshive op een hoorzitting behandeld. Naar aanleiding van onder andere deze hoorzitting heeft de bezwaarschriftencommissie bij email van 9 oktober 2020 gevraagd of Commissie Joodse erfpachttegoeden nader kan motiveren waarom zij heeft geadviseerd dat de activiteiten waarvoor Jeshive subsidie heeft gevraagd slechts op een beperkt deel van de Joodse gemeenschap zien. Ook is gevraagd hoe dit is vastgesteld. Tussen 9 oktober 2020 en 22 oktober 2020 hebben de bezwaarschriftencommissie en Jeshive contact gehad over de toezending van enkele documenten.

6

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 7 van 18

Bij e-mail van 23 oktober 2020 heeft de commissie als volgt op vraag van de bezwaarschriftencomnnissie van 9 oktober 2020 gereageerd: "Reisjies Gogmoh, Jeshive, Cheider en Ets Chajim Deze vragen lenen zich voor gemeenschappelijke beantwoording. Deze organisaties zijn exponenten van de Amsterdamse ultraorthodoxe gemeenschap. Dat het hier om een zeer kleine groep binnen Joods Amsterdam en zelfs binnen de orthodoxe gemeenschap gaat, is een feit van algemene bekendheid bij wie ook maar enigszins op de hoogte is van de 'kaart' van Joods Nederland. Voor de leden van onze commissie, die immers zijn benoemd mede om hun kennis van die kaart, is dat dus zeker het geval. Cijfers ter onderbouwing daarvan zijn moeilijk te verkrijgen, maar voor het onderwijs zijn ze er wel: per 1 oktober jl. telde het Cheider 113 leerlingen, tegen het Joods Bijzonder Onderwijs 408 (steeds PO en VO samen), wat dus neerkomt op ruim 21% van alle leerlingen van het orthodoxe dagonderwijs. Bij haar advisering heeft onze commissie gestreefd naar een billijke spreiding van de subsidie voor religieus gerelateerde projecten over de verschillende `bloedgroepen' binnen de religieus-Joodse gemeenschap (orthodox, Portugees, liberaal).

Wanneer men de omvang van de ultraorthodoxe groep daarbinnen beziet, is de zeer kleine groep eerder over- dan onderbedeeld." Bij e-mail van 30 oktober 2020 is Jeshive gelegenheid geboden om op deze nadere reactie te reageren. Bij e-mail van 12 november 2020 heeft Jeshive van deze gelegenheid gebruikt gemaakt. Bij deze e-mail zijn ook 16 steunbetuigingen als bijlage overgelegd. 4. Bezwaar Jeshive heeft tegen het besluit van ao december 2019— zakelijk samengevat — de volgende bezwaren aangevoerd: • Jeshive is belanghebbende en heeft procesbelang bij het opkomen tegen alle beschikkingen; • Voor alle beschikkingen stelt Jeshive vast dat deze (formele) gebreken vertonen, onzorgvuldig tot stand zijn gekomen en ondeugdelijk zijn gemotiveerd; • Jeshive meent dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. De adviescommissie had onvoldoende kennis om over alle aanvragen die vanuit de brede Joodse gemeenschap zijn ingediend te oordelen;

7

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 8 van 18

• De raad heeft zich er niet van vergewist of de adviescommissie de benodigde kennis wel in huis had. • Uit diverse gemeentestukken blijkt dat van meet af aan de bedoeling was het advies van de adviescommissie zou overnemen en bekrachtigen; • Er is volgens Jeshive sprake van onbehoorlijk bestuur en misbruik van bevoegdheden; • De adviezen en de beschikkingen zijn doordrongen zijn van willekeur, en er is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel; • In het geval van gedeeltelijke of gehele afwijzing van subsidie, had de gelegenheid moeten worden geboden om een zienswijze naar voren te brengen; • Het advies van de adviescommissie is geheel of ten dele in strijd met artikel 2:4, tweede lid, van de Awb. Ten aanzien van één of meer commissieleden bestaat de schijn van belangenverstrengeling. Het fair-play beginsel is geschonden; • De verordening biedt aan de adviescommissie geen ruimte om na ontvangst van de aanvragen van de raad andere actie te ondernemen dan een advies uit te brengen. Dat is wel gebeurd, waardoor er strijd is met artikel io, derde lid, van de verordening. Jeshive vraagt de raad dan ook het bezwaar gegrond te verklaren en alsnog het volledige subsidiebedrag toe te kennen. 5. Verweren In het verweerschrift van n.

augustus 2020 is als volgt op deze bezwaren gereageerd: Algemeen • Op 27 september 2017 heeft de raad besloten een adviescommissie in te stellen, die een verdelingsvoorstel voor de Joodse erfpachttegoeden zou doen. Daarbij is besloten de commissie samen te stellen uit leden uit de Joodse gemeenschap, zodat de gemeenschap zelf bij de verdeling betrokken zou zijn. • Degenen die ten behoeve van een activiteit voor subsidie in aanmerking wenste te komen, kon daartoe tot en met 31 december 2018 een aanvraag indienen. Uiteindelijk zijn er 123 aanvragen ingediend voor een bedrag van in totaal c 35,8 miljoen. • Op basis van die aanvragen heeft de commissie vervolgens advies uitgebracht. Omdat het budget ruim is overvraagd, zijn de aanvragen daarbij gerangschikt op basis van de kwaliteit die zij naar het oordeel van de commissie hadden en de mate waarin zijn voldeden aan de in artikel 12 van de Subsidieverordening opgenomen criteria. • Bij de rangschikking was voor de commissie in de eerste plaats van belang dat er binnen de Joodse infrastructuur een aantal sectoren bestaat waarzonder een Joodse gemeenschap niet levensvatbaar is. Versterking van deze infrastructuur vormde het belangrijkste doel bij de adviezen van de commissie.

8

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 9 van 18

• Verder hechtte de commissie groot belang aan de mate waarin werd bijgedragen aan de continuiteit van de Joodse samenleving in brede zin. Als de commissie meende dat slechts een beperkter deel van de gemeenschap baat had bij een activiteit, droeg deze naar mening van de commissie in mindere mate bij aan de continuïteit van de Joodse samenleving. De verhouding tussen kosten en het bereik vormden voor de commissie dan ook een aanleiding om te adviseren minder subsidie toe te kennen. • In dat kader heeft de adviescommissie naar eer en geweten en naar haar beste kunnen advies uitgebracht. Dit advies is op ao oktober 2019 ook door de raad overgenomen. De gelden zijn dus uiteindelijk op basis het advies verdeeld. • Dat neemt niet weg dat het oordeel van een adviescommissie tot op zekere hoogte altijd een subjectief element bevat. Dat betekent echter niet dat deze werkwijze niet kan worden toegepast (zie ook: ABRvS 22 juli zoog, ECLI:NL:RVS:2009:BJ30.6 ; CBB 12 maart 2019, ECLI:NL:CBB:zoig:ioo). • Meer specifiek wordt nog opgemerkt dat voor de werkwijze van de commissie geldt dat eerst is beoordeeld of aanvragen op formele gronden afgewezen dienden te worden.

Vervolgens zijn de aanvragen op basis van de statuten van de aanvrager volgens de in de Verordening genoemde sectoren ingedeeld en zijn binnen de commissie teams gevormd die de aanvragen per sector hebben beoordeeld een voorlopig advies hebben gegeven. • Deze voorlopige adviezen zijn tot slot door de commissie als geheel bezien. Daarbij is bovendien gekeken of de commissie noodzaak zag budget over te hevelen naar andere sectoren, op grond van artikel s van de Verordening. Dit is mogelijk indien in een of meerdere sectoren na honorering van de subsidiabele aanvragen budget onbenut blijft. Specifiek naar aanleiding van dit bezwaar • Ten aanzien van het collectieve bezwaar wordt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Bezwaarde heeft geen rechtstreeks belang bij de besluiten waarbij aan de andere aanvragers subsidie is verleend. Het concurrentiebelang is niet voldoende om belanghebbende te zijn bij alle subsidiebesluiten. Zie ter vergelijking; ABRyS ijuli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2258. • Ten aanzien van het individuele bezwaar wordt opgemerkt dat de commissie heeft geadviseerd tot een gedeeltelijke toekenning. Dit omdat de commissie meent dat het project wel een belangrijke bijdrage levert aan de continuiteit van de Amsterdamse Joodse gemeenschap, maar slechts op een beperkt gedeelte van de Joodse gemeenschap ziet.

Bovendien is sprake van een zeer beperkte eigen bijdrage van de aanvrager. • Jeshive stelt dat er in de advisering sprake is van willekeur en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Naar aanleiding wordt opgemerkt dat de subsidie is toegekend op basis van een tendersysteem. Dit houdt in dat alle ingediende aanvragen ten opzichte van elkaar

9

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina jo van 18

inhoudelijk zijn vergeleken en vervolgens in een rangorde zijn geplaatst, in het licht van de criteria die in de verordening zijn genoemd. • Het afwijzen van een enkele aanvraag zegt dus niet dat de aanvraag op zichzelf geen goede aanvraag is. Alles dient te worden bezien in relatie tot het grotere geheel: hier het totaal aan ingediende subsidieaanvragen, verspreid over vijf verschillende sectoren. Het gaat tenslotte om een rangschikking die tot stand kan komen door het onderling vergelijken van de verschillende subsidieaanvragen. • In het verlengde daarvan geeft het nadere rapport van de heer Elburg geen aanleiding om de genomen besluiten te herroepen. In het rapport is namelijk ten onrechte geen rekening gehouden met de omstandigheid dat het hier om een tendersubsidie gaat. De vergelijkingen die in het rapport worden gemaakt gaan dus ook niet op. • De verplichting een tegenadvies inhoudelijk te beoordelen, geldt bovendien alleen indien een tegenadvies afkomstig is van een deskundig én onafhankelijk persoon of college (ECLI:NL:RVS:2002:AE0336). Zonder te miskennen dat de opsteller van het rapport wellicht zeer kundig is, is het rapport niet afkomstig van een onafhankelijke partij.

• Voor wat betreft de vergewisplicht wordt opgemerkt dat uit het advies van de commissie Joodse Erfpachttegoeden blijkt op basis van welke gegevens het advies tot stand is gekomen en welke procedure daarbij doorlopen is. De raad heeft hier dus weldegelijk inzicht in verkregen en heeft zich ervan vergewist dat dit zorgvuldig is gedaan. • Verder geldt dat de commissie Joodse Erfpachttegoeden op grond van artikel 84 van de Gemeentewet is ingesteld door de raad. De raad heeft ook al in 2018 met de instelling ingestemd, in de samenstelling zoals deze nu bestaat. Wat betreft de kritiek van bezwaarde op de samenstelling van de commissie, wordt dan ook opgemerkt dat dit geen onderdeel is van deze bezwaarprocedure, die ziet op de subsidieverlening. • Voor wat betreft de stelling dat er sprake is van vooringenomenheid wordt benadrukt dat in artikel 4, derde lid, van de verordening staat dat de leden van de commissie geen advies uitbrengen en zich onthouden van deelname aan de besluitvorming over het advies als dit advies hen rechtstreeks of middellijk aangaat. De leden hebben dit ook zo gedaan. • Dat er ten onrechte geen zienswijze is gevraagd is evenmin juist. Op grond van artikel 4:12 van de Awb bestaat er in beginsel geen hoorplicht bij beschikkingen van financiële aard. De hoorplicht geldt alleen als er een reden is aangevoerd in de zin van artikel 4:35 van de Awb.

Dat de adviezen niet door de voorzitter van de adviescommissie zijn ondertekend, betreft een formeel gebrek, dat in de onderhavige bezwaarprocedure kan worden hersteld. Aan de hand hiervan wordt verzocht het bezwaar ten aanzien van alle andere besluiten nietontvankelijk te verklaren en het bezwaar ten aanzien van dit specifieke besluit ongegrond. 6. Onderliggende stukken raadscommissie en gemeenteraad

10

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina ii van 18

De bezwaarschriftencomnnissie heeft in verband met de advisering over de ingediende bezwaren niet alleen de dossiers maar ook de onderliggende raadsstukken bestudeerd en kennis genomen van de bespreking van deze stukken in raadscommissie en raad. Daaruit blijkt dat de raad in juli 2016, naar aanleiding van de conclusies in het NIOD-rapport, heeft besloten een tegemoetkoming te doen aan de Amsterdams Joodse gemeenschap. Onderdeel van dat besluit was dat er een stichting zou worden opgericht bestaande uit personen uit de Joodse gemeenschap die de raad zou adviseren over de besteding van die tegemoetkoming. Uiteindelijk is er geen stichting opgericht, maar is er door de raad een commissie in het leven geroepen. Daarbij is overeind gebleven dat de leden onderdeel uitmaken van de Joodse gemeenschap. De leden zijn vanuit die hoedanigheid door de burgemeester gevraagd en door de raad als lid van de commissie benoemd. Verder heeft de raad aan de commissie de kaders meegegeven waarbinnen zij haar advies moest geven. Deze kaders zijn tot stand gekomen na advies van de commissie en vastgelegd in de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. In het kort blijkt uit de verordening dat de tegemoetkoming zou worden verdeeld via een zogenoemde subsidietender.

Er konden gedurende een aantal maanden aanvragen worden gedaan, waarna de commissie op basis van de in de verordening opgesomde kwaliteitseisen advies zou geven aan de raad. De raad zou vervolgens op basis van die adviezen een besluit nemen over de toekenning of afwijzing van de aanvragen. Uit de stukken, met name artikel 12 van de verordening, komt naar voren dat de kern van het advieswerk van de commissie wordt gevormd door de vraag of een activiteit een bijdrage levert aan de continuïteit van de Joodse gemeenschap. In dat kader heeft de commissie in de eerste plaats benadrukt het van groot belang te achten dat de tegemoetkoming terecht zou komen bij de verschillende onderdelen van de Joodse gemeenschap in de ruimste zin en bij de verschillende geloofsrichtingen binnen de Joodse gemeenschap. Aan de verschillende onderdelen is recht gedaan door in de verordening vijf sectoren te onderscheiden. Die zijn volgens de commissie essentieel voor het voortbestaan van de gemeenschap. Voor de verschillende geloofsrichtingen geldt dat de commissie kenbaar heeft gemaakt dat voor de continuïteit ook van belang was dat elke stroming een (enigszins) evenredig deel zou krijgen. Uit de stukken blijkt dat de commissie hier dus ook specifiek aandacht aan heeft besteed. Met inachtneming daarvan speelde de kwaliteit van de aanvragen de voornaamste rol.

Door de commissie is kenbaar gemaakt dat zij zich bij de beoordeling van de aanvragen heeft laten leiden door de in artikel 12 van de verordening vermelde toewijzingscriteria. Zo droeg naar het oordeel van de commissie een aanvraag die niet tot een succesvol afgerond project

11

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 12 van 18

zou leiden, niet bij aan de continuiteit. Om die reden is bijvoorbeeld meegewogen aide aanvrager een eigen bijdrage levert. Dat vergroot de kans dat een project uitgevoerd kan worden. Voor het beoordelen van de aanvragen geldt dat uit de stukken blijkt dat de (ontvankelijke) aanvragen eerst zijn ingedeeld per sector. Vervolgens zijn per sector twee personen uit de commissie aan de slag gegaan om een voorselectie te maken. Die voorselectie is besproken in de gehele commissie, waarna een lijst met voorlopige toe- en afwijzingen volgde. Deze lijst is gelegd langs de te behalen doelen en is beoordeeld op de hiervoor bedoelde evenredige spreiding, waarna besloten is sommige aanvragen meer en andere minder subsidie toe te kennen. Op die manier is per aanvraag het definitieve advies tot stand gekomen. Commissieleden die betrokken waren bij een aanvrager, hebben zich daarbij volgens de commissie onthouden van stemming bij alle aanvragen in de betreffende sector waaronder die aanvraag viel. Tot slot is nog van belang dat de commissie in het kader van de adviezen heeft geadviseerd budget over te hevelen van de ene naar de andere sector op grond van artikel 5, derde lid van de Verordening. In de stukken is aangegeven dat de commissie dit gedaan heeft omdat een deel van het budget binnen een sector na honorering van de meest geschikte aanvragen onbenut bleef.

Ook bij het overhevelen heeft de continuïteit van de Joodse gemeenschap voorop gestaan. 7. Ontvankelijkheid van het bezwaar Jeshive heeft bezwaar gemaakt tegen alle besluiten die de raad heeft genomen over subsidieaanvragen op grond van de Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden. Bij brief van 4 maart 2020 heeft zij haar bezwaren ingetrokken, voor zover het gaat om de besluiten waarmee de raad subsidieaanvraag volledig heeft afgewezen. Ten aanzien van de overige bezwaren heeft Jeshive in de brief van 24 septennber 2020 toegelicht dat zij belanghebbende is bij deze besluiten, omdat alle beschikkingen moeten worden heroverwogen en Jeshive — als dat zou gebeuren — een nieuwe aanvraag kan doen op grond van de weer beschikbare erfpachttegoeden. Verder wijst Jeshive erop dat zij ook op grond van haar concurrentiepositie belanghebbende is bij de besluiten over andere aanvragen binnen de sector 'Educatie', omdat deze aanvragers concurrenten zijn die in aanmerking komen voor hetzelfde subsidiebedrag. Deze stellingen van Jeshive komen erop neer dat zij rechtsmiddelen wil kunnen aanwenden tegen de besluiten die in het kader van een tendersysteem over andere subsidieaanvragen zijn genomen. Jeshive wil daarmee bereiken dat de besluiten over andere aanvragen worden herroepen, zodat aan haar alsnog een groter subsidiebedrag kan worden verleend.

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 juli 2015, waarnaar

12

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 13 van 18

in het verweerschrift is verwezen, volgt dat het belang dat Jeshive heeft bij wijziging van de rangorde en het aan de orde stellen van de besluiten niet rechtstreeks betrokken is bij de besluiten waarbij anderen subsidie is verleend. Jeshive is daarom geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 lid 1 Awb bij de besluiten over de andere subsidieaanvragen. De bezwaarschriftencommissie adviseert de raad om die reden om het bezwaar van Jeshive niet ontvankelijk te verklaren, voor zover dat is gericht tegen de besluiten over alle andere subsidieaanvragen dan het besluit over de aanvraag van Jeshive. Uit de uitspraak van de Afdeling van is juli 2017 volgt daarentegen wel dat Jeshive de beoordeling van andere aanvragen aan de orde kan stellen in het kader van haar eigen (bezwaar)procedure. Voor zover Jeshive dat in deze procedure heeft gedaan, komt dat hierna aan de orde bij de beoordeling van de gronden van het bezwaar. 8. Overwegingen Bij de beoordeling van de bezwaren van Jeshive stelt de bezwaarschriftencommissie het volgende voorop. Het gaat in deze procedure om de toekenning van subsidie. Bij de beslissing aan welke aanvrager subsidie wordt verleend, baseert de raad zich op advies van de Commissie Joodse erfpachttegoeden.

Uit artikel 3:9 Awb volgt dat de raad zich er daarbij van dient te vergewissen dat het advies van de commissie op zorgvuldige wijze tot stand gekomen De motivering van het advies over de aanvraag en de motivering van de totstandkoming van de rangschikking tussen de aanvragen speelt daarbij een rol (artikel 3:46 Awb). In deze procedure is daarentegen sprake van een bijzondere vorm van subsidie, die maakt dat hier een meer terughoudende invulling van de vergewisplicht van artikel 3:9 Awb op zijn plaats is. De Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden heeft tot doel om de Amsterdams Joodse gemeenschap collectieve tegemoetkoming te bieden voor de erfpachtgelden die de gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft geïnd en de boetes die in verband daarmee zijn opgelegd. Vanuit dat doel heeft de raad er op 18 juli 2018 bewust voor gekozen om de verdeling van de tegoeden over te laten aan de Amsterdams Joodse gemeenschap zelf. Het is immers die gemeenschap waarvoor de tegoeden zijn bedoeld, en die zelf ook het beste kan beoordelen waarvoor de tegoeden gebruikt dienen te worden. Bij de beoordeling van de adviezen over de verdeling van de subsidies past daarom een terughoudende opstelling van de raad, die zich vertaald in een terughoudende toets van het advies van de commissie.

Tegen deze achtergrond beperkt de bezwaarschriftencommissie zich in deze procedure tot de vraag of de raad zijn besluit over de subsidieaanvraag, met inbegrip van de daarbij gepaste

13

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 14 van 18

terughoudendheid, op het advies van de commissie heeft kunnen baseren. De bezwaarschriftencommissie zal daarbij beoordelen of het advies van de commissie op hoofdlijnen zorgvuldig tot stand gekomen en deugdelijk gemotiveerd is, mede in het licht van de bezwaren die Jeshive daarover naar voren brengt. Samenstelling en werkwijze van de Commissie Joodse erfpachttegoeden In punt 5 van Bijlage 3 bij het aanvullend bezwaarschrift voert Jeshive aan dat de Commissie Joodse erfpachttegoeden niet representatief zou zijn voor de hele Joodse gemeenschap, in het bijzonder de orthodoxe gemeenschap waartoe zij zich rekent. Daardoor zou de beoordeling van haar aanvraag zijn benadeeld. De raad zou zich daarvan onvoldoende hebben vergewist, zodat de aanvraag ten onrechte deels is afgewezen. Verder voert Jeshive in punt 36 — 53 van het aanvullend bezwaarschrift aan dat er sprake zou zijn van belangenverstrengeling bij de beoordeling van een aantal andere aanvragen, zodat de besluiten over de subsidieaanvragen in strijd zijn met artikel 2:4 lid 1 Awb. In het besluit van 18 juli 2018 heeft de raad bij de aanstelling van de Commissie Joodse erfpachttegoeden gemotiveerd dat de leden van de commissie een groot netwerk in de Joodse gemeenschap hebben en deskundig zijn. In het verweerschrift van n.

augustus 2020 heeft de raad er verder op gewezen dat de commissie de subsidieaanvragen naar eer en geweten heeft beoordeeld en dat de leden zich conform artikel 4 lid 3 van de Verordening Commissie Joodse erfpachttegoeden hebben onthouden van deelname aan de advisering, als zij betrokken waren bij een aanvraag. Verder heeft de raad erop gewezen dat de commissie tijdens het beoordelingsproces steeds in het oog heeft gehouden dat de ter beschikking gestelde tegoeden evenredig over de Amsterdams Joodse gemeenschap worden verdeeld. In het verlengde daarvan heeft de commissie er in de e-mail van 23 oktober 2020 op gewezen dat onder andere Jeshive behoort tot een kleine groep binnen deze gemeenschap, waaraan een tenminste evenredig deel van de ter beschikking gestelde erfpachttegoeden is toegekend. Verder heeft de Commissie Joodse erfpachttegoeden een groot aantal subsidieaanvragen moeten beoordelen, waarbij veel aanvragen weer bestonden uit aanvragen voor uiteenlopende (sub)activiteiten, die samen maakten dat het subsidieplafond met ruim c 25 miljoen is overvraagd. De bezwaarschriftencommissie begrijpt uit de namens de raad gegeven toelichting dat de commissie steeds per aanvraag heeft bezien of het mogelijk was om een deel van het subsidiebedrag toe te kennen, in plaats van de aanvraag volledig af te wijzen, als zij van mening was dat het aangevraagde bedrag (te) hoog was.

De bezwaarschriftencommissie begrijpt dat de commissie daarbij steeds in het oog heeft gehouden of de uiteindelijke verdeling van de subsidie wel zou resulteren in een evenredige verdeling daarvan over de gemeenschap.

14

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina is van 18

Naar de mening van de bezwaarschriftencommissie duidt de zojuist besproken werkwijze erop dat de commissie n bij de beoordeling van onder andere de aanvraag van Jeshive zorgvuldig te werk is gegaan. In zoverre meent de bezwaarschriftencommissie dan ook dat de raad terecht heeft besloten om het advies van de commissie over te nemen en het bestreden besluit daarop te baseren. Anders dan Jeshive naar voren brengt, ontbreekt ook een feitelijke grondslag voor de stelling dat haar aanvraag benadeeld zou zijn door de samenstelling van de commissie. De bezwaarschriftencommissie acht daarbij met name van belang dat de commissie heeft geadviseerd om de aanvraag van Jeshive deels toe te kennen. Verder neemt de bezwaarschriftencommissie van de commissie aan dat de groep waartoe Jeshive behoort binnen de Amsterdams Joodse gemeenschap in absolute zin van beperkte omvang is en dat niet gesteld kan worden dat deze groep bij de verdeling van de subsidies onderbedeeld is. De bezwaarschriftencommissie acht het dan begrijpelijk dat het beperkte subsidiebedrag en de evenredige verdeling van de subsidies over de gemeenschap met zich brengt dat niet het volledige aangevraagde bedrag kan worden toegekend. Dit betekent ook niet dat de commissie dan bevoordeeld zou zijn.

Integendeel, in de ogen van de bezwaarschriftencommissie laat het gegeven dat de commissie tijdens het beoordelingsproces steeds oog heeft gehouden voor de evenredige verdeling van de tegoeden over de Amsterdams Joodse gemeenschap juist zien dat de adviezen van de Commissie zorgvuldig tot stand gekomen zijn. De bezwaarschriftencommissie ziet verder ook geen aanleiding voor de stelling dat er sprake zou zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. De bezwaarschriftencommissie meent dat niet gebleken is dat de leden van de commissie zich niet hebben gehouden aan de subsidieverordening en deel hebben genomen aan de beoordeling, als sprake was van een rechtstreeks belang. Voor concreet bewijs van (de schijn van) belangenverstrengeling wijst Jeshive verder uitsluitend op een e-mail van de commissie aan twee instellingen. Uit die e-mail blijkt echter alleen dat er tussen de commissie en deze instellingen nader overleg heeft plaatsgevonden over de aanvragen die zijn gedaan. De bezwaarschriftencommissie leest daarin niet dat sprake zou zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. De bezwaarschriftencommissie merkt overigens ook op dat de overgrote meerderheid van de instellingen heeft berust in de (gedeeltelijke) afwijzing van hun subsidieaanvraag, en dat ook het beperkte aantal bezwaarmakers in de regel hun waardering uitspreekt voor het werk van de Commissie.

Ook dat duidt erop dat de adviezen van de Commissie zorgvuldig en conform de doelstelling van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden tot stand gekomen zijn.

15

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 1.6 van 1.8

Om deze redenen adviseert de bezwaarschriftenconnmissie de raad om het bezwaar van Jeshive over benadeling vanwege de samenstelling en werkwijze van de Commissie Joodse erfpachttegoeden ongegrond te verklaren. De motivering van het bestreden besluit In Bijlage 3 bij het aanvullend bezwaarschrift voert Jeshive verder aan dat het besluit over haar subsidieaanvraag niet deugdelijk is gemotiveerd. Volgens Jeshive bereiken de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd een groot deel van de Joodse gemeenschap, staan de kosten van de activiteiten (daardoor) wel in redelijke verhouding tot het bereik en is in de motivering ten onrechte gewezen op het gebrek aan een eigen bijdrage. In het verlengde hiervan merkt Jeshive op dat sprake is van willekeur, omdat de commissie het beperkte bereik van activiteiten bij andere aanvragen niet heeft aangerekend. De Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft de aanvraag van Jeshive als volgt beoordeeld: "De commissie is van mening dat de activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan de continuïteit van de Amsterdams Joodse gemeenschap. Nu de activiteiten naar het oordeel van de Commissie zien op een beperkt gedeelte van de Joodse gemeenschap, acht zij de met de werkzaamheden gemoeide kosten echter te hoog in verhouding tot het bereik, om het aangevraagde bedrag volledig toe te kennen.

Voorts is sprake van een zeer beperkte eigen bijdrage van de aanvrager. De commissie is daarom van mening dat de aanvraag gedeeltelijk toewijsbaar is. De commissie komt tot gedeeltelijke toewijzing, voor een bedrag van floo.000,00." De bezwaarschriftencommissie begrijpt uit de reactie van 23 oktober 2020 dat Jeshive binnen de Amsterdams Joodse gemeenschap behoort tot een groep die in absolute zin van beperkte omvang is. Als gevolg daarvan is de commissie hier tot de conclusie gekomen dat het aangevraagde bedrag niet volledig kan worden toegekend, omdat de kosten niet in verhouding staan tot het bereik van de activiteit. De bezwaarschriftenconnmissie acht deze uitleg niet onbegrijpelijk en is van mening dat deze valt binnen de aan de commissie gegeven ruimte voor het maken van een afweging, zoals beschreven aan het begin van hoofdstuk 8. Verder is de eigen bijdrage ook bij andere aanvragen bij de beoordeling betrokken en is dit ook expliciet in de subsidieverordening als beoordelingscriterium opgenomen. Dit betekent dat de raad het advies van de Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft kunnen overnemen en het besluit van 12 december 2019 heeft kunnen nemen. Beoordeling van overige punten

2.6

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 17 van 18

In punt 29 van het aanvullend bezwaarschrift wijst Jeshive erop dat de besluiten over de subsidieaanvragen ongedateerd zouden zijn en dat een rechtsmiddelenclausule zou ontbreken. De bezwaarschriftencommissie stelt vast dat dit niet juist is. Het besluit over de aanvraag van Jeshive bevat op de laatste pagina, evenals alle andere besluiten, een dagtekening en een rechtsnniddelenclausule bevat. In punt 30 van het aanvullend bezwaarschrift stelt Jeshive dat alle besluiten over de subsidieaanvragen in strijd zijn met artikel 4:7 Awb, omdat niet vooraf gelegenheid is geboden om een zienswijze naar voren te brengen. Uit artikel 4:12 lid iAwbvolgtdaarentegen dat toepassing van artikel 4:7 Awb hier achterwege kan blijven. De daarin bedoelde situatie is hier aan de orde. Tegen het besluit van ao december 2019 kan bezwaar worden gemaakt en de gevolgen daarvan kunnen na bezwaar volledig ongedaan worden gemaakt. In punt 33 van het aanvullend bezwaarschrift brengt Jeshive naar voren dat de besluiten van de raad onzorgvuldig zijn, omdat de adviezen van de Commissie Joodse Erfpachttegoeden in strijd met artikel 4 lid 2 van de Verordening Commissie Joodse erfpachttegoeden niet ondertekend zijn. Dit gebrek kan in de bezwaarfase echter worden hersteld en dit is inmiddels ook gedaan.

De bezwaarschriftencomnnissie heeft op 12 januari 2021 van de Commissie een door de voorzitter van de Commissie ondertekende brief ontvangen waarin is aangegeven dat de adviezen abusievelijk niet zijn ondertekend en dat de adviezen die aan de gemeenteraad zijn voorgelegd met de brief worden bekrachtigd. In punt 34 van het aanvullend bezwaarschrift wijst Jeshive er tot slot op dat de motiveringen van de Commissie Joodse erfpachttegoeden geen adviezen zouden zijn, maar besluiten als bedoeld in artikel 1:3 lid 1 Awb. Ook dat betoog is ongegrond. Uit artikel 3 lid 1 Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden volgt duidelijk dat de commissie de raad adviseert over de subsidieaanvragen die zijn gedaan op basis van deze verordening. De raad heeft dit ook op die manier in het besluit over de aanvraag van Jeshive tot uitdrukking gebracht. Zie o.a. blz. a van het besluit:

De raad heeft aan de Commissie Joodse Erfpachttegoeden advies gevraagd of alle aanvragen die zijn ingediend op grond van de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden. Op io oktober 2019 heeft de raad besloten het advies van de commissie over te nemen. Hieronder treft u de motivering aan van de commissie bij uw aanvraag. De raad neemt deze motivering over."

17

Verslag (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 18 van 18

Slot Uit het voorgaande volgt dat de raad het advies van de Commissie Joodse erfpachttegoeden heeft kunnen overnemen en de aanvraag van Jeshive op basis daarvan deels heeft kunnen afwijzen. De opmerkingen van Jeshive in punt 3.6 —26 van het aanvullend bezwaarschrift dat het vooraf zou hebben vastgestaan dat de raad het advies van de Commissie zou overnemen, kunnen daarom in het midden blijven en behoeven geen verdere bespreking. 9. Conclusie en advies De bezwaarschriftencommissie adviseert de raad om het bezwaar van Jeshive ongegrond te verklaren en het besluit van 3.0 december 2019 in stand te laten. Dit maakt dat er ook geen grond is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Amsterdam, 3_9 januari 2021 De bezwaarschriftencommissie,

roz_

e De Grave-Verkerk, Voorzitter

Hidde Nota, Secretaris

18

s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9707194/1