CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Projectnota Schinkelkwartier.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 19 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de projectnota Schinkelkwartier en vaststellen van de voorbereidingsgrondexploitatie Schinkelkwartier. (ZD2021-015510)43.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

In deze gevallen moet er nauwe afstemming tussen de verschillende erfpachters plaatsvinden, gefaciliteerd door de gemeente.

Monitoring

Om tijdens de gebiedsontwikkeling in te kunnen spelen op veranderende omstandig­ heden is monitoring van belang. Daarmee wordt het mogelijk om te sturen op het behalen van de gestelde ambities, vinger aan de pols te houden en zo nodig tussentijds bij te sturen. Zo kan bijvoorbeeld worden gestuurd op het tijdig realiseren van maat­

schappelijke voorzieningen zoals groen, sport en scholen. Daarnaast is monitoring van belang om het OER actueel te houden, zodat dit ook als basis kan dienen voor toekomstige ruimtelijke besluiten in Schinkelkwartier. In de volgende fase wordt monitoring nader uitgewerkt in een monitoringsplan.

8 Consultatie, participatie en communicatie 8.1 Algemeen Bij de ontwikkeling van Schinkelkwartier betrekken we vastgoedeigenaren, bedrijven en bewoners uit het gebied zo goed mogelijk. Participatie zien we als het actief en structureel laten ‘meedoen’ van stakeholders - bewoners, ondernemers, erfpachters en andere stakehol­ ders en gebruikers van het gebied - aan (onderdelen van) de planvorming. Participatie is van groot belang in alle fasen van gebieds­ ontwikkeling. Participatie zorgt voor een betere kwaliteit van en meer draagvlak voor de plannen. We volgen daarbij het beleidskader Participatie, d.d. 1 juni 2021. Het niveau en de vorm van participatie, dus de manier waarop we stakeholders betrekken bij de planvorming, kan in alle fasen verschillen. Dit is afhankelijk van het doel van de partici­ patie dat per fase gesteld wordt. Naast de fasering uit het Plaberum heeft Schinkel­ kwartier verschillende deelgebieden met

uiteenlopende eigenschappen. Bijvoorbeeld wat betreft het grondeigendom, complexiteit, aard van het deelgebied en aantal bewoners. Dat betekent dat de participatieaanpak per deelgebied kan verschillen. We zetten in op een zo hoog mogelijk niveau van participatie bij ontwerpen en keuzes waar dit kan, en geven een heldere uitleg waar een lager participatieniveau de algemene belangen beter reflecteert. Kaders en randvoorwaarden moeten voor alle belanghebbenden duidelijk zijn en gelden voor een ieder. We maken de belangen en wensen van alle stakeholders inzichtelijk en wegen deze mee in het proces van het opstellen van de investeringsnota’s in de volgende planfase. Dat betekent dus niet per se dat alle belangen en wensen van stakeholders één op één in de nota’s komen, maar wel dat we deze serieus in overweging nemen bij de afweging van de keuzes.

8.2 Projectnota: fase 2 Participatie en communicatie projectnota Schinkelkwartier Voor de haalbaarheidsfase van Schinkel­k wartier is gekozen voor de participatieniveaus ‘infor­ meren’ en ‘meedenken’. We hebben hierbij als doel dat de door de gemeente genomen

beslissingen beter geaccepteerd worden. Het hoogste niveau van participatie van de diverse stakeholdergroepen is in deze planfase het niveau ‘meedenken’ geweest. Dit niveau komt voort uit de strategische opgaven en keuzes die in deze fase gemaakt moeten worden om

130

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

de ‘haalbaarheid’ aan te tonen binnen de wettelijke en geldende gemeentelijke beleids­ kaders en –doelstellingen. We hebben ingezet op helder en zo breed mogelijk informeren en het ophalen van ideeën en reacties zowel voor als tijdens de inspraak­ periode. Dit is op meerdere manieren gebeurd: onder meer door het faciliteren van (online) informatiebijeenkomsten, het laten maken van filmpjes over de gehele gebiedsontwikkeling en de opgave per deelgebied. Daarnaast hebben we ambtelijk en bestuurlijk contact onderhouden met zowel de stadsdelen Zuid als Nieuw-West. We hebben de projectpagina www.amsterdam.nl/schinkelkwartier gestructu­ reerd en transparant ingericht (inclusief een overzicht met vragen en antwoorden).

Gesprekken Daarnaast hebben we stakeholders gevraagd mee te denken. Dit is ook op meerdere manieren gebeurd: zo hebben er veel gesprek­ ken plaatsgevonden met de BIZ Rieker Business Park, met ondernemers uit Schinkelhaven en met erfpachters en grondeigenaren. Voor deelgebieden Nieuwe Meer Oost en West hebben we met ondernemers en omwonenden geparticipeerd over een kansenkaart voor dit gebied. In de volgende alinea’s volgt een uit­gebreidere uiteenzetting van de bijeenkom­ sten en gesprekken die hebben plaatsgevonden. In 2018 zijn we gestart met een participatie­ proces op individuele basis en hebben we kennismakingsbezoeken gebracht aan tiental­ len ondernemers, ontwikkelaars en beleggers. Ook met de vereniging Woonschepen Zuid is vanaf 2018 regelmatig overleg geweest. Tijdens deze één-op-één gesprekken bespraken we de bestaande situatie, de knelpunten in het gebied en hun wensen en plannen voor de toekomst.

Planoverleg Nieuwe Meer Oost Omdat twee erfpachters van grote kavels herontwikkelingsplannen voor hun gebouwen en terrein hebben in een groot deel van Nieuwe Meer Oost, zijn met deze twee partijen vooruitlopend op het vaststellen van de projectnota in overleg stedenbouwkundige studies uitgevoerd. Deze studies zijn als input meegenomen in het stedenbouwkundige kader van de projectnota.

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Planoverleg De Plantijn

Informatiebijeenkomsten

Met drie van de vier partijen die erfpachter en belangrijke en toonaangevende instanties in het medisch- en zorgcluster De Plantijn zijn, hebben we gesprekken gevoerd over hun toekomstplannen. De vier partijen werken aan een toekomstvisie met de projectnota als uitgangspunt. We gaan daarbij in op hun onderlinge samenhang wat betreft functies, gebruik, terreininrichting en fasering op raakvlakken met het verkeer en de openbare ruimte rondom De Plantijn. We zetten deze gesprekken individueel en gezamenlijk voort.

Tussentijds is de stand van zaken van de planontwikkeling besproken tijdens verschillen­ de bijeenkomsten. • ondernemersbijeenkomst Schinkelhaven, maart 2019 • stakeholder informatiemiddag, september 2019 • ondernemers van Schinkelhaven (Wicked Grounds, december 2019, 60 deelnemers) • eigenaren, investeerders en ontwikkelaars (B. Amsterdam, december 2019, 30 deelnemers) • bewoners van de woonschepen in de Schinkel (Hotel Jansen, januari 2020, 50 deelnemers) • bewoners van het Spijtellaantje en de Generaal Vetterstraat (Wicked Grounds, februari 2020, 25 deelnemers) • bewoners van de woonbuurt Park Haagseweg (Broedplaats Radion, februari 2020, 50 deelnemers) • BIZ Rieker Business Park (Artemis Hotel, maart 2020, 20 deelnemers) • BIZ Schinkelhaven (in oprichting) (Atelier, september 2020) • Bewoners van de Generaal Vetterstraat, Spijtellaantje en woonbootbewoners en belangenvereniging Nieuwe Meer/ Oeverlanden (digitaal, najaar 2020 en 2021).

Vereniging Woonschepen Zuid Ook zijn we in 2018 een overleg gestart met de Vereniging Woonschepen Zuid over het onderzoek naar nieuwe verbindingen. In dat onderzoek zijn vier alternatieven onderzocht, alle met een nieuwe oeververbinding over de Schinkel. Deze verbinding heeft veel impact. Waarschijnlijk moeten drie woonschepen worden verplaatst en anderen krijgen te maken met meer hinder. Tijdens de overleggen is het onderzoek kritisch gevolgd. Ook zijn de belangen van de bewoners en de gevolgen van een nieuwe brug aan de orde gekomen. Bijvoorbeeld het beperken van (geluids) over­last tijdens de bouw, het gebruik van materialen die geluidsoverlast tijdens het gebruik beperken, het gebruik van de brug, een goede landschappelijke inpassing in relatie tot het groen bij de woonschepen, de verwer­ ving of verplaatsing van de woonschepen door de gemeente die niet kunnen blijven met de komst van de nieuwe brug en duidelijkheid over schadeloosstelling door de gemeente. We nemen deze zaken serieus mee in onze plannen voor de brug.

Co-creatieproces innovatiedistrict Nieuwe Meer Oost en West Er hebben meerdere sessies met de onder­ nemers, gebruikers en met een aantal bewo­ ners van Nieuw Sloten over de ontwikkeling van een innovatiedistrict plaatsgevonden. Hier is eind 2018 een co-creatieproces gestart, waarin wensen en ideeën zijn verzameld en vertaald naar een ruimtelijke kansenkaart. Deze kaart vormt een belangrijke bouwsteen voor het stedenbouwkundig kader, waarin de meeste onder­delen van de kansenkaart een plek hebben gevonden.

Een belangrijke uitkomst van deze ronde is de vrees bij huurders van bedrijfspanden dat zij straks gedwongen worden te vertrekken. Een ander belangrijk punt is dat in het concept stedenbouwkundig kader in sommige gevallen

nog onvoldoende rekening was gehouden met bestaande erfgrenzen en ontwikkelplannen. Om dat te herstellen zijn met een aantal partijen vervolggesprekken gehouden, waarin het plan kritisch is gescreend en aangepast. Ook zijn er tegengestelde belangen op tafel gekomen. Hoewel een aantal bewoners en ondernemers de urgentie van een doorgaande fietsroute en een brug begrijpt, heeft de komst van een brug over de Schinkel gevolgen voor de bewoners van een aantal woonschepen. Bewoners van de Generaal Vetterstraat en het Spijtellaantje hebben op hun beurt vragen over de toenemende drukte door de mogelijke komst van een basisschool en de aanpak van het Aalsmeerplein. Er zijn verschillende onderwerpen waarover de bewoners graag willen meepraten, zoals de brug, de school, het groen en het fietspad. Ook zijn afspraken gemaakt waarover en hoe zij in de volgende fase betrokken worden bij de plannen.

Naamgevingsoverleg Naast bijeenkomsten over het stedenbouw­ kundig kader is er overleg met stakeholders over de naamgeving van de deelgebieden geweest. Hun inbreng is doorslaggevend bij de keuze van de namen geweest. De stakeholders zijn gevraagd om in de toekomst mee te denken over op welke wijze we Schinkelkwartier als geheel en de verschillende deelgebieden het beste op de kaart kunnen zetten.

8.3 Inspraak projectnota: fase 2 Na de vrijgave van de concept projectnota is de inspraakperiode van zes weken gestart. Hiervoor is een digitale informatiebijeenkomst georganiseerd voor geïnteresseerden uit Schinkelkwartier en omliggende buurten. Tijdens een online informatiebijeenkomst zijn de plannen gepresenteerd met behulp van ondersteunend beeldmateriaal. In verband met de avondklok is de digitale bijeenkomst van te voren opgenomen. Vragen stellen en reacties geven tijdens de bijeenkomst was om die reden

niet mogelijk, maar wel ervoor en erna. Ook zijn er gedurende inspraakperiode telefonische spreekuren geweest om vragen te stellen en verduidelijking te geven waar nodig. Alle vragen zijn verzameld en staan in een overzicht met vragen en antwoorden op de project­ website. Ook is een zestal korte films gemaakt die de plannen uit de projectnota toegankelijk en beknopt in beeld brengen. Via een online formulier was het mogelijk een formele inspraakreactie op het plan te geven.

131

132

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Maquette

Bij de projectnota hebben we ons nog vooral gericht op het legitimeren van ambities en doelstellingen. In de volgende fase van de investeringsnota’s gaan we een stap verder: we gaan in dialoog met belanghebbenden om inzichtelijk te maken waar de belangen, de ideeën, zorgen en de kansen voor het deel­ gebied liggen. We beschouwen dit tevens als het vergroten van de ruimte voor stakeholders om mee te doen. We maken hierbij een gedegen afweging tussen het algemeen belang en de verschillende belangen van stakeholders. Belangrijk is dat we bij de uiteindelijke voorstellen in de investerings­ nota’s goed inzichtelijk maken waar de voor­ stellen afwijken van de ingebrachte input en een heldere terugkoppeling geven aan de participanten.

Schinkelkwartier. Bron: Made by Mistake maquettebouw.

De inspraakperiode en de informatiemogelijk­ heden zijn vooraf breed gecommuniceerd, via zowel off- als online kanalen. In een Nota van beantwoording en wijzigingen zijn de

inspraakreacties vervolgens verzameld en beantwoord. Daarin zijn ook de wijzigingen in de projectnota opgenomen ten opzichte van de concept projectnota.

8.4 Consultatie, participatie en communicatie in fase 3 en 4 Bij een grote gebiedsontwikkeling als Schinkelkwartier moet blijvend worden gecom­ municeerd, zowel met de huidige ondernemers, bewoners en omwonenden als met externe partijen. En betrekken we stakeholders bij de Fase 1 Verkenning

Fase 2 Haalbaarheid principenota principebesluit

planvorming. Na vaststelling van de project­ nota volgt fase 3. Deze fase bestaat uit het maken van de investeringsnota’s per deelge­ bied. We hebben in totaal zes deelgebieden.

Fase 3 Ontwerp projectnota projectbesluit

In deze planfase wordt het stedenbouwkundig plan opgesteld met hierin de richtlijnen voor de ontwikkeling van de bebouwing, schetsmatige inrichting van de openbare ruimte en het programma van wonen, werken en voorzienin­ gen. Bij deze fase hoort ook het opstellen van

Fase 4 Uitvoering investeringsnota investeringsbesluit

diverse besluiten

de grondexploitatie als het financiële kader. In deze fase worden nog geen concrete ontwer­ pen gemaakt voor de inrichting van de open­ bare ruimte; dat gebeurt conform het Plaberum in fase 4.1

1 Omdat we in de ontwikkelstrategie in de projectnota hebben gekozen voor het parallel laten lopen van de gemeentelijke planvorming en het faciliteren van particuliere initiatieven, worden er wel al bouwenveloppen voor individuele kavels opgesteld vooruitlopend op het investeringsbesluit.

We hebben in deze fase nog steeds te maken met een hoog schaalniveau met complexe opgaven waarin veel facetten gewogen moeten worden zoals beleid, maatschappelijke vraag­ stukken, wettelijke eisen en financiën. Zo moeten bijvoorbeeld grote maatschappelijke belangen worden afgewogen tegen privé belangen en de financiële onderbouwing worden doorgerekend om de plannen tot uitvoering te laten komen. Om deze redenen zien we in deze fase vooral ruimte voor infor­ meren, legitimeren en meedenken, terwijl we meedoen en co-creatie alleen doen waar dat mogelijk is.

Aandacht voor specifieke thema’s Schinkelhaven, De Plantijn en Nieuwe Meer Oost zijn de eerste deelgebieden waarvoor we een investeringsnota opstellen en waar een verdiepingsslag gemaakt wordt met de participatie. Naast algemene sessies om belangen, kansen en zorgen op te halen bij stakeholders speelt er een aantal inhoudelijke thema’s waarover we graag op een wat dieper niveau van gedachten willen wisselen met de betrokken stakeholders. Uit onder meer de ingediende inspraakreacties en vragen die we hebben ontvangen tijdens de digitale bijeen­ komst over de projectnota Schinkelkwartier, hebben we aantal inhoude­lijke thema’s kunnen inventariseren zoals (fiets)infrastructuur en mobiliteit, richtlijnen voor een park, groen, programma, duurzaamheid, richtlijnen voor Aalsmeerplein en de identiteit van het makers­ district. We zullen stakeholders uitnodigen voor de themabijeenkomsten.

Maatwerk Ook vinden er in de toekomst specifieke bijeen­ komsten en gesprekken plaats met (groepen) stakeholders. Voorbeelden van gesprekken die gericht zijn op een doelgroep zijn de gesprek­ ken die reeds lopen met de huidige bewoners van Schinkelhaven en de gesprekken met erfpachters om binnen de ambities en kaders die de gemeente heeft vastgoed te transfor­ meren. Wel willen we voorkomen dat bij maatwerk de focus teveel naar één doelgroep gaat. In bredere themabijeenkomsten kan iedereen immers zijn inbreng geven.

Participatie en communicatie Uitvoeringsfase – fase 4 In de uitvoeringsfase (fase 4 van het Plaberum), zijn de opgaven meer projectspecifiek en de kaders helder. Er is dan meer ruimte voor co-creatie, in het bijzonder voor de inrichting van de openbare ruimte.

Blijvend informeren Interne en externe stakeholders houden we ook in de volgende fasen goed op de hoogte. Daarvoor zetten we verschillende off- en online communicatiemiddelen in.

133

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

De gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier is een grootstedelijk project gelegen in stads­de­ len Nieuw­-West en Zuid. Een deel van het plangebied Schinkelkwartier ligt, als onderdeel van Tracébesluit Zuidasdok, tevens in het grootstedelijk gebied Zuidas. De organisatie van het project Schinkelkwartier is gebaseerd op samenwerking van gemeentelijke directies en stadsdelen in teamverband, onder leiding van een senior projectmanager. Directie Grond en Ontwikkeling is de ambtelijk opdrachtgever. Deze organisatiestructuur sluit aan op de werkwijze die bij de meeste gebiedsontwikke­ lingen in Amsterdam wordt toegepast. Binnen deze structuur behouden stadsdelen hun

Organisatie

Spoorzone

A10 West

adviesbevoegdheid zoals in de verordening is opgenomen. De stadsdelen Nieuw­-West en Zuid zijn voor hun gebied bevoegd vergunnin­ gen te verlenen die afgestemd zijn op de gebiedsontwikkeling en ontwikkelstrategie van Schinkelkwartier. Binnen het gebied van het Tracébesluit Zuidasdok en deelgebied de Plantijn verleent De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied namens het college van B en W van de gemeente Amsterdam vergunningen. Bij de gekozen ontwikkelstrategie ligt het takenpakket van de projectorganisatie de komende jaren op twee verschillende schaal­ niveaus. Allereerst is er de verdere ontwikke­ ling van Schinkelkwartier op het schaalniveau van het gebied. Het voorbereiden en realiseren van nieuwe infrastructuur, zoals openbaar­ vervoerlijnen en –voorzieningen, de parkwal en overig groen, nieuw water, geluidweringen en sociale infrastructuur. Daarbij hoort ook de verdere planontwikkeling op deelgebieds­ niveau door het opstellen van investerings­ nota’s, een facetbestemmingsplan en andere gemeentelijke producten.

Aalsmeerplein Aletta Jacobslaan

Vlaardingenlaan

Grootstedelijk gebied

Schinkelkwartier

inke

l

Henk Sneevlietweg

Sch

9

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Johan Huizingalaan

134

Olympisch Stadion

Grootstedelijk gebied

Zuidas

A4

A10 Zuid

De Oeverlanden

Nieuwe Meer

Daarnaast zijn er taken op projectniveau. Diverse private ondernemers en investeerders bereiden momenteel transformatie­en bouw­ projecten voor. Dat zijn nu al circa 30 projecten. De verwachting is dat dit aantal na de vaststel­ ling van de projectnota alleen maar toeneemt. Omdat daarbij maatwerk nodig is, is actieve gemeentelijke inzet essentieel. Samen met externe partijen moeten aanpas­singen van het juridisch planologisch kader worden voor­ bereid en afspraken over grond en erfpacht worden gemaakt. Ook moeten omgevings­ maatregelen worden bepaald en diverse uitvoeringszaken worden geregeld. Waar de aanleg van de nodige geluids­schermen en de parkwal binnen de grenzen van het gebied van het Tracébesluit Zuidasdok valt, doen we dat in afstemming met en met toestemming van de projectorganisatie Zuidasdok. Tussen beide vormen van actie bestaan veel afhankelijkheden. Plannen op gebieds­- en deelgebiedsniveau moeten corresponderen met private initiatieven. Omgekeerd moeten de projecten passen binnen de op een hoger schaalniveau vastgestelde kaders. De orga­­­ni­satiestructuur van het project moet op dit dubbele takenpakket zijn afgestemd.

135

136

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Organisatiestructuur van het project.

10 Financiën en risico’s

Bestuur

Ambtelijk opdrachtgever

Strategisch kernteam

Projectgroep (R&D/ontwerpteam), G&O, V&OR, IB, EZ, OJZ, Communicatie, Stadsdelen

10.1 Financiën Afstemmingsoverleggen met stakeholders en externe adviseurs

Projectteams per kavelontwikkeling Projectteam 1

Planteams deelgebieden Projectteam 2 Schinkelhaven

Projectteam X Sloterstrip

Riekerpark

Thematische werkgroepen Programma

Nieuwe Meer Oost

Juridisch planologisch en milieu Duurzaamheid

Nieuwe Meer West

Bereikbaarheid Ondergrond en uitvoering Monitoring

De Plantijn

Bij de projectnota hoort een vertrouwelijke bijlage: de zogenaamde financiële paragraaf. Deze financiële vertaling van de ontwikkelingen en ingrepen zoals beschreven in de projectnota houdt rekening met de onzeker­heden en risico’s waarvan sprake is bij zo’n groot project­ gebied en zo’n lange tijdspanne. In de ­financiële paragraaf behorend bij de project­ nota Schinkel­k wartier is het voorzichtig­ heidsprincipe gehan­teerd, dat wil zeggen dat bepaalde ontwikkelingen die zijn beschreven in de projectnota, buiten beschouwing zijn gelaten en financieel niet zijn doorgerekend. Het gaat hierbij met name om de mogelijke transformatie van twee terreinen in het gebied: NLR en Global Switch. De kosten en opbreng­ sten zijn in de financiële paragraaf vooralsnog niet meegenomen. Door het buiten beschou­ wing laten van transformatie van de twee kavels (NLR en Global Switch) lijkt Schinkelkwartier een haalbaar project met beheersbare risico's.

Ontwerp Grondzaken en grondexploitatie

Na de besluitvorming over de projectnota wordt gewerkt aan verschillende investerings­ nota’s. Het gebied Schinkelkwartier wordt dan als het ware opgeknipt in zes deelgebieden. Voor ieder deelgebied wordt een grond­­ exploitatie opgesteld en een investerings­­ besluit genomen. Voor de grote infrastructurele ingrepen die deelgebiedsoverstijgend zijn, wordt een afzonderlijke grondexploitatie opgesteld. Deze kent geen grondopbrengsten, een groot deel van de financiële voeding moet

komen uit de grond­exploitatie van de zes deelgebieden, subsidies en bijdragen.

Opbrengsten Binnen Schinkelkwartier zijn vijf deelgebieden aan te wijzen als transformatiegebieden. Alhoewel deze gebieden zeer van elkaar verschillen, geldt overal dat herontwikkeling en intensivering alleen op gang komen als erfpachters en ontwikkelaars initiatief nemen en durven te investeren. De gemeente heeft hier met betrekking tot de vastgoed­ ontwikkeling de rol om voorwaarden te scheppen en de initiatieven te stimuleren en te begeleiden. Voor de opbrengsten is dit de onzekere factor: welke erfpachters gaan wanneer transformeren? Daarnaast speelt dat bij het herzien van bestaande erfpachtrechten er sprake kan zijn van een ander opbrengsten­ niveau dan bij nieuwe uitgiftes. De opbreng­ sten zijn dan ook voorzichtig geraamd. Een aantal transformatieprojecten bevindt zich al in het stadium van contractvorming, over deze opbrengsten bestaat meer zekerheid. Deelgebied Riekerpark is nog niet in erfpacht uitgegeven. Vanaf 2027 (na afloop van lopende huurcontracten) worden hier verschillende erfpachtpercelen via openbare tenders in de markt gezet. De gemeente heeft hier dus veel meer invloed op de planning en het programma. Ook over de toekomstige opbrengsten bestaat hier meer zekerheid. In deelgebied Nieuwe

137

138

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Meer West is ook nog een groot perceel van circa 40.000 m2 bvo beschikbaar voor nieuwe erfpachtuitgifte.

Kosten De gemeente is aan zet wat betreft de ingrepen in de openbare ruimte die ervoor moeten zorgen dat Schinkelkwartier transformeert van een perifeer werkgebied naar een gemengde stadswijk. Verschillende ingrepen zijn essen­ tieel, zoals het realiseren en optimaliseren van een robuuste groen- en waterstructuur in het gehele gebied en voorzieningen om het geluid te weren. Daarnaast moet de gemeente investeren in nieuwe infrastructuur om het gebied goed te kunnen ontsluiten en bereik­ baar te maken voor nieuwe bewoners. Een belangrijke ingreep is de aanleg van de Nieuwe Sloterweg als centrale langzaam verkeersroute inclusief een fietsbrug over de Schinkel. Het ver- en bijplaatsen van kabels en leidingen is nodig. Ook moet de openbare ruimte groten­ deels opnieuw worden ingericht. Daar­naast houden we rekening met het eventueel actief verwerven voor het realiseren van openbare

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

ruimte, infrastructuur, woon­programma en/of noodzakelijke maatschap­pelijke voorzieningen. Naar verwachting moet een deel van de investeringen, die te maken hebben met de aanleg van hoogwaardig openbaar vervoer naar het centrum en het aanpassen metro­ station Henk Sneevlietweg, gefinancierd worden uit de toekomstige grondopbrengsten. Maatgevend voor de planning en fasering van de investeringen die de gemeente doet, zijn vooral private initiatieven. Waar veel investe­ ringsbereidheid bestaat bij erfpachters moet ook de gemeente in actie komen. Bij de huidige stand van zaken zijn vooral investe­ ringsbesluiten voor de deelgebieden Nieuwe Meer Oost, De Plantijn, Schinkelhaven en Sloterstrip noodzakelijk. Deze investeringsno­ ta’s en de grond­exploitatie voor grote infra­ structuur worden dan ook als eerste opgesteld. Om vooruitlopend op de investeringsbesluiten al uitgaven te kunnen doen voor verwerving, infrastructuur, geluidwerende maatregelen en andere gemeentelijke investeringen wordt bij deze projectnota een voorbereidingsgrond­ exploitatie ter besluitvorming voorgelegd.

10.2 Risico’s De gebiedsontwikkeling kent een aantal risico’s die zijn verkend in een risicosessie van het projectteam Schinkelkwartier. De komende jaren moet risicomanagement een integraal onderdeel zijn van de projectaanpak. Daarbij hoort het aanvullen en actualiseren van de risicoanalyse, het beoordelen van het risico­ profiel en het bepalen van de beheersmaat­ regelen. Hieronder volgen de voornaamste risico’s en beheermaatregelen van dit moment.

Afhankelijkheid van private partijen De gemeente beschikt in het gebied maar beperkt over grond die nog niet in erfpacht is uitgegeven en is daardoor voor de uitvoering van de plannen afhankelijk van de mede­ werking van een groot aantal private partijen, met name erfpachters. Hierdoor kunnen infrastructurele ingrepen of maatschappelijke voorzieningen mogelijk niet of pas laat worden gerealiseerd, waardoor de transformatie van het gebied vertraagt.

Ook voor de transformatie van de kavels is veel afhankelijk van marktomstandigheden en particuliere initiatieven. De kans dat een deel van de erfpachters/eigenaars niet wil meedoen is aanzienlijk. Daardoor kunnen mogelijk programmatische doelen niet of niet tijdig worden gehaald. Ook kan de transformatie te versnipperd plaatsvinden met een negatieve invloed op de kwaliteit van het gebied. Dit alles vraagt om een proactieve houding vanuit de gemeente en overleg met private partijen om te komen tot meerwaarde voor iedereen. Een extra uitdaging daarbij vormt het gemeentelijk beleid en projectgebonden eisen met betrekking tot de betaalbaarheid en kwaliteit van woningen, energievoorziening, duurzaamheid en ondergronds parkeren.

Beperkingen woningbouw De woningbouw in Schinkelkwartier wordt bemoeilijkt door snelweg­-, spoor-, luchtvaarten industriegeluid. Een groot deel van het

gebied ligt binnen de LIB­5 -zone van Schiphol. Bij woningbouw is daarom een afweging verplicht, waarin rekening wordt gehouden met de geluidbelasting door het vliegverkeer. Deze afweging per bouwplan kan leiden tot de conclusie dat toevoeging van woningen in som­ mige delen van het plangebied niet acceptabel is. In de volgende fase doen we nader onder­ zoek naar mogelijke geluidadaptieve maat­ regelen. Toekomstige besluitvorming over Schiphol of nieuwe rekenregels kunnen tot aanzienlijke beperkingen voor Schinkelkwartier leiden. Daarom worden de ontwikkelingen met betrekking tot luchtvaart en de gevolgen daarvan voor de ontwikkelmogelijkheden nauwgezet gemonitord, zodat we hier tijdig op kunnen inspelen. Door het geluid van de snelwegen A4 en A10 is woningbouw op sommige kavels afhankelijk van afschermende bebouwing en de ontwikke­ ling daarvan vraagt samenwerking met private partijen. Als die onvoldoende van de grond komt, kunnen woningbouwplannen stagneren. Dit vraagt een tijdige voorbereiding van de geluidsmaatregelen en een goede planning en coördinatie met ontwikkelaars. Bij publiek gefinancierde geluidsmaatregelen, zoals geluidsschermen, kan realisatie in een vroeg stadium nodig zijn om stagnatie in de woning­ bouw te voorkomen.

In de volgende fase wordt een strategisch geluidsplan opgesteld waarin de condities voor en fasering van geluidsmaat­ regelen nader worden uitgewerkt.

Weerstand wonen Schinkelhaven Om in Schinkelhaven woningbouw mogelijk te maken, moet eerst het bedrijventerrein gedeel­ telijk gedezoneerd worden. Het toestaan van wonen kan bezwaren oproepen bij de geves­ tigde bedrijven in het gebied. Daarom moet in een vroeg stadium worden gezocht naar moge­ lijkheden om bedrijvigheid en woningbouw zo goed mogelijk te mengen. Uitgangspunt is ruimte creëren voor woningbouw zonder de bedrijfsvoering van bedrijven onevenredig te belemmeren. Bijvoorbeeld door aanpassingen aan de woningen of bronmaatre­gelen bij de bedrijven. Als bedrijfsverplaatsing onvermijde­ lijk is, kan verwerving worden overwogen.

Stikstof De wet­- en regelgeving ten aanzien van stikstof vormt ook voor de bouw in Schinkelkwartier een risico. Het risico is relatief beperkt, omdat het dichtstbijzijnde Natura 2000-­gebied (Botshol) op afstand ligt. De ontwikkeling op landelijk en gemeentelijk niveau moet echter goed worden gemonitord.

Infrastructuur Om de toekomstige bereikbaarheid van Schinkelkwartier te garanderen, zijn infra­ structurele ingrepen nodig. Die raken de belangen van omwonenden en dat kan weerstand oproepen. Overleg in een vroeg stadium is nodig om de nadelige effecten voor de betrokkenen zoveel mogelijk te verzachten en waar nodig compensatie te bieden. De capaciteit van de in het stedenbouwkundig kader voorgestelde aansluiting van de Henk Sneevlietweg op de A10 is nog een aandachts­ punt voor de doorstroming van het auto­ verkeer. Dit wordt in samenwerking met de wegbeheerder Rijkswaterstaat onderzocht en vervolgens nader uitgewerkt in een verkeers­ kundig ontwerp.

Onvoldoende ambtelijke capaciteit De in deze projectnota beschreven ontwikkel­ strategie en risicobeheersing vragen een grote en kwalitatief sterke inzet van de gemeente. Daar ligt een aanzienlijk risico, omdat de gemeente Amsterdam veel projecten in voorbereiding heeft en op een krappe arbeids­ markt de benodigde capaciteit moet vinden. Dit vraagt om flexibel personeelsbeleid dat voldoende ruimte biedt om omvangrijke en complexe opgaven als Schinkelkwartier optimaal te begeleiden.

139

140

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Bijlage 1 Overzicht huidig beleid en juridisch planologisch kader Schinkelkwartier Huidig beleid Naast landelijke wet- en regelgeving is gemeentelijk beleid bepalend voor de ontwikkel­ richting van Schinkelkwartier. We noemen de belangrijkste plannen en besluiten. Omgevingsvisie Amsterdam 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 geeft voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam de visie tot 2050 op de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Daarmee vervangt de Omgevingsvisie de Structuurvisie Amsterdam 2040. Amsterdam wil tot 2050 blijven groeien, maar onder voorwaar­ den. De Omgevingsvisie beschrijft de gewens­ te ontwikkeling op basis van vijf strategische keuzes: meerkernige ontwikkeling, groeien binnen grenzen, duurzaam en gezond bewe­ gen, rigoureus vergroenen en samen stad­ maken. Ook vormt de visie een kader voor beleid en programma’s voor de fysieke leef­ omgeving en ruimtelijke projecten. In lijn met de strategische keuzes is Schinkel­ kwartier aangewezen als één van de grote ontwikkelgebieden, waar een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan de beoogde groei van de stad. Het (zuid)westen van Amsterdam wordt beter bereikbaar voor langzaam verkeer, door nieuwe routes en een fietsbrug over de Schinkel. Op termijn zal het doortrekken van de Noord/Zuidlijn richting Hoofddorp de bereikbaarheid per metro verbeteren.

Ook zal de transformatie van Schinkelkwartier leiden tot nieuwe groene openbare ruimte in de stad. Koers 2025 – Ruimte voor de Stad Koers 2025 richt zich op een verdichtende, bereikbare, groene, gemengde en duurzame stad. Om een groei met 50.000 woningen tot 2025 mogelijk te maken noemt Koers 2025 een aantal mogelijke woningbouwlocaties. Riekerpark is daarbij aangewezen als ­versnellingslocatie en Nieuwe Meer Oost als locatie voor nieuwe projecten. De deelgebie­ den Schinkelhaven en Nieuwe Meer West

worden genoemd als strategische ruimte voor gebiedsontwikkeling na 2025. Amsterdamse referentienorm voor ­ maat­schappelijke voorzieningen, groen en spelen Het achterliggende doel van dit beleidsstuk is om een voldoende, divers en kwalitatief aanbod van voorzieningen te verankeren in de planvorming, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende functies (onder­ wijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, kunst en cultuur, sport, groen en spelen). De verschillende functies zijn opgedeeld in subcategorieën met elk hun eigen norm. Zo is bijvoorbeeld voor groen onderscheid gemaakt tussen eco­ systeemgroen en gebruiksgroen. Het beleid is als richtlijn een onderdeel van het Plaberum en is zodoende als handvat voor ruimtelijke reserve­ ringen van voorzieningen toegepast in deze fase van de planvorming van Schinkelkwartier. Ruimte voor de Economie van Morgen. De economische uitwerking van Koers 2025 is de visie Ruimte voor de Economie van Morgen. Nieuwe Meer West en Oost zijn aan­gemerkt als innovatiedistricten, werk-woonbuurten waar clusters van bedrijven verbindingen zoeken ter ontwikkeling van startups en innovatieve bedrijfsconcepten. Riekerpark en Schinkelhaven zijn creatieve buurten, woon-werkbuurten met kleine zelf­standige kantoorruimtes. Daarmee is bij Schinkelhaven afgestapt van de beschermde status als stadsverzorgend bedrijventerrein.

De Johan Huizingalaan, de Vlaardingenlaan/ Aletta Jacobslaan, de Overschiestraat en de Nieuwe Sloterweg zijn aangemerkt als potenti­ ële stadsstraten. Woonagenda 2025 De Woonagenda heeft als doel te zorgen voor voldoende aanbod van kwalitatief goede en betaalbare woningen in 2025. De agenda bevat uitgangspunten voor de woningbouwprogram­ mering met een verdeling 40% sociale huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Daarbij zijn spelregels vast­

gesteld voor het toepassen van deze program­ mering in projecten zoals Schinkelkwartier. Bedrijvenstrategie 2020-2030 Met het transformeren van traditionele bedrijventerreinen als Schinkelhaven neemt het aanbod van vestigingslocaties voor product­ ieve bedrijven af, terwijl de vraag naar zulke bedrijfsruimte toeneemt. Bedrijven kunnen zich op transformatie voorbereiden door toekomst­­ bestendig te zijn, zodat andere functies in hun omgeving niet onmogelijk worden. Daarnaast zal de maakindustrie in transformatiegebieden ook als zodanig moeten worden beschermd en gestimuleerd door hier ruimte voor te reserveren. Kantorenplan Amsterdam 2019-2026 Het kantorenplan noemt de corridor tussen Zuidas en Schiphol kansrijk voor het ontwikke­ len van een hoogstedelijk gebied waar groen, economie en wonen elkaar versterken. Bij zo’n gemengd woonwerkmilieu hoort een centrum­ stedelijk mobiliteitsprofiel waarin de auto­ bereikbaarheid van ondergeschikt belang is ten opzichte van lopen, fietsen en openbaar vervoer. Voor Schinkelkwartier wordt in het Kantorenplan ingezet op een milieu met een hoge kantoorintensiteit en rond Nieuwe Meer West een innovatiedistrict. Detailhandelsbeleid 2018-2022 Het gemeentelijk detailhandelsbeleid is gericht op een aanbod van de dagelijkse boodschap­ pen binnen een afstand van 750 meter van de woning.

Schinkelkwartier bevindt zich in de stadszone, dicht tegen de centrumzone aan, waar vooral ingezet wordt op versterking van bestaande kansrijke winkelconcentraties. In grote ontwikkelgebieden als Schinkelkwartier is ruimte voor nieuwe winkels, maar de omvang en branchering zijn afhankelijk van het plan­concept. Uitvoeringsagenda Mobiliteit In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit staat de bereikbaarheid van Amsterdam als groeiende stad centraal. Daarvoor worden drie prioritei­ ten genoemd. Allereerst een goede door­ stroming, die kan toenemen door voor elk vervoermiddel specifieke routes aan te wijzen. Daarnaast een uitbreiding en herinrichting van de openbare ruimte, vooral op plekken waar het wringt zoals in de binnenstad. En als derde betere verbindingen binnen Amsterdam en binnen de regio door nieuwe infrastructuur. Voor Schinkelkwartier is het verkennen van de

doortrekking van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol belangrijk. Verder noemt de agenda het optimaliseren van doorgaande fietsroutes en het verbeteren van de auto­doorstroming op de uitvalswegen Johan Huizingalaan, Oude Haagseweg en Henk Sneevlietweg. Meerjarenplan Fiets 2017-2022 Ambitie in het Meerjarenplan Fiets 2017-2022 is om een bijdrage te leveren aan een gezonde, bereikbare en aantrekkelijke stad. Dit gebeurt aan de hand van drie doelstellingen: comfortabel doorfietsen, gemakkelijk fietsparkeren en het nieuwe fietsen. Aan deze doelstellingen zijn maatregelen gekoppeld. In Schinkelkwartier is als maatregel een nieuwe fietsroute door het gebied opgenomen met een brug over de Schinkel ter hoogte van het Olympisch kwartier. Agenda Amsterdam Autoluw De speerpunten van de Agenda Amsterdam Autoluw zijn meer leefruimte, schonere lucht en meer ruimte voor fiets, voetganger en ­openbaar vervoer. Om dat te bereiken worden autobezit en -gebruik beperkt en wordt geïnvesteerd in schone en actieve vormen van vervoer. Woonstraten worden 30 kilometer­ gebied, parkeren op straat wordt ontmoedigd en er komen minder nieuwe parkeervergunnin­ gen. Nieuwe fietsroutes, deelfietsen bij stations en betere stallingsmogelijkheden moeten het fietsgebruik stimuleren en de openbare ruimte wordt primair ingericht voor verblijf, actieve verplaatsingen en openbaar vervoer.

Agenda Duurzaamheid De Agenda Duurzaamheid beschrijft de gemeentelijke ambities voor duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en klimaatbestendigheid. De agenda bevat een groot aantal concrete plannen voor energie­ besparing en het versneld aardgasloos maken van de stad. De ontwikkeling van Schinkel­ kwartier biedt een uitgelezen kans om deze plannen te realiseren en nieuwe concepten in de praktijk te testen. Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte beschrijft hoe de overstap naar aardgasvrij zorgvuldig en betaalbaar kan zijn, welke oplossingen het beste passen en in welke volgorde. Voor nieuwbouw- en transformatiegebieden zoals Schinkelkwartier wordt met name ingezet op warmtenetten. Daarbij is de fasering van de

141

142

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

gebiedsontwikkeling bepalend voor de uitrol van de warmtetransitie. Amsterdam Circulair 2020 - 2025 Amsterdam wil in 2050 een circulaire stad zijn. Een stad waar waardevolle materialen en grondstoffen worden hergebruikt en netto geen afval wordt geproduceerd. In de gebieds­ ontwikkeling kan met hergebruik van materia­ len in gebouwen en openbare ruimte een grote bijdrage aan deze ambitie worden geleverd, in het geval van een transformatie zoals Schinkelkwartier is dat nog vanzelfsprekender. Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal is een ambitiedocument met een lange termijn visie op de Amsterdamse energietransitie en acties voor de korte termijn. In de Routekaart zijn de belangrijkste ingrediënten van de strategie beschreven om de overgang van fossiele- naar duurzame energie in beweging te zetten en te houden. De ontwikkelingen en voortgang worden in een jaarlijkse rapportage bijgehouden. Voor nieuwbouw en transforma­ tie zoals in Schinkelkwartier worden voorzien is de uitdaging om deze energieneutraal te houden. Groenvisie 2020-2050 In de Groenvisie 2020-2050 is de ambitie gesteld om het bestaande groen te verbeteren en toegankelijker te maken, nieuw groen toe te voegen en de groene ruimte in en om de stad beter met elkaar te verbinden.

Daarbij worden vier principes gehanteerd: genoeg gevarieerd groen voor iedereen, groen draagt bij aan verschillende opgaven, natuurinclusieve aanleg en beheer en samenwerken aan groen. Het groene areaal (groene gebouwen en kavels, buurtgroen, parkgebieden en land­ schap om de stad) wordt vergroot om te zorgen voor een gezond leefklimaat, voldoen­ de berging van hemelwater, voorkoming van extreme temperaturen en een grotere biodi­ versiteit. Ook in Schinkelkwartier wordt nieuw groen toegevoegd en wordt bestaand groen (en blauw) verbeterd door deze toegankelijker te maken en met elkaar te verbinden (zoals het doortrekken van de Westlandgracht).

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Watervisie Amsterdam 2040 De Watervisie is een uitwerking van de Structuurvisie Amsterdam 2040 waarin de inrichting en het gebruik van het water centraal staan. Voor Schinkelkwartier is belangrijk de Westlandgracht te verbinden met de Schinkelhaven. De Nieuwe Meer heeft in de visie een functie voor verschillende vormen van waterrecreatie.

Juridisch planologisch kader Binnen het plangebied gelden op dit moment verschillende bestemmingsplannen. Bestemmingsplannen Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o. Dit bestemmingsplan uit 2013 voorziet voor het deelgebied Schinkelhaven in stadsverzorgende bedrijven met ruimte op de verdiepingen voor kleinschalige, creatieve functies. Om een transformatie naar gemengd stedelijk gebied mogelijk te maken moet voor Schinkelhaven het juridisch planologisch kader gewijzigd worden. Nieuwe Meer e.o. Onder dit bestemmingsplan valt het grootste deel van Schinkelkwartier. Het plan maakt werkbestemmingen mogelijk aan de Johan Huizingalaan en sportfuncties in Riekerhaven. Alleen op de locatie Corendon aan de Aletta Jacobslaan is wonen toegestaan. In de plan­ toelichting wordt het toekomstperspectief van een gemengd stedelijk milieu geschetst, maar om de transformatie mogelijk te maken zal ook dit juridisch planologisch kader moeten worden gewijzigd. Tennispark Jaagpad Voor de realisatie van Zuidasdok is een verplaatsing van het tennispark Jaagpad in noordelijke richting mogelijk gemaakt door dit bestemmingsplan. Groengebied Schinkel Onder dit bestemmingsplan valt een klein deel van Schinkelkwartier, namelijk de westelijke oever van de Schinkel, de woonboten aan deze oever, het veenweidegebied ten zuiden van Huis te Vraag en een kantoorpand aan de Rijnsburgstraat.

Nieuwe Meer e.o. - Johan Huizingalaan 759 Dit plan voorziet in een uitbreiding van het datacenter Global Switch van circa 36.000 m2 bvo naar 65.900 m2 bvo met een maximale bouwhoogte van 20 meter. Johan Huizingalaan 761-763 Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied ten zuiden en oosten van het data­ center Global Switch. Doel is flexibilisering van de bestemming van het kantoorgebouw naar werken en voorzieningen. De ontwikkeling van een gemengd stedelijk milieu wordt mogelijk na de sloop van een bestaande grote hal. Naar verwachting is wijziging van het plan nodig om een betere ruimtelijke structuur te realiseren. Park Haagseweg e.o. Het plan voor de woonwijk Park Haagseweg (de Jazzbuurt) en het gebied ten noorden daarvan kent hoofdzakelijk de bestemmingen wonen en groen. Het plan heeft een conserve­ rend karakter, voor een transformatie naar gemengd stedelijk gebied moet het juridisch planolo­gisch kader worden aangepast. Medisch Centrum Slotervaart Dit bestemmingsplan voorziet in de bestem­ ming maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van de zorginstellingen. Voor de realisatie van een gemengd gebied met wonen zal ook voor dit gebied een nieuw juridisch planologisch kader moeten worden vast­ gesteld. HWC Johan Huizingalaan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie en exploitatie van een Hulp Warmte Centrale (HWC).

Deze inrichting is een grote lawaai­ maker zodat aanwijzing als gezoneerd industrie­ terrein noodzakelijk was. Het bestemmingsplan regelt het industrieterrein alsmede de daarbij behorende geluidzone. Tracébesluit Zuidasdok Zuidasdok is een project van Rijkswaterstaat, ProRail en de gemeente Amsterdam om de bereikbaarheid van de Amsterdamse Zuidas en het noordelijke deel van de Randstad te kunnen blijven garanderen, zowel met het openbaar vervoer als over de weg. Dit wordt onder andere bereikt door het station Amsterdam Zuid uit te breiden, inclusief inpassing van het stedelijk en regionaal openbaar vervoer. De A10 Zuid wordt deels ondergronds gebracht en

verbreed naar 2 x 6 rijstroken, waarbij door­ gaand verkeer en bestemmingsverkeer worden gescheiden. Tevens worden de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel aangepast. Overige bestemmingsplannen In het oosten van het plangebied is er sprake van enige versplintering aan bestemmings­ plannen. Daar gelden in kleinere gedeelten de volgende plannen: Bedrijventerrein Schinkel 1999 eerste herziening, WillemsparkVondelpark 2019, Olympisch Stadion e.o., Stadion- en Beethovenbuurt, Hoofddorppleinen Schinkelbuurt. Hieruit wordt duidelijk dat vrijwel alle bestem­ mingsplannen zullen moeten aangepast bij gebiedsontwikkeling. Dat zal naar verwachting grotendeels gebeuren binnen een nieuw wettelijk kader, namelijk de Omgevingswet.

143

144

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Bijlage 2 Spelregels voor gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier In Schinkelkwartier zijn er drie middelen om de ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en stedelijk­ heid in bouwplannen te borgen. We hanteren criteria uit het Amsterdamse welstandskader voor Schinkelkwartier, richtlijnen voor beeld­ kwaliteit uit de (nog op te stellen) investerings­ nota voor een specifiek deelgebied en rand­ voorwaarden uit de bouwenvelop voor een specifiek bouwplan. De randvoorwaarden in een bouwenvelop hebben niet alleen betrekking op de vorm van de bebouwing (samengevat in de bouw­envelop­­­tekening), maar ook op het programma, de parkeeroplossing, duurzaamheidsmaatregelen en de wijze waarop het gebouw aansluit op de openbare ruimte. Een bouw­envelop is meestal het product van een publiek­private samenwer­ king, waarbij de gemeente en ontwikkelende

partijen in nauw overleg en stap voor stap invulling geven aan de beoogde ambities. Vooruitlopend op de uitwerking van investe­ ringsnota’s hanteren we deze bijlage met algemene en gebiedsspecifieke spelregels voor het transformeren en bouwen in Schinkel­ kwartier. Deze spelregels zijn richtinggevend voor de gebiedsontwikkeling in het algemeen en de realisatie van bouwplannen in het bijzonder.

Bouwhoogte Stedenbouwkundige afwegingen ten aanzien van de maximale bouwhoogte en posities van hoogbouw worden in Schinkelkwartier voor een belangrijk deel beïnvloed door de aanwezigheid van vliegverkeer. Het gebied ligt binnen de zone waar het Luchthavenindelingbesluit (LIB) van toepassing is. Dat stelt beperkingen aan de hoogte van nieuwe bebouwing. Ontheffing van de hoogtebeperkingen uit het LIB is niet uitgesloten, maar de bouwhoogte is momenteel beperkt tot de ‘maatgevende toetshoogte’ die op deze locatie varieert van circa 20 meter in het zuidwesten tot circa 50 meter in het noordoosten.

Doel

Spelregel

• De ruimtelijke samenhang en

• De basishoogte langs de hoofdstraten varieert van 5 tot 7

oriëntatie versterken. • Verdichten met relatief lage bebouwing. • Hoogbouw realiseren die in alle gevallen een significante bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en het verblijfsklimaat op straat. • Een geluidsluw (woon)klimaat creëren. • Schaduwwerking beperken.

lagen. De basishoogte langs de secundaire straten varieert van 3 tot 5 lagen. • In het gehele plan zijn losse opbouwen mogelijk van 1 tot 2 terugliggende lagen, die minimaal 2 meter achter de gevel liggen.

Of een plek stedelijk is wordt voor een groot deel bepaald door de wijze waarop bebouwing zich aan de openbare ruimte presenteert, de maat en schaal van de individuele gebouwen, hoe gebouwen zich tot elkaar verhouden en de programmering op straatniveau.

Verbijzondering Schinkelhaven • Voor de bebouwing geldt een hoogte van 2 tot maximaal 5 lagen plus eventuele kap. De maximale bouwhoogte bedraagt 21 meter exclusief kap. • De geluidafschermende eerstelijnsbebouwing langs de A10 is zoveel mogelijk aaneengesloten en heeft een hoogte die varieert van 5 lagen plus kap tot 7 lagen zonder kap, om het achterliggende gebied af te schermen van snelweggeluid. • Hoogteaccenten zijn toegestaan in de tweede linie om zo het industriële gevelbeeld aan de straten te beschermen en schaduwwerking te beperken. De locatie en maatvoering van deze accenten wordt in de volgende fase (investeringsnota) nader uitgewerkt.

Rooilijnen In de huidige situatie is er niet tot nauwelijks sprake van continue rooilijnen. Veel panden staan los op de kavel, parkeren vindt aan de randen van de kavel plaats.

Doel

Spelregel

• De stedelijkheid vergroten.

• Toekomstige gebouwen staan in de aangegeven rooilijn.

• Een heldere overgang creëren

Uitzonderingen hierop worden expliciet aangeduid in een bouwenvelop. • Gevelwanden moeten aaneengesloten zijn. • Bouwblokken hebben gesloten hoeken.

tussen openbaar en privé, in het bijzonder langs de hoofdroutes in het gebied. • Continue straten creëren met begeleidende bebouwing (straatwanden).

Verbijzondering Schinkelhaven • In de rooilijn worden bij voorkeur poorten, muurtjes en hekwerken toegepast om zo de kenmerkende continuïteit van gevelwanden te behouden en binnenterreinen c.q. stegen op een heldere manier te begrenzen. Deze elementen zijn onderdeel van de architectuur.

145

146

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Individuele panden Doel

Spelregel

• De menselijke maat introduceren

• Bouwblokken zijn samengesteld uit individuele panden

voor een prettige leefomgeving.

met een eigen ontsluiting die zelfstandig gebouwd en/of getransformeerd kunnen worden. • Langs de hoofdroutes vormen panden een doorlopend geheel met een gevarieerde breedte en hoogte.

• Een afwisselend straatbeeld

creëren. • Verschillende functies en woning­

categorieën mengen binnen een bouwblok. • Flexibele panden realiseren die onafhankelijk van elkaar getrans­ formeerd kunnen worden.

Verbijzondering Schinkelhaven • De pandsgewijze opzet van Schinkelhaven wordt voortgezet. De huidige parcellering is het uitganspunt. Verbijzondering Sloterstrip • Aan de Henk Sneevlietweg staan langsgevels die minimaal even breed als hoog zijn. De breedte van deze gevels is maximaal 64 meter.

We ambiëren een royale verdiepingshoogte en vermijden gesloten bouwsystemen met vaste scheidingswanden. Dit voorbeeld toont een kolommenstructuur met vrij indeelbare vloeren.

Verbijzondering Nieuwe Meer Oost • Langs de hoofdroutes vormen panden een doorlopend geheel met een breedte tussen de 16 en 64 meter. • Langs de straten in de buurt zijn panden smaller, de breedte varieert tussen de 16 en 48 meter.

Duurzaam casco Doel

Spelregel

• Kansen op toekomstige trans­

• Open bouwsystemen zonder vaste scheidingswanden hebben

formatie en functieverandering vergroten. • De levensduur van gebouwen verlengen. • Extra kwaliteit en gebruiks­ mogelijkheden creëren.

de uitdrukkelijke voorkeur, gesloten bouwsystemen met vaste scheidingswanden worden zoveel mogelijk vermeden. • De begane grond verdieping heeft een bruto hoogte van minimaal 4,5 meter. De overige verdiepingen krijgen bij voorkeur een bruto verdiepingshoogte van minimaal 3,4 meter, maar voldoen minimaal aan de verdiepingshoogte uit het Bouwbesluit. Voor specifieke locaties geldt mogelijk een verplichte minimale verdiepingshoogte; in de stedenbouw­ kundige plannen per deelgebied en bouwenveloppen worden deze locaties nader uitgewerkt. • Gebouwen die een markante positie innemen binnen de hoofdstructuur van het gebied hebben een dubbelhoge plint van minimaal 7,5 meter. Dit geldt in het bijzonder voor commer­ ciële ruimtes, entrees en hoeken van bouwblokken. Een insteekverdieping is toegestaan maar deze moet wel minimaal 4 meter vrij liggen van de gevel.

Een royale verdiepingshoogte biedt extra kwaliteit en gebruiksmogelijkheden.

Verbijzondering Schinkelhaven • Bij de ontwikkeling van bedrijfsruimtes moet rekening gehou­ den worden met extra vloerbelasting, royale verdiepings­ hoogte en overheaddeuren.

Een duurzaam casco van gebouwen maakt transformatie en functieverandering in de toekomst mogelijk. Dit

Verbijzondering Schinkelhaven • Creatieve bedrijvigheid en maakindustrie stimuleren en faciliteren.

Verbijzondering Nieuwe Meer Oost • Tot aan de schouderhoogte van gebouwen, de hoogte waar het dak of een losse opbouw met terugliggende lagen begint, krijgen de verdiepingen een royale hoogte; betrokken partijen spannen zich nadrukkelijk in om een bruto verdiepingshoogte van minimaal 3,4 meter te realiseren. De hoogte van de overige verdiepingen voldoet minimaal aan het Bouwbesluit.

voorbeeld laat zien hoe de eerder getoonde verdieping met kantoorruimte plaatsmaakt voor woonruimte.

147

148

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Doel

Spelregel

Binnenterreinen Het stedenbouwkundig kader maakt een hoge dichtheid mogelijk in de vorm van (grote) bouwblokken met groene binnenterreinen.

• Goede woonomstandigheden en

• Het aantal enkelzijdig op het noorden georiënteerde woningen

Doel

Spelregel

• Een prettige, geluidsluwe en hoog­

• De binnenterreinen in het ontwerp zijn groen, openbaar

waardige leefomgeving creëren. • De onbebouwde ruimte optimaal benutten voor verblijf en langzaam verkeer. • De sociale samenhang in een gebouw versterken. • De interactie tussen gebouw en openbare ruimte versterken. • Voldoen aan de gemeentelijke referentienorm voor groen en bijdragen aan de referentienorm voor spelen. • De klimaatbestendigheid en biodiversiteit vergroten

toegankelijk en zoveel mogelijk geluidsluw. Ze zijn met elkaar verbonden door een netwerk van informele routes voor voetganger en fiets. • Binnenterreinen zijn niet verhoogd en sluiten zo aan op het omliggende maaiveld. • Om de waterbergende functie van het binnenterrein te waarborgen moet bovenop het dak van een parkeergarage een waterdoorlatende leeflaag gerealiseerd worden van tenminste één meter. • Binnenterreinen dragen voor minimaal 50% bij aan het realiseren van de norm voor ecosysteemgroen; het overige oppervlak kan worden ingezet als ruimte voor sport, spel en verblijf. • In sommige binnenterreinen zijn speelvoorzieningen voorgeschreven. • Overgangen tussen privé en openbaar zijn onderdeel van de architectuur en het ontwerp van de buitenruimte (zoals poorten, hekwerken en tuinmuren). • De binnenterreinen die in erfpacht zijn uitgegeven worden ontworpen door een landschapsarchitect of aanverwante specialist.

Gebouwdiepte en oriëntatie

bezonningscondities creëren. • Een afwisselend straatbeeld creëren.

wordt tot een minimum beperkt. Verbijzondering Sloterstrip, Riekerpark en Nieuwe Meer Oost • Voor de bouwblokken geldt een maximale gebouwdiepte van 15 meter in oost-westrichting en 16 meter in noord-zuidrichting.

Ontsluiting, programma en plint

Doel

Spelegel

• De stedelijkheid en levendigheid

• Een bouwblok kent een gemengd programma, geen mono­

van de openbare ruimte vergroten. • De sociale veiligheid op straat vergroten met publieksfuncties in de plint. • De interactie tussen gebouw en openbare ruimte versterken. • Het gebied transformeren van een werkgebied naar een gemengde stadswijk. • De sociale samenhang in een gebouw versterken.

functioneel gebruik. • Iedere functie heeft een eigen entree aan de openbare ruimte. • Woningen worden ontsloten via een kleinschalige ontsluiting zoals

een portieketage. Lange galerij­of lange corridor-ontsluitingen zijn niet toegestaan. • Publiekstrekkende functies en voorzieningen worden gerealiseerd in de plint en op de hoeken langs hoofdroutes. • Collectieve en ondersteunende functies, zoals een bedrijfskantine, wasruimte of gezamenlijke huiskamer, worden zoveel mogelijk in de plint gerealiseerd. • Grootschalige fietsenstallingen en bergingen aan de straat zijn niet toegestaan. Verbijzondering Schinkelhaven • Aan de noordzijde van de havenkom wordt bij voorkeur horeca en maatschappelijk programma gerealiseerd. Deze gevels liggen gunstig op de zon en hebben een dubbelhoge plint. • De oevers en kades worden zoveel mogelijk publiek toegankelijk.

Gevels en daken

Doel

Spelregel

• Continue straten creëren met

• Het bouwblok kent aan de buitenzijde een formele straatgevel.

begeleidende bebouwing. • Een heldere overgang creëren tussen openbaar en privé. • Het contrast versterken tussen de stedelijkheid buiten het blok en de geborgenheid binnen het blok. • Bijdragen aan een prettig leefklimaat, natuurinclusiviteit en klimaatbestendigheid.

Inpandige balkons en loggia’s zijn toegestaan. De diepte van uitstekende delen, zoals erkers, of Franse balkons, hebben een beperkte diepte van circa 70 centimeter. • De binnenzijde van het blok is informeler van aard, de ­architectuur van deze gevel kent veel plasticiteit. Verbijzondering Schinkelhaven • Nieuwe gebouwen sluiten qua architectuur aan bij de al aanwezige industriële bebouwing. • Toepassing van bakstenen gevels, hoge ramen en karakteristieke dakvormen heeft de voorkeur. Elk pand krijgt een duidelijke beëindiging, bij voorkeur met een onderscheidende dakvorm, om ervoor te zorgen dat panden individueel leesbaar zijn. Verbijzondering Nieuwe Meer Oost • Voor de buitengevels worden bij voorkeur aardse tinten en warme materialen toegepast. Het bestaande en toekomstige hoofdkantoor van IBM vormen hierop een uitzondering.

Verbijzondering Schinkelhaven • De meeste bouwblokken hebben een beperkte afmeting. Pocketparken en stegen worden toegevoegd om zo de doorwaadbaarheid van het gebied te verbeteren en ruimte voor groen te creëren. Verbijzondering Sloterstrip • Bij de realisatie van grootschalig programma op de begane grond, zoals een bouwmarkt of kringloopwinkel, is een opgetild binnenterrein toegestaan.

149

150

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Parkeren De Nota Parkeernormen Auto (2017) en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018) zijn kaderstellend voor de gebiedsontwikkeling in Schinkelkwartier. Meer informatie is beschikbaar op: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/865234/nota_parkeernormen_auto_1.pdf en https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/865242/nota_parkeernormen_fiets_en_scooter_-_2018.pdf

Afval en techniek Door voortschrijdende verdichting en functiemenging neemt de druk op de ruimte toe. Technische opgaven onder de ‘motorkap’ van onze stad, zoals auto­en fietsparkeren, bevoorrading, elektriciteits­ voorziening en afvalinzameling, staan op gespannen voet met de ruimte voor groen en verblijf op straat en de ruimte voor woningen en publiekstrekkende functies op de begane grond van gebouwen.

Doel

Spelregel

Doel

Spelregel

• Auto’s (zoveel mogelijk) uit het

• Het ruimtebeslag van autoparkeren is beperkt, autoparkeren

• De kwaliteit van gebouwen en

• Nutsvoorzieningen, fietsenstallingen en inzamelpunten voor

straatbeeld verwijderen om de openbare ruimte optimaal te benutten voor verblijf en langzaam verkeer. • De bereikbaarheid verbeteren. • Duurzame mobiliteit (fietsen en wandelen, deelgebruik, elektrische auto’s) en lichaamsbeweging stimuleren. • Faciliteren van kort parkeren voor bezorgdiensten.

wordt gerealiseerd in ondergrondse garages op eigen terrein. • We stimuleren dubbelgebruik van parkeerplaatsen en creëren extra ruimte voor deelauto’s en elektrische auto’s met laadpunten. • Voor woningen geldt een maximum van 0,3 parkeerplaats per woning, inclusief 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers. Bewoners krijgen geen parkeervergunning op straat. • Bezoekersparkeren vindt plaats in openbaar toegankelijke garages en, indien dat niet mogelijk is, op straat. • Garages en collectieve stallingen zijn van binnenuit bereikbaar. • Voor kantoren geldt een norm van maximaal 1 parkeerplaats per 125 m2 bvo. Voor gebieden binnen een loopafstand van 400 meter van een (bestaand of op te leveren) metrostation geldt een norm van maximaal 1 parkeerplek per 250 m2 bvo. Dit is inclusief bezoekersparkeren. Bedrijven krijgen geen parkeervergunning op straat. • Voor bedrijven en voorzieningen geldt maatwerk conform de richtlijnen in publicatie 381 van het CROW. • Tijdelijke parkeergebouwen zijn onder nader te bepalen voorwaarden mogelijk, mits deze gebouwen bijdragen aan een versnelde uitvoering van de definitieve bouwplannen. • De Johan Huizingalaan en Henk Sneevlietweg hebben een belangrijke functie als stroomweg voor het autoverkeer; parkeergarages worden niet direct via deze wegen ontsloten. • Fiets­- en scooterparkeren vindt inpandig plaats.

In verband met de beoogde verdichting en functiemenging hanteren we voor niet-woonfuncties de normen van zone 1 uit de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018). Hantering van deze zone en bijbehorende normen is onder voorbehoud van bestuurlijke vaststelling. • Minimaal 6% van alle fietsparkeerplekken is geschikt voor bijzondere modellen, zoals bakfietsen. We streven naar goede voorzieningen in de stallingen, zoals een service­of reparatie­ punt, een deelfietsenstalling en oplaadpunten voor e­-bikes. • Het gemak van de fietser moet worden bediend, zodat fietsen in stallingen worden geplaatst in plaats van op straat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10975457/1