06 Notitie second opinion Normkosten Rotterdam.pdf
Tekst van het document
Notitie Stadsbeheer
Aan: Datum: Betreft:
Gemeente Amsterdam Sander Sieswerda 22 november 2021
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40, Rotterdam Postadres: Postbus 1130 3000 BC Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl
Collegiale toetsing Amsterdamse normkosten
Van: N. Borkens/M. Said E-mail: n.borkens@Rotterdam.nl; m.said@rotterdam.nl
Aanleiding Gemeente Amsterdam heeft de gemeente Rotterdam (afdeling Assetmanagement Openbare ruimte Rotterdam (AMOR) en afdeling Schone Stad) gevraagd onderstaande documenten te reviewen. De review van Rotterdam dient als een collegiale toets te worden beschouwd. Deze collegiale toetsing wordt gedaan in het kader van de samenwerking 010-020, voornamelijk gericht op het gebied van ontwikkelingen van assetmanagement van de openbare ruimte: - Toetsing Normkosten Amsterdam 127689.21.014.22-rapc01 (Witteveen+Bos) - Notitie kansen en risico’s Normkosten (TwijnstraGudde) In deze notitie wordt op hoofdlijnen ingegaan op de door de collega's van Rotterdam uitgevoerde review. Voor de asset- en onderwerp specifieke commentaar en vergelijking wordt verwezen naar bijlage waar per domein (Civiel, Wegen, Groen en Schoon). De collegiale toetsing van Rotterdam is gebaseerd op de ervaringen van de collega's die actief hebben bijgedragen aan de recent vastgestelde Nota Vervangingsinvestering Openbare Ruimte (NVI 2021-2071). Wij maken, conform de BBV, onderscheid tussen vervanging (investering) en instandhouding (exploitatie). Aan het uitwerken en verfijnen van kengetallen (normkosten) voor de instandhouding van 14 assetgroepen wordt momenteel hard gewerkt voor de Nota Kapitaalgoederen van 2023 (gereed eind 2022).
Algemeen • Heel goed dat Amsterdam deze onderzoeken doet en deelt! In Rotterdam is voor de zomer van 2021 de Nota Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte 2021-2071 vastgesteld met daarbij een vervolgopdracht om het systeem van normkosten verder uit te werken ook voor het dagelijks en groot onderhoud (exploitatie). Wij delen graag deze ‘vervangings’kennis en maken ook dankbaar gebruik van de toegestuurde rapportages en conclusies uit Amsterdam over de instandhouding. • Het is voor de asset groen niet gelukt om een review en vergelijking te geven. Rotterdam kent alleen de bestekprijzen per aannemer en geen normkosten over de stad. En aannemers per maatregel kunnen anders inschrijven richting een bepaald perceel. Voor gemiddelde prijzen moet nog een slag worden gemaakt. Wel zijn wij onlangs gestart met het opzetten van de kengetallen voor het onderhoud, maar daarvoor is het nog te vroeg om momenteel de normkosten te vergelijken. Dus van Amsterdam kunnen wij zeker leren, aangezien die al goed zijn bevonden. • De toegestuurde documenten zijn overzichtelijk en logische van opbouw, waardoor de samenhang en onderlinge relatie procesmatig als prettig wordt ervaren. Het geeft inzicht in de getoetste componenten en hoe er is getoetst. Bovendien wordt een goed overzicht verschaft aan zowel cyclisch als lange termijn benadering.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2 22 november 2021
•
•
•
•
•
Rotterdam herkent zich in de conclusies van het rapport van TwijnstraGudde. Assetmanagement gaat al uit van het optimum tussen DO/GO/VV en het opzoeken van de ondergrens (per asset) gaat uiteindelijk leiden tot kapitaalvernietiging. Landelijke instanties (bv CROW) geven richtlijnen voor dit optimum (90%B). Kengetallen (en normkosten) zijn globale gemiddelde kosten die niet voor eeuwig vaststaan. De genoemde ontwikkelingen door TwijnstraGudde zijn zeer herkenbaar. Wat in Rotterdam erg speelt is juist de integrale aanpak t.a.v. onderhoud en vervanging. Per asset kunnen de normkosten ‘theoretisch’ berekend worden en zijn daardoor een goede indicatie van de kosten van ‘Beheer en onderhoud’. Daadwerkelijke kosten wijken nog wel eens af (elk gebied/project is anders en heeft andere focus, meest projecten zijn integraal: niet optimale vervanging voor alle assets in een project, aanbestedingsvoor- en nadelen). Het was niet altijd mogelijk te achterhalen in de documenten of rekening is gehouden met integrale aanpak en het mogelijke effect daarvan op de eenheidsprijs en vervanging/onderhoudsfrequentie. Ook Rotterdam denkt dat ontwikkelingen in de openbare ruimte invloed gaan hebben op de normkosten.
Naast intensiever gebruik (meer slijtage, meer onderhoud en eerdere vervanging), de complexere omgeving (meer omgevingsmanagementkosten), klimaatadaptieve maatregelen en meervoudiger gebruik van dezelfde openbare ruimte. Hoe deze kosten zich ontwikkelen is nog niet bekend. Het hanteren van een (theoretisch) normkostensystematiek is voor Rotterdam ook het uitgangspunt. Het regelmatig toetsen (landelijk, maar ook evaluatie van eigen uitvoeringscijfers) en daarmee aanpassen van de normkosten horen daarbij. Op deze manier kunnen normkosten a-politiek gehanteerd worden in de P&C cyclus en via Nota Kapitaalgoederen worden verantwoord. Keuzes rond bijvoorbeeld programmering, werk met werk maken, prioritering gebieden, inzet participatie, ambities ten aanzien van biodiversiteit, klimaatadaptieve maatregelen en wellicht verschil in ambities ten aanzien van beeldkwaliteit voor verschillende gebieden kan een bestuurlijke afweging zijn. De beheerders van Rotterdam pleiten voor ‘vooraf bekende structurele budgetten’ i.v.m. planningen voor de langere termijn. Ruimte voor voorbereiding is noodzakelijk onder andere voor optimale participatie. Ook is ‘ruimte’ nodig voor de ritmes van de stad (seizoenen, klimaatinvloeden, evenementen, specials korte termijn enz.). Vertrouwen en goede onderbouwde systematiek vooraf. Verantwoorden achteraf.
Definitie Normkosten: • De in de documenten gehanteerde definities van Normkosten (gemiddelde kosten over lange termijn) sluiten aan op de door Rotterdam gehanteerde lijn. Hiermee wordt bestuur geïnformeerd over globale gemiddelde kosten over lange termijn. Dit is voor de vervangingskosten (VV) in beeld gebracht. Rotterdam is momenteel bezig dit ook voor de (jaarlijkse) onderhoudskosten te doen (DO/GO). Achterstallig onderhoud is uit de definitie gehouden van de normkosten. Rotterdam hoort graag hoe achterstallig onderhoud dan wel berekend wordt en een plek krijgt in de normkostensystematiek en begroting. • De definities van TwijnstraGudde en Witteveen+Bos over de normkosten zijn niet gelijk. Dit kan wellicht tot discussie leiden? • De uitgangspunten en voorwaarden voor normkosten (o.a. ambitieniveau, kosten achterstallig onderhoud, korte termijn B&O, ouderdom assets) zijn goed opgesomd. Wel dient te worden benadrukt dat de jaarlijkse kosten afhankelijk van de leeftijd en conditie van assets kunnen fluctueren
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3 22 november 2021
•
Niet altijd zijn de uitgangpunten te achterhalen bv:. % aangehouden voor doorspuiten van afwateringen (zie verder de beoordelingsmatrix) of gebrek aan inzicht op opdeling en uitgangspunten opslagpercentage kengetallen: in Rotterdam melden wij per component (directe kosten, engineering, management, risicoreservering, uitvoeringsbegeleiding) de bron van de aangehouden percentage (SSK raming, DNR, CROW kengetallen en nacalculatie recent uitgevoerde maatregelen)
Beeldkwaliteit of technische kwaliteit De gemeente Rotterdam werkt niet met de definities ‘Sober en Verzorgd’, maar inmiddels met de landelijke CROW gradatie (A+-D). Door zowel technische kwaliteit als beeldkwaliteit allemaal gelijk te zien als ‘sober of verzorgd’ is dit voor ons moeilijk te vergelijken. In Rotterdam gaan wij uit van optimale voor bestuur en gebruiker acceptabele conditie van de openbare ruimte. Wij willen de landelijke definities volgen waardoor de voor stad en bestuur acceptabele en vastgestelde beeld- en of technische kwaliteitsniveau de basis is voor optimaal niveau van beheer en onderhoud en vervanging. Beeldkwaliteit Schoon of Groen óf technische kwaliteit Verharding kunnen hierdoor verschillend worden toegepast. Indien er afwijkingen zijn (beleid en/of externe factoren), dat zijn vaak gebied/wijk/locatie afhankelijk en die worden separaat verduidelijkt. Momenteel laten we een bestuurlijke en ambtelijke evaluatie uitvoeren op de toepassing van de CROW beeldsystematiek in Rotterdam. Historie Rotterdam: in 2017 over na circa 12 jaar van eigen ontwikkelde productnormering (Heel 3,5, Schoon 4) naar de landelijke CROW-normering. Beeldkwaliteit is relatief ‘nieuw’ voor ons. Vanuit assetmanagement is tot nu toe de focus op ‘technisch veilig en beschikbaar’ geweest.
Wel zien we doorontwikkelingen naar beeldkwaliteit, beleving en het denken in maatschappelijke waarden bij afwegingen rond beheer en onderhoud. Het blijvend continue inspecteren van de hele openbare ruimte (‘ken je areaal’) blijft de belangrijkste noodzaak voor goed beheer. Lifecyclecost Minder onderhoud voor wegen en civiele kunstwerken betekent eigenlijk dat je niet de verwachte levensduur haalt van een asset en eerder moet vervangen. Uiteindelijk is het dan weer duurder op langere termijn of schuif je de problemen naar de toekomst. Ook bij nieuwe aanleg moet onderhoud gedurende de levenscyclus berekend worden (lifecyclcost/lifecyclemanagement). Heel robuust iets aanleggen wat wellicht duurder, maar ook duurzaam is en nauwelijks onderhoud vergt, kan een heel verzorgd beeld geven gedurende de levensduur. Wel vergt dit misschien een veel forsere investering bij het ‘ontstaan’ van een asset of gebied. In Rotterdam zijn we hier voorzichtig mee begonnen, maar staat nog in de kinderschoenen.