- 05 Grondzaken (31) 3. Plan Openbare Ruimte Sloterdijk-Centrum
Tekst van het document
SPORT, SPEL EN ONTMOETING
Sport, speel- en ontmoetingsplekken voor alle leeftijden
In Sloterdijk-Centrum krijgt ‘bewegen’ aandacht in het ontwerp van de openbare ruimte met het overkoepelende thema van de sport- en speelplekken. Verspreid in het gebied zijn er dynamische plekken met speelaanleidingen voor de allerkleinsten te vinden. Deze doelgroep heeft de kleinste actieradius. Dit zijn overwegend groene plekken dicht bij huis op een beschutte plek zoals in de pocketparks of langs de Arlandaweg, de Teleportboulevard of de groenstrook langs de Hatostraat. Met name de Arlandaweg zal een centrale as worden in het gebied. Hier is een éénduidig beeld voor de sport, - speel en verblijfsplekken uitgangspunt. Dit versterkt de herkenbaarheid van de lange groene verbinding en begeleidt de routing naar (sport)park Spieringhorn en de rest van de Brettenzone. Voor oudere kinderen met een grotere actieradius worden gebieden ingericht als dynamische speellandschappen. Deze komen op plekken met wat meer ruimte, op centrale plekken in het gebied. Te denken valt aan de Arlandaweg, het Barajasplantsoen, de Hatostraat en langs de Teleportboulevard. Naast bewegen is samenspel hier mogelijk. Op de brede stoepen, in de autoluwe tussenstraten en in de pocketparks krijgen kinderen ook ruim de gelegenheid met elkaar te spelen. Daarnaast biedt het te transformeren sportpark Spieringhorn in de toekomst ook volop ruimte voor spelende kinderen.
Sporten in club/teamverband, maar ook meer informeel, is mogelijk op de nabijgelegen parken Spieringhorn en Multatuli. Momenteel zijn er een aantal padelbanen onder de Hemboog aanwezig. Op plekken waar gesport en gespeeld kan worden komen ook nieuwe zitgelegenheden. Daarmee worden de sporten speelplekken ook ontmoetingsplek. Uitgangspunten zijn: • Sport- en speelaanleidingen dagen uit tot rennen, klimmen, trainen, slingeren, springen en schommelen. • Plekken worden gecombineerd met zitvoorzieningen 20
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
en watertappunten. • Er wordt gebruik gemaakt van de eigenschappen van de plek: bijvoorbeeld een natuurspeelplek op de natuureilanden langs de Naritaweg en een sport- en speelveld op het Barajasplantsoen. • Fantasievolle speellandschappen realiseren, met elementen die tot de verbeelding spreken • Dynamiek als gemeenschappelijk thema. De verschillende nieuwe voorzieningen worden gefaseerd
aangelegd, afhankelijk van het aantal nieuwe bewoners per fase en hun specifieke behoeften.
Fijnmazig netwerk wandel- en routes en sporttracks
Een fijnmazig netwerk van wandel- en fietsroutes maakt het gebied makkelijk doorkruisbaar en de verschillende sport- en speelplekken optimaal bereikbaar. Daarmee wordt lopen of fietsen naar voorzieningen vanzelfsprekend. Dit draagt bij aan de gemeentelijke ambitie van “De bewe-
gende Stad”. De ambitie is om naast de bestaande routes het gebied te voorzien van een of meerdere sporttracks. Deze rondgaande routes (doorlopend in Sloterdijk I en II ) kunnen onder andere worden benut als hardlooprondje van ca. 5-6 km.
5.5 GROENSTRUCTUUR In Sloterdijk-Centrum is de ambitie om in een steeds dichter stedelijk weefsel een uitgebreid netwerk van groene corridors te realiseren. Dit fijnmazige openbare netwerk is verbonden met het verticale groen en de daktuinen op de privekavels en is gekoppeld aan de grotere groengebieden en watergangen aan weerszijden van het plangebied. Het aan elkaar schakelen en verder uitbreiden van de groene structuren betekent daarnaast een enorme kwaliteitsimpuls voor de ecologische en recreatieve waarde van Sloterdijk-Centrum. Sloterdijk Centrum heeft de potentie om een structurele meerwaarde te leveren aan de biodiversiteit in de Brettenscheg. Op een relatief klein oppervlak zijn aantrekkelijke extremen te vinden in nattere en droge situaties. Uitgangspunt in het gebied is natuurinclusief bouwen. Er wordt ingezet op de ontwikkeling van een aantrekkelijke variatie aan leefomstandigheden voor flora en fauna. Door het benutten van de waterhuishoudkundige verschillen, het introduceren van een hoofdzakelijk inheems nieuw Brettengroen, en het vergroten van het groenareaal ontstaat op termijn een gevarieerde stadsbiotoop. Hierin wordt stad, landschap en ecologie op een innovatieve manier met elkaar gecombineerd en verbonden. De gemeentelijke norm voor ecologisch groen (ca.
110.000 m2 ecosysteem groen in totaal voor Sloterdijk-Centrum (8 m2 per woning en 0,1 m2 per m2 bvo werken) wordt sec binnen de plangrenzen van Sloterdijk-Centrum niet gehaald. Maar wanneer naast de bestaande oevers langs de waterlopen ook de brede taluds langs de A10 en de spoorbermen en -tracees in het gebied worden meegerekend wordt de norm ruimschoots gehaald. Bermen en spoortracees hebben nu al een waardevolle ecologische verbindingsfunctie. Uitgangspunt is deze ecologische hoofdstructuur een kwaliteitsimpuls te geven door de ecologische betekenis van de beplanting te vergroten. Op dit moment zijn ze nog vooral erg sober ingericht.
waar de grootste woningbouw verdichting is gepland, zijn de grotere groengebieden in de omgeving goed bereikbaar. Via de verschillende wandelcircuits met afwisselende thema’s worden sport- en speelplekken in het gebied onderling verbonden. Met de voorgestelde uitbreiding van het groenareaal wordt het algemene karakter van het nu wat stenige gebied verzacht, en komt er meer ruimte voor ecologie, spelen en bewegen in het groen. Een belangrijke ambitie voor de openbare ruimte van Sloterdijk-Centrum is het realiseren van een aantrekkelijke woon- werkomgeving. Voor wat betreft het groen is een van de centrale uitgangspunten het gebied een herkenbare signatuur te geven. Een heel eigen groenbeeld, dat tegelijkertijd veel beter dan nu aansluit op de rest van de Brettenzone. Dit noemen we het Brettengroen. Een groen grid dat het gebied dooradert, en het beeld van de openbare ruimte in grote mate zal bepalen. Het bijbehorende dilemma: hoe een Brettengroen vorm te geven dat zowel een natuurlijk karakter en ecologische kwaliteiten heeft (waarmee het aansluit op de dominante beplanting in de rest van de Brettenzone), recreatief en esthetisch interessant is, voldoende robuust om de veel hogere gebruiksintensiteit aan te kunnen, en ook nog eens goed en simpel is te onderhouden? Zie bijlage A. voor een verdere uitwerking van het groen in Sloterdijk-Centrum.
Orlyplein
GROENSTRUCTUUR
Ook de recreatieve groennorm (ca. 60.000 m2 recreatief groen (8 m2 per woning)) wordt binnen Sloterdijk-Centrum zelf niet gehaald. Wel wordt middels een kwaliteitimpuls het bestaande groen veel aantrekkelijker. En in de directe omgeving wordt veel extra gebruiksgroen toegevoegd. Daarom wordt onder andere het huidige Sportpark Spieringhorn ten westen in de toekomst omgevormd tot een meer compleet stadspark, vooral bedoeld voor de nieuwe bewoners van SDC, en wordt de lege strook grond ten zuiden van de Rhoneweg, in Sloterdijk II, omgevormd tot het nieuwe Rhonepark. De relatieve schaarste aan recreatief groen in SDC is ook een van de redenen waarom er vol wordt ingezet op verticaal groen en daktuinen in het gebied. De groenstructuur wordt binnen Sloterdijk-Centrum zelf voornamelijk gevormd door een fijnmazig netwerk van groene wandel- en fietsroutes. Vanuit het stationsgebied, Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
21
5.6 ONDERGRONDSE INFRA EN NUTSVOORZIENINGEN Sloterdijk-Centrum bevindt zich in een transformatieproces. Er wordt in de planvorming uitgegaan van groei en verdichting. Bijbehorende nutsvoorzieningen en de energietransitie vragen om meer ruimte. Nieuwe energiesystemen en slimme mobiliteitsoplossingen zijn nog in ontwikkeling. Ambitie is om in 2040 in heel Sloterdijk-Centrum geen aardgas meer te gebruiken.
Masterplan Energie- en Nutsvoorzieningen Sloterdijk-Centrum (MENS)
In Sloterdijk-Centrum wordt er gewerkt met een Masterplan Energie- en Nutsvoorzieningen (MENS). Het MENS dient als kader voor ruimtelijke reserveringen in onder- en bovengrond ten behoeve van (toekomstige) nutsinfra. In deze paragraaf zijn de uit het MENS afkomstige onderdelen die relevant zijn voor het POR samengevat.
Algemene uitgangspunten ten aanzien van inrichting boven- en ondergrond
Onbekende factoren en de beperkte ruimte, zowel ondergronds als bovengronds, maakt de nutsopgave complex. De openbare ruimte van de toekomst vraagt om slimme, integrale ontwerpen waarbij de ondergrond en de bovengrond als een geheel worden gezien. In de openbare ruimte zijn de grootste ruimte vragende onderdelen, met een directe onder-bovengrondse relatie: • Boombeplantingen: groeiplaatsruimte. • Kabels, leidingen, openbare verlichting, nutskasten en transformatoren. • Afvalbakken met bijbehorend ondergronds volume. • De (ondergrondse) waterkeringen, inclusief beschermingszone (Hatostraat, Barajasweg, (deel) Plesostraat en (deel) langs de Haarlemmervaart.) • Voor de uitbreiding van de verschillende netwerken zijn ook diverse nieuwe (bovengrondse) voorzieningen nodig. Voor het elektriciteitsnetwerk zijn extra middenspanningsruimtes en transformatorruimtes nodig. Voor het telecommunicatienetwerk zijn grote (POP) en kleine (splitterkasten) verdeelpunten nodig. Voor het stadswarmte netwerk zijn extra warmteoverdrachtspunten nodig.
Uitgangspunten bij verdere planontwikkeling •
• •
22
Bij toename van ondergrondse nutsvoorzieningen, nader onderzoeken of bijzondere voorzieningen (bv. mantelbuizen) nodig zijn om de toename aan hoofdtracés in te kunnen passen. Bij de toenemende vraag naar nutsvoorzieningen is continu afstemming van belang met de bovengrondse maaiveldinrichting. Daarmee in zetten op een meer verticale dan puur horizontale verdeling van de benodigde kabels en Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
• •
leidingen. Verdeelpunten, transformatoren, warmtevoorzieningen en andere nutskasten in bebouwing integreren om het openbare gebied vrij van obstakels te houden. Borging plaatsing WKO systemen op eigen kavel en in lijn met het Masterplan WKO.
Ondergrond & bovengrond als communicerende vaten
Samenwerking tussen ontwerpers van de openbare ruimte en netbeheerders is van groot belang om juiste invulling te geven aan voornoemde punten. Inpassing van voorzieningen van energie- en nutsvoorzieningen vraagt om vroegtijdige (bouwenvelop) afstemming met de projectteams van de verschillende kavels. Bij de uitwerking van de inrichting openbare ruimte zal samen met de netbeheerders gekeken moeten worden naar de ruimtelijke reserveringen die er voor huidige en toekomstige ontwikkelingen nodig zijn. Bij beperkte ruimte zal gezocht moeten worden naar meervoudig ruimtegebruik en andere bijzondere inpassingsvoorzieningen. Daarbij is het van belang om een goede invulling te geven aan de bereikbaarheid, beheerbaarheid en vervangbaarheid van de systemen.
Waterkeringen en zonering
Ruimtelijke reserveringen voor toekomstige nutsvoorzieningen
Uit het MENS blijkt dat de diverse nutsnetwerken in de huidige en toekomstige situatie een substantiële ruimtevraag kennen. In deze netwerken is een ordening en structuur te herkennen op basis waarvan deze netwerken zijn opgebouwd en uitgebreid of verzwaard moeten worden in de toekomst. De borging van de ligging van de huidige en toekomstige netwerken is randvoorwaardelijk voor de nuts- en energiebehoeften in het huidige en toekomstige gebruik van het gebied. In het MENS zijn daarom hoofdtracés aangewezen waarbij is gekeken naar de huidige liggingen, de waterkeringen, het beoogde bouwprogramma en de mogelijkheid tot uitbreiding. In de betreffende straten moet ruimte worden gevonden voor de nutsvoorzieningen en nieuwe energiesystemen. Deze extra ruimtereservering is in de bijbehorende profielen opgenomen. Er is onderscheid gemaakt in twee typen ruimtelijke reserveringen: de ondergrondse ruimteclaims en de strategische ruimtelijke reserveringen.
Bestaande nutsleidingen in Sloterdijk Centrum (bron: IB Amsterdam)
5.7 AFVALINZAMELING A. Ondergrondse ruimteclaims Op basis van nu al verwachte uitbreidings- en of vervangingsplannen van kabel- en leidingbedrijven zijn de ruimteclaims weergegeven van specifieke kabel- en leidingtracés (zie afbeelding). Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Liander middenspanningsnet: ten behoeve van de uitbreiding van het middenspanningsnet dient Liander vanaf het onderstation Basisweg een drietal middenspanningstracés aan te leggen. Vooralsnog wordt uitgegaan van een tweetal middenspanningstracés door de Naritaweg en een tracé via het zuiden van het sportpark Spieringhorn en de Barajasweg. Deze tracés voeden de drie (toekomstige) i-MSR’s in het gebied. • Warmtenet: ten behoeve van een (mogelijke) aansluiting op het hoge temperatuur warmtenet van Vattenfall (tbv piekvoorziening) wordt een reservering voor een aansluitleiding opgenomen in de Heathrowstraat. • De maatvoering van de ruimteclaim betreft enkel de omvang van de kabel/leiding zelf en eigen onderlinge afstanden. Bij inpassing in het profiel dient in principe rekening te worden gehouden met te hanteren afstanden tot andere kabels en leidingen conform de Nadere Regels uit het WIOR.
Teleportboulevard
Strategische ruimtereservering MENS
28/30
28/30
10/20
28/30
reservering geveltuinstrook, min. 0.45 m t.b.v. verticaal groen / klimplanten zonminnende beplanting
Ondergrondse ruimteclaims groen of terras (bv. Aristo) ca. 3.00 m
trottoir tegels ca. 1.80 m
groenstrook retentiefuncie ca. 6.00 m
fietspad 2 -ri tegels ca. 5.00 m
Uitgangspunt in Sloterdijk-Centrum is afval inzamelen in gescheiden stromen. Er wordt in ondergrondse afvalcontainers restafval, glas, papier, en textiel apart verzameld en verwerkt. Voor bedrijven in het gebied ligt de verantwoordelijkheid voor het ophalen van het afval bij henzelf. Voor niet-woon voorzieningen dienen ontwikkelaars een inpandige afval voorziening op de kavel te realiseren. In de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met de bijbehorende afval opstelplekken. Daarnaast wordt op strategische plekken ook ruimte gereserveerd voor aanbiedlocaties van grof vuil, standaard 2,5 x2,5 meter groot. In totaal zijn dat heel veel containers en aanbiedplekken op zo’n beperkt grondgebied. Bij de plaatsing van de verschillende containers zal per locatie naar de meest optimale situering moeten worden gekeken; zowel voor wat betreft de ondergrond (k&L, ondergrondse waterkeringen) als wat betreft afstanden tot de nieuwe entrees, afstand tot bestaande en nieuwe bomen, etc. Dit is per deelontwikkeling maatwerk. Om de impact van de afvalvoorzieningen op de openbare ruimte te minimaliseren wordt er in SDC gewerkt met voorzieningenstroken: gecombineerde zones in de trottoirs waar ruimte wordt gereserveerd voor zowel de afvalbakken, de aanbiedlocaties voor grofvuil, fietsparkeerzones, verlichting, etc.
optie schaduw tolerant beplanting: vaste planten / verticale beplanting of horeca-terras met groene aankleding 10/20
B. Strategische ruimtelijke reserveringen Om ook toekomstige ontwikkelingen de (ondergrondse) ruimte te bieden zijn er in het MENS hoofdtracés aangewezen. Dit betreffen tracés waar in de huidige situatie en naar verwachting ook in de toekomst vitale ondergrondse infrastructuur aanwezig is. In de afbeelding zijn deze hoofdtracés opgenomen. Uitgangspunt is om ter plaatse van de hoofdtracés strategische ruimtelijke reserveringen op te nemen in de uitwerking van de profielen. Hierbij is zoveel mogelijk ruimte gereserveerd voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen of transporttracés die Sloterdijk-Centrum doorkruisen.
Het gebied transformeert van een (overwegend) werkgebied naar een veel meer gemengd woon/werkgebied. Bij 7500 woningen horen volgens de huidige Amsterdamse normen in totaal ca. 245 ondergrondse afvalcontainers. 1/60 woningen restafval 125 st., 1/200 won. glas 37 st., 1/200 won. papier 37 st., 1/750 woningen textiel 10 st.
trottoir tegels ca. 4.50 m
Groen
1
2
3 m.
Terrein tegel
Fietspad asfalt
DATA Telecom KPN
VWA Onderheid riool
Warmtenet
Trottoir tegel
Waterleiding
VWA Onderheid riool DATA Telecom Liander VWA Onderheid riool Laagspanning Warmtenet
Input MENS - Ingenieursbureau Amsterdam
inventarisatie profiel 65 best situatie k & l / MENS 1:100 / A3 (IB - 2019) 0
Ontwerp van leefbare, groene en toekomstadaptieve straten. Ondergronds en bovengronds ruimtebeslag is integraal afgewogen en ‘gematcht’ met de nutsvoorzieningen
grens L- kavels
Bestaande bebouwing Teleportboulevard 110
openbare ruimte ca. 21m
inventarisatie aanwezige nutsvoorzieningen: kabels en leidingen in horizontaal ruimte beslag. (diepteligging n.t.b.)
raingarden bomen en vaste planten watertolerant & droogteresistent
Parkeerstrook bss Uitstapstrook
Rijbaan asfalt
Trottoir/fietsenstalling tegel Parkeerstrook asfalt
Sportveld Groen talud
Arcering: gebied vrijhouden van nutsvoorzieningen / kabels en leidingen
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
23
5.8 KLIMAATADAPTATIE Het gematigde Nederlandse zeeklimaat krijgt in de toekomst steeds meer te maken met extreme weersomstandigheden: • Toename van extreme stormen en piekbuien • Warmere, drogere zomers met toename van het urban heat island-effect. • Algemene verdroging door grondwateronderlast. Met de strategie Klimaatadaptatie (februari 2020) wordt binnen Amsterdam een stip op de horizon gezet voor een klimaatbestendige stad. Het doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. Binnen klimaatadaptatie worden vier thema’s onderscheiden, namelijk wateroverlast (regen), hitte, droogte en waterveiligheid. Om in Sloterdijk-Centrum een aangename en toekomst bestendige woon- en werkomgeving te creëren wordt het gebied daarom veel meer klimaatadaptief ingericht. Naast een prettige leefomgeving gaat het ook om het voorkomen van schade aan groen (met name bij droogte) en gebouwen (wateroverlast en onregelmatige zettingen). Bij deze opgave moet over de grenzen van de projectgebieden en bijbehorende openbare ruimten heen gekeken worden. Een klimaatadaptieve stad is een samenhangend systeem.
Aanleggen regentuinen en terugdringen verhardingsoppervlakte
Regentuinen zorgen op wijze voor extra afvoercapaciteit bij hevige regenval. Regenwater wordt via deze groenstroken zoveel mogelijk direct geinfiltreerd in de bodem (in plaats van naar het riool en open water geleid). Daarnaast wordt er per straat gekeken hoe het oppervlakte aan verharding kan worden geminimaliseerd. Hoe meer oppervlakte groen hoe beter het regenwater op natuurlijke wijze door de bodem kan worden opgenomen. Alle beetjes helpen hierbij, ook de aanleg van de beoogde geveltuinen.
Toepassen van droogte en natte-resistente soorten
In de nieuwe regentuinen en wadi’s zijn de groeiomstandigheden behoorlijk extreem. Delen van het jaar zijn ze bijzonder nat, terwijl bij aanhoudende droogte deze stroken juist extra droog kunnen worden in verband met de extra waterdoorlatende ondergrond. Als ze dan ook nog langs doorgaande wegen zijn gesitueerd is er kans op instroom van zout water. Pionierssoorten zijn soorten die over het algemeen goed tegen dit soort extreme omstandigheden kunnen. Zij bepalen dan ook de hoofdmoot van het nieuwe beplantingsassortiment, zie bijlage A.
Verbeteren windklimaat
Met name in de herfst en wintermaanden is het windklimaat in Sloterdijk-Centrum momenteel onprettig. In het algemeen wordt verwacht dat de windbelasting hoger wordt door voorspelde extremere stormen en de toename aan hoogbouw (valwinden). Het vergroenen van het gebied helpt mee om het windeffect te beperken. Bij alle (nieuwe) bouwopgaven en kaveltransformaties is het uitgangspunt om de windbelasting te minimaliseren door de vorm van de bouwvolumes. Dit is de belangrijkste basis voor een beter windklimaat. Maar ook beplanting helpt mee om wind te breken.
KLIMAATADAPTATIE
Beperken urban heat island effect
In stedelijk gebied zorgen bomen, groene daken en verticaal groen aan de gevels voor het tegengaan van extremen in temperatuur. Dit wordt steeds belangrijker om het urban heat island effect te beperken. Bij alle bebouwing in het gebied, zowel bestaand als nog te bouwen, is er een groot potentieel aanwezig om groene daken en verticaal groen te realiseren. De realisatie hiervan is voor de nieuwe bebouwing een harde randvoorwaarde. Daarnaast krijgen alle straten in Sloterdijk-Centrum indien mogelijk straatbomen. Deze verminderen door hun schaduwwerking en verdamping het urban heat island effect.
24
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
Waterberging
Waterafvoerende/verspreidende straat
5.9 WATERSYSTEEM (RAINPROOF) Regenwateropvang, -berging en -afvoer worden steeds belangrijker in de stad. De verwachtte klimaatverandering legt een steeds grotere druk op de bestaande afwateringssystemen. Daarom wordt er ook voor Sloterdijk-Centrum gewerkt aan een nieuw watersysteem, waarbij een groot deel van het hemelwater vooral lokaal zal worden afgevoerd en geborgen. Zo wordt het bestaande rioleringsstelsel ontlast, en wordt tegelijkertijd gewerkt aan een meer duurzaam systeem waarbij ook droogte wordt tegengegaan. Het nieuwe watersysteem in het gebied is er met name op gericht zoveel mogelijk het regenwater kolkloos af te voeren en plaatselijk te bergen dan wel vertraagd af te voeren naar open water.
Beperken grondwateroverlast
De situatie in Sloterdijk-Centrum is complex. Uit de gebiedsbrede grondwatertoets lijkt dat nieuw te bouwen kelders zorgen voor opstuwing van het grondwater. De toename in verharding zorgt daar en tegen voor een daling van het grondwater. Echter klimaattoeslag zorgt in 2050 voor een algemene verslechtering van het de ontwatering. Nieuw te bouwen kelders moeten grondwaterneutraal aan worden gelegd om opstuwing te voorkomen. Bij een grondwaterneutrale kelder kan grondwater onder en langs de nieuwe kelder blijven stromen. De volgende locaties blijven in de toekomst kwetsbare locaties: het Carrascoplein, de Kingsfordweg, Tempelhofstraat en de Barajasweg. Delen van het gebied hebben door de hogere ligging van het station gelukkig een groot bodemvolume en daarmee veel infiltratiecapaciteit.
Beperken regenwateroverlast
Met de voorspelde klimaatveranderingen komen er extremere natte en droge perioden. Bij extreme piekbuien zijn er nu al plekken in Sloterdijk-Centrum waar regenwater voor overlast zorgt door onvoldoende afvoercapaciteit. Er is voor het gebied een grondwateradvies uitgebracht. Hierin is aangegeven op welke manier er omgegaan kan worden met de regenwaterafvoer. Dit is in beeld gebracht met simulaties. Een van de conclusies is dat op plekken waar de grondwaterstand (te) hoog is regenwater onvoldoende afgevoerd kan worden. In Sloterdijk-Centrum wordt vanaf nu uitgegaan van water neutrale kavels: dat wil zeggen dat elk nieuw te ontwikkelen kavel zijn eigen water zal moeten opvangen en bergen. Maar dit geldt nog lang niet voor alle kavels. Door extremere piekbuien moet er daarom nog steeds in kortere tijd grotere hoeveelheden regenwater afgevoerd worden van daken en verharding. Allereerst is het daarom nodig om extra afvoercapaciteit te bieden, met name voor de piekbuien.
Over het algemeen kent het gebied op enkele locaties na voldoende ontwatering. In de toekomst kan dit verminderen. Er zijn vier locaties die extra aandacht vragen omdat de grondwaterstand daar hoger is, of het maaiveld lager ligt dan gemiddeld: • Het Carrascoplein • Kingsfordweg • Tempelhofstraat • Barajasweg • Arlandaweg-oost nabij de A10
Regentuinen en waterinfiltrerende bestrating
Voorstel is om in zoveel mogelijk straten, pleinen en plantsoenen, regentuinen en mogelijk ook waterinfiltrerende bestrating aan te leggen. Daarbij moet mogelijk DIT-riolen aangelegd worden, om te hoge grondwaterstanden te voorkomen en om de waterbuffers snel genoeg leeg te laten stromen, zodat ze weer beschikbaar zijn voor de volgende bui. DIT-riolen kunnen in droge tijd water laten infiltreren en in natte tijd afvoeren en kunnen zo de grondwaterstand lokaal reguleren. De regentuinen hebben een retentiefunctie en worden beplant met een droogteresistent en tegelijkertijd watertolerant plantsortiment. De gemengde beplanting in deze stroken zorgt voor een verhoging van de biodiversiteit en helpt mee om hitte te beperken in warmere perioden. Bij regentuinen in hoger gelegen gebied wordt er ingezet op een directe infiltratie in de bodem. In gebiedsdelen die lager liggen ligt het voor de hand om in te zetten op waterberging. Hier wordt het water verzameld in wadi’s (de grotere regentuinen in de lager gelegen gebieden) om het vervolgens vertraagd af te voeren naar de bodem, of naar open water. In verband met de toepassing van strooizout wordt er van uitgegaan dat water dat op de rijbaan van de hoofdwegen valt niet naar de regentuinen zal worden geleid. Hier zal blijvend gebruik worden gemaakt van de bestaande riolering.
Referentiebeelden regentuinstroken
Naast de toepassing van regentuinen wordt er ook onderzocht of er niet op grote schaal waterinfiltrerende bestrating kan worden toegepast binnen Sloterdijk Centrum. Hiermee kan op een eenvoudige wijze een groot deel van het hemelwater ter plekke worden geinfiltreerd in de bodem. Er wordt momenteel binnen Amsterdam geëxperimenteerd met een waterdoorlatende klinker die prima past binnen de Puccini methode. Het nieuwe systeem van regentuinen en eventueel waterinfiltrerende bestrating zorgt voor extra waterbufferend vermogen. Hiermee wordt niet alleen het riool ontlast, maar wordt regenwater in natte perioden opgeslagen en door de beplanting gebruikt in drogere perioden.
De meest eenvoudige vorm van de regentuin is een groenstrook waarbij de beplanting lager wordt gelegd dan de verharding. In het geval de groenstrook langs de rijbaan ligt van een straat waar niet veelvuldig wordt gestrooid kan er in de opsluitbanden een opening worden gemaakt. Op plaatsen waar meer waterbergingscapaciteit nodig is voor het regenwater (extreme piekbuien) zoals onderaan de hellingen van bijvoorbeeld de Radarweg of de Teleportboulevard, moet de aanleg van de regentuin samengaan met grondverbetering. Bijvoorbeeld in de vorm van een grindkoffer in combinatie met een DIT-riool. Principe waterstromen regentuinstroken Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
25
5.10
NATUURINCLUSIEF
Om Sloterdijk-Centrum ook tot een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van de nieuwbouw en de openbare ruimte. Amsterdam heeft de ambitie om natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde op te nemen in alle nieuwe planprocessen.
Bijdrage aan stedelijk ecosysteem
Natuurinclusiviteit in de openbare ruimte heeft betrekking op de inrichting van (semi-openbare) tuinen en de openbare ruimte. Binnen Sloterdijk-Centrum dienen deze zo te worden ingericht dat allerlei soorten flora en fauna er een thuis kunnen vinden. Door natuurinclusief te ontwerpen zorg je dat de stad zich gezond kan ontwikkelen. Ambitie is Sloterdijk-Centrum te ontwikkelen tot een gezond functionerend stedelijk ecosysteem. Dit zorgt voor meer biodiversiteit en een prettig leefklimaat. Het groen en de natuurmaatregelen helpen SDC klimaatadaptief te maken, verminderen het hitte-eilandeffect en stimuleren bewoners om te bewegen. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken en mogelijkheden. Voor Sloterdijk-Centrum wordt momenteel in samenspraak met de stadsecoloog gewerkt aan een overzicht van de natuurinclusieve kansen voor dit deel van de stad. De ligging midden in de Brettenscheg is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde, en kans. Een goed functionerend groenontwerp staat of valt met goed beheer. Groengerelateerde maatregelen moeten daarom altijd nauw worden afgestemd met de ecoloog en de beheerder van het gebied. Een aantal aandachtpunten vanuit natuurinclusiviteit: • Gebruik zoveel mogelijk inheemse soorten. De meeste dieren hebben veel meer aan inheemse dan aan uitheemse soorten bomen, struiken en planten als voedselbron.
• Bijna alle dieren in de stad hebben last van verlichting. Zorg daarom voor zo min mogelijk verlichting, vooral bij kavels of gebieden die aan een groen- of waterstructuur grenzen.
26
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
Aansluiten op ecologische structuur
In en om de stad voelen veel dieren zich thuis. Ze hebben goede verblijfplekken nodig om zich voort te planten en om te schuilen. Ze moeten die plekken ook vellig kunnen bereiken. Daarvoor is een goede ecologische (infra)structuur nodig, zonder barrières. De ecologische structuur van Amsterdam verbindt de groene gebieden met elkaar en vergroot daarmee het leefgebied. De ecologische structuur betreft een netwerk van zowel grote als kleine ‘groene’ en ‘blauwe’ gebieden en maakt het verbindende groene netwerk binnen de stad en de verbinding met het omringende landschap mogelijk. Het is essentieel voor de biodiversiteit.
GROENSTRUCTUUR AMSTERDAM
5.11
MATERIALISERING
De stedenbouwkundige en landschappelijke diversiteit van Sloterdijk-Centrum komt tot uiting in een breed scala aan verschillende soorten openbare ruimten. De diversiteit mag dan hoog zijn, de samenhang wordt gewaarborgd door het toepassen van een aantal strenge algemene inrichtingsprincipes. Ambitie is een zo eenduidig mogelijke inrichting, zowel op het gebied van de verhardingsmaterialen, straatmeubilair, speciale voorzieningen als trappen en bruggen, als op het gebied van de beplanting.
30 KM/UUR STRAAT
De Puccinimethode is uitgangspunt voor de uitwerking van heel Sloterdijk-Centrum. Dit betekent als standaard voor SDC: • 30 km/straten: rijbaan in keiformaat gebakken klinkers, parkeervak in keiformaat klinkers, trottoir in 30x30 betontegels, fietsen over rijbaan • 50 km/uur straten: rijbaan in asfalt, vrijliggend fietspad in rood asfalt, parkeervak in keiformaat klinkers, trottoir in 30x30 betontegels • Autoluwe woonstraatjes: rijbaan in dikformaat klinkers, trottoir in 30x30 betontegel, fietsen over rijbaan • Hoofdfietsroutes: rood asfalt • Verlichting: hangverlichting en masten volgens puccini • Straatmeubilair: afvalbakken, bankjes, fietsnietjes en -zones volgens puccini • Sport- en spelelementen: nader te bepalen
50 KM/UUR STRAAT
De familie van straatmeubilair volgens de Puccinimethode
AUTOLUWE WOONSTRAATJES Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
27
5.12 PROFIELEN Sloterdijk-Centrum is qua openbare ruimte een zeer divers gebied. Grote pleinen worden afgewisseld met smalle woonstraatjes en intieme pocketparks, er zijn brede groene verbindingsassen (Arlandaweg, Naritaweg), er zijn meer functionele hoofdwegen (Barajasweg en Radarweg), er zijn volledig autovrije fietsroutes, groene oevers, dijkjes, etc. De meest voorkomende profielen zijn in dit POR opgenomen. Voor elk profiel is de hoofdopzet aangegeven. De verdere uitwerking volgt, afhankelijk van de fasering van het gebied. Voor de straten die al in de eerste fase (tot en met 2025) zullen worden aangepakt, zijn alvast meer gedetailleerde profielen getekend. Ook deze zullen nog nader worden uitgewerkt.
TYPOLOGIE OPENBARE RUIMTE
De centrale uitgangspunten achter de opzet van de nieuwe profielen: • Een vrije loopruimte op de trottoirs van minimaal 3 m. • Waar mogelijk de toepassing van raingardens • Afhankelijk van de situering in het systeem een beplanting van Brettengroen, Sloterdijks stadsgroen of een speciale inrichting (Orlyplein, Carrascoplein) • Voldoende ruimte voor alle huidige en nog nieuw te plaatsen kabels en leidingen in de ondergrond • Daar waar relevant een voorzieningen strook van 2 meter breed ten behoeve van alle te plaatsen ondergrondse vuilcontainers, fietsparkeerplekken, verlichtingsmasten en/of bomen.
PROFIELEN A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X
Hadenastraat ‘Tuinen van Bret’ Doodlopende straatjes La Guardiaweg Hatostraat Radarweg Noord Radarweg Midden (uitgewerkt op pag. 30) Tussenweg ten noorden van N-kavel Barajasweg Midden (uitgewerkt op pag. 31) autovrije ontsluiting tussenstraat Naritaweg / Barajasplantsoen Naritaweg Barajasweg Noord (uitgewerkt op pag. 32) Naritaweg (watercompensatie) Arlandaweg (uitgewerkt op pag. 33) Oever Haarlemmertrekvaart (uitgewerkt op pag. 35) Kimpoweg Kingsfordweg (uitgewerkt op pag. 34) Teleportboulevard (uitgewerkt op pag. 35) Changiweg Zijstraatjes Naritaweg Barajasweg Zuid (uitgewerkt op pag. 36) Plesostraat Oost-West (uitgewerkt op pag. 37) Plesostraat Noord-Zuid
28
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
INDICATIE PROFIELEN
profiel A Hadenastraat
profiel C Doodlopende straatjes
profiel B ‘Tuinen van Bret’
profiel E Hatostraat
profiel J autovrije ontsluiting
profiel Q Kimpoweg
profiel D La Guardiaweg
profiel F Radarweg Noord
profiel K tussenstr. Naritaweg / Barajasplantsoen
profiel T Changiweg
profiel L Naritaweg
profiel H Tussenweg langs N-kavel
profiel N Naritaweg (watercompensatie)
profiel X Plesostraat noord-zuid Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
29
PROFIEL G RADARWEG MIDDEN
30
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
PROFIEL I
BARAJASWEG MIDDEN
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
31
PROFIEL M BARAJASWEG NOORD
32
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
PROFIEL O ARLANDAWEG
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
33
PROFIEL R KINGSFORDWEG
34
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
PROFIEL P OEVER HAARLEMMERTREKVAART
PROFIEL S TELEPORTBOULEVARD
Definitief ontwerp Australiehavenweg - Sloterdijk |||
35
PROFIEL V BARAJASWEG ZUID
36
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
PROFIEL W PLESOSTRAAT OOST-WEST
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
37
5.13
KUNST IN OPENBARE RUIMTE
In de omslag naar een hoogstedelijk gebied speelt het toevoegen van kunst en cultuur ook een belangrijke rol. Kunst- en cultuurinitiatieven zijn als identiteitsdragers van grote waarde voor het leefklimaat in een gebied. De afgelopen jaren is hier stevig op ingezet, onder andere door de realisatie van kunst in de openbare ruimte, de Cultuurtafel, door het organiseren van performances/voorstellingen en tijdelijke initiatieven. Het toenemende aantal bewoners en bezoekers in Sloterdijk-Centrum biedt kansen voor het versterken van kunst en cultuur in het hele gebied. Beeldende kunst kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van onze openbare ruimte. Beeldende kunst heeft het in zich om mensen te verrassen, ontroeren, betoveren of soms te confronteren of zelfs te schokken. De verschijningsvormen kunnen heel divers zijn, van groots en meeslepend tot vluchtig en subtiel. De manier waarop gebruikers van de openbare ruimte kunst in de openbare ruimte ervaren verandert. Daar waar mensen lange tijd vooral toeschouwer waren van kunst, zijn ze nu soms ook deelnemer, of zelfs maker en/of eigenaar. Daar sluiten we in Sloterdijk-Centrum op aan. De ambitie met betrekking tot beeldende kunst is om diepere betekenis te geven aan de openbare ruimte in Sloterdijk-Centrum, in alle fasen van de ontwikkeling.
De gebouwde omgeving van Sloterdijk-Centrum zal de komende jaren sterk veranderen, en in samenhang daarmee ook de openbare ruimte. Verwachting is dat dit gefaseerd zal gebeuren. Dit biedt ruimte om delen van de openbare ruimte ook tijdelijk in te richten. De vorm waarin de beeldende kunst tot uiting komt ligt niet op voorhand vast. We willen voorkomen dat beelden-
38
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
de kunst statisch wordt en daardoor mogelijk betekenisloos. De kracht wordt juist gezocht in de dynamiek van de veranderingen. Doel is de uitingen van beeldende kunst te laten mee ontwikkelen en mee veranderen. Nieuwe uitingen die opnieuw inspireren. Niet alle kunst hoeft dus van blijvende aard te zijn en een vaste plek in de openbare ruimte te krijgen. Juist tijdelijke kunstuitingen, in de breedste zin van het woord, op steeds veranderende plekken in de openbare ruimte en passend bij het moment dragen bij aan het doel om mensen steeds weer te prikkelen. Zo kan een openbare plek die tijdelijk is ingericht in afwachting van een definitieve ontwikkeling bijvoorbeeld worden ingezet voor een beeldend kunstproject en op deze manier hier meer betekenis aan geven. Vanuit deze ambitie is in 2019 gestart met het project PlayStation-Sloterdijk. Dit project onderzoekt ”via beeldende kunst de toekomst van Sloterdijk als nieuw stedelijk gebied door middel van experiment, speculatie en verbeelding”. Daarbij wordt de mens meer deelnemer dan toeschouwer. De gemeente streeft ook naar het verder betrekken van vastgoedeigenaren en erfpachters in het gebied. Zij worden zoveel mogelijk betrokken bij het initieren van beeldende kunst in de openbare ruimte en op openbaar toegankelijk maar uitgegeven terrein.
Het kunstproject Play-Station Sloterdijk is een goed voorbeeld van gezamenlijk opdrachtgeverschap en –financiering van beeldende kunst in het gebied.
5.14
CULTUURHISTORIE
Ook in Sloterdijk-Centrum speelt de geschiedenis een rol. Het herkenbaar houden en/of weer herkenbaar maken van de cultuurhistorisch waardevolle Haarlemmertrekvaart, de oude spoorlijn Amsterdam-Haarlem en de Spaarndammerdijk is een belangrijke ambitie. Dit zijn stuk voor stuk eeuwenoude structuren die aan de basis hebben gestaan van de ontwikkeling van het gebied. Inzet is deze historisch/landschappelijke elementen over de hele lengte van de Brettenscheg meer zichtbaar en beter beleefbaar te maken. De Spaarndammerdijk uit de eerste helft van de 13e eeuw liep van de Amstel tot aan het Spaarne, en beschermde de droogleggingen ten zuiden ervan tegen het woeste IJ aan de noordkant. De dijk zelf is in Sloterdijk-Centrum sinds de ontwikkeling van Teleport Sloterdijk niet meer zichtbaar. Maar zowel aan de westkant als aan de oostkant is de oude dijk nog volop aanwezig, en onder meer in gebruik als fiets- en wandelroute. Binnen Sloterdijk-Centrum zou het voormalige tracee van de dijk op een ludieke wijze terug gebracht kunnen worden. Te denken valt aan een kunstroute, een speciale verlichtingslijn, etc. De Haarlemmertrekvaart dateert al uit het midden van de 17e eeuw. In een tijd dat vervoer over de weg nog heel beperkt was, was dit de belangrijkste verbindingsroute tussen Haarlem en Amsterdam.
Inzet is de continuiteit van vaart en oever over de volle lengte zoveel mogelijk te benadrukken/te herstellen, en daarnaast deze aantrekkelijke lijn zo goed mogelijk te benutten. Hier liggen kansen voor zowel het verhogen van de ecologische als de recreatieve betekenis. De oudste spoorlijn van Nederland, de lijn tussen Haarlem en Amsterdam, werd in in 1839 geopend. Inmiddels loopt het spoor over een verlegd tracee dwars door het gebied. Maar oorspronkelijk liep de lijn vlak langs de Haarlemmertrekvaart. Hier zijn op vele plaatsen langs de noordelijke oever van de vaart nog overblijfselen van terug te vinden. Oude bielzen, bruggetjes over waterlopen, een wat verhoogde spoordijk. In Sloterdijk-Centrum is er van het oude tracee niets meer te zien. Maar het zou mooi zijn om deze lijn ook hier weer waar mogelijk zichtbaar/beleefbaar te maken.
Historische kaart uit 1746
Oude spoorbrug langs oever
Rijksmonument spoorbrug Halfweg
Haarlemmertrekvaart
Spaarndammerdijk in dorp Sloterdijk
CULTUURHISTORIE
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
39
6 BEHEER, FASERING, PARTICIPATIE BEHEER
De basis voor een goed beheer is een openbare ruimte die voldoende schoon, heel en veilig te houden is. Elk inrichtingsplan vraagt een beheerbewust ontwerp om te komen tot een haalbare beheerinspanning en goede toegankelijkheid. De beheerbaarheid van de inrichting is een belangrijk toetsingscriterium voor een ontwerp. We blijven daarom binnen de kaders van Puccini. Kwaliteitsniveaus onderhoud en beheer Voor de openbare ruimte geldt het standaard beheerniveau ‘B’. Voor verblijfsplekken waar ontmoeten, spelen en groenbeleving zijn verbijzonderd zou het mooi zijn om in de toekomst een onderhoudsniveau ‘A’ na te streven. Een en ander afhankelijk van het toekomstige stadsbrede onderhoudsbudget. Een extra kwaliteitsimpuls voor deze plekken, beperkt in oppervlakte, geven verloedering of vandalisme minder kansen. Maaiveld Het groen in SDC is behoorlijk monotoon, heeft nu nog vooral een esthetische functie. Het bestaat, het Orlyplein en het Carrasoplein uitgezonderd, hoofdzakelijk uit grasstroken en enkelvoudige bomenlanen. In de toekomst zal het groen veel meer betekenissen krijgen. Ecologie wordt belangrijker, klimaatadaptatie, meer bewegen, aangenaam verblijven.
Het beheer en onderhoud zal daarom in de toekomst meer dan nu gericht moeten zijn op: • Regenwaterbeheersing (de regentuinen) • Vergroting biodiversiteit • Verbeteren waterkwaliteit en windklimaat Voor de voorgestelde vaste planten combinaties, bollen en zadenmengsels is het uitgangspunt om zoveel mogelijk soorten toe te passen die zichzelf op termijn reguleren. Daarnaast moeten ze goed passen bij de kenmerkende groeiomstandigheden ter plekke, en moeten ze tegen een stootje kunnen. Intensief onderhoud en continue herplant wordt hiermee vermeden. Het wat wildere en natuurlijke Brettengroen wordt standaard beheerextensief aangelegd. Daartoe wordt overal een ongeveer 30 cm. dikke laag schrale, kalkrijke grond aangebracht, met als consequentie dat de ingezaaide kruiden minder snel zullen gaan groeien en woekeren. Voor de meeste groenstroken is een keer per jaar maaien en afvoeren van het maaisel dan voldoende. Het meer traditionele Sloterdijk-Centrum stadsgroen zal een wat intensiever onderhoud vragen. De toegepaste bomen vragen om een minimaal onder40
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
houd. Hier zal het vooral gaan om opsnoeien en tegengaan van takbreuk. Op een aantal bijzondere plekken binnen het gebied is een intensiever beheer nodig, denk aan het Orlyplein, het Carrascoplein en de verschillende pocketparks. Zelfbeheer De vraag naar moestuinen en zelfbeheer en groen is groeiend. Zelfbeheer draagt bij aan de eigen ontwikkeling van eigen identiteit en buurt. Het streven binnen Sloterdijk-Centrum is daarom om meer ruimte te bieden aan co-productie en zelfbeheer. Daar waar mogelijk zullen locaties welke in aanmerking komen voor zelfbeheer in een zo vroeg mogelijk stadium worden aangewezen. Geveltuinen In Sloterdijk-Centrum wordt net als in de rest van de stad de bewoners de mogelijkheid geboden een geveltuin aan te leggen. Bij voorkeur zal een dergelijke voorziening op collectieve basis worden aangeboden die door de betreffende VVE zal worden beheerd. De maximale diepte van een geveltuin is 45 cm. De geveltuin mag daarnaast maximaal zo breed zijn als de woning zelf. De doorloopruimte op de stoep moet minimaal 1,50 meter zijn na aanleg van de geveltuin.
Zelfbeheer
Overgang prive-openbaar Daar waar prive-buitenruimten grenzen aan het openbaar areaal zal op een of andere manier deze overgang letterlijk vorm moeten worden gegeven. Te denken valt aan een extra bandje ter plekke, een materiaalovergang, eventueel een serie paaltjes in lijnopstelling. Zo zal er geen onduidelijkheid kunnen ontstaan wie welk deel van de buitenruimte dient te onderhouden, en waar de verantwoordelijkheid ligt.
Bewonersparticipatie
FASERING
Bij de fasering is er een onderscheid gemaakt in de projecten die op relatief korte termijn (t/m 2025) zullen worden gerealiseerd, en projecten die pas in der periode daarna aan bod gaan komen. Aan de meeste van de projecten in de 1e fase wordt nu al getekend. Sommige zijn al in een DO stadium, andere zijn nog niet veel verder dan een schetsontwerp. Er is nog een aantal stevige vraagtekens in de planning tot 2040. Doordat twee derde van de woningbouwopgave van transformaties moet komen, hebben we weinig grip op de planning van de bouwprojecten. De huidige en toekomstige praktijk zal zijn dat er geen aaneengesloten deelgebieden tegelijkertijd worden ontwikkeld. Dat vergt, mede vanuit kostenbeheersing, een aanpak waarbij de openbare ruimte volgt op de oplevering van bouwplannen. Ook zal worden overwogen of het wenselijk is om delen van de openbare ruimte, zoals de Arlandaweg, eerder aan te leggen om de kwaliteit te laten zien waar we voor staan in Sloterdijk-Centrum. Zoals dat ook bij het Orlyplein is gedaan.
PARTICIPATIE
Bij de meeste maaiveldontwerpen in het gebied wordt nu al intensief samengewerkt met alle betrokken partijen (waaronder eigenaren en huurders). Daar waar mogelijk worden ook de (toekomstige) bewoners bij de uitwerking van de ontwerpen betrokken. Bij sommige projecten is hier maar weinig ruimte voor (de vormgeving van de hoofdinfrastructuur bijvoorbeeld) maar bij andere projecten liggen hier duidelijk kansen. Dit geldt met name voor de pocketparks, mogelijke tijdelijke inrichtingen, en de toekomstige speelplekken in het gebied.
Op de wat langere termijn zorgt de transformatie van station Sloterdijk en omgeving voor de nodige onzekerheid in de fasering. Er wordt al geruime tijd gepraat over een verdere uitbreiding van het station, al dan niet inclusief een extra nieuw 2e maaiveld boven de sporen aan de oostkant. Voorlopig is er nog geen duidelijkheid. Als dit project serieus van start gaat zal het veel invloed hebben op de vormgeving en het functioneren van heel de openbare ruimte in het gebied. Daarnaast is ook de verdere transformatie van het Piarcoplein iets wat al een tijd boven de markt hangt, maar nog geen concrete uitgangspunten heeft opgeleverd. Ook hier wordt nagedacht over een eventueel tweede maaiveld, in combinatie met allemaal extra voorzieningen op het gebied van mobiliteit (mogelijk extra HOV station, een uitbreiding of juist verplaatsing van het huidige transferium, etc.) Ook de verwachtte transformatie van de Basisweg, formeel geen onderdeel van het studiegebied maar wel heel relevant voor het functioneren van SDC, is nog onduidelijk. Er wordt gesproken over het aan de noordkant van het profiel graven van een nieuwe waterloop, het toevoegen van extra HOV lijnen, het optimaliseren van de doorstroom van het verkeer, en tegelijkertijd het verbeteren van de oversteekbaarheid voor voetgangers en fietsers.
FASERING
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
41
BIJLAGEN BIJLAGE A – HET NIEUWE STADSGROEN VAN SLOTERDIJK CENTRUM Groen speelt een hoofdrol in de openbare ruimte van de toekomst. Dit geldt nog eens extra voor Sloterdijk-Centrum. De ligging midden in de Brettenscheg biedt de bewoners van SDC zowel stadsparken als ruige natuurgebieden op korte afstand.
verschijningsvormen het microklimaat op straat (verbeteren windklimaat, tegengaan urban-heat island effect), en verbetert het de lucht- en waterkwaliteit in het gebied.
Natuurlijke systeem als basis
Basisprincipe
Basisprincipe voor de beplanting in Sloterdijk-Centrum is het contrast tussen het nieuwe Brettengroen in de belangrijkste oost-west gerichte assen, en een meer traditioneel Stadsgroen in de rest van het gebied. Het Brettengroen verzekert de aansluiting en de inbedding van Sloterdijk-Centrum in de Brettenscheg als geheel. Het assortiment is gebaseerd op de meest voorkomende soorten in de Brettenscheg. Het wordt gekenmerkt door een interessante mengeling van hoofdzakelijk inheemse pionierssoorten. In de rest van het gebied wordt gebruik gemaakt van een meer stedelijk assortiment, in lijn met de huidige beplanting in SDC. Centraal uitgangspunt bij het toepassen van het groen in Sloterdijk-Centrum is dat elke lijn en plek in het gebied een eigen identiteit, een eigen sfeer krijgt. Dat geldt ook voor de plekken waar het Brettengroen wordt ingezet. Ook hier zal per situatie moeten worden ontworpen aan slimme en unieke combinaties van soorten. Elke plek is weer anders qua bodemgesteldheid, hoogteligging, omliggende bebouwing, positie in het raamwerk, etc. Diversiteit in de uitwer42
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
king van de openbare ruimte, contrasten tussen drukke gebieden en meer rustige plekken, doorgaande lijnen of stille woonstraatjes, kunnen met beplanting extra worden aangezet. Dit maakt het gebied interessant, aantrekkelijk en afleesbaar. 100 % inheems is ook voor het Brettengroen geen heilige randvoorwaarde. Als het goed uitkomt, ter accentuering van een bijzondere plek bijvoorbeeld, kan er ook binnen dit assortiment sporadisch gebruik worden gemaakt van meer uitheemse soorten. Op het moment staan er ruim 500 bomen in SloterdijkCentrum. Uiteindelijk, als de hele transformatie is afgerond, zijn er in totaal ongeveer 400 bomen extra bijgeplant. Bijna een verdubbeling van het huidige aantal.
Klimaat
Het groen in stedelijk gebied kan een stevige bijdrage leveren aan het beperken van de negatieve effecten van klimaatverandering. Groen wordt in Sloterdijk-Centrum ingezet om op natuurlijke wijze het regenwaterbeheer makkelijker te maken. Daarnaast verbetert groen in al zijn
Het toepassen van het nieuwe Brettengroen staat hierbij centraal. En daarnaast is het belangrijk zoveel mogelijk over plan- en eigendomsgrenzen heen te kijken. Alleen zo zal er een volwaardiger stedelijk ecosysteem ontstaan.
Natuurlijke systemen zijn in staat om zichzelf aan te passen aan klimaatverandering. De specifieke eigenschappen van de verschillende biotopen binnen Sloterdijk-Centrum kunnen beter worden benut. Met het voorgestelde groenconcept, gebaseerd op de werking van het natuurlijk systeem, zullen de schadelijke effecten van toenemende hitte en hoosbuien worden beperkt, en neemt de ecologische betekenis van het groen in het gebied toe.
Eetbaar groen
Leefomgeving
Meer ruimte voor de eigen inbreng van de toekomstige bewoners en gebruikers van het gebied is een van de centrale uitgangspunten binnen dit POR. Zo wordt het nieuwe pocketpark op het O-kavel samen met de bewoners ontworpen. Maar ook op een kleiner schaalniveau is er ruimte voor eigen inbreng. Te denken valt onder andere aan de toepassing van geveltuinen. Algemeen beleid in Amsterdam is dat de keuze van de beplanting in de geveltuin in principe vrij is. Maar er mogen hier geen bomen of invasieve exoten worden toegepast.
De stedelijke openbare ruimte van Sloterdijk-Centrum is in het verleden ingericht als een puur functioneel werkgebied waarbij de auto voorop stond. Met de komst van een groot aantal nieuwe bewoners verschuift de opgave naar meer kwaliteit in de openbare ruimte. De stenige, onherbergzame straten zullen gefaseerd heringericht worden in de richting van een veel aantrekkelijker, groen verblijfsklimaat. In een groene omgeving is het verblijven, sporten en spelen in de buitenruimte veel aangenamer. Attractief, gezond groen is hierbij van cruciaal belang.
Biodiversiteit
Kenmerkend aan de Brettenscheg is de samenstelling uit deelgebieden met allerlei verschillende functies, biotopen en waterhuishoudkundige situaties. Het is een gevarieerd, gemêleerd groen mozaïek van stadsparken, nutstuinen, sportgebieden en ruige stadsnatuur. Sloterdijk-Centrum is de enige stenige, dichtbebouwde enclave in de scheg. In het gebied is natuur-inclusief bouwen inmiddels uitgangspunt. Dat biedt de kans om de ontwikkeling van een stedelijk ecosysteem op gang te brengen die een structurele bijdrage levert aan het verhogen van de biodiversiteit in de hele Brettenzone.
Meer eetbaar groen in de openbare ruimte is een van de ambities van Amsterdam, vastgelegd in de Voedselstrategie. In Sloterdijk-Centrum wordt hier vorm aan gegeven door de veelvuldige toepassing van een aantal aantrekkelijke, zo veel mogelijk inheemse soorten als duindoorn, hazelnoot, vlier, wilde roos en tamme kastanje.
Participatie
Ondergrondse voorzieningen
Voor zowel bestaande bomen als nieuw te planten bomen wordt uitgegaan van een ingrijpende verbetering van de boomgroeiplaats. Dit komt voor nieuwe bomen in verharding neer op het aanbrengen van minimaal 25 m3 bomengrond per boom, voor bomen in groenstroken minimaal 10 m3 (de groenstrook zelf biedt al extra groeiruimte voor deze bomen), en voor bestaande bomen voor zover mogelijk (afhankelijk van de ligging van kabels en leidingen bijvoorbeeld) ook een extra 10 m3 bomengrond. Zo zullen de bomen in de toekomst veel beter gaan groeien dan in de huidige situatie, en zal er minder sprake zijn van wortelopdruk.
Brettengroen versus Sloterdijks Stadsgroen
Het Brettengroen assortiment bestaat uit een samenstelling van soorten die nu al grotendeels voorkomen in de rest van de Brettenscheg. Hoofdsoorten bomen en struiken: Zwarte els (Alnus glutinosa) Zwarte berk (Betula nigra) Zachte berk (Betula pubescens) Meidoorn (Crataegus, div. soorten) Grauwe abeel (Populus x canescens) Zomereik (Quercus robur) Nb: bij de zomereik moet i.v.m. de eikenprocessierups altijd rekening worden gehouden met een minimale afstand tot fietspaden en wandelroutes van 10 m. Aan te vullen met: Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Hazelaar (Corylus avellana) Veldesdoorn (Acer campestre) Krenteboompje ( Amelanchier lamarcki) Gewone vogelkers (Prunus padus) Kornoelje (Cornus mas/asperifolia) Duindoorn (Hippophae rhamnoides) Vlier (Sambucus nigra) Wilde rozen (Rosa rugosa bv)
Kruidlaag De kruidlaag is zowel vanuit natuurinclusief oogpunt als vanuit de belevingswaarde een belangrijk onderdeel van het assortiment voor Sloterdijk-Centrum. Naast diverse bloeiende grasmengsels (zie ook het nieuwe Puccini groen) valt binnen het gebied te denken aan de toepassing van: In de lagere delen en langs de zones bij de watergangen: bolgewassen als het zomerklokje en kievietsbloem. Daarnaast bosanemoon, winterakoniet, gewoon sneeuwklokje en voorjaarshelmbloem. Langs de watergangen kattenstaart, gele lis, poelruit, valeriaan, grote wederik, watermunt, moerasspirea. In de nattere grasland delen is plaats voor echte koekoeksbloem, grote ratelaar, bevertjes, pinksterbloem en Brunel. Qua bollen valt op het middenhoge maaiveld te denken aan meer uitheemse/stinsen soorten zoals diverse soorten krokussen. Op schaduwrijke plaatsen hier ook bosanemoon, winterakoniet, gewoon sneeuwklokje en voorjaarshelmbloem. Op de midden bloeiende graslandstroken kan erg veel groeien, bijvoorbeeld margriet, veldsalie, gewoon duizendblad, gewone rolklaver. In de hoger gelegen delen is ruimte voor wilde marjolein, geel walstro, steenanjer en wondklaver.
boomsoorten Sloterdijks stadsgroen
BESTAANDE BOMEN PER SOORT
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
43
Het Sloterdijks Stadsgroen bestaat uit meer traditioneel stedelijke soorten, niet per se inheems. Het zoveel mogelijk handhaven van de bestaande bomen is uitgangspunt. Hoofdsoorten bij de nieuwe ontwikkelingen (in de woonstraatjes en de pocketparks) zijn de Robinea pseudoacacia en de Valse Christusdoorn.
Drie niveaus
Bij de sortimentskeuze is het onder andere van belang om expliciet uit te gaan van de verschillen in groeiplaats en met name het aanbod aan water. In Sloterdijk-Centrum wordt hierop allereerst ingespeeld door onderscheidende beplantingsconcepten op basis van de waterhuishoudkundige niveaus. Door expliciet van deze drie situaties uit te gaan wordt ingezet op een robuust en sterk sortiment. Door de klimaatveranderingen krijgen we te maken met grotere extremen in hitte, droogte, wateroverlast en wind. Het nieuwe groenassortiment voor Sloterdijk-Centrum is opgebouwd uit een drietal plantprincipes op basis van de waterhuishoudkundige situatie. In het gebied zijn op hoofdlijn drie niveau ‘s te onderscheiden in vochtigheidsgraad en wateraanbod: • Het hoogste niveau aan Radarweg, Orlyplein, Teleportboulevard en de Radarweg • Het midden niveau van o.a. Kastrupstraat, Barajasweg, Arlandaweg en Kingsfordweg • Het laagste niveau van de Haarlemmervaart en het water rondom Spieringhorn Er zijn accentverschillen in de ambities. Bij het lage en natte niveau is de ambitie vooral om de natuurwaarde en de recreatieve waarde verder te ontwikkelen. Bij het middelste en hoogste niveau heeft de ontwikkeling van de klimaatfunctie en de belevingsaspecten van het groen de hoofdrol. Om de verschillen in deze drie gebieden te verduidelijken zijn er per niveau een aantal globale plantprincipes uitgewerkt.
44
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
Principes ‘laag en nat’
Het lage maaiveld is te vinden langs de watergangen. Het water van Sloterdijk-Centrum ligt aan de randen van het gebied: de Haarlemmertrekvaart en het water rondom Spieringhorn. De Haarlemmertrekvaart is de ‘blauwe lijn’ die de Brettenscheg aan de zuidzijde begrenst. Het Brettenpad ontsluit de noordelijke oever over een grote lengte. Ter hoogte van Sloterdijk-Centrum is de oever nu wel erg sober ingericht, en wordt hij maar matig onderhouden. Hier is een kwaliteitsimpuls nodig om zowel de natuurwaarde als de recreatieve waarde te verhogen. Ook bij de oevers rondom Spieringhorn is het doel een kwaliteitsimpuls te geven. Doel is om de soortenrijkdom van de beplanting te vergroten waarmee niet alleen de ecologische maar ook de recreatieve betekenis toeneemt. De oevers zijn interessant vanwege de plas-dras situaties. Inzet is om hier een natuurlijk vegetatietype te ontwikkelen, dat tegelijkertijd een zuiverende functie heeft. Algemene uitgangspunten voor de oevers en watergangen in Sloterdijk-Centrum zijn daarmee: • inzetten op doorgaande natuurvriendelijke oevers. • noord-oevers (aan de zonzijde) ecologisch beheren. • de beleving van het water en de ecologisch waardevolle beplanting zijn de belangrijkste recreatieve waarden hier. Dit in contrast met de veel stedelijker pocketparks en spoorstroken in hoogstedelijke setting.
HOOGTELIGGING
Principes middenmaaiveld
De maaiveldhoogte is op het middelste niveau: ca. +1.00 m NAP. / + 1.40 m. NAP. Op dit maaiveldniveau verzamelt zich in principe het regenwater dat van de hogere delen afstroomt. Met dit extra aanbod aan water is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk groenstroken in deze zone regentuinen worden om de opvangcapaciteit ter plekke structureel te vergroten. De boombeplantingen op dit niveau hebben het grondwater tot hun beschikking. De regentuinstroken worden in principe geïrrigeerd door natuurlijke regenval en bevinden zich op minimaal 3 meter afstand van de bebouwing. De groenstroken worden beplant met attractieve mengsels van bomen, heesters, vaste planten en bollen/knollen die passen binnen het systeem van Brettengroen versus Sloterdijks stadsgroen.
Principes hoger en droger
De maaiveldhoogte is op het hoogste niveau ca. +6.5 m. NAP. Tot het hoge midden maaiveldniveau worden ook plekken zoals de Pocketparks (ca. +2.0 m./+2.75m. NAP) en de Teleportboulevard (ca. 4.5 m. NAP) gerekend. Voor deze situaties geldt dat het grondwater dieper ligt en dat het bodemvolume (diepte) benut moet worden voor de groeiplaatsinrichtingen. Dit betekent ook dat regenwateropvang in de groenstroken hier optimaal gericht kan worden op infiltratie. De uitgangspunten voor de beplantingen zijn hier grotendeels gelijk aan die van het ‘middenmaaiveld’.
BIJLAGE B - PARKEERBALANS
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
45
Huidig auto-parkeren op straat
46
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
Huidig fiets-parkeren op straat
Huidig scooter-parkeren op straat
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum
47
PLAN OPENBARE RUIMTE
SLOTERDIJK CENTRUM
48
Plan Openbare Ruimte / Sloterdijk-Centrum