- 05 Grondzaken (31) 2. Bijlagenboek Visie Sloterdijk-Centrum 2040
Tekst van het document
16
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
1.3
Versie definitief 8 januari 2020
Invoer, berekeningen en output
De invoergegevens van VMA voor Amsterdam zijn afkomstig van Verkeer & Openbare Ruimte en wat betreft socio- economische gegevens van de Dienst Ruimte & Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam. De invoergegevens van het buitengebied alsmede de kostenparameters zijn afkomstig van Rijkswaterstaat en sluiten aan bij het NRM-20122 en VENOM. Het model wordt in principe elke twee jaar bijgewerkt met de meest recente invoer, en daarnaast elke vier jaar opnieuw gekalibreerd (volledig herijkt). In 2015 is de invoer van het model opgesteld. Hiermee is VMA 2015 tot stand gekomen, dit is de vigerende versie van het model. VMA 2015 is gekalibreerd3 op het basisjaar 2010. Met het model kunnen uitspraken worden gedaan voor de prognosejaren 2015, 2020, 2025 en 2030. VMA maakt berekeningen voor de ochtendspits (7:00 – 9:00 uur), de avondspits (periode 16.0018.00 uur) en de restdag (alle tussenliggende periodes) van een gemiddelde werkdag. Middels omrekenfactoren kunnen uitspraken worden gedaan voor de dag-, avond- en nachtperiode van een gemiddelde weekdag, ten behoeve van lucht- en geluidsberekeningen. Bij de berekeningen met VMA wordt rekening gehouden met de capaciteit van wegen en OVverbindingen. Zowel de verkeersvraag (per vervoerwijze) als de gekozen routes zijn hiervan afhankelijk.
Voor de toekomstige situatie geldt dat de invloed van diverse soorten ontwikkelingen en beleid kwantitatief in beeld kunnen worden gebracht, zowel gezamenlijk als afzonderlijk. Enkele voorbeelden hiervan zijn: • autonome ontwikkelingen, zoals de effecten van groei van inwoners en arbeidsplaatsen op het verkeer; • mobiliteitsontwikkelingen door veranderingen in de netwerken voor auto, fiets en openbaar vervoer; • pullbeleid (sturing verkeersvraag), zoals wijzigingen in het aanbod van trein en metro, reistijd en reissnelheid; • pushbeleid (sturing verkeersaanbod), zoals wijzigingen in de reiskosten, rekeningrijden, betaald parkeren en locatiebeleid. VMA kan een grote hoeveelheid informatie genereren. Hieronder valt naast informatie over de wegvakbelastingen en het afwikkelingsniveau onder andere het aantal afgelegde kilometers en gereisde uren, zitplaatsaanbod in het openbaar vervoer, aantal overstappen etc. Bij de auto en fiets is deze informatie uitgesplitst naar wegtype en bij het openbaar vervoer naar het soort vervoermiddel.
2
De vigerende versie van het verkeersmodel dat Rijkswaterstaat inzet voor het Rijks- en hoofdwegennet IJking van het model: op basis van de invoergegevens wordt in een bijstellingsproces gecontroleerd of het model de werkelijke verkeerssituatie in een recent historisch jaar voldoende representeert. 3
17
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
Bijlage 2 Samenvatting ‘Basisgegevens Verkeersprognoses’
De tekst uit deze bijlage is een samenvatting van de ‘Uitgangspunten Verkeersmodel Amsterdam 2.0', Onderzoek & Kennis, versie 1.0, 4 oktober 2016
2.1
Inleiding
De toekomst is moeilijk te voorspellen. Voor het maken van verkeersprognoses voor de toekomst worden daarom een aantal aannames gedaan. Deze aannames zijn uitgebreid beschreven in het document Basisgegevens Verkeersprognoses. Hier zijn de belangrijkste uitgangspunten samengevat. Voor de jaren 2015, 2020, 2025 en 2030 zijn de uitgangspunten opnieuw opgesteld. 2015 is een jaar dat inmiddels in het verleden ligt, maar voor bijvoorbeeld bestemmingsplannen nog nodig is (om interpolatie voor jaren tot 2020 mogelijk te maken). De gegevens van het jaar 2015 zijn gebaseerd op werkelijke data, de toekomstige jaren zijn zo realistisch mogelijke inschattingen. Deze worden het trendscenario ‘Amsterdam Realistisch’ (AR) genoemd. Voor de jaren 2025 en 2030 zijn naast het trendscenario AR tevens een scenario Hoog en een scenario Laag opgesteld. De totale aantallen sociaal-economische gegevens in de gemeente Amsterdam sluiten in deze scenario’s qua aan op de totalen uit de referentiescenario’s ‘Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving’ (WLO) 20154 zoals opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB). Ook de verkeersmodellen van Rijkswaterstaat (NRM West) en van de Metropoolregio Amsterdam (VENOM) sluiten daarop aan.
2.2
Infrastructuur
Onder infrastructurele ontwikkelingen worden plannen verstaan voor nieuwe wegen en verbindingen, wijzigingen in de capaciteit van wegen of kruispunten en afsluiting van (delen van) wegen. Omdat het verkeersmodel het jaar 2010 als basis heeft, horen reeds uitgevoerde wegaanpassingen uit de periode 2011-2016 ook bij de infrastructurele ontwikkelingen die in het verkeersmodel verwerkt moeten worden. Tussen 2010 en 2030 vinden er diverse infrastructurele ontwikkelingen plaats in het netwerk van het openbaar vervoer en het netwerk van de auto. Zo veranderen er bijvoorbeeld dienstregelingen 4
De WLO 2015 is de opvolger van de WLO 2006. VMA 1.0 ging nog uit van de WLO 2006, omdat ten tijde van de ontwikkeling van het VMA de WLO 2015 nog niet was verschenen.
18
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
en komen er nieuwe wegverbindingen bij. Enkele belangrijke ontwikkelingen worden hier toegelicht. Een volledige opsomming van alle infrastructurele wijzigingen is te vinden in Basisgegevens Verkeersprognoses. 2.2.1
Autonetwerk
Tussen 2010 en 2015 worden de Westrandweg en de tweede Coentunnel aangelegd. De Westrandweg verbindt knooppunt Raasdorp met de A10 ten zuiden van de Coentunnel. In 2020 is in de binnenstad een ‘knip’ in de Prins Hendrikkade gerealiseerd, waardoor het doorgaand verkeer dat eerder voor het Centraal Station langs reed, vanaf deze periode over de De Ruyterkade wordt geleid. Andere belangrijke aanpassingen zijn de maatregelen rond de Munt, de Spaarndammertunnel en de Amstelstroomlaan tussen de A2 en de Spaklerweg.
2.2.2
Openbaar vervoernetwerk
Voor 2030 wordt uitgegaan van het eindbeeld van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). De Noord/Zuidlijn is gerealiseerd en de Amstelveenlijn verlengd naar Uithoorn. De IJtram is verlengd tot Strandeiland en de Zuidtangent naar Buiteneiland. In het bus- en tramnet hebben diverse wijzigingen t.o.v. dat van 2015 als gevolg van de ingebruikname van de Noord-Zuidlijn.
2.3
Sociaal-economische kenmerken en kostenontwikkeling
De inschatting van de mobiliteit in de toekomst wordt gebaseerd op ontwikkelingen in sociaaleconomische gegevens en een aantal andere ontwikkelingen. 2.3.1
Inwoners en arbeidsplaatsen
De ontwikkeling van het aantal inwoners en het aantal arbeidsplaatsen in Amsterdam in de periode 2010-2030 wordt in onderstaande tabellen weergegeven. Tabel 1 Aantal inwoners voor het jaar 2010 en prognoses voor het jaar 2015, 2020, 2025 en 2030 in de gemeente Amsterdam (Amsterdams Trendscenario) stadsdeel
2010
2015
2020
2025
2030
Centrum
83.000
86.000
88.000
88.000
86.000
Westpoort
0
0
1.000
4.000
5.000
West
133.000
142.000
150.000
153.000
153.000
Nieuw-West
138.000
149.000
156.000
157.000
157.000
Zuid
134.000
142.000
149.000
153.000
152.000
Oost
120.000
131.000
142.000
147.000
151.000
Noord
87.000
93.000
97.000
107.000
112.000
Zuidoost
82.000
85.000
88.000
94.000
94.000
totaal Amsterdam
776.000
828.000
871.000
903.000
910.000
Bron: Ruimte en Duurzaamheid
19
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
Tabel 2 Aantal arbeidsplaatsen voor het jaar 2010 en prognoses voor het jaar 2015, 2020, 2025 en 2030 in de gemeente Amsterdam (Amsterdams Trendscenario) stadsdeel
2010
2015
2020
2025
2030
Centrum
110.000
117.000
120.000
121.000
121.000
Westpoort
48.000
48.000
49.000
50.000
51.000
West
48.000
54.000
54.000
54.000
55.000
Nieuw-West
59.000
59.000
59.000
59.000
59.000
Zuid
109.000
117.000
128.000
133.000
137.000
Oost
63.000
69.000
71.000
73.000
74.000
Noord
34.000
36.000
39.000
41.000
43.000
Zuidoost
69.000
78.000
78.000
79.000
80.000
totaal Amsterdam
540.000
578.000
598.000
610.000
620.000
Bron: Ruimte en Duurzaamheid
De groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen wordt onder andere veroorzaakt door ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden als de Zuidas, maar ook door verdichting in de bestaande stad. 2.3.2
Kostenontwikkeling
In de uitgangspunten wordt geen invoering van beprijzen van mobiliteit (kilometerheffing, rekeningrijden, Anders Betalen voor Mobiliteit) verondersteld. De kosten van het autogebruik en het reizen per openbaar vervoer wijzigen wel. Hiervoor wordt aangesloten op de ontwikkeling in het regionale verkeersmodel VENOM. De kostenontwikkelingen voor reizen per openbaar vervoer zijn in alle scenario’s gelijk: + 7% vanaf 2010 tot 2020 voor reizen per bus, tram en metro; + 3% vanaf 2010 tot 2020 voor reizen per trein. Vanaf 2020 wijzigen deze kosten niet verder. Voor de kosten in het jaar 2015 is interpolatie toegepast. De kostenontwikkeling van autogebruik is als volgt (gerekend vanaf het jaar 2010): – 5% tot 2030 in het scenario Laag; – 26% tot 2030 in het scenario Hoog. De daling van de autokosten wordt veroorzaakt door het steeds zuiniger worden van auto’s en door de overgang naar elektrisch rijden en de technologische ontwikkelingen op dat gebied. De ontwikkeling van de olieprijs is de belangrijkste factor voor het verschil tussen de scenario’s. Voor het trendscenario wordt uitgegaan van het Trendscenario 2020 van het PBL. Voor de jaren na 2020 wordt de ontwikkeling afgeleid van het scenario Hoog en Laag.
20
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
2.3.3
Versie definitief 8 januari 2020
Autobezit
Het autobezit is een belangrijke voorwaarde voor het maken van autoverplaatsingen. Van invloed op het autobezit is leeftijd, arbeidsparticipatie en bereikbaarheid van de woonplek met het openbaar vervoer, de fiets en de auto. In VMA wordt gerekend met een autobezit per zone. Het autobezit is scenarioafhankelijk en wordt door het autobezitmodel verdeeld over de zones waarbij rekening wordt gehouden met door de ontwikkeling van het inkomen, demografische kenmerken en zone-specifieke kenmerken uit het basisjaar. Daarbij wordt indirect ook rekening gehouden met het feit dat in bepaalde delen van Amsterdam het autobezit in het basisjaar wordt begrensd door de beschikbare parkeercapaciteit. Deze beperking sluit aan bij de inzichten uit het Parkeerplan. Buiten de gemeente Amsterdam wordt gebruik gemaakt van VENOM. Dit model bevat voor het jaar 2010 het aantal auto’s per zone. Richting de toekomst heeft VENOM alleen een totaalcijfer voor geheel Nederland voor de jaren 2020 en 2030. Op basis van de groei van het aantal inwoners wordt de totale groei van het aantal auto’s verdeeld over Nederland.
2.4
Beleid
De belangrijkste uitgangspunten met betrekking tot beleid hebben betrekking op parkeren. Daarbij gaat het om het locatiebeleid en over de parkeertarieven. 2.4.1
Parkeergarages
Voor parkeergarages (en terreinen) geldt dat zij zelf geen verkeer genereren. Men parkeert daar immers niet om de parkeergarage zelf te bezoeken, maar een bestemming in de omgeving. Op lokaal niveau heeft een concentratie van parkeercapaciteit wel invloed op de verkeersstromen. In het VMA zijn daarom van circa 70 grote parkeergarages de hoeveelheid in- en uitrijdend verkeer in het jaar 2010 apart gemodelleerd. Deze autoritten worden in mindering gebracht op de gemodelleerde autoritten naar de bestemming in de omgeving. Buiten de gemeente Amsterdam zijn geen parkeergegevens opgenomen.
2.4.2
Parkeertarieven
Voor parkeren wordt uitgegaan van de huidige (anno 2016) gebieden waar betaald parkeren geldt en de huidige tarieven. Het prijspeil van de toekomstige tarieven is 2016, er wordt voor de toekomst geen inflatie- of deflatiecorrectie toegepast.
21
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Bijlage 3
Versie definitief 8 januari 2020
Programma Sloterdijk Centrum
Toekomstig programma 2030 plan 2
Zone # Woningen
Commercieel m
2
Maatschappelijk m
631
470
8495
3184
632
641
3700
350
634
386
1137
779
1138
852
1139
418
1140
988
1141
2
Kantoor m
21429
2
2
Hotel m
Bedrijven m 31447
3668 6152
3500
6190
9065
248
1000
19132 1760
2325 16013
4520
5239 180599
587 23523
22
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
Bijlage 4: Verkeersregeltechnisch onderzoek Barajasbuurt Inleiding Voor het bestemmingsplan van de Barajasbuurt nabij station Sloterdijk zijn acht nabijgelegen geregelde kruispunten doorgerekend ten aanzien van de regelbaarheid. De doorrekening is gebaseerd op prognosecijfers “VMA 2030 Plan met parkeernorm”. Zowel de ochtend- als avondspits is doorgerekend. Voor de invoer is gebruik gemaakt van cijfers voor autoverkeer en vrachtverkeer. Bij de omrekening naar pae is een factor 2 aangehouden voor het vrachtverkeer (volgend uit VMA). Er is rekening gehouden met het huidige verkeersprofiel per kruispunt. Het kruispunt Haarlemmerweg – Seineweg is een uitzondering. Hier wordt op korte termijn een rijstrookindeling veranderd, deze wijziging is meegenomen in de berekening. In bijlage 5 zijn de intensiteiten van de kruispunten weergegeven. De geregelde kruispunten zijn weergeven in tabel 1 en figuur 1. De kruispuntnummers in de tabel corresponderen met de locatie op de kaart. Voor de kruispunten is de verwachte IC verhouding vanuit VMA weergegeven. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat kruispunt Naritaweg – Seineweg het verkeer makkelijk moet kunnen verwerken (lage IC verhouding) en dat de overige kruispunten tegen de grens aanzitten (0,85) of er zwaar overheen gaan (>1,0). VMA gaat uit van vaste groentijden die niet wijzigen als gevolg van de verandering in verkeersstromen.
Door op detailniveau naar de verkeersregeling te kijken is het mogelijk om de groentijden efficiënter in te delen en de verkeersregeling beter op het verkeersaanbod af te stemmen. De detailanalyse bepaald vervolgens of een kruispunt wel of niet het verkeersaanbod kan verwerken en of het de classificatie ‘regelbaar’ verdiend.
23
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
figuur 1, locatie onderzochte kruispunten
#
Locatie
krpnr
2030 plan + parkeernorm OS
AS
1
Basisweg - Seineweg
987
1,05
0,77
2
Basisweg - Radarweg
916
1,07
1,02
3
Basisweg - La Guardiaweg
981
0,97
0,58
4
Naritaweg - Seineweg
984
0,73
0,33
5
Arlandaweg - Radarweg
983
0,94
0,89
6
Haarlemmerweg - Seineweg
902
0,96
0,98
7
Haarlemmerweg - Radarweg
972
0,86
0,94
8
Haarlemmerweg - Kimpoweg
982
0,90
1,00
tabel 1, kruispunten en I/C verhoudingen bij ochtend- en avondspits
24
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
Randvoorwaarden regelbaarheid van een kruispunt Een verkeerslichtenregeling moet altijd voldoen aan de (Amsterdamse) regelkundige voorwaarden die zijn opgesteld in het ‘Afwegingskader plusnetten bij Verkeerslichtenregelingen’. Deze voorwaarden zorgen voor een basisniveau waarbij verondersteld mag worden dat het kruispunt het verkeer (robuust) kan verwerken, gebaseerd op eisen ten aanzien van doorstroming én verkeersveiligheid. De voorwaarden richten zich op wachttijd en voorkomen van blokkades. (1) Met betrekking tot gemiddelde wachttijd: a) Fiets / Voetganger: < 45 sec b) OV: < 25 sec c) Auto: geen directe voorwaarde, de gemiddelde wachttijd kan in de praktijk uitvallen tot meer dan een minuut, maar wordt wel gelimiteerd met twee indirecte voorwaarden: Verzadigingsgraad <90% - Cyclustijd maximaal 100 sec (2) Met betrekking tot het voorkomen van blokkades: Blokkades leiden tot onveilige situaties omdat er stilstaand verkeer op een wegvak aanwezig is, terwijl ander verkeer aan komt rijden. Blokkades zijn in twee types in te delen: a) Kruispuntblokkade. Als er een verhoogd risico is op een blokkade van het kruispuntvlak vanwege het ontbreken van een koppeling tussen verkeerslichten, dan is deze koppeling een vereiste en moet hij uitgevoerd worden. b) Rijstrookblokkade.
Om het risico op het blokkeren van rijstroken te verkleinen moeten opstelvakken in 95% van de spitstijd het verkeer kunnen bergen. Hiermee wordt voorkomen dat stilstaand verkeer op het ene opstelvak, de doorstroming op andere richtingen beperkt. In het algemeen is het zo, dat, bij onvoldoende opstelvaklengte de beschikbare groentijd zo veel (weinig) is, dat in meer dan 5% (de norm) van de gevallen het (vracht)autoverkeer niet in het opstelvak opgesteld kan worden. Wat dan te vaak tot blokkades leidt voor de overige richtingen. Wanneer uit doorrekening volgt dat het verkeer niet binnen de randvoorwaarden geregeld kan worden, is het kruispunt formeel ‘onregelbaar’. Het ontwerp van het kruispunt (vorm) en/of het gebruik (bv intensiteiten door aanpassen circulatie) moet dan worden aangepast om filevorming of te hoge wachttijden te kunnen voorkomen. Zodoende kan het kruispunt weer ‘regelbaar’ gemaakt worden.
25
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
Verkeersregeltechnische berekening regelbaarheid Uit de berekeningen volgt dat alle kruispunten regelbaar zijn in 2030. Door groentijden op een andere beter te verdelen over de verschillende verkeersstromen op een kruispunt is het mogelijk om de kruispunten te laten voldoen aan de Amsterdamse regelvoorwaarden. Een van de indicatoren die aangeeft in welke mate een kruispunt het verkeer kan verwerken is de cyclustijd. Dat is de tijd waarbinnen alle richtingen groen kunnen krijgen. Bij een lage cyclustijd zijn wachttijden en wachtrijen over het algemeen korter dan bij een lange cyclustijd. Voor Amsterdam is de grens aangehouden van een cyclustijd van 100 seconden voor een regeling met vaste groentijden. De verzadigingsgraad van een richting mag niet hoger zijn dan 90%. #1 kr987 Basisweg – Seineweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar in de ochtend- en avondspits, de maximale capaciteit van de verkeerslichtenregeling is nog niet bereikt. In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 70 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 84%. In de avondspits is dit 73 seconden en 85%. #2 kr916 Basisweg – Radarweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar in de ochtend- en avondspits, de maximale capaciteit van de verkeerslichtenregeling is nog niet bereikt maar met een cyclustijd van 90 seconden is er niet veel ruimte voor extra verkeer.
In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 90 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 88%. In de avondspits is dit 90 seconden en 89%. #3 Kr981 Basisweg - La Guardiaweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar. In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 96 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 89%. In de avondspits is dit 72 seconden en 89%. #4 kr986 Naritaweg - Seineweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar. In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 60 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 88%. In de avondspits is dit 50 seconden en 62%. #5 kr983 Arlandaweg - Radarweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar, maar zit in de avondspits met een cyclustijd van 100 seconden en twee richtingen met een maximale verzadigingsgraad van 89% geheel aan zijn max. Er is geen enkele restruimte meer. In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 90 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 87% op één richting. #6 kr902 Haarlemmerweg - Seineweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar. In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 95 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 89%. In de avondspits is dit 90 seconden en 89%. #7 kr972 Haarlemmerweg - Radarweg Het kruispunt blijft in 2030 regelbaar.
In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 82 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 88%. In de avondspits is dit 72 seconden en 87%.
26
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
#8 kr982 Haarlemmerweg - Kimpoweg De verkeerslichtenregeling blijft in 2040 regelbaar in de ochtend- en avondspits. In de ochtendspits heeft de verkeerslichtenregeling een cyclustijd van 85 seconden en een maximale verzadigingsgraad van 85%. In de avondspits is dit 72 seconden en 82%.
Conclusies •
Alle kruispunten blijven regelbaar uitgaande van prognoses 2030 Plan met parkeernorm. De kruispunten voldoen aan de Amsterdamse randvoorwaarden voor de regelbaarheid van een kruispunt.
•
Het kruispunt Radarweg – Arlandaweg (#5) heeft bij de geleverde prognoses geen enkele restruimte meer in de verkeersregeling. Het kruispunt aan zijn max voor wat betreft het verwerken van verkeer. Bij kruispunt Haarlemmerweg – Seineweg (#6) en Radarweg - Basisweg (#2) geldt dat er beperkt restruimte is op de hoofdrichtingen om extra verkeer op te vangen. Het kruispunt met de la Guardiaweg (#3) heeft in de ochtendspits weinig restruimte, in de avondspits speelt dit niet. Voor de overige kruispunten geldt dat er nog ruimte is om extra verkeer op te vangen.
•
Er is rekening gehouden met het huidige verkeersprofiel per kruispunt. Uitgezonderd kruispunt Haarlemmerweg – Seineweg. Hier wordt op korte termijn een rijstrookindeling veranderd, deze wijziging is meegenomen in de berekening.
27
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
Bijlage 5 – Intensiteiten kruispunten Kruispunt
auto
vracht
#1 Kr987 Ochtendspits
#1 Kr987 Avondspits
28
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
#2 Kr916 Ochtendspits
#2 Kr916 Ochtendspits
#3 Kr981 Ochtendspits
29
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
#3 Kr981 Avondspits
#4 Kr986 Ochtendspits
#4 Kr986 Avondspits
30
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
#5 Kr983 Ochtendspits
#5 Kr983 Avondspits
31
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
#6 Kr902 Ochtendspits
#6 Kr902 Avondspits
#7 Kr972 Ochtendspits
32
Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum
Versie definitief 8 januari 2020
#7 Kr972 Avondspits
#8 Kr982 Ochtendspits
#8 Kr982 Avondspits
33
10
Visie 2040 Sloterdijk-Centrum Bijlagen
Bijlage 3 Woonadvies Sloterdijk-Centrum
Gemeente Amsterdam
11
Oplegger Woonadvies Sloterdijk-Centrum, behorend bij woonadvies Haven-stad Datum 11-6-2020 Afdeling Wonen Doelgroepen woningbouw Sloterdijk centrum Voor de investeringsnota van Sloterdijk Centrum is het Haven-Stad advies vertaald naar het programma van Sloterdijk Centrum. Een divers programma voor alle segmenten Sloterdijk Centrum biedt veel potentie voor zowel de doorstroming van Amsterdammers, als de instroom van buiten de stad van mensen die voor werk of studie naar Amsterdam komen. Dit sluit tevens aan bij het door Wonen geschreven advies Woningbouwprogrammering Haven-Stad. De doelgroepen en de te realiseren woningen voor Sloterdijk Centrum zijn nader toegelicht in onderstaande tabel en toelichting. Sociaal segment (totaal 40%) Sloterdijk gaat zich de komende jaren ontwikkelen van pioniersgebied naar een prettige woonwijk voor alle doelgroepen. Hier past een verbreding bij van de aan te spreken doelgroepen, waaronder gezinnen. Bovendien wonen in Amsterdam en de direct aangrenzende gebieden van de bestaande stad gezinnen krap in de sociale huur, daarom betreft een belangrijke doelgroep in dit segment gezinnen (bijna 18% van het totale programma). Een andere belangrijke doelgroep binnen het sociaal segment is de groep alleenwonenden. Hiervoor wordt vooral ingezet op 2-kamerwoningen, zodat deze doelgroep zich duurzaam aan het gebied kan binden.
Voor het relatief kleine aandeel 1-kamer woningen voor jongeren en studenten (waar bewoners slechts korte tijd wonen) is het belangrijk dat deze voor de leeftijdsgroep betaalbaar blijft. Daarom wordt binnen dit segment gestreefd naar een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens 1. Het programma kent weinig mogelijkheden voor ouderen, omdat deze vaak binnen de buurt willen verhuizen. Gezien het feit dat Sloterdijk Centrum een nieuwe wijk wordt zal het animo binnen het sociaal segment voor ouderenwoningen gering zijn. Wij adviseren om de doelgroepen die de markt niet oppakt zoveel mogelijk op de gemeentelijke positie door woningcorporaties te laten ontwikkelen; denk hierbij aan o.a. kwetsbare doelgroepen, gezinnen in de sociale voorraad maar ook jongeren en studenten met een budget voor een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens. Middensegment (totaal 40%) Het is belangrijk om binnen dit segment te sturen op een divers woningaanbod qua woningomvang. Alleen wanneer de woningen in het middensegment voldoende kwaliteit (lees oppervlakte) bieden zullen deze doorstroming bevorderen. De nadruk ligt hier op twee en drie kamerwoningen. De twee kamerwoningen bieden een antwoord voor alleenwonenden en stellen zonder kind. Dit is een belangrijke doelgroep binnen het middensegment en bestaat voor een belangrijk deel uit starters.
De driekamerwoningen bieden kansen voor zowel kleine gezinnen met een middeninkomen, zowel voor de instroom van buiten de stad als de doorstroming, maar ook voor empty nesters. Empty nesters wonen vaak scheef: hun huurprijs of woningoppervlakte past 1
[De kwaliteitskortingsgrens (in 2020 € 432,51) is het bedrag tot waar huurtoeslagontvangers een deel van de huurprijs voor 100% krijgen gecompenseerd door de overheid. Voor jongeren en studenten tot 23 jaar is de kwaliteitskortingsgrens extra van belang. Zij krijgen namelijk helemaal geen huurtoeslag wanneer ze een sociale huurwoning betrekken met een huur boven de kwaliteitskortingsgrens.]
niet goed meer bij hun huidige situatie; met een goed aanbod voor deze doelgroep kunnen grotere woningen vrijgespeeld worden in het marktsegment. Daarnaast adviseren wij een beperkt aantal koopwoningen in het middeldure segment, deze bieden kansen om deze doelgroep duurzaam aan het gebied te binden. Als door stijgende marktprijzen in het gebied koopstarterwoningen in het middensegment (tot maximaal 300.000 euro ) niet meer mogelijk zijn, adviseren wij om deze in het programma om te zetten naar middeldure huurwoningen. Segment Duur : > € 300.000,- (totaal 20%) Binnen de koopsector concentreert zich de vraag op woningen van € 300.000 - € 600.000. Voor de dure koopsector adviseren wij verschillende woninggroottes op te nemen in het programma, maar met een accent op woningen van rond de 70m2 en 90 m2 GBO. Met een duur koopsegment met diversiteit in de woningomvang wordt een kwaliteitsslag gemaakt voor het gebied en worden kansen benut om een gemengde wijk te realiseren, zowel qua inkomen als qua huishoudenssamenstelling. Daarnaast gaan deze kopers over het algemeen een duurzame relatie aan met de wijk.
Totaal zijn de woningen gemiddeld 64,5 m2 gbo. Randvoorwaarden Voor de sociale huurwoningen wordt een uitpondtermijn van 25 jaar gehanteerd zoals afgesproken met beleggers; dit stimuleert corporaties om positie te nemen en dit voorkomt dat woningen slechts korte tijd in het sociale segment blijven. 4% van het totale sociaal programma zal als rolstoelwoningen gerealiseerd worden; hiervoor is een subsidie beschikbaar oplopend tot € 30.000,-. Het college heeft op 2 juni 2020 het beleid Nieuwbouw koopwoningen voor eigenaar-bewoners vastgesteld. Na bespreking in de commissie Bouwen en Wonen en eventueel de gemeenteraad, treedt dit beleid in werking. Dit houdt in dat er een verhuurverbod wordt opgenomen in de erfpachtvoorwaarden en dit heeft daarmee een werking voor onbepaalde tijd. De koopprijzen zijn nog steeds in beweging. Bij stijgende woningprijzen kan het noodzakelijk zijn het programma in het koopsegment tegen de tijd dat de woningen daadwerkelijk op de markt gezet worden te herijken.
12
Visie 2040 Sloterdijk-Centrum Bijlagen
Bijlage 4 Maatschappelijke voorzieningen Advies; Team Maatschappelijke Voorzieningen - gemeente Amsterdam, 22 mei 2018
Gemeente Amsterdam
13
22 mei 2018 – Team Maatschappelijke Voorzieningen OJZ
Aan: Van: Datum: Betreft:
Projectteam Sloterdijk Centrum/Charlotte Rietdijk Team Maatschappelijke Voorzieningen/Rozanne van Vliet 22 mei 2018 Advies maatschappelijke voorzieningen in Sloterdijk Centrum
Maatschappelijke Voorzieningen (MV) in Sloterdijk Centrum 1. Oorspronkelijk advies MV 2017 Medio 2017 is er door het Team Maatschappelijke Voorzieningen (Jackie Dekker/OJZ) een eerste advies uitgebracht over de gewenste maatschappelijke voorzieningen voor Sloterdijk Centrum. Daarbij is gebruik gemaakt van het toenmalige voorzieningenmodel. Op basis van de toenmalige woningbouwprognose is een indicatie meegegeven van het aantal m2 per benodigde voorziening: Alles-in-een school 1: Alles-in-een-school 2: Groen: Sport buiten: Speelplekken: Jeugd: Zorg: Welzijn: Woningen Zorg:
3.855 + 1.000 buitenruimte 3.855 + 1.000 buitenruimte 63.000 33.0000 9.000 400 3.000 1.200 9.700
Vervolgens is de focus gelegd op de ontwikkeling van de 2 alles-in- een basisscholen (incl. kinderdagverblijf en gymzaal) in het gebied vanwege de wettelijke taak van de gemeente om hier huisvesting voor de realiseren. Verschillende kavels zijn sindsdien getenderd, zonder specifieke wensen t.a.v. overige maatschappelijke voorzieningen mee te geven. 2. Nieuwe referentienormen en voorzieningenmodel In februari 2018 heeft het college ingestemd met nieuwe referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen en opdracht gegeven aan alle gemeentelijke onderdelen om er zorg voor te dragen dat er voldoende voorzieningen in de ontwikkelgebieden komen. Sloterdijk Centrum is op dit moment al sterk in ontwikkeling, maar gezien deze opdracht wordt het project geadviseerd er waar mogelijk zorg voor te dragen dat bepaalde maatschappelijke voorzieningen in het gebied terechtkomen. Daar waar de markt het niet oppakt zal er vanuit de gemeente (het project) zoveel mogelijk gestuurd moeten worden op de realisatie van deze voorzieningen. Zie http://intranet.amsterdam.nl/kennis-beleid/sociaal/maatschappelijke/ voor meer informatie, de referentienormen en een link naar de rekentool van het voorzieningenmodel. 3.
Geactualiseerd advies maatschappelijke voorzieningen in Sloterdijk Centrum Sloterdijk Centrum is een relatief geïsoleerd gebied, hetgeen betekent dat voorzieningen zoveel mogelijk in de buurt moeten liggen van de nieuwe bewoners. De ontwikkeling van het naastgelegen sportpark Spieringhorn biedt kansen om bepaalde voorzieningen te combineren en te werken met ‘ingroeimodellen’. Onderstaand advies is gebaseerd op een uitdraai van het voorzieningenmodel en vervolgens verfijnd in overleg met stadsdeel Nieuw-West, Zorg en Jeugd. Er is uitgegaan van 4.250 woningen en een gemengd stedelijk milieu.
22 mei 2018 – Team Maatschappelijke Voorzieningen OJZ
Basisvoorzieningen - Buurtkamer (120 m2) en Huis van de Wijk (300 – 400 m2) Basisvoorzieningen zijn gedelegeerde taken in het sociaal domein die door de stadsdelen worden uitgevoerd. Door deze taken bij de stadsdelen te leggen, worden deze wijkgericht ingevuld. Het gaat hierbij met name om Huizen van de Wijk, buurtkamers, jongerencentra, beheerde speeltuinen en kinderboerderijen. Om de sociale cohesie en community-building in nieuwe wijken als Sloterdijk Centrum te faciliteren zijn goede ontmoetingsplekken nodig. Commerciële horecagelegenheden bieden ook ontmoetingsmogelijkheden, maar zijn voor bepaalde doelgroepen te hoogdrempelig. Ook hebben zij hebben geen taak als het gaat om het faciliteren van (kwetsbare) bewonersgroepen. Op basis van het huidige voorzieningenmodel en een analyse van de omliggende omgeving worden een buurtkamer (120 m2) en een Huis van de Wijk (300 – 400 m2) in dit gebied beschouwd als de belangrijkste benodigde basisvoorzieningen. Gezien de geleidelijke transformatie van het gebied wordt een ‘ingroeimodel’ geadviseerd, waarbij op korte termijn ruimte wordt gereserveerd voor een buurtkamer waarin de eerste bewoners gefaciliteerd kunnen worden.
Afhankelijk van het groeitempo van de wijk zal er op langere termijn een definitief Huis van de Wijk moeten komen, bijvoorbeeld in de plint van een woningblok van Eigen Haard (referentie: Huis van de Wijk de Honingraat https://www.eigenwijks.nl/slotermeer). In deze voorziening zal ruimte worden gereserveerd voor jongerenactiviteiten. Het stadsdeel ziet eventueel ook kansen om een Huis van de Wijk met een sportief signatuur te realiseren op Spieringhorn, bijvoorbeeld naast een sportveld. Dit zou ook de behoefte aan een jongerencentrum op kunnen vangen. Financiering buurtkamer en Huis van de Wijk De huisvesting en financiering van buurtkamers is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Voor dergelijke voorzieningen geldt dat de gemeente zowel als eigenaar als huurder kan optreden. Indien wordt gekozen voor de eigendomsvariant (= voorkeur Huis van de Wijk) wordt de rve Gemeentelijk Vastgoed ontwikkelaar en eigenaar van de ruimte en verhuurt deze in opdracht van de het stadsdeel en/of rve OJZ (Zorg) aan een welzijnsorganisatie. De bouw en exploitatie van de welzijnsvoorziening wordt in dat geval vanuit de rve OJZ (Zorg) gefinancierd, Gemeentelijk Vastgoed neemt het leegstandsrisico op zich. Indien wordt gekozen voor een huurvariant (= voorkeur voor buurtkamer) wordt een derde partij eigenaar van het pand en verhuurt deze aan de gemeente, in casu rve Gemeentelijk Vastgoed.
In deze variant financiert de rve OJZ (Zorg) de welzijnsinstelling voor haar activiteiten door middel van inkoop of subsidieverstrekking. . De huur wordt opgenomen in het subsidiebedrag voor de afnemer. Indien er niet op tijd een afnemer gevonden kan worden, zoekt Gemeentelijk Vastgoed een andere (tijdelijke) huurder. Ook in deze variant is het leegstandsrisico voor Gemeentelijk Vastgoed. In zowel een huur- als eigendomsvariant staat de gemeente (rve Gemeentelijk Vastgoed) garant voor de afname en, indien van toepassing, realisatie van het gevraagde aantal m2 bvo. Uitgaande van de normbedragen zoals opgenomen in Bouwkompas (nog niet vertaald naar de Amsterdamse markt) wordt uitgegaan van de nationale referentienorm voor stichtingskosten voor
22 mei 2018 – Team Maatschappelijke Voorzieningen OJZ welzijnsvoorzieningen (investering € 2.100 per m2, grondprijs € 185 per m2 en proceskosten opdrachtgeverschap € 105 per m2).
Zorg –Gezondheidscentrum (1.100 m2) en apotheek (150 m2) Het voorzieningenmodel laat zien dat er, uitgaande van 3.000 woningen en het gebrek aan bestaande gezondheidsvoorzieningen, grote behoefte zal zijn aan eerstelijnszorgvoorzieningen zoals een gezondheidscentrum (1.100 m2) en een apotheek (150 m2). Het is geen taak van de gemeente om deze voorzieningen te realiseren of exploiteren, maar vanwege het maatschappelijk belang van deze functies dient wel op gestuurd te worden dat deze functie in het gebied wordt gerealiseerd. Het gezondheidscentrum zal huisvesting moeten bieden aan minimaal drie huisartsen. Daarnaast is er een apotheek (150 m2) nodig op een aparte locatie. Binnen het gebied wordt geen behoefte aan een plek voor dagbesteding verwacht. Wel adviseren zowel stadsdeel als Zorg om de mogelijkheid te onderzoeken om binnen Spieringhorn dagbestedingsactiviteiten te faciliteren, bijvoorbeeld bij de sportvelden. Deze zouden vanuit het Huis van de Wijk georganiseerd kunnen worden. Financiering eerstelijnszorgvoorzieningen Zorgverzekeraars en zorgaanbieders onderhandelen met elkaar over de prijs van die zorg (marktwerking). De zorgaanbieders zijn zelf verantwoordelijk voor het financieren van hun accommodaties, zowel voor de investering als de exploitatie.
De Nza (Nederlandse Zorgautoriteit) houdt toezicht op de zorgmarkt en bepaalt in sommige gevallen de tarieven, zoals voor de huisartsenzorg. Vooruitlopend op afspraken met de eerstelijns zorgverleners legt team MV een ruimteclaim voor deze voorziening, zodat deze functie in de toekomst gewaarborgd is in de nieuwe wijk. Jeugd – Ouder- en Kind Team (650 m2) OKT Ouder- en Kindteams bieden in Amsterdam laagdrempelige jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg. De ouder- en kind adviseurs, jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen en jeugdpsychologen zorgen dat bij de eerste vragen en signalen, direct in de eigen omgeving ondersteuning is. Denk hierbij aan een inloopfunctie voor jonge ouders, periodieke gezondheid checks van pasgeborenen en opvoedcursussen. De gemeente heeft een wettelijke taak om de huisvesting van OKT’s te verzorgen. Uitgangspunt van de gemeente is dat er in ieder gebied (volgens 22 gebieden-definitie) een OKT is en dat een ouder binnen een straal van 2 kilometer bij een OKT terecht kan. In het Strategisch Huisvestingsplan voor Zorg en Jeugd wordt Sloterdijk Centrum concreet genoemd als locatie met een zoekcirkel voor een nieuwe OKT-locatie (650 m2). De OKT locaties bieden ook onderdak aan de Samen Doen teams. Deze teams zijn gespecialiseerde wijkteams.
Zij ondersteunen gezinnen die problemen ervaren op verschillende domeinen zoals werk, opvoeding, schulden, onderwijs, wonen en gezondheid. Een OKT bestaat uit de volgende ruimtes: • entree/inloopruimte met balie; • wachtruimte; • spreekkamers; • vergaderzaal;
22 mei 2018 – Team Maatschappelijke Voorzieningen OJZ •
werkplekken.
Bereikbaarheid / toegankelijkheid Gezien de doelgroep van het OKT (jonge ouders met kind) is bereikbaarheid en toegankelijkheid belangrijk. Nabijheid van openbaar vervoer, parkeerplekken maar ook brede stoepen en een laagdrempelige ingang zijn noodzakelijk. Omdat het ook in figuurlijke zin om een laagdrempelige voorziening gaat, is een goede uitstraling en portionering in de plint van groot belang. Combinatiemogelijkheden: Een OKT kan gecombineerd worden met een aantal andere maatschappelijke voorzieningen, zoals een alles in één school, gezondheidscentrum of een praktijkruimte voor jeugdhulpverlening. Combinaties met een jongerencentrum, buurtkamer of Huis van de Wijk zijn niet wenselijk door het verschil in doelgroep en functie. Bouw en exploitatie Het betreft hier een pand dat belangrijk is voor de uitvoering van een wettelijke taak, de gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting. De gemeente is dan ook de huurder van het pand / ruimte. Het pand kan aangehuurd worden van een derde (externe ontwikkelaar) maar dit kan ook via gemeentelijk vastgoed lopen. Beide situaties komen nu voor. Wanneer het nodig is zou de gemeente dit ook zelf (rve vastgoed) kunnen ontwikkelen.
Bovenwijkse voorziening - Behandel-/woonlocatie jeugd (200 m2) Een behandel-/woonlocatie is een bovenwijkse maatschappelijke voorziening die door de gemeente wordt ingekocht bij een zorgaanbieder (woonhuizen waarin (pleeg)ouders circa 4 kinderen begeleiden). De gemeente is niet zelf verantwoordelijk voor het aanbieden van huisvesting, maar koopt de dienst inclusief de huurcomponent voor huisvesting in bij een zorgaanbieder. Indien blijkt dat het vastgoed niet door een ontwikkelaar of zorgaanbieder gerealiseerd kan worden, wordt onderzocht of realisatie door de rve Gemeentelijk Vastgoed tot de mogelijkheden behoort. Voor de investering kan worden uitgegaan van de huidige nationale referentienorm voor stichtingskosten van zorgvoorzieningen (investering € 2.100 per m2, grondprijs € 185 per m2). Groen en Spelen Advies te geven door Sport en Bos (Nelleke Penninx) Kunst en Cultuur Advies te geven door Kunst en Cultuur (Martine Brinkhuis)
22 mei 2018 – Team Maatschappelijke Voorzieningen OJZ
Samenvatting maatschappelijke voorzieningen Basisvoorzieningen, Jeugd en Zorg Voorziening
m2
Fasering
Buurtkamer (tijdelijk, huurvariant): Gezondheidscentrum Apotheek: Behandel-woonlocatie Ouder- en KindTeam Huis van de Wijk:
120 m2 1.100 m2 150 m2 200 m2 650 m2 400 m2
Z.s.m. Z.s.m. Z.s.m. 2020/2022 2022/2023 2023/2024
14
Visie 2040 Sloterdijk-Centrum Bijlagen
Bijlage 5 Plinten en voorzieningen Sloterdijk-Centrum Advies; Third Place, maart 2018
Gemeente Amsterdam
15
1
INLEIDING
2
Situering studiegebied: Sloterdijk-centrum
Plein 40-45
3 B&L Plein
WGF
Aanleiding & Doel AANLEIDING:
Hoe los je met voorzieningen de belofte in om van Sloterdijkcentrum een stedelijk interactiemilieu te maken? DOEL:
Beargumenteren welke plinten in Sloterdijk-centrum daarvoor het meest kansrijk zijn
4
•
(Woon)omgeving met alles • binnen handbereik
Optimaal ov-knooppunt
Overdag als ‘s avonds een levendige buurt
Rijke mix van bewoners en gebruikers
Bruisend
Stedelijk interactiemilieu •
Meer typen mensen met meerdere doelen
Inspirerende evenementen
•
•
Functiemenging genereert • de variatie •
•
•
Levendige stadsstraten
Prettige balans tussen wonen en werken
•
Bron: gemeente Amsterdam
5
Veronderstelling
Voorzieningen bepalen voor een belangrijk deel het succes van
stedelijke milieus, maar dan moeten ze wel op de juiste plek liggen
en gebaseerd zijn op behoeften van aanwezige doelgroepen. En
uiteraard heeft dit ook te maken met wat Sloterdijk-Centrum
uiteindelijk voor gebied wil zijn: de modernste mobiliteitshub van
Nederland?
Quotes tijdens Praktijkcongres Gebiedsontwikkeling (nov. 2016):
“ Het ideale stationsgebied is een hotspot met veel voorzieningen”
“Het station moet in een hoogstedelijk gebied onderdeel zijn van de stad, waarbij het station naadloos overgaat in de stad. Het is een gemengd gebied waar wonen, werken, recreëren, winkelen, eigenlijk van alles gebeurt. Het station is onderdeel van de stad. ”
6
Aanpak
Voorbereiding, analyse en duiding door ThirdPlace
1.
Rol voorzieningen in succesvolle stedelijke milieus en vaststellen ‘positie’ van Sloterdijk-Centrum
Twee workshops met diverse specialisten (gemeente Amsterdam):
2.
Duiding van kansen voorzieningen in Sloterdijk-Centrum gebaseerd (wat waar voor wie en waarom?)
7
Resultaat
1. Advies c.q. conclusies in compacte rapportage (voorliggend)
2. Kansenkaart: welke voorzieningen waar en voor wie?
3. Reader met onderbouwing/argumentatie
8
CONCLUSIES
9
Ruimtelijke context
Op basis van analyse verschillende stedelijke schaalniveaus:
1. De toekomst is veelbelovend (Havenstad) maar niet realistisch om daar nu op te plannen qua voorzieningen (zie
bijlagerapport voor kaart met visie voorzieningen Haven Stad)
2. Logische focus: Sloterdijk-centrum en Sloterdijk 1-Zuid en dit te positioneren als ‘Nieuwer-west’
3. Sloterdijk-centrum: vooral groei in woningen/bewoners met aldus (ruim) voldoende draagvlak vraagt om eigen voorzieningen 10
Observaties plek (1) Conflicten tussen verkeersstromen Gebrekkige oriëntatie
Openbaar parkeren auto Bestaande plinten onaantrekkelijk
Ontbreken menselijke maat
Teveel ruimte/over gedimensioneerd Lappendeken qua domeinen Hoogteverschillen Te veel signalen/onrustig
11
Observaties plek (2)
Dominantie spoor/woud van kolommen Beloopbaar maar grote (psychologische) barrières
Veel stukken functieloos (buiten bestemde kavels) Huidige plinten niet levendig/aantrekkelijk
Tijdelijkheid is de smaakmaker
Orlyplein = rolkoffer runway Connecties met context niet goed (genoeg)
Spar is geen supermarkt maar toeristenwinkel Weinig eigenaarschap openbaar gebied
12
Stedelijkheid binnen Sloterdijkcentrum
Hoe scoort de plek nu op aspecten voor een succesvolle plek? Belevingswaarde - Laag Cool factor - Op beperkt aantal plekken Openbare ruimte - Zeer wisselend Ondernemerschap - Incidenteel Menselijke maat - Ontbreekt nagenoeg Multifunctionaliteit - Neemt toe Sociale interactie - Nauwelijks Verblijfskwaliteit - Matig
13
Buurten, pleinen, trekkers & stromen
1. Sloterdijk-centrum ontbeert een duidelijke identiteit, dit is ook het geval voor de verschillende domeinen (buurten)
2. Van de pleinen zou vooral Carrascoplein een betekenisvolle rol kunnen vervullen voor het op de kaart zetten van SloterdijkCentrum.
3. De spreiding van toekomstige publiekstrekkers moet zorgvuldig gebeuren: dit is een opgave in relatie tot de programmering van de plinten
4. Het station is verreweg belangrijkste schakel in het gebeid (zie schema op de volgende pagina) en dat zal in belang nog toenemen dus gepaste aandacht in relatie tot de toekomstige inpassing (ruimtelijk en programmatisch) is noodzakelijk
14
Auto- en fietsroutes
Stromen Observaties: • Het station is het start-/ eindpunt van de meeste stromen
Concentratiegebied stromen
Relevante looproutes
• Langzaam verkeerstromen lijken relevanter voor de plinten
15
•
•
•
Bewoners – met name in het weekend
Toeristen – alleen in buurt van hotels
Werkers – alleen door de week
Reizigers – op en rond station (pleinen)
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
hoge groei
lichte groei
zeer hoge groei
lichte groei
stabiel/lichte groei
hoge groei
Potentiële gebruikers van voorzieningen
•
Studenten – alleen door weeks
Ø
lichte groei
•
Ø
• •
Fietsers – met name door de weeks Bezoekers – afhankelijk van (toe te voegen) bezoekdoelen
16
•
•
Cultuur en leisure: beperkt voor gebiedseigen doelgroepen, echter indien aantrekkelijk genoeg grote tot zeer grote aantrekkingskracht op bezoekers. Kunnen in dit stadium al ingezet worden om gebied op de kaart te zetten (vgl. EYE voor Overhoeks en OBA voor Oosterdokseiland)
Retail, horeca en diensten: alle groepen gebruikers met verschillende accenten. Dit zijn functies die de groei van het draagvlak volgen.
In te vullen behoeften
•
Onderwijs, zorg en hotels: kennen eigen doelgroepen
17
Visie gemeente
Maximaal 100.000 m2 voorzieningen: • Maatschappelijk max. 60.000 m2 (huidig = ? m2) • Cultureel/leisure/sport max. 15.000 m2 (huidig = ? m2) • Horeca, dienstverlening, detailhandel max. 25.000 m2 (huidig = ? m2) Ambulante Handel •
Te vestigen in o.a. plinten. Aantrekkelijke en levendige plinten zijn een voorwaarde bij de uitgifte van nieuwbouw.
18
Opp. Begane grond
Aantal lagen
Nieuwbouw
14-50m (Ø 20m)
5.250m2
3-5 (Ø 4)
21.000m2
Onderwijs/zorg
135m
20-50m (Ø 25m)
3.333m2
1-2 (Ø 1,5)
5.000m2
Leisure/sport
400m
12-60m (Ø 25m)
10.000m2
1-2 (Ø 1,5)
15.000m2
Retail/horeca
41.000m2
Totaal
Benodigde Plintlengte
Diepte blok/functie
265m
800m
18.600m2
Benodigde plintlengte
Totaal benodigde plintlengte o.b.v. voorzieningenprogramma is onvoldoende om overal plinten te projecteren: keuzes maken is daarom nodig
19