CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Toelichting.pdf

RAAD 9 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel. (VN2025-007322)40.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 8, Drenth- En Werfkavel

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M2102BPSTD-VG01

Datum print

10 April 2025

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 Hoofdstuk 8 8.1 8.2

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Crisis- en herstelwet Leeswijzer

7 7 7 9 10 11

Het Plan

13

Uitgangsituatie transformatie Cruquiusgebied Het Plan - Kaders

13 18

Beleidskader

31

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

31 31 32 33 35

Milieuaspecten

47

Milieueffect Milieuzonering - milieuplanologische inpasbaarheid Geluid - Wet geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodemkwaliteit

47 48 62 74 76 78

Omgevingsaspecten

81

Verkeer Water Archeologie en cultuurhistorie Natuur Schiphol - Luchthavenindelingsbesluit

81 82 84 85 89

Juridische planbeschrijving

91

Algemeen Planvorm De bestemmingen

91 91 93

Economische uitvoerbaarheid

101

Kostenverhaal Financiele uitvoerbaarheid

101 101

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

103

Participatie en advies stadsdeelcommissie Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

103 104

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.3 8.4

Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

105 105

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan 'Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel' heeft betrekking op het een deel van het transformatiegebied Cruquius in Amsterdam. Het bestemmingsplangebied bestaat uit twee deelgebieden ("Drenthkavel" en "Werfkavel"). Het plan bestaat uit een combinatie van sloop, gedeeltelijke herbouw en nieuwbouw in het ene deelgebied en sloop-nieuwbouw in het andere deelgebied. Het plangebied wordt op het moment van opstellen van dit bestemmingsplan nog gebruikt voor bedrijvigheid en gemeentewerf. Als aanleiding voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied 'Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel' in het transformatiegebied Cruquius hebben onder meer de navolgende overwegingen een rol gespeeld. Sinds 2005 wordt kavelsgewijs in deelgebieden gewerkt aan de transformatie van Cruquius. Met eerst ontwikkelingen langs de Th. K. van Lohuizenlaan en daarna sinds 2009 ook langs de Cruquiusweg. In 2012 zijn met het vaststellen van spelregels en spelregelkaart de ruimtelijke kaders vastgesteld voor transformatie van het gehele Cruquiusgebied. In navolging daarvan is voor het zogenaamde "bouwveld van deelgebied 8" in 2019 eerst het bestemmingsplan vastgesteld voor het noordoostelijke deel voor de bouw van de basisschool De Kleine Kapitein (deelgebied 8.1).

In aansluiting hierop ziet voorliggend bestemmingsplan nu toe op het westelijke deel (deelgebied 8.2) en het zuidelijke deel (deelgebied 8.3) van het bouwveld van deelgebied 8. Doelstelling is het ontwikkelen van het plangebied op een wijze die ruimtelijk en functioneel gezien passend is binnen de totale gebiedsontwikkeling van het Cruquiusgebied. De opgave voor dit deelgebied is om de bestaande bedrijfslocatie door middel van nieuwbouw en sloop-herbouw-herbestemmen te transformeren naar een locatie met functiemenging. In voorliggend bestemmingsplan zijn de ruimtelijke en functionele kaders voor dit gebied vertaald naar nieuwe juridisch bindende bouwregels en regels over het toegestane gebruik van gronden en bebouwing in het gebied.

1.2

Doel bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan heeft tot doel de transformatie van een bedrijfslocatie naar gemengd woon-werkgebied met voorzieningen planologisch juridisch mogelijk te maken. Het geeft daarvoor aan op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden en welke afwegingen daaraan ten grondslag liggen. Situatie wettelijk kader Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het ontwerp van voorliggende bestemmingsplan heeft voor het inwerking treden van de Omgevingswet ter inzage gelegen. Dit betekent dat voorliggende bestemmingsplan en de onderzoeken die daaraan ten grondslag liggen zijn gemaakt en uitgevoerd onder de werking van de wet- en regelgeving zoals die geldt vóór het inwerking treden van de Omgevingswet.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel ligt in het gebied Cruquius in stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Afbeelding: Globale ligging plangebied in Amsterdam De ligging en begrenzing van het plangebied in het transformatiegebied Cruquius is weergegeven op navolgende afbeelding. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Cruquiusweg, aan de noordoostzijde aan het perceel van de basisschool De Kleine Kapitein, aan de oostzijde aan een toegangsweg met daarnaast het bedrijfsverzamelgebouw de Nieuwe Vaart en aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de watergang de Nieuwe Vaart. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het bedrijfsperceel Cruquiusweg 78-80-82.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 9

Afbeelding: ligging plangebied in het gebied Cruquius In het plangebied is onderscheid in twee deelgebieden. De benaming die op het moment van opstellen van voorliggende toelichting voor de in het plangebied te onderscheiden deelgebieden wordt gebruikt, is aldus: Deelgebied 8.2: "Drenth-kavel" met daarop de karakteristieke "Drenth-hal" (N.B. de naam verwijst nu naar de naam van een huurder van de hal. Gezocht wordt naar nieuwe benaming) aan de Cruquiusweg 84 en 86. Deelgebied 8.3: "Werf-kavel" aan de Cruquiusweg 92, genoemd naar de functie op het moment van opstellen van de toelichting.

Afbeelding: begrenzing plangebied met daarin de te onderscheiden deelgebieden (ondergrond: luchtfoto situatie 2021)

1.4

Geldend bestemmingsplan

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is op het moment van het opstellen van het van voorliggend bestemmingsplan het bestemmingsplan Cruquius van kracht. Voorts is op 7 oktober 2021 het (paraplu)bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders vastgesteld en op 10 mei 2023 het (paraplu)bestemmingsplan Darkstores. Sinds 01-01-2024 maken deze bestemmingsplannen van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan Cruquius Het bestemmingsplan Cruquius is vastgesteld door de raad van stadsdeel Oost op 13 april 2013 en is

Gemeente Amsterdam

blz. 10

voor het voorliggende plangebied op 11 juni 2014 onherroepelijk geworden. Dat bestemmingsplan is conserverend van aard en de voorgestane transformatie is op grond van de regels van dat bestemmingsplan niet mogelijk. De locatie heeft destijds de bestemming “Bedrijf- 3” gekregen met de gebiedsaanduiding “Industrieterrein”. Op gronden met de bestemming "Bedrijf-3" zijn bedrijven toegestaan welke voorkomen op de Staat van bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein en vallen in milieucategorie 1, 2 en 3 en 4.1. Ook zijn creatieve functies toegestaan en ondergeschikte detailhandel. De gebiedsaanduiding "Industrieterrein" is toegekend omdat de locatie onderdeel is van een "Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein". Voorts geldt voor het noordelijk deel van voorliggend plangebied de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" en voor het zuidoostelijk deel van het voorliggend plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie - 2". Bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders Het paraplu bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders is vastgesteld op 7 oktober 2021 en heeft betrekking op de op dat moment vigerende bestemmingsplannen binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam. De grens van het parapluplan valt samen met de gemeentegrens. Het parapluplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam in een juridisch planologisch kader.

Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. In aansluiting hierop is het paraplubestemmingsplan vastgesteld met als doel om via dat instrument te zorgen dat alle kelderbouwaanvragen in Amsterdam moeten voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit. Bestemmingsplan Darkstores Het paraplu bestemmingsplan Darkstores is vastgesteld op 10 mei 2023 en heeft tot doel te voorzien in een actueel planologisch kader voor flitsbezorging vanuit een darkstore. Een darkstore is daarin gedefinieerd als vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. In het bestemmingsplan is voor alle in het plan betrokken gronden bepaald dat deze niet mogen worden gebruikt als darkstore. Doelstelling Voorliggend bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied van dit bestemmingsplan, nadat het van kracht is geworden, de voornoemde bestemmingsplannen Cruquius, Grondwaterneutrale kelders en Darkstores.

1.5

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet (Chw) is op 31 maart 2010 in werking getreden en is op het moment van opstellen van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan nog steeds in werking. Afdeling 2 van de Chw is onder meer van toepassing op alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I van deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten. In bijlage I van de Chw is als categorie onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Het voorliggende bestemmingsplan heeft onder meer betrekking op de realisatie van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied als onderdeel van de transformatie van het Cruquiusweggebied in een gemengd werk- en woongebied en valt daarom binnen de categorie waarop afdeling 2 van de Chw van toepassing is.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 11

1.6

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 8 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, beschrijving van het plangebied als ook de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 en 5 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd op welke wijze dit alles is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).

Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlage bij de toelichting gevoegd.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2

Het Plan

2.1

Uitgangsituatie transformatie Cruquiusgebied

2.1.1

Historie omgeving

Het plangebied is onderdeel van de transformatie van het Cruquiuswerkgebied (zie hierna onder 'Huidige situatie omgeving' en beleidsontwikkeling in paragraaf 3.5.1). In de historie van ontstaan en verandering van het Cruquiusgebied is aan de hand van de ontwikkeling van Amsterdam een aantal fasen te onderscheiden waarvan bepaalde elementen in de huidige situatie nog zichtbaar aanwezig zijn. Van buitendijks naar binnendijks gebied In de 13e eeuw werd aan de oostzijde van Amsterdam, ter hoogte van het plangebied, de Sint Anthonisof Zeeburgerdijk aangelegd als onderdeel van een dijkenstelsel aan de zuidzijde van het IJ. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan was toen onderdeel van buitendijks land dat na 1400 werd omdijkt met een zomerdijk of kadijk. De drassige gronden werden in die tijd gebruikt als hooi- of weiland en bestond deels uit rietlanden.

Afbeelding: uitsnede Nieuwe Kaart Amsterdam 'Ian Mol', 1770-1790 met daarin globaal ter indicatie aangegeven de ligging van het voorliggende plangebied Nieuwe Vaart Aan het einde van de 17e eeuw werden de eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg aangelegd in het IJ met grond dat vrijkwam bij het graven van de Nieuwe Vaart. De Nieuwe Vaart kwam uit in het buiten IJ. Voorliggend plangebied ligt aan de Nieuwe Vaart. Oostelijk havengebied

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Vanaf de middeleeuwen tot aan het einde van de 19e eeuw was het IJ de belangrijkste vaarroute tussen Amsterdam en Haarlem. Door de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876 werd de Amsterdamse haven bereikbaar voor grote stoomschepen. Dit resulteerde in een uitbreiding van de kades in de haven en het daarop aansluitende spoorwegnet. In 1869-1874 werd het Spoorwegbassin gegraven, een havenbekken voor onder andere het overladen van steenkool en erts van grote zeeschepen in spoorwegwagons en binnenvaartschepen. Het plangebied bestond in die tijd nog uit rietland en weiland.

Afbeelding: uitsnede kaart 'Ter Gouw - Van der Stok', 1878, tpv Stadsrietlanden e.o. met daarin globaal ter indicatie aangegeven de ligging van het voorliggende plangebied In 1892 was de verbinding van Amsterdam met het Europese achterland sterk verbeterd door nieuwe spoorlijnen naar het Oostelijk Havengebied en door de aanleg van het Merwedekanaal dat later werd verbeterd (het Amsterdam-Rijnkanaal in 1952) aan de oostzijde van het Cruquiusgebied. In de periode 1895-1900 werd ten zuiden van het Spoorwegbassin de nieuwe Entrepothaven gegraven. Iets eerder werd in de periode 1880-1900 het gebied aan zuidwest zijde van de dan nog te graven Entrepothaven in gebruik genomen door veemarkt en abattoir. Aan de zuidoost zijde van de Entrepothaven ontstond op het ontstane 'schiereiland' vanaf circa 1920 het industriegebied Cruquius waar voorliggend plangebied onderdeel van is. Op het industrieterrein Cruquius waren traditionele bedrijven gevestigd in handel en nijverheid, bouwbedrijven, opslag en (enigszins) milieuhinderlijke bedrijven. Er was geen sprake van een duidelijke typering van een specifieke vorm van bedrijvigheid.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 15

Afbeelding: Uitsnede kaart 'Schmull e.a.' t.p.v. Entrepotdokhaven e.o., 1900-1922

Afbeelding: Situatie omgeving plangebied omstreeks 1924 met daarin ter indicatie globaal de ligging van het voorliggende plangebied aangegeven Transformatie van het oostelijk havengebied In het laatste kwart van de twintigste eeuw kwam een einde aan de scheepvaartactiviteiten in het Oostelijk Havengebied en ving een proces van transformatie van het havengebied aan. Borneo-Sporenburg, Java, KNSM en de Oostelijke handelskade werden hoofdzakelijk planmatig getransformeerd tot woongebied. In het gebied ten zuiden van de Entropothaven vond transformatie meer gefragmenteerd plaats. De veemarkt en het abattoir verdwenen in 1985. De veemarkt werd een bedrijventerrein en op de locatie van het abattoir werden de woningen van de Architectenbuurt gebouwd. Ook de pakhuizen langs de kade van het entrepotdok werden in de jaren '80 verbouwd tot woningen.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Afbeelding: luchtfoto 2005 met daarin ter indicatie globaal de ligging van het voorliggende plangebied aangegeven Voor het industriegebied Cruquius ten oosten van de Th.K. Van Lohuizenlaan, waar voorliggend plangebied onderdeel van is, bleef behoud van gebied als industrieterrein lange tijd het uitgangspunt, maar ook hier werd op enig moment gekozen voor transformatie. 'Outsourcing' bewerkstelligde dat de zwaardere industriele activiteiten afnamen en dat de daadwerkelijke activiteiten op de kavels meer en meer over ging in opslag en assemblage. Dat betekent dat de hinderlijkheid van de bedrijven in de loop der tijd afnam waardoor nieuwe ontwikkelingen mogelijk werden, waaronder ook woningbouw. Sinds 2005 transformeert dit gebied kavelsgewijs van monotoon industrieterrein in een gemengd werk-woongebied. 2.1.2

Huidige situatie omgeving, op moment van opstellen bestemmingsplan

Sinds 2005 wordt kavelsgewijs gewerkt aan de transformatie van Cruquius. Met eerst ontwikkelingen langs de Th. K. van Lohuizenlaan en daarna sinds 2009 ook langs de Cruquiusweg. De Th.K. van Lohuizenlaan is een belangrijke toegangsweg naar het Cruquiusgebied en in het gebied zelf is de Cruquiusweg de centrale ontsluitingsweg van alle percelen. Langs de Th.K. van Lohuizenlaan is onder andere een kantoorpand met kinderdagverblijf gerealiseerd, een gebouw met tijdelijke diverse woonfunctie (statushouders, starters en studenten) en bij de kruising Th. K. van Lohuizenlaan Cruquiusweg is het zogenaamde Kopgebouw gebouwd. Dat Kopgebouw biedt ruimte aan onder meer een hotel, vergader- en conferentiezalen, jachthavenvoorzieningen en andere bedrijvigheid. In de daarop volgende te onderscheiden deelgebieden bestaat de transformatie uit sloop van voormalige bedrijfsbebouwing om deze te vervangen door nieuwbouw van een woon-werkprogramma.

Afbeelding: impressies van de transformatie van het Cruquiusgebied

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 17

In opzet bestaat het Cruquiusgebied na voltooiing van de nieuwbouw uit een centraal in de lengte richting ontsloten gebied met dwars op deze ontsluiting een aantal erven die zijn ingericht als woonstraten met zicht op het water (in de spelregels voor de transformatie aangegeven als 'snedes': zie paragraaf 2.2.2). De beleving en het gebruik van het water is en wordt in het Cruquiusgebied op meerdere wijzen gefaciliteerd, bijvoorbeeld door de aanleg van boardwalks, een haventje en zit- en uitkijkpunten aan de kades. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan grenst aan de noordzijde aan de Cruquiusweg waar ten noorden daarvan, op het moment van opstellen van voorliggende toelichting, woningbouw in aanbouw en gerealiseerd is (deelgebied 1 van het Cruquiustransformatiegebied). Aan de noordoost zijde van het voorliggende plangebied bevindt zich de basisschool De Kleine Kapitein met buitenschoolse opvang (BSO) en kinderdagverblijf (KDV). Die locatie (deelgebied 8.1) was voorheen in gebruik als afvalpunt. Aan de oostzijde bevindt zich het in 2009 opgeleverde bedrijfsverzamelgebouw De Nieuwe Vaart met hierin ook bedrijfswoningen. Aan de westzijde bevindt zich op het moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan de Openbare werkplaats waar werk-/klusplekken en werk-/klusmaterieel (zuidelijk deel) kan worden gehuurd en parkeerruimte (noordelijk deel).

Voor dit parkeerterrein bestaat op het moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan het voornemen tot transformatie (in de planvorming deelgebied 10, Cruquiusweg 80-82 genoemd). Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Nieuwe Vaart met ten zuiden daarvan de bedrijvenstrook van het Zeeburgerpad. In deze strook bevinden zich meerdere bedrijven, waaronder een metaalrecyclingsbedrijf direct tegenover het plangebied. 2.1.3

Huidige situatie plangebied, op moment van opstellen bestemmingsplan

Drenthkavel (deelgebied 8.2) De locatie Cruquiusweg 84 en 86 wordt op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan ook wel de "Drenthkavel" genoemd. Op het moment van voorbereiden van dit bestemmingsplan is de locatie in gebruik voor bedrijvigheid. Het betreft onder meer een autoherstelbedrijf dat geen activiteiten meer uitvoert in het Cruquiusgebied, een transportbedrijf en autoverhuurbedrijf. Op de vastgestelde spelregelkaart (zie paragraaf 2.2.2) is het gebouw op dit perceel aangeduid als 'karakteristieke bebouwing'. Dit betekent dat het gebouw om ruimtelijke redenen bij voorkeur behouden dient te blijven. Er is bouwkundig onderzoek gedaan naar het Drenthgebouw (onderzoek door onderzoeksbureau Objectum) en daarbij zijn scenario’s onderzocht voor behoud van het fabrieksgebouw voor minimaal 20 jaar. Daaruit is het navolgende op te maken. Het gebouw dateert uit 1917 en is in de afgelopen jaren weinig onderhouden. De historische kwaliteit betreft ‘het kantoor’ en de fabriekshal. Hoewel het gebouw geen monumentale status heeft, heeft het onderzoeksbureau gekeken naar de interieurbouwdelen en de esthetische kwaliteit daarvan. Het gebouw is aangemerkt als behoudenswaardig omdat het herinnert aan het industriële verleden van het Cruquiuswerkgebied. De cultuurhistorische kwaliteit van het gebouw bestaat voornamelijk uit een door vakwerken opgebouwde industriële shetdak.

Vanwege deze slechte bouwtechnische staat achtte het bevoegde gezag van Stadsdeel Oost van de Gemeente in 2022 de situatie dermate gevaarlijk en onveilig, dat de hal is gesloten voor ieder gebruik. Het pand verkeert in dermate slechte staat dat renovatie van de sloop niet meer aan de orde is. In het gebied tussen de Drenthhal en de Nieuwe Vaart bevinden zich op het moment van voorbereiden van voorliggend bestemmingsplan loodsen die in beheer zijn van de organisatie Cordaan. Deze organisatie biedt hier werkervaringsplekken voor het repareren van boten aan jongeren. Werfkavel (deelgebied 8.3) Gemeente Amsterdam

blz. 18

Aan de Cruquiusweg 92 is op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan een gemeentewerf gevestigd voor stalling, onderhoud en reiniging van huisvuilwagens en veegwagens. Op het terrein bevindt zich een gebouw met daarin kantoren. Het gebouw is 2 lagen hoog en heeft een oppervlak van circa 750m2. Op het buitenterrein bevinden zich onder een grote luifel stallingsplekken voor huisvuilwagens en veegwagens. Op 15 mei 2018 heeft het college van B&W ingestemd met een leidraad voor de toekomstige locaties van de werven in Amsterdam. Consequentie van deze leidraad is dat het gebruik van Cruquius wordt beëindigd en verplaatst naar een andere locatie in de stad. Dit betekent dat deze werf op termijn leeg wordt opgeleverd en dat de locatie vrij komt voor herontwikkeling (niet voor 2026).

2.2

Het Plan - Kaders

2.2.1

Inleiding

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven, wordt in het Cruquiusgebied al langere tijd gewerkt aan gefaseerde transformatie. Met het vaststellen van spelregels en spelregelkaart in 2012 zijn de kaders hiervoor vastgelegd (zie paragraaf 2.2.2). Voor het bouwveld van deelgebied 8 is op basis hiervan in 2019 eerst het bestemmingsplan vastgesteld voor het noordoostelijke deel (deelgebied 8.1) voor de bouw van de basisschool De Kleine Kapitein. In aansluiting hierop is daarna voor westelijke deel (deelgebied 8.2) en het zuidelijke deel (deelgebied 8.3) van het bouwveld van deelgebied 8 gestart met het concretiseren van de plannen voor transformatie. Voorliggend bestemmingsplan betreft die deelgebieden 8.2 en 8.3. Deze kavels "Drenth" (in de planvorming ook wel "kavel A" genoemd) en "Werf" (in de planvorming ook wel "kavel B" genoemd) zijn in het Cruquiusgebied de enige locaties waar de grond en gebouwen in eigendom van de gemeente zijn zonder dat deze in erfpacht zijn uitgegeven. Dit biedt de mogelijkheid voor initiatief voor de ontwikkeling van deze kavels door de gemeente. Het concretiseren van de planvorming hiervoor vindt stapsgewijs plaats aan de hand van onder meer participatie en analyse van de vraag welke gemeentelijke maatschappelijke invulling in het gebied kan worden gefaciliteerd (zie paragraaf 2.2.3).

Dit betekent dat uitgangspunten in de voorbereidende fase door voortschrijdende inzichten op onderdelen bijgesteld zijn. In navolgende paragrafen is dit nader beschreven.

Afbeelding: bouwveld deelgebied 8 met daarin de deelgebieden 8.1, 8.2 en 8.3 2.2.2

Primaire uitgangspunten - Spelregels en spelregelkaart

Algemene ruimtelijke beleidskaders gebiedsontwikkeling Cruquiusgebied Voor de transformatie van het Cruquiusgebied zijn een spelregelkaart en bijbehorende spelregels opgesteld. De spelregels (Cruquiusweg e.o. 11 november 2011) en de spelregelkaart (Cruquiusweg e.o 19-01-2012), zijn op 31 januari 2012 door de raad van het stadsdeel vastgesteld. bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 19

Afbeelding: Spelregelkaart Cruquiusweg e.o. 19-01-2012 In het ruimtelijk beleidskader van 2012 is onder meer het volgende bepaald over de uitgangspunten voor programma, bouwhoogte en parkeren: Programma: De vastgestelde spelregels en spelregelkaart vormen sinds 2012 de ruimtelijke beleidskaders voor transformatie van de kavels in het Cruquiusgebied. In de spelregels en spelregelkaart is geen verplicht programma voorgeschreven. Het aantal m2 programma kan onderling tussen de verschillende bouwvelden in het Cruquiusgebied geruild worden. Voor het programma voor de begane grond van de gebouwen op de kavels in het Cruquiusgebied is een verdeling van 50% wonen en 50% werken wenselijk. Hierbij kan uitgeruild worden tussen de bouwvelden van het Cruquiusgebied. Het aantal m2 bedrijfsruimte mag voor het gehele Cruquiusgebied niet verminderd worden. Bouwhoogte: De maximale bouwhoogte wordt berekend vanaf het aansluitende maaiveld. De maximale bouwhoogte is 21 m. In de spelregels is bepaald dat bij hoge uitzondering er gemotiveerd kan worden afgeweken van de maximale bouwhoogte. Daarvoor moeten dan zwaarwegende stedenbouwkundige, architectonische, milieutechnische of programmatische argumenten aangevoerd worden. Parkeren: De parkeerbehoefte voor het toekomstige programma dient gerealiseerd te worden op eigen terrein. Parkeerplaatsen mogen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte.

Voorzieningen ten behoeve van parkeren mogen niet in de openbare ruimte geplaatst worden. Parkeerbehoefte kan onderling uitgeruild worden tussen de bouwvelden van het Cruquiusgebied zodat grotere parkeergarages kunnen ontstaan binnen een straal van maximaal 250 m vanaf het betreffende bouwveld. De straal van 250m is de norm voor de uiterste loopafstand naar een parkeergarage. Bezoekersparkeren ten behoeve van bedrijven dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. Bezoekersparkeren ten behoeve van wonen mag in openbare ruimte gerealiseerd worden. Een parkeergarage met een blinde gevel is in verband met sociale veiligheid en uitstraling niet toegestaan. Dubbelgebruik van parkeerplaatsen is wenselijk. Spelregels plangebied (Drenthkavel deelgebied 8.2 en Werfkavel deelgebied 8.3) Gemeente Amsterdam

blz. 20

Afbeelding: uitsnede spelregelkaart 2012 Specifiek voor het plangebied van voorliggende bestemmingsplan gelden de volgende spelregels van het ruimtelijk beleidskader (zie ook voorgaande afbeelding met uitsnede van de spelregelkaart): Bouwveld: Het gehele plangebied (deelgebied 8.2 en 8.3) is grotendeels aangemerkt als 'bouwveld'. Dit bouwveld betreft op het moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan een 3-tal kadastrale kavels / locaties, namelijk de "Drenthkavel" (deelgebied 8.2), de "Werfkavel" (deelgebied 8.3) en de schoollocatie van de Kleine Kapitein waarvoor al een bestemmingsplan is vastgesteld (deelgebied 8.1). In de spelregels is bepaald dat het op de spelregelkaart aangegeven bouwveld bebouwd mag worden en dat de zogenaamde "floor space index" (FSI) voor elk kavel gelijk is, behalve bij de kavels met hoogteaccenten. Er dient minimaal om de 60 meter ruimtelijk een parcelering en of een opening in de bebouwing of het gevelvlak gemaakt te worden ten behoeve van licht, lucht en (door)zicht. Deze dient zowel ruimtelijk als esthetisch aanwezig te zijn (architectuur en materiaalgebruik). Ter motivering is voorts uiteengezet dat verdichting van het gebied wenselijk is: De schaarse ruimte moet optimaal benut worden. Om monotone en te massale bebouwing te voorkomen moet minimaal om de 60 meter de bebouwing variëren.

Hierdoor ontstaat een stedenbouwkundige korrel die past bij het gebied. De FSI zal zich ongeveer tussen de 2 en 3 bevinden. Publiekelijk toegankelijke kades zijn (op termijn) wenselijk. Snede: Aan de west- en oostzijde van het plangebied zijn zogenaamde "snedes" ingetekend op de spelregelkaart. De "snedes" staan haaks op de Cruquiusweg, zijn minimaal 16 m breed en zijn vrij van bebouwing. Voor de situering van de snede kan ten opzichte van de op de spelregelkaart aangegeven locaties een marge aangehouden worden van 10 m naar links of rechts. De snedes zijn toegankelijk voor alle soorten verkeer. Ter motivering is hierover aangegeven dat de snedes zorgen voor zicht op het water, waarbij een groene invulling wenselijk is. Vanuit de omgeving zorgen de snedes voor een ruimtelijke opdeling en doorzichten. De marges zijn ten behoeve van de flexibiliteit, de snede mag over een bouwveld geschoven worden. De breedte van de snede ligt vast. Karakteristieke bebouwing: Het hoofdgebouw van de Drenthhal (dus niet de aanbouwen aan weerszijde van het hoofdgebouw) is op de spelregelkaart aangeduid als 'karakteristieke bebouwing'.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 21

De als zodanig aangeduide gebouwen zijn karakteristiek en het is volgens de spelregels in 2012 wenselijk geacht dat deze behouden blijven. Mochten deze toch gesloopt worden dan wordt het programma dat gerealiseerd mag worden op het bouwveld niet groter. Ter motivering is aangegeven dat deze gebouwen karakteristiek zijn voor het gebied maar dat ze van mindere architectonische waarde zijn dan de te behouden bebouwing. Een zeer gewenste (nieuwbouw)ontwikkeling zouden ze niet in de weg moeten staan. Als deze objecten een wenselijke ontwikkeling in de weg staan mogen ze verplaatst worden. 2.2.3

Nadere uitwerking uitgangspunten

Voorliggend bestemmingsplan betreft het westelijk deel (deelgebied 8.2, de Drenthkavel, kavel A) en het zuidelijk deel (deelgebied 8.3, de Werfkavel, kavel B) van bouwveld 8 van de spelregelkaart. Het concretiseren van de planvorming hiervoor vindt als nadere uitwerking van de vastgestelde spelregels stapsgewijs plaats. Dit aan de hand van onder meer participatie en analyse van de vraag welke gemeentelijke maatschappelijke invulling in het gebied kan worden gefaciliteerd. In het proces van de concretisering van de ontwikkeling van deelgebied 8.2 en 8.3 zijn de volgende fasen te onderscheiden: Gestart is met het opstellen van een scenariostudie. Op basis van de scenariostudie is in december 2020 door het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel onder ander besloten om het voorkeursscenario verder uit te werken tot initiatiefdocument en om een participatieproces te doorlopen waarin aan de omgeving input wordt gevraagd op de programmatische invulling van de Drenthhal. Doelstelling hierbij is het ontwikkelen van het plangebied passend binnen totale gebiedsontwikkeling van het Cruquiusgebied. Het voorkeurscenario is uitgewerkt in een initiatiefdocument en concept bouwenvelop die daarna nader is uitgewerkt in een bijgestelde bouwenvelop. Het resultaat van de uitwerking is in onderstaande subparagrafen nader uiteengezet. Voorkeurscenario (vastgesteld door Dagelijks Bestuur d.d.

15 december 2020) Uitgangspunten deelgebied 8.2 en 8.3 Op 15 december 2020 heeft het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Oost onder meer besloten om het voorkeursscenario voor de ontwikkeling van Drenth Werf uit te werken tot initiatiefdocument. Het voorkeursscenario (planvorming 2020) gaat onder meer uit van de volgende uitgangspunten en kaders voor het programma en de bouwregels voor de Drenth- en Werfkavel: In het Drenthgebouw komt een mix van maatschappelijk en commercieel programma. Er wordt een maximaal volume aan woningbouw gerealiseerd. Op de Drenthkavel wordt een nieuw woongebouw toegevoegd met een overbouwing van het Drenthgebouw. Het gaat om ongeveer 64 woningen die zich allemaal in het middeldure huursegment bevinden. Op de Werfkavel wordt enkel woningbouw beoogd. Hier kunnen ongeveer 128 woningen worden gerealiseerd. Het woningbouwprogramma bestaat hier voor 50% uit sociale huur en voor 50% uit middeldure huur. Het woningbouwprogramma is berekend op basis van 70% efficiëntie en woningen met een gemiddelde van 60m2 GBO (gebruiksvloeroppervlak). Bij de uitwerking kan er hierdoor nog een wijziging zijn van de aantallen en het bijbehorende percentage. Er komt een nieuw openbaar plein tussen de nieuwe woonbebouwing bij de Drenthhal en Werf. Dit nieuwe plein krijgt een groene invulling.

Toelichting op / motivering voor de beoogde woningbouwcategorieën deelgebied 8.2 en 8.3 Het stedelijk beleid ziet in de woningbouwcategorieverdeling 'percentage sociaal - percentage Gemeente Amsterdam

blz. 22

middeldure huur - percentage vrije sector', in beginsel bij nieuwbouw al enige tijd toe op een verhouding van '40-40-20'. Volgens de herijking van dit stedelijk beleid in juni 2020 (besluit college d.d. 2 juni 2020) en juni 2021 (besluit college d.d. 15 juni 2021) mag onder voorwaarden ook '0-80-20' of '0-100-0' gemaakt worden om bouw van het aantal woningen in het middensegment te stimuleren. In bepaalde situaties is ook een verdeling van minimaal 30% sociaal en minimaal 40% middenhuur aanvaardbaar (zie paragraaf 3.5.3). Zoals met het DB besluit van 15 december 2020 voor voorliggend project is besloten, wordt in het woningbouwprogramma van het voorkeursscenario voor dit deelgebied afgeweken van het uitgangspunt voor de stedelijk woningbouwcategorieverdeling '40-40-20'. Voor deelgebied 8 wordt in het voorkeursscenario uitgegaan van circa 35% sociale huurwoningen en circa 65% woningen in het middensegment, dus een verhouding van '35-65-0'. Ter motivering van de keuze voor deze afwijkende verdeling in het voorkeursscenario het volgende: 0% vrije sector: Op moment van voorbereiden van dit bestemmingsplan bestaat het woningbouwprogramma in het Cruquiusgebied voor circa 10% uit sociale huur, circa 8% uit middeldure huur en de rest vrije sector. Cruquius is een toplocatie in Amsterdam.

En het gebied komt met de ontwikkeling van Zeeburgereiland en IJburg fase 2 alleen maar nog centraler te liggen in de stad. Woningprijzen zijn hoog en het fundament onder deze prijzen wordt verder versterkt. Het leidt geen twijfel dat, gezien de enorme vraag naar woonruimte binnen de ring, ook 100% vrije sector op de betreffende kavels probleemloos afzetbaar zou zijn. Desondanks wordt er voor gekozen geen vrij uitgeefbare kavels te bouwen, maar alleen sociale en middeldure huur. Dit om meer evenwicht te krijgen in de totale woningvoorraad van Cruquius. 35% sociale huur en 65% middeldure huur: Zoals hiervoor al aangegeven, bevinden zich op het moment van voorbereiden van voorliggend bestemmingsplan in het Cruquiusgebied relatief veel duurdere vrije sector woningen. Omdat niet alleen de middeldure huur sector, maar ook de sociale huursector ondervertegenwoordigd is in het Cruquiusgebied wordt voor dit plangebied ook ingezet op woningbouw in de sociale sector. Daarvoor is ook de woningcategorieverdeling in de wijdere omgeving meegewogen. Het aandeel sociale huur in de omliggende buurten is op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan 48%. Dat is net iets onder het gemiddelde van Amsterdam. In het gebied Indische Buurt/Oostelijk Havengebied is circa 41% van de totale woningvoorraad in handen van woningcorporaties.

En op het totaal van de woningvoorraad werd in 2019 circa 7% door particulieren verhuurd in het sociale huursegment (in 2021 was dit circa 6%). De verwachting is dat het percentage sociaal daar waarschijnlijk gaat zakken, omdat veel particulieren hun woningen uitponden of duur verhuren bij leegkomst. Dat is mede een reden om voor dit plangebied in het Oostelijk Havengebied en nabij de Indische buurt niet alleen in te zetten op bouw van middeldure huur, maar ook sociale huur. Vervolgens is voor de daadwerkelijk verdeling sociaal - middeldure huur mede gekeken naar de ruimtelijke bouwmogelijkheden in het plangebied. Dit met inachtneming van de onderverdeling in de uitgangspunten voor Drenthkavel (deelgebied 8.2) en Werfkavel (deelgebied 8.3): beide locaties zijn onderdeel van het bestemmingsplangebied, maar moeten onafhankelijk van elkaar ontwikkeld kunnen worden. Het voorkeursscenario gaat uit van de realisatie van één nieuw appartementengebouw / bouwblok op de Drenthkavel en mogelijk twee nieuwe appartementengebouwen / bouwblokken op de Werfkavel. Rekening houdend met de uitgangspunten voor bouwhoogten (uitgangspunt is maximaal 21 meter), woninggrootte (gemiddeld 60 m2 GBO) en ruimtelijke inpasbaarheid, is het aantal mogelijke woningen in deelgebied 8.2 berekend op ruimte voor ongeveer 64 woningen en in deelgebied 8.3 op ongeveer 128 woningen.

Er is gekozen om geen bouwblokken met gemengde woningcategorieen te laten realiseren, maar in te zetten op bouwblokken met alleen sociale huur of alleen middeldure huur. Op deze manier kan het deel van de Werfkavel (deelgebied 8.3) dat volgens het voorkeursscenario bedoeld is voor sociale huur, in zijn geheel door een woningcorporatie ontwikkeld en beheerd worden. Omgerekend betekent dit voor dit plangebied een wooncategorieverdeling van 35% sociaal en 65% middeldure huur. Daarnaast is deze verhouding tussen sociaal en middeldure huur ook meer in de lijn met de stedelijke wens om meer woningen in het middensegment te realiseren. Het wordt van belang geacht om hier woningen te realiseren die de wooncarrière kunnen bevorderen en de doorstroming

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 23

van sociale huurwoningen naar het middensegment bevordert. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat het stedelijk beleid ook toelaat dat er minimaal 30% sociale woningbouw wordt gerealiseerd als de reguliere sociale huurwoningen door corporaties worden afgenomen (zie paragraaf 3.5.3). Aan deze voorwaarde wordt met een verdeling van 35% sociaal en 65% middeldure huur voldaan. Nadere uitwerking van voorkeursscenario - Nadere concretisering Ruimtelijke kader Bouwenvelop Cruquius deelgebied 8.2 en 8.3 Het bestaande als karakteristiek aangemerkte Drenthgebouw dateert uit 1917 en is in de afgelopen jaren weinig onderhouden. Het gebouw is voorzien van een sheddak bestaande uit 7 te onderscheiden "zaagtanden". Een sheddak is een zaagdak of zaagtanddak die als dakvorm in het verleden vooral bij uitgestrekte fabriekshallen is toegepast. Bouwkundig gezien betreft een sheddak een reeks evenwijdige lessenaardaken of asymetrische zadeldaken (dakvlakken met ongelijke schilden / ongelijke hellingshoeken). Dit laatste geldt voor het bestaande Drenthgebouw. Zoals hiervoor in paragraaf 2.1.3 onder "Drenthkavel" en in paragraaf 2.2.2 onder "spelregels plangebied" is aangegeven, is het Drenthgebouw aangewezen als karakteristiek voor het gebied Cruquius. Het uitgangspunt in de spelregels van 2012 is daarom dat deze hal behouden blijft.

Dit uitgangspunt uit 2012 in ogenschouw nemende is voor het daadwerkelijke eindbeeld van de bebouwing op de Drenthkavel een bredere afweging op grond van de spelregels van 2012 mogelijk. Dit omdat, naast behoud van bestaande karakteristieken, met het op de spelregelkaart aangegeven bouwveld, ook nieuwbouw op de Drenthkavel is beoogd. De keuze voor het plan voor de hal is een afweging van belangen en van mogelijkheden. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt gezien wordt gepleit voor het zoveel mogelijk behouden van de originele "kern" van de bestaande hal. Vanuit bruikbaarheid van het gebouw voor een ruim maatschappelijk programma wordt, gezien de huidige technische staat ervan, gepleit voor sloop-nieuwbouw met terugbouw van onderdelen van de beeldbepalende karakteristieken. Het voorkeursscenario van december 2020 is voor zover het de ruimtelijke kaders betreft, per deelgebied eerst nader geconcretiseerd in eerst een initiatiefdocument (door het Dagelijks Bestuur vastgesteld d.d. 15-02-2022) en daarna in (concept) bouwenvelop(pen) waarop voorliggend bestemmingsplan is gebaseerd. De bouwenveloppen voor de Drenthkavel (concept Bouwenvelop Deelgebied 8A, Drenthkavel) en voor de Werfkavel (concept Bouwenvelop Deelgebied 8B, Werfkavel) worden/zijn als bijlage opgenomen bij deze toelichting. Voor de volledige inhoud wordt verwezen naar de bouwenveloppen in de bijlage.

De bouwenveloppen zijn de onderlegger voor de bouwregels van voorliggend bestemmingsplan. Daaruit is onder meer het navolgende op te maken: Ruimtelijk kader Drenthhal (deelgebied 8.2) De planvorming voor de Drenthkavel is gericht op transformatie met behoud van bestaande beeld bepalende karakteristieken. In het plan zijn de volgende plandelen te onderscheiden: Sloop bestaande hal en gedeeltelijke herbouw bestaande ruimtelijke karakteristieke bebouwing (gedeeltelijke reconstructie); Nieuwbouw (anders dan reconstructie). Sloop bestaande hal en herbouw bestaande ruimtelijke karakteristieke bebouwing (gedeeltelijke reconstructie): Vanwege de slechte staat van het bestaande gebouw op de Drenthkavel en de stedenbouwkundige doelstelling voor een aantal structurele aanpassingen, wordt gekozen voor sloop-herbouw. Bij de herbouw wordt een gedeeltelijke reconstructie van het originele gebouw gerealiseerd. Na sloop van de zijbeuken worden de zijbeuken niet meer teruggebouwd. Die worden derhalve met dit bestemmingsplan wegbestemd. Dit ten behoeve het creëren van ruimte voor de nieuwe straten aan weerszijde van de Gemeente Amsterdam

blz. 24

bebouwing. Nieuwbouw (anders dan reconstructie): Voor de hoofdhal van het Drenthgebouw geldt dat er voor de nieuwbouw van woningen een "hap" uit de te slopen en gedeeltelijk te herbouwen hoofdhal mag worden genomen. Dit ter plaatse van het westelijke deel van de drie meest zuidelijke "zaagtanden" van het sheddak van het te slopen en gedeeltelijk te hebouwen hoofdhal. Ter plaatse van deze "hap" en zuidelijk daarvan mag nieuwbouw worden gerealiseerd die wat bouwvorm betreft afwijkt van de bestaande Drenthhal. Uit de bouwenvelop voor deelgebied 8.2 (Drenthkavel / Kavel A van de bouwenvelop) is onder meer op te maken dat de bouwhoogte van de nieuwbouw ter plaatse van dat zuidelijke deel van de Drenthhal maximaal 24 meter mag zijn. Dit is 3 meter hoger dan de in 2012 vastgestelde spelregels. Deze hoogte is stedenbouwkundig onder meer gerelateerd aan de ligging van de locatie en aan bebouwing in de omgeving. Voorts zijn hierbij duurzaamheidsambities meegewogen waarvan circulair bouwen en het MRA convenant houtbouw in het bijzonder (zie bouwenvelop). De medeweging heeft ertoe geleid dat de maximale bouwhoogte ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan naar boven is bijgesteld. Dit om houtbouw mogelijk te maken. Houtbouw brengt constructief gezien enige overhoogte met zich mee ten opzichte van conventionele bouw.

Om te voorkomen dat hierdoor onbedoeld extra bouwlagen mogelijk worden gemaakt, is aanvullend ook het aantal bouwlagen vastgelegd. Voor de ontwerpers en initiatiefnemers voor bouwplannen is belangrijk aandachtspunt dat van die maximale bouwhoogte niet kan worden afgeweken. Het op de verbeelding aangegeven bouwhoogtemaximum geldt als absoluut maximum. Er is immers bij het bepalen van de maximale bouwhoogte al enige flexibititeit opgenomen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Het nogmaals afwijken daarvan zou een stapeling met zich meebrengen en dat is nadrukkelijk niet de doelstelling.

Voorwaarden voor sloop hoofdhal en voorgebouw - gedeeltelijke reconstructie: Zoals hiervoor al aangegeven mag voor de beoogde nieuwbouw van woningen een "hap" uit de hoofdhal worden genomen. Ook de rest mag worden gesloopt, maar doelstelling daarvan is dat de rest van de hoofdhal wordt herbouwd met zijn originele contour (zelfde lengte en breedte van de hoofdhal). Dus in het zuidelijk deel van het shaddak waar geen "hap" uit wordt genomen met de drie "zaagtanden" en het noordelijke deel van het sheddak met vier "zaagtanden" als dakvorm. Het voorgebouw dient ook met zijn originele contour herbouwd te worden.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 25

Voor de hoogten van hetgeen dat mag worden gesloopt en daarna gereconstrueerd middels vervangende nieuwbouw geldt het volgende: De hoofdhal mag hoger worden teruggebouwd dan de originele hoogte van circa 7,5 meter, namelijk met een bouwhoogte van in totaal maximaal 10 meter. Dit zodat er binnenin de hal een gedeeltelijke tweede bouwlaag mogelijk is. De top van de sheddaken mag dus niet hoger zijn dan 10 meter ten opzichte van peil. Dit om de hal bruikbaar te maken voor de beoogde functies (zie hierna onder "Nadere concretisering Programma / functies Drenthhal (deelgebied 8.2) - Participatie"). Deze functies kunnen worden gehuisvest door in de hal flexibele units te plaatsen die worden ontsloten vanuit een royale circulatieruimte aan de oostzijde van de centrale hal. De hal mag iets hoger worden herbouwd dan het origineel zodat er een gedeeltelijke tweede bouwlaag gerealiseerd kan worden en meer programma aan deze centrale ruimte mogelijk wordt. Bij de reconstructie dient het voorgebouw de oorspronkelijke hoogten terug te krijgen. De hoogte van het bestaande voorgebouw varieert rondom de 5 meter en is afgerond maximaal 6,5 meter. Balkons e.d.: Voor balkons/buitenruimten/loggia's/inpandige balkons van de woningen is er onderscheid in (ten opzichte van de overwegende gevellijn) uitstekende balkons/buitenruimten en terugliggende balkons/buitenruimten/loggia's/inpandige balkons.

Ook is er onderscheid in datgene dat vanaf een bepaalde bouwlaag is toegestaan. En vanwege geluidbronnen in de omgeving gelden er geluidgerelateerde voorwaarden. Voor een toelichting op de geluidsgerelateerde voorwaarden aan balkons/buitenruimten/loggia's wordt verwezen naar paragraaf 4.2.2 en 4.3.2. Voor zover het aspect geluid daarvoor geen belemmering is (hoofdvoorwaarde), geldt het volgende: Ten opzichte van de overwegende gevellijn uitstekende (verglaasde) balkons/buitenruimten: 1. vanaf de derde bouwlaag boven peil (dat wil zeggen op de derde bouwlaag en hoger): toegestaan zolang het om ondergeschikte geveldelen gaat en de bouwdiepte van deze volumes niet meer is dan 1 meter. Deze diepte is gemeten ten opzichte van de overwegende gevellijn van het gebouw. In afwijking daarvan mag de diepte aan de zuidzijde van de nieuwbouw maximaal 1,5 meter zijn (gemeten ten opzichte van de overwegende gevellijn van het gebouw). Voor de zuidzijde geldt een nadere beperking in het geval aan die zijde een uitkraging wordt gerealiseerd (zie hieronder). 2. op de eerste en tweede bouwlaag boven peil: Franse balkons en ondiepe (verglaasde) balkons/buitenruimten tot 0,5 meter ten opzichte van de overwegende gevellijn. Ten opzichte van de overwegende gevellijn terugliggende inpandige buitenruimten/loggia's: Gemeente Amsterdam

blz. 26

toegestaan aan alle zijden, vanaf de tweede bouwlaag. Dat wil zeggen op de tweede bouwlaag en hoger (volledigheidshalve: de tweede bouwlaag is in dit geval de eerste verdieping). Aandachtspunt voor gebouwontwerp is het volgende: Terugliggende inpandige buitenruimten zijn wellicht aan de orde bij die geveldelen waar volgens voorgaande uitgangspunten de maximale diepte van de voorbij de overwegende gevellijn uitstekende delen niet meer mag zijn dan 0,5 meter, respectievelijk 1,0 meter. Als op die geveldelen ook geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn in de vorm van verglaasde buitenruimten, dan is van belang dat volgens de beleidsregel geluidluwe gevel Amsterdam (bekendmaking 24 oktober 2023, Gemeenteblad Nr. 453132) buitenruimten, in bepaalde gevallen, een diepte moeten hebben van van tenminste 1,3 meter. In dergelijke gevallen zal met een maximaal toegestane uitstekend balkon/buitenruimte van 0,5 meter, respectievelijk 1,0 meter, een deel van deze buitenruimte gevonden kunnen worden door een deels terugliggende inpandige buitenruimte/loggia. Aan de zuidzijde is een uitkraging toegestaan van 1,5 meter diep over de volledige gevelbreedte, vanaf de derde bouwlaag. Hiermee wordt bedoeld op de derde bouwlaag en hoger.

Als een dergelijke uitkraging de volle breedte van de gevel heeft, dan komt dat er op neer dat de eerste twee boven peil gelegen bouwlagen 1,5 meter terug liggen ten opzichte van de gevel van de overige hoger gelegen bouwlagen. Aan deze uitkraging van 1,5 meter mogen dan geen balkons of andere ondergeschikte volumes uitsteken. De ruimte die deze uitkraging biedt, is bedoeld om daarbinnen royale inpandige buitenruimten te realiseren. Sturing op eindbeeld reconstructie: De sturing op het eindbeeld vindt plaats via een combinatie van een tweetal instrumenten, namelijk het instrument van tendering (zie ook paragraaf 6.2 onder "Planvorm en sturing") en het bestemmingsplan. Ter waarborging van het bereiken van het beoogde eindbeeld wordt in voorliggend bestemmingsplan het volgende geregeld voor de locatie van de bestaande Drenthgebouw: Het bouwvlak waarbinnen gebouwen zijn toegestaan wordt, aansluitend op de locatie op de Drenthkavel waar nieuwbouw is toegestaan, mede begrensd door de contouren zoals die op de spelregelkaart zijn aangegeven en zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristieke bebouwing'. Sheddak wordt als kapvorm voorgeschreven voor het deel van de op de spelregelkaart als karakteristiek aangeduide bebouwing dat in de bestaande situatie een sheddak heeft (op de verbeelding aangegeven met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1').

Uitzondering hierop is het gebouwdeel van de drie meest zuidelijke beuken. Dat gebouwdeel ligt in het gebied van de Drenthkavel waar hogere nieuwbouw is toegestaan (zuidwestelijke deel van de bestaande hal). Hiervoor geldt dan wel dat aan de buitenkant daarvan (dus ter plaatse van het zuidoostelijke deel van de bestaande hal) de contour van de bestaande sheddaken behouden blijft. Hierop wordt gestuurd via het instrument van de tendering. Ruimtelijke kader Werfkavel (deelgebied 8.3) Uit de bouwenvelop voor deelgebied 8.3 (Werfkavel / Kavel B van de bouwenvelop) is onder meer op de te maken dat de hoogte van de bebouwing maximaal 24 meter mag bedragen. Dit is 3 meter hoger dan de in 2012 vastgestelde spelregels. Deze hoogte wordt onder meer gerelateerd aan de ligging van de locatie en aan bebouwing in de omgeving. Voorts zijn hierbij duurzaamheidsambities meegewogen waarvan circulair bouwen en het MRA convenant houtbouw in het bijzonder (zie bouwenvelop). De medeweging heeft ertoe geleid dat de maximale bouwhoogte ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan naar boven is bijgesteld. Dit om houtbouw mogelijk te maken. Houtbouw brengt constructief gezien enige overhoogte met zich mee ten opzichte van conventionele bouw. Om te voorkomen dat hierdoor onbedoeld extra bouwlagen mogelijk worden gemaakt, is aanvullend ook het aantal bouwlagen vastgelegd.

Voor de ontwerpers en initiatiefnemers voor bouwplannen is belangrijk aandachtspunt dat van die maximale bouwhoogte niet kan worden afgeweken. Het op de verbeelding

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 27

aangegeven bouwhoogtemaximum geldt als absoluut maximum. Er is immers bij het bepalen van de maximale bouwhoogte al enige flexibititeit opgenomen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Het nogmaals afwijken daarvan zou een stapeling met zich meebrengen en dat is nadrukkelijk niet de doelstelling. Balkons e.d.: Voor balkons/buitenruimten/loggia's/inpandige balkons van de woningen is er onderscheid in (ten opzichte van de overwegende gevellijn) uitstekende balkons/buitenruimten en terugliggende balkons/buitenruimten/loggia's/inpandige balkons. Ook is er onderscheid in datgene dat vanaf een bepaalde bouwlaag is toegestaan. Vanwege geluidbronnen in de omgeving gelden er geluidgerelateerde voorwaarden. Voor een toelichting op de geluidgerelateerde voorwaarden aan balkons/buitenruimten/loggia's wordt verwezen naar paragraaf 4.2.2 en 4.3.2. Voor zover het aspect geluid daarvoor geen belemmering (hoofdvoorwaarde) geldt het volgende: Ten opzichte van de overwegende gevellijn uitstekende (verglaasde) balkons/buitenruimten: 1. vanaf de derde bouwlaag boven peil (dat wil zeggen op de derde bouwlaag en hoger): toegestaan aan alle zijden zolang het om ondergeschikte geveldelen gaat en de bouwdiepte van deze volumes niet meer is dan 1,5 meter. Deze diepte is gemeten ten opzichte van de overwegende gevellijn.

In afwijking daarvan mag de diepte aan vanaf de derde bouwlaag en hoger van de oostzijde van het gebouw van het op de verbeelding weergegeven meest oostelijke bouwvlak van de bestemming Wonen maximaal 1,0 meter zijn (gemeten ten opzichte van de overwegende gevellijn van het betreffende gebouw). 2. op de eerste en tweede bouwlaag boven peil: Franse balkons en ondiepe (verglaasde) balkons/buitenruimten tot 0,5 meter ten opzichte van de overwegende gevellijn. Ten opzichte van de overwegende gevellijn terugliggende inpandige buitenruimten/loggia's: toegestaan aan alle zijden, vanaf de tweede bouwlaag (dat wil zeggen op de tweede bouwlaag en hoger). Aandachtspunt voor gebouwontwerp is het volgende: Terugliggende inpandige buitenruimten zijn wellicht aan de orde bij die geveldelen waar volgens voorgaande uitgangspunten de maximale diepte van de voorbij de overwegende gevellijn uitstekende delen niet meer mag zijn dan 0,5 meter, respectievelijk 1,0 meter. Als op die geveldelen ook geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn in de vorm van verglaasde buitenruimten, dan is van belang dat volgens de beleidsregel geluidluwe gevel Amsterdam (bekendmaking 24 oktober 2023, Gemeenteblad Nr. 453132) buitenruimten, in bepaalde gevallen, een diepte moeten hebben van van tenminste 1,3 meter.

In dergelijke gevallen zal met een maximaal toegestane uitstekend balkon/buitenruimte van 0,5 meter, respectievelijk 1,0 meter, een deel van deze buitenruimte gevonden kunnen worden door een deels terugliggende inpandige buitenruimte/loggia. Nadere concretisering Programma / functies Drenthhal (deelgebied 8.2) - Participatie Voor de toekomst van de Drenthhal op Cruquius is in de periode februari - maart 2021 een uitgebreid participatie traject georganiseerd (zie paragraaf 8.1). Uit de participatie komt naar voren dat er behoefte is aan een gebouw waar wat gebeurt, waar mensen kunnen samenkomen en dat kan verbinden tussen de verschillende bevolkingsgroepen en verschillende buurten in Oost. Tevens is er behoefte aan meer culturele voorzieningen. Dit is in voorliggend bestemmingsplan vertaald naar het toestaan van een mix van een sociaal maatschappelijke, culturele en commerciële invulling van de multifunctionele hal, namelijk: Sociaal maatschappelijk programma op het gebied van kunst, cultuur, buurthuis, jongerencentrum, kringloopwinkel; Bedrijven voor productie/ambachten; Broedplaats met ruimten voor: 1. combinatie van ateliers, creatieve, culturele of ambachtelijke bedrijfjes en;

Gemeente Amsterdam

blz. 28

2. open werkplekken en meetingsrooms, al dan niet commercieel; Aan bovenstaande functies gerelateerde ondergeschikte functies: 1. Ondergeschikte horeca: als ondergeschikte functie gerelateerd aan de hoofdfuncties 'maatschappelijke voorzieningen en 'culturele voorzieningen' en 'broedplaats'. 2. Ondergeschikt kantoor: als ondergeschikte functie gerelateerd aan de hoofdfunctie bedrijf. 3. Ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen: als ondergeschikte functie gerelateerd aan de hoofdfunctie bedrijf en broedplaats. 4. Evenementen op het gebied van muziek/theater/bioscoop, niet als vaste functie maar moet wel programmeerbaar zijn. Dit als ondergeschikte functie van culturele voorzieningen. Zakelijke dienstverlening. Dit alles voor zover passend in een gemengd gebied. Dat wil zeggen dat het bij de bedrijfsfunctie gaat om bedrijfsactiviteiten met relatief gezien weinig milieuhinder (zie ook paragraaf 4.2.2 onder 'Juridische planbeschrijving'). Nadere concretisering Programma Omvang - Bouwenvelop Cruquius deelgebied 8.2 en 8.3 De omvang van het programma / de te onderscheiden functies is uiteengezet in de bouwenvelop (zie bijlage). Het totale programma in het plangebied bestaat uit maximaal 17.000 m2 bvo wonen en maximaal 2.700 m2 bvo niet-wonen (deels in de bestaande te reconstrueren hal, deels in nieuwbouw).

De omvang van het programma / functies op de Drenthkavel (deelgebied 8.2) is aldus: Niet-woon-programma = maximaal 2.700 m2 bvo. De niet-woonfuncties zijn toegestaan in de te reconstrueren hoofdhal met voorgebouw en in de nieuwbouw. Wonen = 6.000 m2 bvo (inclusief fietsenbergingen). Voor het wonen geldt dat woningen niet zijn toegestaan in de bestaande te reconstrueren hoofdhal. De omvang van het programma / functies op de Werfkavel (deelgebied 8.3) is aldus: Wonen: 11.000 m2 bvo.

Parkeren - openbare ruimte en optionele kelderbouw deelgebied 8.2 en 8.3 Locatie van het parkeren: Op grond van de spelregels uit 2012 gelden er ruimtelijk gerelateerde regels voor het voorzien in de parkeerbehoefte. Zo dient de parkeerbehoefte voor het toekomstige programma gerealiseerd te worden op eigen terrein, maar is onderlinge uitruil tussen bouwvelden toegestaan. Bezoekersparkeren ten behoeve van bedrijven dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. Bezoekersparkeren ten behoeve van wonen mag in openbare ruimte gerealiseerd worden. Dit betekent dat afhankelijk van het definitieve bouwplan en programma er meerdere mogelijkheden zijn voor de parkeeroplossing. Voor bezoekersparkeren voor woningen en voorzieningen geldt dat in de openbare ruimte van de 'snedes' van de spelregelkaart ruimte wordt gecreëerd waar ook geparkeerd kan worden. Voor wat betreft het voorzien in de parkeerbehoefte voor eventuele bewonersparkeren en/of eventueel parkeren voor personeel en eigenaren van de niet-woonfuncties gelden echter andere spelregels. Daarvoor is realisatie van een parkeerkelder in het plangebied een mogelijkheid, of als alternatief, gebruikmaking van parkeergarages in andere nabij gelegen bouwvelden. Drenthkavel: In het geval gekozen wordt voor de realisatie van een parkeerkelder in het plangebied, dient deze

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 8, Drenth- en Werfkavel (vastgesteld)

blz. 29

volgens de bouwenvelop geheel verdiept te worden gebouwd. En dat in dat geval de ontsluiting van een eventuele parkeergarage onder de bebouwing van de Drenthkavel gesitueerd wordt aan de 'snede'-zijde / westzijde van de bebouwing. Voor fiets- en scooterparkeren is in de bouwenvelop voor de Drenthkavel bepaald dat een gemeenschappelijke inpandige fietsberging voor de bewoners verplicht is. De fietsenberging mag daar op de begane grond worden gesitueerd of (half)verdiept. Werfkavel: In het geval gekozen wordt voor de realisatie van een parkeerkelder in het plangebied, dient deze volgens de bouwenvelop geheel verdiept te worden gebouwd. En dat in dat geval de ontsluiting van een eventuele parkeergarage onder de bebouwing van de Werfkavel gesitueerd wordt aan de oostzijde van de bebouwing. Voor fiets- en scooterparkeren is in de bouwenvelop voor de Werfkavel bepaald dat een gemeenschappelijke inpandige fietsberging voor de bewoners verplicht is. De fietsenberging mag daar op de begane grond worden gesitueerd. Omvang parkeerruimte: Zie paragraaf 3.5.8.

Margestroken deelgebied 8.2 en 8.3: In de bouwenvelop is het volgende bepaald over zogenaamde margestroken (tuinen en erven bij een woning): Deelgebied 8.2 Drenthkavel: Aan de zuidzijde is een margestrook toegestaan voor de woningen, tot 1,5 meter diep; Deelgebied 8.3 Werfkavel: aan de oostzijde van het gebouw van het op de verbeelding weergegeven meest oostelijke bouwvlak van de bestemming Wonen is een margestrook toegestaan van maximaal 1,0 m. Voor de overige gevels van gebouwen in deelgebied 8.3 zijn margestroken toegestaan tot 1,5 meter diep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15752621/1