CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Toelichting.pdf

RAAD 2 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius (VN2025-001602)38.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

32 alinea's met “milieu”: 12 38 51 56 69 174 262 264 267 268 270 271 274 276 278 281 282 316 317 319 322 327 328 343 347 351 358 405 413 637 664 665

Cruquius deelgebied 7

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied en plangrens 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer

5 5 5 5 7 8

Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Historie Cruquiuseiland 2.2 Beschrijving huidige situatie 2.3 Ontwikkeling naar woon-werkgebied 2.4 Parkeren

9 9 9 10 18

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Stadsdeelbeleid Oost

19 19 25 26 28 36

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) 4.2 Milieuzonering bedrijven 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geluidhinder 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Externe veiligheid

38 38 39 44 47 50 53

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Water 5.2 Nautische veiligheid 5.3 Aanvaarrisico 5.4 Archeologie en cultuurhistorie 5.5 Mobiliteit 5.6 Hoogbouweffectrapportage en windhinder 5.7 Natuurbescherming 5.8 Niet gesprongen explosieven (NGE) 5.9 Duurzaamheid

59 59 63 67 71 74 78 83 86 87

Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Algemeen 6.2 De bestemmingen

90 90 90

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding 7.2 Plangebied

96 96 96

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Voortraject 8.2 Inspraak 8.3 Vooroverleg 8.4 Zienswijzen

97 97 97 97 97

2 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

4 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voormalige bedrijventerrein op het schiereiland Cruquius in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam neemt een centrale plek in binnen de ring. Het gehele eiland wordt de komende jaren getransformeerd van een industriegebied naar een levendig, modern en duurzaam werk- en woongebied. Het stadsdeel kiest voor een strategie van uitnodigingsplanologie: het initiatief voor de transformatie ligt bij de markt. Het begin is gemaakt. Vorm, Amvest en enkele andere ontwikkelaars hebben de laatste jaren gronden en gebouwen aangekocht binnen het Cruquiuswerkgebied. Een groot deel van het plangebied is inmiddels in ontwikkeling. Een groot deel van het plangebied is inmiddels gerealiseerd of in ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van deelgebied 7: Kop van Cruquius. De spelregelkaart Cruquius, het initiatiefdocument en het hierover genomen principebesluit van het stadsdeel (19 september 2017), zijn de aanleiding om onderhavig bestemmingsplan op te stellen. De plannen voorzien in de realisatie van woningbouw, met bedrijvigheid en voorzieningen op de begane grond. Voor de functie wonen is circa 59.000 m² bvo voorzien (ca. 463 woningen) en voor overige functies (bedrijvigheid, creatieve functies, maatschappelijk, dienstverlening en horeca) circa 1.300 m² bvo.

Door een ander ontsluitingsprincipe van de gebouwen, optimalisatie van het ontwerp en het toevoegen van extra sociale woningen is de oppervlakte aan wonen ten opzichte van het initiatiefdocument toegenomen van circa 53.000 m2 bvo naar circa 59.000 m2 bvo en het aantal woningen toegenomen van circa 349 naar circa 463.

1.2

Doel bestemmingsplan

Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkelingen. Het opstellen van het bestemmingsplan voor deelgebied 7 past binnen de visie van de gemeente voor de transformatie van het Cruquiuswerkgebied: de gemeente faciliteert en toetst en de markt is inhoudelijk verantwoordelijk. Dit biedt vanuit ruimtelijke ordening nieuwe kansen; geen herstructurering van het gehele eiland in één keer, maar een organische ontwikkeling waardoor de diversiteit van het gebied niet verloren gaat, maar juist versterkt en kwalitatief verbeterd wordt. De gemeente faciliteert bewoners, bedrijven en marktpartijen gedurende een langjarige ontwikkeling op het gebied van ruimtelijke ordening, communicatie en milieuambities met een efficiënte inzet vanuit het stadsdeel. Het bestemmingsplan, het proces van voorbereiding van het bestemmingsplan én de uitwerking tot bouwplan voorziet in deze aanpak.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het voorliggende bestemmingsplangebied ligt in het noordoostelijk deel van Stadsdeel Oost in het Cruquiuswerkgebied. Op afbeelding 1.1 is de globale ligging van het plangebied in Amsterdam weergegeven.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 5

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied in Amsterdam De locatie ligt op het uiteinde van het Cruquiuseiland. Aan de zuidkant van de locatie ligt het bedrijfsverzamelgebouw Cruquiuskwartier en deelgebied 6. Deelgebied 6 bestaat uit een woon-werklocatie. Aan de oostzijde ligt het Amsterdam-Rijnkanaal en aan de westzijde de Entrepothaven. Aan de noordzijde ligt de mond van het Amsterdam-Rijnkanaal die overgaat in het IJ. De plangrens sluit aan op de grens van de bedrijvenbestemming in het bestemmingsplan Cruquius en de grenzen van het bestemmingsplan voor het Cruquius deelgebied 6. Op afbeelding 1.2 is het plangebied en de begrenzing aangegeven.

6 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 1.2 Begrenzing plangebied

1.4

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied geldt het Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Onderdeel van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan zijn de bestemmingsplannen 'Cruquius' en bestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders'. Het bestemmingsplan Cruquius. is vastgesteld op 9 april 2013 en op 11 juni 2014 onherroepelijk geworden. De locatie heeft destijds de bestemming "Bedrijf- 3" gekregen met de gebiedsaanduiding "Industrieterrein". Op gronden met de bestemming "Bedrijf-3" zijn bedrijven toegestaan welke voorkomen op de Staat van bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein en vallen in milieucategorie 1, 2 en 3 en 4.1. Ook zijn creatieve functies toegestaan en ondergeschikte detailhandel. De gebiedsaanduiding "Industrieterrein" is toegekend omdat de locatie onderdeel is van een "Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein". Het geldende bestemmingsplan maakt een bouwhoogte van maximaal 15 meter mogelijk. Het geldende plan is conserverend van aard en maakt een deel van de voorgestane ontwikkelingen niet mogelijk. Om de woningbouw, diverse andere functies en enkele afwijkende bouwhoogten mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders is vastgesteld op 7 oktober 2021. Op basis van dit bestemmingsplan zijn kelders alleen toegestaan via een omgevingsvergunning, mits is aangetoond dat de kelder grondwaterneutraal kan worden gerealiseerd.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 7

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. In hoofdstuk 2 beschrijven we de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geven we aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 gaan we in op de verschillende milieuaspecten en in hoofdstuk 5 behandelen we de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op de juridische systematiek en een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is opgenomen in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en hoofdstuk 8 bevat de beschrijving van de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en de nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de in gang gezette transformatie van industriegebied naar werk-woongebied.

2.1

Historie Cruquiuseiland

Door de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876 werd de Amsterdamse haven bereikbaar voor grote stoomschepen. Dit resulteerde in een uitbreiding van de kades in de haven en het daarop aansluitende spoorwegnet. In 1869-1874 werd, ten noorden van het voorliggende plangebied, het Spoorwegbassin gegraven. Als eerste havenbekken voor grotere schepen wordt het Spoorwegbassin hoofdzakelijk bestemd voor het overladen van steenkool en erts van grote zeeschepen in spoorwegwagons en binnenvaartschepen. Aangezien het bestaande Rijksentrepot aan de Hoogte Kadijk voor de eind 19de-eeuwse zeeschepen niet meer bereikbaar was en het ook niet over een goede spoorverbinding beschikte, besloot de gemeente in 1895 ten zuiden van het Spoorwegbassin een nieuwe Entrepothaven aan te leggen. Het plangebied ligt in het Cruquiusgebied in het Oostelijk Havengebied. Een plek binnen de ring van Amsterdam. Het Cruquiusgebied was vroeger onontgonnen rietland ten oosten van het centrum van Amsterdam. In 1892 was de verbinding met het Europese achterland sterk verbeterd door nieuwe spoorlijnen naar het Oostelijk Havengebied en door de aanleg van het Merwedekanaal, nu het Amsterdam-Rijnkanaal. Aan de zuidelijke kade van de Entrepothaven, de Zeeburgerkade, werden in 1899-1903 de toen zeer moderne pakhuizen Maandag tot en met Zondag gebouwd en daarnaast, 60 jaar later, pakhuis Koning Willem I.

Vanaf de 19de eeuw vormde het Cruquiusgebied de rand van de stad. Het gebied heeft sindsdien dienst gedaan als bedrijventerrein. Recente ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat het Cruquiusgebied een steeds centralere positie binnen de stad inneemt.

2.2

Beschrijving huidige situatie

Het Cruquiusgebied is het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk Havengebied. Het gebied wordt getransformeerd van werkgebied naar een woon-werkgebied. Deze transformatie is al voor een aanzienlijk deel gerealiseerd. De plint van de bebouwing blijft beschikbaar voor bedrijvigheid. Het Cruquiusgebied huisvest een diversiteit aan bedrijven waarvan de omvang en milieucategorie verschillen. Daarnaast zijn er verschillende (creatieve) werkplaatsen aanwezig. Langs de Th.K. van Lohuizenlaan bevindt zich een kantoorpand waarbij de eerste twee bouwlagen in gebruik zijn als kinderdagverblijf. Ten zuiden van de locatie bevindt zich het bestaande bedrijfsverzamelgebouw Cruquiuskwartier. Dit blijft behouden. De overige kavels ten zuiden van de locatie worden getransformeerd naar woon-werkgebieden. Het plangebied van deelgebied 7 bestaat uit 4 voormalige bedrijventerreinen: Metaalpark (Cruquiusweg 150-154) Houtsma (Cruquiusweg 146-148) Candido (Cruquiusweg 113-115) Gratex (Cruquiusweg 117) De tereinen zijn niet meer in gebruik en zijn dus beschikbaar voor herontwikkeling. De voormalige bebouwing is gesloopt.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 9

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

2.3

Ontwikkeling naar woon-werkgebied

2.3.1

Transformatie Cruquiusgebied

In 2009 is door het Stadsdeel een Strategienota opgesteld die ten grondslag heeft gelegen aan het strategiebesluit Cruquiusgebied. Het Cruquiusgebied wordt daarin gezien als een gunstig gelegen werk-woongebied. Dit strategiebesluit geeft op basis van een ruimtelijke visie, de investeringsrichting aan en is het kader voor de toekomstige transformatie. Dit kader sluit aan bij de visie van de centrale stad zoals vastgelegd in de structuurvisie voor Amsterdam. Het Cruquiusgebied is getransformeerd van een weinig dynamisch en verouderd industriegebied tot één van de meest gewilde en bruisende plekken van Amsterdam. Een plek met een vernieuwde identiteit gevormd door de unieke ligging, sfeer, historie én nieuwe functies. Een mix van werken, wonen en verblijven. Gelegen aan het water, dat niet alleen beter zichtbaar wordt maar ook gebruikt gaat worden voor recreatie en bedrijvigheid. 2.3.2

Spelregelkaart Cruquius e.o.

Voor het gebied zijn een spelregelkaart en bijbehorende spelregels opgesteld. De spelregels van het Cruquiusgebied (Cruquiusweg e.o. d.d. 11 november 2011) en de spelregelkaart Cruquiusweg (19 januari 2012), zijn op 31 januari 2012 door de Deelraad vastgesteld. De spelregelkaart en spelregels (zie Bijlage 1 Spelregelkaart en Bijlage 2 Spelregels) vormen beleidskaders waarbinnen de marktpartijen de mogelijkheid hebben om hun initiatieven vorm te geven. Het is een concrete vertaling van de ruimtelijke visie en het strategiebesluit. Met de spelregels kan het stadsdeel ontwikkelingen op hoofdlijnen sturen en toetsen. In tegenstelling tot de gebruikelijke aanpak uit het verleden, is er geen gemeentelijke grondexploitatie en dus ook geen stedenbouwkundig plan en investeringsbesluit oude stijl voor het gebied opgesteld. De spelregelkaart fungeert samen met de Strategienota en de structuurvisie 2040 als beleidskader.

10 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 2.2 Uitsnede spelregelk aart De spelregelkaart gaat ervan uit dat de nodige voorzieningen in de toekomst gerealiseerd kunnen worden, maar geeft geen verdere invulling aan functies in het gebied. In de spelregelkaart wordt geen verplicht programma voorgeschreven. Het uitgangspunt is een verdeling van 50% wonen en 50% bedrijfsruimte op de begane grond. Verder zijn de ligging en omvang van de openbare ruimte en het behoud van beeldbepalende gebouwen en objecten belangrijke aspecten. De oranje gebieden geven bouwvelden aan en de groene pijlen snedes die onbebouwd moeten blijven. Er ligt één snede midden in het plangebied en twee sneden aan de zuidzijde van het plangebied. Het behoudenswaardige object betreft de aanwezige Villa. In overleg tussen gemeente en ontwikkelaar is afgesproken dat de villa wordt behouden, maar wel verplaatst. Voor de snedes is een andere verdeling overeengekomen. Nadere uitleg hierover staat in paragraaf 2.3.3. Ook is afgesproken dat in dit deelgebied afgeweken kan worden van de regel om 50% bedrijfsruimte op de begane grond te realiseren. Hierover heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost op 12 september 2023 een besluit genomen. Zie ook paragraaf 2.3.4. 2.3.3

Ruimtelijke beschrijving ontwikkeling

Het Cruquiusgebied eindigt op een landhoofd tussen de Entrepothaven en het Amsterdam-Rijnkanaal, met zicht op het IJ. Om de mogelijkheden van de punt optimaal te benutten zijn de vier afzonderlijke bedrijfsterreinen uit verdeeld eigendom verworven en vanuit één samenhangende visie ontwikkeld. Een integrale aanpak levert de hoogste meerwaarde op voor iedereen die hier wil wonen, werken en verpozen. Alle benodigde functies vallen op de juiste plek rond een riant openbaar gebied aan het water.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 11

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Een schiereiland vraagt een aansprekend doel om naar toe te gaan. Daarom laten we het publieke leven zich afspelen op een groot, attractief en mooi omsloten groen plein aan het water. Op dit plein wordt het 'kantoor en woonhuis voor den werkmeester' in oorspronkelijke stijl herbouwd om met publieke functies een stralend middelpunt te vormen, een blijvende herinnering aan het industriële en handelsverleden. Het groene plein loopt trapsgewijs af naar het water. Vanaf het plein zijn vele wandelroutes over de kop mogelijk: over de autovrije kades rondom het landhoofd; over het autovrije plein aan het water; over twee brede dwarsstraten naar de kanaalkade met uitzicht op de schepen van en naar het IJ. Het raamwerk openbare ruimte fungeert als leidraad voor de inrichting van de openbare ruimte. Deze wordt vormgegeven - net als de gebouwen – met elementen uit natuurinclusief bouwen. Zowel in de openbare ruimte als in de gebouwen worden rekening gehouden met de natuur zodat het gebied optimaal geschikt is voor wilde planten, insecten, vogels, vleermuizen en andere dieren. Er zullen groene binnenhoven en groene daken gerealiseerd worden. Uitgangspunt voor de herontwikkeling is de spelregelkaart (d.d. 19-01-2012). Door de vier afzonderlijke percelen te bundelen en te herschikken worden stedenbouwkundige oplossingen mogelijk met een grote meerwaarde.

Zo kan het centrale plein worden vergroot en nog beter op de Entrepothaven te oriënteren.

Afbeelding 2.3 Herschikking spelregels tot stedenbouwkundige visie Behoudenswaardig object De spelregelkaart merkt de villa 'De Werkmeester' aan als behoudenswaardig object. De kantoorvilla is inmiddels gesloopt en verkeerde in deplorabele staat, ontdaan van alle oorspronkelijke details. Talloze verbouwingen hebben sporen nagelaten. De villa kan niet worden verplaatst, maar wordt nieuw gebouwd. Hierbij zullen elementen uit de oude villa worden opgenomen. De villa krijgt een prominente plek op het plein, waar zij gedraaid wordt geplaatst, zodat de serre weer aan de waterkant komt. Het pand is ontworpen door de Amsterdamse architect W. Langhout, wiens zoon de architect is van de Sigmafabriek, het gemeentelijk monument elders aan de Cruquiusweg, dat ook behouden blijft in het gebied. Door de nieuwe plaats wordt de villa 'De Werkmeester' vanuit de Cruquiusweg en vanaf de kades zichtbaar als parel in het snoer van behoudenswaardige panden en objecten. De overige bebouwing is inmiddels gesloopt. De fabrieksloods aan het Amsterdam-Rijnkanaal hoefde 12 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 niet behouden te blijven. Deze hal werd 'als uitneembare loods van elders' op het terrein geplaatst voor de opslag van spoorwegmateriaal. De overige voormalige bebouwing had geen bijzondere waarde. Een nadere toelichting op de historische bebouwing in het plangebied staat in Bijlage 3 Bouwhistorische verkenning

Afbeelding 2.4 Villa De Werkmeester (oude situatie) Bebouwing De ontwikkeling bestaat uit 5 gebouwen (zie ook nummering in onderstaande afbeelding): 1. 2. 3. 4. 5.

Houtsma-Zuid Houtsma-Noord Werkmeester Candido De Villa

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 13

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 2.5 Impressie toekomstige situatie bouwblokken en inrichting openbare ruimte Houtsma-Zuid en -Noord Tussen de Cruquiusweg en de kade aan het Amsterdam-Rijnkanaal komen twee bouwblokken met elk een groene binnenhof. Tussen beide blokken komt een extra snede van ca. 15 meter breed, die doorzicht biedt tussen de Entrepothaven en het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze snede is semi-openbaar toegankelijk. In de dwarsstraat ten zuiden van de Houtsma blokken is de in- en uitrit van de grote ondergrondse parkeergarage gelegen. Rondom elk blok loopt een plint van twee bouwlagen. Aan de Cruquiusweg bevinden zich op de begane grond werkruimtes en enkellaagse stadswoningen. De gebouwen vormen een straatwand met een gevarieerde hoogte die de blik leidt naar het plein en het water. Aan de kade bestaat de plint uit stadswoningen van twee verdiepingen (grondgebonden woningen). Daarboven staan vier appartementengebouwen, die verschillen in architectuur en kleurstelling. Elk appartementengebouw aan het Amsterdam-Rijnkanaal krijgt een eigen signatuur. De gebouwen zijn georganiseerd rond groene binnenhoven op de plint van de bouwblokken. De bouwhoogte wordt maximaal 23 meter (7 bouwlagen). 14 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 2.6 Impressie gevarieerde beeld aan Amsterdam-Rijnkanaal Werkmeester Op de uiterste punt van het eiland verrijst een toren van 20 bouwlagen (maximaal 63 meter hoog). Vanaf de top loopt de toren terrasgewijs af. De toren is voorzien van rondgaande terrassen die op de hoeken van de Zuid- en Noordzijde verruimen en per verdieping een beetje verdraaien naar het Westen waardoor het gebouw een sculpturaal karakter krijgt. Tegenover de hoge toren is een kleinere toren geplaatst op de hoek van het plein. Deze toren telt 10 verdiepingen (maximaal 32 meter hoog), waarvan de terrassen tegen de draairichting in breed uitwaaieren naar de hoge toren. Door het spel van uitwaaierende en tegen elkaar in draaiende terrassen ontstaat uit alle richtingen een interessant, steeds wisselend schouwspel. De beide torens kragen uit over het voetstuk van twee bouwlagen. De kleine toren springt net iets vooruit over de het uiteinde van de Cruquiusweg. Aan de kade van het Amsterdam-Rijnkanaal komen in de plint stadswoningen met twee bouwlagen. Deze woningen zorgen met de stadswoningen in de gebouwen Houtsma-Noord en -Zuid voor een levendige kade. De ruimte voor het langzaam verkeer tussen de toren en de kade heeft een breedte van circa 8 tot 12 meter.

Op één punt is de breedte even circa 6,5 meter, maar hier is zij volledig bestraat en zonder obstakels, zodat overal sprake is van een goede doorstroming.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 15

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 2.7 Impressie Werkmeester en Candido en plein met de Villa Candido Aan het plein verrijst nog een opvallend, zeskantig gebouw. Het pleingebouw 'Candido' vervult een bijzondere rol in de ontwikkeling van de Kop van Cruquius. Het gebouw is als een eigenwijs object met een eigen beeldtaal op het plein geplaatst. Zoals het De Werkmeester het einde van de buitenbocht markeert, voorziet Candido de 'binnenbocht' van Cruquiuseiland van een waardige beëindiging op de kop. De afwijkende vorm, architectuur en kleur ten opzichte van de overige gebouwen op de kop maakt duidelijk dat dit gebouw 'te gast' is op het plein. Het laat aan alle zijden ruimte voor belangrijke zichtassen op het water en voor voetgangers. Het gebouw telt 7 bouwlagen (maximaal 25 meter hoog) en is opgedeeld in drie bouwdelen; een plint (laag 1 en 2), een middenstuk (laag 3 en 4) en een kroon (laag 5, 6 en 7). Deze drie bouwdelen hebben ieder hun eigen contour. De plint heeft de kleinste footprint waardoor de pleinruimte maximaal is en rondom het gebouw drie overstekken ontstaan om plekken te creëren aan de openbare ruimte. Op de begane grond bevinden zich, naast woningen, een fietsenberging en parkeren voor een beperkt aantal appartementen. De Villa De villa krijgt een prominente plek op het plein aan het water. Het gebouw bestaat uit 2 lagen met een kap en krijgt een publieke functie (horeca).

Het gebouw staat op een strategische positie in de zichtas van de Cruquiusweg en in de zichtlijn tussen de Entrepothaven via het balkon naar het Amsterdam Rijnkanaal. Het verankert het trapsgewijs naar het water aflopende plein in de open ruimte. Openbare ruimte De Cruquiusweg komt uit op een aangenaam stadsplein met een nautisch karakter. Het maaiveld van de gehele kop wordt licht verhoogd en komt op niveau van de nieuwe kade aan het Amsterdam Rijnkanaal. Aangezien het waterniveau circa 1,5 meter lager ligt zal het plein trapsgewijs aflopen naar de Entrepothaven. Overal biedt het een fantastisch zicht op boten en kades. Bij de kade van het Amsterdam-Rijnkanaal komen de snedes uit op het Amsterdam Rijnkanaal met uitzicht op de scheepvaart. De kade is volledig toegankelijk voor mindervaliden. Het plein is ten opzichte van de spelregelkaart verruimd en naar het westen verschoven. De snede ten zuiden van Candido blijft intact. De pleinruimte is verschoven om een groter plein te creëren waar de bebouwing als een schelp omheen ligt en dat een beschut pleingevoel biedt. Door de nieuwe situering is het mogelijk om dit plein sterker te verbinden aan de Entrepothaven. Voor spelen en spelaanleidingen komen plekken in tussenstraatjes en op het plein. Nadere uitwerking volgt in het ontwerp.

De kade krijgt een groen en nautisch karakter en wordt een aantrekkelijke omgeving voor voetganger en fietser. In het plangebied zijn enkele parkeerplaatsen voor bezoekers van de woningen voorzien. De overige 16 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 parkeerplaatsen komen in de gebouwen. Een tekening van de inrichting van de openbare ruimte is opgenomen in Bijlage 4 Inrichting openbare ruimte. 2.3.4

Programma in hoofdlijnen

Op de locatie wordt een gemengd programma gerealiseerd. Voor de functie wonen is circa 59.000 m2 bvo voorzien en voor overige functies circa 1.300 m2 bvo. De nadere onderbouwing van de behoefte aan deze functies is opgenomen onder paragraaf 3.1.3. Programma wonen In het Cruquiusgebied wordt een gedifferentieerd woonprogramma gerealiseerd, dat woningen biedt voor alle doelgroepen op de Amsterdamse markt. Er worden circa 463 woningen op deze locatie gerealiseerd. Het gaat om een gemengd woningbouwprogramma met 52 woningen in het sociale segment en 411 woningen in diverse sectoren (middenhuur, vrije sector huurappartementen en koopappartementen en grondgebonden woningen in de vrije sector). Overige functies De commerciële ruimte wordt gerealiseerd in de plint aan de Cruquiusweg van de gebouwen Houtsma-Zuid en -Noord en in de Villa. Bij elkaar komt er circa 1.300 m2 bvo ruimte voor commerciële functies. Minimaal zou er volgens de spelregels in dit deelgebied 3.544,5 m2 bvo aan niet-woonfuncties moeten worden gerealiseerd (50% van de begane grond). Aangezien Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius aan het einde van een doodlopende weg ligt zonder openbaar vervoer is het erg lastig om hier bedrijvigheid te realiseren.

Om een haalbare businesscase te krijgen, zodat op korte termijn gestart kan worden met de bouw van de eerste twee gebouwen (Houtsma) op de Kop van Cruquius heeft het dagelijksbestuur van stadsdeel Oost op 12 september 2023 besloten om af te wijken van de Spelregelkaart Cruquius. In plaats van 3.400 m2 niet-woonfuncties mag er minimaal 1.700 m2 niet-wonen worden gerealiseerd. In deelgebied 9 (Steenkist) worden al 400 m2 meter extra niet-woonfuncties gerealiseerd, daarom geldt voor deelgebied 7 een minimum van 1.300 m2. In de regels van dit bestemmingsplan is daarom opgenomen dat er minimaal 1.300 m2 bvo aan niet-woonfuncties moeten komen, waarvan minimaal 1.010 m2 bvo op de begane grond gerealiseerd moet worden. Per bouwblok gelden de volgende minimale m2 bvo aan niet-woonfuncties: minimaal aantal m2 bvo niet-woon-functies

minimaal aantal m2 bvo niet-woon-functies op de begane grond

ter plaatse van aanduiding 'specifeke vorm van gemengd 1' (De Werkmeester)

0

0

ter plaatse van aanduiding 'specifeke vorm van gemengd 2' (Houtsma)

830

830

ter plaatse van aanduiding 'specifeke vorm van gemengd 3' (De Villa)

470

180

ter plaatse van aanduiding 'specifeke vorm van gemengd 4' (Candido)

0

0

Deze functies bestaan uit kleinschalige bedrijvigheid, creatieve functies, maatschappelijke functies, dienstverlening en horeca. De horeca wordt gerealiseerd in de Villa (470 m2 bvo). Bij de horeca kan ook een terras komen. Er wordt uitgegaan van horeca categorie I, III en IV (denk daarbij aan een lunchroom, ijssalon, snackbar, café of restaurant). Deze horeca is goed inpasbaar op deze locatie met een menging van wonen en werken. bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 17

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Bij bovengenoemde functies is ondergeschikte detailhandel toegestaan. Samen met de andere niet-woonfuncties kan dit bijdragen aan de levendigheid en leefbaarheid van het gebied.

2.4

Parkeren

De parkeerbehoefte voor de te realiseren functies wordt in parkeergarages op eigen terrein opgelost, met uitzondering van 43 parkeerplaatsen. Daarvan worden er 23 op het maaiveld in het plangebied gerealiseerd. Buiten het plangebied, aan de Cruquiusweg, zijn 20 parkeerplaatsen beschikbaar. Deze parkeerplaatsen op het maaiveld zijn voor de horeca, commerciële voorzieningen en een deel van de bezoekers van de woningen. Ook worden er voldoende fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Een nadere toelichting op de mobiliteit en het parkeren in het plangebied is opgenomen in paragraaf 5.5. Een tekening van de inrichting van de openbare ruimte is opgenomen in Bijlage 4 Inrichting openbare ruimte. Hierop staan ook de parkeerplaatsen op het maaiveld.

18 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. In deze nieuwe aanpak wordt als uitgangspunt gesteld dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Op deze manier komen we in gebieden tot betere en meer geïntegreerde keuzes. In het NOVI worden vier prioriteiten gesteld voor de langetermijnvisie, waarop het Rijk wil sturen in nationaal belang. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is Zorgen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het Rijk geeft daarmee het belang aan van de realisatie van voldoende betaalbare woningen met een goede kwaliteit. Bij kwaliteit gaat het niet alleen om de woning, maar ook om de woon- en leefomgeving. De herontwikkeling van het Cruquiusgebied sluit aan bij de doelstelling van het Rijk om sterke en gezonde steden en regio’s te ontwikkelen. Met het plan wordt woningbouw mogelijk gemaakt van circa 463 woningen, grotendeels in de sociale sector en middeldure sector. Hiermee wordt voorzien in betaalbare woningen van een goede kwaliteit. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het rijk heeft er bij de inwerkingtreding van de Wro voor gekozen om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. Dit kan via een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen.

Consequenties voor dit bestemmingsplan Langs het Amsterdam-Rijnkanaal geldt op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, artikel 2.1.3) een vrijwaringszone vanwege de scheepvaart. Hierbij geldt het volgende: Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; b. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 19

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 c. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; d. de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en e. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de vrijwaringszone (zie voor een nadere onderbouwing paragraaf 5.2 Nautische veiligheid): a. door de beoogde ontwikkelingen zal de doorvaart van de scheepvaart in breedte, hoogte en diepte niet veranderen; b. de zichtlijnen van de bemanning en de navigatieapparatuur zullen niet worden belemmerd. Het Amsterdam Rijnkanaal ter plaatse van de ontwikkeling betreft een rechtdoorgaand gedeelte. De nieuwe bebouwing zal verder van de kade worden gerealiseerd dan in de huidige situatie. Daardoor blijven de zichtlijnen in tact. Dit geldt ook voor de zichtlijnen vanuit de Entrepothaven (zie afbeelding 3.1 en de onderbouwing in paragraaf 5.2). c. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten zal niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie. d. er zal een goede toegankelijkheid zijn voor hulpdiensten. Er komen opstelplaatsen aan het einde van de snedes voor het blussen van schepen/plasbranden (zie afbeelding 3.2). De brandweer heeft positief geadviseerd. e. het beheer en onderhoud van de rijksvaarweg wordt niet belemmerd.

De vaarweg wordt niet aangepast en de kades worden openbaar toegankelijk en zijn bereikbaar voor onderhoud.

20 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 3.1 Huidige (rode vierkant) en toekomstige bebouwing (oranje gebied met dik omlijnde bouwvlak ken voor de woongebouwen) en vrijwaringszone (lichtblauwe golvende arcering)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 21

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Afbeelding 3.2 Opstelplaatsen hulpdiensten (rode blokjes) Geconcludeerd kan worden dat de bepalingen in het Barro geen belemmering vormen voor het bestemmingplan. Meer hierover staat in paragraaf 5.2 Nautische veiligheid. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 Bro)

Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, door een zorgvuldige afweging van de behoefte en locatiekeuze van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen en overaanbod van plancapaciteit van nieuwe stedelijke ontwikkelingen voorkomen. In het kort komt het erop neer dat wordt gekeken naar de vervangings- en uitbreidingsvraag, de mogelijkheden voor herstructurering of intensivering van bestaande locaties en het benutten van ruimte op locaties elders in de regio. Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. 22 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen, moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. In dit geval is sprake van transformatie en intensivering binnen bestaand stedelijk gebied. Een voormalige bedrijfslocatie in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam wordt opnieuw ingevuld met een stedelijke functie. Plangebied Regioafbakening Relevante regio voor wonen In de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wonen (Stadsregio Amsterdam, 18 oktober 2016) is aangegeven dat de Marktregio Amsterdam te gebruiken is voor plannen in Amsterdam, en de regionale woningbehoefte en plancapaciteit van de gehele Stadsregio bevat.

Afbeelding 3.3. De drie marktregio's (bron: handreiking ladder Stadsregio) Relevante regio voor horeca en dienstverlening Gelet op de beperkte omvang van de overige functies heeft de vestiging een lokaal verzorgingsgebied. De ruimte voor horeca en dienstverlening voorziet in de behoefte van de nieuwe inwoners van het Oostelijk havengebied.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 23

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

Uitgaande van de relevante regio worden ten aanzien van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' de volgende conclusies getrokken. Behoefte Wonen De bouw van circa 463 woningen voorziet in een actuele regionale behoefte. Er is binnen de planperiode (10 jaar) sprake van een regionale behoefte - zowel kwalitatief als kwantitatief - aan de voorgenomen ontwikkeling. De woningbehoefte blijkt uit de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wonen (Stadsregio Amsterdam, 18 oktober 2016). Kwantitatieve behoefte Het project geeft invulling aan de woningbehoefte in de regio. In de regio worden onvoldoende woningen gebouwd om in de behoefte te kunnen voorzien. Het plan kan mede invulling geven aan de grote regionale kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte Het project geeft invulling aan de vraag naar appartementen in diverse segmenten (sociale huur, vrije huur en koop). Aan dit type woningen is een grote behoefte in Amsterdam. Behoefte (kleinschalige) horeca en dienstverlening Amsterdam heeft een grote woningbehoefte en het aantal inwoners in het Oostelijk Havengebied zal fors toenemen door de transformatie van het gebied naar een werk-woongebied. Om de nieuwe bewoners van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving te voorzien, zijn voorzieningen noodzakelijk.

Dit betekent dat de behoefte aan dienstverlening/maatschappelijke voorzieningen en horeca met een lokale verzorgingsfunctie toeneemt. De transformerende stadsbuurt genereert gelet op de forse toename van het aantal woningen en andere functies een eigen behoefte aan ondersteunende functies. Uit Bijlage 7 Ladderonderbouwing blijkt dat er ruimte is voor uitbreiding van het aanbod aan dienstverlenende en maatschappelijke functies in het marktgebied Oostelijk Havengebied. Een toename van circa 4.400 m2 aan dienstverlening, maatschappelijke functies en horeca, waarvan de oppervlakte aan horeca binnen het plangebied slechts zo'n 885 m2 bedraagt, is geoorloofd, zonder dat er sprake zal zijn van een duurzame ontwrichting van de bestaande voorzieningenstructuur. De beoogde vestigingen zijn aanvullend en hebben een buurtfunctie. De geplande functies hebben geen negatieve invloed op de bestaande verzorgingsstructuur in Amsterdam. De functies komen niet in de plaats van de bestaande voorzieningencentra. De nieuwe inwoners nieuwe inwoners zijn voor een compleet voorzieningenaanbod aangewezen op de bestaande wijkcentra. Regionale afstemming De regionale afstemming heeft plaatsgevonden in het kader van het Woonakkoord 2021-2025. Het Woonakkoord 2021-2025 bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet voor het woonbeleid van Amsterdam en de provincie Noord Holland.

Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen (RAP) en onderdeel van de "regionale afspraken" als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. In de omgevingsverordening en –regeling is bepaald dat de regionale woonakkoorden de uitgangspunten van het regionaal woonbeleid bevatten en in overeenstemming zijn met het provinciaal woonbeleid. In de Omgevingsverordening is tevens bepaald dat een plan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling onderdeel is van "regionale afspraken", ofwel de door de regio zelf vastgestelde woningbouwprogrammering en het gezamenlijke woonakkoord. De gemeente Amsterdam heeft in het kader van deze regels de status van zelfstandige 'regio'. Regionale afstemming over horeca en dienstverlening is gelet op de omvang niet noodzakelijk. Er is sprake van een regionaal verzorgingsgebied (de functies zijn hoofdzakelijk ten behoeve van de nieuwe woningen en bedrijven binnen het plangebied). Consequenties voor dit bestemmingsplan Het bestemmingplan maakt binnen de bestemming 'Gemengd' diverse functies mogelijk. De ontwikkeling voldoet aan de eisen uit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Er is sprake van 24 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 zorgvuldig ruimtegebruik. De functies passen binnen het geldende beleid en er is voldoende behoefte aan deze functies. 3.1.4

Luchthavenindelingbesluit

Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol 2018 (LIB) regelt voor welk gebied rondom de luchthaven beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een "beperkingengebied" aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van: maximale bouwhoogten, vogelaantrekkende functies en toegestane functies. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: 1. voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; 2. beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Consequenties voor dit plan Het voorliggende bestemmingsplangebied is gelegen binnen het beperkingengebied ten aanzien van maximale bouwhoogten. Op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol 2018 geldt hier een maximum bouwhoogte van 146 meter en radartoetshoogte 76 meter, gemeten vanaf het peil van Schiphol (-4,0 meter NAP). De maximale bouwhoogte die in dit bestemmingsplan is toegestaan is 63 meter. Dit blijft ruim onder de 146 meter. Er wordt voldaan aan de eisen uit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol 2018.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.

Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Consequenties voor dit plan Het bestemmingsplan heeft betrekking op een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied. De ontwikkeling voorziet in een menging met functies en ligt ook in de nabijheid van andere voorzieningen. De ontwikkeling wordt duurzaam en natuurinclusief ontwikkeld. Bij het water zal een groen plein bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 25

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 gerelealiseerd worden. De locatie is goed ontsloten voor auto en fiets. De gemeente spant ziich in om het openbaar vervoer bij de locatie te optimaliseren. De ontwikkeling sluit hierdoor aan bij het provinciaal beleid. 3.2.2

Omgevingsverordening NH2022

De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De Provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening NH2022 geldt vanaf 1 januari 2024. Noord-Holland heeft al haar regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water in de Omgevingsverordening NH2022 opgenomen. Consequenties voor dit plan Het bestemmingsplan voldoet aan de Omgevingsverordening. In paragraaf 3.1.3 is reeds toegelicht dat de ontwikkeling voldoet aan de regionale afspraken voor stedelijke ontwikkelingen. Zoals in paragraaf 5.5 is toegelicht, heeft de ontwikkeling geen effect op beschermde Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkeling voldoet aan de eisen van duurzaam bouwen. Er wordt ingezet op duurzame energie door de realisatie van een WKO en zonnepanelen. Ook wordt in het plan rekening gehouden met klimaatadaptatie, onder andere door de realisatie van extra groen en groene daken. Nadere toelichting hierop staat in paragraaf 5.9. 3.2.3

Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de oevers' (2015)

De Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de Oevers' is vastgesteld op 15 september 2015 door Provinciale Staten. De watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Consequenties voor dit plan De Watervisie heeft niet direct consequenties voor het plangebied. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Op basis van de MRA Agenda stemmen gemeenten fasering en programmering van de woningbouwplannen met elkaar af. Die afstemming bestaat uit het uitwisselen van informatie en inzicht 26 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 in de feitelijke ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Dit gebeurt onder meer door het monitoren van zowel de beschikbare harde en zachte plancapaciteit en van de daadwerkelijke jaarlijkse woningproductie. Ook wordt voor het eerst het regionale woonwensenonderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) in de gehele MRA gehouden. Op basis van het gezamenlijk inzicht worden opgaven geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt. 3.3.2

Plabeka

Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. Er vindt regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. 3.3.3 Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0, Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0 (20 juli 2017). De behoefte aan bedrijventerreinen is lager in vergelijking tot de periode voor de crisis en op de kantorenmarkt is er een flinke leegstand, al neemt die in sommige deelregio's snel af en met name in Amsterdam. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op transformatie van een gebied dat als bedrijventerrein is bestemd, in woon-werkgebied.

Plabeka 3.0 is hierover onder meer aangegeven dat de ruimtedruk in de kern van de metropoolregio toe neemt en dat dit vraagt om verdichting binnen het stedelijk gebied. Tegelijkertijd vraagt de transitie naar de nieuwe economie (duurzaam, circulair, digitaal) om werklocaties die aansluiten op de veranderde ruimtebehoefte. Transformatie van bedrijventerreinen en kantoren is hiervoor een belangrijk middel; de ambitie die de regio op transformatiegebied heeft is dan ook fors. Overigens gaat het hierbij veelal om transformatie van monofunctionele werklocaties naar gemengde gebieden voor wonen én werken; er wordt dus met transformatie vaak óók nieuwe bedrijfsruimte gerealiseerd. De transformatie naar gemengde woon-werkmilieus - of naar andere functies - zorgt ervoor dat de regio kan voorzien in de kwalitatieve ruimtevraag naar gemengde, multimodaal bereikbare werkgebieden in de stad. De MRA heeft daarbij de opgave om verouderde en/of incourante kantoorlocaties en bedrijventerreinen te herstructureren en/of te transformeren. Een bestemming waar nog wel vraag naar is, en die transformatie in veel gevallen ook rendabel kan maken, is wonen. Daarbij draagt transformatie van werklocaties ook bij aan meer ruimte voor wonen in de MRA.

Weliswaar richt Plabeka zich op ruimte voor werken - en niet op ruimte voor wonen - maar voldoende woningen op de juiste plekken zijn óók nodig om talent in de MRA te kunnen accommoderen, wat ook relevant is voor het vestigingsklimaat. Consequenties voor dit plan Dit bestemmingsplan maakt een transformatie van industriegebied naar werk-woongebied mogelijk, waarbinnen diverse functies worden toegestaan. Het plan behoudt en creëert hierdoor voldoende gevarieerde ruimte en kwaliteit van werklocaties.

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 27

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld 2021)

Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011. De groeiambities van de structuurvisie uit 2011 zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is in een tijdsbeslag van een decennium al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de stad stevig toegenomen. Meest in het oog springend zijn de geëxplodeerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in de stad. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en een het gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Hoe internationaal ook, het succes van de stad hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen. De afgelopen jaren ook duidelijk geworden dat ontwikkeling van de stad niet zonder goed beheer kan.

Van de openbare ruimte, maar ook van kades en bruggen. Het is een mega-operatie op zichzelf, die de komende jaren veel van de stad zal vragen. Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie 2050. De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam onderdeel is van een grootstedelijke regio, is meer dan ooit doorgedrongen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. Gezien de diverse beleidsmatige ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur in de omgevingsvisie vijf strategische keuzes die worden aangehaald als: 'Meerkernige ontwikkeling': Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is; een van de hoofddoelen van deze visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. 'Groeien binnen grenzen': De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Want groei en verdichten van de bestaande stad is geen doel op zich.

Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen, wordt onder meer ingezet op ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. De grootste verdichtingskansen liggen in gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaats maakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid blijft hier waar mogelijk behouden. 'Duurzaam en gezond bewegen': In een verdichtende stad moet zuinig worden omgegaan met de schaarse ruimte. Gezocht wordt naar plekken om te bouwen, voor groen, voor verblijven, spelen en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. Nabijheid van voorzieningen is daarvoor essentieel. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand. 'Rigoureus vergroening': Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. De stad zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting.

Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen. Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers. 'Samen stadmaken': Het stadsbestuur stuurt met de Omgevingsvisie op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. Het stadsbestuur wil daarvoor 28 eld)

bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest

bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 meer ruimte bieden voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. Consequenties voor dit plan Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen binnen de bestaande stad en intensivering van het gebied, waarbij ook werkfuncties en voorzieningen in het gebied aanwezig zijn. Er is ingezet op beperkt autogebruik. Door de groene binnentuin en groene daken zal de hoeveelheid groen toenemen. Dit sluit aan bij de doelstellingen uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. 3.4.2

Woonagenda 2025 en overige woningbeleidskaders (2017 en 2020)

Op 20 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2025 vastgesteld. Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad: een voorraad van 39% terwijl 49% van de huishoudens behoefte heeft aan deze woningen. De voorraad middeldure huur groeit volgens de prognose naar 9%, waardoor de voorraad meer in de buurt komt van de behoefte (11%). Er is in algemene zin behoefte aan huurwoningen. De woonagenda 2025 zet concreet in op de betaalbaarheid van woningen in Amsterdam, waarbij de komende jaren substantieel wordt ingezet op de bouw van sociale huurwoningen en huurwoningen in het middensegment. Amsterdam wil een inhaalslag maken en vooral bouwen voor huishoudens met een inkomen tot 1,5 maal modaal. Het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen is: 40% sociale huur 40% middelduur en 20% dure huur en koop. Aan de hand van spelregels voor woningbouwprogrammering wordt per plangebied bepaald welk programma gerealiseerd wordt. In het Stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen in particuliere plannen (Gemeenteraad 20 december 2017) is onder meer bepaald dat in woningbouwplannen sprake is / moet zijn van een gedifferentieerd programma waarmee verschillende inkomensgroepen worden bediend. Dit ten behoeve van het doel van de gemeente om een gemengde stad te willen zijn.

De gemeente geeft hier zelf vorm aan door bij de uitgifte van gemeentelijke grond te sturen op die differentiatie. Ook in de plannen van particulieren, waarbij geen sprake is van nieuwe gronduitgifte maar van eigen grond van particulieren of een reeds bestaand erfpachtcontract, wil de stad een gedifferentieerd aanbod bewerkstelligen. De stad werkt door middel van bestemmingsplanwijzigingen en erfpachtherzieningen alleen mee aan particuliere woningbouwplannen als er sprake is van een gedifferentieerd woningaanbod. Een gedifferentieerd aanbod houdt in dat ook voor particuliere transformaties in beginsel geldt dat 40% van de woningen als sociale woning wordt gerealiseerd, 40% van de woningen als middeldure woning en 20% als dure huur- of koopwoning (40-40-20). Van het stedelijke uitgangspunt '40-40-20' bij particuliere transformaties kan gemotiveerd worden afgeweken indien: 1. met de beoogde afwijking een ander stedelijk doel of programma wordt nagestreefd in het betreffende project. Bijvoorbeeld de huisvesting van kwetsbare groepen, ouderenhuisvesting, zorgwoningen, studenten of jongerenwoningen of collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). 2. of indien de bestaande woningdifferentiatie in het omliggende gebied van het gebouw dusdanig specifiek is, dat een andere menging in het te transformeren gebouw beter past om de gewenste gemengde wijk te bereiken 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15309738/1