04. Toelichting.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 moet bij de inrichting van de buitenruimte (privaat en publiek) rekening worden gehouden met het tijdelijk opvangen van extreme buien. Hier wordt met het programma Rainproof op ingespeeld. In de Structuurvisie Amsterdam (2011) staat beschreven hoe met extreem weer om moet worden gegaan. De stad moet robuust worden gemaakt tegen extremer weer en moet klimaatbestendig worden gebouwd. Het college van B&W heeft in 2014 de intentieverklaring 'Ruimtelijke adaptatie' ondertekend. Ook is klimaatadaptatie en het Programma Rainproof één van de thema's die in de Agenda Duurzaam Amsterdam is opgenomen. Door de realisatie van extra groen en groene daken kan het hemelwater tijdelijk opgevangen worden. Verder zal en gescheiden rioleringsstelsel aangelegd worden. Voor nadere informatie over water wordt verwezen naar de waterparagraaf. 5.9.3
Conclusie
Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de duurzaamheidsambitie van de stad. Onder andere door een WKO, groene daken en zonnecollectoren en het ontlasten van de waterzuiveringsinstallaties.
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 89
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.
Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht van de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.
6.2
De bestemmingen
6.2.1
Algemeen
In de bestemmingsomschrijving van de planregels wordt beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden worden maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gegeven omtrent de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken. In dit hoofdstuk wordt elk artikel van de planregels kort toegelicht. 6.2.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving 90 eld)
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen staan, behalve voor de begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan' op alfabetische volgorde. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. 6.2.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor het benutten van woonruimte (incl. aan huis verbonden beroepen en bedrijven), creatieve functies, bedrijven, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, horeca, verkeers- en verblijfsgebied, groen en (ondergrondse) parkeervoorzieningen met daaraan ondergeschikte aan huis verbonden beroepen en bedrijven, kantoren en horeca. Voor de creatieve functies en bedrijven die zijn toegestaan, zijn bedrijvenlijsten opgenomen. Voor de bebouwing die binnen 'Gemengd' wordt gerealiseerd, geldt de voorwaarde dat gevoelige functies alleen zijn toegelaten, indien deze voldoen aan de Wet geluidhinder en/of de verleende hogere waarden (en de daarbij behorende voorwaarden). In principe betekent dit dat als er gevoelige functies gebouwd worden deze moeten worden voorzien van een dove gevel of vliesgevel, tenzij er voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde of verleende hogere waarde. Dit leidt ertoe dat er geen overschrijdingen kunnen plaatsvinden van geluidsnormen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken en de maximale bouwhoogten aangeduid. Ondergrondse parkeergarages en bergingen zijn toegestaan tot maximaal 8 meter onder het maaiveld. Binnen het plangebied is één behoudenswaardig object aangeduid op de spelregelkaart. Het gaat om de Villa (zie ook paragraaf 2.3.3 en Bijlage 3 Bouwhistorische verkenning).
Deze villa zal nieuw worden gebouwd op de locatie van de aanduiding 'karakteristiek' met behoud van enkele karakteristieke elementen. Zodra deze villa hier is gebouwd, geldt er een sloopverbod. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen wat het maximale, dan wel minimale programma is in vierkante meters bruto vloeroppervlak (bvo) dat mag/moet worden gerealiseerd. Hierbij is een verdeling gemaakt naar de verschillende toegestane functies. Voor woonruimten geldt een maximum bvo van 59.000 m². Voor het totale plangebied is voor creatieve functies, bedrijven, horeca, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen een minimum bvo opgenomen van 1.300 m², waarvan horeca maximaal 500 m2 bvo mag bedragen. Van de niet-woonfuncties moet minimaal 1.010 m2 bvo op de begane grond worden gerealiseerd. Per gebouw is geregeld hoeveel m2 bvo niet-woonfuncties minimaal moeten worden gerealiseerd. De volgende vormen van horeca zijn toegestaan: a. horeca I: een bedrijf of inrichting gericht op de verkoop van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, het verstrekken van alcoholvrije dranken en/of het verstrekken van consumptie-ijs, zoals een fastfoodrestaurant, cafetaria, snackbar, shoarmazaken, lunchroom, koffie-theehuis of ijssalon; b. horeca III: een bedrijf of inrichting gericht op het verstrekken van sterke alcoholische dranken, zoals een café of bar; c.
horeca IV: een bedrijf of inrichting gericht op het verstrekken van ter plaatse bereide maaltijden, inclusief (alcoholische) dranken, zoals een restaurant, eetcafé of bistro. Voor ondergeschikte kantoren is geregeld dat deze maximaal 40% van het netto vloeroppervlak van de bedrijfsvestigingen mogen bedragen. Ondergeschikte detailhandel mag maximaal 20% van het netto vloeroppervlak van de bedrijfsvestiging bedragen, tot een maximum van 50 m². Ondergeschikte horeca mag 20% van het netto vloeroppervlak bedragen tot maximaal 20 m². Ter verbetering van het windklimaat is een regeling opgenomen die gebruik van de gebouwen met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1' pas mogelijk maakt als ter plaatste van de aanduiding 'groen' bomen zijn geplant en in stand worden gehouden. Om de constructieve veiligheid van De Werkmeester bij mogelijke aanvaring door een schip op de kop bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 91
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 van het plangebied te borgen, is een gebiedsaanduiding 'overige zone - zone aanvaarrisico' opgenomen. Deze zone volgt uit het onderzoek naar het aanvaarrisico, zoals opgenomen in Bijlage 22 Aanvaarrisico. Waarbij rekening is gehouden met de maximale zone (inclusief doorstekende boeg). Binnen de gebiedsaanduiding geldt een bouwverbod voor gebouwen. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van dit bouwverbod, als er aangetoond is dat er geen onaanvaardbare gevolgen optreden als gevolg van een aanvaring van het gebouw met een schip. Dit is het geval als uit onderzoek blijkt dat door het nemen van maatregelen in de vorm van aanvaarbeveiliging of maatregelen met vergelijkbaar effect er geen sprake zal zijn van directe aanvaring van het gebouw. En deze maatregelen voor in gebruik name van het gebouw worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, of wanneer de kans op bezwijken van het gebouw als gevolg van buitengewone belastingen door aanvaring lager is dan 10-5 . Deze kans (dit risico) sluit aan bij de regels die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Ook moet er advies worden ingewonnen bij de vaarwegbeheerder.
Om de constructieve veiligheid van de gebouwen grenzend aan de langskade bij mogelijke aanvaring te borgen, is via een voorwaardelijke verplichting geregeld dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw binnen 11,6 meter van de kade van het Amsterdam Rijnkanaal aangetoond moet worden dat de constructieve veiligheid voldoende is. Hierbij geldt als uitgangspunten dat in het ontwerp rekening wordt gehouden met het instorten van de eerste twee bouwlagen (begane grond en 1e verdieping) over een lengte parallel aan de gevel van 6,0 meter. Het ontwerp van de draagconstructie moet dan voorzien in een tweede draagweg om instorting van het hele gebouw te voorkomen. Milieugerelateerde regels Het bestemmingsplangebied ligt in een omgeving die in milieuplanologisch opzicht aangemerkt wordt als 'gemengd gebied'. Dit betekent dat hindergevoelige functies en hinderveroorzakende functies zich in elkaars nabijheid bevinden en zoals uit de paragraaf 4.2.2 en 4.4.2 is op te maken, speelt het aspect geluid van bedrijfsactiviteiten in deze omgeving om meerdere redenen een rol. Zowel de afweging van de consequenties van de regels van de Wet geluidhinder, als de afweging over vraag in hoeverre bestaande bedrijven in hun bedrijfsvoering worden belemmerd door de projectie van een nieuwe woonbestemming verlangt een beschermende regeling.
Hiervoor wordt verwezen naar de paragrafen 4.2.2 en 4.4.2. De regels die zijn opgenomen naar aanleiding van de afweging over de Wet geluidhinder zijn opgenomen in de algemene regels (in dit geval artikel 11). De regels die zijn opgenomen naar aanleiding van de afweging over het aspect 'milieuzonering' zijn opgenomen in de bouwregels van de betreffende bestemming (Voorwaardelijke verplichting - geluid van bestaande inrichtingen). Het voldoen aan de grenswaarden zoals die in de regels zijn opgenomen met het oog op een goede ruimtelijke ordening is gekoppeld aan het moment van ingebruikname van de woningen. Dit omdat er tijdens het bouwen van de woningen nog niet wordt gewoond en het tijdsbestek van bouwen van de nieuwe woningen benut kan worden voor het treffen van maatregelen. Voorts gelden deze regels voor zover woningbouw wordt geprojecteerd binnen 50 meter van de inrichting. Dit betreft een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals die geldt op moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. Hieraan liggen de afwegingen ten grondslag zoals weergegeven in paragraaf 4.2.2 van deze toelichting (zie paragraaf 4.2.2)." Artikel 4 Groen Deze bestemming is toegekend aan het groen grenzend aan het water.
Gelet op lid 1 mogen gronden met deze bestemming gebruikt worden voor groen, fiets- en/of voetpaden, speelvoorzieningen, water, waterstaatsdoeleinden, natuurlijke oevers en oeverbeschoeiingen, nutsvoorzieningen, kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw, objecten van beeldende kunst. Binnen de bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd. Waarbij lichtmasten tot een maximum bouwhoogte van 12 meter zijn toegestaan en overige bouwwerken tot een maximum bouwhoogte van 6 meter. Artikel 5 Verkeer - 1 De in het plangebied aanwezige verkeerswegen zijn bestemd als 'Verkeer - 1'. Gelet op lid 1 mogen gronden met deze bestemming gebruikt worden voor wegen, straten en pleinen, fiets- en voetpaden, 92 eld)
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 fietsparkeervoorzieningen en in- en uitritten. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren' zijn ook parkeerplaatsen op het maaiveld toegestaan. Tevens zijn nutsvoorzieningen, groen, water, laad- en losvoorzieningen, afmeervoorzieningen, speelvoorzieningen en kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw toegestaan. Ten aanzien van de bouwregels is een algemene regel opgenomen die volgt vanuit de spelregels. Het gaat om de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – 1'. Ter plaatse van de aanduiding zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering van een hek langs het Amsterdam Rijnkanaal en fietsenrekken. In lid 2 zijn bouwregels opgenomen. Binnen de bestemming 'Verkeer - 1' mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter. Voor lichtmasten geldt een maximum hoogte van 12 meter. Artikel 6 Verkeer - 2 Het in het plangebied aanwezige verblijfsgebied is deels bestemd als 'Verkeer - 2'. Gelet op lid 1 mogen gronden met deze bestemming gebruikt worden voor pleinen, fiets- en voetpaden en fietsparkeervoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren' zijn ook parkeerplaatsen op het maaiveld toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'terras' mag een terras worden aangelegd tot het maximum oppervlakte zoals aangeduid.
Tevens zijn nutsvoorzieningen, groen, water, laad- en losvoorzieningen, speelvoorzieningen en kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw toegestaan. Ten aanzien van de bouwregels is een algemene regel opgenomen die volgt vanuit de spelregels. Het gaat om de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – 1'. Ter plaatse van de aanduiding zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering van een hek langs het Amsterdam Rijnkanaal en fietsenrekken. In lid 2 zijn bouwregels opgenomen. Binnen de bestemming 'Verkeer - 2' mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter. Voor lichtmasten geldt een maximum hoogte van 12 meter. Op diverse plekken zijn boven de bestemming 'Verkeer – 2' overbouwingen toegestaan. Hiervoor zijn de 'specifieke bouwaanduiding – 1' en de aanduiding 'gemengd' opgenomen. Vanaf de derde bouwlaag is bebouwing toegestaan in aansluiting op de bouwmogelijkheden binnen de aangrenzende bestemming 'Gemengd'. Deze bebouwing mag worden gebruikt zoals ook toegestaan is binnen de aangrenzende bestemming 'Gemengd'. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 3' mag een luifel gerealiseerd worden, mits deze op tenminste 3 meter boven peil komt en maximaal 3,3 m diep is.
Om de constructieve veiligheid van de gebouwen bij mogelijke aanvaring door een schip te borgen, is een gebiedsaanduiding 'overige zone - zone aanvaarrisico' opgenomen. Deze zone volgt uit het onderzoek naar het aanvaarrisico, zoals opgenomen in Bijlage 22 Aanvaarrisico. Waarbij rekening is gehouden met de maximale zone (inclusief doorstekende boeg). Binnen de gebiedsaanduiding geldt een bouwverbod voor gebouwen. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van dit bouwverbod, als er aangetoond is dat er geen onaanvaardbare gevolgen optreden als gevolg van een aanvaring van het gebouw met een schip. Zoals hierboven toegelicht bij de bestemming Gemengd. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' mag een parkeergarage worden gebouwd, tot een diepte van maximaal 8 meter onder het maaiveld. Ter plaatste van de aanduiding (g) is een voorwaardelijke verplichting van toepassing. Hier moeten ter verbetering van het windklimaat bomen geplant en in stand gehouden worden voordat de gebouwen met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-1' in gebruik worden genomen. Artikel 7 Water Deze bestemming is toegekend aan het water grenzend aan de kade.
Gelet op lid 1 mogen gronden met deze bestemming gebruikt worden voor water, vaarwater, natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen, voorzieningen ten behoeve van de waterafvoer, waterberging, waterhuishouding, extensief recreatief bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 93
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7 medegebruik, kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw en groen. Binnen de bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd tot een maximum bouwhoogte van 2 meter. 6.2.4
Algemene regels
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel is aangegeven dat bestemmings- en/of bouwgrenzen van gebouwen mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. In het artikel is aangegeven om welke ondergeschikte bouwdelen het gaat en welke maximale overschrijding is toegestaan. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt geregeld welk gebruik is toegelaten. De inrichtingen die vallen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zijn uitdrukkelijk uitgesloten van vestiging in het plangebied op grond van de te verwachten overlast van dergelijke bedrijfsuitoefening. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Binnen de algemene aanduidingsregels zijn de algemene gebiedsaanduidingen opgenomen. De gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' is opgenomen vanwege het gezoneerde industriegebied Cruquius in de omgeving van het plangebied.
Binnen deze zone zijn geluidsgevoelige objecten uitsluitend toegestaan, mits wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde, een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder of als deze voorzien zijn van een dove gevel. De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' is opgenomen om de belangen van de vaarweg (Amsterdam Rijnkanaal) te beschermen en veilig te stellen. Binnen deze zone mag alleen gebouwd worden ten behoeve van de vaarweg. Voor andere bouwwerken kan er een omgevingsvergunning verleend worden, mits: 1. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en vaardiepte niet belemmerd wordt; 2. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart niet belemmerd wordt; 3. het contact van de scheepvaart met bedienings- begeleidingsobjecten niet belemmerd wordt; 4. de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten niet belemmerd wordt; 5. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg niet belemmerd wordt; 6. vooraf advies hierover wordt ingewonnen bij de beheerder. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. In deze regeling zijn algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen zodat enige flexibiliteit ontstaat ten aanzien van de toepassing van de regels.
In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd. Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen. Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding aangegeven grenzen. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels Het plan kan gewijzigd worden ten behoeve van: het in geringe mate aanpassen van het plan zoals bestemmingsgrenzen en het enigszins gewijzigd situeren en/of begrenzen van bouwvlakken. 94 eld)
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7
6.2.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 14 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Artikel 15 Slotregel Deze regel bevat de citeertitel van het plan.
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 95
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat recht gaat gelden dat niet realistisch blijkt te zijn. Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. De gemeenteraad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, wanneer: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (art. 6.12 Wro); er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). De 'grex-wet' is erop gericht dat de overheid kosten kan verhalen die gemaakt worden naar aanleiding van een bouwplan. Indien er geen kosten gemaakt worden, hoeven deze ook niet verhaald te worden.
7.2
Plangebied
Met onderhavig bestemmingsplan is een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden is een anterieure overeenkomst gesloten (zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro) voordat het bestemmingsplan is vastgesteld, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt. In deze anterieure overeenkomst zijn afspraken over het verhaal van kosten op afdoende wijze vastgelegd. De gemeenteraad besluit bij vaststelling van het bestemmingsplan dat er geen exploitatieplan wordt vastgesteld, omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De financieel- economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
96 eld)
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgest
bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7
Hoofdstuk 8 8.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Voortraject
De toenmalige stadsdeelraad heeft op 19 september 2017 het Initiatiefdocument voor het bestemmingsplan Cruquius, deelgebied 7 vastgesteld. Met het vaststellen van het initiatiefdocument zijn de uitgangspunten voor het bestemmingsplan vastgesteld. Het initiatiefdocument heeft niet ter inzage gelegen voor inspraak.
8.2
Inspraak
Er heeft geen inspraak op grond van de inspraakverordening plaatsgevonden op het voorontwerpbestemmingsplan. Artikel 2 van de Inspraakverordening geeft aan dat er geen inspraak verleend wordt op bestemmingsplannen ( = voorbereiding van besluiten betreffende waarvan op grond van de Wet ruimtelijke ordening afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is verklaard). Het ontwerp bestemmingsplan wordt, conform de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens de periode van ter inzage legging wordt er een bewonersavond georganiseerd.
8.3
Vooroverleg
Het conceptbestemmingsplan is naar een aantal instanties gestuurd met het verzoek om advies in het kader van het vooroverleg artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Tijdens de gestelde termijn zijn er reacties binnengekomen van: Brandweer Waternet Rijkswaterstaat Provincie Noord-Holland De vooroverlegreacties zijn samengevat en van een reactie voorzien (zie Bijlage 32 Beantwoording vooroverlegreacties). Naar aanleiding van de reacties is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast.
8.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius heeft van 22 november 2023 tot en met 2 januari 2024, voor een ieder voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er zijn 2 zienswijzen ingediend door: Rijkswaterstaat West Nederland Noord Port of Amsterdam De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien (zieBijlage 34 Nota zienswijzen). Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de regels op onderdelen aangepast.
bestemmingsplan "Cruquius deelgebied 7" (vastgesteld) 97