04 Onderzoeksrapport Toegankelijkheid van buurthuizen
Tekst van het document
Onderzoeksrapport
Toegankelijkheid van buurthuizen Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf
Rekenkamer Amsterdam 16 september 2025
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Onderzoeksrapport
Toegankelijkheid van buurthuizen Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf
Rekenkamer Amsterdam 16 september 2025
DEFINITIEF Dit onderzoeksrapport is een document van de Rekenkamer Amsterdam en bevat bevindingen van het onderzoek Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf. Het onderzoeksrapport bevat in detail de bevindingen en beantwoording van de onderzoeksvragen. Het document vormt samen met het bestuurlijk rapport de volledige rapportage van het onderzoek. Beide digitale documenten kunt u raadplegen op de projectpagina.
2
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Inhoudsopgave
1
Inleiding op het onderzoek _____________________ 4
2
Hoe toegankelijk zijn buurthuizen? _______________ 14
3
Heeft de gemeente in beeld hoe het staat met de toegankelijkheid van buurthuizen? _______________ 43
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10
3.1 3.2 3.3 3.4
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Wat zijn buurthuizen? __________________________________ 5 Wat is de sociale basis? _________________________________ 6 Toegankelijkheid in de sociale basis _________________________ 8 Organisatie en middelen van de sociale basis__________________ 10 Leeswijzer ________________________________________ 14 Voor wie zijn buurthuizen er in de praktijk? ___________________ 15 Aanwezigheid ______________________________________ 19 Nabijheid _________________________________________ 22 Fysieke toegankelijkheid _______________________________ 25 Openingstijden _____________________________________ 28 Betaalbaarheid _____________________________________ 30 Toegankelijkheid van informatie __________________________ 31 Bekendheid _______________________________________ 35 Sociale toegankelijkheid _______________________________ 37 Conclusie _________________________________________ 42
Mogelijke instrumenten _______________________________ 43 Inzet van instrumenten ________________________________ 45 Overkoepelend beeld en oorzaken _________________________ 48 Conclusie _________________________________________ 49
Welke instrumenten zet de gemeente in om buurthuizen toegankelijk te maken en hoe werken deze?_________ 50
Subsidieregeling sociale basis____________________________ 51 Subsidieregelingen Bewoners- en Maatschappelijke initiatieven _____ 55 (Subsidie)regelingen Toegankelijkheid ______________________ 60 Overige gelden _____________________________________ 63 Maatschappelijke huur ________________________________ 65 Referentienormen maatschappelijke voorzieningen _____________ 67 Strategisch Huisvestingsplan (SHP) ________________________ 70 Richtlijnen Programma van Eisen _________________________ 72 Conclusie _________________________________________ 73
Bijlagen ________________________________ 76
Eindnoten _______________________________ 83 3
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
1
Inleiding op het onderzoek
Op veel plekken in Amsterdam zijn buurthuizen een vast onderdeel van het straatbeeld.a Veel Amsterdammers zullen ze passeren zonder er aandacht aan te schenken - of zonder te beseffen dat ze er überhaupt zijn - maar voor anderen zijn ze een belangrijke bestemming. Deze laatste groep bezoekt buurthuizen om verschillende redenen, bijvoorbeeld voor sociale activiteiten, het ontmoeten van buurtgenoten of ondersteuning bij praktische problemen. In het verlengde hiervan verbindt de gemeente grootse doelen aan buurthuizen (en andere voorzieningen in de zogenoemde sociale basis), waaronder het vergroten van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, sociale cohesie, zorgpreventie en kansengelijkheid.1 Tussen bewoners en de gemeente in, staan maatschappelijke, zorg- en welzijnsorganisaties, die zich inzetten om buurthuizen te beheren en activiteiten te ondersteunen. Op het eerste gezicht lijken buurthuizen soepel te functioneren,b maar bij nader inzien leven er verschillende zorgen over hun kwaliteit en kwantiteit. Enerzijds geldt dit voor maatschappelijke voorzieningen in het algemeen.c In onze voorbereiding op dit onderzoek gaven verschillende raadsfracties aan zich druk te maken om de effecten van de groei van de stad op het voorzieningenniveau.
Deze fracties, en ook Amsterdammers zelf, maken zich zorgen over de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen.2 Het college signaleert eveneens risico's: in de Amsterdamse begroting waarschuwt het voor het gevaar dat er geen 'complete stad' wordt gebouwd vanwege onvoldoende middelen voor maatschappelijke voorzieningen.3 Dit risico blijkt ten slotte ook uit een ander onderzoek van de Rekenkamer Amsterdam, in dit geval specifiek bij gebiedsontwikkeling.4 Anderzijds zijn er zorgen die specifiek gaan over buurthuizen. Zo suggereert recent onderzoek dat er 'verschraling' plaatsvindt van buurthuizen.d5 Daarnaast zou er een steeds grotere groep bezoekers op buurthuizen afkomen met een complexe zorgbehoefte, deels vanwege bezuinigingen in de zorg. Buurthuizen zouden niet goed in staat zijn om met deze groep om te gaan.6 En de gemeenteraad signaleert een ruimtegebrek voor maatschappelijke initiatieven, die deels in buurthuizen plaatsvinden.7 Deze zorgen zijn divers van aard, en onze bewoording ("zorgen", "risico's", "gevaar") laat tegelijkertijd zien dat we voorafgaand aan dit onderzoek nog niet goed wisten in hoeverre de zorgen terecht zijn. Om deze reden hebben we onderzocht wat de gemeente doet om de randvoorwaarden te creëren die nodig zijn voor het functioneren van buurthuizen, en in welke mate het lukt om deze randvoorwaarden te garanderen. Hiervoor gebruiken we het
a
We gebruiken in dit onderzoek 'buurthuizen' als overkoepelende term voor zowel buurtkamers als Huizen
van de Wijk. Alleen waar het relevant is maken we onderscheid tussen de twee typen locaties. Zie paragraaf 1.2 voor een verdere uitleg van overeenkomsten en verschillen. b
Zo gaf de ambtelijke organisatie tijdens de voorbereiding van ons onderzoek aan dat ze verrast was over
onze onderzoeksvraag, omdat voorzieningen in de sociale basis sowieso toegankelijk zouden zijn. Bron: Interview ambtelijke organisatie, 19 februari 2024. c
Onder maatschappelijke voorzieningen vallen naast buurthuizen ook - onder andere - jongerencentra,
scholen, zorgvoorzieningen, sport- en speelplekken, en kunst en cultuur. Zie onder andere Gemeente Amsterdam, De Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, 25 juni 2024. d
"Voorbeelden van verschraling zijn minder geldbesteding, minder menskracht, minder aanbod of
voorzieningen, kortere openingstijden, langere wachtlijsten, langere afstand tot voorziening, sluiting voorziening, slecht onderhoud van panden, minder ontmoetingsplekken, en minder kwaliteit van aanwezige voorzieningen."
4
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
begrip toegankelijkheid, omdat we door de lens van toegankelijkheid veel van de randvoorwaarden en de bovengenoemde zorgen kunnen duiden. We vatten toegankelijkheid hiervoor breed op als de mogelijkheid om gebruik te maken van de diensten die in buurthuizen worden aangeboden. Zo omvat het de beschikbare ruimte voor buurthuizen, maar ook de mate waarin iedereen zich daar welkom kan voelen (zie ook de inleiding van hoofdstuk 2). De onderzoeksvraag die we in dit onderzoek beantwoorden is daarom als volgt:
Hoe toegankelijk zijn buurthuizen en wat doet de gemeente om toegang tot deze voorzieningen te waarborgen? Deze vraag beantwoorden we aan de hand van drie deelvragen: 1. 2. 3.
Hoe toegankelijk zijn de Amsterdamse buurthuizen? Heeft de gemeente in beeld hoe het staat met de toegankelijkheid van buurthuizen? Welke instrumenten zet de gemeente in om buurthuizen toegankelijk te maken en hoe werken deze?
Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen baseren we ons op een groot aantal bronnen, deels door onszelf verzameld en deels al bestaand. Het gaat hierbij om interviews met de ambtelijke organisatie, maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties, observaties op locatie in buurthuizen, een eigen enquête onder Amsterdammers, bestaande enquêtes, gemeentelijke documenten, het gemeentelijk subsidieregister, online informatie en geografische data. We richten ons met deze bronnen grofweg op de periode 2015-2024 en op de stad Amsterdam. Dit is dus met uitzondering van stadsgebied Weesp, omdat Weesp het grootste deel van deze periode geen onderdeel was van de gemeente Amsterdam. Op basis van deze bronnen levert dit onderzoek inzichten op over wat er wel en niet goed gaat en wat er beter kan bij het creëren van toegankelijke buurthuizen. Deze inzichten zijn allereerst belangrijk voor het gemeentebestuur. Daarnaast zijn onze bevindingen ook relevant voor betrokken maatschappelijke organisaties en voor bewoners die geïnteresseerd zijn in de werking en beperkingen van buurthuizen in Amsterdam. In de rest van dit inleidende hoofdstuk bespreken we de relevante beleidscontext voor ons onderzoek (omtrent de sociale basis en toegankelijkheid). We bespreken hier de organisatie en visie zoals de gemeente die presenteert; onze eigen analyse volgt vanaf hoofdstuk 2.
Voor een uitgebreidere omschrijving van de aanleiding voor het onderzoek verwijzen we naar de onderzoeksopzet die we in januari 2024 publiceerden.8 Een toelichting op de belangrijkste begrippen die we hanteren staat in bijlage 1. In bijlage 2 presenteren we kort onze onderzoeksverantwoording, en in bijlage 3 lichten we de data en methoden van het onderzoek verder toe.
1.1 Wat zijn buurthuizen?
Buurthuizen zijn sociale accommodaties.9 Volgens de gemeente Amsterdam is een sociale accommodatie een laagdrempelige en toegankelijke plek voor en door (wijk)bewoners, waar zij elkaar ontmoeten, participeren en activeren.10 In deze accommodaties kunnen bewoners
5
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
initiatieven organiseren en deelnemen aan activiteiten.11 Andere sociale accommodaties zijn jongerencentra, speeltuingebouwen en kinderboerderijen.12 De gemeente maakt onderscheid tussen twee typen buurthuizen: Huizen van de Wijk en buurtkamers.e De gemeente omschrijft het Huis van de Wijk als een ontmoetingsplek op wijkniveau. Huizen van de Wijk hebben een wijk-overstijgende functie in de stadsdelen.13 Ze verbinden mensen en instanties - zoals ondernemers en organisaties in de wijk14 - die elkaar kunnen ondersteunen voor een betere leefbaarheid van de wijk. Ook biedt een Huis van de Wijk ruimte om actief te zijn, te ondernemen, mee te doen, anderen te ontmoeten, te vergaderen of iets te leren van en aan een ander.15 Buurtkamers zijn kleinschalige accommodaties op buurtniveau. Ze fungeren als lokale ontmoetingsplek en hebben daarmee een gebiedsgerichte functie.16 Er zijn buurtkamers waar de bewoners zelf de activiteiten organiseren en de buurtkamer beheren. Er zijn ook buurtkamers waar professionals van een welzijnsorganisatie, vrijwilligers en bewoners samen het aanbod uitvoeren.17 Er zijn een aantal verschillen tussen Huizen van de Wijk en buurtkamers. Buurtkamers zijn meestal kleiner dan Huizen van de Wijk. Er zijn meer buurtkamers dan Huizen van de Wijk (zie paragraaf 2.2), waardoor buurtkamers voor de meeste bewoners dichterbij zijn.
Verder worden Huizen van de Wijk meestal beheerd door welzijnsorganisaties. Deze organisaties zijn soms ook betrokken bij buurtkamers, maar daar hebben bewoners een grotere rol bij het beheer.18 Huizen van de Wijk en buurtkamers hebben ook veel overeenkomsten. Beide zijn sociale accommodaties, waar Amsterdammers elkaar kunnen ontmoeten en kunnen deelnemen aan activiteiten. Bij zowel Huizen van de Wijk als buurtkamers leidt dit volgens de gemeente tot een breed aanbod van activiteiten, onder andere op het gebied van zorg en welzijn, kunst en cultuur, of eten en drinken. Voor beide typen accommodaties benadrukt de gemeente dat bewoners zelf invulling kunnen geven aan het programma van activiteiten, eventueel aangevuld door activiteiten van een welzijnsorganisatie.19 Vanwege deze overeenkomsten gebruiken we in dit onderzoek de overkoepelende term 'buurthuizen' voor zowel Huizen van de Wijk als buurtkamers. Wanneer het relevant is maken we echter wel onderscheid tussen de twee typen locaties. Samen met andere sociale accommodaties vormen buurthuizen in elk stadsdeel de infrastructuur in de sociale basis. Het beleid over buurthuizen is dan ook ingebed in het stadsbrede beleid over en uitgangspunten voor de sociale basis.
1.2 Wat is de sociale basis? Wettelijke context sociale basis20
Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) worden mensen door de overheid geacht om langer zelfstandig thuis te wonen. Een van de doelen van deze wet is dat niet iedere (lichte) hulp- of ondersteuningsvraag direct leidt tot een Wmo-maatwerkvoorziening of een zorgindicatie (bijvoorbeeld wijkverpleging). Voor ondersteuning zijn inwoners voor een belangrijk deel aangewezen op zelf- en samenredzaamheid en (sociale) netwerken in de wijk.
e
In de praktijk worden ook andere benamingen gebruikt, zoals wijkcentra en zelfbeheerbuurthuizen.
6
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 primair verantwoordelijk om de sociale samenhang in wijken en buurten te bevorderen, en het sociaal netwerk te versterken. De rijksoverheid schrijft daarover: "Het eigen sociaal netwerk, het welzijnswerk, de inzet van vrijwilligers, mantelzorgers of de inzet van algemene en laagdrempelige voorzieningen kunnen er […] aan bijdragen dat mensen zo goed mogelijk kunnen participeren in de samenleving […] en de gezondheid van mensen wordt bevorderd en beschermd. Het is niet meer de vraag of laagdrempelige voorzieningen in de eigen wijk of buurt nodig zijn, maar in welke mate. […] De basis om een effectieve beweging naar de voorkant te maken, wordt met name gelegd in de brede sociale basis en de toegang bij gemeente."21
Amsterdamse ambities
De gemeente Amsterdam hanteert de volgende omschrijving van de sociale basis: "De sociale basis is het fundament van ons stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen. Het is de plek waar Amsterdammers elkaar vinden, ontmoeten en waar sociale cohesie ontstaat. In de sociale basis werken bewoners, vrijwilligers en professionals samen aan een breed, laagdrempelig en vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt.f22 Dit aanbod is gericht op preventie, het versterken van zelfredzaamheid en samenredzaamheid en het ontplooien van talent. De gemeente faciliteert de sociale basis rondom de sociale opgave in gebieden."23 De gemeente Amsterdam heeft vanaf 2015 steeds een langjarig kader opgesteld met ambities voor de uitvoering van de sociale basis. Het betreft:
de Nota Afspraken basisvoorzieningen in de stadsdelen 2015-2016;g het Stedelijk Kader Afspraken basisvoorzieningen in de stadsdelen 2017-2018, verlengd tot en met 2019; 24 het Stedelijk Kader Samen vooruit 2020-2023, verlengd tot en met 2024; 25 het Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030.26
In deze paragraaf geven we een overzicht van de ambities voor en kenmerken van de sociale basis die de gemeente in deze beleidskaders beschrijft in relatie tot toegankelijkheid. De gemeente geeft aan dat ze met de sociale basis wil bijdragen aan een samenleving waarin er betrokkenheid en verbondenheid is, eenieder volwaardig kan meedoen en er gelijke kansen zijn voor iedereen. Tussen 2015 en 2024 legt ze de nadruk op het versterken van zelfredzaamheid van Amsterdammers en op het realiseren van meer draagkracht in de samenleving (samenredzaamheid; het creëren en inzetten van een informeel netwerk in wijken en buurten). In het nieuwe Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 (hierna: beleidskader 2025-2030) bouwt de gemeente hierop voort en legt ze meer nadruk op de rol die de sociale basis heeft in het creëren van kansengelijkheid door zowel inwoners als buurten te versterken. Uiteindelijk, zo geeft de gemeente aan, wil ze met de sociale basis de behoefte aan zwaardere ondersteuning en zorg terugdringen of voorkomen, om deze in de toekomst
f
Amsterdammers moeten daar terechtkunnen voor een breed scala aan ondersteuning: informatie, advies en
voorlichting over onder meer participatie, deelname aan (groeps)activiteiten, financiën, taal en bewegen. Ook worden Amsterdammers er ontvangen of doorgeleid naar passende activiteiten. g
Deze nota vormt op het gebied van basisvoorzieningen een nadere uitwerking van het Meerjarenbeleidsplan
Sociaal Domein 2015 – 2018.
7
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
betaalbaar te houden. Dit komt overeen met de lijn die vanaf 2015 door de rijksoverheid is ingezet. De sociale basis is er voor alle Amsterdammers: zelfredzaam en minder zelfredzaam, oud en jong, kansarm en kansrijk. Dit benadrukt de gemeente vanaf 2015.27 Wel stelt ze dat niet iedereen de sociale basis in dezelfde mate nodig heeft of eraan bijdraagt. In het beleidskader 2025-2030 zegt de gemeente zich de komende jaren het meest te gaan richten op en te investeren in de meest kwetsbare gebieden en buurten en de meest kwetsbare doelgroepen. Om te zorgen dat de sociale basis er is voor iedereen, is deze vrij toegankelijk: iedereen is er welkom en mag gebruikmaken van de voorzieningen, zonder dat daar een indicatie of doorverwijzing voor nodig is.h Een breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning is volgens de gemeente belangrijk om alle Amsterdammers te kunnen ondersteunen in hun zelfredzaamheid, ontwikkeling van talent en maatschappelijke deelname.28 Door dit aanbod in de eigen buurt of wijk te organiseren, kunnen Amsterdammers makkelijker binnenlopen en kan rekening worden gehouden met de specifieke behoeftes en diversiteit van buurten.29
1.3 Toegankelijkheid in de sociale basis
In het verlengde van de hiervoor beschreven ambities en kenmerken ziet de gemeente toegankelijkheid als voorwaarde voor een goed functionerende sociale basis waarin iedereen mee kan doen. Dit benadrukt ze in alle beleidskaders. Zo stelt de gemeente in 2019: "Om te zorgen dat iedereen kan meedoen in Amsterdam, is bij de activiteiten een goede sociale, fysieke en digitale toegankelijkheid nodig. Die toegankelijkheid geldt voor activiteiten, diensten en fysieke ruimten van voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning, evenals voor de communicatie over al deze voorzieningen."i30 In de eerste twee beleidskaders (2015-2016 en 2017-2019)31 benoemt de gemeente niet alleen het belang van verschillende vormen van toegankelijkheid, maar legt er ook kwaliteitseisen over vast:
h
Alle activiteiten zijn ontsloten op het www.jekuntmeer.nl. Daardoor zijn de activiteiten eenvoudig te vinden door de doelgroep zelf, hun mantelzorgers en verwijzende professionals; Professionals en vrijwilligers die de activiteiten begeleiden zijn competent om met de doelgroep om te gaan (sociale toegankelijkheid); Bestuurscommissies zien erop toe dat de uitvoeringsorganisaties aandacht hebben voor de sociale en fysieke toegankelijkheid voor deelnemers met beperkingen;
Het gaat hier om voorzieningen die binnen de Wmo 2015 'algemene voorzieningen' genoemd worden. Dat
zijn voorzieningen die vrij toegankelijk zijn voor de doelgroep en die bedoeld zijn voor het versterken van zelfen samenredzaamheid. Bron: Gemeente Amsterdam, Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam, januari 2024. i
Dit is in lijn met de Wmo 2015, die stelt dat maatschappelijke ondersteuning onder meer inhoudt dat
gemeenten de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking bevorderen. En dat ze de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving ondersteunen. Bron: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (geldend vanaf 01-01-2024), Hoofdstuk 1, artikel 1.1.1 onder 1.
8
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
De locaties waarvan de bewoners gebruik kunnen maken in de wijk zijn toegankelijk voor mensen met fysieke beperkingen (o.a. rolstoeltoegankelijk).
Deze kwaliteitseisen zien we niet terug in de beleidskaders vanaf 2020. Maar ze komen wel terug in de Subsidieregeling sociale basis (hierna: SSB), van waaruit de uitvoering van de sociale basis wordt gefinancierd. Daarin zijn aanvullende voorwaarden opgenomen die met de kwaliteitseisen overeenkomen. Naast de al genoemde vormen van toegankelijkheid, benoemt de gemeente door de jaren heen ook het belang van:
voldoende locaties (2016-2017; 2020-2024; 2025-2030); betaalbare voorzieningen en activiteiten (2015-2016; 2017-2019); inclusiviteit én balans tussen doelgroepen (2020-2024); goed vindbare locaties (2020-2024; 2025-2030).
Vanaf 2025 wil de gemeente zich ook richten op het verder vergroten van de herkenbaarheid, het gevoel dat iedereen welkom en veilig is en de bereikbaarheid van locaties waar ouderen komen, zo geeft ze aan in het nieuwe beleidskader.32 De gemeente heeft in de afgelopen jaren ook aandacht gehad voor toegankelijkheid in plannen die breder zijn dan - maar wel raken aan - de sociale basis (zie ook kader Gemeentelijke aandacht voor toegankelijkheid). Zo geeft het Amsterdamse gemeentebestuur aan dat het Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein 2015–2018 het integrale plan vormt zoals voorgeschreven door de Wmo 2015, waarin (ook) aandacht is voor de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking.j33 In 2020 kreeg dit integrale plan de vorm van een lokale inclusieagenda met tien speerpunten die aangeven wat Amsterdammers met een beperking belangrijk vinden op het gebied van toegankelijkheid.k34 In 2023 had het college de wens om de inclusieagenda in 2023 te actualiseren, maar dit is nog niet gerealiseerd.l35
j
Met het geldig maken van het VN-verdrag Handicap (14 juli 2016) is in de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet
de verplichting toegevoegd om een integraal plan op te stellen, waarin de gemeenteraad aangeeft hoe zij uitvoering geeft aan het VN-Verdrag. k
De speerpunten zijn onder andere: handhaving van regelgeving rondom toegankelijkheid en inclusie,
bewustwording van sociale inclusie, voldoende hulp en ondersteuning (toegankelijke Wmo-voorzieningen) en toegankelijke informatievoorziening. l
De wens voor een actuele inclusieagenda wordt geuit in Gemeente Amsterdam, Voortgangsrapportage
toegankelijkheid 2022, 7 november 2023. Volgens de ambtelijke organisatie zal de inclusieagenda worden geactualiseerd bij de uitwerking van het volgende Wmo-beleidsplan. Tot dan gelden de tien speerpunten uit 2020. Bron: Reactie op feitelijk wederhoor, 17 juni 2025.
9
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Gemeentelijke aandacht voor toegankelijkheid
In de Amsterdamse raad zien we al meer dan vijftien jaar aandacht voor toegankelijkheid in de vorm van moties, initiatiefvoorstellen en schriftelijke vragen.36 Om uitvoering te geven aan moties en initiatiefvoorstellen kwam het college tussen 2008 en 2013 met verschillende plannen van aanpakm37 en een aantal voortgangsrapportages daarop.38 Na 2013 werd toegankelijkheid onderdeel van bredere beleidsplannen en sinds 2016 verscheen er jaarlijks een voortgangsrapportage over het onderwerp.n In 2023 besloot het college nog maar één keer per bestuursperiode een voortgangsrapportage te publiceren.39 Ook binnen de gemeentelijke organisatie lijkt het belang van toegankelijkheid breed gedragen te worden.40 Zo zien we ook op andere beleidsterreinen dan de sociale basis aandacht voor verschillende elementen van toegankelijkheid in (bestuurs)opdrachten, visies en beleidsuitwerkingen. Voorbeelden hiervan zijn de bestuursopdracht Kansengelijkheid, Omgevingsvisie Amsterdam 2050, het Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 en het document Ruimte voor kansen - Amsterdam voor iedereen toegankelijk.41 In dit onderzoek zullen wij ons verder beperken tot toegankelijkheid in de sociale basis.
1.4 Organisatie en middelen van de sociale basis
Bij het beschrijven van de voor dit onderzoek relevante (gemeentelijke) organisatie (inclusief verantwoordelijkheden) en middelen onderscheiden we: 1. 2. 3.
de beleidsmatige invulling en uitvoering van de sociale basis; de fysieke locaties die dienen als buurthuis; de verantwoordelijkheden voor en financiering van toegankelijkheid.
Organisatie en middelen rondom beleidsmatige invulling en uitvoeringo
Het stadsbestuur stelt dat de gemeente over het algemeen een ondersteunende en faciliterende - maar geen sturende - rol heeft in de activiteiten die Amsterdammers voor en met elkaar willen organiseren. Op het meer institutionele deel van de sociale basis is de gemeente wel sturend. Dit zijn per 2025 de zogenoemde kernfuncties, waartoe onder andere de Huizen van de Wijk behoren.p Ook wordt vanuit de gemeente gestuurd op
m
Het college zegde toe eind 2009 een Plan van aanpak Toegankelijkheid voor 2010-2011 op te stellen (zie: Plan
van aanpak Agenda 22). We hebben niet kunnen vaststellen dat dit plan er ook gekomen is. n
In paragrafen 3.1 en 3.2 gaan we nader in op de voortgangsrapportages vanuit de vraag welke rol deze
(kunnen) spelen in de informatievoorziening over toegankelijkheid in de sociale basis. o
De hier gepresenteerde tekst is grotendeels gebaseerd op het beleidskader 2025-2030. In dat beleidskader
maakt het stadsbestuur expliciet welke rollen de gemeente heeft in de uitvoering van de sociale basis en beschrijft ze uitgebreid hoe de bestuurlijke verhoudingen liggen. Deze beschrijving is in veel opzichten vergelijkbaar met de rollen en verhoudingen voor 2025. p
Kernfuncties zijn wijkoverstijgende functies die overal in het stadsdeel beschikbaar moeten zijn, ongeacht de
opgave. Ze faciliteren initiatieven van bewoners, verbinden bewoners en stimuleren bewonersactiviteiten. Dit wordt gedaan door gekwalificeerd personeel van professionele welzijnsorganisaties. Huizen van de Wijk behoren wel tot de kernfuncties, buurtkamers niet. Deze worden vaak door vrijwilligers beheerd. Bron: Gemeente Amsterdam, Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025 - 2030, 24 januari 2024, p. 26.
10
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
samenwerking, die essentieel is "voor een optimaal pallet aan activiteiten en voorzieningen".42 Het team Midden Sociaal geeft beleidsmatig invulling aan de sociale basis. Dit team is onderdeel van de stadsdelen. De gemeenteraad is kaderstellend; ze stelt het beleidskader en de begroting vast. De nadere invulling en uitvoering van het vastgestelde beleidskader en het aanbod binnen de sociale basis zijn door het college van burgemeester en wethouders gemandateerd aan de dagelijks besturen in de stadsdelen en het stadsgebied Weesp. Dagelijks besturen stellen de opgave in gebieden vast.43 De SSB is voor de stadsdelen een belangrijk instrument om uitvoering te geven aan deze opgave en het geldende beleidskader.44 Het college bepaalt het subsidieplafond per stadsdeel - met advies van de stadsdeelbesturen en aan de hand van een verdeelsleutel. Het dagelijks bestuur per stadsdeel bepaalt binnen dit subsidieplafond sub-plafonds (bijvoorbeeld een afzonderlijk plafond voor jeugd en voor volwassenen) en maakt keuzes met betrekking tot de te subsidiëren activiteiten.45 Via de dagelijks besturen in de stadsdelen (en het stadsgebied Weesp) is de exploitatie en het beheer van voorzieningen zoals buurthuizen veelal belegd bij maatschappelijke, zorg- en welzijnsorganisaties in de stad.
In elk stadsdeel is het de rol van het dagelijks bestuur om de samenwerking te bevorderen tussen actieve bewoners, vrijwilligersorganisaties, bewonersnetwerken, professionele organisaties en bedrijven in de wijken. Zo kunnen deze elkaars kennis en kunde benutten en waar mogelijk bijdragen aan elkaars activiteiten.46 Ook kijken de dagelijks besturen periodiek met uitvoerende partijen naar hoe het gaat met de uitvoering rondom de opgave in het desbetreffende gebied. 47 De gemeenteraad controleert het college en heeft daarmee ook een controlerende rol op de sociale basis als geheel. De stadsdeelcommissies hebben een controlerende rol op de taken die aan hun dagelijks bestuur zijn gemandateerdq en een signalerende rol richting de gemeenteraad. 48 De structurele middelen voor de invulling en uitvoering van de sociale basis maken deel uit van verschillende programma's in de gemeentelijke begroting. Huizen van de Wijk en buurtkamers zijn onderdeel van programma 6 Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit, en daarbinnen van Basisvoorzieningen. In 2024 begrootte de gemeente haar lasten voor activiteiten binnen de basisvoorzieningen op € 147 miljoen.r49 Onderdeel hiervan is de SSB.s
Organisatie rondom sociale accommodaties
Buurthuizen zijn voor een deel gevestigd in panden die in bezit zijn van de gemeente Amsterdam of die door de gemeente gehuurd worden van andere vastgoedaanbieders. In beide gevallen verhuurt de gemeente de ruimte waarin het buurthuis is gevestigd aan een maatschappelijke organisatie. Buurthuizen vallen onder het maatschappelijk vastgoed van q
Zij kunnen richting geven door het indienen van moties en voorstellen, vragen stellen over de manier
waarop taken en bevoegdheden worden uitgeoefend en gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen. r
Het gaat hier om gebiedsgerichte activiteiten ten behoeve van jeugd en jongerenwerk ((naschoolse)
activiteiten, jongerencoaches, huiswerkbegeleiding), Huizen van de Wijk, actief burgerschap vrijwilligersinzet, diversiteit/emancipatie, bewonersinitiatieven, Voedselbank, kinderboerderijen. De totale lasten voor de begrotingspost basisvoorzieningen – waar meer sub-posten onder liggen dan activiteiten binnen de sociale basis – liggen in 2024 op € 285 miljoen. s
We spreken over de Subsidieregeling sociale basis omdat we in dit onderzoek met name terugkijken naar de
jaren 2024 en eerder. Per 1 januari 2025 is de Subsidieverordening sociale basis van kracht.
11
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
de gemeente; dat is binnen de gemeentelijke vastgoedportefeuille de verzamelnaam voor panden waarbinnen maatschappelijke voorzieningen gehuisvest worden.t Binnen de gemeentelijke organisatie is Gemeentelijk Vastgoed verantwoordelijk voor de verhuur en het beheer van de vastgoedportefeuille.u De gemeente rekent een kostprijsdekkende huur aan maatschappelijke organisaties die buurthuizen beheren (zie paragraaf 4.5). Waar de gemeente eigenaar is, is Gemeentelijk Vastgoed (hierna: GV) verantwoordelijk voor het in stand houden van het pand. Dat houdt in: het beheer en onderhoud van het pand en de daarin aanwezige faciliteiten en voorzieningen, ook die op het gebied van toegankelijkheid.v Hier heeft GV ook budget voor. Waar de gemeente pandeigenaar is, kan de gemeente investeren in renovatie en kwaliteitsverbetering, en toegankelijkheid kan daarin worden meegenomen. Deze investeringen liggen niet bij GV (maar bij Maatschappelijke Voorzieningen, zie hierna). Waar de gemeente huurder is van maatschappelijk vastgoed (dat in eigendom is van derde partijen) is GV niet verantwoordelijk voor onderhoud (of renovatie en kwaliteitsverbetering). Die verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar.50 Dat geldt ook voor buurthuizen die gevestigd zijn in panden van woningbouwcorporaties, zorgaanbieders en commerciële partijen.
Een maatschappelijke organisatie huurt dan rechtstreeks bij de corporatie of particuliere eigenaar, die verantwoordelijk is voor beheer, onderhoud en renovatie. De directie Maatschappelijke Voorzieningen is verantwoordelijk voor het realiseren van nieuwe locaties voor maatschappelijke voorzieningen of vervanging en renovatie van bestaande voorzieningen. Deze directie schrijft samen met andere betrokken directies en de stadsdelen de strategische huisvestingsplannen, waarin is vastgelegd waar maatschappelijke voorzieningen in de stad worden gerealiseerd (zie paragraaf 4.7). Daarnaast heeft ze de Amsterdamse referentienormen ontwikkeld en houdt ze toezicht op het gebruik hiervan. Dit doet de directie vanaf de verkenning tot en met de uitvoering van de opgave voor maatschappelijke voorzieningen (waaronder buurthuizen) in gebiedsontwikkeling (zie paragraaf 4.6).51 Eind 2023 is er voor de jeugd-, zorg- en basisvoorzieningen een gezamenlijk investeringsplafond vastgesteld van € 21 miljoen per jaar. En van 2023 tot en met 2027 is er een totale investeringsruimte van € 120 miljoen.w Het totaal benodigde investeringsbedrag op basis van de opgave die door de gemeente is geïnventariseerd, is over deze periode € 112 miljoen.52 x
Verantwoordelijkheden en middelen voor toegankelijkheid
Het college heeft op 2 februari 2016 de bestuurlijke en ambtelijke inbedding van het dossier toegankelijkheid vastgesteld.53 Het doel hiervan was om toegankelijkheid beter in te bedden
t
Andere voorzieningen in deze portefeuille zijn jongerencentra, opvangplekken, musea, bibliotheken,
sporthallen, broedplaatsen, theater, erfgoed, et cetera. u
De vastgoedportefeuille bestaat uit panden die eigendom zijn van de gemeente en gehuurde panden.
v
Als er maar één huurder is van het gemeentelijk pand, dan is de huurder mogelijk verantwoordelijk voor
aanwezige faciliteiten en eventuele toegankelijkheidsvoorzieningen. w
Opgeteld over vijf jaar komt het plafond uit op € 105 miljoen. In 2023 was er nog € 14,3 miljoen extra ruimte
beschikbaar uit eerdere jaren. Dit betekent een totale investeringsruimte van € 120 miljoen. x
Het investeringsbedrag is dus lager dan het beschikbare plafond. Dat geeft volgens de gemeente ruimte om
kansen te benutten en prijsstijgingen op te vangen. Daarnaast is de opgave voor de jaren na 2027 nog niet helemaal in beeld en is er met het beschikbare investeringsbedrag voldoende ruimte om hieraan invulling te geven.
12
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
binnen de gemeente Amsterdam, aangezien toegankelijkheid een breed aandachtsgebied kent dat zich niet altijd beperkt tot domeinen en afdelingen.54 Elke portefeuillehouder is integraal verantwoordelijk voor het onderwerp toegankelijkheid binnen diens portefeuille en de resultaten daarop.55 Dit betekent dat de wethouder Zorg en Maatschappelijke ontwikkeling verantwoordelijk is voor toegankelijkheid in de sociale basis. Deze wethouder is ook coördinerend wethouder Toegankelijkheid. Dat betekent dat de wethouder:
de raad eenmaal per jaar informeert over de voortgang van de toegankelijkheidsvraagstukken die van belang zijn voor mensen met een beperking;y fungeert als aanjager; periodiek overlegt met de Wmo-adviesraad over dit onderwerp en opgehaalde signalen deelt met de portefeuillehouder die daarvoor de verantwoordelijkheid draagt; de commissie Zorg jaarlijks op de hoogte houdt van de resultaten op het gebied van toegankelijkheid voor mensen met een beperking.
Overige aangelegenheden betreffende toegankelijkheid worden door de verantwoordelijke portefeuillehouder zelf aangeleverd. Knelpunten op het gebied van toegankelijkheid kunnen in de raadscommissie worden besproken waar het onderwerp is belegd. Gaat het over sociale toegankelijkheid, dan wordt dit in de commissie Zorg besproken. Ambtelijk zou er in 2016 per portefeuille een (ambtelijk) aanspreekpunt voor toegankelijkheid komen, zodat duidelijk zou worden wie er op die verantwoordelijkheid aangesproken kan worden. 56 Binnen GV was toegankelijkheid tot voorkort binnen een ambtelijke functie belegd. Na het vervallen van die functie heeft een beleidsadviseur het 'dossier' toegankelijkheid op persoonlijke titel opgepakt.57 In de sociale basis is dit anders geregeld. De verantwoordelijkheid voor toegankelijkheid is hier niet specifiek bij een persoon of functie belegd, maar wordt volgens de ambtelijke organisatie als randvoorwaarde gedragen door alle gemeentelijke medewerkers.z58 De motie inzake budget voor toegankelijkheid is op 5 november 2015 door de gemeenteraad aangenomen. In deze motie stelt de raad onder meer dat het college de dekking voor het verbeteren van toegankelijkheid in principe binnen de bestaande budgetten dient te vinden.
Het college voert de motie uit door de geformuleerde toegankelijkheidsambities voor 2016 te financieren uit de bestaande budgetten.59 Door de jaren heen blijft het uitgangspunt van het college dat de inzet op toegankelijkheid zoveel mogelijk vanuit de reguliere werkzaamheden en binnen de eigen begroting wordt gerealiseerd.60 Dit gebeurt bijvoorbeeld door bij geplande verbouwing van gebouwen van de gemeente de toegankelijkheid te verbeteren of toegankelijkheid mee te nemen in renovaties ten behoeve van kwaliteitsverbetering of verduurzaming.61 Het structurele budget voor de coördinatie van het dossier toegankelijkheid is vanaf 2023 € 50.000 per jaar, met jaarlijkse indexatie.aa
y
Het lijkt erop dat deze jaarlijkse activiteit is gekoppeld aan de Voortgangsrapportage toegankelijkheid. Deze
verscheen tot 2023 eens per jaar. Vanaf 2023 verschijnt deze rapportage eens per bestuursperiode. Bron: Gemeente Amsterdam, Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2022, 7 november 2023. z
Stadsdeel Noord is hier een uitzondering op, want daar is het thema wel bij een persoon belegd. Bron:
Reactie op feitelijk wederhoor, 17 juni 2025. aa
De rest van de inzet voor het vergroten van toegankelijkheid wordt betaald uit de reguliere
programmabegrotingen. Bron: Reactie op feitelijk wederhoor, 17 juni 2025.
13
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Tegelijkertijd heeft de gemeente meerdere keren incidentele middelen vrijgemaakt voor het verbeteren van toegankelijkheid. Deze middelen zijn grotendeels gebruikt voor het Knelpuntenfonds Toegankelijkheid 2017-2018, de subsidieregeling Vergroten sociale en fysieke toegankelijkheid 2019-2022 en de subsidieregeling Vergroten sociale en fysieke toegankelijkheid 2025-2026. In paragraaf 4.3 gaan we nader in op deze vrijgemaakte middelen vanuit de vraag welke instrumenten de gemeente inzet om de toegankelijkheid van Huizen van de Wijk en buurtkamers te verbeteren.
1.5 Leeswijzer
In hoofdstukken 2 tot en met 4 presenteren we onze originele bevindingen, inclusief conclusies voor elk van de deelvragen. In hoofdstuk 2 brengen we in beeld hoe toegankelijk de Amsterdamse buurthuizen zijn. Hiermee laten we zien in hoeverre de gemeentelijke ambities voor toegankelijkheid in de praktijk worden behaald. Daarna richten we ons op de rol van de gemeente door na te gaan wat de gemeente doet om de toegankelijkheid van buurthuizen in beeld te brengen (hoofdstuk 3) en wat ze doet om de toegankelijkheid te bevorderen (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 3 en 4 komen verschillende beleidsinstrumenten aan bod, waarbij we steeds bespreken hoe zij toegankelijkheid beïnvloeden in theorie en in de praktijk. Het doel hiervan is niet om de effectiviteit van elk afzonderlijk beleidsinstrument in te schatten; in plaats daarvan gebruiken we onze inzichten per instrument om de totale gemeentelijke inzet op dit terrein te beoordelen. Anders gezegd: door te beoordelen wat de gemeente doet aan de toegankelijkheid van buurthuizen (hoofdstuk 3 en 4) brengen we een belangrijke verklaring in kaart van de huidige stand van toegankelijkheid (hoofdstuk 2). De bijlagen bevatten de begrippenlijst, onze onderzoeksverantwoording en een toelichting op de door ons gebruikte data en methoden.
2
Hoe toegankelijk zijn buurthuizen?
In dit hoofdstuk gaan we na hoe toegankelijk buurthuizen in Amsterdam zijn. In dit onderzoek vatten we toegankelijkheid breed op als de mogelijkheid om gebruik te maken van de diensten die in een buurthuis worden aangeboden voor iedereen die dat wil.bb Met deze brede definitie brengen we veel belangrijke randvoorwaarden voor het functioneren van buurthuizen in beeld. Specifiek bespreken we hieronder de volgende vormen van toegankelijkheid, waarbij de nummers staan voor de paragrafen waarin zij aan bod komen:
bb
Aanwezigheid (2.2): het aantal buurthuizen en hun verspreiding over de stad; Nabijheid (2.3): de afstand die Amsterdammers moeten afleggen van hun woning tot het dichtstbijzijnde buurthuis; Fysieke toegankelijkheid (2.4): de mate waarin buurthuizen zelfstandig bereikbaar, betreedbaar en bruikbaar zijn voor mensen met een fysieke beperking; Openingstijden (2.5): hoe lang en op welke momenten van de week buurthuizen open zijn; Betaalbaarheid (2.6): de kosten die samengaan met bezoek aan of gebruik van een buurthuis, waaronder kosten van consumpties, deelname aan activiteiten en de huur van ruimtes voor activiteiten;
Dat wil zeggen, het gaat om de mogelijkheid om een buurthuis te bezoeken én om daarbij de doelen te
bereiken die de gemeente heeft opgesteld voor de sociale basis (zoals zelf- en samenredzaamheid, zie hoofdstuk 1). We richten ons hierbij nadrukkelijk op de onderdelen van toegankelijkheid die de gemeente kan beïnvloeden.
14
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Toegankelijkheid van informatie (2.7): de beschikbaarheid van begrijpelijke informatie over buurthuizen (waaronder hun aanwezigheid, openingstijden en aanbod), zowel op locatie als online; Bekendheid (2.8): de kennis die bewoners hebben van buurthuizen in hun omgeving, met als eenvoudigste vorm de kennis of er een buurthuis in hun directe leefomgeving is; Sociale toegankelijkheid (2.9): de mate waarin mensen zich welkom voelen in buurthuizen, zodat zij volwaardig kunnen omgaan met anderen en kunnen meedoen aan activiteiten.cc
Voordat we ingaan op deze vormen van toegankelijkheid, beantwoorden we in paragraaf 2.1 eerst de vraag welke Amsterdammers buurthuizen bezoeken en belangrijk vinden. Dit is geen directe indicatie van (on)toegankelijkheid, maar het is desalniettemin belangrijke informatie waar we later in dit hoofdstuk naar terug zullen verwijzen. In dit hoofdstuk baseren we ons op een groot aantal bronnen, deels door onszelf verzameld en deels al bestaand. Het gaat hierbij om interviews met ambtenaren (zoals accounthouders) en maatschappelijke organisaties (veelal betrokken bij de exploitatie van buurthuizen), observaties op locatie bij ongeveer veertig buurthuizen, een eigen enquête, bestaande enquêtes, gemeentelijke documenten, online informatie en geografische data. Deze bronnen worden uitgebreider toegelicht in bijlage 3.
2.1 Voor wie zijn buurthuizen er in de praktijk?
Volgens de gemeente zijn buurthuizen er voor iedereen, en bij uitstek voor kwetsbare Amsterdammers (zie paragraaf 1.2). Maar wie zijn het in de praktijk die buurthuizen bezoeken en/of er belang aan hechten?
Bezoek aan buurthuizen
Figuur 2.1 bevat een deel van het antwoord, op basis van enquêtes van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De figuur geeft voor verschillende groepen weer welk percentage binnen die groep aangeeft dat zij minstens eens per maand een buurthuis bezoekt. De figuur bevat respondenten uit zeer sterk stedelijke gemeenten, waar naast Amsterdam ook een aantal andere gemeenten onder vallen, maar we beschouwen de percentages alsnog als representatief voor Amsterdam.dd
cc
Bijna al deze vormen van toegankelijkheid worden genoemd in beleidskaders van de gemeente voor de
sociale basis (zie paragraaf 1.3). De uitzondering zijn de openingstijden, maar we beschouwen dit als een basale voorwaarde voor het functioneren van buurthuizen, die ook wordt benadrukt in interviews. Bronnen: interview maatschappelijke organisatie, 11 april 2024; interview ambtelijke organisatie, 13 november 2024. Waar mogelijk hebben we definities van de gemeente gebruikt als startpunt voor onze begrippen. Tegelijkertijd vinden we de uitgebreidste definities terug bij de subsidieregeling Sociale en fysieke toegankelijkheid, waar toegankelijkheid (in tegenstelling tot onder andere de Subsidieregeling sociale basis) specifiek wordt toegepast op mensen met een beperking in de brede zin van het woord. Wij passen het begrip toe op alle Amsterdammers. Bron: Gemeente Amsterdam, Subsidieregeling Vergroten sociale en fysieke toegankelijkheid van Amsterdam, 1 januari 2025, vastgesteld op 12 november 2024; Reactie op feitelijk wederhoor, 19 juni 2025. dd
We zien geen grote verschillen tussen niveaus van stedelijkheid. Het percentage van de respondenten dat
een buurthuis bezoekt is bijvoorbeeld 9,3% in zeer sterk stedelijke gemeenten, versus 8,7% in overige gemeenten. Ook verschillen tussen groepen zijn zeer vergelijkbaar. Het is daarom onwaarschijnlijk dat er grote verschillen zijn binnen de groep zeer sterk stedelijke gemeenten.
15
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Allereerst zien we in figuur 2.1 dat ongeveer 9% van het totaal aantal respondenten eens per maand een buurthuis bezoekt. Dit komt neer op ongeveer 75.000 tot 90.000 maandelijkse bezoekers van alle buurthuizen in Amsterdam, of ongeveer 400 tot 500 verschillende bezoekers per maand voor een gemiddeld buurthuis.ee Als we alleen volwassen inwoners meetellen komen we uit op ongeveer 71.000 maandelijkse bezoekers. Dit zijn vrij grove schattingen, waarbij we er rekening mee moeten houden dat het percentage niet specifiek voor Amsterdam is berekend en dat er sinds 2021 een toe- of afname kan zijn geweest. Toch geeft dit een goede indruk van de orde van grootte van het aantal verschillende bezoekers. Figuur 2.1 laat daarnaast zien dat er duidelijke verschillen zijn tussen groepen Amsterdammers in hun bezoek aan buurthuizen. Bezoek verschilt het meeste op basis van inkomen, leeftijd en migratieachtergrond, waarbij lagere en middeninkomens, 65-plussers en mensen met een migratieachtergrond vaker buurthuizen bezoeken. Dit is nog duidelijker in een extra analyse, waarbij we kijken naar de groep die al deze kenmerken combineert, dat wil zeggen 65-plussers met een migratieachtergrond en een lager of middeninkomen (N = 226). Van deze groep bezoekt 24% maandelijks een buurthuis, in vergelijking met 9% onder alle overige respondenten.
Er zijn verder ook verschillen tussen opleidingsniveaus, hoewel die overlappen met de effecten van inkomen en leeftijd.ff Ten slotte zijn er mogelijk ook enige verschillen in bezoekerspercentages op basis van geslacht en fysieke/mentale beperking, maar deze zijn klein en statistisch onzeker. Deze resultaten wijzen erop dat buurthuizen vooral worden bezocht door mensen in kwetsbaardere posities.gg Dit sluit aan op het uitgangspunt van de gemeente dat buurthuizen er vooral voor deze Amsterdammers moeten zijn. Tegelijkertijd wijst onze analyse op een kanttekening: ook onder deze groepen zijn er nog altijd (veel) meer mensen die vrijwel nooit een buurthuis bezoeken dan mensen die dat wel doen.
ee
De schattingen zijn gebaseerd op het 95% betrouwbaarheidsinterval (8,5% - 10,1%). Hierbij gaan we uit van
906.339 bewoners van de stad Amsterdam in 2024 (Bron: Gemeente Amsterdam, Basisbestand Gebieden Amsterdam (BBGA), versie 24 oktober 2024) en 184 buurthuizen (zie paragraaf 2.2). ff
Dat wil zeggen, wanneer we in een multivariaat regressiemodel controleren voor leeftijd en inkomen, zijn de
verschillen tussen opleidingsgroepen klein en statistisch niet significant. gg
Opleiding en inkomen zijn onderdeel van de kwetsbaarheidsscore. Voor 65-plussers geldt dat zij vaker
kwetsbaar zijn. Bron: Gemeente Amsterdam, Kwetsbare bewoners in de stadsdelen: analyse kwetsbaarheidsscore, juni 2019. Voor migranten geldt dat bezoek aan buurthuizen vooral hoger is onder "niet-westerse" migranten (er is geen nader onderscheid in de data), en zij hebben gemiddeld een lager inkomen.
16
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Figuur 2.1 - Bezoekers van buurthuizen in grote steden, 2015-2021 (met 83% betrouwbaarheidsintervallen)hh62 Totaal gemiddelde Minder dan €20.000 inkomen €20.000-30.000 inkomen €30.000-40.000 inkomen €40.000-50.000 inkomen Meer dan €50.000 inkomen Jonger dan 30 30-39 jaar 40-54 jaar 55-64 jaar 65 of ouder Geen migratieachtergrond Migratieachtergrond LO/LBO/VMBO MBO/HAVO/VWO HBO/WO Man Vrouw Geen beperking Fysieke/mentale beperking 0
5
10
15
20
Bezoekt minstens eens per maand een buurthuis (%)
Belang van buurthuizen
Naast het bezoek van buurthuizen is het ook nuttig om in beeld te brengen wie buurthuizen belangrijk vindt. Dit kunnen we doen op basis van de enquête Wonen in Amsterdam, waarin aan respondenten is gevraagd hoe belangrijk zij het vinden dat er een buurthuis is in hun gewenste woonbuurt (op een schaal van 1 tot en met 10). In figuur 2.2 zijn de gemiddelde cijfers weergegeven, voor grotendeels dezelfde groepen als in figuur 2.1.ii Deze cijfers laten een heel vergelijkbaar beeld zien als de bezoekersaantallen. Dat wil zeggen, het ervaren belang van buurthuizen is hoger onder mensen met lagere of middeninkomens, 65-plussers, mensen met een migratieachtergrond en praktisch opgeleiden. Aan de ene kant zijn deze overeenkomsten niet verrassend: mensen die een voorziening bezoeken zullen er nu eenmaal meer belang aan hechten dan mensen die er niet naartoe gaan. Aan de andere kant is de groep mensen die buurthuizen belangrijk vindt groter dan
hh
Voor de figuur zijn de enquêtes uit 2015, 2016, 2017 en 2021 gecombineerd. Alleen respondenten uit zeer
sterk stedelijke gemeenten zijn geselecteerd (N = 5.180). Fysieke/mentale beperking is gebaseerd op het eigen oordeel van respondenten (aan de hand van de vragen: “Heeft u een langdurige ziekte, lichamelijke beperking, psychische klacht?” en “Heeft u een verstandelijke beperking?”). Cijfers zijn gebaseerd op afzonderlijke regressies per demografische variabele, met controlevariabelen voor het jaar van de enquête en met poststratificatie gewichten. 83% betrouwbaarheidsintervallen zijn weergegeven zodat niet-overlappende intervallen duiden op statistisch significante verschillen. ii
Informatie over fysieke of mentale beperkingen ontbreekt in de enquête Wonen in Amsterdam en is dus niet
weergegeven in figuur 2.2.
17
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
alleen de groep bezoekers. Zo geeft ruim de helft van de 65-plussers (58%) een 7 of hoger aan het belang van buurthuizen, terwijl het aandeel bezoekers onder deze groep lager dan 20% is (figuur 2.1). Deze cijfers versterken dus het beeld dat buurthuizen belangrijk zijn voor kwetsbaardere Amsterdammers, ook als zij er zelf geen gebruik van maken (maar mensen in hun omgeving mogelijk wel).jj Verder laat figuur 2.2 ook zien dat het belang van buurthuizen voor de gemiddelde Amsterdammer ongeveer in het midden van de schaal ligt (5,2). Dit is lager dan het belang dat gemiddeld wordt gehecht aan een aantal andere voorzieningen, zoals sportvoorzieningen (6,8), culturele voorzieningen (6,9) en zorg (7,0). Ook hier is het aannemelijk dat dit samenhangt met het gebruik; zo zijn er meer mensen die gebruikmaken van sport- en culturele voorzieningen in Amsterdam.63
Figuur 2.2 - Belang van buurthuizen onder Amsterdammers, 2021 (met 83% betrouwbaarheidsintervallen)kk64 Totaal gemiddelde Minder dan €20.000 inkomen €20.000-30.000 inkomen €30.000-40.000 inkomen €40.000-50.000 inkomen Meer dan €50.000 inkomen Jonger dan 30 30-39 jaar 40-54 jaar 55-64 jaar 65 of ouder Geen migratieachtergrond Migratieachtergrond LO/LBO/VMBO MBO/HAVO/VWO HBO/WO Man Vrouw 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Belang van buurthuis in gewenste woonbuurt
jj
Ook in vergelijking met andere maatschappelijke voorzieningen zijn buurthuizen bij uitstek belangrijk voor
kwetsbare Amsterdammers. Dit blijkt wanneer we uitrekenen welk deel van de variantie in het geschatte belang van buurthuizen wordt verklaard door inkomen, leeftijd, migratieachtergrond, opleiding en geslacht. Dit is 17% (N = 9.514). Voor een gemiddelde index van andere maatschappelijke voorzieningen (sporten, spelen, zorg en basisscholen) is ditzelfde percentage 11% (N = 9.514). Met andere woorden, er zijn grotere verschillen tussen demografische groepen in het belang dat zij hechten aan buurthuizen dan in het belang dat zij hechten aan overige maatschappelijke voorzieningen. kk
N = 12.271. Cijfers zijn gebaseerd op afzonderlijke regressies per demografische variabele met
poststratificatie gewichten. 83% betrouwbaarheidsintervallen zijn weergegeven zodat niet-overlappende intervallen duiden op statistisch significante verschillen.
18
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
Deelconclusie
Samenvattend kunnen we zeggen dat ongeveer 9% van de Amsterdammers eens per maand een buurthuis bezoekt. Dit percentage is lager dan het percentage Amsterdammers dat gebruikmaakt van sommige andere voorzieningen, zeker als we ook deels particuliere voorzieningen op het gebied van sport en cultuur meerekenen. Tegelijkertijd gaat het alsnog om een groep van ongeveer 75.000 tot 90.000 Amsterdammers. Deze bezoekers komen vooral uit groepen die gemiddeld kwetsbaarder zijn. Het zijn ook deze groepen die het meeste belang hechten aan de aanwezigheid van buurthuizen. Buurthuizen zijn dus niet voor iedereen een prioriteit, maar voor een aanzienlijke groep bewoners - vaak kwetsbaarder dan de gemiddelde Amsterdammer - zijn ze bij uitstek belangrijk. Zoals gezegd in de introductie vormen deze bevindingen een deel van de context voor de rest van dit hoofdstuk. In de volgende paragrafen geven we inzicht in de toegankelijkheid van buurthuizen, te beginnen met hun aanwezigheid.
2.2 Aanwezigheid
Aanwezigheid is de meest basale vorm van toegankelijkheid. Om een bepaalde voorziening te kunnen gebruiken moet die namelijk eerst ergens aangeboden worden. In dit onderzoek gaat aanwezigheid over het aantal buurthuizen en hun verspreiding over de stad.
Aantal buurthuizen
We beginnen met een telling van het aantal buurthuizen in Amsterdam. Hiervoor hebben we verschillende bronnen gebruikt, zoals verder wordt toegelicht in bijlage 3. We tellen alle locaties mee waar mensen heen kunnen voor ontmoeting en activiteiten, waar geen doelgroepenbeleid wordt gevoerd en waarvan de organisatie wordt gesubsidieerd door de gemeente (binnen de sociale basis). Volgens onze telling zijn er in 2024 184 buurthuizen in Amsterdam, waarvan 144 buurtkamers en 40 Huizen van de Wijk. Op de interne lijst van de directie Maatschappelijke Voorzieningen staan 189 buurthuizen, waarvan 144 buurtkamers en 45 Huizen van de Wijk.65 Deze totale aantallen zijn erg vergelijkbaar met onze telling, maar hierachter zitten grote verschillen. In totaal zijn er 97 buurthuizen die door ons niet zijn meegeteld, maar door de directie MV wel, of andersom. Een deel hiervan is logisch te verklaren. Zo hebben wij een aantal locaties in Weesp niet meegeteld als buurthuis, maar deed de gemeente dat wel. De gemeente heeft ook een beperkt aantal locaties meegeteld waarvan de organisatie niet wordt gesubsidieerd door de gemeente, terwijl wij deze niet hebben meegeteld (zoals we toelichten in bijlage 3). Een tweede deel is wel in beeld bij de gemeente, maar niet gecategoriseerd als buurthuis.
Er resteert een derde deel, van ongeveer 30 buurthuizen, waarvan we niet goed kunnen verklaren waarom deze door de gemeente wel of juist niet zijn meegeteld als buurthuis. We kunnen het aantal buurthuizen in context plaatsen door het te vergelijken met het verleden. Begin 2019 rapporteerde de gemeente in het Strategisch Huisvestingsplan dat er op dat moment 193 buurthuizen waren. Volgens dit Strategisch Huisvestingsplan zouden er 32 buurthuizen bij komen tot en met 2023. 66 Eind 2023 waren er volgens de hiervoor genoemde lijst van de gemeente echter 189 buurthuizen; 4 minder dan in 2019. Als we rekening houden met de groei van de bevolking was er - in ieder geval volgens de telling van de gemeente - een daling van 6% in het aantal buurthuizen per inwoner. De ambtelijke organisatie waarschuwt tegelijkertijd voor de foutmarge die er rondom de aantallen in beide jaren zitten en dus rondom een vergelijking van de twee. We presenteren dit daarom als suggestieve bevinding: de eigen tellingen van de gemeente suggereren dat er een lichte
19
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
afname is geweest in het aantal buurthuizen (per bewoner), maar er is veel onzekerheid over de trend.ll Als het aantal buurthuizen inderdaad is afgenomen, zijn hier twee aannemelijke verklaringen voor. Ten eerste lijkt het doel voor de bouw van nieuwe buurthuizen niet te zijn gehaald. Van de tot en met 2023 geplande buurthuizen zijn er volgens het recentere huisvestingsplan 12 van de 32 gebouwd.mm67 Ten tweede is er in de strategisch huisvestingsplannen weinig aandacht voor buurthuizen die worden gesloten en niet worden vervangen. Daardoor wordt de indruk gewekt dat er vooral buurthuizen bijkomen. Sluitingen (zonder vervanging) komen in de praktijk echter voor.68 Het is mogelijk dat deze sluitingen in de afgelopen jaren de nieuwbouw hebben gecompenseerd en hebben gezorgd voor een lichte daling in het totaal aantal locaties.
Spreiding over de stad
Naast een telling van het aantal buurthuizen brengen we aanwezigheid in beeld met een analyse van de spreiding van buurthuizen over de stad. In het verlengde daarvan kijken we naar verschillen in de aanwezigheid van buurthuizen binnen Amsterdam, en specifiek tussen stadsdelen. Figuur 2.3 laat de locaties van buurthuizen in Amsterdam zien.
Figuur 2.3 - Locaties van buurthuizen in Amsterdam
ll
Er zitten veel verschillen tussen deze lijst en onze eigen telling, maar dit geldt niet voor het totale aantal (189
versus 184). We hebben verder geen reden om aan te nemen dat eventuele onjuistheden in de telling van de gemeente groter of kleiner zijn geworden tussen 2019 en 2023. mm
Het aantal van twaalf hebben we gebaseerd op de nieuwe locaties die worden genoemd onder de kopjes
Terugblik en resultaten in paragraaf 3.2. Het is echter moeilijk om te achterhalen of deze terugblik uitputtend is; het is dus mogelijk dat er meer dan twaalf nieuwe buurthuizen zijn gebouwd in deze periode.
20
Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Toegankelijkheid van buurthuizen
In figuur 2.4 is het aantal buurthuizen per stadsdeel weergegeven, relatief aan het aantal bewoners in dat stadsdeel in 2024. In de stadsdelen Noord en Oost zijn dus de meeste buurthuizen per 100.000 inwoners; in Centrum, Zuid en West zijn er het minst.
Figuur 2.4 - Relatief aantal buurthuizen per stadsdeel (stippellijn geeft het gemiddelde voor heel Amsterdam aan)
Noord Oost Nieuw-West Zuidoost West Centrum Zuid 0
5
10
15
20
25
30
Aantal buurthuizen per 100.000 bewoners Buurtkamers
Huizen van de Wijk
De verschillen tussen stadsdelen zijn deels consistent met het idee van de gemeente dat buurthuizen er bij uitstek horen te zijn in gebieden met meer kwetsbare bewoners.69 Zo ligt het aantal kwetsbare bewoners lager in Centrum en Zuid, en hoger in Noord; hetzelfde geldt voor het aantal buurthuizen.70 Er zijn echter ook stadsdelen die niet voldoen aan het patroon dat meer kwetsbaarheid samengaat met meer buurthuizen. Stadsdeel Oost is een uitzondering in positieve zin: hier is een bovengemiddeld aantal buurthuizen, terwijl het aandeel kwetsbare bewoners iets onder het gemiddelde van heel Amsterdam ligt. Voor Zuidoost en West geldt echter het omgekeerde.nn Vanuit het oogpunt van aanwezigheid zijn zij dus in negatieve zin uitzonderingen op het gemeentelijk beleid.oo Een laatste bevinding komt met name naar voren uit onze interviews en betreft de ervaren ruimte voor buurthuizen in de stadsdelen. Vanuit alle stadsdelen krijgen we signalen van ruimtegebrek, dus ook waar er relatief veel buurthuizen zijn. Dat wil zeggen, er is overal een wens om meer ruimte te hebben voor deze voorzieningen. Deze signalen worden enerzijds
nn
In Zuidoost is 14% van de bewoners kwetsbaar; in West is dit 13%. Beide liggen iets boven het stedelijke
gemiddelde. Bron: Gemeente Amsterdam, Basisbestand gebieden Amsterdam (BBGA), versie 24 oktober 2024. oo
Mogelijk wordt dit gecompenseerd doordat buurthuizen bovengemiddeld groot zijn in Zuidoost, suggereert
de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie merkt tevens op dat verschillen tussen stadsdelen deels te verklaren zijn doordat er tot 2010 geen centrale regie was en stadsdelen zelfstandig keuzes konden maken over de locatie van buurthuizen. Bron: Reactie op feitelijk wederhoor, 17 juni 2025.