CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Notitie motie 124 Onderzoek Rechtspositie DB-leden

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening tot wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (VN2025-013056)3.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie uitvoering van motie 124 Onderzoek rechtspositie dagelijks bestuurders (TAO2022-00243) Motie 124: In de vergadering van 17 februari 2022 heeft de raad motie 124 van de leden Grooten, Vroege en Biemond aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd: 1. in het kader van de evaluatie van het bestuurlijk stelsel de komende periode ook een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar mogelijke aanpassingen in de rechtspositie van de dagelijks bestuurders in de stadsdelen en in het stadsgebied Weesp; 2. bij dit onderzoek ook te kijken naar nut en noodzaak van een alternatieve beloningssystematiek, bijvoorbeeld op basis van de opgave van de dagelijks bestuurders in plaats van de huidige systematiek van inwonersaantallen per stadsdeel; 3. in dit onderzoek ook te bezien of er mogelijkheden en aanleiding zijn om een collectieve pensioenvoorziening te realiseren voor de dagelijks bestuurders; 4. hierbij advies in te winnen, bijvoorbeeld bij het nieuw aangestelde adviescollege politieke ambtsdragers dan wel een ander relevant adviesorgaan; 5. dit onderzoek te delen met de gemeenteraad, en op basis hiervan zo nodig een voorstel te doen aan de gemeenteraad voor aanpassingen in de rechtspositie en vergoeding ten behoeve van de zittingstermijn vanaf 2026, en waar mogelijk en noodzakelijk al gedurende de komende zittingstermijn verbeteringen door te voeren.

Toelichting huidige situatie De rechtspositie van collegeleden is vastgelegd in de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers, de Rechtspositieregeling politieke ambtsdragers en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Hun vaste vergoeding en de pensioenvergoeding zijn hierin terug te vinden. De dagelijks bestuurders hebben een andere rechtspositie dan de collegeleden. Zij zijn een bestuurscommissie die is ingesteld op grond van artikel 83 van de gemeentewet. Hun rechtspositie is terug te vinden in de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. De Appa-regeling is alleen van toepassing op wethouders van een gemeente en niet van toepassing op dagelijks bestuurders in een bestuurscommissie. De aanspraken van zowel wethouders als dagelijks bestuurders zijn anders dan die van de ambtenaren, op wie het Burgerlijk Wetboek, de Cao Gemeenten en de Cao Amsterdam van toepassing zijn. Volgens artikel 96 tweede lid van de Gemeentewet en het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kan een gemeente een vaste vergoeding voor leden van het dagelijks bestuur bepalen, een onkostenvoorziening en een reis- en verblijfkostenvoorziening treffen. Daarnaast kunnen ook communicatiemiddelen worden verstrekt en kunnen kosten voor scholing worden vergoed.

Andere vergoedingen dan de vergoedingen genoemd in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers zijn niet mogelijk (wordt met artikel 99 in de gemeentewet uitgesloten). Zie voor het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2024-07-01#Hoofdstuk3 Zie voor de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041573/2023-01-04/ Zie voor de artikelen 83 eerste lid, 96 en 99 Gemeentewet: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2024-01-31#Titeldeel 1

1: Een onafhankelijk onderzoek laten doen naar mogelijke aanpassingen in de rechtspositie van de dagelijks bestuurders in de stadsdelen en in het stadsgebied Weesp. De afgelopen jaren is er met diverse onderzoekbureaus gesproken over de vraagstukken in de raadsmotie. De inrichting van het bestuurlijk stelsel in de gemeente Amsterdam is uniek. Diverse bureaus hebben aangegeven dat zij de expertise missen om een gedegen onderzoek te doen naar de rechtpositie van de dagelijks bestuurders. Er zijn met vier partijen gesprekken gevoerd voor het indienen van een voorstel: Leeuwendaal, PricewaterhouseCoopers (PWC), Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) en Andersson Elffers Felix (AEF). - Leeuwendaal heeft aangegeven geen voorstel te doen omdat zij hiertoe niet de capaciteit en expertise beschikbaar heeft. - PWC heeft geadviseerd in te zetten op een breed functiewaarderingsonderzoek en in vergelijking met NGO's. Dit voorstel is na meerdere ambtelijke gesprekken afgewezen omdat dit onvoldoende aansloot op de vragen voor beantwoording van de motie. - AWVN heeft in 2013 ook het onderzoek gedaan waar de huidige beloningssystematiek op is gebaseerd. Zij hebben aangegeven dat zij hiertoe niet meer de expertise in huis hebben en voor de beantwoording van het onderzoek te veel afhankelijk is van de expertise die binnen de gemeente aanwezig is.

Zij hebben uiteindelijk geen voorstel ingediend. - AEF heeft een voorstel ingediend waarin zij hebben aangegeven dat de beantwoording van de vraag over de passendheid van de beloning niet eenvoudig en objectief te onderbouwen is. Om het vraagstuk te beantwoorden wilden ze kijken naar een gerichte benchmark van het landelijk beeld van dagelijks bestuurders van stadsdelen/ stadsgebied en naar de aard en het niveau van hun taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. AEF gaf aan dat een objectief onderzoek in dit geval niet haalbaar is. Alle betrokken partijen moeten erkennen dat het streven naar een gedeelde visie op oplossingsrichtingen het hoogst haalbare is. Na diverse gesprekken met AEF hebben ze aangegeven dat ze geen definitief voorstel in zullen dienen omdat er onvoldoende aanknopingspunten voor hen zijn om te komen tot een onafhankelijk en gewogen oordeel. We hebben geconcludeerd dat een onafhankelijk onderzoek niet haalbaar is voor deze motie. Het heeft lang geduurd om bureaus te vinden die de motievragen willen onderzoeken.

Als er toch een bureau bereid was om het onderzoek te verrichten, werd er een te grootschalig voorstel ingediend dat te veel afwijkt van het onderzoek, ook gaven ze aan dat vraagstukken zoals bijvoorbeeld over het pensioen buiten de scope van het onderzoek zouden liggen omdat zij niet beschikken over specifieke expertise op dit gebied en hier dan ook geen expert-advies op kunnen geven. De gemeente heeft eigen expertise opgebouwd om zelf antwoord te kunnen geven op de vragen en heeft een juridische toets bij het ministerie van BZK als onafhankelijke derde gedaan. In deze notitie volgt de beantwoording van de vragen. 2: Wat is nut en noodzaak van een alternatieve beloningssystematiek, bijvoorbeeld op basis van de opgave van de dagelijks bestuurders in plaats van de huidige systematiek van inwonersaantallen per stadsdeel. BZK heeft ambtelijk uitgelegd dat de indeling naar inwonersklasse wat betreft de vergoedingen typisch is voor de gemeentelijke sector en al van oudsher geldt. Voor de vergoedingen van de politieke ambtsdragers van provincies en waterschappen wordt geen enkel onderscheid gemaakt naar een eigenschap van een provincie of waterschap. Niet naar oppervlakte noch naar inwonertal

2

noch taakzwaarte noch opgave noch anderszins. Er zijn wel eerder pogingen gedaan om een ander onderscheid te maken, maar tegen elk nieuw onderscheid was wat in te brengen. Volgens BZK is functiewaardering in het verleden bij politieke ambtsdragers ook wel eens ingezet, maar dit is voor het werk van politieke ambtsdragers geen goed instrument. Het ambt is immers een taakfunctie, geen urenfunctie met een vaste taakomschrijving. De commissie Dijkstal merkt op in haar rapport “Over dienen en verdienen” (par. 5.2): “Functiekenmerken politieke ambtsdragers Politieke ambtsdragers zijn geen werknemers. Gezien hun specifieke functiekenmerken is er geen ondergeschiktheid aan een bevoegd gezag. In staatsrechtelijke zin zijn politieke ambtsdragers politiek eindverantwoordelijk en staan in die zin boven het ambtelijk apparaat. Politieke functies zijn eigenstandige functies waarin ambtsdragers worden gekozen of benoemd voor een bepaalde periode. De functie die wordt bekleed, bepaalt de beloning. Dit wordt ook wel positiebeloning genoemd. De aanstelling van een politieke ambtsdrager betreft de uitkomst van een politiek/democratisch proces. De verblijfsduur is onzeker. Het afbreukrisico is groot en mede afhankelijk van externe factoren, waarbij logischerwijs rechtsbescherming ontbreekt.

De bezoldiging van ambtsdragers is bij wet geregeld en bestaat uit gefixeerde bedragen, ongeacht de functievervulling of geleverde prestaties. Voor de indexering wordt momenteel de contractloonstijging van ambtenaren in de sector rijk gehanteerd.” De vergoedingen van DB-leden voor hun werkzaamheden, reiskosten en onkosten zijn vastgelegd in de Verordening voorzieningen leden dagelijks bestuur en stadsdeelcommissies (door de raad vastgesteld). In de gedachte van het huidige bestuurlijk stelsel is voor de beloningssystematiek zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij het systeem dat geldt voor wethouders, waarbij ook het aantal inwoners van een gemeente als basis voor de beloning geldt. De bedragen in de Verordening voorzieningen leden dagelijks bestuur en stadsdeelcommissies zijn gekozen als een afgeleide van de wethoudersbezoldiging. De leden van het dagelijks bestuur van de stadsdelen ontvangen nu een vaste vergoeding (bezoldiging) die is gebaseerd op het aantal inwoners van het stadsdeel. Dit is zo besloten met de komst van het nieuw bestuurlijk stelsel in 2014 op advies van de AWVN.

De AWVN is destijds opdracht gegeven een objectiveerbaar systeem te ontwikkelen dat aansloot bij de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bestuurscommissies in het nieuwe bestuurlijk stelsel, in de geest van de regeling voor wethouders in qua inwonertal vergelijkbare gemeenten en passend binnen de wettelijke kaders. Na een uitgebreide analyse van taken en bevoegdheden in het nieuwe bestuurlijk stelsel, een analyse van de vergoedingen en een benchmark van vergoedingen bij andere politiek bestuurlijke functies is geadviseerd het percentage op 80% van het wethoudersalaris in een qua inwonertal vergelijkbare gemeente te zetten. Daarbij is rekening gehouden met de rolwijziging die leidt tot verlichting, onder meer de overgang van zelfstandige bestuursbevoegdheid naar verlengd bestuur en de omvang van de financiële verantwoordelijkheden. Ook is daarbij rekening gehouden met enige mate van verzwaring doordat de beperktere verantwoordelijkheden met minder DB-leden moesten worden gedragen. Op basis van het bovengenoemde is de beloningssystematiek gebaseerd op het inwoneraantal. In de huidige bestuursperiode is er geen substantiële wijziging opgetreden in het aantal taken en bevoegdheden ten opzichte van de voorgaande periode. De trend om meer vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid te opereren als verlengd lokaal bestuur van het college, heeft zich doorgezet.

Ten eerste door een aantal bevoegdheden niet langer te delegeren, maar in mandaat te verstrekken en het dagelijks bestuur te benoemen op voordracht van het college. Het verstrekken van mandaat impliceert dat de mandaatgever (in dit geval het college) 3

eindverantwoordelijk blijft. Dat is anders bij delegatie, daarbij is degene die de bevoegdheid ontvangt eindverantwoordelijk. De ontwikkeling van de taken en bevoegdheden van dagelijks bestuurders in de afgelopen jaren, als afgeleide van de college taken en verantwoordelijkheden, geeft geen mogelijkheid om de beloningssystematiek te veranderen. In de verordening wordt voor de hoogte van de vergoeding nu onderscheid gemaakt tussen stadsdelen die tot 100.000 inwoners hebben met een vergoeding van circa 7.000 euro exclusief opslagen voor onkosten én stadsdelen tot 150.000 inwoners met een vergoeding van circa 8.000 Euro exclusief opslagen voor onkosten. De stadsdelen Centrum, Noord en Zuidoost tellen rond de 100.000 inwoners. De stadsdelen West, Zuid en Oost tellen rond de 150.000 inwoners en Nieuw-West meer dan 160.000 inwoners. Weesp betreft een pilot en zal nog worden geëvalueerd. Vooralsnog is er daarom voor gekozen voor Weesp geen aparte afspraken te maken over de vergoeding. Weesp valt daarmee in de categorie tot 100.000 inwoners. 3: Zijn er mogelijkheden of aanleidingen om een collectieve pensioenvoorziening te realiseren voor de dagelijks bestuurders? In artikel 5, Verordening voorzieningen leden dagelijks bestuur en stadsdeelcommissies is de pensioenvergoeding voor leden van het dagelijks bestuur als volgt geregeld.

Een lid van het dagelijks bestuur ontvangt maandelijks een vergoeding ten behoeve van een individuele pensioenvoorziening en in verband met de reparatie van de Algemene nabestaandenwet. De hoogte van de vergoeding is de som van de werkgeversbijdragen voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen en de reparatie Algemene nabestaandenwet conform het pensioenreglement van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. 2. De grondslag voor de vergoeding vormt de in artikel 3 genoemde vaste vergoeding, rekening houdend met het wettelijk maximum, minus de franchise bedragen genoemd in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen en reparatie van de Algemene nabestaandenwet. 1.

Op advies van de AWVN is gekozen voor een opslag op de vaste vergoeding voor de DB-leden (artikel 3 van deze verordening) als pensioenbijdrage waarmee DB-leden een eigen individuele pensioenvoorziening kunnen treffen. Er kan niet op een andere grondslag een pensioenvoorziening voor hen worden getroffen nu DB-leden niet onder de Appa vallen. Hierbij is besloten om als compensatie voor het Appa pensioen aan te knopen bij de ABP regeling en de vergoeding voor de werkzaamheden met 11,37 % te verhogen. De pensioenopslag bedraagt momenteel € 1.425,86 bruto per maand bij een inwonersaantal minder dan 100.000 en € 1.559,30 per maand bij een inwoneraantal boven de 100.000. (Er vindt jaarlijkse indexatie plaats). De hoogte van deze vergoeding wordt dus op dezelfde wijze berekend als de berekening van het werkgeversaandeel in de pensioenpremie volgens de Appa. De berekeningen gaan uit van het daadwerkelijke inkomen. Omdat het inkomen van een DB-lid lager ligt dan het inkomen voor wethouders is de pensioenvergoeding voor DB-leden ook lager dan het werkgeversaandeel in de pensioenpremie voor wethouders. In de pensioenvergoeding is ook een deel opgenomen voor de reparatie van de Algemene nabestaandenwet. Deze regeling verschilt dus van die over de pensioenaanspraken voor een wethouder. Die laatste is opgenomen in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). De pensioenpremie voor 4

wethouders bestaat uit een eigen bijdrage die wordt ingehouden op de bezoldiging en een gedeelte dat voor rekening komt van de Gemeente. De pensioenpremie wordt niet vergoed aan de wethouder. De Gemeente is op het moment dat een wethouder met pensioen gaat verantwoordelijk voor de pensioenuitkering en draagt zorg voor de uitvoering van de Appa. De mogelijkheid om het pensioen collectief onder te brengen bij een verzekeraar is onderzocht, maar dit blijkt lastig aangezien de mogelijkheid bestaat dat de bestuurders slechts gedurende een korte periode bestuurder zullen zijn. Hun pensioenopbouw zal daardoor mogelijk slechts minimaal zijn en niet voldoen aan de eisen van de Pensioenwet. Paragraaf 2.3 van de Basisgids lid dagelijks bestuur gaat in op de rechtspositie van DB-leden. Hierin staat ook toegelicht welke aanspraken er zijn in verband met pensioen en ontslag. Desgewenst zouden we in aanvulling op de toelichting op de rechtspositie in de basisgids (die al vrij uitvoerig is) bij de start van de nieuwe bestuursperiode een bijeenkomst voor dagelijks bestuurders kunnen organiseren om de rechtspositie toe te lichten. Een aanvullende mogelijkheid zou kunnen zijn dat er aan DB-leden desgewenst individueel advies wordt verstrekt over de wijze waarop een relatief goede aanvulling op het pensioen kan worden opgebouwd.

Onderzocht moet dan worden op welke wijze advies kan worden verstrekt en wat de kosten hiervoor zijn. 4: Advies inwinnen bij het nieuw aangestelde adviescollege politieke ambtsdragers dan wel een ander relevant adviesorgaan. In eerste instantie is gebeld met het Adviescollege politieke ambtsdragers. Zij hebben aangegeven niets op dit specifieke gebied te kunnen betekenen. Vervolgens is er contact opgenomen met de afdeling Politieke Ambtsdragers en Weerbaarheid van de ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Deze hebben toegelicht dat de leden van een commissie zoals een bestuurscommissie een vergoeding kunnen ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie en van reis- en verblijfkosten. Hierbij baseert BZK zich op artikel 96 Gemeentewet dat in samenhang met artikel 99 Gemeentewet moet worden gelezen. Deze artikelen bieden het kader voor welke vergoedingen aan o.a. DB-leden mogelijk zijn. Artikel 96 luidt als volgt: 1. De leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie ontvangen, voor zover zij geen lid zijn van de raad of het college, een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding: a. voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie en b. van reis- en verblijfkosten.

2 In bijzondere gevallen kan de raad bij verordening bepalen dat de leden van het dagelijks bestuur van een bestuurscommissie of een andere commissie als bedoeld in artikel 84 een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. 3 Ten aanzien van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld. Ten aanzien van de overige vergoedingen bedoeld in dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld. De bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In dat besluit is niets bepaald ten aanzien van dagelijks bestuurders van een bestuurscommissie voor een vaste vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten op basis van artikel 96, tweede lid.

5

Artikel 96, tweede lid geldt overigens voor dagelijks bestuurders van de bestuurscommissie voor zover er sprake is van een bijzonder geval. Dat betekent dat alleen in bijzondere gevallen een dagelijks bestuurder bij verordening een vaste vergoeding voor de werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten kan ontvangen. Met die tegemoetkoming in de kosten is gedoeld op ICT-voorzieningen, een onkostenvergoeding, en dergelijke. De uitleg van de toepasselijke wetsartikelen kan niet zodanig worden opgerekt dat er ook een grondslag zou zijn voor een uitkeringsaanspraak, een pensioenaanvulling of iets dergelijks. Het eerste lid van artikel 99 van de Gemeentewet bepaalt namelijk dat raads- en commissieleden buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend geen vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen. Uit de literatuur en jurisprudentie blijkt dat het doel van deze regeling is het opleggen van een verbod om ten laste van de gemeente andere vergoedingen of tegemoetkomingen aan raads- en commissieleden toe te kennen. Deze uitleg is ook bevestigd door het Ministerie van BZK.

4.1: INTERMEZZO: Gevolgen artikelen 96 en 99 Gemeentewet voor aanspraak op WW en een transitievergoeding In het overleg over de rechtspositie tussen DB-leden en wethouder Groot Wassink rees ook de vraag of de gemeente een terugval in vergoeding als DB-lid naar een WW-uitkering bij aftreden of ontslag (op politieke gronden) zou kunnen verzachten met een tijdelijke transitievergoeding o.i.d. Daaraan vooraf gaat de vraag of aftredende DB-leden aanspraak zouden hebben op een WWuitkering. De gemeente Amsterdam heeft met het UWV afgesproken dat de DB-leden bij het einde van hun bestuursperiode of bij tussentijds aftreden een aanvraag kunnen doen voor een WW-uitkering aangezien zij als zogenaamde fictieve werknemers kunnen worden beschouwd. Of er een WW- uitkering wordt toegekend en de hoogte daarvan wordt bepaald door het UWV. Gezien de bovengenoemde Gemeentewet-artikelen waarin is bepaald dat er niets extra's mag worden toegekend buiten deze artikelen is ook een aanvulling op de WW niet mogelijk. Overigens wordt er bij vrijwillige terugtrekking uit het bestuur anders dan om een politieke reden door het UWV geen uitkering toegekend. Aangezien de hoogte van het inkomen van alle DB-leden meer bedraagt dan het maximum dagloon WW (thans € 290,67), bedraagt de hoogte van de WW-uitkering als hieronder wordt weergegeven (peildatum mei 2025).

 De eerste twee maanden: € 4.390,33 bruto per maand. Dit is exclusief vakantietoeslag. Netto: € 2.926,83. De reservering vakantietoeslag bedraagt € 351,23 bruto per maand.  De resterende looptijd van de uitkering: € 4.097,64 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Netto: €2.762,39. De reservering vakantietoeslag bedraagt € 327,81 bruto per maand.  Totaal bruto eerste twee maanden €4.741,55 per maand.  Totaal bruto resterende looptijd €4.425,45 per maand. Er heeft bij de totstandkoming van de verordeningen van de gemeenten Amsterdam en Rotterdam in 2013 voor de vergoeding van dagelijks bestuursleden van de bestuurscommissies/ stadsdeelcommissies een uitgebreide (juridische) discussie plaatsgevonden tussen BZK en beide gemeenten over de hoogte van de voorgestelde vergoeding en de contra legem vergoedingscomponenten die destijds werden voorgesteld. Hierover zijn na het opvragen van een ambtsbericht door BZK ook twee keer Kamervragen beantwoord. BZK is kritisch op de vergoedingen die worden verstrekt. 6

Zie: Vragen van het lid Van Raak (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het voornemen in Amsterdam om leden van bestuurscommissies exorbitante beloningen te geven (ingezonden 5 juni 2013). En Antwoord vragen van het lid Van Raak over het besluit van de gemeente Amsterdam om door te gaan met exorbitante vergoedingen voor leden van bestuurscommissies | Tweede Kamer der Staten-Generaal Bemiddeling naar nieuwe werk Gemeente Amsterdam heeft twee bemiddelingsbureaus geselecteerd, waaruit leden van het DB kunnen kiezen voor begeleiding naar nieuw werk als zij stoppen in het DB op kosten van de gemeente.

5: De resultaten delen met de gemeenteraad en zo nodig een voorstel doen aan de gemeenteraad voor aanpassingen in de rechtspositie en vergoeding ten behoeve van de zittingstermijn verbeteringen door te voeren. Op basis van het dictum hebben we de motievragen zo goed mogelijk proberen te beantwoorden met de informatie die we tot onze beschikking hebben en de gesprekken met BZK. De voorzieningen voor de dagelijks bestuurders zijn voldoende toereikend. Ondanks de beperkte, dwingende wettelijke kaders, heeft gemeente Amsterdam toch enig ruimte kunnen vinden voor eigen voorzieningen voor werkloosheid, pensioen, zwangerschap, arbeidsongeschiktheid en mogelijkheden voor bemiddeling naar ander werk. De positie van een dagelijks bestuurder is niet geheel gelijk te trekken met de positie van wethouder omdat dagelijks bestuurders worden gezien als verlengd bestuur. Hiermee acht het college de rechtspositie van leden van het dagelijks bestuur op dit moment afdoende geregeld. Er hoeft geen aanpassingen in de rechtspositie van de dagelijks bestuurders in de stadsdelen en het stadsgebied plaats te vinden. In de Basisgids lid dagelijks bestuur stadsdeel zijn een aantal voorzieningen verduidelijkt. Voor de volgende bestuursperiode zal er extra aandacht worden besteed aan de belangrijkste rechtspositionele onderwerpen in de basisgids. Er is geen ander alternatieve beloningssystematiek mogelijk.

Wettelijk zijn er geen mogelijkheden voor een collectieve pensioenvoorziening, maar een optie is individuele advisering over een goede aanvulling op de pensioensopbouw. Hierbij wordt de notitie aan de gemeenteraad aangeboden zonder voorstel voor aanpassingen in de rechtspositie en vergoeding voor de dagelijks bestuurders in de stadsdelen en het stadsgebied.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032879/1