CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Tabel behorende bij Nota van Beantwoording

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening tot wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (VN2025-013056)24.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

21 alinea's met “besturen”: 2 11 17 18 20 28 46 58 147 164 278 308 392 467 484 527 528 543 548 600 618

Tabel nota van beantwoording

Reactie op de adviezen van dagelijks besturen, stadsdeelcommissies en bestuurscommissie Weesp op de voorgenomen bestuurlijke reactie evaluatie bestuurlijk stelsel

1

#

Commissie

Advies

Reactie

1 Financiën / Budgetrecht 1.

SDC NW SDC Z

Start een werkgroep op met vertegenwoordiging van de DB’s van de stadsdelen, de stadsdeelcommissies, gemeenteraadsleden en het college om een voorstel uit te werken voor wat betreft verdeling van taken, financiën en mandaat. Koppel het budgetrecht aan de taken die aan de stadsdelen worden toegekend.

Binnen dit bestuurlijk stelsel is vastgesteld welke taken door het college zijn gemandateerd aan de dagelijks besturen (niet: stadsdelen). Deze taken zijn opgenomen in de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022. Afgelopen bestuursperiode is per taak helder gemaakt wat de rol en verantwoordelijkheid van de dagelijks besturen is, welke middelen erbij horen, wat de werkwijze is en welke sturingsinstrumenten op dit moment beschikbaar zijn. Dit is opgenomen in de Leidraad Zeggenschap als kader. In de praktijk zal dit nog verder geoperationaliseerd moeten worden. In de lopende bestuursperiode is onderzocht welke taakverdeling passend is. Het is goed om dit de komende tijd te laten uitkristalleren. Om deze taakverdeling in de praktijk nog beter werkend te krijgen, lijkt het college het een goed idee om dit samen met alle betrokkenen waaronder de gemeenteraad en SDC’s te doen. Ten aanzien van het door uw genoemde budgetrecht, wordt in de verordening duidelijker gemaakt dat het budget dat het dagelijks bestuur ontvangt gekoppeld is aan de door het college opgedragen taken en bevoegdheden.

2

2.

SDC O

Zorg voor meer grip op geld en controle binnen het stadsdeel. Het college van B&W, en ons dagelijks bestuur, hebben een goede eerste stap gezet met de leidraad zeggenschap, maar wij willen graag snel nog een stap verder gaan. We hebben een eigen stadsdeel budget nodig, gekoppeld aan de gebiedsgerichte doelen. Zo kunnen we beter werken als de ‘ogen en oren van de buurt’. Werk toe naar een stadsdeelbegroting en geef waar mogelijk budgetrecht. ● Geef de stadsdeelcommissie meer inzicht in de budgetten (inkomsten) en uitgaven van het stadsdeel. ● Zorg voor structureel meer geld voor de gebiedsgerichte projecten, en het stadsdeelpanel, waarin de commissie vrij is naar eigen wens te besteden (de zogenaamde ‘incidentele middelen’). Hierdoor kunnen we vanuit de commissie meer gericht de lokale initiatieven ondersteunen. Omdat er extra zorgvuldig naar de inzet van deze middelen wordt gekeken, mede op basis van goede kennis in de buurten en wijken van het stadsdeel, is de effectiviteit van de bestede middelen hoger. ● Laat het dagelijks bestuur regelmatig terugkoppelen over behaalde (gebieds)doelen en resultaten. ● Koppel budgetten en uitgaven aan specifieke opgaven in de gebieden. Een idee: organiseer een jaarlijkse sessie waarin het dagelijks bestuur verantwoording aflegt over hoe het geld is besteed en wat het heeft opgeleverd.

Je kunt hierbij denken aan een soort algemene beschouwingen. Dit is ook een goede gelegenheid voor de stadsdeelcommissie om terug te kijken op het afgelopen jaar en om ambities te formuleren voor het komende jaar. Het begin van het politieke jaar in september is hiervoor een geschikt moment.

Deze bestuursperiode is de stap gezet om voor de taken die het college gemandateerd of gedelegeerd heeft aan de dagelijks besturen inzichtelijk te maken welke budgetten daaraan gekoppeld zijn. De zeven dagelijks besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie Weesp hebben een identiek takenpakket. Met de begroting stelt de gemeenteraad vast welke middelen beschikbaar zijn voor de verschillende taken. Dit betekent dat voor taken waar dagelijks besturen beslissingsbevoegd en uitvoeringsverantwoordelijk zijn, er gezamenlijk keuzes gemaakt moeten worden over de inzet van mensen en middelen. Een belangrijk instrument om meer inzicht en grip te krijgen op de inzet van middelen zijn de inzetplannen. Hierin wordt vastgelegd waar de prioriteiten liggen en hoe de inzet van mensen en middelen zal zijn. De komende periode vraagt dit aandacht om te zorgen dat het onderdeel van de dagelijkse praktijk wordt. De gemandateerde taken met de daaraan gekoppelde budgetten maken onderdeel uit van de gemeentelijke begrotings- en verantwoordingscyclus. Binnen het kader van ons bestuurlijk stelsel waarbij de dagelijks besturen verlengd bestuur zijn met een identiek takenpakket, is één instrument voor de gemeente Amsterdam gewenst. Op deze manier kan een integrale afweging gemaakt worden, in plaats van 8 decentrale begrotings- en verantwoordingscycli naast een centrale cyclus te laten lopen.

Wel hebben de dagelijks besturen naast de aan de taken gekoppelde budgetten ook budgetten voor gebiedsgerichte inzet. Voorbeelden zijn budgetten voor maatschappelijke en bewonersinitiatieven of budgetten democratisering. Hoe de stadsdeelcommissie betrokken wordt bij de verdeling van deze budgetten is iets wat

3

bepaald wordt in het samenspel tussen het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie. Jaarlijks leggen de dagelijks besturen verantwoording af over de uitvoering van de gebiedsopgaven. Het is aan de commissies en dagelijks besturen om te bepalen in welke vorm daar uitvoering aan gegeven wordt. 3.

SDC C

Meer duidelijkheid over de financiën op stadsdeelniveau zodat de stadsdeelcommissie haar controlerende taak beter kan uitoefenen. Er is kort geleden een Leidraad geformuleerd, hieraan moet goed opvolging gegeven worden en gemonitord of deze voldoende is.

4.

SDC C

5.

DBZO

Veranker een grotere invloed van de stadsdeelcommissie op de besteding van het stadsdeelbudget. De precieze vorm hiervan hangt natuurlijk samen met een eventuele nieuwe inrichting. Het DB herkent zich tevens in de conclusie van de evaluatie dat de opgestelde leidraad zal bijdragen aan de verheldering van de taken en bevoegdheden in de samenwerking tussen College, DB en SDC. In Zuidoost is in de huidige bestuursperiode daarbij specifiek veel aandacht geweest voor de (beperkte) financiële zeggenschap van de SDC en de manier van informatievoorziening vanuit het DB hieromtrent. Daarbij merkt het DB in dit kader op dat het belangrijk is om de SDC hierbij van een compleet financieel plaatje te kunnen voorzien, wanneer dit voor adviezen van de SDC van belang is. In andere woorden: als de SDC over één maatregel advies geeft maar geen inzage kan krijgen van het DB in het geheel aan maatregelen, beperken we de SDC in haar mogelijkheden om een congruent advies op te stellen.

De Leidraad Zeggenschap geeft meer duidelijkheid over de aan de dagelijks besturen opgedragen taken, werkwijze en bijbehorende middelen. Dit is een grote stap vooruit. Tegelijkertijd zijn we er hiermee nog niet. De ondersteuning van de dagelijks besturen in de uitvoering van hun taken en de wijze waarop de stadsdeelcommissies hierin hun adviserende rol kunnen vervullen verdient verdere aandacht. Dit wordt in de dagelijkse praktijk verder geoperationaliseerd. Zie hierboven Omdat de dagelijks besturen een identiek takenpakket hebben, is het van belang hierover afspraken te maken in de PHO’s. In die overleggen besluiten bestuurders over het informeren en betrekken van de commissies bij relevante bespreekpunten vanuit de adviesrol die de commissies hebben. Dit gaat ook over het geven van inzicht in de overwegingen die tot bepaalde keuzes hebben geleid. Zo worden commissies in staat gesteld hun adviesrol te vervullen en worden zij op dezelfde onderwerpen betrokken.

4

6.

SDC Z

Budgetbestedingsrecht aan stadsdeelcommissies toekennen. In deze vorm bepaalt de gemeenteraad het budget voor een taak, de algemene kaders en de stadsdeelcommissie bepaalt vervolgens de uitgaven binnen die taak en het dagelijks bestuur voert dat uit. De route die nu gekozen wordt – via inzetplannen en via de voorjaarsnota – vereist grote deskundigheid van volksvertegenwoordigers die juist gewenst worden als lekenbestuurders. Dit versterkt hun controlerende rol en maakt besluitvorming transparanter, in plaats van afhankelijkheid van gesloten portefeuillehoudersoverleggen.

De inbreng van de commissies is ook bij de inzet van middelen in het stadsdeel waardevol. Het beslissingsrecht over de besteding toekennen aan de stadsdeelcommissie is echter niet mogelijk. De raad heeft op grond van de Gemeentewet de bevoegdheid om de begroting vast te stellen. Ook volgens de Gemeentewet is deze bevoegdheid niet overdraagbaar (artikel 156, tweede lid, onderdeel c, Gemeentewet). De raad kan dus niet het begrotingsrecht overdragen aan de stadsdeelcommissie Het college heeft de bevoegdheid om de budgetten uit de begroting verder in te vullen en te besteden. Dit is geen expliciete bevoegdheid, maar kan wel afgeleid worden uit de verhouding tussen raad (kaderstellend) en college (uitvoerend) en uit de Gemeentewet (artikel 197: Het college legt aan de raad over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.) Voor de taken en bevoegdheden die het dagelijks bestuur van het college krijgt overgedragen, krijgt het dagelijks bestuur ook van het college overgedragen een budget en de ruimte om dat budget te besteden. Die bevoegdheid gaat dus van college naar dagelijks bestuur. De raad kan het budgetbestedingsrecht niet overdragen aan de SDC, want de raad heeft dat recht niet, maar het college.

Het college kan het budgetbestedingsrecht niet overdragen aan de stadsdeelcommissie, want de stadsdeelcommissie is geen commissie van het college. Zie ook de eerder gegeven antwoorden. De inzetplannen moeten gaan over de prioritering binnen de inzet van de middelen op basis van de vraagstukken in de samenleving.

5

Hierbij zijn de lokale opgave in de stad de basis. Daarbij is er juist een belangrijke rol voor de stadsdeelcommissie door aan te geven wat er in de buurten en wijken leeft. Hier is geen hoge mate van deskundigheid voor vereist, de inzetplannen moeten voor iedereen te begrijpen zijn. 7.

SDC Z

8.

SDC ZO

9.

DB O

Koppel het budgetrecht aan de taken die aan de stadsdelen worden toegekend met de herintroductie van een specifieke begroting voor het stadsdeel. Zonder inzicht in financiële middelen of formele controlemogelijkheden blijft de controlerende taak van de SDC een lege huls. Het ontbreken van transparantie ondermijnt de legitimiteit van deze taak. De leidraad financiële zeggenschap geeft onvoldoende houvast hoe taken en bevoegdheden m.b.t financiën die voortkomen uit de Verordening zijn vastgelegd.  Maak het budget van het DB transparant, inclusief verantwoording over uitgaven. Zolang onduidelijk is hoeveel geld per stadsdeel beschikbaar is en waar dit aan wordt besteed, is inhoudelijke controle niet mogelijk. Transparantie is essentieel om als commissie onze taak serieus te kunnen nemen.  Leg in verordening en vergaderorde vast dat het DB periodiek rapporteert aan de SDC over bestedingen en behaalde doelstellingen. Structurele rapportageverplichting voorkomt willekeur en zorgt dat verantwoording geen gunst is, maar een plicht binnen het samenspel tussen DB en SDC.

Zie antwoorden hierboven

Zet in op actieve toepassing van de 'Leidraad Zeggenschap in de praktijk’ De leidraad biedt een helder kader voor de taak- en rolverdeling tussen DB en SDC. Wij adviseren om bij de start van elke nieuwe bestuursperiode op stadsdeelniveau tussen DB’s en SDC concrete werkafspraken te maken over:

Het college onderschrijft van harte het voorstel om de leidraad actief toe te passen. De leidraad is een eerste stap die nog verdere operationalisering vraagt in de dagelijkse praktijk. Dit kan het beste per taak worden uitgewerkt. In de PHO’s besluiten de bestuurders over het informeren en betrekken van de SDC’s bij relevante bespreekpunten

Vanaf de begroting 2024 is inzichtelijk gemaakt welke budgetten gekoppeld zijn aan de aan de dagelijks besturen gemandateerde taken. Op dit moment vraagt de leidraad nog verdere operationalisering per taak. Daarmee wordt ook duidelijker hoe de inzet van mensen en middelen is verdeeld. In de PHO’s besluiten de bestuurders over het informeren en betrekken van de commissies bij relevante bespreekpunten vanuit de adviesrol die de commissies hebben. Dit gaat ook over het geven van inzicht in de overwegingen die tot bepaalde keuzes hebben geleid. Zo worden commissies in staat gesteld hun adviesrol te vervullen en worden zij bij dezelfde onderwerpen betrokken.

6

welke onderwerpen, aanvullend op de adviesaanvragen, het DB aan de SDC voorlegt;  wanneer en op welke wijze dit gebeurt (inclusief verantwoordingsmomenten);  hoe de toepassing hiervan gedurende de periode wordt geëvalueerd. Doel is om als DB, SDC en ambtelijke organisatie gezamenlijk te groeien in een transparante en voorspelbare werkwijze, waarin rollen scherp zijn en elkaars positie wordt gerespecteerd. 10.

DB Z

11.

DB W en SDC W

12.

SDC W

Essentieel voor de controlerende rol van de stadsdeelcommissie, is hun informatievoorziening. Ongemak ontstaat als de stadsdeelcommissie een controlerende rol wil uitvoeren op zaken die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur vallen, maar waar het dagelijks bestuur ook niet het gewenste inzicht kan geven. Deze periode is al veel geïnvesteerd in het helder maken van de verdeling van taken en bevoegdheden tussen het dagelijks bestuur en het college wat bijzonder nuttig is. Voor de volgende periode zouden we graag meer inzicht krijgen in het budget van het dagelijks bestuur, zodat wij daar ook transparanter over kunnen zijn. De sdc inzicht geven in de financiën en de begroting van het stadsdeel

Budgetten 22 kerntaken stadsdeel specifiek inzichtelijk maken en verdelen

vanuit de adviesrol die de SDC’s hebben. Dit gaat ook over het geven van inzicht in de overwegingen die tot bepaalde keuzes hebben geleid. Zo worden SDC’s in staat gesteld hun adviesrol te vervullen en worden zij bij dezelfde onderwerpen betrokken. Deze afspraken vormen dan de basis voor het betrekken van de SDC’s . Hiermee zorgen we voor een gelijke informatiepositie van de verschillende SDC’s . Hierop aanvullend werkafspraken maken tussen DB en SDC lijkt ons vooral een goede stap in de democratische samenwerking. Deze bestuursperiode is niet alleen geïnvesteerd in het helder maken van de verdeling van taken en bevoegdheden tussen het dagelijks bestuur en het college, maar ook welke budgetten hieraan gekoppeld zijn. Het overzicht is opgenomen in de begroting. De inzetplannen per taak geven hier meer inzicht in en helpen DB en SDC hier het gesprek over te voeren met elkaar. Nog niet voor iedere taak is er een inzetplan. Dit wordt de komende periode verder uitgewerkt.

De gemeente Amsterdam werkt met één integrale begrotings- en verantwoordingscyclus. De budgetten die gekoppeld zijn aan de gemandateerde taken van de dagelijks besturen zijn hier onderdeel van. Dit overzicht is opgenomen in de begroting. De budgetten die gekoppeld zijn aan de gemandateerde taken van de dagelijks besturen zijn inzichtelijk gemaakt in de begroting. Waar mogelijk is dit per stadsdeel uitgesplitst. Voor een aantal taken is dit (nog) niet het geval. Het is van belang onderscheid te maken tussen het onderverdelen van deze budgetten en het structureel ‘verdelen’ van deze budgetten in de begroting over de stadsdelen. Het inzicht in de verdeling van de budgetten

7

over de stadsdelen moet onderdeel zijn van de op te stellen inzetplannen. Dit volgt logischerwijs uit de taak die de PHO’s hebben in het gezamenlijk prioriteren. Het is aan de betreffende PHO’s om hiertoe opdracht te geven.

13.

SDC W

14. SDC W

Herintroduceer een specifieke begroting voor het stadsdeel zodat de stadsdeelcommissie haar controlerende rol beter kan vervullen Onderzoek de mogelijkheid voor budgetbestedingsrecht voor SDC inzake de 22 taken van het Stadsdeel

Dit is wat anders dan het structureel ‘opknippen’ van deze budgetten en vast laten stellen in de begroting. Dit bemoeilijkt namelijk het flexibel en stadsdeeloverstijgend inzetten van mensen en middelen op de opgave waar nodig, evenals de afstemming hierover tussen de verantwoordelijke portefeuillehouders. Zie eerdere antwoorden

Zie eerdere antwoorden

2 Aantal commissieleden (en budgetrecht SDC) 15.

SDC NW

16. SDC N

17.

SDC C

Onderzoek de mogelijkheid om het aantal commissieleden te verhogen zodat die recht doet aan de grote bevolking die ze vertegenwoordigen, enkel onder de harde voorwaarde dat er meer zeggenschap en budgetrecht naar de stadsdeelcommissies gaan. Stadsdeel Noord neemt een unieke positie in binnen Amsterdam. Met ruim 100.000 inwoners is het een groot stadsdeel, waar bovendien heel veel grootstedelijke ontwikkeling plaatsvindt, maar tegelijkertijd hebben we met slechts 11 commissieleden een van de kleinste SDC's. Bij het vaststellen van het aantal zetels in de stadsdeelcommissie rekening houden met de bevolkingsgroei van Noord Verhoog het aantal leden van de stadsdeelcommissies, ivm de werklast. Stadsdeelcommissies hebben veel minder leden dan

Dit kan worden meegenomen in het fundamenteel onderzoek voor de lange termijn.

In artikel 23, lid 5 van de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam is al bepaald dat er rekening gehouden moet worden met de (verwachte) bevolkingsgroei. Dus deze zal bij de verdeling van commissieleden worden meegenomen.

8

18.

SDC Z

zelfstandige gemeenten met eenzelfde inwoneraantal. Weliswaar hebben stadsdeelcommissies momenteel nog minder taken dan gemeenteraden, de hoeveelheid bewoners om contact mee te houden en kwesties die spelen zijn hetzelfde en vormen groot deel van het werk. Breid het aantal commissieleden uit zodat dit recht doet aan de grote bevolking die de commissies vertegenwoordigen.

3 RAAD-SDC 19.

In de bestuurlijke reactie geeft het college -naar aanleiding van de aanbevelingen om de onderlinge verbinding tussen de gemeenteraad en de SDC's als territoriale bestuurscommissies van de raad te versterken- de raad in overweging om daar met de SDC's de dialoog over aan te gaan. Het college ziet dat uit de adviezen veel mogelijk bruikbare initiatieven naar voren zijn gekomen. Naast de aanbevelingen die Necker in het rapport heeft gedaan. Het college onthoudt zich van een inhoudelijke beoordeling van onderstaande adviezen, tenzij een advies aspecten betreft buiten de directe relatie raadSDC’s en hoopt dat ze een vruchtbare bodem zijn voor verbeterde samenwerking tussen SDC’s en gemeenteraad. In het inwerkprogramma van de SDC’s is de relatie met de raad een belangrijk punt.

20. SDC NW 21.

SDC Z

Onderzoek de mogelijkheden voor stadsdeelcommissieleden om digitaal aan te kunnen sluiten bij de raadscommissies. Maak het mogelijk dat stadsdeelcommissieleden via een videoboodschap of digitaal kunnen deelnemen aan raadscommissies.

Dit advies valt onder de vergaderorde van de raad. Het college onthoudt zich hierover van advies. Dit advies valt onder de vergaderorde van de raad. Het college onthoudt zich hierover van advies. Het is voor SDC leden overigens al mogelijk om een video boodschap te sturen naar de raadscommissies als

9

inspraak. Digitaal deelnemen aan een raadscommissie is op dit moment niet mogelijk. 22. SDC W 23.

SDC NW SDC Z

24. SDC N 25. SDC NW 26. SDC W 27.

SDC ZO

28. SDC ZO

29. SDC W

30. SDC W

Geef de SDC meer flexibiliteit in het toelichten van adviezen (bijv. digitale toelichting) Onderzoek de mogelijkheid voor stadsdeelcommissieleden om voor een specifiek agendapunt als volwaardig raadscommissielid in de Stopera mee te mogen vergaderen, met dezelfde rechten en tools als een raadscommissielid. Geef de stadsdeelcommissie meer flexibiliteit in het toelichten van adviezen raadscommissies, bijvoorbeeld ook met een korte video of andere laagdrempelige toelichting. Borg dat alle stadsdeelcommissies op dinsdagavond vergaderen. (ivm aansluiting op raadscommissies)

Het is aan de raad en de SDC’s om hier onderling afspraken over te maken. Zie antwoord 22

Eenduidige vergaderdag (dinsdagavond) SDC en betere aansluiting op de termijnagenda Geef SDC-leden spreekrecht binnen raadscommissies bij relevante agendapunten. SDC-leden hebben nu alleen inspreekrecht maar kunnen niet deelnemen aan het debat. Door spreekrecht kunnen stadsdelen hun expertise en lokale kennis rechtstreeks inbrengen op het moment dat beslissingen worden voorbereid. Dit versterkt de inhoudelijke kwaliteit én de legitimiteit van besluitvorming. Geef SDC de mogelijkheid om als volwaardig lid deel te nemen aan de vergadering van raadscommissies, voor zover het gaat om de behandeling van agendapunten die hun stadsdeel betreffen.

Zie antwoord 25

Raad: adviesaanvragen van college of Raad aan stadsdelen standaard op de raadscommissieagenda zetten als bespreekpunt

Versterk het contact tussen gemeenteraad en onafhankelijke stadsdeelcommissieleden

Zie antwoord 22 Het college laat de keuze voor de vergaderdag aan de SDC’s zelf.

Zie antwoord 22

Zie antwoord 22

Zie antwoord 22. Het college zet er overigens op in dat in de bestuurlijke langetermijnagenda beter inzichtelijk zal zijn welke stedelijke adviesaanvragen wanneer zullen worden ingediend. Zie antwoord 22

10

31.

SDC NW SDC Z

32.

SDC ZO

33.

SDC O

34. SDC C

Stel een werkgroep samen van stadsdeelcommissieleden van de verschillende stadsdelen (en partijen) en leden van de commissie SED, om na het zomerreces met een voorstel te komen. Als werkwijze willen we daarvoor het volgende voorstellen: De werkgroep komt met een voorstel, vervolgens gaat dit langs de stadsdelen ter adviseren, dan kan het naar de commissie SED die de besluitvorming in de gemeenteraad hierover voorbereid en vervolgens kan de raad hier dan een beslissing over nemen. Nog voordat de volgende termijn van start gaat Richt een werkgroep in met commissieleden en raadsleden om structurele samenwerking te verkennen. Een vaste werkgroep bevordert continuïteit en dialoog, en maakt het mogelijk om structureel te werken aan gezamenlijke doelen, wederzijdse informatie-uitwisseling en kennisdeling. Jaarlijks gezamenlijk overleg tussen de gemeenteraad en de stadsdeelcommissie om prioriteiten af te stemmen. ● Stadsdeelcommissie eerder en beter betrekken bij belangrijke stedelijke onderwerpen die voor een stadsdeel belangrijk zijn, bijvoorbeeld door gesprekken met de wethouder. Of nodig de wethouder uit als gast van het dagelijks bestuur in een stadsdeelcommissievergadering. Je kunt hierbij denken aan grote projecten voor ontwikkeling van nieuwe wijken zoals de Baaibuurt.

Zie antwoord 22

Onderzoek de opties voor betere afstemming van de gemeenteraad op de stadsdeelcommissies. Het doel is het makkelijker meenemen van de stadsdeelspecifieke kanten van stedelijk beleid en de overwegingen van de stadsdeelcommissies waar het heel lokale kwesties betreft. Een mogelijkheid is om werkgroepen van de gemeenteraad te vormen per stadsdeel, om als raad als geheel een betere afstemming met SDC’s te borgen (bijvoorbeeld een werkgroep Centrum waarin vanuit verschillende partijen uit de gemeenteraad contact wordt gehouden met de stadsdeelcommissie Centrum). Leg vast dat adviezen van de

Zie antwoord 22

Zie antwoord 22

Zie antwoord 22. Het dagelijks bestuur is verlengd bestuur van het college. Deze is goed in staat om dergelijke standpunten van het college toe te lichten. In uitzonderlijke gevallen kan een lid van het college uitgenodigd worden.

11

stadsdeelcommissie gericht aan de gemeenteraad standaard toegevoegd worden aan de relevante agendapunten, en niet alleen wanneer deze ‘gepiept’ worden. 35.

SDC W

36. SDC C

37.

SDC ZO

38. SDC ZO

39. DB O

Oprichten werkgroep SDC/GR (commissie SED) voor het onderzoeken en uitvoeren van structurele verbeterpunten voor samenwerking SDC en Raad Faciliteer een minimaal aantal overleggen. Minstens eenmaal per jaar een informeel overleg van stadsdeelcommissieleden en raadsleden, met reflectie op de gang van zaken. Minstens eenmaal per jaar een informeel overleg per stadsdeel voor de stadsdeelcommissieleden. En minimaal eens per 2 jaar een stadsdeeloverleg tussen stadsdeelcommissieleden en DB (afhankelijk van de gekozen vorm van bestuurscommissie). Leg vaste overlegmomenten vast tussen SDC en relevante gemeenteraadsfracties. Directe en periodieke afstemming maakt het mogelijk om vroegtijdig invloed uit te oefenen, standpunten te delen en knelpunten bespreekbaar te maken voordat besluitvorming plaatsvindt. Versterk de rol van SDC als adviesorgaan richting gemeenteraad en borg die duidelijker in de Verordening. Stadsdeelcommissies zijn gebiedscommissies naast thematische raadscommissies en hebben een gelijke status als adviesorgaan richting college en gemeenteraad. De verbinding tussen de gemeenteraad en de stadsdeelcommissie is momenteel beperkt en weinig gestructureerd. Dit speelt in ieder geval in Oost, maar is waarschijnlijk een stedelijk vraagstuk. Dit is een gemis binnen het bestuurlijk stelsel.

De SDC’s vertegenwoordigen de bewoners op wijkniveau en signaleren wat er lokaal speelt. Die

Zie antwoord 22

Zie antwoord 22

Zie antwoord 22

De rol van de SDC als adviesorgaan blijft de volgende periode hetzelfde. Er wordt nu gewerkt aan een doorontwikkeling van het huidige stelsel. Grote wijzigingen zoals de rol van de SDC als adviesorgaan zijn nu niet aan de orde. Soortgelijke voorstellen kunnen wel aan bod komen bij latere ontwikkeling van het stelsel. Zie antwoord 22

12

inzichten verdienen een betere plek in het bredere stedelijke debat. Wij adviseren om in deze bestuursperiode – nu ervaring en betrokkenheid nog aanwezig zijn – gericht te investeren in het versterken van deze relatie. Denk daarbij aan: • structurele overlegmomenten tussen raadsleden en vertegenwoordigers van de SDC’s; • uitwisseling over beleidsvoorstellen met grote lokale impact; • en het ontsluiten van signalen en ervaringen uit de stadsdelen richting de raad.

40. DBNW

41. BCW

Een stevigere relatie zorgt niet alleen voor betere besluitvorming, maar ook voor meer erkenning van de rol van de SDC’s. Als we willen dat het stelsel werkt, moet het ook als één systeem functioneren – van wijk tot stad. Het dagelijks bestuur vindt dat deze vraag primair aan de stadsdeelcommissie is, maar ziet wel dat het onderlinge samenspel kan worden versterkt door meer duidelijkheid en navolgbaarheid in de behandeling van adviezen van de SDC aan het college. Een goede terugkoppeling over wat met deze adviezen gebeurt, is daarbij essentieel. De bestuurscommissie leest ook in de voorgenomen bestuurlijke reactie dat het college in de verordening nu ook de bestuurscommissie de mogelijkheid wil bieden om adviezen toe te lichten bij raadscommissies van de gemeente Amsterdam. Dit sluit aan bij de behoefte van de bestuurscommissie om ook de route naar de gemeenteraad te kunnen bewandelen, net zoals stadsdeelcommissies over mogelijkheid beschikken. De bestuurscommissie staat dan

Het college onderkent dat navolgbaarheid een belangrijk punt is en heeft daarvoor ook al voorstellen gedaan in de voorgenomen bestuurlijke reactie. Dat het college een terugkoppeling moet verzorgen stond al in de toelichting, maar is nu ook expliciet gemaakt in de tekst van artikel 12 van de verordening. De bestuurscommissie Weesp is een commissie van het college. Om die reden stelt het college voor dat die toelichting kan op uitnodiging van het college net als de DB’s van de stadsdelen kunnen. Indien een lid van de bestuurscommissie graag op eigen initiatief een toelichting wil geven, kan dat lid contact opnemen met het DB Weesp en verantwoordelijke collegelid.

13

ook positief tegenover deze voorgenomen wijziging. Wel constateert de bestuurscommissie dat de formulering (“op uitnodiging van het college adviezen (…) toelichten”) nu enger is dan wat naar ons begrip beoogd was. Dit volgt uit het wettelijk kader en de positie van de bestuurscommissie als commissie van het college. Spreken in een raadscommissie zal in de praktijk echter meestal op eigen initiatief zijn. Ook zou het voorafgaand aan een schriftelijk advies gedaan kunnen worden of meer een vraag kunnen betreffen dan een advies. De bestuurscommissie verzoekt het college dan ook om toe te zeggen dat deze bepaling ruim geïnterpreteerd mag worden, zodat zelf aankloppen en langskomen in voorbereiding op een advies in de praktijk mogelijk zullen zijn

4 Jaarverantwoording aan de raad 42. SDC C

Er wordt voorgesteld om de stadsdeelcommissies verantwoording af te laten leggen aan de gemeenteraad. Hoewel de behoefte wordt begrepen om meer inzicht te krijgen in wat de stadsdeelcommissies doen, kan verantwoording afleggen niet het doel zijn. Het is onwenselijk om als verkozen vertegenwoordiging verantwoording af te leggen aan een ander bestuursorgaan. Praktisch stuit dit ook op problemen: moet deze jaarverantwoording bij meerderheid worden bepaald, of unaniem? Een jaaroverzicht dat het karakter heeft van een jaarverslag is wel een goed idee.

Necker adviseert aan de verordening toe te voegen hoe de stadsdeelcommissie verantwoording aflegt aan gemeenteraad. Dit vereist de Gemeentewet en volgens Necker kan dit ook de positie van de stadsdeelcommissie verstevigen. Het college stelt in de bestuurlijke reactie voor hieraan invulling te geven door in de verordening op te nemen dat de stadsdeelcommissies jaarlijks een jaarbeschouwing voorleggen aan de gemeenteraad. In de jaarbeschouwing beschrijft de stadsdeelcommissie hoe zij haar rol het afgelopen jaar heeft uitgevoerd. Het verslag creëert ook een contactmoment met de gemeenteraad en verstevigt daarmee de relatie tussen stadsdeelcommissie en raad. Het college wil commissies en raad hierbij juist de vrijheid geven om een passende vorm te zoeken en kan zich ook vinden in de suggestie van een jaaroverzicht.

14

5 Vergoeding/rechtspositie/ondersteuning SDC’s 43. SDC NW

Herzie het uitbetalingssysteem voor stadsdeelcommissieleden, waarbij deze niet gebaseerd is op de aanwezigheid bij de vergadering. Het werken van een sdc-lid behelst namelijk veel meer. Ga bij het missen van meer dan 4 vergaderingen per jaar over tot een sanctie. Onderzoek de mogelijkheid tot een hogere vergoeding voor het stadsdeelcommissiewerk, gezien de uitbreiding van taken die wij hier eerder geadviseerd.

44. SDC W

Versterk ook de positie van commissie- en DB-leden door een vaste vergoeding en ziekte- en verlofregeling te treffen voor commissie en wachtgeld en pensioen voor DB. Systeem vergoedingen niet afhankelijk maken van aanwezigheid vergaderingen.

Het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers beperkt de mogelijkheden voor de vergoeding voor de leden van bestuurscommissies, zoals de stadsdeelcommissie. Dit besluit maakt alleen vergoeding per vergadering mogelijk. Daarbij geldt zelfs een vastgelegde vergoeding. Het is mogelijk om de vergoeding te verhogen en daar is ook gebruik van gemaakt in 2022 bij het uitbreiden van het takenpakket van de stadsdeelcommissie. De vergoeding voor de SDC-leden is gebaseerd op artikel 96 van de Gemeentewet, waarin in lid 1 bepaald is dat leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissie voor zover zij geen lid zijn van de raad of het college, een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding ontvangen: a. voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie en b. van reis- en verblijfkosten in verband met reizen binnen de gemeente In het tweede lid van artikel 96 staat dat dagelijks besturen van bestuurscommissies een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden kunnen ontvangen. Daarnaast regelt het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voorzieningen zoals kosten voor scholing en communicatiemiddelen. Zie wetten.nl Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522.

Het college heeft, op basis van de gemeentewet geen mogelijkheid om de SDC-leden een vaste vergoeding per maand te geven of een ziekte- en verlofregeling in het leven te roepen. DB-leden ontvangen een opslag op hun vergoeding om zelf een pensioenvoorziening te treffen. In plaats van Wachtgeld kan een aanvraag voor een WWuitkering worden gedaan. Dit is allemaal terug te vinden in

15

45. SDC C 46. SDC N 47.

SDC Z

48. SDC N 49. SDC C

50. SDC C

51.

DB N

Overweeg de vergoeding voor stadsdeelcommissieleden te verhogen, ook meer in lijn met gemeenten met vergelijkbaar inwoneraantal. Arbeidsvoorwaarden van SDC-leden verbeteren, inclusief regelingen voor ouderschapsverlof en ziekteverlof. Versterk de positie van stadsdeelcommissieleden, door te zorgen voor een ziekte- en verlofregeling en door een vaste vergoeding in te stellen. Het betalingssysteem herzien zodat SDC-leden niet alleen betaling krijgen bij aanwezigheid tijdens vergaderingen, want het werk behelst meer dan deze aanwezigheid. Richt de uitbetaling van de vergoeding anders in, niet alleen per bijgewoonde vergadering. Het werk behelst meer dan de 2 vergaderingen per maand. Ook al is het momenteel wettelijk niet mogelijk, zoek naar mogelijkheden om dit toch te realiseren. Er wordt ervaren dat de ondersteuning niet altijd voldoende is voor stadsdeelcommissieleden. Niet alleen in capaciteit maar ook in formele borging. Er zou meer geregeld moet worden, zowel op stadsdeelniveau als voor alle stadsdeelcommissies tegelijk. Hierbij moet niet alleen de inhoudelijke ambtelijke ondersteuning goed geregeld zijn, maar zeker ook ondersteunende zaken, zoals vertrouwenspersonen en procedures bij klachten, ziekte, verlof etc. Het dagelijks bestuur ziet graag dat er een structureel scholingsaanbod komt voor leden van de stadsdeelcommissies.

Partijen in de commissies die tevens in de gemeenteraad zijn vertegenwoordigd, kunnen vaak gebruik maken van een grotere organisatie; en bij grotere partijen ook van een, in partijverband georganiseerd, scholingsaanbod. Partijen die niet in de raad zitten, hebben die luxe vaak niet. Daarbij gaat het om kennis van

de Verordening Voorzieningen leden Dagelijks Bestuur en stadsdeelcommissies en de bijbehorende toelichting. Zoals hierboven beschreven is in 2022 al gebruik gemaakt van de mogelijkheid in de gemeentewet om een hogere vergoeding toe te kennen dan die is vastgelegd. Zie hierboven. Zie hierboven. Zie reacties hierboven. Zie reacties hierboven.

De directe ondersteuning voor stadsdeelcommissies is in 2022 uitgebreid. In de bestuurlijke reactie wordt voorgesteld de informatiepositie van SDC-leden te verbeteren. Daarnaast is tijdens deze bestuursperiode een ‘basisgids lid stadsdeelcommissie’ ontwikkeld. In de gids voor de periode vanaf 2026 zal ook informatie opgenomen worden over vertrouwenspersonen en eventuele klachtenprocedures. Een stedelijke werkgroep bereidt het inwerkprogramma van de nieuwe stadsdeelcommissies voor. Deze aanbeveling zal daarin worden meegenomen. Het college erkent dat het voor nieuwe SDC-leden –vooral van eenpersoonsfracties- nu veel tijd kost om wegwijs te raken in het Amsterdamse stelsel. Er bestaat geen specifiek op het Amsterdamse stelsel gerichte scholing. In 2022 is één

16

52. DB Z

53.

DB W

mandatering, sturingsmogelijkheden en de inzet van beschikbare instrumenten om de controlerende en adviserende rol effectief te kunnen vervullen. Amsterdam onderscheidt zich binnen Nederland o.a. door zijn unieke bestuurlijke stelsel waarin stadsdelen een flinke rol (kunnen) spelen. Vanwege het ontbreken van een landelijke blauwdruk is het van belang om gerichte scholing aan te bieden. In de praktijk constateert het dagelijks bestuur dat er bij de installatie van nieuwe stadsdeelcommissies en besturen weinig mogelijkheden zijn voor dergelijke scholing, tenzij deze op eigen initiatief wordt aangevraagd binnen de organisatie. Daarnaast is een structureel scholingsaanbod voor leden van de stadsdeelcommissies wenselijk. Het stelsel van de gemeente Amsterdam is uniek in Nederland en door stedelijk aanbod te organiseren wordt de kennis van mandatering, sturingsmogelijkheden en de inzet van beschikbare instrumenten om de rol van de stadsdeelcommissie effectief te kunnen vervullen, vergroot Een tweede kans om de SDC’s te versterken ligt in het bieden van meer ambtelijke ondersteuning, training en begeleiding. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hulp bij het schrijven van adviesaanvragen en moties, waar informatie te vinden is. Op den duur verdient zich dit vanzelf terug in de vorm van beter geformuleerde moties en adviezen.

We adviseren het college dan ook om hier capaciteit en middelen voor vrij te maken.

gezamenlijke sessie georganiseerd voor alle stadsdeelcommissies. Het lijkt verstandig om in 2026 meerdere sessies te organiseren, waarbij ook meer individuele aandacht/begeleiding mogelijk is.

Zie antwoord hierboven.

Bij de vorige stelselwijziging in 2022 heeft het college meer ambtelijke capaciteit vrijgemaakt voor de directe ondersteuning van stadsdeelcommissies. Deze adviseurs zijn er ook voor advies bij het opstellen van adviezen. Het college stelt –zie ook onder het kopje instrumenten- voor om alleen nog met adviezen te werken. Daarnaast is conform de ‘Bijzondere subsidieverordening fractieondersteuning stadsdeelcommissies en bestuurscommissie stadsgebied Weesp’ ook budget aan te wenden voor ondersteuning van de fractie. Het college zet in op verbetering van de informatiepositie van de stadsdeelcommissies en BC Weesp. Directies kunnen de SDC-leden achtergrondkennis over het beleid verschaffen als dat nodig is bij de voorbereiding van een advies. Het formuleren van het advies is aan de SDC, met hulp van de eigen ambtelijke ondersteuning.

17

54. DB W

Een goed werkende SDC begint met een duidelijk besef van de rechten en plichten van een SDC. Een duidelijk inwerkprogramma is daarbij cruciaal. Het is van belang dat de SDC inzicht krijgt in haar budgetrecht. Dit staat ook expliciet genoemd in de aanbevelingen uit het Necker rapport. Daar zien we nog (te) weinig van terug in de bestuurlijke reactie.

Er is een stedelijke werkgroep bezig met de voorbereiding van het inwerkprogramma voor nieuwe stadsdeelcommissies. Deze aanbevelingen zullen daarin worden meegenomen.

6 Uniformiteit SDC’s /stadsdelen 55.

SDC NW SDC Z

56. SDC W

Zet een werkgroep op met vertegenwoordiging van alle verschillende stadsdeelcommissies en bestuursondersteuners en werk uniforme regels en een huishoudelijk reglement uit voor de volgende termijn. Borg daarbij ook uniformiteit op het gebied van de organisatie per stadsdeel met een bestuursondersteuner, een stadsdeelsecretaris en dergelijke. Zorg voor meer inzicht en eenduidigheid in de besluitvormingsprocessen waarbij het adviesrecht van de SDC geborgd wordt

Necker constateert grote verschillen in werkwijzen tussen stadsdelen. Het college is positief over het initiatief om in de stadsdelen een werkgroep op te richten en zoveel als redelijkerwijs mogelijk op dezelfde wijze te gaan werken. Dit kan worden meegenomen in de stelselontwikkeling in de nieuwe bestuursperiode. De invoering van de Leidraad zeggenschap verduidelijkt inzicht, eenduidigheid en rolverdeling in besluitvormingsprocessen. Dit zal bij de verdere operationalisering ervan verder vorm worden gegeven.

7 Informatiepositie SDC’s 57.

SDC NW

58. SDC Z

Maak het mogelijk dat stadsdeelcommissieleden rechtstreeks kunnen schakelen betreft inhoudelijke voorbereiding met persoonlijk assistenten van de Dagelijks bestuursleden, net zoals dit in de centrale stad werkt met de pa’s van de wethouders.

Verbeter de informatievoorziening richting stadsdeelcommissieleden.

In de stadsdelen zijn geen politieke assistenten, zoals bij het college van B&W. Wethouders hebben een politiek assistent en daarnaast bestuursadviseurs. Dagelijks bestuurders in stadsdelen hebben een bestuursadviseur. Deze bestuursadviseur is geen (politiek) verlengstuk van de dagelijks bestuurder, maar een schakel tussen bestuurder en ambtelijke organisatie. Politiekinhoudelijke voorbereiding met een bestuursadviseur is in een stadsdeel dan ook geen optie. Voor inhoudelijke informatie bij de voorbereiding van agendapunten of adviezen, zie de beantwoording hieronder bij nr. 58. Necker doet de suggestie een regeling te treffen over de reikwijdte van informatie en advies die vanuit de ambtelijke organisatie aan de SDC’s gegeven moet

18

59. DB C

60. DB W

Deze informatievoorziening lijkt nu vrij willekeurig. Het is van belang dat stadsdeelcommissieleden tijdig worden gekend in activiteiten die binnen het stadsdeel plaatsvinden en mogelijk relevant zijn voor commissieleden (bijvoorbeeld bijeenkomsten, openingen en dergelijke), zodat ze hun aanwezigheid tijdig kunnen inplannen in hun agenda.

worden en waar SDC’s met inhoudelijke vragen terecht kunnen. Het college onderschrijft dit en stelt in de bestuurlijke reactie voor een apart artikel in de verordening op te nemen over informatievoorziening aan stadsdeelcommissieleden.

Het DB is blij met de voorstellen om SDC-leden een betere informatiepositie te geven. Dat helpt bij het goed uitvoeren van de controlerende en adviserende rol. Het dagelijks bestuur merkt verder op dat in stadsdeel centrum een modus is gevonden om stadsdeelcommissieleden op een informele manier van voldoende informatie te voorzien. Het DB wenst dit graag te behouden. Het werkt goed dat commissieleden altijd laagdrempelig en met korte doorlooptijden vragen kunnen stellen. Ook mogen commissieleden contact opnemen met ambtenaren. Eenvormigheid in het stelsel mag niet ten koste gaan van die laagdrempeligheid. Ambtelijke bijstand te bieden voor de SDC t.b.v. adviesaanvragen en eigen voorstellen

Die laagdrempeligheid moet zeker mogelijk blijven en versterkt de positie van stadsdeelcommissieleden. De bedoeling van het artikel over informatievoorziening aan SDC-leden is waarborging van een basisrecht op informatie. Per stadsdeel kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt.

61. SDC W

Meer ondersteuning van de SDC zodat adviesaanvragen of eigen voorstellen van betere kwaliteit zijn

62. SDC W

Technische sessies toegankelijker maken van SDC-leden (bv vaker in de avonden)

Het informatierecht wordt in de verordening opgenomen (zie nr. 58 hierboven). Voor ambtelijke bijstand in de zin van ondersteuning bij het opstellen van adviezen kan de stadsdeelcommissie zich wenden tot de eigen secretaris en/of adviseur. Zie ook antwoord 53. Zie nr. 58 hierboven. Technische sessies voor stadsdeelcommissies worden zoveel mogelijk in de avonden georganiseerd. In hoeverre technische sessies voor de raad ook voor SDC-leden toegankelijk zijn is aan de gemeenteraad

8 Fractievertegenwoordigers 63. SDC NW

Fractievertegenwoordigers mogelijk maken voor alle fracties, maximaal 1 per fractie. Vertegenwoordigers hebben

Dat wordt inderdaad voorgesteld in de bestuurlijke reactie. Fractievertegenwoordiging is alleen mogelijk ter

19

spreekrecht, geen stemrecht en vervangen een afwezig SDC-lid of zijn specifiek woordvoerder op een agendapunt.

64. SDC O

Maak het mogelijk om een plaatsvervanger te benoemen op de plek van de zetel die de voorzitter levert. Dit kan een fractievertegenwoordiger zijn, die hiervoor ook een vergoeding ontvangt. Hierdoor wordt de werklast beter verspreid.

65. SDC Z

Maak het mogelijk dat fracties een fractievertegenwoordiger inzetten, die spreekrecht (geen stemrecht) hebben en een fractielid mogen vervangen. Fractievertegenwoordigers hebben spreekrecht, geen stemrecht en vervangen een afwezig SDC-lid of zijn specifiek woordvoerder op een agendapunt. Spreekrecht is dus niet afhankelijk van de afwezigheid van het SDC-lid.

66. SDC W

vervanging. De lijn van de brief van het college uit 2023 wordt gevolgd. Destijds is de mogelijkheid geweest voor stadsdeelcommissies om daarover te adviseren. In deze brief is ook uitgelegd dat de vergaderingen van de stadsdeelcommissies eerder te vergelijken zijn met een raadsvergadering dan met een raadscommissievergadering. Fractievertegenwoordigers van raadsfracties kunnen alleen deelnemen aan raadscommissies. Het heeft de voorkeur dat in de commissievergadering zo veel mogelijk de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers deelnemen. Hierop wordt een uitzondering gemaakt, maar alleen in geval van verhindering. Zoals hierboven is toegelicht wordt vervanging mogelijk gemaakt bij verhindering van een stadsdeelcommissielid. Het college houdt dit uitgangspunt aan. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een plaatsvervanger te benoemen op de plek van de zetel die de voorzitter levert. Dit wordt mogelijk gemaakt door een wijziging van de verordening, zoals aangekondigd in de bestuurlijke reactie. Zie de beantwoording van het advies van SDC NW hierboven.

9 (Terugkoppeling) stedelijke adviezen 67.

Algemene beantwoording

Het college constateert –mede door de hoeveelheid adviezen op dit onderwerp- dat dit een belangrijk thema is en er steun is voor de voorstellen in de bestuurlijke reactie om het proces rond stedelijke adviesaanvragen op een aantal punten te verbeteren. Op de vele suggesties wordt

20

hieronder ingegaan. Wel hecht het college eraan nog eens duidelijk uiteen te zetten hoe de stedelijke adviesprocedure nu vastgelegd is in de verordening. De stedelijke adviesprocedure is in de verordening zo geregeld dat het college advies vraagt aan het DB. Het DB heeft de plicht de adviesaanvraag door te zenden aan de SDC. Dit is geen adviesaanvraag van het DB. De SDC kan zelf besluiten de adviesaanvraag te agenderen en een advies op te stellen. Het advies van de SDC is altijd gericht aan het DB. Het DB heeft de plicht het advies van de SDC over te nemen in haar advies, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dat niet te doen. In dat geval zal het DB dat schriftelijk moeten motiveren. Er is vanuit elk stadsdeel dus altijd 1 advies richting het college: het DB-advies (met daarin verwerkt het eventuele SDC-advies). Wél is het zo dat op het stedelijk adviesformulier altijd duidelijk moet zijn wat de SDC aan het DB heeft geadviseerd. Als er adviezen zijn die niet overgenomen zijn door het DB is het van belang dat de raad dat kan zien. In sommige adviezen wordt een eenduidige procedure aangeraden. Er is een eenduidige procedure. Het is ook belangrijk dat alle stadsdelen het formulier op dezelfde manier invullen. De formulieren moeten meegestuurd worden met de stukken voor de gemeenteraad.

In het adviesformulier zoals dat sinds enige maanden in gebruik is is ook een vak toegevoegd met ‘reactie college aan dagelijks bestuur’. Dat vakje staat onder het advies van het DB. De terugkoppeling aan de DB's loopt op dit moment nog niet naar tevredenheid, dat blijkt ook uit de adviezen. In de bestuurlijke reactie wordt daarover het

21

volgende opgemerkt: Betere terugkoppeling over verwerking van stadsdeeladviezen bij stedelijke adviesaanvragen Het college zal erop toezien dat er terugkoppeling gegeven wordt aan de DB’s wat er is gedaan met de stadsdeeladviezen over stedelijke adviesaanvragen. Dat het college een terugkoppeling verzorgt stond al in de toelichting, maar is nu ook expliciet gemaakt in de tekst van artikel 12 van de verordening. Dit zal in de praktijk vaak neerkomen op het sturen van de Nota van Beantwoording. DB’s blijven verantwoordelijk om deze terugkoppeling te verzorgen naar de SDC’s, tenzij er op stadsdeelniveau andere afspraken zijn gemaakt en de stadsdeelcommissie niet alle terugkoppelingen wenst te zien. Een aantal adviezen richt zich ook op de wijze waarop in een Nota van Beantwoording de verschillende adviezen en zienswijzen zijn opgenomen. Soms staan adviezen tussen zienswijzen van bewoners en ondernemers. Daarover staat in de bestuurlijke reactie het volgende: Betere herkenbaarheid afweging van stadsdeeladviezen In nota’s van beantwoording bij stedelijke adviesaanvragen zullen adviezen uit de stadsdelen voortaan in een aparte paragraaf worden behandeld. Hierover zullen ambtelijke afspraken worden gemaakt.

Hiermee geeft het college invulling aan de aanbeveling om helder onderscheid te maken tussen de adviezen uit de stadsdelen en andere adviezen (zoals inbreng van bewoners) en de afweging daartussen vanuit stedelijk perspectief.

22

68. SDC NW SDC Z

Zet een werkwijze op waarbij het eenvoudig te achterhalen is wat er met de adviezen van de SDC is gebeurd. Borg een automatische terugkoppeling via bijvoorbeeld het Notubiz systeem of bij de ingekomen stukken.

Wat er met de adviezen van de SDC gebeurt is al zichtbaar op het adviesformulier. Het DB verwerkt deze namelijk in hun definitieve advies richting het college. Voor het college is er één advies per stadsdeel: het DB-advies (met daarin verwerkt het eventuele SDC-advies). In de reactie van het college daarop wordt geen onderscheid gemaakt in punten die oorspronkelijk van het DB of de SDC kwamen. Het college zal toezien dat stedelijke directies zorgen voor goede terugkoppeling over wat er met de adviezen van het DB is gedaan. Dat het college een terugkoppeling moet verzorgen stond al in de toelichting, maar is nu ook expliciet gemaakt in de tekst van artikel 12 van de verordening. DB’s blijven verantwoordelijk om deze terugkoppeling te verzorgen naar de SDC’s. Het college roept de DB’s en SDC’s op om hierover heldere afspraken te maken. Elk stadsdeel werkt namelijk net even anders (bijvoorbeeld een dagmail of TKN lijst), het is daarom beter dit per stadsdeel te regelen.

69. SDC O

Een stadsdeeladvies wordt door het college van B&W nu behandeld als iedere andere zienswijze van bewoners of belangenorganisaties. Dat is niet de bedoeling. De belofte van het college van B&W om onze adviezen een ‘aparte paragraaf’ te geven in de nota van beantwoording is een begin, maar is dit genoeg? Of blijft dit een papieren tijger? ● Daarnaast is er een omweg in de communicatie. Het college wil het dagelijks bestuur informeren over wat er met onze adviezen is gedaan. Maar het advies van Necker was juist: informeer de stadsdeelcommissie zelf direct. Volgens Necker blijft de terugkoppeling soms bij het dagelijks bestuur liggen.

In de bestuurlijke reactie heeft het college opgenomen dat in de nota’s van beantwoording bij stedelijke adviesaanvragen de adviezen uit de stadsdelen voortaan in een aparte paragraaf zullen worden behandeld.

Het gaat ons hier niet alleen om het proces. Zorg in de terugkoppeling vooral voor een goede onderbouwing van waarom een stadsdeeladvies wel of niet wordt overgenomen.

Het college zal zorgen voor een heldere terugkoppeling via de nota’s van beantwoording. Het college erkent dat hier nog verbeteringen in te maken is. Mocht het in

70.

SDC O

Het college zal toezien dat directies zorg dragen voor goede terugkoppeling over wat er met de adviezen van het DB/stadsdeel is gedaan. DB’s blijven verantwoordelijk om deze terugkoppeling te verzorgen naar de SDC’s. Het college roept de DB’s en SDC’s op om hierover heldere afspraken te maken.

23

71.

SDC O

● Zoek naar betere manieren van terugkoppeling dan de huidige nota van beantwoording: is bijvoorbeeld een terugkoppeling door het college via een brief aan de stadsdeelcommissie mogelijk? Dit kan ook een aanvulling zijn op de nota van beantwoording. Hiermee voorkom je dat er ruis ontstaat of dat de terugkoppeling ergens blijft liggen. ● Een idee: in een advies een status mee kunnen geven of deze extra belangrijk voor ons is, of grote gevolgen heeft voor ons stadsdeel. ● Zoek naar manieren om bepaalde stadsdeeladviezen extra zwaarwegend te maken: wanneer een advies van een stadsdeel met een meerderheid is aangenomen, is het zwaarwegend voor het dagelijks bestuur om dit op te volgen. Maar hoe zit dat met een advies vanuit het stadsdeel aan het college van B&W? Wanneer is dit zwaarwegend? Hierin is nu niets voorzien.

uitzonderlijke gevallen nodig zijn een aparte toelichting aan de SDC te sturen zal het college dit in overweging nemen.

Informeer ons vooraf welke onderwerpen niet standaard besproken worden in de stadsdelen. ● Geef stadsdelen hierin altijd de optie om toch advies te geven. ● Belangrijke onderwerpen waarin we altijd willen worden meegenomen zijn in ieder geval: infrastructuur, bouwprojecten, mobiliteit, controversiële onderwerpen die bewoners in ons stadsdeel (mogelijk) raken - zoals het voorgenomen erotisch centrum, en onderwerpen die de leefbaarheid van de bewoners of ondernemers raken. ● Start een pilot waarin wethouders samen met de verantwoordelijke dagelijks bestuurder bij specifieke onderwerpen rechtstreeks met ons praten over belangrijke thema’s die het stadsdeel raken.

Het college zal aan het DB advies vragen als het gaat om zaken die betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB en dus als het van invloed is op het stadsdeel. Het staat het de SDC vrij om op andere onderwerpen advies uit te brengen aan het DB, het DB te adviseren iets voor te leggen aan het college of in uitzonderlijke gevallen een advies richting de raad te sturen. Hier zullen geen aparte procedures voor ingericht worden.

Het college zal advies vragen aan een dagelijks bestuur als iets gevolgen heeft voor het stadsdeel. Daarin zal de focus liggen op stadsdeelspecifieke gevolgen van het voorgestelde beleid. Het is aan de DB’s en SDC’s zelf om te oordelen over de impact/het belang van een advies. Een SDC richt zich tot het DB en in uitzonderlijke gevallen tot de raad. Mocht een SDC iets van het college willen, dan dient dat te lopen via een advies aan het DB met een oproep dit aan het college voor te leggen. Voor het DB is dit zwaarwegend, voor het college is dit een regulier advies/verzoek vanuit het DB, dat zorgvuldig behandeld wordt.

Het DB is verlengd bestuur van het college. Als iets relevant is voor het stadsdeel praat het college met de betreffende DB leden. Mocht de SDC vragen of adviezen hebben over een lokaal project dat wordt behandeld door het college kunnen ze zich richten tot het DB. Het college is in zulke gevallen ook al in gesprek met het DB.

24

72.

SDC N

73.

SDC W

74.

SDC N

Stukken van college naar raad die gaan over een stadsdeeladvies of andere stadsdeelaangelegenheid actief delen met de SDC Documenten van het college naar de Raad die over een stadsdeeladvies of andere stadsdeelaangelegenheden gaan actief delen met de SDC Structurele terugkoppelmomenten in de agenda invoeren: een kwartaallijks agendapunt waarin DB/B&W systematisch toelichting geeft over wat er met onze adviezen is gedaan, met reactierecht voor de SDC invoeren als we het oneens zijn met de omgang met ons advies.

Het college zal zijn reactie op het advies uit het stadsdeel voorafgaand aan de raadsbehandeling aan het DB sturen. Het college zal zijn reactie op het advies uit het stadsdeel voorafgaand aan de raadsbehandeling aan het DB sturen. Het college zal zorg dragen voor goede terugkoppeling over wat er met de adviezen van het DB is gedaan. Deze terugkoppelingen worden gedaan wanneer deze klaar zijn en niet per kwartaal verzameld en verzonden. DB’s blijven verantwoordelijk om deze terugkoppeling te verzorgen naar de SDC’s. Het college roept de DB’s en SDC’s op om hierover heldere afspraken te maken. Als een SDC niet tevreden is met wat er met hun adviezen is gedaan richten zij zicht tot het DB (die dit kan doorgeven aan het college) of de raad.

75.

SDC N

Het DB-conceptadvies 10 dagen voor de volgende vergadering aanbieden aan de SDC of de termijn van de stedelijke aanvragen verlengen.

Wanneer het concept-advies van het DB aan de SDC wordt aangeboden is een werkafspraak tussen DB en SDC.

76.

SDC N

Een verplichte paragraaf in collegevoordrachten invoeren die de stadsdeel-relevantie uitlegt en deze ook overnemen in de adviesaanvraag. Deze paragraaf moet niet alleen uitleggen waarom iets relevant is voor het stadsdeel, maar ook welke specifieke lokale expertise of kennis het stadsdeel kan bijdragen.

Het is al zo dat in de onderbouwing van het besluit in de collegevoordracht, ook voor een stedelijke adviesaanvraag, de stadsdeelrelevante aspecten dienen te worden toegelicht waar dat van belang is. In de bestuurlijke reactie heeft het college opgenomen dat er geadviseerd wordt door het DB en SDC vanuit het lokale perspectief. Hier wordt door het college op gestuurd door in de adviesaanvraag waar mogelijk het lokale perspectief en de stadsdeelbelangen duidelijke te maken en concreet advies te vragen op de stadsdeelrelevante zaken.

25

77.

SDC N

Verleng de adviestermijn voor stedelijke adviesaanvragen naar 8 weken.

Op basis van de vorige evaluatie van het stelsel is de adviestermijn op verzoek vanuit de stadsdelen vanaf 2022 verlengd van 4 naar 6 weken. Het college hoopt dat met de voorgestelde maatregelen de adviesprocedure soepeler zal verlopen. Het vroegtijdig betrekken van stadsdeelorganisaties, duidelijker vragen van advies in combinatie met betere toegang tot informatie en een – zoals Necker aangeeft- kritische afweging wel of niet te adviseren kan leiden tot een efficiëntere procedure. Het college erkent het belang van goede adviezen, maar wil ook oog houden voor de lengte van besluitvormingsprocedures.

78.

SDC C

Zie het antwoord bij advies 77.

79.

SDC C

De stadsdeelcommissie adviseert de adviestermijn te verlengen naar bijvoorbeeld 8 weken, waardoor stukken vanuit het DB of de centrale stad eerder worden opgestuurd. Hierbij kunnen we als commissie ook een scherpere termijn stellen voor technische vragen. De stadsdeelcommissie adviseert om voor stedelijke beleidskaders vroegtijdig stadsdeelspecifieke input te vragen. De stadsdeelcommissies committeren zich er dan aan om ook echt alleen stadsdeelspecifieke aandachtspunten mee te geven die het College moet weten om goed stedelijk beleid op te stellen dat oog heeft voor de stadsdelen. Het is de verantwoordelijkheid van het College om deze input daadwerkelijk en zichtbaar mee te nemen. De stadsdeelcommissie adviseert tégen het voornemen om alleen advies aan de stadsdelen te vragen bij ‘significante gevolgen’. Of beleid significant is voor het stadsdeel is aan de stadsdelen, en niet aan het college, om te bepalen.

80. SDC C

Dit is in lijn met de huidige procedures en de voorgestelde verbeteringen in de bestuurlijke reactie. Het college zal meer aandacht besteden aan het stadsdeelspecifieker formuleren van de adviesaanvraag.

Het college heeft voorgesteld om alleen advies te vragen bij significante gevolgen om na te gaan of het aantal adviezen kan worden verminderd. Het verminderen van het aantal adviesaanvragen zou immers de kracht van de adviezen kunnen doen toenemen en de bureaucratie te doen afnemen, zoals aanbevolen door Necker in de evaluatie van het stelsel.

26

Het college bedankt het stadsdeel dat een aantal suggesties heeft gedaan voor verdere concretisering van het begrip “significant”, maar constateert evenals de stadsdelen dat het lastig blijft om significant goed te definiëren. Daarom zal het college afzien van het toevoegen van ‘significant’ als voorwaarde voor een adviesaanvraag aan de stadsdelen. Om het doel van het verminderen van het aantal adviesaanvragen wel gedeeltelijk na te streven zal in de toelichting van de verordening worden opgenomen dat bij enkel technische wijzigingen er geen advies aan de stadsdelen hoeft worden gevraagd.

81.

DBNW

Het college stelt voor om de relevantie van adviezen te vergroten door sterker te focussen op stadsdeelrelevante adviesaanvragen, en zo indirect het aantal adviezen te verminderen. Het dagelijks bestuur onderschrijft het belang van meer effectiviteit in het adviesproces, maar plaatst een kanttekening bij deze voorgestelde werkwijze. Het gaat er niet zozeer om dat adviesaanvragen vooraf beperkt worden tot zogenoemde stadsdeelrelevante onderwerpen, maar dat inzichtelijk wordt gemaakt wat er met de adviezen gebeurt en

Om het aantal adviezen te verminderen behouden DB’s en SDC’s de mogelijkheid om af te zien om advies te geven. In de voorgenomen bestuurlijke reactie had het college daarom ook al voorgesteld in de verordening op te nemen dat er alleen geadviseerd wordt vanuit het lokale stadsdeelperspectief. Het verduidelijken van dit lokale stadsdeelperspectief maakt ook voor Amsterdammers begrijpelijker waarom ook in de stadsdeelcommissie stedelijk beleid wordt besproken. DB’s en SDC’s blijven de ruimte houden om zelf te bepalen op welke stedelijke adviesaanvragen zij het wenselijk achten om advies uit te brengen. Zie het antwoord bij advies 80.

27

82. DBNW

83. DBZO

84. SDC C

wat aandachtspunten zijn voor de stadsdelen. Juist stedelijk beleid — zoals de invoering van betaald parkeren — kan grote impact hebben op buurten en bewoners, en dagelijks besturen en stadsdeelcommissies zijn bij uitstek in staat die lokale gevolgen te duiden. Het is daarom van belang dat zij zelf bepalen of zij over een onderwerp adviseren, ongeacht of het als 'stadsdeelrelevant' wordt bestempeld. Om het adviesproces te versterken, pleit het dagelijks bestuur voor een structurele en uniforme werkwijze bij terugkoppeling, bijvoorbeeld in de vorm van een 'nota van beantwoording' waarin inzicht wordt gegeven in de opvolging van de adviezen van dagelijks besturen en stadsdeelcommissies. Deze nota zou na vaststelling actief met hen gedeeld moeten worden. Zo wordt de wederkerigheid in het bestuurlijk samenspel versterkt Daarnaast vraagt het college om input om het begrip ‘significant’ als criterium voor adviesaanvragen nader te specificeren. Dit kan wat ons betreft op een aantal manieren (of een combinatie hiervan): door een concrete afspraak te maken over de minimale financiële impact van het besluit, door te kijken naar de totale impact van het besluit (korte termijn versus lange termijn, nieuw beleid versus herzien beleid) en door de lokale impact verder te specificeren – waarbij een grotere lokale impact uiteraard significanter is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032878/1