03 Onderzoeksrapport Wmo-hulpmiddelen
Tekst van het document
Aanvullend bevat de brief een bijlage met de doorlooptijd voor de reparatie van rolstoelen vanaf de melding tot afronding voor de periode september 2023 – februari 2024, met de kanttekening dat over deze doorlooptijd geen contractuele afspraken zijn gemaakt, maar dat dit in een volgende aanbesteding wel onderdeel kan worden van de contractuele afspraken. Sinds juni 2024 leveren de leveranciers deze informatie maandelijks aan bij de contractmanager, in aanvulling op de bestaande managementrapportage.514
Spoedreparaties rolstoelen meestal binnen één dag; reparaties aan elektrische rolstoelen vaker geregistreerd als spoed
De raadsinformatiebrief licht toe dat spoedreparaties meestal binnen een dag worden uitgevoerd, en dat de resultaten voor reguliere reparaties verder uiteen liggen met een gemiddelde doorlooptijd per leverancier.xxxiii515 Wij wilden dit verschil verder illustreren met behulp van figuren 7.1 en 7.2, waarbij de doorlooptijd voor spoedreparaties aan rolstoelen gemiddeld één dag is, tegenover gemiddeld acht dagen voor elektrische rolstoelen en negen dagen voor handbewogen rolstoelen (over de hele meetperiode). Opvallend is dat in november 2023 de gemiddelde doorlooptijden voor spoedreparaties bij handbewogen rolstoelen de doorlooptijd van reguliere reparaties niet veel ontlopen. Verder blijkt uit een aanvullende analyse dat het maandelijkse aandeel spoedreparaties bij elektrische rolstoelen (13%-27% per maand) groter is dan het aandeel spoedreparaties bij handbewogen rolstoelen (8%-15%).
Van de zes geïdentificeerde raadsbrieven bevatten er twee geen eenduidige informatie met betrekking tot het functioneren van de gemeente (College van B en W, Afhandeling motie (nr. 245.20) van de leden Boomsma en N.T. Bakker inzake Problematiek Wmo hulpmiddelen (Onderschrijf normenkader Wmo hulpmiddelen), 12 juni 2020; Afdoening motie 337 van raadsleden Alberts en Kabamba: ‘Stop het aanbesteden in de zorg, zet in op samenwerking in plaats van marktwerking’, 24 juni 2024.). Een derde raadsinformatiebrief bevat wel cijfers, maar deze cijfers hebben waarschijnlijk betrekking op de vorige aanbesteding (College van B en W, Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel ‘Maatwerk, maar dan écht’ van de leden Grooten, Simons, El Ksaihi en Kiliç, 30 juni 2020.). Daarom zijn deze drie documenten niet betrokken bij deze analyse. xxxiii Uit de bijlage blijkt dat één leverancier weliswaar differentieert voor spoedreparaties en nietspoedreparaties, maar dat deze de doorlooptijden vanwege de “interne wijze van registreren” niet heeft kunnen leveren. De hier besproken en weergegeven doorlooptijden betreffen daarom drie van de vier leveranciers. xxxii
98
Rekenkamer Amsterdam – Onderzoeksrapport – Wmo-hulpmiddelen
Figuur 7.1 - Gemiddeld aantal dagen doorlooptijd per maand van verzoek tot afmelding reparatie: elektrische rolstoelen 20 15 10 5 september
oktober
november
december
januari
2023
februari 2024
Regulier
Spoed
Figuur 7.2 - Gemiddeld aantal dagen doorlooptijd per maand van verzoek tot afmelding reparatie: handbewogen rolstoelen 20 15 10 5 september
oktober
november
december
2023
januari
februari 2024
Regulier
Spoed
Bron: College van B en W, Bijlage 2 Reparaties rolstoelen doorlooptijden in dagen Amsterdam, 6 juni 2024, bewerking Rekenkamer Amsterdam.
Informatie uit raadsbrief sluit aan op managementrapportage
Als we uit de raadsinformatiebrief van 4 juni 2024 de informatie met betrekking tot leveringen, reparaties en klachten naast de managementrapportages van leveranciers leggen, dan komt de aan de gemeenteraad gerapporteerde informatie overeen met de informatie uit de managementrapportages.
99
Rekenkamer Amsterdam – Onderzoeksrapport – Wmo-hulpmiddelen
Onderzoeksverantwoording Om de onderzoeksvragen te beantwoorden voerden we een uitgebreide documentanalyse uit. We bestudeerden onder meer wetgeving rondom de Wmo, gemeentelijke beleidsdocumenten, contracten, verslagen van prestatiedialogen en raadsinformatiebrieven. Ook maakten we een aantal beschrijvende analyses met behulp van gegevens uit managementrapportages afkomstig van de leveranciers en adviesbureaus, klanttevredenheidsonderzoek, gemeentelijke klachtenrapportages, bestuursrapportages en raadsinformatie. Verder voerden we in totaal zeventien gesprekken met betrokkenen. Naast ambtenaren die bij het beleid en de uitvoering betrokken waren, spraken we de Wmo-toezichthouder. Ook spraken we de vertegenwoordigers Cliëntenbelang Amsterdam en de Wmo-adviesraad en individuele cliënten om te achterhalen hoe cliënten de levering en reparaties van Wmo-hulpmiddelen ervaren en wat zij vinden van hoe de gemeente de inkoop van Wmo-hulpmiddelen heeft georganiseerd. Tot slot spraken we met vertegenwoordigers van de leveranciers van Wmo-hulpmiddelen, Argonaut Advies B.V. en Adviesbureau Reade. We hebben onze aanpak ten opzichte van de onderzoeksopzet (11 september 2024) enigszins gewijzigd en de scope uitgebreid. In onderstaand kader lichten wij deze wijzigingen toe.
Waarom de aanpak in de onderzoeksopzet is gewijzigd
De hoofdvraag van het onderzoek is ten opzichte van de onderzoeksopzet gewijzigd. Waar de vraag zich eerst alleen richtte op de inkoop van Wmo-hulpmiddelen bleek tijdens het onderzoek dat een bredere scope naar de verschillende processen rond de levering en reparaties van hulpmiddelen van toegevoegde waarde zou zijn. Met het verleggen van de aandacht naar de processen rondom Wmo-hulpmiddelen merkten we op dat de onderzoeksopzet geen ruimte bood voor de beantwoording van de vraag hoe de gemeente het systeem rondom de Wmo-hulpmiddelen op brede lijnen heeft georganiseerd. Daarom hebben we hierover een aanvullende deelvraag toegevoegd (deelvraag 2). De aandacht voor de processen vroeg aanvullend om een bespreking van de rol van indicatieadviesbureaus in het proces (hoofdstuk 2), alsook het adresseren van de bekendheid van de gemeente met klachten en problemen rondom het indicatieproces (hoofdstuk 6). Tijdens het onderzoek bleek dat gesloten buitenwagens als apart perceel is aanbesteed, en een andere tijdlijn en systematiek volgt dan de andere Wmo-hulpmiddelen. Vanwege de andere aard van het beleid en uitvoering rondom gesloten buitenwagens, hebben we dit onderwerp buiten beschouwing gelaten in het onderzoek.
100