CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Onderzoeksrapport Klimaatbestendig bouwen

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Klimaatbestendig bouwen. (VN2025-008204)41.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Niet gevonden in dit document.

25

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

De risicodialogen zijn in de maanden september/oktober 2019 gevoerd.70 Vanwege de tijdsdruk heeft de gemeente Amsterdam ervoor gekozen risicodialogen voornamelijk intern te voeren met vertegenwoordigers van de gemeentelijke organisatie en de waterschappen. Per thema is er een risicodialoog georganiseerd. Bij de risicodialoog zijn mensen betrokken die kennis en expertise hebben van het desbetreffende thema. Door middel van deze risicodialogen is een inschatting gemaakt van de gevolgen van klimaatadaptatie per thema, gericht op de bestaande stad. Per thema zijn een aantal opgaven geformuleerd. De risicodialogen waren met name gericht op het identificeren van de risico's. Er is wel gesproken over de mogelijke schade en in hoeverre deze acceptabel wordt gevonden, maar alleen op hoofdlijnen en niet onderbouwd met cijfers. Voor een risicodialoog over de schade en acceptatie van risico's zijn volgens de ambtelijke organisatie meer gegevens nodig en moeten ook andere (externe) stakeholders worden betrokken.71 Bij de risico's is geen onderscheid gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw. De ambtelijke organisatie ziet de risicodialogen als een continue inspanning, zowel intern als extern.

Daar wordt ook onder andere op ingezet in de netwerkaanpak Weerproof.72 Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam Op basis van de stresstesten en de risicodialogen moeten gemeenten vervolgens een klimaatadaptatie strategie opstellen. In deze strategie zouden onder meer de ruimtelijke consequenties van de klimaatopgave voor de inrichting van de fysieke leefomgeving moeten staan. Deze consequenties moeten vervolgens opgenomen worden in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en eventuele omgevingsprogramma’s.73 De gemeente Amsterdam heeft in februari 2020 haar Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam vastgesteld. De strategie is vastgesteld door het college en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. De strategie beschrijft de ambitie om in Amsterdam zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat in 2050. De strategie benoemt de kwetsbaarheden en risico’s voor de vier klimaatthema’s: hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. Per thema zijn er opgaven benoemd en thema-specifieke oplossingsrichtingen beschreven.74 Dit zijn deels maatregelen die vallen binnen de bestaande zorgplichten en kerntaken van de gemeente, zoals de zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater, zorgplicht hemelwater en zorgplicht grondwater.

Maar de strategie bevat ook maatregelen die nog niet belegd zijn als wettelijke taak van de gemeente, bijvoorbeeld maatregelen om hittestress te verminderen. Ook is nog niet duidelijk in welke gebieden de noden het hoogst zijn of hoe de gemeente gaat prioriteren. Ook blijkt uit de Strategie Klimaatadaptatie nog onvoldoende wat de ruimtelijke consequenties zijn van de maatregelen.

3.2.4

Uitvoeringsagenda

Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2021 De derde ambitie is het uitwerken van de stresstesten en risicodialogen in een uitvoeringsagenda. De Strategie Klimaatadaptatie is nader uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2021 (hierna: Uitvoeringsagenda).f De opgaven op het gebied van hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen zijn verder uitgedacht en er is aandacht voor integraliteit. De Uitvoeringsagenda geeft onder meer een beschrijving van de opgaven waarmee de gemeente na 2022 aan de slag moet gaan om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. De gemeente heeft de lopende en tot 2030 geplande acties die onder andere trajecten zijn geïnitieerd, geëvalueerd op hun bijdrage aan klimaatadaptatie. In totaal bevat de Uitvoeringsagenda 59 acties. De acties zijn gegroepeerd

f

De Uitvoeringsagenda is vastgesteld door het college en op 20 april 2021 ter kennisname aangeboden aan de

gemeenteraad.

26

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

op vijf niveaus: 1) huis en pand, 2) straat, 3) gebied en wijk, 4) stad en regio en 5) nationaal en internationaal.75 De maatregelen op huis- en pand niveau zijn het meest direct gerelateerd aan klimaatbestendig bouwen. Maatregelen op huis- en pandniveau Op huis- en pandniveau bestaan de maatregelen uit schaduw en koeling creëren door beplanting, zonwering of schaduwdoeken, daken multifunctioneel inrichten, de regenpijp afkoppelen van het riool, regenbestendig inrichten van de tuin, planten van inheemse, klimaatbestendige beplanting, het aanleggen van geveltuinen, regenwater gebruiken voor wc en wasmachine of besproeien van de tuin, een waterrobuust gebouw en het toepassen van noodmaatregelen. Deze maatregelen worden grotendeels getroffen door de eigenaar/gebruiker van het pand. Voor sommige maatregelen bestaan subsidieregelingen (groen en blauw-groene daken). Ondanks dat het schaalniveau klein is, kan de impact zeer groot zijn, aangezien een groot deel van het grondgebied van Amsterdam privaat eigendom is en/of reeds in erfpacht is uitgegeven.76 Wat opvalt, is dat de uitvoeringsagenda veel bestaande initiatieven bevat. Uit de uitvoeringsagenda wordt nog onvoldoende duidelijk welke nieuwe, aanvullende initiatieven er worden gestart.

Ook blijft nog onvoldoende helder welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de doelstelling te behalen en wat de kosten en effecten van klimaatadaptieve maatregelen zullen zijn op de lange termijn.

3.2.5

Meekoppelkansen

De vierde ambitie is dat gemeenten zullen zoeken naar kansen om klimaatadaptieve maatregelen te koppelen aan lopende projecten. Meekoppelen betekent: ‘het benutten van relevante fysieke veranderingen in de leefomgeving om concrete maatregelen te nemen’.77 Klimaatadaptieve maatregelen kunnen bijvoorbeeld meegenomen worden bij de vervanging van de riolering, bij beschoeiingen of bij groot onderhoud door woningcorporaties. Meekoppelkansen kunnen gezocht worden op alle niveaus; zowel binnen de gemeente als daarbuiten. Bijvoorbeeld door samen te werken met waterschappen, de provincie of het Rijk. Ook kan er gezocht worden naar meekoppelkansen met meerdere gemeentelijke duurzaamheidsambities door een integrale benadering. Vaak is meekoppelen noodzakelijk vanwege beperkte financiële middelen. Meekoppelen kan echter ook kostenbesparend zijn en schade voorkomen. Hierbij valt op te merken dat het zoeken naar meekoppelkansen een lange adem vergt door de koppeling van verschillende processen en een goede timing. Ook vergt meekoppelen inzicht in de werkprocessen van andere stakeholders. In de Strategie staat dat de gemeente Amsterdam inzet op het identificeren en uitwerken van zogenaamde koppelkansen met andere lopende opgaven. Hierbij valt te denken aan de woningbouwopgave, de energietransitie, beheer en onderhoud en de aanpak van wateroverlast.

In de Uitvoeringsagenda zou een nadere uitwerking, prioritering en fasering plaatsvinden.78 In de Uitvoeringsagenda wordt het zoeken naar meekoppelkansen echter niet genoemd. De ambtelijke organisatie geeft aan dat alle acties in de Uitvoeringsagenda, en de latere Agenda 2024-2026 in essentie zo veel mogelijk worden meegekoppeld.79 Wel zien we meekoppelkansen terugkomen in de rapportage en ontwikkelplannen, het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 en de USTOR. Identificeren van meekoppelkansen binnen sectorale plannen Om klimaatadaptatie binnen de organisatie te borgen, is aan directies gevraagd om een rapportage en ontwikkelplan (hierna: ROP) op te stellen. Tot nu toe zijn er ROP’s opgesteld voor de directies Ruimte en Duurzaamheid, Verkeer en Openbare Ruimte, het Ingenieursbureau, Grond en Ontwikkeling, Gemeentelijk Vastgoed, Waternet en de

27

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (hierna: GGD Amsterdam). In de ROP wordt waar mogelijk melding gemaakt van koppelkansen binnen de afdeling. Een voorbeeld hiervan is het ROP van Ruimte en Duurzaamheid (hierna: R&D): "R&D zet in op het verder verankeren van klimaatadaptatie in het ruimtelijk beleid, de ruimtelijke planvorming en het ruimtelijk ontwerp, waarbij koppelkansen met de drie duurzaamheidstransities structureel worden meegewogen (red.: de energietransitie, circulaire economie en een groene & gezonde stad)".80 De afdeling Ruimte en Duurzaamheid brengt de kansen voor 2023 in kaart en trekt waar mogelijk samen met andere directies op richting processen zoals in het Planen besluitvormingsproces Infrastructuur en het Plan en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen.81 Rapportage- en Ontwikkelplan Klimaatadaptatie Directies rapporteren via het Rapportage- en Ontwikkelplan Klimaatadaptatie (hierna: ROP) aan het Programma Klimaatadaptatie over hun bijdrage aan de afspraken in de Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Het is de bedoeling dat deze rapportage jaarlijks gaat plaatsvinden.82 De ROP’s beschrijven de rolopvattingen van de directies bij klimaatadaptatie en geven een overzicht van de voortgang van de afspraken, en bespreken acties die nodig zijn, nieuwe intenties en de benodigde (financiële) middelen voor de uitvoering.

Eind 2022 en begin 2023 hebben diverse organisatieonderdelen binnen de gemeente een ROP opgesteld die hebben onder andere als bron gediend voor de tweede voortgangsrapportage (2023).83 Het is echter onduidelijk hoe de knelpunten die in de ROP’s worden benoemd, zijn vertaald naar de voortgangsrapportage. Ook is niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor het oplossen van de knelpunten: het Programma Klimaatadaptatie of de directies. De rekenkamer heeft in dit onderzoek ROP’s voor 2023 ontvangen van de directies Verkeer en Openbare Ruimte, Waternet, GGD, Gemeentelijk Vastgoed, Grond en Ontwikkeling, het Ingenieursbureau en Ruimte en Duurzaamheid. Deze ROP’s zijn opgesteld tussen eind 2022 en begin 2023. Om de uitvoering van de acties uit de Agenda Klimaatadaptatie 2024-2026 te waarborgen, start de ambtelijke organisatie bij verschillende directies met de zogenaamde directieaanpak. Vanuit de verschillende directies zal een bijdrage worden geleverd aan de voorbereiding van de stad op klimaatverandering. Per directie is gekeken naar wat de risico's zijn, hoe dat het werk van de directie raakt en welke acties de directie hier de komende twee jaar (binnen de huidige coalitieperiode en huidige middelen) op gaat nemen. De directieaanpak is een doorontwikkeling van de ROP’s.

Bij vervanging of werkzaamheden riolering moet klimaatadaptatie worden meegenomen Ook bij de vervangingsopgave en werkzaamheden aan de riolering is het de ambitie om klimaatadaptatie standaard mee te nemen. In het Omgevingsprogramma Riolering wordt gesteld dat er gezocht wordt naar meekoppelkansen: "Bij veranderingen in de openbare ruimte ontstaan kansen om diverse ambities over de inrichting van de stad te koppelen. Graag lossen we problemen integraal op en implementeren we tegelijkertijd oplossingen die toekomstgerichte ambities realiseren".84 Bij reguliere onderhoudswerkzaamheden moet Klimaatadaptatie worden meegenomen Ook worden de doelen voor klimaatadaptatie gekoppeld aan reguliere onderhoudswerkzaamheden. In 2023 is de Uitvoeringsstrategie Toekomstbestendig Werken aan de Openbare ruimte (hierna: USTOR) door het college vastgesteld. Het USTOR zet in op zo weinig mogelijk vervanging en kapitaalvernietiging. Daar waar het noodzakelijk is om materiaal te vervangen wordt klimaatadaptatie als standaard meegenomen: "Het is hierbij

28

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

altijd laveren tussen de voordelen van het werk-met-werk maken (concentratie van overlast, efficiency) en de nadelen ervan (grote kans op materiaalvernietiging, toename van complexiteit en kosten, afname van uitvoeringssnelheid). Dit betekent ook dat telkens een bewuste keuze moet worden gemaakt bij de betreffende onderhouds- of vervangingsopgave: is er op dit moment op deze locatie aanleiding voor grote investering in de inrichting om de straat toekomstbestendig te maken? Of kan hier goed worden volstaan met de (beperkte) wijzigingen die de werksoort biedt? In veel gevallen bieden deze ‘plussen’ soelaas en zorgen ervoor dat de straat weer veilig, klimaatadaptief, bruikbaar en klaar voor de toekomst is".85

3.2.6

Stimuleren en faciliteren

De vijfde ambitie is het stimuleren en faciliteren van klimaatbestendige en duurzame ontwikkelingen. Alle betrokken partijen moeten hun kennis, instrumenten en ervaringen met elkaar delen. Ook financiering maakt hier deel van uit. Lokale overheden moeten klimaatadaptieve maatregelen stimuleren en faciliteren.86 Hierboven is beschreven hoe de gemeente dit wil aanpakken in de openbare ruimte door structurele integratie in werkzaamheden en beheer. Op privaat terrein wil de gemeente Amsterdam in eerste instantie vooral inzetten op bewustwording, stimuleren, faciliteren en pas als laatste gaan voorschrijven.87 In de Strategie Klimaatadaptatie zijn een aantal acties en oplossingsrichtingen beschreven op dit vlak, waaronder:   

Samen in gesprek met de stad; Stimuleren en ondersteunen kansrijke projecten; Kennisdeling en communicatie.

De gemeente Amsterdam hanteert hiervoor de netwerkaanpak Weerproof (voorheen: het programma Rainproof). Ook werkt de gemeente Amsterdam samen met kennisinstellingen en andere partners aan kennisdeling en innovatie. Tot slot waren er enkele subsidies beschikbaar voor klimaatadaptieve maatregelen (o.a. blauw-groene daken en schoolpleinen). Vanaf 2024 kunnen burgers en organisaties subsidie aanvragen voor het aanleggen van een groen dak, het onttegelen van tuinen of het beschermen van monumentale bomen of ander waardevol groen.88 Netwerkaanpak In 2014 heeft Waternet samen met de gemeente Amsterdam het programma Rainproof opgezet. In 2024 is dit omgevormd naar de netwerkaanpak Weerproof. De gemeente Amsterdam wil via bewustwording en dialoog werken aan een regenbestendige stad. Het doel is om Amsterdam bestand te maken tegen steeds vaker voorkomende hoosbuien. Het programma is erop gericht om bewoners, bedrijven, overheden en kennisinstellingen te stimuleren om maatregelen te nemen tegen wateroverlast. Inmiddels is dit programma in 2023 omgedoopt tot het programma 'Weerproof' en omvat het ook ambities op de andere klimaatthema's (droogte, hitte en overstroming). Weerproof zet in op het creëren van bewustwording en het bieden van handelingsperspectief aan bewoners en professionals.

Het programma bouwt aan een partnernetwerk en faciliteert kennisdeling van onder andere kennisinstituten en bewonersinitiatieven.89 De gemeente Amsterdam werkt met communitymanagers die actief het gesprek aangaan over klimaatverandering. Zij identificeren kansen ten aanzien van klimaatadaptatie en verbinden en faciliteren waar mogelijk.90 De gemeente hanteert daarbij een lokale wijkaanpak om het bewustzijn op het gebied van klimaatadaptatie te vergroten. Acties en netwerkbijeenkomsten moeten leiden tot een sterk lokaal netwerk.91

29

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Faciliteren Er zijn daarnaast nog enkele initiatieven om klimaatadaptieve maatregelen te faciliteren, met name gericht op het vergroenen van tuinen in de stad. Hierbij valt te denken aan de tegelservice, 'Onze Straat'-acties en Rainproofcoaches. Via de tegelservice kunnen bewoners gratis tuintegels laten ophalen. Om tuinen te vergroenen, voert de gemeente Amsterdam 'Onze Straat'-acties uit, en de Rainproofcoach geeft advies aan bewoners over hoe zij hun tuin klimaatadaptief kunnen maken. In samenwerking met de Tuinbranche Nederland heeft de gemeente Amsterdam het Groen Klimaatplein opgericht. Tuincentrum Osdorp biedt informatie aan klanten over hoe zij hun tuin klimaatadaptief kunnen inrichten.92 Kennisdeling en innovatie De gemeente Amsterdam werkt samen met waterschappen, bewoners, buurtinitiatieven, woningcorporaties, bedrijven, en kennisinstellingen. De gemeente is onder andere betrokken geweest bij de inhoud en communicatie van de KNMI-scenario's van 2023 en zit in de klankbordgroep. Verder neem de gemeente Amsterdam deel aan verschillende samenwerkingsverbanden gericht op kennisdeling en innovatie waaronder: 

SMART City. SMART City is een open innovatieplatform. Op dit platform delen innovatie- en duurzaamheidsprofessionals van overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties via een online community nieuws over hun SMART City-projecten en evenementen, en de kansen en uitdagingen waar ze onderweg tegenaan lopen.93 Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Studies (AMS). Samen met AMS is een groeifonds toekomstbestendige leefomgeving opgezet. AMS doet onderzoek naar verschillende stedelijke uitdagingen, waaronder klimaatbestendige steden. Een van de onderzoeken die onder dit thema wordt uitgevoerd, is RED&BLUE.94 Het NWO-onderzoeksprogramma RED&BLUE. RED&BLUE staat voor Real estate Development in Low Urban Environments. Het is een vijfjarig, transdisciplinair onderzoek naar klimaatrisicomanagement en gebiedsontwikkeling in de Nederlandse delta. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Technische Universiteit Delft in samenwerking met de Universiteit Wageningen en de Universiteit Utrecht.

Subsidies en leningen De gemeente Amsterdam heeft geen aparte subsidieregeling specifiek gericht op het stimuleren van klimaatadaptie. Wel zijn er enkele subsidieregelingen die ook ingezet kunnen worden voor klimaatadaptatie. Daarnaast is het mogelijk om een lening aan te vragen bij het duurzaamheidsfonds. 

Amsterdamse Impuls Schoolpleinen. Vanaf 2016 had de gemeente Amsterdam de Amsterdamse Impuls Schoolpleinen. Met deze regeling werd beoogd om schoolpleinen te vergroenen. Per schoolplein moest 25% groen worden toegevoegd en 30% worden onthard. Deze impulsregeling is niet meer van kracht.95 Groen in Amsterdam. Vanaf 2024 kunnen particulieren, organisaties (waaronder ook scholen) subsidie aanvragen voor het aanleggen van een groen dak, het onttegelen van tuinen of het beschermen van monumentale bomen of ander waardevol groen.96 Ruimte voor duurzaam initiatief. Particulieren en organisaties kunnen subsidie aanvragen voor de voorbereiding van een duurzaam initiatief dat bijdraagt aan klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld voor haalbaarheidsonderzoek of onderzoek naar draagvlak.97 Extra isolatiesubsidie. Eigenaren of VvE's kunnen subsidie aanvragen voor isolatie- en ventilatiemaatregelen.98

30

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Duurzame leges De gemeente Amsterdam zet tot slot ook leges in om klimaatadaptieve maatregelen in de nieuwbouw of bij verbouw te stimuleren; de gemeente hanteert door korting of vrijstelling van de leges voor vergunningaanvraag bij klimaatadaptieve nieuwbouw of verbouwing. Inwoners kunnen korting krijgen op de leges voor een omgevingsvergunning wanneer zij een (groen dak) met waterberging aanleggen.99

3.2.7

Reguleren en borgen

Borging klimaatadaptatie in gemeentelijke visies, plannen en processen De zesde ambitie uit het DPRA is dat lokale overheden klimaatadaptatie reguleren en borgen. Hiermee wordt bedoeld dat klimaatadaptie verankerd wordt in beleid, visies, plannen en regels. Borging klimaatadaptatie in ruimtelijke planvorming De gemeente Amsterdam streeft ernaar dat klimaatadaptatie een integraal onderdeel is van ruimtelijk beleid, ruimtelijke planvorming en het ruimtelijk ontwerp. De gemeente hanteert hierbij een uitgebreide aanpak die meerdere aspecten van stedelijke ontwikkeling omvat. Ze zet hiervoor verschillende instrumenten in, waaronder het ruimtelijke ordeninginstrumentarium (omgevingsvisie en omgevingsplan; voorheen structuurvisie en bestemmingsplannen). Daarnaast zijn er specifieke normen opgenomen in het Omgevingsprogramma Riolering, de Hemelwaterverordening en zijn er referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen opgesteld. Borging Klimaatadaptatie in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (voorheen structuurvisie) In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (hierna: omgevingsvisie) speelt klimaatadaptatie een belangrijke rol. Klimaatbestendigheid is de komende jaren een prioriteit bij ruimtelijke investeringen, beheer en onderhoud.100 Het college stelt dat Amsterdam ambitieus inzet op klimaatneutraliteit, duurzaamheid en circulariteit om klimaatverandering tegen te gaan.

Tegelijkertijd stelt het college door de kwetsbare ligging van Amsterdam gedwongen te zijn om stevig in te zetten op klimaatadaptatie. Zo vraagt het klimaatbestendig maken van de stad om meer ruimte, onder andere voor waterberging en verkoelend groen.101 Eerste strategische keuze omgevingsvisie: rigoreus vergroenen In de omgevingsvisie worden een aantal strategische keuzes gemaakt ten aanzien van de ruimtelijke inrichting. Een van die keuzes is om 'rigoureus te vergroenen'. Verdichting van de stad wordt gecombineerd met meer, maar vooral beter, groen; door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Veel klimaatadaptieve maatregelen hangen samen met het vergroenen van de stad. Want groen houdt water vast en gaat tegelijkertijd hittestress tegen. Om dit te bereiken, wil het college inzetten op het:     

zo groen mogelijk inrichten van de openbare ruimte; ontwikkelen van parken; ontwikkelen van groene routes en ecologische verbindingen; investeren in het landschap, en het; beschermen van rust- en ruigtegebieden.102

Daarnaast zet het college in op het beschermen van groen op particulier terrein, het toegankelijker maken van openbaar groen in de stad, het doorontwikkelen van de hoofdgroenstructuur en de groene scheggen rond de stad, en de inzet van blauw-groene daken voor wateropvang, vertraagde waterafvoer, isolatie en biodiversiteit.103

31

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Tweede strategische keuze omgevingsvisie: klimaatbestendig watersysteem Een tweede strategische keuze is om te streven naar een klimaatbestendig watersysteem. Veel maatregelen die bijdragen aan klimaatadaptatie hangen samen met watermanagement. In de gemeentelijke omgevingsvisie wordt gesteld dat het Amsterdamse watersysteem onder druk staat (zie kader). Maatregelen die genoemd worden zijn vooral gericht op het voorkomen en beperken van wateroverlast. Door goed lokaal gebruik van regenwater via onder meer infiltratie en berging, waarbij rekening wordt gehouden met het lokale grondwaterpeil, kan schade door wateroverlast, hitte én droogte worden verminderd.104

Watersysteem Amsterdam onder druk

Amsterdam maakt deel uit van een regionaal watersysteem. Het Noordzeekanaal-IJAmsterdam-Rijnkanaal is onderdeel van het hoofdwatersysteem en is daarin de hoofdtransportas, met de gemalen IJmuiden en Zeeburg als spuimogelijkheden voor overtollig water. Onder andere de Amstel en de Amsterdamse grachten, zijn hierop aangesloten. Door zeespiegelstijging komt de afvoer binnen dit hele watersysteem onder druk te staan. In de omgevingsvisie wordt gesteld dat het in de toekomst mogelijk nodig kan zijn om in het Noordzeekanaal, maar ook het IJmeer en het Markermeer, meer ruimte in verticale zin in te bouwen. Ook zijn er mogelijk aanpassingen nodig in het peil van het IJ en het Noordzeekanaal. Het huidige streefpeil voor het Noordzeekanaal is -0,40 m NAP en het maximaal toelaatbare peil is nu 0,00 m NAP. In de toekomst is het verhogen van het maximaal toelaatbare peil naar +0,20 m NAP mogelijk nodig. Voor het IJmeer is na 2050 mogelijk een extra peilopzet van 30 cm ten opzichte van het huidige peilbesluit nodig.

Het is wenselijk om hiermee rekening te houden bij de bepaling van maaiveldhoogtes en inrichting van de ondergrond in ruimtelijke ontwikkelingen langs de genoemde wateren en in de vrijwaringszones van primaire keringen.105 Derde strategische keuze omgevingsvisie: een gezonde en veilige leefomgeving Een derde strategische keuze die samenhangt met klimaatadaptatie is het streven naar een gezonde en veilige leefomgeving. In de omgevingsvisie wordt expliciet de koppeling gemaakt tussen klimaatadaptatie en een gezonde en veilige leefomgeving. Doel is een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en spelen. Meer groen zorgt ervoor dat de stad klimaatbestendig en leefbaar blijft voor mens en dier.106 Om gezondheid onderdeel te maken van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, heeft het college de Amsterdamse Gezondheidslogica ontwikkeld voor een gezonde leefomgeving (zie ook paragraaf 3.3). De komende jaren wordt de gezondheidslogica gebruikt bij de plannen voor gebiedsontwikkeling en wordt het verder verbeterd op basis van ervaring en nieuwe inzichten.107 Aandacht voor zowel de ontwikkeling boven als onder de grond Een ander belangrijk uitgangspunt in de omgevingsvisie is het in samenhang ontwikkelen van onder- en bovengrond. Bij ontwerpen wordt de ondergrond het uitgangspunt.

Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling moeten de bovengrond én ondergrond vanaf het begin in samenhang worden gezien (ruimtelijke ordening in 3D). Daarnaast moet er steeds meer samenwerking worden gezocht tussen programma's en thema's zodat opgaven gecombineerd kunnen worden. Het college stelt hiervoor een integrale ontwerpmethode te hebben ontwikkeld, die in de toekomst steeds meer de standaard zal worden.

32

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Figuur 3.3 - Ruimtelijke ontwikkeling in 3D

Bron: Gemeente Amsterdam, Omgevingsvisie Amsterdam 2050, p. 226.

Klimaatadaptatie is dus een centrale ambitie in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en speelt een structurerende rol in afwegingen op het gebied van de ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling. Vergroening en watermanagement spelen hierbij een sleutelrol. Daarnaast is klimaatadaptatie gekoppeld aan de ambitie om een gezonde en veilige leefomgeving te scheppen voor mens en dier. Veel van deze ambities ten aanzien van de ruimtelijke ordening zullen in samenhang moeten worden ontwikkeld. In de omgevingsvisie staat dat water en bodem hierbij sturend zullen zijn. Omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplannen) De keuzes uit de omgevingsvisie worden vervolgens uitgewerkt in het omgevingsplan; voorheen het bestemmingsplan. Amsterdam had eind 2023 ruim 450 bestemmingsplannen. Naast de gebiedsspecifieke bestemmingplannen is er in 2021 ook een overkoepelend bestemmingsplan opgesteld voor grondwaterneutrale kelders. In gebieden waar grondwaterproblemen spelen, worden sindsdien alleen aanvragen voor het aanleggen van een kelder goedgekeurd als die voldoen aan de eisen van een grondwaterneutrale kelder.108 Op 1 januari 2024 zijn al deze bestemmingsplannen van rechtswege opgenomen in het Omgevingsplan Amsterdam 2050.

De komende jaren werkt de gemeente Amsterdam aan een nieuw, samenhangend omgevingsplan.109 Borging klimaatadaptatie in de Groenvisie 2020-2050 Een belangrijk onderdeel van klimaatadaptatie is het rigoureus vergroenen van de stad. Klimaatadaptatie speelt dan ook een belangrijke rol in de Groenvisie 2020-2050. De gemeente motiveert dat groen belangrijk is omdat het bijdraagt aan gezondheid, natuur klimaatadaptatie en sociaal welzijn. De gemeente wil een toekomstbestendig leefklimaat creëren en voorbereid zijn op het veranderende klimaat. Volgens de nota draagt groen hieraan bij, onder andere door het verzachten van de effecten van weersextremen, het opvangen en (tijdelijk) bergen van regenwater en het dempen van hitte door schaduw en

33

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

koelte. Het college zet in op meer groene plekken, het verbinden van groen en het vergroten van de waarde van groen voor mens en dier. Borging klimaatadaptatie in werkwijzen en processen Naast borging in lokaal beleid, wordt klimaatadaptie ook geborgd in de dagelijkse werkwijzen en processen van de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat projectmanagers en ontwerpers in een vroeg stadium weten hoe ze klimaatadaptatie mee moeten nemen in de uitvoering van hun projecten. Klimaatadaptatie is daarom geïntegreerd in bestaande processen, zowel bij de inrichting van de openbare ruimte, als bij herstel, beheer en onderhoud. Om klimaatadaptatie te integreren in bestaande processen heeft de gemeente een aantal instrumenten ontwikkeld, zoals de Werkwijze ruimtelijke klimaatadaptatie, het Stappenplan Klimaatadaptatie in gebiedsontwikkeling en een QuickScang klimaatadaptatie. De Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendige Openbare Ruimte (USTOR) is erop gericht om klimaatadaptatie te borgen bij onderhoud en herstel van de openbare ruimte.110 Borging klimaatadaptatie bij inrichten van de openbare ruimte De ambitie is dat de openbare ruimte klimaatbestendig wordt ingericht en beheerd. De Visie Openbare Ruimte en het bijbehorende handboek bevatten voornamelijk strategische ambities ten aanzien van klimaatadaptatie, maar geen concrete en meetbare doelstellingen.

Het uitgangspunt is dat de inrichting, beplanting en materialen lang mee moeten kunnen gaan. Bij de inrichting van zowel de publieke als private ruimte is regenbestendig inrichten het uitgangspunt. Bij hevige regen mag geen schade optreden. Wat hevige regen is, is niet nader gespecificeerd. Regenwater moet nuttig gebruikt worden voor een groene, aantrekkelijke en leefbare stad. Vergroening moet bijdragen aan leefbaarheid en hittebestendigheid. Bij het ontwerpen aan de verharde openbare ruimte worden bewuste keuzes gemaakt ten aanzien van het profiel, type goten, drempels, verharding of infiltratieputten om knelpunten op te lossen ten aanzien van regenbestendigheid.111 De gemeente Amsterdam kiest voor materialen en beplanting die zich hebben bewezen in de Amsterdamse situatie van intensief gebruik, een vochtig klimaat met meer piekbuien en een slappe bodem.112 Materiaalkeuzes zijn verder uitgewerkt in de handboeken Puccini Rood (voor verharding) en Puccini Groen (voor groen). De profielen en keuze voor materialen houdt standaard rekening met de tijdelijke opvang en afvoer van hemelwater.113

Puccinimethode

Voor de inrichting van de openbare ruimte maakt de gemeente Amsterdam gebruik van de 'Puccinimethode'. De Puccinimethode is de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. De methode beschrijft een kwalitatief goede fysieke inrichting van de openbare ruimte. De inrichting moet gebruiksvriendelijk, toegankelijk, veilig, beheersbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend en mooi zijn.114 De Puccinimethode bestaat uit een beleidskader en twee technische handboeken (voor 'Rood' en 'Groen'h). In de handboeken staan de technische uitwerkingen van het beleid inclusief tekeningen, technische details en materiaallijsten.

g

De QuickScan in een instrument dat is ontwikkeld om projectmanagers en ontwerpers in een vroeg stadium

inzicht te geven in hoe klimaatadaptatie meegenomen moet worden in hun projecten. h

De gemeente Amsterdam overweegt een handboek Blauw als catalogus voor de inrichting van openbare

ruimte rond water. Standaardisatie is hier gewenst, bijvoorbeeld voor inrichting van kades en oevers en walkasten voor nuts- en toegangsvoorzieningen voor woonboten. Bron: Gemeente Amsterdam, Omgevingsvisie Amsterdam 2050, p. 210.

34

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Voor een klimaatadaptieve inrichting zijn verschillende technieken en materialen mogelijk. Deze technieken zijn in verschillende stadia van ontwikkeling. Onder regie van het Programma Klimaatadaptatie worden deze technieken en materialen uitgeprobeerd in de Amsterdamse situatie. Technieken en materialen die zich met een pilot hebben bewezen, opschaalbaar én inkoopbaar zijn, kunnen op termijn opgenomen worden in de handboeken. Tot die tijd dienen technieken en materialen die geen onderdeel zijn van de Puccinimethode voorgelegd te worden aan de Puccinicommissie (nu: het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit). In 2020 is de Werkwijze Ruimtelijke Klimaatadaptatie ontwikkeld. De werkwijze is niet vastgesteld door het college en heeft vooralsnog geen formele status. De werkwijze heeft drie fases: de analysefase, de ambitiefase en de actiefase. In de analysefase wordt onderzocht welke klimaatproblemen er spelen en worden de randvoorwaarden van het projectgebied vastgesteld. In de ambitiefase wordt de opgave geconcretiseerd. Hierbij wordt bepaald welk thema het meest relevant is en aan welke doelen en eisen het gebied moet voldoen. In de actiefase wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel ruimte de verschillende klimaatadaptieve maatregelen nodig hebben en in hoeverre dit past.

De werkwijze is toepasbaar voor projecten op het niveau van gebiedsontwikkeling tot het niveau van een straat, plein of park.115 Stappenplan Klimaatadaptatie in Gebiedsontwikkeling Het Stappenplan Klimaatadaptatie in Gebiedsontwikkeling is bedoeld voor gebiedsontwikkelings- en gebiedstransformatieprojecten in Amsterdam. Het stappenplan geeft per fase aan wat relevante beleidskaders zijn, welke stappen er moeten worden ondernomen, welke directies er betrokken zijn en wie er op dat moment een leidende rol heeft.116 Het stappenplan kent vijf fases:      

Fase 0: uitwerking Fase 1: verkenning (resulteert in principebesluit) Fase 2: haalbaarheid (resulteert in projectbesluit) Fase 3: ontwerp (resulteert in investeringsbesluit) Fase 4: uitvoering Fase 5: exploitatie, beheer en monitoring.

De stappen sluiten aan op het bestaande proces van de gemeente Amsterdam voor ruimtelijke ontwikkeling (Plaberum). De Werkwijze Ruimtelijke Klimaatadaptatie volgt grotendeels de projectfasering uit het Plaberum, van de verkenningsfase tot de daadwerkelijke uitvoering van een project.

Figuur 3.4 - Plaberum

Bron: Gemeente Amsterdam, Intranet.

35

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Interessante toevoegingen in dit stappenplan met betrekking tot klimaatadaptatie zijn het toepassen van de Werkwijze Klimaatadaptatie in Gebiedsontwikkeling, het consulteren van de bestaande stresstesten, het in een vroeg stadium (fase 1) uitvoeren van de QuickScan, het zoeken naar koppelkansen, het opnemen van een klimaatadaptatieparagraaf in het principebesluit en het uitvoeren van een toets op het beheeracceptatieproces (BAP). Het stappenplan is op een aantal punten inmiddels gewijzigd. Zo is voor een aantal acties de verantwoordelijke veranderd of gaan de acties nu meer in samenspraak. Daarnaast is inmiddels de SAP-commissie komen te vervallen (zie kader). Een deel van de verantwoordelijkheid is overgegaan naar de expertiseteams. In het stappenplan staat het expertiseteam Ruimtelijke ordening nog centraal. Intussen ligt ook een deel van de verantwoordelijkheid bij het expertise team Duurzaamheid. De QuickScan klimaatadaptatie wordt nu vaak al uitgevoerd in fase 0.117

Stedelijk Adviesteam Plaberum (SAP)

Voorheen was het verplicht om ruimtelijke plannen te laten toetsen op alle wet- en regelgeving en gemeentelijke beleidskaders. Deze toets werd uitgevoerd door het Stedelijk Adviesteam Plaberum (SAP). Het doel van het SAP was om door collegiaal advies de kwaliteit van de plannen te borgen en de eventuele risico’s van het project te beheersen op basis van wet‐ en regelgeving en vastgestelde beleidskaders. Door al vroeg in het planproces breed te adviseren, werd geprobeerd om vertraging verderop in het proces te voorkomen. De SAP-toets was verplicht in fases 1 en 3, en facultatief in fase 2. Het SAP-advies werd normaliter opgevolgd door een B en W-besluit. Mogelijke afwijking van wet‐ en regelgeving en vastgesteld beleid werd in alle fasen behandeld in de besluitvormingsvoordracht.118 Vereenvoudigen stelsel toetsing en advisering om te versnellen Ruimtelijke plannen moesten echter niet alleen langs de SAP-commissie. In 2021 waren er twintig ambtelijke advies- en toetscommissies. Het bestuurlijk team Economisch herstel heeft op 16 maart 2021 ingestemd om het stelsel aan adviesteams in het fysieke domein te vereenvoudigen en zo de planvorming en uitvoering te verbeteren en versnellen.119 Een groot aantal ambtelijke advies- en toetscommissies zijn vervolgens omgevormd tot zeven thematische expertiseteams die ruimtelijke projecten bedienen van expertise en hulp.

'Collegiale hulp' komt in de plaats van 'verplichte stappen' en 'adviescommissies'. Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit (TT OR&M) Per 1 april 2022 is het adviesstelsel voor projecten in de openbare ruimte gewijzigd. Zo is onder andere het SAP-team opgeheven. De commissie Puccinimethode en de Centrale Verkeerscommissie zijn doorontwikkeld tot het Toetsteam Openbare Ruimte en Mobiliteit (TT OR&M). Met de oprichting van het TT OR&M heeft het college gekozen voor een integrale eindtoets op planproducten waar ruimtelijke kwaliteit, toegankelijkheid én verkeerskundige aspecten samenkomen. Het is een ambtelijke commissie van experts die een (verplicht) eindoordeel velt over planproducten van ruimtelijke projecten. De integrale toets van het TT OR&M komt in de plaats van de losse beoordelingen die tot april 2022 werden gegeven door de Centrale Verkeerscommissie (CVC) en de commissie Puccinimethode. Elk ruimtelijk project kent gedurende de hele planvorming nu nog maar twee verplichte toetsmomenten. Eerst aan het eind van de uitgangspunten- of verkenningsfase en vervolgens aan het eind van de ontwerpfase. De toets van het toetsteam wordt verwoord in de bestuurlijke voordracht, zodat bestuur of raad dit kan betrekken bij de besluitvorming.120

36

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Het TT OR&M toetst op de volgende aspecten:     

bereikbaarheid en prioritering modaliteiten; ruimtelijke kwaliteit maaiveld; verkeersveiligheid; toegankelijkheid; techniek en beheerbaarheid.

De werkzaamheden van sommige advieslichamen die aan bod kwamen in het SAPteam zijn goed verwerkt in het TT ORM, zoals de Commissie Puccinimethode en de Centrale Verkeerscommissie (CVC). Andere onderwerpen zijn hier niet in verwerkt. Klimaatbestendigheid en gezondheid komen hier niet aan de orde. Door diverse partijen wordt dit wel als een verlies in het proces ervaren.121 V&OR geeft in de ROP aan dat het wenselijk zou zijn als klimaatadaptatie eenzelfde status zou krijgen als (verkeers-)veiligheid. Een van de oplossingen die zij voorstellen is om klimaatadaptatie als een van de aspecten op te nemen waar het TT ORM op toetst. Een andere optie is om het uitvoeren van de QuickScan klimaatadaptatie als proceseis op te nemen en het TT ORM hier op te laten toetsen.122 QuickScan Klimaatadaptatie De QuickScan in een instrument dat is ontwikkeld om projectmanagers en ontwerpers in een vroeg stadium inzicht te geven in hoe klimaatadaptatie meegenomen moet worden in hun projecten.123 In 2023 is een QuickScan ontwikkeld. In 2023 zijn voor circa honderd projecten QuickScans uitgevoerd.124 De QuickScans bieden in een vroeg stadium inzichten in de risico’s en kansen op het gebied van wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen.

Projectteams hebben hierdoor al bij de start van een project inzicht in de risico’s en kansen op het gebied van klimaatadaptatie, waardoor zij tijdig een inschatting kunnen maken van de kosten van mogelijke maatregelen.125 De QuickScan is sinds 2024 verplicht voor projecten in de openbare ruimte. Het wordt wel toegepast maar is nog niet verplicht voor nieuwbouwprojecten.126 De QuickScan wordt vooralsnog ook voornamelijk gebruikt in de bestaande stad. De QuickScan wordt opgesteld op basis van de huidige inrichting en houdt geen rekening met de toekomstige inrichting van een projectgebied.127 Het programmateam Klimaatadaptatie geeft aan dat hier ook een ander type QuickScan voor nodig is, bijvoorbeeld een QuickScan die rekening houdt met overstromingsrisico's en toetst in hoeverre het ontwerp klimaatbestendig is.128 Borging klimaatadaptatie bij onderhoud en herstel van de openbare ruimte Klimaatadaptatie is niet alleen een ambitie in de werkwijze voor de inrichting van de openbare ruimte maar ook in de werkwijze voor het beheer en onderhoud. In april 2023 heeft het college van B en W de Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (USTOR) vastgesteld.

De USTOR is specifiek gericht op de asset verhardingen, in nauwe samenhang met andere assets, zoals groen, civiele constructies en riolering.i De projecten die volgen uit onderhoud van verhardingen zijn namelijk vaak de basis waaraan verbeteringen in de openbare ruimte gekoppeld worden (meekoppelkansen). Toetsing vindt plaats door het Toetsteam Openbare Ruimte Mobiliteit. Hierbij valt op te merken dat klimaatadaptatie niet een onderdeel is waarop getoetst wordt (zie kader). Wegen worden aangelegd met een levensduur van 30 tot 40 jaar. Dit betekent dat alle vervangingen en herinrichtingen die nu worden uitgevoerd, toekomstbestendig moeten zijn

i

De USTOR is niet van toepassing op gebiedsontwikkeling en dagelijks beheer.

37

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

op het gebied van hitte, droogte en neerslag. In de USTOR wordt dan ook gesteld dat klimaatadaptatie geen ambitie of keuze is. Om duurzaam en kostenefficiënt te werken, is wel specifiek gemaakt op welk moment, welke maatregel genomen kan worden. Om te bepalen wat de juiste maatregelen zijn, is een breed instrumentarium beschikbaar, waaronder de QuickScan Klimaatadaptatie, de Menukaart Klimaatadaptatie en de Werkwijze Klimaatadaptatie. De regenwaterknelpuntenkaart en hitte- en droogtekaarten geven de op te lossen knelpunten aan. Uitgangspunt USTOR: voorkomen kapitaal- en materiaalvernietiging De USTOR moet ervoor zorgen dat er duurzamer, slimmer en effectiever wordt gewerkt aan een toekomstbestendige stad. Het onderhoudsniveau is 'sober'. Dit betekent dat de openbare ruimte heel, schoon en veilig is, maar niet eerder wordt aangepakt dan strikt noodzakelijk. De USTOR is gericht op het voorkomen van kapitaal- en materiaalvernietiging. Het uitgangspunt is om alleen te vervangen wanneer assets aan het einde van hun levensduur zijn. Maatregelen die de eerste 15 tot 20 jaar worden genomen, worden gezien als kapitaalvernietiging. Na 15 tot 20 jaar is er een kans voor het doorvoeren van kleine verbeteringen en het wegnemen van risico's. Na 40 tot 55 jaar is er een kans voor het doorvoeren van grotere wijzigingen of herinrichting.

Afbakening werksoorten in maatregelenlijst In de USTOR wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende 'werksoorten': losse verbetermaatregelen, klein planmatig onderhoud, vervanging en herinrichting. Voor iedere beleidsambitie (klimaatadaptatie, maar ook bijvoorbeeld autoluw, verkeersveiligheid en vergroenen) is in een tabel per werksoort nader gespecificeerd welke maatregelen er getroffen kunnen worden. Deze tabel noemen we ook wel: de maatregelenlijst.

Voorbeelden van maatregelen die bijdragen aan klimaatadaptatie

Losse verbetermaatregelen zijn bijvoorbeeld het toevoegen van kleinschalig groen en de aanleg van geveltuinen. Onder planmatig klein onderhoud valt het herstellen van lokale afwateringspunten door schade of achterstalligheid, zoals verzakte kolken. Bij onderhoud en vervanging zijn er kleine ingrepen aan het maaiveld mogelijk. Het vervangen van tegels door groen, grondverbetering, groeiplaatsverbetering voor bomen, het omvormen van parkeervakken naar groen, het hitte- en droogtebestendig maken van plantenvakken en het toevoegen van bomen in een bestaande bomenrij bij beschikbare ruimte is alleen mogelijk mits voldaan wordt aan de randvoorwaarden (plus). Verder zijn er bij vervanging nog een aantal extra maatregelen mogelijk, zoals het aanbrengen van andere goten voor snellere afvoer van water, het plaatsen van infiltratiekratten of het toepassen van andere ondergrondse waterberging, het aanpassen van het stroomprofiel of dwarsprofiel van de weg. Bij herinrichting gaat het om de aanleg van wadi'sj of grotere infiltratiezones, het toevoegen van meer bomen ten koste van andere functies, het toevoegen van groenvakken of het toevoegen van waterelementen zoals een fontein of waterspeelplaats.

Voorbeelden van maatregelen die bijdragen aan vergroenen

Deze maatregelen overlappen grotendeels met de maatregelen voor de ambitie klimaatadaptatie. Er zijn enkele additionele maatregelen. Bij losse verbetermaatregelen gaat het om het aanleggen van postzegelgroen, grondverbetering en groeiplaatsverbetering voor bomen, autoparkeren (gedeeltelijk) omzetten naar groen, het toevoegen van bomen in een bestaande bomenrij, het

j

Een wadi is te vergelijken met een greppel met sierbeplanting. Het regenwater loopt hiernaartoe en blijft

daar tijdelijk staan. Zo wordt het riool minder belast bij hevige neerslag. Bron: Gemeente Amsterdam

38

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

vervangen van bomen met een beperkte levensduur en het wijzigen van speelplaatsinrichting. Bij onderhoud gaat het om het terugplaatsen van gekapte bomen, het vervangen van dode bomen, het verbeteren van de grond en de groeiplaats van bomen, het vervangen van tegels door groen, omvorming naar groen binnen het huidige profiel en plantvakken meer hitte- en/of droogtebestendig maken door het aanbrengen van reliëf. In de maatregelenlijst wordt ook aangegeven op welk moment de maatregel meegenomen kan worden. Maatregelen om risico’s te beperken op het gebied van klimaatadaptatie en relatief eenvoudige verbeteringen worden standaard meegenomen bij onderhoud en verbetering. Verdere verbeteringen kunnen plaatsvinden door het toevoegen van ‘plussen’. Deze 'plussen' worden alleen meegenomen als er budget ter beschikking wordt gesteld vanuit het betreffende programma of beleidsveld (bijvoorbeeld het Programma Klimaatadaptatie of het Uitvoeringsprogramma Groenvisie).

Moment waarop maatregelen kunnen worden ingepast

Alleen bij planmatig klein onderhoud zijn er geen maatregelen voor klimaatadaptatie en vergroening mogelijk. Het aanpassen of verbeteren van het afwateringsstelsel op maaiveldniveau kan worden meegenomen bij onderhoud, vervanging en herinrichting. Het aanpassen of verbeteren van het afwateringsstelsel met maatregelen die impact hebben op de ondergrond kan alleen worden meegenomen bij vervanging of herinrichting. Het verplaatsen van de rijloper en het wijzigen of toevoegen van een bomenrij kan indien nodig alleen meegenomen worden bij herinrichting. Het hitte- en droogtebestendig maken van plantenvakken en het verbeteren van groeiplaatsen van bomen kunnen bijvoorbeeld alleen worden meegenomen bij onderhoud en vervanging indien de randvoorwaarden op orde zijn.

3.2.8

Handelen bij calamiteiten

Crisisbeheersing door samenwerking met veiligheidsregio De laatste van de zeven ambities is het handelen bij calamiteiten. Deze ambitie houdt in dat gemeenten, maar ook burgers en bedrijven, zich voorbereiden op noodsituaties en andere vormen van overlast die veroorzaakt kunnen worden door hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. De gemeente Amsterdam werkt op het gebied van crisisbeheersing samen met andere instanties binnen de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Binnen de veiligheidsregio werken gemeenten, brandweer, geneeskundige diensten, politie, Openbaar Ministerie en andere publieke en private (veiligheids)partners samen aan het beheersen van risico’s, brandweerzorg, hulpverlening en voorbereiding op crises. De doelen zijn: zo goed mogelijk voorbereid zijn op risico’s, het zo goed mogelijk helpen van getroffenen, het beperken van (im)materiële schade en een zo spoedig mogelijke terugkeer naar een normale situatie.129 Veiligheidsregio heeft een Regionaal Crisisplan opgesteld De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (hierna: VrAA) heeft voor de periode 2021-2024 een Regionaal Crisisplan opgesteld.k Het Regionaal Crisisplan beschrijft de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing.130 Wateroverlast en extreem weer zijn volgens het huidige risicoprofiel

k

De beleidstukken van de VrAA worden om de vier jaar vernieuwd.

39

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

prioritaire risico’s van de regio voor de komende jaren als gevolg waarvan er ook ‘maatschappelijke ontwrichting’ kan optreden. Amsterdam heeft een hitteplan opgesteld Voor het beperken van de gevolgen van hitte heeft de gemeente Amsterdam in juli 2024 een hitteplan opgesteld. Het doel van het hitteplan is om gezondheids- en welzijnsproblemen, ziekte en sterfte als gevolg van een hittegolf zoveel mogelijk te beperken. In dit plan zijn de afspraken vastgelegd tussen de gemeente Amsterdam, de GGD Amsterdam, de Geneeskundige Hulpverlening in de Regio (GHOR) en andere (maatschappelijke) organisaties. Het hitteplan is gericht op mensen die zich tijdens een hittegolf in een kwetsbare positie bevinden, zoals ouderen met een extra zorgbehoefte, zeer jonge kinderen, dak- en thuislozen en mensen met ernstige gezondheidsklachten.131 Amsterdam heeft studie uitgevoerd naar gevolgbeperking overstroming In 2020 heeft de gemeente Amsterdam het onderzoeksbureau De Facto een thematische studie laten doen naar waterveiligheid in Amsterdam. De studie bestaat uit twee delen. Het eerste deel is gericht op de gevolgbeperking in de ruimtelijke ontwikkeling en gebiedsontwikkeling. Het tweede deel gaat over de gevolgbeperking bij overstromingen in Amsterdam in de bestaande stad.132 Ook is een onderzoek uitgevoerd naar de handelingsperspectieven in nieuwbouw- en transformatiegebieden.133

3.3 Een integrale aanpak voor klimaatadaptie

Het DPRA benoemt de noodzaak voor Nederland om zich aan te passen aan klimaatverandering en daarin het ruimtelijk domein te verbinden met het niet-fysieke domein.134 Norm: klimaatadaptatie is geborgd in aanpalende beleidsdomeinen waaronder het sociaal domein en het veiligheidsdomein. Borging van het sociaal domein in het klimaatadaptatiebeleid De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt het snelle opwarmen van ons klimaat de grootste bedreiging van de volksgezondheid in de 21e eeuw.

Klimaatverandering grootste bedreiging volksgezondheid

"De toenemende warmte zorgt voor gezondheidsrisico’s, waaronder hittestress, meer UV-straling, verdere verspreiding van tropische infectieziekten en allergieën. […] We moeten als stad anticiperen op de gezondheidsrisico’s die dat met zich meebrengt en ons daarop aanpassen. De personen in de meest kwetsbare situaties lopen het meeste risico op gezondheidsproblemen en verdienen de meeste aandacht. […] Gezien de relatie tussen klimaat en gezondheid, zet de GGD Amsterdam zich niet alleen in voor een gezondere bevolking, maar ook voor een gezondere planeet." Bron: Gemeente Amsterdam, Onze stad van Morgen, Raadsbrief Duurzame toekomst, 2023, p. 35.

Het college stelt dat klimaatadaptatie essentieel is om Amsterdam in fysiek, sociaal en economisch opzicht waardevol te houden en wil hiervoor de stad voorbereiden op de potentiële gevolgen van klimaatverandering op genoemde gebieden.135 De strategie beschrijft niet expliciet wat deze potentiële gevolgen zijn op het sociaal vlak en de gerelateerde gemeentelijke doelstellingen voor klimaatadaptatie en het sociaal domein. Deze potentiële gevolgen staan evenmin in de in 2021 door het college vastgestelde

40

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Deze agenda is een uitwerking, prioritering en fasering van de aanpak op de klimaatthema's, maar gaat niet in op de effecten van klimaatadaptatie in het sociaal domein en het gemeentelijk beleid voor hiermee om te gaan. Hoewel in deze richtinggevende documenten de relatie met het sociaal domein niet is gelegd, zijn er wel andere gemeentelijke beleidsdocumenten waarin voor klimaatbestendigheid de relatie wordt gelegd tussen het fysiek domein en het sociaal domein. De gezonde stad anticipeert op gezondheidsrisico's van klimaatverandering Het college heeft de ambitie om in de komende vijf jaren de transitie te maken naar een groene, gezonde stad. Met de transitie wil het college anticiperen op de gezondheidsrisico's die klimaatverandering met zich meebrengt en de stad daarop aanpassen.136 De ‘gezonde stad’ is een kernambitie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 die het college in 2021 heeft vastgesteld. Het doel van deze ambitie is dat alle Amsterdammers in 2040 gelijke kansen op een goede gezondheid hebben.137 Het programma 'De Gezonde Stad’ legt op uitvoeringsniveau een relatie tussen ruimtelijke klimaatadaptatie en het sociaal domein.

Vanuit dit programma combineert de gemeente de doelen op klimaatadaptatie met aandacht voor biodiversiteit, lokaal voedsel, sociale cohesie, inclusiviteit en werkgelegenheid.138 Het programma ‘De Gezonde Stad’ is onder andere gericht op het verankeren van gezondheid in de ruimtelijke plannen. Vanuit dit programma hebben de organisatieonderdelen Ruimte & Duurzaamheid en GGD Amsterdam in 2021 de Amsterdamse Gezondheidslogica opgesteld. De Amsterdamse Gezondheidslogica De gezondheidslogica is het resultaat van integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domeinl en is vastgesteld door de stuurgroep Gezonde Stad.139 Het stuk is door de stuurgroep De Gezonde Stad en het college vastgesteld, maar niet bindend verklaard, omdat er ruimte moest zijn voor maatwerk.140 In de beginjaren (2021-2023) is de gezondheidslogica door het Stedelijk Adviesteam Plaberum (SAP) gebruikt in de verplichte advisering over grote gebiedsontwikkelingsprojecten. In dit team werden grote projecten getoetst op verschillende aspecten, waaronder de bouwstenen van de Amsterdamse Gezondheidslogica.141 De Amsterdamse gezondheidslogica was voorheen belegd bij R&D/team nieuwe opgaven. Sinds de verplichte toetsing door het SAP-team is opgeheven, is het eigenaarschap van de Gezondheidslogica niet langer belegd bij een specifiek organisatieonderdeel.

l

In de stuurgroep Gezonde Stad, zijn verschillende directies vertegenwoordigd : GGD, Ruimte &

Duurzaamheid, Sport & Bos, Onderwijs, Jeugd, Zorg & Diversiteit, Verkeer & Openbare Ruimte, Grond & Ontwikkeling).

41

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Figuur 3.5 - De Amsterdamse gezondheidslogica

Bron: Amsterdamse Gezondheidslogica, 12 logische principes voor een gezonde stad, gemeente Amsterdam, januari 2021.

De Amsterdamse Gezondheidslogica bevat twaalf principes met concrete bouwstenen voor een gezonde stad en een gezonde leefomgeving en is bedoeld als een handreiking en inspiratiebron voor het bevorderen van gezondheid in ruimtelijke plannen. Eén van de principes is dat de stad bestand moet zijn tegen klimaatverandering. Dit is verder geconcretiseerd aan de hand van bouwstenen die kunnen helpen om de stad klimaatbestendig te maken. In hoofdstuk 11 van de gezondheidslogica is dit gerelateerd aan klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. In de bouwstenen ligt de focus op openbaar groen, waarbij er wel aandacht wordt gevraagd voor gebouw-gebonden maatregelen, zoals groene gevels, overstekken en zonwering.

Klimaatbestendigheid in de Amsterdamse Gezondheidslogica: Bouwstenen die overlast door hitte en regen kunnen tegengaan:         

Zorg voor schaduwrijke plekken door het plaatsen van bomen en planten; Gebruik materialen die weinig warmte vasthouden; Creëer groene gevels voor verkoeling; Maak gebruik van groene, waterbergende daken; Optimaliseer windcirculatie, onder andere door te voorkomen dat de kruinen van bomen elkaar raken; Zorg voor stromend water door de buurt; Verkoel de woningen door middel van WKO / thermische energie oppervlaktewater; Voorzie woningen van luifels en zonwering aan de buitenzijde van het gebouw; Zorg voor een goede drainage van parken en (speel)veldjes, zodat deze ook na regenval bruikbaar zijn voor sporten, spelen en ontmoeten.

Bron: Gemeente Amsterdam, Amsterdamse Gezondheidslogica, 12 logische principes voor een gezonde stad, januari, 2021.

42

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Brede verankering gezondheidslogica in 2025 Het college wil dat de leef- en woonomgeving in Amsterdam zo is ingericht dat die de gezondheid beschermt en gezond gedrag stimuleert. Gezondheid moet daarom een vast onderdeel van de belangenafweging in het ruimtelijk beleid zijn.142 Dit moet worden bereikt met de Amsterdamse Gezondheidslogica als uitgangspunt bij gebiedsontwikkeling en (her)inrichting van de openbare ruimte.143 De doelstelling van het college is dat in 2025 bij nieuw te ontwikkelen gebieden en de herinrichting van de bestaande stad volledig wordt gewerkt volgens de Amsterdamse Gezondheidslogica.144 Gezien de afwezigheid van de borging in de reguliere processen, is ons nog niet duidelijk hoe dit gerealiseerd zal worden. Ten tijde van dit onderzoek was in de ambtelijke organisatie niet bekend wat de recente toepassing van de gezondheidslogica was in ruimtelijke projecten, en welke ervaringen en inzichten ermee zijn opgedaan. Ook de bijdrage van de gezondheidslogica aan klimaatbestendig bouwen is daarom niet inzichtelijk. Mogelijk is de verbinding tussen het sociaal domein en het fysieke domein door andere instrumenten overgenomen.145 Uit het antwoord van de ambtelijke organisatie wordt niet duidelijk welke dat zijn.

De Gezonde Stad is speerpunt van het gezondheidsbeleid In 2021 heeft het college de Amsterdamse nota gezondheidsbeleid 2021-2025 vastgesteld.m De ambitie van het college is dat iedere inwoner van Amsterdam, een eerlijke kans heeft om een gezond leven te leiden.146 Hiervoor is onder andere een gezonde fysieke omgeving belangrijk, vanuit de redenering dat de vormgeving van de fysieke omgeving een belangrijke rol speelt in gezondheid en welzijn.147. Een ander uitgangspunt in de ontwikkeling en uitvoering van het gezondheidsbeleid is dat binnen de ambtelijke organisatie domeinoverstijgend wordt samengewerkt en gezondheid wordt geïntegreerd in al het relevante gemeentelijk beleid.148 Dit betekent dat in alle gemeentelijke domeinen bij de beleidsontwikkeling systematisch moet worden gekeken naar de effecten van dat beleid op de gezondheid van mensen en andersom. Handreiking gezondheid en klimaatadaptatie Het gezondheidsbeleid van Amsterdam wordt vormgegeven en uitgevoerd door de GGD Amsterdam. De GGD Amsterdam heeft vanuit de Wet publieke gezondheid de wettelijke taak een gezonde leefomgeving te bevorderen en kwetsbaren extra te beschermen. Vanuit die taak adviseert de GGD Amsterdam over de inpassing van gezondheid in klimaatadaptatie.149 Immers, zowel klimaatverandering als maatregelen voor klimaatadaptatie kunnen een positief of negatief effect hebben op de gezondheid.

In het Rapportage- en Ontwikkelplan Klimaatadaptatie ‘22-‘23, GGD Amsterdam (hierna: ROP) beschrijft de GGD Amsterdam welke bijdrage de GGD Amsterdam levert voor het klimaatbestendig maken van Amsterdam, voortbordurend op de Strategie Klimaatadaptatie, de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2021 en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De bijdrage van de GGD Amsterdam is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.2. Een van de instrumenten die de GGD Amsterdam inzet in de integratie van klimaatadaptatie en gezondheid, wordt ontwikkeld vanuit het Programma LIFE-IP Klimaatadaptatie. LIFE-IP klimaatadaptatie is een landelijk programma dat met Europese subsidie wordt uitgevoerd door het RIVM met als doel om belemmeringen bij het implementeren van klimaatadaptatie weg te nemen.150

m

Het Amsterdamse gezondheidsbeleid wordt vastgelegd in de Nota Volksgezondheid Amsterdam. De Nota

Volksgezondheid Amsterdam 2017-2020 ‘Preventief verbinden: winst voor Amsterdam én Amsterdammers” legt (nog) geen relatie met klimaatadaptie of klimaatbestendigheid.

43

Rekenkamer Amsterdam - Onderzoeksrapport - Klimaatbestendig bouwen

Het programma kent vier doelen:151 1. 2. 3. 4.

Het ontwikkelen van kennisproducten en tools over de effecten van klimaatverandering en over de effecten en effectiviteit van adaptatiemaatregelen; Het stimuleren van bewustwording en urgentiebesef; Het stimuleren van een integrale aanpak met andere opgaven e.g. woningbouwopgave, energietransitie en gezondheidsbevordering; Het ontwikkelen van businessmodellen en vormen van financiering voor adaptatiemaatregelen.

Een subdoel van het Programma LIFE-IP Klimaatadaptatie is om gezondheid zichtbaarder te maken bij klimaatadaptatie. Een van de concrete acties om dit te bereiken is de integratie van gezondheidsaspecten in klimaatadaptieve maatregelen. Om de GGD-en hierin te faciliteren ontwikkelde het Programma LIFE-IP Klimaatadaptatie hiervoor een handreiking.152 Met de handreiking kan met inzet van de GGD-en worden bereikt dat het gezondheidsaspect een plek krijgt in de ruimtelijke ontwikkelplannen. In 2023 is een eerste versie van de Handreiking Klimaatadaptatie en Gezondheid gepubliceerd. De handreiking ondersteunt de GGD Amsterdam in de wettelijke adviestaak over een gezonde en klimaatadaptieve leefomgeving.153 Borging van het fysieke veiligheidsdomein in het klimaatadaptatiebeleid Klimaatverandering heeft significante gevolgen voor de fysieke openbare veiligheid in de gemeente. Door klimaatverandering neemt namelijk de kans op extreem weer en overstromingen toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke ontwrichting. De gemeente Amsterdam onderkent deze veiligheidsrisico’s en wil daarom met partners in het veiligheids- en crisisbeheersingsdomein een goede koppeling maken tussen ruimtelijke adaptatie en crisisbeheersing.154 Het college heeft naast dit algemeen uitgangspunt geen concreet beleid vastgelegd voor klimaatadaptatie en het veiligheidsdomein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784569/1