03. Nota van Beantwoording adviesaanvraag evaluatie bestuurlijk stelsel
Tekst van het document
Nota van beantwoording over de adviezen over de evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam 2025 16-09-2025
Inleiding
Op 27 mei 2025 heeft het college de voorgenomen bestuurlijke reactie evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam 2025 vastgesteld. Deze is in een stedelijk adviestraject voorgelegd aan de SDC’s en DB’s van de stadsdelen en aan BC Weesp. Het college ontving 16 uitgebreide adviezen van alle SDC’s, DB’s en BC Weesp, waaruit de betrokkenheid in de staddelen en het stadsgebied met het bestuurlijk stelsel bleek. Het college is erkentelijk voor alle adviezen, die zijn uitgebracht en heeft deze betrokken in de definitieve bestuurlijke reactie en de wijzigingen van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam. Deze nota van beantwoording zal evenals de andere stukken voor behandeling worden voorgelegd aan de raadscommissie SED van 1 oktober 2025 en daarna de gemeenteraad van 8 oktober 2025. Deze nota van beantwoording bevat een samenvatting van de collegereactie op de adviezen. Bijgevoegde tabel nota van beantwoording bevat uitgebreid de reacties op de afzonderlijke adviezen opgenomen. Hiermee beoogt het college aan te geven op welke wijze de adviezen uit de stadsdelen in de besluitvorming zijn betrokken. Deze terugkoppeling was ook een belangrijke wens die in de evaluatie en de stedelijke adviesprocedure naar voren is gebracht. De adviezen zijn in beide stukken thematisch geordend.
De ontvangen adviezen over de werking van het stelsel gaan op hoofdlijnen over: Informatie en informatievoorziening. Samenwerking in het bestuurlijk stelsel. Technische veranderingen. Daarnaast zijn er adviezen over de toekomstige ontwikkeling van het bestuurlijk stelsel. l Samengevat bestrijken de adviezen de volgende thema’s: 1 Financiën / Budgetrecht 2 Aantal commissieleden (en budgetrecht SDC) 3 Raad-SDC 4 Jaarverantwoording aan de raad 5 Vergoeding / rechtspositie/ondersteuning SDC’s 6 Uniformiteit SDC’s / stadsdelen 7 Informatiepositie SDC’s 8 Fractievertegenwoordigers 9 (Terugkoppeling) stedelijke adviezen 10 Adviezen aan DB / relatie SDC-DB / controlerende taak 11 Samenwerking stadsdelen-directies
12 Bewonersloketten 13 Instrumenten 14 Participatie 15 Stadsdeelpanels 16 Verkiezingen en verkiesbaar stellen 17 Communicatie 18 DB-College 19 Positie / samenstelling Dagelijks bestuur 20 Bevoegdheden DB's 21 Andere modellen / wijzigingen stelsel 22 Evaluatie 23 Lange termijn
1 Financiën / Budgetrecht
Meerdere SDC’s adviseren om te zorgen voor meer inzicht in budgetten, uitgaven en behaalde doelen op stadsdeelniveau. Zij stellen voor om een stadsdeelbegroting te introduceren en hen meer invloed op de besteding van middelen te geven, onder andere door een budgetbestedingsrecht, gekoppeld aan specifieke taken.
1
Het college faciliteert de gevraagde informatie en het inzicht. De Leidraad Zeggenschap in de praktijk van 18 maart 2025 (de Leidraad) geeft meer duidelijkheid over de aan de dagelijks besturen opgedragen taken, werkwijze en bijbehorende middelen. Daaruit voortvloeiende inzetplannen per taak geven meer inzicht in prioriteiten en middelen. De aanpak uit de Leidraad zal de komende tijd verder in de praktijk worden toegepast op de verschillende taken. De wijze waarop de SDC’s hierin hun adviserende rol kunnen vervullen, is een belangrijk element bij de implementatie van de Leidraad. Zoals ook in de Leidraad is beschreven, kan niet voor iedere DB-taak het budget in de begroting gespecificeerd worden naar stadsdeel, , waardoor een volledige stadsdeelbegroting niet mogelijk is. Een stedelijk budget is voor sommige (DB-)taken nodig om het budget en daarmee de mensen en middelen flexibel en stadsdeeloverstijgend in te kunnen zetten op de opgave waar dat het meest nodig is in de stad. Dit bevordert ook de afstemming over de inzet tussen de verantwoordelijke portefeuillehouders. Het college heeft het budgetbestedingsrecht, maar kan dit niet overdragen aan de stadsdeelcommissie, omdat de stadsdeelcommissie geen commissie van het college is.
2 Aantal commissieleden (en budgetrecht SDC)
Verschillende SDC’s geven in overweging om het aantal commissieleden te vergroten vanwege de ervaren werklast. Hoewel stadsdeelcommissies minder taken hebben dan gemeenteraden, zijn de hoeveelheid bewonerscontact en kwesties vergelijkbaar, voegen zij toe. SDC Noord roept op om bij het vaststellen van het aantal zetels in de stadsdeelcommissie rekening te houden met de bevolkingsgroei in het stadsdeel. Het college ziet geen aanleiding voor vergroting van het aantal leden van een SDC, mede omdat naast de SDC-leden ook de gemeenteraadsleden de inwoners van de stadsdelen vertegenwoordigen. In artikel 23, lid 5 van de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam (de verordening) is bepaald dat er rekening gehouden moet worden met de (verwachte) bevolkingsgroei per stadsdeel. Dus deze zal bij de verdeling van het totaal aantal commissieleden van alle stadsdelen worden meegenomen. Voor uitbreiding van het totaal aantal leden ziet het college geen ruimte. Daarbij speelt mee dat naast de SDCleden ook de gemeenteraadsleden de inwoners van de stadsdelen vertegenwoordigen en dat de taken van SDC-leden beperkter zijn dan van een raadslid van een gemeente.
3 RAAD-SDC
Een aantal SDC's geeft aan dat een sterkere relatie tussen raad en SDC’s essentieel is. Veel SDC’s adviseren om hun mogelijkheden om deel te nemen aan vergaderingen van raadscommissies te verruimen, in vorm (ook digitaal) en (spreek)rechten. Ook zien ze meerwaarde in het versterken van de rol van de SDC als adviesorgaan richting gemeenteraad. Om de structurele samenwerking tussen raad en SDC’s te verbeteren, stellen zij voor om in een gezamenlijke werkgroep voorstellen daartoe te ontwikkelen. Het doel daarvan is dat stadsdeelspecifieke kanten van stedelijk beleid en de overwegingen van de stadsdeelcommissies waar het lokale kwesties betreft dan beter in beeld komen en kunnen worden meegewogen. Verder verzoekt BC Weesp het college om toe te zeggen dat de BC net als de SDC’s op eigen initiatief naar de raadscommissies kan gaan. Het college ziet dat er veel adviezen gericht zijn op versterking van samenwerking met de raad en daarmee van het stelsel . Het college onthoudt zich van een inhoudelijke beoordeling van deze adviezen, tenzij een advies aspecten betreft buiten de directe relatie raad-SDC’s ,en hoopt dat ze een vruchtbare bodem zijn voor verbeterde samenwerking tussen SDC’s en gemeenteraad. I Gezien het wettelijk kader en de positie van BC Weesp als commissie van het college is de BC verlengd bestuur van het college.
Dat maakt dat BC Weesp op uitnodiging van het college adviezen kan toelichten in de raadscommissie. Een verdere verruiming hiervan is niet mogelijk.
4 Jaarverantwoording aan de raad
SDC Centrum stelt vraagtekens bij het voorstel om een jaarbeschouwing in te voeren van de SDC als verantwoording aan de gemeenteraad. De SDC vindt een jaaroverzicht dat het karakter heeft van een jaarverslag een goed idee. Het college heeft de jaarbeschouwing bedoeld als invulling aan een wettelijke
2
verplichting. Het college wil de commissies hierbij verder de vrijheid geven om een passende vorm te zoeken en kan zich vinden in de suggestie van een jaaroverzicht.
5 Vergoeding/rechtspositie/ondersteuning SDC’s
Veel SDC's vragen aandacht voor het verbeteren van hun rechtspositie. Het gaat dan om een hogere vergoeding, de vergoeding niet meer te koppelen aan vergaderingen en het organiseren van een ziekteen verlofregeling. Het college is op dit gebied gebonden aan de regelgeving. Deze maakt alleen een vergoeding mogelijk voor bepaalde zaken. Die voorzieningen zijn beschikbaar voor SDC-leden. Er is daarnaast in 2022 bij het versterken van de positie van de SDC’s gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de vastgelegde vergoeding te verhogen. Daarnaast zijn de adviezen gericht op verbetering van de ondersteuning en scholing. Het college merkt op dat de directe ondersteuning voor SDC's in 2022 is uitgebreid. In de bestuurlijke reactie wordt voorgesteld de informatiepositie van SDC-leden te verbeteren. Verder is tijdens deze bestuursperiode een ‘basisgids lid stadsdeelcommissie’ ontwikkeld. Bij het inwerkprogramma van de nieuwe SDC wordt de aanbeveling over scholing meegenomen. Het college erkent dat het voor nieuwe SDC-leden –vooral van eenpersoonsfracties- nu veel tijd kost om wegwijs te raken in het Amsterdamse bestuurlijk stelsel. Vanuit de stadsdelen zullen indien gewenst in 2026 meerdere sessies voor SDC’s over het stelsel worden georganiseerd, waarbij ook meer individuele begeleiding mogelijk is.
6 Uniformiteit SDC’s /stadsdelen
De SDC’s Nieuw-West en Zuid stellen voor een werkgroep in te stellen met vertegenwoordigers van alle SDC’s en bestuursondersteuners om te komen tot meer uniforme werkwijzen in de stadsdelen. De SDC West pleit voor meer eenduidigheid in besluitvormingsprocessen waarbij het adviesrecht van de SDC geborgd wordt. Het college is positief over het initiatief om in de stadsdelen een werkgroep op te richten en zoveel als redelijkerwijs mogelijk op dezelfde wijze te gaan werken. Dit ziet op versterking van het stelsel. Voor meer eenduidigheid in besluitvormingsprocessen verwacht het college dat de Leidraad zeggenschap inzicht, eenduidigheid en rolverdeling zal verduidelijken.
7 Informatiepositie SDC’s
De SDC Zuid en het DB Centrum vragen aandacht voor de informatiepositie van de SDC’s. Daarnaast zien de adviezen op ambtelijke bijstand voor adviesaanvragen of eigen voorstellen om de kwaliteit daarvan te verhogen. Het college waarborgt in de conceptverordening het recht op informatie voor SCD-leden met een nieuw artikel. Voor ambtelijke bijstand in de zin van ondersteuning bij het opstellen van adviezen kan de SDC zich wenden tot de eigen secretaris en/of adviseur.
8 Fractievertegenwoordigers
Meerdere SDC’s kunnen zich vinden in het voorstel om fractievertegenwoordigers mogelijk te maken, zoals het college voorstelt in de bestuurlijke reactie. Een aantal SDC’s adviseert om fractievertegenwoordiging ook mogelijk te maken los van vervanging, als woordvoerder of op de zetel die de voorzitter levert. Dit voorstel ziet op de werking van het stelsel. Het college houdt vast aan de lijn om vertegenwoordiging bij de vergadering alleen mogelijk te maken als uitzondering, ter vervanging van een commissielid. Het college vindt het namelijk belangrijk dat in de commissievergadering zo veel mogelijk alleen de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers deelnemen.
9 (Terugkoppeling) stedelijke adviezen
Het college constateert –mede door de hoeveelheid adviezen op dit onderwerp- dat dit een belangrijk thema is en dat er steun is voor de voorstellen in de bestuurlijke reactie om het proces rond stedelijke
3
adviesaanvragen op een aantal punten te verbeteren. Dit ziet op verbetering van de werking van het stelsel. Betere terugkoppeling over verwerking van adviezen uit de stadsdelen bij stedelijke adviesaanvragen De terugkoppeling aan de DB's loopt op dit moment nog niet naar tevredenheid. In de bestuurlijke reactie is al opgenomen dat het college erop zal toezien dat er terugkoppeling gegeven wordt aan de DB’s. Dat het college een terugkoppeling verzorgt, stond al in de toelichting, maar is nu ook expliciet gemaakt in de tekst van artikel 12 van de verordening. Dit zal in de praktijk vaak neerkomen op het sturen van de Nota van Beantwoording. DB’s blijven verantwoordelijk om deze terugkoppeling te verzorgen naar de SDC’s. Betere herkenbaarheid afweging van adviezen uit de stadsdelen Een aantal adviezen richt zich ook op de wijze waarop in een Nota van Beantwoording de verschillende adviezen en zienswijzen zijn opgenomen. Soms staan adviezen tussen zienswijzen van bewoners en ondernemers. Daarover staat in de bestuurlijke reactie al dat in nota’s van beantwoording bij stedelijke adviesaanvragen adviezen uit de stadsdelen voortaan in een aparte paragraaf zullen worden behandeld.
Advies vragen bij significante gevolgen Het college heeft voorgesteld om alleen advies te vragen bij significante gevolgen om daarmee invulling te geven aan de aanbeveling van Necker om het aantal adviezen te verminderen, zodat de focus en kwaliteit van de adviezen kan verbeteren. Het verminderen van het aantal adviesaanvragen zou volgens Necker immers de kracht van de adviezen kunnen doen toenemen en de bureaucratie doen afnemen. Het college bedankt de DB's en SDC's die suggesties heeft gedaan voor verdere concretisering van het begrip “significant”, maar constateert, evenals de DB's en SDC's, dat het lastig blijft om ‘significant’ goed te definiëren. Het college begrijpt ook de wens om zelf te kunnen afwegen op welke aanvragen men wil adviseren. Daarom zal het college afzien van het toevoegen van ‘significant’ als voorwaarde voor een stedelijke adviesaanvraag. Om het doel van het verminderen van het aantal adviesaanvragen wel gedeeltelijk na te streven zal in de toelichting van de verordening worden opgenomen dat bij enkel technische wijzigingen er geen advies aan de dagelijks besturen hoeft te worden gevraagd. Om het aantal adviezen te verminderen behouden DB’s, SDC’s en BC Weesp de mogelijkheid om af te zien van advies.
In de voorgenomen bestuurlijke reactie had het college daarom ook al voorgesteld in de verordening op te nemen dat er alleen geadviseerd wordt vanuit het lokale stadsdeelperspectief. Het verduidelijken van dit lokale stadsdeelperspectief maakt ook voor Amsterdammers begrijpelijker waarom ook in de stadsdeelcommissie of BC Weesp stedelijk beleid wordt besproken Stadsdeelspecifiek adviseren Meerdere adviezen gaan over het verzoek om bij stedelijke adviesaanvragen duidelijk te maken waarop vanuit het college advies wordt gevraagd, omdat veel ook gaat over stadsbreed beleid. Het college zal erop toezien dat directies in adviesaanvragen het lokale belang en perspectief duidelijk maken en concreet advies vragen op voor het stadsdeel/stadsgebied relevante zaken. Aankondiging adviezen Er is een aantal adviezen binnengekomen over de wens om op tijd te weten wanneer er stedelijke adviesaanvragen aankomen. In de bestuurlijke reactie staat dat het college de stedelijke directies de opdracht geeft om in gesprek te gaan met stadsdeelorganisaties hoe ze deze eerder kunnen betrekken bij aanstaande adviesaanvragen en grootstedelijke projecten met daarbij beter inzicht in de planning van adviesaanvragen en de naleving van adviestermijnen. De Bestuurlijke Lange Termijn Agenda die nu wordt ontwikkeld, zal de inzichtelijkheid van de planning van adviesaanvragen verder vergroten.
10 Adviezen aan DB/relatie SDC-DB/controlerende taak
Een aantal SDC’s en DB's adviseert over verbetering van het samenspel tussen DB’s en SDC's, door bijvoorbeeld regelmatig reflectiegesprekken te organiseren. De SDC’s hebben ook adviezen ingediend
4
over kansen om actief de SDC te betrekken bij vertegenwoordigende taken van het DB, het belang van cultuur voor een effectieve werking van het stelsel, het instellen van een vertrouwensregel tussen SDC/DB om de controlerende rol van de SDC's meer fundament te geven, en over het instellen van protocollen om de onduidelijkheid over de controlerende rol te verbeteren. DB’s hebben verder adviezen ingediend over een tekstuele wijziging voor in de passage over de controlerende rol, en over het benadrukken van het belang van ongevraagde adviezen door de stadsdeelcommissie vanuit de volksvertegenwoordigende rol. Deze adviezen zien op de werking van het stelsel. Het college onderschrijft het belang van investeren in samenspel tussen DB’s en SDC's, om reflectiegesprekken te organiseren en in gesprek te gaan over het betrekken van SDC-leden bij de vertegenwoordigende rol van het DB. Het college onderschrijft het belang van cultuur en zal daar aandacht aan blijven besteden. Het college wijst er ten aanzien van de controlerende rol op dat stadsdeelcommissies al sinds deze bestuursperiode een rol hebben bij benoeming van DB’ers. Mocht er sprake zijn van ontslag dan is dit in eerste instantie een taak van het college die dan een voordracht voor ontslag zal doen aan de raad. Doet het college dat niet, dan kan de raad het college via een motie bewegen een voordracht tot ontslag te doen.
Als de stadsdeelcommissie van mening is dat ontslag aan de orde is kan de stadsdeelcommissie de raad adviseren om een dergelijke motie in te dienen. Bij de controlerende taak toetst de SDC of het dagelijks bestuur zijn taken als verlengd lokaal bestuur van het college uitvoert in lijn met vastgesteld stedelijk beleid, de belangen van de bewoners van het stadsdeel en door de stadsdeelcommissie binnen die kaders uitgebrachte adviezen. Het college wil de stadsdeelcommissie ruimte geven en is van mening dat het opstellen van protocollen het risico van inperking meebrengt. Het college deelt de opvatting van het DB Centrum dat het signaleren en agenderen vanuit de volksvertegenwoordigende rol een belangrijke taak is van stadsdeelcommissies. In de bestuurlijke reactie is om die reden de rol van stadsdeelcommissieleden duidelijker omschreven.
11 Ondersteuning DB en SDC door directies
Diverse DB’s constateren dat het basisprincipe dat alle ambtenaren voor zowel college als de dagelijks besturen werken, beter geworteld moet raken in de organisatie, vooral bij de directies die ambtelijk uitvoering geven aan taken die bij verordening aan DB’s zijn opgedragen. Ze vragen om eerder in besluitvormingstrajecten betrokken te worden en niet pas als besluiten al centraal zijn voorbereid. Ook zou het op prijs worden gesteld als bij projecten met grote impact vooraf zowel ambtelijk als bestuurlijk afspraken worden gemaakt over rolverdeling, betrokkenheid, terugkoppeling en evaluatie. Dit ziet op de werking van het stelsel. Het college zet in op verdere versterking van de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking en neemt deze adviezen mee. Het college zal ook weer onder de aandacht van de directies brengen dat stadsdeelbesturen tijdig betrokken dienen te worden bij projecten die van invloed zijn op hun stadsdeel. Daarbij kunnen passende afspraken worden gemaakt over de rolverdeling, betrokkenheid in de tijd enzovoorts. Bij de ondersteuning van DB’s en SDC’s hebben de stadsdeelorganisaties, maar ook de stedelijke vakdirecties een belangrijke rol.
12 Bewonersloketten
DB West stelt vast dat het bewonersloket in West de afgelopen periode weinig bezoekers kreeg en adviseert om in gezamenlijkheid te experimenteren met laagdrempelig vormen van contact tussen stadsdeel, DB en bewoners in de volgende periode. Het college moedigt experimenteren met laagdrempelig contact en het delen van successen daarin aan. Er zijn bijvoorbeeld goede ervaringen met spreekuren.
5
13 Instrumenten
Een aantal SDC’s heeft aangegeven het instrument motie graag te willen behouden, maar daarbij wordt niet aangegeven wat de onderscheidende functie van de motie is. Het dagelijks bestuur van Zuidoost juicht de vereenvoudiging van de instrumenten juist toe. Het college blijft daarom bij het voorstel om de motie als zelfstandig instrument voor de SDC's af te schaffen. Het college benadrukt dat het instrument advies dezelfde mogelijkheden biedt om sturing en controle uit te oefenen ten opzichte van het dagelijks bestuur als de motie. Het college begrijpt dat dit wennen kan zijn voor commissies die de motie veel gebruiken. Maar het college verwacht dat dit voorstel op termijn gaat leiden tot meer duidelijkheid over het stelsel, wat de werking van het stelsel bevordert.
14 Participatie
Een aantal SDC’s en DB’s geeft er blijk van te hechten aan de mogelijkheden voor participatie. Daarbij merken ze op dat het geen taak van stadsdelen alleen is en dat effectieve participatie een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle onderdelen van de gemeentelijke organisatie is, ambtelijk en bestuurlijk. Daarbij dient participatie meertalig, cultuursensitief, praktisch ondersteund, en ingebed in de leefwereld van bewoners te zijn en een middel te zijn om samen beleid vorm te geven. Werk (structureel) samen met buurtplatforms, bewonersorganisaties en informele netwerken om alle groepen in de samenleving te bereiken, inclusief ondervertegenwoordigde groepen. Daarbij merkt DB Oost op dat de participatieinstrumenten groot potentieel hebben en nog beter benut kunnen worden. DB Centrum adviseert bij het versterken van participatie meer doorzettingsmacht voor het lokaal bestuur te bieden. Beleid is volgens het DB soms conflicterend met wenselijke oplossingen voor concrete vraagstukken en de plannings- en organisatiesystemen van sommige uitvoerende directies bieden geen ruimte voor lokale sturing. DB West voegt toe dat voldoende capaciteit en middelen voor goede participatietrajecten een randvoorwaarde is. Het is wat het college betreft altijd de bedoeling om de participatie af te stemmen op het betreffende vraagstuk en de belanghebbenden in kwestie.
Dit ziet op de werking van het stelsel. Structurele samenwerking en ontmoetingen met bewoners(organisaties), buurtplatforms en functionele adviesraden zijn waardevolle om de inzet van de gemeente nog beter toe te spitsen op de behoeften in het stadsdeel. Het college onderschrijft het belang dat SDC’s en DB’s hechten aan het opzoeken van inwoners in de eigen leefomgeving of bijvoorbeeld via sleutelfiguren, omdat dit effectieve manieren zijn om (ondervertegenwoordigde) inwoners te bereiken. Het college realiseert zich dat versterking van participatie tijd en energie vraagt van de dagelijks besturen en stadsdeelorganisaties . Het is echter aan de volgende gemeenteraad om te besluiten over extra inzet en de wijze waarop zij in de komende jaren wil investeren in het verder versterken en borgen van duurzame relaties met (informele) netwerken op lokaal niveau. Het college stelt over lokaal maatwerk in participatie voor om in situaties waarbij lokale bestuurders de wens hebben om participatie te organiseren, ook als dit volgens stedelijke kaders niet hoeft of kan en zij er met betrokken directies niet uitkomen, dit te overleggen met de verantwoordelijk stedelijk directeur en/of betrokken wethouder zodat er als nodig een bestuurlijke afweging vanuit het college kan plaats kan vinden.
15 Stadsdeelpanels
SDC’s Noord en West adviseren om de doorontwikkeling van het stadsdeelpanel ondersteunen. Zoals al aangegeven in de bestuurlijke reactie, ondersteunt het college de doorontwikkeling van de stadsdeelpanels wat ten goede komt aan de werking van het stelsel.
16 Verkiezingen en verkiesbaar stellen
SDC Noord en SDC Centrum geven in overweging om onderzoek uit te voeren naar wat mensen motiveert om zich verkiesbaar te stellen, of het stadsdeel representatief vertegenwoordigd is in de commissie, en wat mensen weerhoudt om zich verkiesbaar te stellen. SDC Centrum vraagt hierbij aandacht voor groepen die minder goed vertegenwoordigd worden en minder goed participeren, zoals ook blijkt uit het onderzoek Ondervertegenwoordigd Amsterdam. Om de opkomst onder jongeren vanaf
6
16 jaar te verhogen, adviseert SDC West om jongerencommissies in verschillende stadsdelen te betrekken. SDC Zuid stelt voor om de restzetelverdeling (25% kiesdeler) te herzien om ongelijkheid in stemgewicht te verminderen. Het college stelt voor om het advies over het onderzoek mee te nemen in de lange termijn veranderaanpak die in de bestuurlijke reactie wordt aangekondigd. In de verordening en het kiesreglement zitten geen formele belemmeringen voor deelname van ondervertegenwoordigde groepen. Dat neemt niet weg dat het voor de genoemde groepen uitdagend kan zijn om inbreng te leveren in ons bestuurlijk stelsel. In de ontwikkeling van het stelsel in de komende bestuursperiode kan inderdaad worden onderzocht hoe hun mogelijkheid tot inbreng kan worden versterkt. Ook zal er in de voorbereidingen voor de verkiezingen aandacht zijn voor de wijze waarop de mogelijke deelnemende groeperingen worden geïnformeerd over het doorlopen van het proces van kandidaatstelling. Om de opkomst van jongeren bij de verkiezingen te bevorderen, vragen we jongerenambassadeurs in de stadsdelen en de jongerenadviesraad om ideeën hiervoor en betrekken we hen bij de uitvoering daarvan. Ook is er in de campagne speciale aandacht voor de groep die voor het eerst mag stemmen.
Doel van de bepaling over de restzetelverdeling is er te bevorderen dat ook kleine lokale groeperingen een zetel kunnen verwerven (zie de toelichting in de verordening). Daarmee beogen we deelname aan het democratisch proces laagdrempelig te houden.
17 Communicatie
Verschillende SDC’s en DB’s stellen voor hun bekendheid te vergroten bij inwoners, onder andere door foto’s van hen in het stadsdeelkantoor op te hangen, meer publiciteit te geven aan hun agenda en activiteiten via bijvoorbeeld informatieschermen, lokale media en nieuwe technologieën. SDC Centrum adviseert om een informatiecampagne over de positie en de rol van de SDC’s op te zetten en uit te voeren ruim voor de verkiezingen van maart 2026. SDC Noord stelt voor om per vergadering 10 willekeurige inwoners uit te nodigen voor de publieke tribune. Deze voorstellen zien op informatieverstrekking in het stelsel. Het college vindt het belangrijk dat Amsterdammers (en het bestuur en de ambtelijke organisatie) beter en duidelijker worden geïnformeerd over het stelsel door betere communicatie. Dit is een belangrijk aandachtspunt in de verdere ontwikkeling. Uit de adviezen blijkt dat dit breed wordt ondersteund. Onderdeel hiervan is inderdaad vergroting van de bekendheid van wat SDC’s en DB’s zijn en wat ze voor onze inwoners doen. Het college waardeert het dat de DB’s en SDC’s verschillende initiatieven hebben opgepakt of willen oppakken om de communicatie vanuit hun stadsdelen verder te verbeteren. Bij de verbetering van de communicatie richt het college zich vooral op amsterdam.nl. Dit is de centrale plek waar inwoners eenvoudig informatie kunnen vinden.
Bovendien levert deze website via zoekmachines de beste resultaten op. Daarnaast kunnen ook de mogelijkheden worden benut om vanuit de stadsdeelcommunicatie andere kanalen en manieren te gebruiken, zoals in de adviezen wordt voorgesteld. Wel moet er altijd een duidelijke koppeling blijven naar amsterdam.nl, zodat inwoners weten waar ze terechtkunnen voor betrouwbare informatie en niet moeten zoeken via verschillende kanalen. Ook acht het college onderlinge afstemming tussen stadsdeelorganisaties over de manier waarop communicatiemiddelen (dus niet per se over de communicatie-uitingen zelf) worden ingezet, raadzaam om de herkenbaarheid en vindbaarheid voor inwoners van verschillende stadsdelen te bevorderen. Met name als het gaat over waar informatie over (bestuurlijke) onderdelen van de stadsdelen en over activiteiten daarvan te vinden is.
18 DB-College
Het DB Noord adviseert om te werken aan een structurele jaarlijkse rapportage aan het college over de ontwikkelingen binnen de stadsdeelgebieden in het sociale domein, op het gebied van de ontwikkelingen
7
in het stadsdeel en de realisatie van de coalitieakkoorden. DB West adviseert om een bestuurdersconferentie te beleggen waarin DB’s en het college gezamenlijk kijken hoe ze het samenspel verder kunnen versterken met het evaluatierapport van Necker en de bestuurlijke reactie als bron voor informatie en inspiratie. Deze adviezen beogen de werking van het stelsel te verbeteren. Het college vindt de rapportage een interessante gedachte, waarover het in gesprek kan gaan met de dagelijks besturen. Een dergelijke rapportage kan nuttig zijn maar ook extra (ambtelijke) capaciteit vragen. Verdere verbetering van het samenspel van DB’s en college lijkt het college inderdaad een geschikt thema voor een bestuurdersconferentie.
19 Positie/samenstelling dagelijks bestuur
Meerdere commissies adviseren over verschillende opties om de SDC’s meer zeggenschap te geven bij de benoeming van de dagelijks bestuurders. Dit ziet op de werking van het stelsel. Het college vindt het belangrijk dat de SDC’s invloed hebben op de benoeming van de dagelijks bestuurders. De SDC houdt daarom een hoorzitting met de kandidaten en brengt daarna advies uit aan de gemeenteraad. De raad moet een negatief advies verplicht behandelen in een commissie voordat de raad stemt over de benoeming. Het advies van de SDC weegt in de praktijk zwaar. Het stelsel biedt verder al de mogelijkheid om ook buiten coalitiepartijen dagelijks bestuurders te benoemen en daar is ook gebruik van gemaakt. Het initiatief voor de voordracht van dagelijks bestuurders blijft de komende bestuursperiode bij het college, aangezien het college het orgaan is dat de bestuurscommissie instelt en daaraan bevoegdheden overdraagt.
20 Bevoegdheden DB's
De SDC Centrum adviseert om de DB’s meer ruimte te geven zodat zij meer gelegenheid krijgen om het stedelijk beleid te verbijzonderen naar lokale karakteristieken en of tegemoet te komen aan adviezen van de SDC’s. Dit betreft de werking van het stelsel. Het college ziet het als uitgangspunt van het stelsel met stadsdelen en taken en bevoegdheden bij DB’s, om waar dat mogelijk is ruimte te geven voor stadsdeelspecifieke invulling. Concrete suggesties voor extra ruimte zijn altijd welkom.
21 Andere modellen/wijzigingen stelsel
Meerdere SDC’s doen interessante voorstellen voor andere bestuurlijke modellen. Het college zet voor de komende bestuursperiode in op het beter laten werken van het huidige stelsel en stelt in de bestuurlijke reactie een aantal maatregelen voor om dat te bewerkstelligen. Dat neemt niet weg dat het college met interesse kennis heeft genomen van de adviezen, waarin gepleit wordt voor het invoeren of onderzoeken van alternatieve modellen. Als de raad en de coalitie na de verkiezingen van 2026 kiezen voor een andere lange termijn veranderaanpak van het bestuurlijk stelsel en op fundamentele wijze naar het huidige stelsel willen kijken en daarvoor ook de vereiste middelen uittrekt, dan kan daarbij ook de vraag aan de orde komen of er modellen zijn die nog beter passen bij de stad Amsterdam. De ingebrachte suggesties zijn interessant om daarbij te betrekken. Zonder fundamenteel onderzoek is het nu niet mogelijk om weloverwogen in te gaan op de mogelijke voor- en nadelen van de in de adviezen voorgestelde modellen.
22 Evaluatie
Een aantal SDC’s geven in overweging om de evaluatie in de verordening op te nemen ,alhoewel er ook anderen zijn die dit niet nodig vinden. Ook wordt geadviseerd om ook de culturele component van ons bestuurlijk stelsel in komende evaluaties te betrekken en vroeg in de cyclus met de evaluatie te starten. In de voorgenomen reactie heeft het college in overweging gegeven om in de nieuwe bestuursperiode vanaf het begin van de nieuwe bestuursperiode samen met elkaar de fundamentele vraag te
8
onderzoeken hoe en met welke veranderaanpak de werking van het bestuurlijk stelsel kan worden versterkt op langere termijn. De afweging of de evaluatie structureel in de verordening moet worden opgenomen past beter in dat onderzoek dan in het kader van de lopende evaluatie. Het voorstel om de component van de culturele aspecten van ons bestuurlijk stelsel in komende evaluatie en ontwikkeling van het stelsel mee te nemen, onderschrijft het college. Het is aan een nieuwe raad en coalitie om te bepalen of daarvoor wordt gekozen en om daarvoor ook de vereiste middelen uit te trekken.
23 Lange termijn
Meerdere SDC’s en DB’s roepen op om in de nieuwe bestuursperiode zo snel mogelijk te starten met een fundamentele blik op ons bestuurlijk stelsel en met een veranderaanpak daarvoor. Ook vragen ze om bewoners, SDC-leden en onafhankelijke experts bij een fundamentele herijking van het model te betrekken. Deze adviezen zien op de werking van het stelsel. Een robuust bestuurlijk stelsel vraagt om continue aandacht, reflectie en verbetering, aldus DB Noord. In plaats van grote stelselwijzigingen eens in de zoveel tijd, pleit het DB voor een ontwikkelgerichte, wendbare aanpak: met vaste evaluatiemomenten en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor verbetering en bijsturing. een gezamenlijke opgave – van stadsdelen, gemeenteraad, directies en college – om te blijven investeren in vertrouwen, samenwerking en responsiviteit. Het DB adviseert ook te zorgen voor een vaste structuur waarin bestuurders en ambtenaren periodiek reflecteren op de samenwerking, knelpunten agenderen en gezamenlijk bijsturen. Bij deze reflectie hoort ook een duidelijke set van criteria: waar toetsen we op of het stelsel werkt? SDC West geeft mee om de uitkomst van de evaluatie en de continue ontwikkelpunten tijdig verwerken in een structureel verbeterdocument. Ook wordt ook in overweging gegeven om herinvoering van gekozen deelraden op termijn te verkennen, eventueel via een lobby richting Den Haag.
Weesp brengt naar voren dat een inwoneraantal van rond de 30.000 een lokaal bestuur in staat stelt overzicht te behouden en inhoudelijke relaties te onderhouden met de belangrijke lokale actoren. De bestuurscommissie roept raad en college op om voor de lange termijn een terugkeer naar zulk lokaal bestuur als ideaalbeeld te omarmen. Het advies om snel na de start van de nieuwe bestuursperiode te starten met de verdere ontwikkeling van het bestuurlijk stelsel is in lijn met de aanpak die het college in de bestuurlijke reactie voorstelt voor een nieuwe bestuursperiode. Het college is het met de SDC eens dat het belangrijk is om een brede dialoog te voeren over het bestuurlijk stelsel. Daarbij is het belangrijk om ook de genoemde stakeholders te betrekken. Over gekozen deelraden zijn decennialang uitvoerige rapporten en adviezen uitgebracht, mede in opdracht van uw raad. Het college ziet geen noodzaak om een lobby te voeren om deelgemeentebestuur/stadsdeelbestuur zoals vóór 2014 weer wettelijk mogelijk te maken. In Amsterdam functioneert inmiddels al sindsdien een werkend bestuurlijk stelsel. De voorliggende evaluatie betreft de doorontwikkeling van dit stelsel. Er worden in de adviezen veel interessante suggesties voor de veranderaanpak en een nieuw stelsel gedaan naast de bovenstaande.
(Zie de tabel nota van beantwoording.) Het is echter niet meer aan dit college om daar een oordeel over uit te spreken. In de komende bestuursperiode kunnen de nieuwe gemeenteraad en coalitie het beste bepalen welke aanpak naar hun oordeel de beste kans van slagen heeft en daarvoor de benodigde middelen beschikbaar stellen. De middelen voor democratisering zijn, waaruit ook de evaluaties zijn gefinancierd, zijn vanaf 2027 niet meer beschikbaar. Als de nieuwe raad en coalitie kiezen van een andere lange termijn doorontwikkelingsaanpak dan kunnen zij daarbij deze adviezen meenemen.
9