- 03 Deelnemingen (18) Nawoord enquêtecommissie AEB
Tekst van het document
Bezoekadres Stadhuis, Amstel 1 1011 PN Amsterdam
Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 020 552 2062 Fax 020 552 2813 www.amsterdam.nl
Retouradres: Raadsgriffie, Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de gemeenteraad van Amsterdam
17 december 2021 Enquêtecommissie AEB 020 552 2806 w.zanen@amsterdam.nl
Onderwerp
Beantwoording bestuurlijke reactie raadsenquête AEB
Datum Behandeld door Doorkiesnummer
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de Raadscommissie Financiën, Economische Zaken en Duurzaamheid (FED) van 16 december jl. heeft de enquêtecommissie Afval Energie Bedrijf (AEB) de raad aangeboden een nawoord te zullen zenden naar aanleiding van de bestuurlijke reactie van het college d.d. 10 december jl. op het definitieve rapport raadsenquête AEB. De enquêtecommissie concludeert (conclusies 5) dat de impact van het AEB op de gemeentefinanciën voor de periode sinds de ingebruikname van de AEC tot vandaag een positief saldo oplevert. Het positieve saldo wordt voornamelijk verklaard door de hoge rentepercentages die door de gemeente aan het AEB gerekend werden. De gemeente ontving over de onderzoeksperiode van de raadsenquête van 1989 tot heden een bedrag aan rente dat hoger ligt dan het bedrag dat zij aan haar eigen kredietverstrekkers heeft betaald. In de bestuurlijke reactie geeft het college aan zich niet volledig te herkennen in het beeld (conclusie 5) dat de enquêtecommissie schetst aangaande de rentetarieven. Het college erkent dat de gemeente een marktconforme rente op verstrekte leningen moet hanteren en dat het zelf tegen lagere tarieven kan lenen. Tegelijk kan de gemeente langlopende leningen met een vaste rente niet zomaar omzetten naar een lagere rente wanneer de marktrente daalt.
Een en ander is naar het oordeel van het college daardoor niet een op een vergelijkbaar. In de bijlage bij de bestuurlijke reactie wordt dit nader toegelicht. Het college stelt dat om de leningen aan AEB te kunnen verstrekken, de gemeente zelf ook op de kapitaalmarkt leende. Het ging hier in beide gevallen om langlopende leningen tegen een vaste rente waardoor de rente niet stijgt of daalt als de marktrente stijgt of daalt. Nadien is de marktrente wel gedaald, waarvan zowel AEB als de gemeente niet konden profiteren, omdat eerst de langlopende leningen tegen een vaste rente moeten aflopen waarna ze pas kunnen worden geherfinancierd tegen de dan geldende marktrente. Voorts geeft het college aan dat het in de periode sinds de verzelfstandiging geen optie was om over een lagere rente te onderhandelen aangezien de gemeente als financier gebonden was aan staatssteunregels. De commissie wil hier graag als volgt op reageren:
Pagina 2 van 2
Gemeente Amsterdam raadsgriffie
De rente door de gemeente betaalt aan haar kapitaalverstrekkers ligt beduidend hoger doordat de door de gemeente betaalde rente op afgesloten leningen niet daalt Het college suggereert dat de gemeente specifiek voor de financiering van de betreffende investeringsprojecten van het AEB ook lange termijn financieringen had afgesloten, zodat het renteverschil kleiner zou zijn dan dat de enquêtecommissie inschat. De enquêtecommissie heeft informatie ontvangen die anders is. Zo heeft de ACAM, de onafhankelijke auditor van de gemeente, tevens de analyse van de rentebetalingen becommentarieerd. Waar het college stelt dat er lange termijn financiering is afgesloten, stelt ACAM dat de gemeente aan totaalfinanciering doet. Dat wil zeggen dat zij niet specifiek voor bepaalde investeringen de markt op gaat (zoals bijvoorbeeld voor het AEB), maar kijkt naar de financieringsbehoefte van de gemeente als geheel. De gemeente investeert jaarlijks honderden miljoenen in diverse activa. De aangegane leningen van de gemeente kunnen dan ook niet één op één gekoppeld worden aan de leningen die gemeente aan het AEB heeft verstrekt. Verondersteld kan worden dat deze totaalfinanciering zorgt voor een aantrekkelijkere rente voor de gemeente dan dat zij voor specifieke projecten/activa financiering aan zou trekken.
Het college heeft tijdens de commissiebehandeling bevestigd dat de gemeente concernfinanciering hanteert. De gemeente kon de rente die het AEB moest betalen niet verlagen, want dat zou als staatssteun worden gezien Regels omtrent staatssteun spelen ontegenzeggelijk mee in het bepalen van een rentepercentage voor een eigen dienst of deelneming. Het is echter niet het geval dat staatssteunregels de gemeente beletten om de rente voor een dienst of deelneming te verlagen, zolang deze marktconform blijft. Ook private financiers kunnen rentepercentages verlagen wanneer de onderneming in zwaar weer terecht dreigt te komen. Hiermee kan bijvoorbeeld een faillissement afgewend worden en de kans verhogen dat de private financier het kapitaal van de lening terugkrijgt. De gemeente dient dus rekening te houden met marktconforme rentepercentages, maar de door het AEB betaalde rentepercentages lagen significant hoger dan de markt. De enquêtecommissie heeft tevens geen indicaties ontvangen dat het op zijn minst onderzocht is of het verlagen van de rentepercentages binnen de regels omtrent staatssteun valt. Ten slotte De enquêtecommissie dankt het college voor de snelle termijn waarbinnen de inhoudelijke bestuurlijke reactie is gegeven en de uitgesproken waardering.
De enquêtecommissie kijkt terug op een goede behandeling van het rapport in de raadscommissie FED en ziet uit naar de bespreking in de raadsvergadering. Met vriendelijke groet, Namens de enquêtecommissie AEB,
Dorienke de Grave-Verkerk Voorzitter 2