CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bestuurlijk rapport Werken met een arbeidsbeperking

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 5 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Werken met een arbeidsbeperking (VN2025-014588)10.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

x

Verenigde Naties, Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (New York, 13 december 2006). In

werking getreden voor Nederland op 14 juli 2016. Geraadpleegd op 25 augustus 2025 via https://wetten.overheid.nl/BWBV0004045/2016-07-14.

22

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Werken met een arbeidsbeperking

Dat lijkt ons een terechte kanttekening. Maar we geven het college mee dat er meer mogelijk is dan nu gebeurt. Zo kan er bijvoorbeeld onderscheid gemaakt worden tussen mensen die wel en niet zijn opgenomen in het doelgroepregister. Ook zou er onderscheid gemaakt kunnen worden tussen mensen die kortdurende en langdurige ondersteuning nodig hebben. Ons punt van zorg is dat door de huidige wijze van monitoring het zicht verdwijnt op de doelgroep met een arbeidsbeperking die permanente of langdurige ondersteuning nodig heeft. Daarom willen we het college meegeven om rondom de monitoring te kijken naar wat wel vastgelegd kan worden. We halen nogmaals het VN-verdrag aan over de rechten van personen met een handicap waarin wordt gesteld dat er informatie moet worden verzameld om beleid te formuleren en te implementeren. We hopen dat het college erkent dat zicht op de (ondersteuningsbehoefte van de) doelgroep een voorwaarde is om passende ondersteuning te bieden en hier aandacht aan besteedt in het plan van aanpak. Maak duidelijke afspraken over het proces (aanbeveling 3) Het college neemt de aanbeveling over om duidelijke afspraken te maken over de werkwijze en het proces. Zoals we in onze hoofdconclusie aangaven, zien we inefficiënties in de werkwijzen waardoor het systeem om Amsterdammers naar werk te begeleiden op onderdelen niet effectief is en overbelast dreigt te raken.

Dit is een risico waar het college in de bestuurlijke reactie geen aandacht aan besteedt. We adviseren het college daarom om in het plan van aanpak duidelijk te maken hoe het met de opvolging van deze aanbeveling de overbelasting van het systeem wil voorkomen. We zien het plan van aanpak van het college met belangstelling tegemoet. En adviseren de raad om bij de behandeling van het plan kritisch te kijken naar concrete acties die worden voorgesteld en het tempo waarin die zullen worden uitgevoerd.

23

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Werken met een arbeidsbeperking

Achtergrond van het onderzoek In de volgende paragrafen gaan we in op de aanleiding, het doel en de onderzoeksvragen van het onderzoek. U kunt onze gedetailleerde onderzoeksbevindingen vinden in het onderzoeksrapport op onze website. Aanleiding Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is het de taak van de gemeente geworden om mensen met een arbeidsbeperking die voorheen een beroep konden doen op de Wajong en/of de Wsw, te ondersteunen bij het vinden en behouden van werk. Iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Het Amsterdamse gemeentebestuur ziet werk als belangrijk onderdeel van bestaanszekerheid. Dit blijkt onder meer uit de investeringen die het college doet op het gebied van begeleiding naar werk. Er zijn groepen voor wie het vinden en behouden van werk een lastige opgave is. Veel mensen met een arbeidsbeperking kunnen bijvoorbeeld niet of minder makkelijk aan de slag bij een reguliere werkgever. Voor hen is ondersteuning bij het vinden en behouden van werk van belang. Daarom richten wij ons in dit onderzoek specifiek op de begeleiding naar werk voor Amsterdammers met een arbeidsbeperking. Doel Met dit onderzoek willen we bijdragen aan inzicht in de effectiviteit van het Amsterdamse beleid gericht op de begeleiding naar en tijdens werk van mensen met een arbeidsbeperking.

Onderzoek naar doeltreffendheid en de lessen die de gemeente daaruit kan trekken, vormt een belangrijk onderdeel van onze beleidsvisie.56 Daarom staan we in dit onderzoek stil bij de vraag: welke succes- en faalfactoren beïnvloeden de doeltreffendheid van het beleid? Onderzoeksvraag De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek is:

In hoeverre is het gemeentelijk beleid gericht op werk voor Amsterdammers met een arbeidsbeperking doeltreffend? Welke succes- en faalfactoren spelen daarbij een rol? Deelvragen: 1.

2. 3. 4.

5.

Is het gemeentelijk beleidskader gericht op werk voor Amsterdammers met een arbeidsbeperking voldoende helder, concreet, consistent en onderbouwd, en zijn de doelgroep Amsterdammers met een arbeidsbeperking en hun ondersteuningsbehoefte in beeld? In hoeverre monitort de gemeente de effectiviteit van het beleid en stuurt zij indien nodig bij? Zorgt de uitvoering van het gemeentelijk beleid gericht op Amsterdammers met een arbeidsbeperking voor een duurzame uitstroom naar betaald werk? In hoeverre ervaren de doelgroep en betrokkenen de ondersteuning van de gemeente bij het begeleiden naar en behouden van werk van Amsterdammers met een arbeidsbeperking als effectief? Stelt de informatievoorziening van het college de raad voldoende in staat om (de doeltreffendheid van) het gemeentelijk beleid te volgen en bij te sturen?

24

Rekenkamer Amsterdam - Bestuurlijk rapport - Werken met een arbeidsbeperking

De deelvragen zijn iets aangepast ten opzichte van de onderzoeksopzet:   

We hebben deelvragen 1 en 2 samengevoegd; We hebben een vraag toegevoegd over monitoring en sturing; We hebben deelvraag 5 over succes- en faalfactoren niet als losse deelvraag beantwoord in het onderzoeksrapport. We hebben wel in alle hoofdstukken aandacht gehad voor succes- en faalfactoren. We hebben deze vraag vanuit verschillende perspectieven beantwoord: volgens de doelgroep, volgens betrokkenen, volgens de ambtelijke organisatie en op basis van onze eigen analyses van de beschikbare informatie. In interviews hebben we respondenten gevraagd wat in de begeleiding door de gemeente volgens hen wel en niet effectief is en welke knelpunten/belemmeringen en succesfactoren zij zien in (de uitvoering van) het huidige beleid. De beantwoording van deze deelvraag komt terug in onze hoofdconclusie in het bestuurlijke deel van het onderzoek.

Onderzoeksteam Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad Directeur

Annelies Daalder

Onderzoekers

Erik Oppenhuis (projectleider) Meike Jansen Nynke Poortinga Rosalie Joosten Wouter Schakel

Dankwoord Tot slot willen we iedereen die aan dit onderzoek heeft meegewerkt hartelijk danken voor hun tijd, inzet en openheid. In het bijzonder bedanken we de Amsterdammers die we hebben gesproken voor de waardevolle inzichten en hun ervaringen rondom werken met een arbeidsbeperking.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16129907/1