03 Beleidsvisie RMA 2023-2028-def
Tekst van het document
BELEIDSVISIE
Beleidsvisie RMA 2023-2028 3 MEI 2023
DEFINITIEF Dit betreft de Beleidsvisie RMA 2023-2028 van de Rekenkamer Metropool Amsterdam.
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Colophon Rekenkamer Metropool Amsterdam drs. Annelies Daalder (directeur) Beleidsvisie Rekenkamer Metropool Amsterdam 2023-2028
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028
Inhoudsopgave 1
Missie van de rekenkamer ......................................................................................... 4
2
Beleidsvisie ................................................................................................................ 4
2.1 Periode 2016-2022 ........................................................................................................................4 2.2 Evaluatie 2016-2022 ......................................................................................................................5 2.3 Beleidsvisie 2023-2028 .................................................................................................................5
3
Meerjarenraming...................................................................................................... 12
4
Tot slot...................................................................................................................... 15
3
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
1 Missie van de rekenkamer Met de komst van een nieuwe directeur hebben we in 2022 onze missie enigszins gewijzigd. Onze missie is bij te dragen aan een transparante, betrouwbare en lerende gemeente en daarmee bij te dragen aan de versterking van de lokale democratie. Dit doen we conform onze wettelijke taak door onafhankelijk onderzoek te doen naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid en op die manier een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de controlerende functie van de raad en daarmee van het lokaal bestuur. Zo helpen we de gemeenten beter te maken.
2 Beleidsvisie De taak van de decentrale rekenkamers is verankerd in de Gemeentewet. Het is de wettelijke taak van de rekenkamer om onderzoek te doen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door de gemeente gevoerde bestuur. De rekenkamer dient met haar onderzoeken bij te dragen aan de verbetering van de controlerende en kaderstellende functie van de raad en daarmee aan de verbetering van het lokaal bestuur in de gemeenten waarvoor zij actief is. Binnen de ruimte van de wet geeft een rekenkamer inkleuring aan haar werk. De inkleuring van de Rekenkamer Metropool Amsterdam, die mede afhankelijk is van de context waarin we opereren, is neergelegd in de beleidsvisie en komt met name tot uiting in de keuzes bij de onderzoeksprogrammering en de wijze waarop wij de kennis die via de uitgevoerde onderzoeken wordt verkregen, actief uitdragen. Voor de periode 2016-2022 was een beleidsvisie ontwikkeld die de leidraad was voor onze activiteiten tot medio 2022. Hieronder gaan we eerst kort in op die visie en de evaluatie daarvan. Daarna gaan we in op de visie voor de komende zes jaar.
2.1 Periode 2016-2022 Voor de periode 2016-2022 was het hoofdthema van onze beleidsvisie ‘Navolgbaar rekenen op de participatiesamenleving’. Daarmee speelden we in op de veranderde context bij gemeenten als gevolg van de decentralisaties in het sociaal domein, waarin de gemeenten worden geacht de nieuwe taken uit te voeren volgens het gedachtegoed van de participatiesamenleving. Een gemeente die haar werk wil vormgeven door met partners samen te werken, kan niet alles zelf onder controle hebben. Toch blijft de besteding van publieke middelen vragen om het afleggen van verantwoording. Dit blijkt in de praktijk lastig. Gebrekkige en weinig transparante verantwoording ondergraaft uiteindelijk het draagvlak voor het handelen van de overheid. Voor de beleidsperiode 2016-2022 speelde het begrip ‘verantwoorden’ daarom een belangrijke rol in ons onderzoek. Het ging daarbij om de vraag of de effecten van de besteding van publieke middelen maatschappelijk zichtbaar zijn.
4
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028
2.2 Evaluatie 2016-2022 Begin 2022 is samen met een externe onderzoeker een zelfevaluatie gemaakt over de uitvoering van onze beleidsvisie in de periode 2016-2022: Beleidsvisie 2016-2022 In retrospectief. Uit deze zelfevaluatie blijkt dat we in die periode een paar grote stappen hebben gemaakt. Eén daarvan was de ontwikkeling van onze website waarmee de rekenkamer volledig transparant is over haar werk. Ook hebben we burgers meer betrokken bij onze onderzoeken. Door het thema ‘(publiek) verantwoorden’ centraal te stellen, is een cultuur van openheid bij lokale overheden gestimuleerd. Daarnaast is de taak om over de opvolging van aanbevelingen te rapporteren en daarvoor plannen van aanpak te formuleren, belegd bij het college van B en W. Ook is een begin gemaakt met een meer thematische programmering door op verschillende beleidsterreinen onderzoeken te doen naar voorwaarden voor een goede verantwoording: het gebruik van juiste indicatoren en een informatievoorziening die op orde is. Uit de evaluatie kwamen ook verbeterpunten naar voren. Zo werd geconstateerd dat we, door te veel focus te leggen op de aanbevelingen en een koppeling van effectiviteit aan de opvolging daarvan, een beperkte blik hadden op de door ons bereikte effecten.
Daarnaast zou de relatie met de raad versterkt kunnen worden door regelmatiger de mening van de raadsleden over het werk van de rekenkamer te peilen. Op die manier kan ook een beter inzicht ontstaan in de bijdrage van ons werk aan de controlerende taak van de raad. Verder kwam uit de evaluatie de vraag naar voren of de burgers in de stad wel voldoende worden bereikt en of de media-aandacht voldoende is om daaraan bij te dragen. Media-aandacht leidt niet altijd tot meer doorwerking, maar is wel belangrijk om een breder publiek te bereiken. De Amsterdamse panelleden vonden dat die media-aandacht groter zou mogen zijn. Niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook in wijken en buurten.
2.3 Beleidsvisie 2023-2028 Doordat de taak van de rekenkamer wettelijk is vastgelegd, blijft de kern van onze werkzaamheden constant. De komende jaren blijven we bij de Rekenkamer Metropool Amsterdam conform onze wettelijke taak als onafhankelijk instituut op gedegen wijze onderzoek doen naar het handelen en de effecten van het beleid van de gemeentebesturen van Amsterdam en Zaanstad. Doen de besturen van de gemeenten wat ze hebben afgesproken en doen ze dat op een doeltreffende, efficiënte en rechtmatige wijze? De kwaliteit van ons onderzoek staat daarbij voorop. We houden ons hierbij aan de kwaliteitsnormen die zijn vastgelegd in het kwaliteitshandvest dat is opgesteld samen met de rekenkamers van Rotterdam, Utrecht en Den Haag en de Randstedelijke rekenkamer. Met deze rekenkamers vindt regelmatig overleg plaats. Daarboven gaan we werken met extra intercollegiale toetsing. Dat betekent dat tenminste elke onderzoeksopzet en elke bestuurlijke rapportage zal worden meegelezen en van commentaar voorzien door een senior onderzoeker die niet aan het betreffende onderzoeksteam is verbonden. Daarnaast betrekken we voor sommige onderzoeken externe onderzoekers, verbonden aan een universiteit of hogeschool, om ons werk van commentaar te voorzien. Halverwege de
5
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM periode van deze beleidsvisie vragen we enkele externen te reflecteren op ons werk.
2.3.1 Focus voor de komende jaren: doorwerking Ten opzichte van de afgelopen jaren zullen wij de komende jaren meer aandacht besteden aan de doorwerking van onze onderzoeken. Immers, een grotere doorwerking van ons werk komt de relevantie hiervan en uiteindelijk de lokale democratie ten goede. Voor de doorwerking in de zin van het gebruik van kennis in beleidsprocessen worden verschillende vormen onderscheiden. In navolging van Lemmens (2014)a definiëren we voor deze beleidsvisie doorwerking primair als “een bijdrage leveren aan de verbetering van de beleidsvorming, besluitvorming en beleidsuitvoering” door middel van het bieden van toepassingsgerichte kennis op basis van door ons verricht beleidsonderzoek. We willen onze focus een fractie verschuiven van puur ‘verantwoording’ naar ‘lessen die te leren zijn voor de gemeentebesturen en gemeentelijke organisaties’. Het functioneren van de lokale overheid en lokale democratie is gebaat bij een organisatie die leert van haar eerdere handelen en de reflectie daarop. Per 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers van kracht. Daarmee is artikel 185a van de Gemeentewet gewijzigd.
Nu zijn de colleges verplicht jaarlijks een overzicht aan hun raad te zenden van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van het standpunt van het college daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. Dit kan het inzicht in de doorwerking van ons werk vergroten. Uit onderzoek komen diverse factoren naar voren die van belang zijn voor een succesvolle doorwerking van lokaal rekenkameronderzoek. Voor deze visie gebruiken we onder andere bevindingen van Sjoerd Keulen in zijn recente onderzoek naar succesfactoren.b We combineren deze met de lessen uit de evaluatie van onze beleidsvisie 2016-2022 en uit een afstudeerscriptie over factoren van doorwerking van rekenkameronderzoek die onder begeleiding van een van onze senioren tot stand is gekomen.c
2.3.2 De gemeenteraad Onze primaire doelgroep is en blijft de gemeenteraad. Regelmatig en betekenisvol contact met de gemeenteraad is belangrijk om goed aan te kunnen sluiten bij de behoeften van gemeenteraadsleden. We zijn daarom reeds gestart met een intensivering van ons contact met de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad. Elk jaar hebben we contact met de
a Lemmens E.J.M., Voorwerking, werking en doorwerking: een praktisch instrument voor het meten van
de effectiviteit van rekenkamers. Beleidsonderzoek Online, DOI: 10.5553/Beleidsonderzoek.000039, februari 2014. b Sjoerd Keulen, De doorwerking van lokaal rekenkameronderzoek: een empirische zoektocht naar succesfactoren van gebruik, Bestuurswetenschappen (75) 2, DOI: 10.5553/Bw/016571942021075002007, 2021. c Mariën van Heerwaarden, Wat bereiken ze er mee? Vergelijkend onderzoek naar de onderliggende factoren van doorwerking bij rekenkameronderzoek, afstudeeronderzoek Hogeschool van Amsterdam, 2022.
6
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028 raad over de invulling van onze onderzoeksprogrammering, maar ook tussendoor zoeken we op laagdrempelige wijze contact met raadsleden om hun informatiebehoefte te peilen en daarop flexibel in te kunnen spelen. Daarnaast starten we met een experiment om via monitoring van de kwaliteit van de informatievoorziening op een thema de raadsleden beter te kunnen ondersteunen. In het eerste jaar doen we dat op het thema van de financiën, met een zogenaamde financiële monitor. Dit is geen rekenkameronderzoek in de gebruikelijke zin. We lezen de gemeentelijke financiële stukken die de colleges van Amsterdam en Zaanstad naar de gemeenteraad sturen en kijken naar dingen die ons opvallen. Daarover beschrijven wij, als daar reden voor is, aandachtspunten en vraagpunten en brengen die met een brief onder de aandacht van de gemeenteraadsleden. Op die manier willen we de gemeenteraden ondersteunen in hun kaderstellende en controlerende taak. Na een jaar evalueren we of het zinvol is om hiermee door te gaan of niet. Ook zijn we een experiment gestart met het uitvoeren van klein onderzoek, om te zien of dat in een behoefte voorziet. Verder zullen we structureel voorafgaand aan de presentatie van veelomvattende rapporten in de gemeenteraad technische sessies organiseren waarin raadsleden op eenvoudige wijze informatie krijgen en vragen kunnen stellen over het onderzoek.
We proberen door op diverse manieren contact te onderhouden met raadsleden en een variatie in informatievormen, zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van raadsleden. We gaan de raadsleden jaarlijks bevragen over hun ervaringen met onze onderzoeken en onze informatievoorziening en gaan deze feedback gebruiken bij herijking van onze werkwijzen.
2.3.3 De burgers De burgers zijn de belanghebbenden van gemeentelijk beleid en vormen daarmee onze tweede doelgroep. Openheid en transparantie zijn belangrijk voor vertrouwen in de overheid. We willen via ons onderzoek bijdragen aan die openheid en transparantie. Om die reden is het belangrijk dat we ons onderzoek en meer beschouwende informatie beter dan voorheen op een toegankelijke wijze weten te ontsluiten en onder de aandacht van burgers te brengen. We gaan hiervoor verkennen of we kunnen samenwerken met bibliotheken of buurthuizen. We zijn gestart met een doorontwikkeling van onze communicatie met het doel om effectiever te communiceren en zetten dat de komende jaren voort. Daarnaast zullen we de komende jaren daar waar mogelijk en nuttig burgers betrekken in ons werk. Eind 2022 hebben we burgers van Amsterdam via diverse kanalen opgeroepen mee te denken over ons onderzoeksprogramma; die lijn trekken we de komende jaren door. Daarnaast betrekken we het burgerperspectief waar mogelijk in onze onderzoeken. Ook willen we de komende jaren in ieder geval één experiment uitvoeren met citizen science, ofwel burgerwetenschap, waarbij burgers meedoen aan het uitvoeren van het onderzoek, onder begeleiding van onderzoekers van de rekenkamer. In Amsterdam hebben we een burgerpanel in eigen beheer dat we intensiever bij ons werk gaan betrekken.
In 2023 zijn we hiermee begonnen door het organiseren van twee sessies in ons kantoor over
7
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM communicatie waarvoor leden van het burgerpanel zich konden aanmelden. Ongeveer vijftig Amsterdammers hebben in deze levendige sessies nuttige feedback gegeven op onze wijze van communiceren. Aandachtspunt voor het komende jaar is de diversiteit in ons burgerpanel te vergroten of een andere wijze van het betrekken van burgers te introduceren om de diversiteit van de deelnemers te vergroten.
2.3.4 De onderzoeksprogrammering Elk najaar werken we bij de rekenkamer aan de onderzoeksprogrammering voor het daaropvolgende jaar. De programmering wordt in december of januari gepubliceerd. Voor het onderzoeksprogramma van 2023 zijn we gestart met een nieuwe werkwijze van programmeren die we de komende jaren willen voortzetten. In plaats van nauw omschreven onderzoeksonderwerpen presenteren we thema’s die als leidraad functioneren voor het starten van nieuwe onderzoeken in het volgende jaar. Met deze nieuwe werkwijze willen we meer ruimte voor flexibiliteit bij het opzetten van onderzoeken mogelijk maken. Daarmee verwachten wij dat we bij het starten van onderzoeken, bijvoorbeeld bij de afbakening, beter rekening kunnen houden met actuele ontwikkelingen. De thema’s geven wel aan welke (beleids)terreinen het volgende jaar onze aandacht zullen krijgen. Vanwege de verdeling van onze capaciteit naar rato van de financiële bijdragen die zijn vastgelegd in de Gemeenschappelijke regeling (9,2% voor Zaanstad, 91,8% voor Amsterdam), is het aantal onderzoeken dat we voor Amsterdam kunnen doen vanzelfsprekend groter dan het aantal voor Zaanstad. Het onderzoeksprogramma voor Zaanstad heeft dan ook een beperkter karakter dan dat voor Amsterdam. In het najaar van 2022 hebben we ons systematisch en zo breed mogelijk georiënteerd op vraagstukken die spelen in Amsterdam en Zaanstad.
Voor het eerst zijn alle medewerkers van de rekenkamer hier intensief bij betrokken. Voor Amsterdam konden we - naast de drie invalshoeken van de raad, het college en de buitenwereld - de invalshoek van de Amsterdammer uitgebreider meenemen door een bevraging van ons burgerpanel en het organiseren van een campagne (online en in print) waarbij Amsterdammers voorstellen voor onderzoeken konden indienen. Zie voor een beschrijving van de bronnen die we voor de diverse invalshoeken hebben gebruikt (bijvoorbeeld consultatie van de raadsfracties en input van de lokale ombudsman) de onderzoeksprogramma’s van Amsterdam en Zaanstad. Voor het onderzoeksprogramma van Amsterdam heeft deze procedure geresulteerd in zeven nieuwe thema’s waarvoor we naast de lopende onderzoeken (bijvoorbeeld op het thema wonen), onderzoek willen starten in 2023: Klimaat en duurzaamheid, Gemeentelijke financiën, Afval en reiniging, Voorzieningenniveau in een groeiende stad, Inrichting en onderhoud openbare ruimte, Bestaanszekerheid en Kansengelijkheid. Kansengelijkheid hebben we benoemd als ‘horizontaal’ thema, waarmee we bedoelen dat we dit thema zoveel mogelijk in de diverse te starten onderzoeken willen meenemen als aandachtspunt. Dit zijn brede en belangrijke thema’s voor de stad, waarvan we in ieder geval een aantal de komende jaren willen laten doorlopen.
8
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028 Door te werken met structurele thema’s waarbinnen we opeenvolgend meerdere onderzoeken uitvoeren, kunnen we meerwaarde creëren. Door kenniscumulatie en langdurige aandacht voor thema’s denken we de raad beter te kunnen bedienen. Bovendien speelt de timing van afronding van afzonderlijke onderzoeken dan minder een rol. Timing is een belangrijke maar tegelijkertijd, door de doorlooptijd van onderzoek, complexe factor bij doorwerking. Bij een losstaand onderzoek op een specifiek onderwerp dat op het moment van voorbereiding actueel is, lopen we een risico dat het onderwerp na uitvoering van ons onderzoek niet meer relevant is of in een andere context is beland, waardoor het rapport te laat komt om nuttig te kunnen zijn. Zelfs bij de kleine onderzoeken waarmee we bij wijze van experiment dit jaar zijn gestart, hebben we doordat we afhankelijk zijn van levering van gegevens en vastgelegde procedures en tijdpaden van bijvoorbeeld wederhoor, te maken met een flinke doorlooptijd voordat een onderzoek kan worden gepubliceerd. Praktisch betekent de keuze voor thema’s die meerdere jaren doorlopen dat het maken van de jaarlijkse onderzoeksprogrammering niet elk jaar op dezelfde manier zal verlopen, maar eens in de twee à drie jaar een diepgaande voorbereiding kent, zoals de programmering van 2023.
In de tussenliggende jaren heeft de programmering meer het karakter van een update om te zien of een of meer van deze thema’s aan betekenis heeft ingeboet en of we geen nieuwe belangrijke thema’s missen. Voor de programmering van Zaanstad geldt een vergelijkbaar alternerend ritme, waarbij de update in overleg met de raadsfracties met name gericht zal zijn op een prioritering van de thema’s die in het jaar van de uitgebreide consultatie en oriëntatie op de groslijst zijn gekomen. Onze uitgangspunten bij het selecteren en afwegen van de onderwerpen waarnaar we onderzoek doen, staan in het kader. Uitgangspunten bij het selecteren van onderzoeksonderwerpen Bij het selecteren en afwegen van onderzoeksonderwerpen hanteren wij de volgende uitgangspunten: •
Het onderwerp past binnen onze wettelijke taak en wij zijn bevoegd om de doelmatigheid, doeltreffend en rechtmatigheid van een onderwerp te onderzoeken.
•
Het onderwerp heeft een financieel, organisatorisch, maatschappelijk of bestuurlijk belang of de gemeente loopt risico's.
•
Het onderwerp is van invloed op het functioneren van raadsleden, raakt burgers, bedrijven of organisaties, of is van invloed op het intern functioneren van de gemeentelijke organisatie of het gemeentebestuur. Onderwerpen die door raadsleden of externe partijen - waaronder burgers - worden aangedragen, nemen we mee in onze afweging om een onderwerp te selecteren.
•
Het onderwerp is van toegevoegde waarde voor de gemeenteraad, burgers of de ambtelijke organisatie. Dat betekent dat het onderzoek naar onze verwachting bijdraagt aan het verbeteren van het functioneren van de gemeente. Ook moet de
9
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM verwachting zijn dat het onderwerp nieuwe informatie oplevert. Het onderwerp is recent niet al onderzocht in vergelijkbare vorm. •
We houden ruimte voor bewuste willekeur, zodat ook onderwerpen die op bovenstaande uitgangspunten niet in aanmerking zouden komen voor selectie en daardoor altijd onderbelicht blijven, toch geselecteerd kunnen worden.
•
We houden bij het selecteren van een onderwerp ook rekening met onze eigen efficiëntie en effectiviteit, en maken daarbij de afweging of de in te zetten middelen ook opwegen tegen het verwachte onderzoeksresultaat.
2.3.5 Inhoud publicaties Een belangrijke factor voor een succesvolle doorwerking van ons onderzoek is het helder opschrijven van bevindingen en conclusies en het bieden van een handelingsperspectief. Met het oog daarop zullen we in onze onderzoeken vaker de ‘waarom-vraag’ meenemen. Als er niet doelmatig, doeltreffend of rechtmatig wordt bestuurd, waarom gebeurt dat dan? De beantwoording van die vraag maakt het eenvoudiger om van onze onderzoeken te kunnen leren. Voor de doorwerking van aanbevelingen is het belangrijk dat aanbevelingen duidelijk zijn beargumenteerd vanuit de onderzoeksbevindingen, uitvoerbaar zijn en begrijpelijk zijn geformuleerd. Door daar waar mogelijk ‘science-based’ te werken (bijvoorbeeld door het koppelen van ons onderzoek aan bestaande wetenschappelijke kennis en gebruik van meerdere perspectieven in ons onderzoek) kan de basis onder de aanbevelingen versterkt worden. De mate van concreetheid is een aandachtspunt waarvoor een balans gezocht moet worden. Concrete aanbevelingen zijn veelal eenvoudig te implementeren en werken eerder door. Aan de andere kant heeft de organisatie soms ruimte nodig om de oplossingsrichting te kiezen die past bij de specifieke omstandigheden en is het in zo’n geval zinvoller om aanbevelingen minder gedetailleerd te formuleren.
2.3.6 Communicatie De kwaliteit van de communicatie speelt een belangrijke rol bij de verspreiding en doorwerking van rekenkameronderzoek. Zowel uit de evaluatie van de beleidsvisie 20162022 als uit advies van een externe communicatiedeskundige uit 2022 komt naar voren dat we op het gebied van communicatie een verbeterslag kunnen maken. Met behulp van de externe deskundige maken we een verbeterplan voor diverse vormen van communicatie over onze werkzaamheden. Daarbij hebben we niet alleen aandacht voor onze primaire doelgroep van raadsleden, maar ook voor de burgers van Amsterdam en Zaanstad. Afhankelijk van de informatiebehoefte van raadsleden brengen we meer diversiteit aan in onze producten met bijvoorbeeld factsheets of juist mondelinge toelichtingen. Mede voor de burgers richten we ons op social media en klassieke media, en ook op bijvoorbeeld bijeenkomsten. We gaan voor elk rapport een publiekssamenvatting op B1-taalniveau
10
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028 maken en waar nuttig en mogelijk gaan we werken met visualisaties. Meer en inspirerende communicatie over ons werk zorgt ervoor dat mensen kunnen volgen wat wij doen en bevordert de zichtbaarheid en bruikbaarheid van ons werk. We doen dit ook in samenwerkingsverbanden en via bijvoorbeeld het geven van gastcolleges.
2.3.7 Interactie met ambtenaren Voor de doorwerking van aanbevelingen is de politieke cultuur en ambtelijke organisatiecontext ook van belang. Voor het creëren van een vruchtbare bodem voor aanbevelingen is oog voor die context van belang. Om de onafhankelijkheid van de rekenkamer te bewaken en benadrukken, is onze afstand tot ambtenaren in het verleden vrij groot geweest. Het is onze overtuiging dat met rolvastheid en respect voor elkaars rollen het goed mogelijk is de interactie tussen de rekenkamer en de ambtelijke organisatie de komende jaren te vergroten. Het gaat dan niet alleen om structurele communicatie en afstemming tussen de rekenkamer en ambtelijke organisatie voorafgaand aan en tijdens een onderzoek, maar ook om ‘nazorg’ en interactie tussen de directeur van de rekenkamer en de top van de ambtelijke organisatie. Met betrekking tot nazorg willen we een proces ontwikkelen om structureel na een onderzoek contact te hebben met de ambtelijke organisatie, onder andere om te bespreken of de ambtelijke organisatie de aanbevelingen wel begrijpt zoals wij ze hebben bedoeld. Wij willen zelf ook een lerende organisatie zijn en daarvoor is het ook van belang om te weten hoe onze aanbevelingen landen, of mensen die met onze aanbevelingen aan de slag moeten ermee uit de voeten kunnen en zo niet, waarom niet.
2.3.8. Organisatie We zijn een onafhankelijke organisatie zonder politieke agenda. Om de hierboven uiteengezette lijnen in de praktijk te kunnen brengen is een transparante organisatie nodig met lerend vermogen en deskundige professionals. Om het lerend vermogen te stimuleren en het beste uit onszelf te halen, zijn we gestart met meer inbreng van de medewerkers in het beleid van de organisatie. Deze ontwikkeling wordt de komende jaren voortgezet. Dit krijgt onder andere vorm via een aantal werkgroepen op thema’s die door de medewerkers zijn aangedragen en via bureaubrede overleggen die eens per twee weken plaatsvinden en waar transparantie over belangrijke ontwikkelingen binnen de rekenkamer en over de werkzaamheden van de directeur voorop staan. In meerdere personeelsgesprekken per jaar tussen medewerkers en de directeur wordt onder meer gesproken over opleidingsbehoefte, persoonlijke ontwikkeling en functioneren. Het team heeft een brede deskundigheid en expertise van lokale thematiek. De komende jaren willen we meer inzetten op innovatie van onze onderzoeksmethoden, bijvoorbeeld via een experiment met de bovengenoemde citizen science. We gebruiken intervisiegroepen met andere grote rekenkamers voor reflectie op onze werkwijzen. Binnen de rekenkamer koesteren we verschillen tussen collega’s. Een divers team zorgt voor een prettige werksfeer en levert betere resultaten.
We hebben het afgelopen jaar meer
11
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM aandacht besteed aan sociale interactie tussen de medewerkers dan voorheen en die lijn zetten we de komende jaren voort. Om aandacht voor diversiteits- en inclusieaspecten zowel voor ons team als binnen onze onderzoeken en communicatie een impuls te geven, start de directeur samen met een medewerker in 2023 met de vorming en uitvoering van een diversiteits- en inclusieplan waarbij het hele team betrokken zal worden. Doordat we een verdieping huren in een verzamelgebouw hebben we op het terrein van duurzaamheid niet alles zelf in de hand. Waar mogelijk maken we duurzame keuzes. We hebben geen parkeerplaats en alle medewerkers komen met de fiets of het openbaar vervoer naar kantoor en gaan lopend, met de fiets of het openbaar vervoer naar afspraken. ’s Winters staat onze verwarming op 19 graden en het licht werkt via een bewegingssensor. Onze koffie en thee is biologisch en Fair Trade. Bij het bestellen van kantoorartikelen en meubilair kiezen we voor duurzame opties. Op het vlak van bedrijfsvoering plegen we met name in 2023 een extra inspanning op de verbetering van onze informatiehuishouding. In samenwerking met de ambtelijke organisatie van Amsterdam werken we aan het actualiseren van ons archiefbeheersplan uit 2006 en het opstellen van een handreiking voor archivering.
Op basis daarvan zullen we een deel van de documenten vernietigen en een deel van de afgesloten dossiers van onderzoeken vanaf 2010 overdragen aan het Stadsarchief.d We streven ernaar de komende jaren de werkzaamheden te blijven doen met de huidige omvang van de organisatie. Deze beleidsvisie omvat wel een aantal nieuwe taken, zoals het experimenteren met monitoring, het meer betrekken van burgers, doorontwikkeling van onze communicatie, nieuwe vormen van het presenteren van bevindingen en intensivering van de nazorg. Zeker het eerste jaar zal dit extra inspanningen en ontwikkelkosten vergen. Als de komende jaren blijkt dat er behoefte is ofwel bij de gemeenteraden ofwel bij de rekenkamer aan extra werkzaamheden van de rekenkamer, zal daarover een gesprek gestart worden om te bezien wat de mogelijkheden zijn.
3 Meerjarenraming In deze paragraaf zijn de meerjarenramingen van de balansen en exploitaties van de rekenkamer voor de periode 2023 tot en met 2028 opgenomen. De ramingen zijn voorzien van een korte toelichting.
d Onderzoeken van vóór 2010 zijn reeds overgedragen aan het Stadsarchief.
12
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028
Tabel 1 - Meerjarenraming balansen RMA in duizenden euro’s 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Activa Vaste activa Investeringen huisvesting en ICT
89
40
5
2
0
0
Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa
50 0 793
50 0 793
50 0 793
50 0 793
50 0 793
50 0 793
Totaal activa
932
883
847
845
843
843
357
357
357
357
357
357
- huisvesting
66
33
0
0
0
0
- ICT - Zesjaarlijkse afrekening
23
7
5
2
0
0
236
236
236
236
236
236
0
0
0
0
0
0
Kortlopende schulden/ overlopende passiva
250
250
250
250
250
250
Totaal passiva
932
883
847
845
843
843
Vlottende activa
Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves
Vaste schulden Vlottende schulden
Korte toelichting op de meerjarenraming balansen RMA Het beleid van de Rekenkamer Metropool Amsterdam is om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Hierdoor kunnen schommelingen in het uitgavenniveau zelf worden opvangen. De begrote stand eind 2024 bedraagt € 356.556 (13,5%). Verder heeft de Rekenkamer Metropool Amsterdam als beleid om investeringen met eigen middelen te financieren. Dit doet zij door bestemmingsreserves te vormen. De jaarlijkse afschrijvingskosten worden met deze reserves gedekt. In september 2025 loopt het huurcontract af van de huidige kantoorlocatie. De in het verleden gedane investeringen zijn dan volledig afgeschreven. Als we naar een nieuwe
13
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM locatie moeten verhuizen, moeten we naast verhuiskosten vermoedelijk nieuwe investeringen in de huisvesting doen. Dit is (nog) niet verwerkt in de meerjarenraming. De ICT-investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. Vervanging van ICT-investeringen vindt plaats op het moment dat deze economisch zijn afgeschreven. Daarnaast is de verwachting dat we door innovatieve ontwikkelingen geregeld nieuwe investeringen in soft- en hardware moeten doen. Als dat aan de orde is, doen we daarvoor begrotingsvoorstellen.
Tabel 2 - Meerjarenraming exploitatie RMA in duizenden euro’s 2023e
2024
2025
2026
2027
2028
2.412,9
2.645,4
2.645,4
2.645,4
2.645,4
2.645,4
Taakveld 0.1 Bestuur
1.925,1
1.997,4
1.997,4
1.997,4
1.997,4
1.997,4
Taakveld 0.4 Overheadf
655,6
685,0
685,0
685,0
685,0
685,0
Onvoorzien
12,0
12,0
12,0
12,0
12,0
12,0
Totale lasten
2.592,7
2.694,5
2.694,5
2.694,5
2.694,5
2.694,5
Saldo van baten en
-179,8
-49,1
-49,1
-49,1
-49,1
-49,1
179,8
49.1
49.1
49.1
49.1
49.1
0
0
0
0
0
0
Baten Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning Lasten
lasten Mutaties reserves Resultaat
Korte toelichting op de meerjarenraming exploitatie RMA De bedragen zijn gebaseerd op een geschat prijspeil 2024 zoals bij het opstellen van de begroting is voorzien (indexering van 4,0% ten opzichte van de Begroting 2023). Incidentele baten en lasten Vanaf het jaar 2024 zijn in de meerjarenraming geen incidentele baten of lasten voorzien. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarbegrotingen bezien of er aanleiding is om incidentele posten te begroten. Structurele onttrekkingen aan reserves De mutaties reserves hebben betrekking op onttrekkingen aan de bestemmingsreserves
e Eerste begrotingswijziging 2023. f In onze begrotingen staat wat precies onder overhead valt. Dit omvat onder meer
huisvestingslasten, overige materiële kosten, kapitaallasten en personeelskosten voor secretariaat.
14
BELEIDSVISIE RMA 2023-2028 huisvesting en ICT. Deze onttrekkingen dienen om de afschrijvingslasten te dekken. In 2024 wordt hiervoor € 49.050 aan de betreffende reserves onttrokken.
4 Tot slot De wettelijke taak van de rekenkamer is door het doen van onafhankelijk onderzoek bij te dragen aan de verbetering van de controlerende en kaderstellende functie van de gemeenteraad. Daarmee ligt de standaardactiviteit van de rekenkamer vast. In deze beleidsvisie is in grote lijnen beschreven met welke focus en hoe we daar invulling aan willen geven. Meer concrete keuzes worden gemaakt, vastgelegd en toegelicht in onze jaarlijkse onderzoeksprogramma’s, jaarverslagen, jaarrekeningen en begrotingen.
15