CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

03 20210210-Raadsvoordracht HWV.docx

Raadscommissie Wonen en Bouwen 3 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam (ZD2021-002065)3.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

Voordracht voor de Raadsvergadering van 10 maart 2021

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

Openbare ruimte < automatisch > College van B en W 9 februari 2021 Onderwerp

Vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. 2.

Kennis te nemen van de Nota van Beantwoording met de adviezen van bewoners, organisaties, stadsdeelbesturen en waterschappen, op basis waarvan de ontwerp hemelwaterverordening is gewijzigd; Vaststellen van de Hemelwaterverordening Amsterdam waarvan de kern is: a. Bij nieuwe gebouwen verplicht te stellen het hemelwater op eigen perceel te bergen, om wateroverlast en waterschade bij extreme regenbuien tegen te gaan; b. Daarbij dient minimaal 60 liter hemelwater te worden opgevangen per m2 bebouwd oppervlak en dient deze hoeveelheid hemelwater binnen 60 uur weer te worden afgevoerd met een maximum lozing op het riool van 1 liter per m2 bebouwd oppervlak; c. Op deze eisen zijn uitzonderingen mogelijk wanneer de hemelwaterberging op een centraal besturingssysteem is aangesloten en er dus op verwachte regenval wordt geanticipeerd, of voor hemelwaterhergebruiksystemen. Verder geldt voor vergunningsvrije gebouwen dat zij voldoen aan de vereisten als ze zijn voorzien van een groen dak met minimale waterberging 30 liter per m²; d. Het college kan nadere regels stellen en daarmee invulling geven aan de voorschriften en kan per gebied een aangepaste doelmatige bergingscapaciteit eisen als dat vanwege de wateroverlast nodig is; e. De eisen gelden voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid; f.

De eisen gelden ook voor gebouwen waar op of onder het gebouw één of meer bouwlagen worden toegevoegd, tenzij het bestaande gebouw niet bestand is tegen het aanbrengen van een hemelwaterberging op dat gebouw en er rond het bestaande gebouw geen of onvoldoende oppervlak aanwezig is om in hemelwaterberging te voorzien.

Wettelijke grondslag

Artikel 149 en 156 Gemeentewet (algemene verordenende bevoegdheid gemeenteraad en delegatiebepaling raad) Artikel 10.32a Wet milieubeheer (specifieke verordenende bevoegdheid gemeenteraad voor hemelwater) Bestuurlijke achtergrond

De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de zorgplicht om afvloeiend hemelwater te verwerken. In het door de gemeenteraad aangenomen Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRP) 2016-2021 staat hoe de gemeente Amsterdam deze verantwoordelijkheid invult. Voor hemelwater zijn daarin de uitgangspunten onder

andere:  de perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein;  hemelwatergebruik heeft de voorkeur boven direct lozen;  de gemeente houdt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met het tijdelijk opvangen van extreme buien; In het GRP is de ambitie geformuleerd dat de stad, zowel privaat als publiek terrein, in 2020 een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Wethouder Ivens heeft in de Commissie Wonen en Bouw van 12 september 2018 toegezegd om in dat kader onder andere een hemelwaterverordening op te stellen. Op 11 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met het voorstel voor een hemelwaterverordening en deze voor inspraak vrij te geven en de stadsdeelbesturen en waterschappen om advies te vragen. Op 4 maart 2020 heeft de commissie WB dit voorstel ter kennisname ontvangen. Naast de voorliggende hemelwaterverordening blijft de Keur van het Waterschap bestaan. De Keur is een verordening van het waterschap met daarin voor ontwikkelingen van meer dan 1.000 m² een verplichting tot compensatieberging. De twee verplichtingen staan elkaar niet in de weg: Door bij ontwikkelingen groter dan 1000 m² te voldoen aan verplichting van de hemelwaterverordening, wordt deels of in zijn geheel ook voldaan aan de Keur. Onderbouwing besluit

Kernboodschap De hemelwaterverordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waar aan het gebouw één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Het college heeft op 11 februari 2020 besloten de conceptverordening voor inspraak vrij te geven. Elf insprekers (bewoners en organisaties), zes stadsdeelbesturen en drie waterschappen hebben gereageerd en hun advies uitgebracht. Naar aanleiding van de adviezen is de hemelwaterverordening op een aantal punten aangepast. Ad 1. Kennis te nemen van de Nota van Beantwoording met de adviezen van bewoners, stadsdeelbesturen en waterschappen, op basis waarvan de ontwerp hemelwaterverordening is gewijzigd. De inspraakronde liep van 18 februari 2020 tot 1 april 2020. De stadsdeelbesturen en waterschappen hebben tot en met 17 april de tijd gekregen om op het voorstel te reageren. De termijn van inspraak is wegens de maatregelen om het coronavirus tegen te gaan met twee weken verlengd.

In de inspraakreacties is alleen aangegeven dat het voorstel wordt ondersteund. In de nota van beantwoording is dus alleen inhoudelijk op de adviezen ingegaan. Alle elf inspraakreacties en adviezen van de waterschappen en stadsdelen beaamden dat een hemelwaterverordening nodig is, waarbij de aandacht zich richt op de overbelasting van het riool en de openbare ruimte.

Wel zien de waterschappen, stadsdelen en twee insprekers liever een strengere norm dan 60 liter per m². De norm van de hemelwaterverordening is echter niet anders dan het door de raad vastgestelde en vigerende beleid (Gemeentelijke Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021). In de beantwoording is aangegeven voor de toekomstige beleidsmatige invulling van de norm het de bedoeling is deze aan te sluiten op het klimaat-signaal, dat het KNMI in 2021 afgeeft. Tot slot adviseerden de stadsdelen om de toepassing niet alleen te beperken tot nieuwe gebouwen, maar ook van toepassing te verklaren op bestaande gebouwen die worden gerenoveerd of getransformeerd. Op basis van de inspraakreacties en adviezen is de hemelwaterverordening verder op de volgende punten aangepast: 1. De definitie Groen dak is aangepast; 2. Het toepassingsbereik van de verordening is aangepast van ‘nieuwe bouwwerken’ naar ‘nieuwe gebouwen’. Onder bouwwerken vallen namelijk ook terrassen, hekwerken, reclameborden, elektriciteitskastjes e.d. waarvoor het niet doelmatig is om de verordening van toepassing te verklaren; 3. Aan het toepassingsbereik zijn ook bestaande gebouwen toegevoegd die ingrijpend worden gerenoveerd, of waar op of onder bouwlagen aan worden toegevoegd of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid.

Daarmee is de verordening ook van toepassing op nieuwe kelders Omdat het niet wenselijk is om voor elke kleine verbouwing / renovatie de verordening van toepassing te verklaren, maar wel een heldere eenduidige afbakening te hanteren, is aangesloten op een bestaand criterium uit het Bouwbesluit 2012, namelijk ‘ingrijpende renovatie’. Van een ingrijpende renovatie is sprake als meer dan 25% van de integrale gebouwschil wordt vernieuwd, veranderd of vergroot (Het gaat hierom het volledig open leggen van de gevel of dak). Het criterium ‘ingrijpende renovatie’ is afkomstig uit artikel 5.6 lid 4 van het Bouwbesluit 2012 en vindt zijn oorsprong in de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen. De ratio achter die bepaling is dat het redelijk is om een aantal energieeisen die voor nieuwbouw gelden ook van toepassing te laten zijn bij een ingrijpende renovatie indien meer dan 25% van de integrale bouwschil wordt vernieuwd, veranderd of vergroot. De reden om in die gevallen ook de eisen uit de Hemelwaterverordening van toepassing te verklaren is analoog hieraan: bij een ingrijpende renovatie is het ook redelijk om de eisen uit de Hemelwaterverordening te laten gelden. Hetzelfde geldt voor het toevoegen van extra bouwlagen of het uitbreiden van bebouwd oppervlak; 4.

Aan de vereisten voor een vergunningsvrij gebouw met een groen dak is een minimale waterberging van 30 liter per m² toegevoegd. Naar aanleiding van de inspraak is aan de ene kant de reikwijdte van de verordening ingeperkt door deze niet meer van toepassing te verklaren op alle nieuwe bouwwerken maar alleen op nieuwe gebouwen. Aan de andere kant is de reikwijdte uitgebreid met ingrijpende renovaties, het toevoegen van bouwlagen en de uitbreiding van bebouwd oppervlak. Zowel de inperking als uitbreiding doen recht aan hetgeen met de verordening wordt nagestreefd. Ad 2a. Nut van verplichting tot een hemelwaterberging In de toekomst worden buien heftiger en komen vaker voor, met meer kans op overlast en waterschade. Om buien tot 60 mm te kunnen verwerken zonder schade (ambitie in het GRP, zie bestuurlijke achtergrond), moet de stad meer hemelwater kunnen

verwerken. Uitbreiding van de openbare riolering is niet voldoende en relatief duur, zodat in het GRP wordt ingezet op bovengrondse verwerking: de openbare ruimte en het private terrein moet ‘Rainproof’ worden ingericht, waarbij hemelwater langer wordt vastgehouden, vertraagd wordt afgevoerd en/of in de bodem wegzakt. De gemeente richt de openbare ruimte Rainproof in. Ook spoort de gemeente met het programma Rainproof haar inwoners aan om bij te dragen aan een regenbestendige stad. Dat gebeurt met: bewustwording, goede voorbeelden, verleiding, verbinding, voorthelpen en subsidies. Echter, een Rainproof inrichting is vanuit het GRP niet afdwingbaar op particulier terrein. Daartoe zijn aanvullende regels nodig over waterberging op eigen terrein. Huidige instrumenten om aanvullende regels te stellen over de verwerking van hemelwater zijn bestemmingsplannen (zoals Centrumeiland, Strandeiland IJburg), privaatrechtelijke overeenkomsten (zoals bouwenveloppen en kavelpaspoorten) en maatwerkvoorschriften voor individuele gevallen.

Toepassing van deze instrumenten zorgt echter voor versnippering van beleid: - Om via bestemmingsplannen eenzelfde eis voor hemelwaterverwerking te stellen voor de hele stad, is wijziging van alle bestemmingsplannen nodig (versnippering en ondoelmatig); - De bouwenvelop geeft een verplichting voor de ontwikkelaar tijdens de bouw, maar daar zit geen plicht bij om de hemelwaterberging in stand te houden; - Maatwerkvoorschriften zijn alleen op te stellen voor iedere perceeleigenaar apart. Toepassing van voorliggend hemelwaterverordening kan het hemelwaterbeleid in één keer regelen voor de hele stad. Bijkomend voordeel is dat eventuele toekomstige inzichten in één keer zijn te verwerken voor de gehele stad of desgewenst voor bepaalde delen van de stad. Om die reden wordt voorgesteld een verordening vast te stellen. Door verschillende partijen is hier tegenin gebracht dat dit voor ontwikkelaars en woningbouwcorporaties forse kosten met zich meebrengt. Uit ervaringen met de waterneutrale bouwenvelop op de Zuidas blijkt dat de financiële impact van waterberging in relatie tot de totale stichtingskosten van een gebouw echter beperkt is. Dit omdat de opgave vanaf het begin van het ontwerpproces is geïntegreerd. De belasting van een blauw-groen dak kan bijvoorbeeld makkelijk in de constructie worden verwerkt.

Ter illustratie: kosten van de extra watercomponent van een blauw-groen dak op een gebouw met oppervlak van 1.000 m2 bedragen ongeveer € 50.000. De stichtingskosten van een dergelijk gebouw liggen afhankelijk van het aantal bouwlagen tussen de € 10-100 miljoen euro. De kosten van de maatregel zijn dan circa 0,1% - 0,5% van de stichtingskosten. Er zijn ook goedkopere manieren om de waterberging te realiseren, zoals een waterretentie dak (zonder groen) en infiltratiekratten. De kosten voor waterberging voor nieuwbouwwoningen bedragen daarmee circa € 250 tot € 2.000 per woning. Standpunt is dan ook dat de kosten beperkt zijn en dat het belang dat met de verordening wordt gediend de doorslag moet geven. Ad 2b. Bergingscapaciteit en ledigingssnelheid Een waterberging heeft op basis van de concept-hemelwaterverordening een minimale capaciteit nodig van 60 liter per m2. Dit betekent dat voor een perceel met een totaal nieuw bebouwd oppervlak van 100 m2 moet worden voorzien in een vorm van waterberging met een totale capaciteit van 6.000 liter; hiermee wordt een bui van 60 mm op het hele perceel opgevangen. Bij nieuwbouw wordt zo extra druk op de riolering voorkomen en blijft het risico op schade in de buurt gelijk. Bij herbouw kan de waterberging het risico op waterschade in de buurt verkleinen.

De berging dient binnen 60 uur weer leeg te zijn, zodat de capaciteit beschikbaar is voor de volgende bui. De 60 uur is een afweging tussen zo snel mogelijk weer in staat te zijn om een volgende bui op te vangen, en het voorkomen van te intensieve belasting van de riolering en het oppervlaktewatersysteem ná een bui. De lediging van een berging gaat het liefst via infiltratie naar het grondwater, vanwege de positieve effecten op de grondwaterstand en het natuurlijk groen. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan van hittestress en droogte als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast mag op de riolering worden geloosd, maar maximaal met een lozingscapaciteit van 1 liter per uur per m2 bebouwd oppervlak. De maximum lozingscapaciteit is ingesteld om te voorkomen dat riolen enige tijd na een heftige regenbui alsnog overlopen. Als een bui groter is dan de aangegeven bergingscapaciteit, mag het surplus direct geloosd worden op de riolering of de openbare ruimte. Dit geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor het verwerken van hemelwater, als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden gevergd.

Voorbeelden van waterbergingen die aan bovenstaande eisen voldoen, zijn als volgt: - Voor een nieuw te bouwen woonhuis met bebouwd oppervlak van 60 m2: dakoppervlak van 30 m2 dat 12 cm water kan vasthouden; of een waterbassin van 3,6 m3 in kruipruimte of tuin; - Voor een nieuw te bouwen bedrijfspand met bebouwd oppervlak van 200 m2: dakoppervlak van 150 m2 dat 8 cm water kan vasthouden; of een waterbassin van 12 m3; of 40 m2 van het parkeerterrein inrichten voor infiltratie van 300 mm in een uur (bijvoorbeeld door middel van half-verharding, grind en/of infiltratieputten); - Bestaande voorbeelden voor dergelijke oplossingen zijn: regenwaterputten, regenwatertanks, waterzakken, groene daken, polderdaken, blauwe daken. Ad 2c. Uitzondering voor centraal besturingssysteem en vergunningsvrije gebouwen Op de eisen zijn uitzonderingen mogelijk als er sprake is van een centraal besturingssysteem en er dus op verwachte regenval wordt geanticipeerd, of als het hemelwater wordt hergebruikt; Van waterbergingen die zijn aangestuurd door een centraal besturingssysteem, wordt de lediging op afstand bestuurd. Zo kan lediging van aangesloten bergingen plaatsvinden afhankelijk van het moment dat er ruimte in de riolering is en van de weervoorspelling. Wanneer uit weersvoorspellingen blijkt dat er geen bui op komst is, kan lediging op een later moment plaatsvinden.

Daarom mogen waterbergingen die zijn aangestuurd door een centraal besturingssysteem het water langer vasthouden dan de gestelde 60 uur en zijn niet gebonden aan de maximum lozing op het riool van 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur. Wanneer hemelwater uit de waterberging wordt hergebruikt, voor bijvoorbeeld toiletspoeling of wasmachine, kan het wenselijk zijn om water ‘op voorraad’ te hebben. Bovenop deze voorraad is een bergingscapaciteit ten behoeve van een heftige regenbui nog steeds nodig. Daarom wordt voor een waterberging met hergebruik een inhoud voorgeschreven van 1,5 x 60 = 90 liter per m2 nieuw bebouwd oppervlak. Daarvan moet 30% binnen 60 uur weer leeg en beschikbaar zijn, het restant mag worden geledigd op basis van het gebruik van het aangesloten gebouw. Dit voorschrift geldt niet wanneer de waterberging op het gemeentelijk centraal besturingssysteem is aangesloten. Dan kan

de lediging vlak voor de bui plaatsvinden, zodat hemelwater zo lang mogelijk beschikbaar is ter gebruik. Verder is er een uitzondering gemaakt voor een vergunningsvrij gebouw. Die voldoen aan de eisen als ze zijn voorzien van een groen dak, met minimaal 30 liter waterberging per m2. Vergunningsvrije gebouwen bevinden zich voornamelijk in achtertuinen, hebben een relatief klein oppervlak en zijn vaak niet aangesloten op het rioolstelsel. Vergunningsvrije gebouwen zijn echter een van de belangrijkste factoren voor de verdichting van en daarbij de afname van groen in binnentuinen. Tegelijk is lastig te constateren of vergunningsvrije gebouw wel voldoen aan de verordening. Hiervoor is de inspecteur deels afhankelijk van meldingen van derden. Het voordeel van de uitzondering is dat bij de realisatie van een uitbouw of schuurtje met een groen dak, het voor de omgeving zichtbaar is dat deze daarmee voldoet aan de hemelwaterverordening. Zo niet, dan kan men de ontwikkelde partij daarop aanspreken en anders melden bij de gemeente. Bijkomend voordeel is dat een groen dak deels het verlies aan tuin compenseert. Het is niet alleen goed voor de waterberging, maar juist ook voor het behouden van groen, biodiversiteit, het voorkomen van geluidsreflectie en opwarming. Ad 2d. Nadere regels Per gebied kan het college nadere regels stellen om invulling te geven aan de eisen.

Verder is het college bevoegd per gebied een andere capaciteit aan te wijzen. Dit kan wellicht nodig zijn voor gebieden in de stad die een verhoogd risico hebben op wateroverlast door extreme regenbuien en waarbij dit niet kan worden opgelost met maatregelen in de openbare ruimte. Ook kan het college adequaat reageren als bijvoorbeeld blijkt dat de waterbergingsnorm in bepaalde gebieden te streng is of juist te mild. Ad 2e. Geldt voor nieuwe gebouwen en uitbreiding bestaande gebouwen De verordening is in de eerste plaats van toepassing op alle nieuwe gebouwen waarvoor na inwerkingtreding van de verordening een vergunning wordt aangevraagd. Daarnaast is de verordening van toepassing op bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waar op of onder gebouwlagen worden toegevoegd of waar het bebouwd oppervlak wordt uitgebreid. Bij dergelijke ingrepen aan een bestaand gebouw is redelijk om de eisen uit de hemelwaterverordening te laten gelden. Hieronder vallen dus ook nieuwe kelders/souterrains. Ad 2f. Toevoegen van bouwlaag aan bestaand gebouw De verplichting geldt voor bestaande gebouwen waar een of meerdere bouwlagen aan wordt toegevoegd. Deze verplichting geldt niet wanneer uit berekeningen blijkt dat de constructie van het bestaande gebouw de extra belasting van een hemelwaterberging niet kan dragen.

Dit terwijl er ook geen mogelijkheden zijn om rond het gebouw in een hemelwaterberging te voorzien. Dit is vooral bedoeld voor die gevallen waarin degene die een bouwlaag toevoegt niet over een tuin of andere grond beschikt om de waterberging te realiseren. Voorkomen wordt hiermee dat de verordening dan aan de bouwplannen in de weg staat. Vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet wordt voor het toezicht en de handhaving van deze verordening aangesloten op het reguliere Omgevingsvergunning Bouwentraject., Binnen dit traject is de eigendomssituatie inzichtelijk en constructie berekeningen aanwezig, waardoor goed is te beoordelen of bij het toevoegen van een extra bouwlaag de verplichting wel of niet geldt.

Voor de gebouwen die niet vergunningsplichtig zijn, geldt dat de verordening van toepassing is als met de bouw wordt gestart na inwerkingtreding van de verordening. Voor tenders en ontwikkelovereenkomsten geldt dat de verordening pas zes weken na inwerkintreding van toepassing is. Op termijn kunnen eisen ook voor bestaande bouw volgen, als blijkt dat voorliggende verordening van toepassing op nieuwe gebouwen niet voldoende is om wateroverlast tegen te gaan: Voor een aantal knelpuntlocaties in de stad is het noodzakelijk dat, naast ingrepen in de openbare ruimte, ook eigenaren op eigen terrein maatregelen treffen om wateroverlast bij een bui van 60 mm in 1 uur te voorkomen. Momenteel wordt in deze gebieden ingezet op het informeren, stimuleren en faciliteren van betrokkenen. Pas wanneer dit onvoldoende soelaas biedt is het mogelijk alsnog wenselijk om een verplichting op te leggen aan bestaande bouw. Daarbij moet dan echter ook worden nagegaan welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Ja Investeringsvoorstel Tabel: Basisgegevens investering Investeringssom

€

Rentepercentage

%

Afschrijvingstermijn (jaar) Kapitaallasten

€

Aanvang kapitaallasten MIP nummer

Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten

BATEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Totaal LASTEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

<naam>

<nr.>

<I/S>

Totaal

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00 I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting: Voor vrije sector ontwikkelingen en middeldure huur leiden de extra kosten tot minder grondopbrengsten (ca 2-10 miljoen jaarlijks bij een productie van ca 5.000 woningen). De verminderde opbrengsten zullen leiden tot structureel lagere dotaties aan het Vereveningsfonds. Zodra de impact nader bekend is zal dit verwerkt worden in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG). De verwachting is dat het Vereveningsfonds ook met deze lagere opbrengsten solide blijft. Voor sociale woningbouw hanteert de gemeente een vaste (lage) grondprijs. Er zijn voor de gemeente geen directe financiële gevolgen, wel voor de ontwikkelende woningcorporaties. De AFWC heeft aangegeven dat de meerkosten zijn op te vangen. Ook is aangegeven dat deze kostenstijging mee moet worden genomen in de discussie over de financiële gevolgen voor de woningcorporaties door de stapeling van eisen.

De eisen uit de HWV hebben ook financiële consequenties voor de door de gemeente te realiseren maatschappelijke voorzieningen. Meerkosten zullen per project moeten worden meegenomen in de budgettenaanvragen. Voor maatschappelijke voorzieningen leidt tot een structurele jaarlijkse hogere aanvraag bij de voorjaarsnota van circa € 2,5 miljoen (op het jaarlijkse gemiddelde van circa € 200 miljoen) Alle lopende projecten die nog niet in uitvoering zijn maar waarvoor al kredieten zijn toegekend, vallen niet onder de verordening. Bij projecten die nog de VO-fase zitten is er de mogelijkheid om de eisen van de verordening alsnog op te nemen. De voordelen hiervan zullen per project separaat worden afgewogen tegen de meerkosten. Indien voor al deze projecten hiertoe zou worden besloten bedragen de incidentele extra kosten circa € 1,5 tot € 2,5 miljoen. De besluitvorming hierover zal worden meegenomen in de actualisering van de investeringen in het kader van de planning en controlcyclus. Vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet wordt voor het toezicht en de handhaving van deze verordening aangesloten op het reguliere Omgevingsvergunning Bouwentraject dat is belegd bij de stadsdelen. Schatting is dat deze activiteiten circa 0,5 fte extra beslag leggen op de bestaande formatie van Vergunning, Toezicht en Handhaving van de stadsdelen.

Voorlopige inschatting is dat dit geen problemen oplevert, mits een instructie wordt geschreven en verspreid en de 289 medewerkers gedurende circa 30 minuten scholing krijgen. Conclusie: De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).

Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

Hemelwaterverordening Amsterdam

< automatisch >

Nota van beantwoording voorstel Hemelwaterverordening Amsterdam

< automatisch >

< Bijlagen moeten aan het volgende voldoen: - Lever bijlagen zoveel mogelijk in PDF aan. - Bekendmakingsbesluit van de gemeenteraad moeten in Word aangeleverd worden. - Geheime bijlagen moeten in de bestandsnaam beginnen met GEHEIM. In de bijlage zelf moet een duidelijke markering opgenomen worden waardoor de gebruiker meteen ziet dat het document geheim is. Bijvoorbeeld een KABINET of GEHEIM stempel of een watermerk met GEHEIM. > Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Daniel Goedbloed (Waternet), 06 13 84 71 50, daniel.goedbloed@waternet.nl Thomas Blokhuis (Waternet), 06 22081584, Thomas.Blokhuis@Waternet.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9770635/1