CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

02112023 Handhavingskader Wet inburgering 2021.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 13 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Verordening handhaving en verrekening boete Wet inburgering 2021 gemeente Amsterdam (VN2023-024509)4.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handhavingskader Wet inburgering 2021 1. Uitganspunten nieuw stelsel Gemeenten kregen met de nieuwe Wet inburgering 2021 (hierna Wi2021) met ingang van 1 januari 2022 de regie over de uitvoering van de inburgering, waaronder de verantwoordelijkheid om toe te zien op de voortgang van het inburgeringstraject van hun inwoners. Bij deze rol past dat gemeenten de naleving van de verplichtingen door de inburgeraar kunnen handhaven. Gemeenten hebben daarom de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om aan inburgeraars bestuurlijke boetes op te leggen, als zij verwijtbaar niet meewerken aan hun inburgering. Net zoals voorheen blijft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoordelijk voor het gehele inburgeringsstelsel. Bij deze verantwoordelijkheid hoort het vaststellen wie inburgeringsplichtig is, het vaststellen van de inburgeringstermijn, de verlenging daarvan en de handhaving als de inburgeringstermijn (deels) ongebruikt is verstreken. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voert deze taken namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit. 1.1. Handhaving voor gemeenten: inspanningsverplichting De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om tijdens het inburgeringstraject te handhaven op de inspanningsverplichting van inburgeraars.

De gemeente kan een boete opleggen als een inburgeraar verwijtbaar niet verschijnt bij de brede intake die moet leiden tot het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (hierna PIP); de voortgangsgesprekken met de gemeente; of andere activiteiten waaraan hij volgens zijn PIP moet deelnemen. Een inburgeraar kan dus door de gemeente op meerdere momenten worden beboet. In bijlage I (zie pag. 7) staat een volledig overzicht van de verschillende inburgeringsverplichtingen. In dit overzicht staat ook wie verantwoordelijk is voor handhaving van deze verplichtingen, welke wet of wetten bepalend kunnen zijn voor het sanctioneren en voor welke groep inburgeraars de verschillende verplichtingen gelden. 2. Handhavingsvisie Amsterdam De gemeente Amsterdam ziet sanctioneren als een laatste middel om de inburgeraar te bewegen om te voldoen aan de voor hem of haar geldende verplichtingen.1 In Amsterdam gaan we uit van vertrouwen en verwachten we dat inburgeraars zich naar vermogen inzetten om te slagen voor hun inburgeringsexamen. Daarbij ligt voor de gemeente een rol in het positief stimuleren van de inburgeraar. Zo voorkomen we dat de inburgering stagneert en de inburgeraar de inburgering niet succesvol afrondt. Belangrijk hierbij is een goede, persoonlijke begeleiding van de inburgeraar in de vorm van een persoonlijke klantbegeleider.

De Amsterdamse uitganspunten bij handhaving zijn als volgt:  De gemeente gaat uit van vertrouwen;  De gemeente gaat uit van de intrinsieke motivatie van de inburgeraar;  De gemeente geeft, regelmatig en op maat, goede voorlichting om te voorkomen dat de inburgeraar onbedoeld de fout in gaat;  De gemeente biedt maatwerk: de inburgeraar krijgt een traject dat zoveel mogelijk aansluit bij diens capaciteiten, wensen en persoonlijke situatie;  De gemeente doet er alles aan om overtredingen te helpen voorkomen. Een preventieve aanpak om fouten en misverstanden te voorkomen staat bij de uitvoering van de Wi2021 voorop;  In geval van overtreding handhaven we consequent, zorgvuldig en proportioneel. De inburgeraar wordt vooraf geïnformeerd over de regels en de boetes die kunnen volgen;

1

Uit de evaluatie van de Wet inburgering 2013 is naar voren gekomen dat een te grote nadruk op sanctioneren averechts werkt.

1

De gemeente houdt in de wijze van handhaving rekening met de gevolgen hiervan voor de inburgeraar met het doel: het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.

3. Wie is inburgeringsplichtig en wat is de inburgeringsplicht? 3.1. Doelgroep Wet inburgering 2021 In de Wi2021 wordt een onderscheid gemaakt tussen statushouders en gezins- en overige migranten. Geestelijke bedienaren, zoals imams, rabbijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niettijdelijk humanitaire verblijfsstatus worden aangeduid als ‘overige migranten’. Inburgeraars zijn onder te verdelen in de volgende 4 groepen: 1. Statushouders zonder een bijstandsuitkering 2. Statushouders met een bijstandsuitkering 3. Gezins- en overige migranten zonder een bijstandsuitkering 4. Gezins- en overige migranten met een bijstandsuitkering Voor inburgeraars die een uitkering ontvangen, gelden ook de rechten en plichten van de Participatiewet (hierna P-wet). Gezinsmigranten, die naar Nederland komen voor gezinshereniging of gezinsvorming, hebben vaak een partner die over (voldoende hoog) inkomen beschikt en overige migranten zijn meestal aangesloten bij een werkgever. Zij zijn dus veelal niet afhankelijk van een uitkering vanuit de P-wet. 3.2. Inburgeringsverplichtingen Een inburgeraar moet binnen de gestelde termijn voldoen aan de inburgeringsplicht. Dit betekent concreet dat hij meewerkt aan de brede intake, de afspraken nakomt die zijn opgenomen in zijn PIP en hiermee binnen de gestelde termijn van drie jaar het inburgeringstraject afrondt.

Gemeenten kunnen handhaven vanaf het moment dat de gemeente verantwoordelijk wordt voor de begeleiding van de inburgeraar en tijdens het inburgeringstraject op de inspanningsverplichting van de inburgeraar. Deze verplichtingen kunnen worden onderverdeeld in twee fasen (zie bijlage IV, pag. 9):  het niet meewerken aan en/of verschijnen bij de brede intake, die moet leiden tot het PIP (fase I)  en niet meewerken aan de afspraken uit het persoonlijk PIP (fase II). De wet maakt onderscheid in boetes tussen deze twee fasen:  in fase I gaat het om gefixeerde boetes;  in fase II gaat het om maximale boetes (zie bijlage III, pag. 8). 3.2.1. Het niet meewerken aan en/of verschijnen bij de brede intake (Fase I) Een inburgeraar is verplicht om mee te werken aan de brede intake. Dit is een periode van maximaal 10 weken vanaf inburgeringsplicht en huisvesting waarin een beeld wordt opgehaald van de inburgeraar; een kennismaking; een leerbaarheidstoets en in Amsterdam voor statushouders ook de verplichte Taalstart. De brede intake vormt de basis voor het vervolg van het inburgeringstraject. Op basis hiervan wordt het PIP opgesteld: dit is de beschikking met daarin de eisen waaraan iemand moet voldoen om de inburgering te behalen. Uitgangspunt is om het PIP samen met de inburgeraar op te stellen.

Als de inburgeraar niet verschijnt na een of meerdere oproepen en/of niet voldoende meewerkt kan de gemeente twee keer een gefixeerde boete van €250,- opleggen. De gemeente kan bij herhaaldelijk niet meewerken ook het PIP ambtshalve vaststellen. 3.2.2. Het niet meewerken aan de afspraken uit het PIP (Fase II) Het is de verantwoordelijkheid van de inburgeraar om tijdig te voldoen aan de inburgeringsplicht door zich in te spannen de afspraken over zijn inburgeringstraject uit zijn PIP na te komen. De gemeente ondersteunt hem of haar hierbij door de voortgang van de afspraken uit het PIP te bewaken. De

2

afspraken hebben als doel om de inburgeraar zo snel mogelijk en op een zo hoog mogelijk niveau te laten inburgeren. Het is dan ook van groot belang dat de inburgeraar de afspraken uit het plan nakomt. Als de inburgeraar verwijtbaar de afspraken niet nakomt, legt de gemeente een boete op. De mate van verwijtbaarheid heeft gevolgen voor de hoogte van de boete. In de Wi2021 zijn vier categorieën van verwijtbaarheid onderscheiden: opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. In bijlage II (pag. 8) staat een overzicht van deze vier categorieën en het bijbehorende percentage van de maximale boete afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid. De wet en de nadere regelgeving laten weinig ruimte voor een eigen, gemeentelijke invulling van de op te leggen boetes. Het maximale boetebedrag dient stapsgewijs verhoogd te worden per overtreding. Zie bijlage III (pag. 8) voor de opbouw. Gemeenten kunnen een boete van maximaal €800,- per overtreding opleggen, met een maximum van €2400,- tijdens de inburgeringstermijn van 3 jaar. Voorafgaand aan de oplegging van de boete moet de gemeente de mate van verwijtbaarheid vaststellen om de absolute hoogte van de op te leggen boete te bepalen (anders dan bij de gefixeerde boete(s) uit fase I). 4. Samenhang met de Participatiewet Veel inburgeraars ontvangen een bijstandsuitkering.

In Amsterdam wordt het inburgeringstraject voor inburgeraars met een bijstandsuitkering zo ingericht dat een inburgeraar kan voldoen aan de verplichtingen van zowel de P-wet als de Wi2021. Daarbij zorgen we voor een goede balans tussen participatie, inburgeringsactiviteiten en de persoonlijke situatie. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om te kiezen voor handhaving op grond van de Wi2021 of op grond van de P-wet in het geval van inburgeraars met een algemene bijstandsuitkering. Deze vrijheid hebben gemeente als het gaat om inburgeringsverplichtingen uit de Wi2021 die niet heel evident aan een van beide wetten zijn toe te schrijven. Hiervan is sprake als een inburgeraar zich niet houdt aan de vastgestelde intensiteit van de Module Arbeidsmarkt en Participatie en de leerroute (zie bijlage I, pag. 7). In geval van samenloop moet de gemeente kiezen tussen handhaving op grond van Wi2021 of de P-wet. Gemeenten hebben niet alleen de mogelijkheid om een boete op grond van de Wi2021 op te leggen, maar kunnen er ook voor kiezen om in plaats daarvan een maatregel op grond van de P-wet op te leggen. De gemeente Amsterdam kiest voor een uniforme aanpak van handhaving voor alle groepen inburgeraars. Dat betekent dat Amsterdam kiest voor handhaving op basis van de Wi2021 gericht op het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.

Het opleggen van een maatregel op basis van de P-wet is weliswaar geen punitieve sanctie, maar kan in financieel opzicht voor de inburgeraar (en diens gezin) nadeliger uitpakken dan de boetes die in het kader van de Wi2021 worden opgelegd. Het kan een averechts effect hebben als een maatregel door de hoogte ervan zoveel stress veroorzaakt, dat de inburgeraar niet langer in staat is om zich te focussen op het voltooien van het inburgeringstraject. Een boete op grond van de Wi2021 is een passender middel om het effect te bereiken dat de inburgering succesvol wordt afgerond. Daarom hebben we er eerder voor gekozen om de inburgeringsverplichtingen te sanctioneren op grond van de Wi2021 en niet op grond van de P-wet. Dit is opgenomen in artikel 7 van de Beleidsregels inburgering gemeente Amsterdam 2022 die in september 2022 door het college zijn vastgesteld. Het opleggen van een boete dient uiteraard niet lichtvaardig te gebeuren: het is uitdrukkelijk bedoeld als allerlaatste middel om onwillige inburgeraars te stimuleren om hun verplichtingen na te komen en te voorkomen dat zij aan het eind van hun inburgeringstraject boetes van DUO krijgen opgelegd. 5. Handhaving in Amsterdam Amsterdam streeft naar een uitvoering van de Wi2021 waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. Vanuit het oogpunt van vertrouwen is de nalevingsbereidheid van de inburgeraar het

3

uitgangspunt. Daarbij houdt Amsterdam rekening met de individuele omstandigheden, belangen en het doenvermogen van de inburgeraar. Om dit streven na te komen kiezen we ervoor om daar waar redelijk af te wijken van het wettelijk kader. Dit is in het belang van de inburgeraar. In bijlage IV (pag. 9) staat een overzicht van het wettelijk kader bij de uitvoering van handhaving en hoe Amsterdam daar invulling aan geeft. Hierbij zijn de volgende keuzes gemaakt: 1. Extra uitnodiging(en) en/of informele waarschuwing(en), zowel tijdens de brede intake als na de start van de inburgeringstermijn De wet schrijft voor dat als een inburgeraar na een tweede oproep niet meewerkt aan de brede intake of zich niet houdt aan de afspraken uit het PIP er een boete volgt. Amsterdam vindt dit buitenproportioneel. Immers, het doel van handhaven is niet het opleggen van boetes maar inburgeraars stimuleren zich toch in te spannen om aan de inburgeringsverplichtingen te voldoen. Amsterdam wil met de inburgeraars in gesprek en kiest daarom voor extra pogingen om in contact te komen met de inburgeraar. Het is belangrijk dat de inburgeraar begrijpt wat hij met de gemeente afspreekt en wat de gemeente van hem verwacht.

Hij moet begrijpen wat de afspraken zijn die de gemeente met hem maakt en wat zijn verplichtingen inhouden, wat hij moet doen als hij ze niet kan nakomen en wat er gebeurt als hij ze bewust niet nakomt. Misverstanden over de verplichtingen van een inburgeraar, kunnen ertoe leiden dat hij niet op afspraken verschijnt of onvoldoende meewerkt. Zonder de medewerking van de inburgeraar is het lastig om een inburgeringsaanbod op maat te doen en de voortgang te monitoren. Een extra waarschuwing biedt de inburgeraar extra tijd om te reageren en ons de mogelijkheid om de inburgeraar nogmaals te informeren over de verplichtingen en de gevolgen van het niet (voldoende) voldoen aan zijn verplichtingen. 2. De laagste categorie boete van €50,- vervangen door een waarschuwing als een inburgeraar bij een zienswijzegesprek komt opdagen en bereidheid toont om zijn verplichtingen na te komen Amsterdam houdt bij het sanctioneren rekening met de frequentie van de overtreding en of deze bewust of onbewust niet is nagekomen. Het is daarom passend om de eerste keer dat een inburgeraar een verplichting uit het PIP niet nakomt, nog geen boete op te leggen, mits hij gehoor geeft aan een uitnodiging voor een zienswijzegesprek. Als de inburgeraar bereidheid toont om zijn verplichtingen uit het PIP na te komen, dan blijft het opleggen van deze boete van - in beginsel - €50,- achterwege.

Het niet opleggen van de boete van €50,- bij een eerste overtreding is in het voordeel van de inburgeraar en weegt niet op tegen de kosten, die met de oplegging gemoeid zijn en het positieve effect dat op de naleving van de inburgeringsplicht door het intensieve contact met de inburgeraar wordt beoogd en wordt verwacht. Een waarschuwing volstaat en zorgt voor een schrikeffect, zonder financieel gevolg. De waarschuwing maakt de inburgeraar ervan bewust dat aan de verplichtingen voldaan moet worden en draagt bij aan betere naleving van de verplichtingen. Door bij de eerste overtreding een waarschuwing te geven, die als (positieve) beschikking met de mogelijkheid van bezwaar (en beroep) wordt medegedeeld (inclusief vermelding dat volgende overtreding direct tot boete van € 100,- zal leiden), heeft de gemeente wel de mogelijkheid om bij de tweede overtreding een boete van € 100 op te leggen. 3. De boete van €250,- voor het niet werken aan de brede intake wordt maximaal 1 keer opgelegd, in plaats van 2 keer Als een inburgeraar meermaals niet is verschenen bij een afspraak of verder niet heeft meegewerkt aan de brede intake, dan dient de gemeente een gefixeerde boete van €250,- op te leggen. Als een inburgeraar wederom niet verschijnt of meewerkt zou de gemeente opnieuw een boete van €250,moeten opleggen en eenzijdig het PIP vaststellen.

Amsterdam kiest ervoor om in het laatste geval alleen het PIP eenzijdig vast te stellen en niet opnieuw een boete van €250,- op te leggen. Stapeling van boetes kan leiden tot stress en daarmee tot een extra stagnatie en valse start in het inburgeringsproces.2 Om de 2

Significant. (2018, 13 juni). Inburgering: systeemwereld versus leefwereld. Evaluatie Wet inburgering 2013.

4

inburgeraar bij herhaaldelijk niet meewerken toch op enig moment te kunnen laten starten met zijn inburgeringstraject stellen wij eenzijdig het PIP op aan de hand van de gegevens die bij ons bekend zijn, zoals de wet voorschrijft. De inburgeraar kan na oplegging van de boete aannemelijk maken dat deze boete voor hem te hoog is vanwege zijn bijzondere omstandigheden. Dan kan de boete lager worden vastgesteld. 4. Een inburgeraar wordt altijd in de gelegenheid gesteld om de eigen zienswijze naar voren te brengen, ongeacht de hoogte van een boete De Algemene Wet Bestuursrecht maakt een onderscheid tussen een zware procedure bij boetes boven €340,- en een lichte procedure voor maximale boetes, die lager zijn.3 In het kader van objectiviteit vindt Amsterdam het passend om in alle gevallen te kiezen voor de zware procedure: we stellen altijd een boeterapport op en de inburgeraar krijgt altijd een uitnodiging voor een zienswijzegesprek bij een voornemen om een boete op te leggen (ongeacht de hoogte van de boete). Dat gesprek is erop gericht om de inburgeraar te stimuleren zijn inburgeringstraject verder voortvarend aan te pakken om zijn kansen te vergroten en verdere (financiële) gevolgen in de toekomst te vermijden. 6. Opleggen en invorderen van boetes 6.1.

Het opleggen van boetes Voor het opleggen van een boete op grond van de Wi20214 hanteert de gemeente Amsterdam de volgende werkwijze: 1. Een klantbegeleider constateert dat een inburgeraar niet meewerkt aan de inburgering, legt zorgvuldig de geconstateerde en/of waargenomen gedraging(en) waaruit het niet meewerken blijkt vast in een boeterapport. Het rapport wordt hierna overgedragen aan het boeteteam van Werk, Participatie en Inkomen (WPI). 2. Een boetespecialist uit het boeteteam beoordeelt of het opleggen van een bestuurlijke boete moet worden overwogen. 3. Een boetespecialist maakt het voornemen om een bestuurlijke boete op te leggen schriftelijk kenbaar aan de inburgeraar. De inburgeraar wordt hierna in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen. 4. Het definitieve boetebesluit met daarin de hoogte van de boete wordt genomen en wordt schriftelijk bekendgemaakt. Amsterdam kiest ervoor om het besluit voor het al dan niet opleggen van een bestuurlijke boete en de bepaling van de hoogte daarvan altijd te beleggen bij het boeteteam van WPI en niet bij de klantbegeleider, omdat: 1. Het al dan niet opleggen van een boete altijd objectief en onbevooroordeeld dient plaats te vinden; 2. Het boeteteam beschikt over de expertise die nodig is om te beoordelen of een boete wordt opgelegd en de hoogte daarvan te bepalen.

Deze keuze is conform de werkwijze van WP-teams. 6.2. Het invorderen van boetes De doelgroep van de Wi2021 bestaat uit inburgeraars met en inburgeraars zonder algemene bijstandsuitkering. In Amsterdam ontvangt ongeveer 45% van de inburgeraars een uitkering (peildatum:

3

Artikel 5:53 Algemene wet bestuursrecht De boetes op grond van de Wet inburgering 2021 zijn bestuurlijke boetes. De Wet inburgering 2021 kent geen bijzondere bepalingen die afwijken van de Algemene wet bestuursrecht. 4

5

5 oktober 2023). Afhankelijk van de doelgroep kunnen de mogelijkheden tot invorderen van bestuurlijke boetes verschillen. Hieronder volgen de mogelijkheden. Uitkeringsgerechtigde inburgeraars Voor inburgeraars met een bijstandsuitkering geldt dat bestuurlijke boetes kunnen worden verrekend met de algemene bijstand (zoals bedoeld in artikel 19 van de P-wet) of (na een aanmaning) kunnen worden ingevorderd met een dwangbevel. De mogelijkheid tot het verrekenen van de bestuurlijke boetes met de algemene bijstand dient in een gemeentelijke verordening te worden vastgesteld. Voor uitkeringsgerechtigde inburgeraars wordt: 1. Een gemeentelijke verordening inburgering vastgesteld die het mogelijk maakt om boetes te verrekenen met de algemene bijstandsuitkering die een inburgeraar ontvangt. Hiermee houdt de gemeente zicht en regie op de bestaanszekerheid van deze inburgeraars. Verrekening kan eenvoudig worden toegepast en voorkomt de kosten van een dwangbevel en stijging van de invorderingskosten bij geen betaling. De inburgeraar behoudt de voor hem noodzakelijke middelen van bestaan. 2. Het incasseren van de boetes belegd bij de terugvorderteams van Handhaving Werk en Inkomen. Deze afdeling heeft nu als hoofdtaak het invorderen van bijstandsschulden en boetes die op grond van de P-wet worden opgelegd.

Zij voorzien in sociaal incasso en een uniforme aanpak voor alle Amsterdammers met een bijstandsuitkering. Niet-uitkeringsgerechtigde inburgeraars Voor inburgeraars zonder bijstandsuitkering geldt dat boetes die na een aanmaning niet betaald worden alleen via een dwangbevel ingevorderd kunnen worden. Voor het incasseren van de boetes bij deze groep zijn er in Amsterdam 2 mogelijkheden: Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam (DBGA) of de terugvorderteams van Handhaving Werk en Inkomen. Het is gebruikelijk dat DBGA belast is met het incasseren van boetes en heffingen van Amsterdammers die geen bijstandsrelatie kennen of kenden. Toch kiest Amsterdam ervoor om het incasseren van de boetes voor niet-uitkeringsgerechtigde ook te beleggen bij de terugvorderteams van Handhaving Werk en Inkomen, net zoals voor inburgeraars met een bijstandsuitkering. Met deze keuze kunnen wij uniformiteit garanderen en waarborgen bij de uitvoering van onze handhavende taak.

6

BIJLAGEN Bijlage I. Overzicht handhaven van inburgeringsverplichtingen Gedraging

Fase

Wet

Taak geme ente

Het niet verschijnen bij de brede intake Het niet meewerken aan de brede intake (incl. leerbaarheidstoets)

I

WI

I

Het onvoldoende meewerken aan de begeleiding binnen het PIP (voortgangsgesprekken)

Statushouder

Gezins- en overige migranten

X

X

X

WI

X

X*

X

II

WI

X

X

X

Het niet houden aan de vastgestelde intensiteit van het PVT (Participatieverklaringstraject) Het niet verschijnen op het eindgesprek van het PVT

II

WI

X

X

X

II

WI

X

X

X

Het niet houden aan de vastgestelde intensiteit van de MAP (Module Arbeidsmarkt & Participatie) Het niet verschijnen op het eindgesprek van de MAP

II

WI PW

X

X

X

II

WI

X

X

X

Het niet houden aan de vastgestelde intensiteit van de leerroute

II

WI PW

X

X

Het niet verschijnen op het eindgesprek van de Z-route

II

WI

X

X

X**

Het niet tijdig afronden van het PVT Het niet tijdig afronden van de MAP Het niet tijdig afronden van de leerroute Het niet meewerken aan financieel ontzorgen

II

WI

X

X

X

II

WI

X

X

X

II

WI

X

X

X

II

PW

X

Taak DUO

X**

* In Amsterdam zijn statushouders verplicht om actief deel te nemen aan de Taalstart tijdens de brede intake ** Gezinsmigranten en overige migranten bepalen zelf hoe zij de leerroute invullen. Sanctionering is hier dus niet aan de orde. Voor gezinsmigranten en overige migranten die de Z-route volgen is het eindgesprek bij de gemeente wel verplicht. *** De verplichting tot financieel ontzorgen betreft alleen statushouders met een bijstandsuitkering

7

Bijlage II. Categorieën verwijtbaarheid Mate van verwijtbaarheid Opzet Grove schuld

Normale verwijtbaarheid

Verminderde verwijtbaarheid

Hoogte boete De inburgeraar is de afspraken willens en wetens 100% niet nagekomen. De inburgeraar kan grove onachtzaamheid 75% worden verweten. Dit betekent dat hij de gevolgen van zijn of haar gedrag had moeten en kunnen begrijpen. Er is ook sprake van grove schuld bij een samenloop van omstandigheden die ieder op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in samenhang leiden tot grove schuld. Het verschil tussen opzet en grove schuld is dat de inburgeraar bij opzet het doel had om de afspraken niet na te komen. Bij grove schuld is dat niet het geval. Het gedrag is verwijtbaar, maar de inburgeraar 50% kan geen opzet of grove schuld worden verweten. Dit is bijvoorbeeld het geval als een inburgeraar meerdere malen niet verschijnt bij afspraken omdat de trein of de bus niet rijdt en hij nalaat te melden dat hij onverwacht niet kan komen. Het gedrag is niet volledig verwijtbaar vanwege 25% onvoorziene en ongewenste omstandigheden van sociale, psychische of medische aard. Er is ook sprake van verminderde verwijtbaarheid bij een samenloop van omstandigheden die ieder op zich niet, maar in samenhang wel leiden tot verminderde verwijtbaarheid. Of als de overtreding mede te verwijten is aan een aanbieder, van bijvoorbeeld de inburgeringscursus.

Bijlage III. Opbouw boetes bij het niet nakomen van de afspraken uit het PIP Boete Maximale boete 1 € 50,2 € 100,3 € 200,4 € 400,5 € 800,* Als er zich tussen twee overtredingen van de afspraken uit het PIP meer dan 12 maanden bevinden, zal de gemeente opnieuw beginnen met een boete van €50,-.

8

Bijlage IV. Wettelijk handhavingsproces en Amsterdams handhavingsproces Fase I - Niet verschijnen en/of meewerken aan de brede intake

Wettelijk proces Stap 1: De inburgeraar wordt opgeroepen voor de brede intake

Amsterdams proces Stap 1: De inburgeraar wordt opgeroepen voor de brede intake.

Beslispunt

Stap 2: Als een inburgeraar niet verschijnt na een eerste oproep of niet meewerkt, volgt een schriftelijke waarschuwing en een nieuwe uitnodiging;

Stap 2: Als een inburgeraar niet verschijnt na een eerste oproep of niet voldoende meewerkt, volgt een tweede uitnodiging.

Een extra uitnodiging

Stap 3: Als een inburgeraar na een tweede oproep niet verschijnt of niet meewerkt, legt de gemeente een gefixeerde boete op van €250,- en volgt een nieuwe uitnodiging

Stap 3: Als een inburgeraar na een tweede oproep wederom niet verschijnt of meewerkt, volgt een schriftelijke waarschuwing met het voornemen om een boete op te leggen en een nieuwe uitnodiging.

Stap 4: Als een inburgeraar na een derde oproep niet verschijnt of niet meewerkt, legt de gemeente opnieuw een gefixeerde boete op van €250,- en stelt eenzijdig het PIP vast voor de inburgeraar.

Stap 4A: Als een inburgeraar na een derde oproep niet verschijnt of meewerkt, legt de gemeente een gefixeerde boete op van 250,- en volgt een nieuwe uitnodiging.

Altijd de mogelijkheid tot zienswijze geven

Stap 4B: Als een inburgeraar reageert, dan wordt een inburgeraar altijd in de gelegenheid gesteld om de eigen zienswijze naar voren te brengen. Bij toezegging van inspanning leggen we geen boete op en vervolgen we de brede intake. Stap 5: Als een inburgeraar na een vierde oproep niet verschijnt of niet meewerkt, stelt de gemeente eenzijdig het PIP vast voor de inburgeraar. De gemeente legt niet opnieuw een boete van €250,-.

Boete van €250,- wordt zo nodig slechts eenmalig opgelegd

9

Fase II - Niet of onvoldoende meewerken aan de afspraken uit het PIP

Wettelijk proces Stap 1: De inburgeraar krijgt bij niet of onvoldoende meewerken aan de afspraken uit het PIP een boete van €50,-.

Amsterdams proces Stap 1: De inburgeraar wordt uitgenodigd na het niet meewerken aan of na het ontvangen van een signaal van niet meewerken

Beslispunt

Stap 2: Als de inburgeraar niet verschijnt of niet meewerkt na een eerste oproep, dan volgt een tweede uitnodiging met een informele waarschuwing

De inburgeraar wordt altijd eerst 2 keer uitgenodigd

De gemeente legt stapsgewijs een hoger boetebedrag op als er sprake is van herhaling. Zie opbouw in bijlage 3. Als er zich tussen twee overtredingen van de afspraken uit het PIP meer dan 12 maanden bevinden, dan begint de gemeente opnieuw met een boete van €50,-.

Stap 3: Als de inburgeraar na een tweede oproep wederom niet verschijnt of weigert mee te werken, volgt er een aangetekende brief met een schriftelijke waarschuwing en het voornemen om een boete op te leggen Stap 4A: Als de inburgeraar wederom niet reageert, verschijnt of weigert mee te werken wordt er een boete opgelegd. Stap 4B: Als een inburgeraar reageert, dan wordt een inburgeraar altijd in de gelegenheid gesteld om de eigen zienswijze naar voren te brengen. Komt een inburgeraar opdagen bij het zienswijzegesprek en laat deze zien dat hij bereid is tot naleving van de verplichtingen, dan wordt er afgezien van het opleggen van een boete en wordt deze vervangen door een waarschuwing. Dit is enkel het geval bij de boete van €50,-.

Afzien van het opleggen van een boete en deze vervangen door een waarschuwin g als een inburgeraar verschijnt bij het zienswijzege sprek en bereidheid tot naleving toont

10

Bijlage V. Verwijtbaarheid van overtredingen in het kader van de Wet inburgering 2021 Hieronder worden voorbeelden gegeven voor de beoordeling of overtredingen in het kader van de Wi2021 verwijtbaar zijn en of de hoogte van de boete proportioneel is, of te wel: is er inderdaad sprake van een boetewaardige gedraging. De overtredingen in de Wi2021, waar de gemeente op dient te handhaven zijn: 1. Het niet meewerken aan en/of verschijnen bij de brede intake 2. Het niet of onvoldoende meewerken aan de afspraken uit het PIP Verwijtbaarheid In alle bovenstaande overtredingen kan een inburgeraar geen boete worden opgelegd indien de inburgeraar kan aantonen dat het buiten zijn macht lag dat iemand niet heeft kunnen voldoen aan de verplichtingen. Een inburgeraar kan een goede reden hebben, waarom hij niet verschijnt of niet meewerkt. De boetespecialist bepaalt aan de hand van de zienswijze en het rapport van de klantbegeleider of het gaat om verwijtbaar of niet verwijtbaar gedrag. Onderstaande voorbeelden kunnen hierbij helpen. Voorbeelden niet verwijtbaar brede intake: -

Iemand was op vakantie of lag in het ziekenhuis toen de uitnodiging voor de intake aan kwam en was daarom ook niet in de gelegenheid af te bellen of een nieuwe afspraak te maken

Voorbeelden niet verwijtbaar gedrag in relatie tot de afspraken uit het PIP: -

Iemand is onverwachts opgenomen in het ziekenhuis en heeft zich daarom niet af kunnen melden voor de les; Dringende persoonlijke en familiare omstandigheden; Schrijnende persoonlijke omstandigheden die iemand belemmeren naar de les te komen; Ziekte en zwangerschapsverlof. De inburgeraar meldt zich tijdig af; Deelnemer wordt bedreigd door medecursist; Vakantie.

Voorbeelden verwijtbaar gedrag brede intake: -

Iemand komt zonder geldige reden niet naar de intake, zonder af te bellen en nieuwe afspraak te maken; Inburgeraar werkt niet mee aan de brede intake: weigert de leerbaarheidstoets te maken, toont papieren niet, vertoont agressief gedrag, etc.; Inburgeraar werkt zonder geldige reden niet mee aan de Taalstart.

Voorbeelden verwijtbaar gedrag in relatie tot de afspraken uit het PIP: -

Inburgeraar is uitgevallen omdat hij niet meewerkt aan het krijgen van kinderopvang (weigert de aangeboden opvangplek, wil geen opvang, etc.); Komt zonder afmelding of geldige reden niet opdagen bij verplichte activiteiten (MAP, PVT, participatieactiviteiten, taallessen); Buiten de vakanties van de (taal) aanbieder op vakantie (alleen van toepassing op statushouders).

De voorbeelden en opsommingen zijn niet uitputtend. In de praktijk kan er altijd een situatie ontstaan waarbij het opleggen van een boete onterecht zou zijn. De inburgeraar heeft bovendien in alle gevallen recht op een zienswijzegesprek.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13551445/1