02 Uitvoeringsstandaard_Bruggen.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsstandaard bruggen en kademuren
Voorwoord 2
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Om de grote opgave van het programma bruggen en kademuren (PBK) voortvarend aan te pakken, is een set regels en werkafspraken opgesteld. Deze standaard gaat verder dan een agenda of plan van het huidige college. De standaard zal de komende jaren de basis vormen voor de uitvoering van het programma en regelmatig worden herzien. Het is daarmee een essentieel onderdeel van de programmaaanpak Bruggen en Kademuren, zoals beschreven in het programmaplan Herstellen en verbinden (april 2020).
Gebruikmaken van wat er is
Inhoud van het document
De in dit document beschreven keuzes en regels gaan vaak over het consequent toepassen en gebruiken van wat al aanwezig is op het gebied van vakmanschap, instrumenten en – door de gemeenteraad vastgestelde – kaders. Daar is voor het programma versnellingswinst te behalen. En het kan inspiratie vormen voor andere onderdelen binnen de gemeente. Ook daar kunnen in veel gevallen de keuzes worden gemaakt die in deze uitvoeringsstandaard zijn beschreven.
Dit document bestaat uit een inleiding en zes inhoudelijke hoofdstukken, waarin telkens voor een bepaald thema wordt beschreven, welke keuzes we maken en hoe die keuzes gaan leiden tot het opschroeven van de productie. Met als doel sneller en efficiënter resultaat op straat. Elk hoofdstuk eindigt met een opsomming van de concrete regels die het college en de raad vastleggen en die leidend worden voor het programma bruggen en kademuren.
Voorwaarde voor versnelling
Leren, evalueren en bijstellen
Om de stad en haar historische bruggen en kades versneld te herstellen en te behouden voor de volgende generaties, moeten we nu flink investeren om de opgelopen achter standen weg te werken. Dat vereist dat college en raad voor de komende decennia richting bepalen en de kaders vastleggen voor de uitvoering van dit programma. Daarmee geven zij ook een heldere boodschap aan de stad: dit is een cruciale, onvermijdelijke en langjarige investering die voortvarend en gestandaardiseerd wordt aangepakt. Daarom wordt (/is) deze standaard na instemming door het college ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
Omdat we al doende leren en we nieuwe inzichten blijven opdoen, zullen er tijdens de uitvoering van het werk ideeën ontstaan voor nieuwe kaders of aanpassingen van bestaande kaders, die bijdragen aan het versneld realiseren van de opgave. Om deze nieuwe ideeën snel te kunnen toepassen in de praktijk spreken raad en college af dat het college de kaders in dit kader tussentijds kan aanvullen of wijzigen. Hierover informeert het college de raad. Periodiek, eenmaal per 3 jaar, herbevestigen college en raad de standaard, door dit in geactualiseerde vorm opnieuw vast te stellen.
College en raad besluiten ten aanzien van deze uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren: 1. Deze standaard en de daarin opgenomen kaders zijn van toepassing op de activiteiten die toezien op preventie, herstel en vernieuwing ten aanzien van bruggen en kademuren en de daarbij behorende activiteiten in de openbare ruimte. 2. Het college kan de kaders in deze standaard tussentijds aanvullen of wijzigen. Wanneer het college daartoe besluit, informeert hij de raad hierover. 3. Eenmaal per 3 jaar herbevestigen college en raad de uitvoeringsstandaard door dit in geactualiseerde vorm opnieuw vast te stellen.
Inhoudsopgave 3
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
1.
Urgentie van de opgave: om de stad nog eeuwen mooi en veilig te houden – en de opgelopen achterstand in onderhoud in te halen – moeten we het herstel versnellen.
2.
Vernieuwen van de openbare ruimte, in overleg met de buurt: we laten de stad beter achter dan we hem aantroffen.
3.
Preventie en interventie: bij veiligheidsrisico’s handelen we snel en adequaat, vooruitlopend op de definitieve vernieuwing.
4.
Boomrijke grachten: we houden onze kades boomrijk door bomen te verplanten, herplanten en waar mogelijk te behouden. Met speciale aandacht voor monumentale bomen.
5.
Bereikbaarheid en samenhang met andere opgaven: we willen en moeten veel in de stad. Dat vergt andere manieren van werken, maar ook onvermijdelijke overlast.
6.
Woonboten: we gaan eenduidig en voorspelbaar te werk. Er komen meer wissellocaties en een helder verplaatsingsprotocol.
7.
Inkoop: we optimaliseren het proces binnen de grenzen van de nationale en Europese wetgeving.
4
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
1. Om de stad nog eeuwen mooi en veilig te houden – en de opgelopen achterstanden in te halen – moeten we het herstel versnellen. Het Programma Bruggen en Kademuren van de gemeente Amsterdam heeft als opdracht om ruim achthonderd verkeersbruggen en tweehonderd kilometer kademuren veilig en functioneel te houden. Op een aantal plekken betekent dit dat een kademuur of brug versneld op orde moet worden gebracht. Dit kan alleen maar door fors te investeren: in onderzoek, in uitvoering van acute veiligheidsmaatregelen, in levensduur verlenging en in het duurzaam vernieuwen van constructies. Een noodzakelijke, maar ook ingrijpende en langdurige opgave die veel vraagt van de stad en de Amsterdammers. Hiertoe is voor een programmatische aanpak voor bruggen en kademuren gekozen, waarmee we de stad ook op de lange termijn veilig, bereikbaar en leefbaar houden.
We kunnen het ons niet permitteren om niet te versnellen Om de achterstanden weg te werken, moeten elk jaar veel meer bruggen en kademuren vernieuwd worden dan voorheen gebeurde. Door de vele veiligheidsconstructies en incidenten en door de media-aandacht is de urgentie inmiddels helder. Tegelijkertijd is duidelijk dat we fundamenteel anders moeten gaan werken dan we voorheen deden. Met alleen meer geld en meer mensen redden we
het niet. Want als we alles blijven doen zoals we dat altijd deden, dan krijgen we ook ongeveer de doorlooptijden die we altijd hadden. Zo duurt een brugvernieuwing nu gemiddeld zes jaar: vier en een half jaar voorbereidingstijd en anderhalf jaar uitvoering. Om tempo te maken en de capaciteit van zowel overheid als markt veel efficiënter te benutten, moeten we de doorlooptijd terugbrengen tot drie jaar.
hun fiets of auto of lopen een winkel binnen. Het is dus belangrijk dat de openbare ruimte snel wordt hersteld en weer voldoet aan de kwaliteit van het Amsterdamse straatbeeld. Daar past een eenvoudiger proces bij, in een programma-aanpak gegoten. En niet het projectmatige maatwerk zoals we gewend zijn.
Van belangrijke bijzaak naar hoofdzaak
Om die reden hebben we de bestaande processen tegen het licht gehouden en een paar goede verbeteringen en nieuwe standaarden gevonden. We willen het wiel niet bij elke vernieuwing opnieuw uitvinden. Zo hebben we al een versnelling doorgevoerd voor het ontwerp- en participatieproces voor de openbare ruimte na kademuurherstel. Met minder ambtelijke en bestuurlijke tussen stappen en behoud van overleg met de buurt.
Bruggen en Kademuren is een van de leidende programma’s waar andere ambities in meegaan of zich aan aanpassen. Dit vraagt om een volgende stap in de samenwerking met de andere opgaves. Het programma neemt daarbij het voortouw en kan een vliegwiel zijn om andere ambities in de stad te concretiseren en te programmeren.
Van projectmatig naar programmaaanpak: kortere processen Een groot deel van de opgave betreft het vernieuwen van constructies en het herstellen van de openbare ruimte erboven. Die openbare ruimte boven een brug of kademuur, is voor bewoner, bezoeker en ondernemer erg belangrijk. Hier verplaatsen mensen zich, komen elkaar tegen, parkeren
Voor de Amsterdammer en met de Amsterdammer
5
2. Vernieuwen van de openbare ruimte, in overleg met de buurt: we laten de stad beter achter dan we hem aantroffen.
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Vernieuwen in plaats van herinrichten: een vlot, eenduidig proces leidt tot herkenbare en aantrekkelijke openbare ruimte Het belangrijkste element uit de uitvoerings standaard heeft betrekking op het herstel van de openbare ruimte na de werkzaamheden aan kademuur of brug. De kern is dat we de openbare ruimte na de constructie werkzaamheden op een eenduidige, gestandaardiseerde en veel snellere manier vernieuwen, met oog voor de omgeving. Voorheen was het gebruikelijk om voor elke straat of kade een volledige projectmatige, gefaseerde herinrichting op te starten, met inspraak op de inrichting van alle ruimte tussen gevel en waterkant. Vanaf nu gaan we dat als volgt doen: in een kort en doelmatig proces vernieuwen we de openbare ruimte op basis van de door college en raad vastgestelde kaders, uitgangspunten en materialen. Na de overlast door het herstel van brug of kademuur krijgen bewoners zo weer snel een vernieuwde straat terug met een hoogwaardige en herkenbare inrichting. Zoals hieronder wordt toegelicht, blijven we dit doen in goed overleg met de omgeving. We geven daarmee uitvoering aan bestaand beleid. We gebruiken de handboeken en uitgangspunten die raad en college de
afgelopen paar jaar hebben vastgesteld: de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Beleidskader Puccinimethode, Handboek Rood en Handboek Groen) en de Inrichtings principes voor een autoluwe stad, om er een paar te noemen. Bij het overgrote deel van de kades en bruggen voldoet zo’n gestandaardi seerde vernieuwing van de openbare ruimte. Omdat de genoemde kaders en uitgangs punten al eerder zijn vastgesteld en de uitvoering van het programma financieel gedekt is, is het voor de vernieuwing van de kademuren, bruggen en openbare ruimte binnen het programma niet meer nodig een separaat bestuurlijk besluit te nemen. Dit komt overeen met hoe nu groot onderhoud en vervanging in de stad is georganiseerd: omdat het daarbij gaat om levensduur verlenging van de materialen en niet om wijzigingen aan de inrichting, komt daar ook geen besluitvorming bij kijken. Alleen in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld op grote verkeersaders, wordt overgegaan tot een volledige herinrichting met aparte besluitvorming.
ook het uitgangspunt. De openbare ruimte en uitstraling van een gebied vormt een geheel. Bewoners hebben in 2020 tijdens een serie participatie-avonden over het programma ook aangegeven liever in één keer mee te praten over hun buurt, dan telkens benaderd te worden door een volgend project over een klein stukje van die ruimte. Deze aanpak past prima binnen de huidige regels, zoals de inspraakverordening.
We werken gebiedsgericht en starten de participatie al voordat de vernieuwing begint
Goede participatie aan het begin werkt beter dan inspraak achteraf
Het programma gaat gebiedsgericht te werk. Voor de vernieuwing van de openbare ruimte en het betrekken van bewoners is dat dus
Het betrekken van bewoners nemen we serieus. We gaan al ver voor de werkzaam heden met bewoners en belanghebbenden in gesprek. We weten uit bovengenoemde participatie-avonden dat Amsterdammers dat op prijs stellen. Het gaat op dat moment over het informeren van bewoners en gebruikers over het benodigde herstel van kademuur of brug en wat dit voor hen betekent. Bewoners kunnen vragen stellen, ideeën naar voren brengen en worden ook geïnformeerd over de kaders en handboeken die de gemeente hanteert bij de vernieuwing van de openbare ruimte.
Bewoners begrijpen dat de gemeente kaders en handboeken hanteert bij de inrichting van de openbare ruimte. Ze willen dat de gemeente duidelijk aangeeft welke ruimte
er is voor participatie en hoe dit wordt georganiseerd. 6
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
In de fase waarin de vernieuwing van constructies en maaiveld wordt voorbereid, kunnen bewoners en andere belang hebbenden meepraten over de zogenaamde ‘vrije ruimte’ in het ontwerp voor de openbare ruimte. Met vrije ruimte wordt hierbij bedoeld: de mate waarin er – buiten de technische eisen, fysieke beperkingen en kaders – nog ruimte is om te variëren in het ontwerp. Hoeveel ruimte er is, is afhankelijk van onder meer de lokale situatie, de fysieke ruimte en de kaders voor dat gebied. Vaak zal die ruimte te vinden zijn in de zogenaamde functiestrook, waar de geparkeerde auto’s, fietsenrekken, bomen en afvalcontainers staan. Precies over die ruimte gaan we dan het gesprek aan. Niet in de vorm van inspraak (met nota’s, zienswijzen en reactienota’s), maar door gesprekken, (online-)bijeen komsten of het gebruik van stem-tools. Als er helemaal geen ruimte is in het ontwerp om over mee te praten, dan zal de gemeente bewoners uiteraard goed informeren over hoe de vernieuwing eruit gaat zien. Hoewel er dus vaak ruimte zal zijn voor een gesprek over de vrije ruimte in het ontwerp, is er nadrukkelijk geen ruimte voor wijzigingen aan de functie van de straat.
Ingrijpende wijzigingen in het profiel of de wijze waarop een straat functioneert, zoals het autovrij maken, parkeervrij maken of het toevoegen van bepaalde functies die er nu niet zijn (groenvakken, speelgelegenheid, terras en dergelijke), komen dus niet aan
bod. We brengen terug wat er al lag, met waar mogelijk kleine verbeteringen. Voor functiewijzigingen is slechts ruimte als gekozen wordt voor een herinrichting in plaats van vernieuwing van de openbare ruimte. Bij calamiteiten en noodsituaties is deze tijd en ruimte er vanzelfsprekend niet. In hoofdstuk drie wordt toegelicht hoe het contact met de omgeving in zulke gevallen verloopt.
We hebben oog voor de andere ambities en plannen in de stad Naast de bruggen en kademuren heeft de gemeente nog andere belangrijke ambities met een grote ruimtelijke impact: klimaatadaptatie, autoluw, energietransitie, aanleg van laadpalen en ondergrondse afvalsystemen, om er een paar te noemen. Bovendien zijn er doorlopend werkzaam heden van netbeheerders aan kabels en leidingen. Allemaal opgaven die niet simpelweg door de uitvoering van het PBK zijn op te schuiven. Dat we de openbare ruimte gestandaar diseerd gaan vernieuwen, betekent dus dat we intensief overleg hebben met andere gemeentelijke ambities en de rechten en plichten van netbeheerders die regelmatig onderhoud plegen aan kabels en leidingen. Als we werkzaamheden kunnen combineren zonder hierdoor (te veel) vertraging op te lopen, dan doen we dat. Hiervoor is het ten eerste noodzakelijk om al heel vroeg op programmaniveau (en gebiedsgericht)
met directies, stadsdelen en partners de verschillende ambities naast elkaar te leggen en te bepalen welke werkzaamheden wel en niet worden gecombineerd. En ten tweede om heel strak te sturen op het tijdig ontvangen van de wensen en eisen van partners die hun ambities gelijktijdig uit willen (laten) voeren. Meer over het al dan niet combineren van werkzaamheden volgt in hoofdstuk vijf.
Meer openbare ruimte vernieuwen in minder tijd: winst voor de stad en bewoners Alles bij elkaar levert deze aanpak niet alleen duidelijkheid richting bewoners en eenduidige uitstraling van onze buitenruimte op, maar ook een enorme snelheidswinst en toename van de productie. In dezelfde tijd kunnen we twee tot drie keer zoveel constructies herstellen en dus ook twee tot drie keer zoveel waardevolle openbare ruimte op niveau brengen. In goed overleg met bewoners en met minder bureaucratie. Al voordat deze standaard is vastgesteld, zijn we een deel van de uitgangspunten al aan het toepassen bij verschillende kademuur vernieuwingen. Dit leverde al een versnelling in de voorbereiding op van twintig weken. De aanpak hierboven noemen we lijn A. Omdat het onze voorkeur heeft en onze herkenbare standaard-aanpak is. Als er toch reden is om hiervan af te wijken en het is écht nodig om een straat volledig opnieuw in te richten en de functionaliteit te veranderen, dan noemen we dit lijn B. Daar hoort het klassieke, gefaseerde ontwerpproces bij,
7
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
zoals we dat ook toepassen op de ingewikkelde reconstructies van belangrijke verkeersaders en knooppunten. Denk hierbij aan de werkzaamheden aan de Mauritskade, de Raadhuisstraat of de Rode Loper boven de Noord-Zuidlijn. Zoals gezegd, is dat voor het overgrote deel van de openbare ruimte boven bruggen en kademuren niet nodig.
Elk jaar wordt de programmering van werkzaamheden voor de komende vijf jaar geactualiseerd. Uiterlijk in het derde kwartaal wordt vervolgens per ingreep de scope op hoofdlijnen bepaald, in overleg met stadsregisseur, directies en stadsdelen. Bestuurlijk wordt de programmering besproken in het overleg van de wethouder verkeer met de zeven portefeuillehouders.
Uit deze programmering volgt ook welke projecten in beginsel in welke categorie komen te vallen. Dit is ook het moment waarop aan de wethouder Verkeer kan worden voorgesteld om bij enkele werkzaamheden wél over te gaan tot combineren van ambities in een volledige herinrichting.
College en raad besluiten ten aanzien van de vernieuwing van kademuren het volgende kader te hanteren: 1. Vernieuwing van kademuren die valt binnen de scope van het programma geschiedt volgens de standaard-aanpak A2 zoals beschreven in bijlage 1 bij deze uitvoeringsstandaard, waarbij de openbare ruimte wordt vernieuwd volgens een standaard-ontwerp, op basis van uitgangspunten van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld en overige beleidskaders; 2. Voor een vernieuwing conform deze standaard-aanpak A2 is geen voorafgaand bestuurlijk besluit van het college of van het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel nodig. De besluitvorming over de toekenning van het overkoepelende krediet voor vernieuwingen vindt jaarlijks plaats in de gemeenteraad; 3. Bij de standaard-aanpak A2 wordt in elk geval gestreefd naar een bredere stoep, betere groeiplaatsvoorziening voor bomen, elders bewezen klimaatadaptatie-maatregelen (verbeteren afwatering) en fietsparkeernietjes. In de aanpak wordt bovendien ruimte gereserveerd voor laadpalen wegverkeer en voor afvalcontainers, mits de eisen hiervoor tijdig duidelijk zijn. 4.
In de volgende gevallen kan worden afgeweken van deze standaard-aanpak A2: – Als er zwaarwegende redenen zijn om de project-scope uit te breiden, dan kan de wethouder verkeer een principebesluit nemen (conform het op dat moment actuele proceshandboek PBI) en de vernieuwing daarmee aanwijzen tot een herinrichtingsproject, waarop aanpak B als beschreven in bijlage 1 bij deze regeling van toepassing is. Dit kan alleen, als er voor de meerkosten van de herinrichting dekking wordt gevonden buiten het programma Bruggen en Kademuren. – Als het mogelijk en passend is om de projectscope te verkleinen tot variant A1 zoals beschreven in bijlage 1 bij deze standaard – waarbij het maaiveld slechts gedeeltelijk wordt opengebroken en vervangen –, dan kan de programmadirecteur Bruggen en Kademuren hiertoe besluiten. – Om een innovatieve werkwijze, nieuwe bouwmethode of ander innovatief element mee te nemen tijdens de kademuur- of brugvernieuwing, kan de programmadirecteur besluiten dat aanpak A2 uitgebreid worden tot A2i. Zo kan een innovatie in de praktijk getest worden, om het effect ervan te bezien en te evalueren. Denk bijvoorbeeld aan in de kades geïntegreerde kabel- en leidingkokers of ondergrondse energievoorziening. Bij geslaagde toepassing, kan het worden opgenomen binnen de standaardaanpak. Besluitvorming, participatie en dekking komen overeen met aanpak A2. 5.
Als de aanpak van een project bepaald is (A1/A2/A2i/B), wordt daarbij de in bijlage 1 bij deze uitvoeringsstandaard bij de betreffende aanpak beschreven wijze van besluitvorming, wijze van participatie en dekkingsbron toegepast;
8
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
College en raad besluiten ten aanzien van de vernieuwing van bruggen het volgende kader te hanteren: 1. Vernieuwing van bruggen die valt binnen de scope van het programma geschiedt standaard volgens standaard-aanpak A1 of A2, zoals beschreven in bijlage 2 bij deze uitvoeringsstandaard. De keuze tussen A1 of A2 is afhankelijk van de vraag of er meerdere bruggen in een straat of gebied liggen en of de openbare ruimte tussen de bruggen aan onderhoud toe is: – A1 - solitaire brug: de brug wordt vernieuwd. Het maaiveld wordt hersteld na de werkzaamheden in oorspronkelijk profiel. – A2 - bruggen in lijn: meerdere bruggen in een straat worden gelijktijdig vernieuwd. Het maaiveld wordt na de werkzaamheden hersteld of vernieuwd op basis van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. 2. Voor een vernieuwing conform deze standaard-aanpak A1 of A2 is geen voorafgaand bestuurlijk besluit van het college of van het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel nodig; 3.
In de volgende gevallen kan de wethouder verkeer besluiten dat wordt afgeweken van de standaard-aanpak en dat wordt overgegaan tot een aanpak zoals in bijlage 2 bij deze uitvoeringsstandaard beschreven voor categorie B: – Als de vernieuwing van een of meerdere bruggen wordt ondergebracht bij een lopend herinrichtingsproject; – of als er aanleiding is en separate financiële dekking is voor het uitvoeren van een project waarin de straat volledig wordt heringericht en de brug of bruggen worden vernieuwd. 4. Als de aanpak van een vernieuwing bepaald is (A1/A2(i)/B), wordt daarbij de in bijlage 2 bij deze standaard bij de betreffende aanpak beschreven wijze van besluitvorming, mate van participatie en dekkingsbron toegepast;
9
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
College en raad besluiten ten aanzien van inspraak en participatie bij werkzaamheden in het kader van het programma Bruggen en Kademuren het volgende kader te hanteren: 1. Inspraak en participatie van bewoners, belanghebbenden en bedrijven voorafgaand aan de werkzaamheden in het kader van een vernieuwing geschiedt op de wijze zoals beschreven in de bijlagen 1 (vernieuwing Kademuren) en 2 (vernieuwing Bruggen) bij deze uitvoeringsstandaard. Dit sluit aan bij de algemene inspraakverordening van Amsterdam, waar inspraak wordt voorgeschreven voor beleidsvoornemens. Het toepassen van vigerende – door de raad vastgestelde – uitgangspunten bij ruimtelijke vernieuwing, valt niet onder beleidsvoornemen. 2. Voor de vernieuwing van Kademuren betekent dit voor de verschillende categorieën het volgende: – A1 (basis): Participatie vindt plaats door een gesprek met de buurt waarin men wordt geïnformeerd over uitvoering, overlast en bereikbaarheid; – A2 (standaard): Participatie vindt plaats door middel van het direct consulteren van de omgeving als er vrije ruimte is bij de toepassing van het standaardontwerp. In de praktijk zal dit dan gaan over de invulling van de functiestrook (parkeren, bomen, afvalcontainers, spelen, etc). Dit geschiedt bijvoorbeeld aan de hand van meerdere mogelijke invullingen. Hiervoor wordt een standaardwerkwijze ontwikkeld.
– B (special): Inspraak geschiedt overeenkomstig het geldende PBI, waarbij het zwaartepunt ligt bij fase 2, op schetsontwerp en nota van uitgangspunten. 3. Voor de vernieuwing van Bruggen betekent dit voor de verschillende categorieën het volgende: – A1 en A2 (een of meerdere bruggen vernieuwen): Participatie vindt plaats door middel van een dialoog met de buurt over uitvoering, overlast en bereikbaarheid; – B (herinrichting met (een) brug(gen)): Inspraak geschiedt overeenkomstig het geldende PBI, waarbij het zwaartepunt ligt bij fase 2, op schetsontwerp en nota van uitgangspunten. 4. Als een activiteit die valt binnen de scope van het programma rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen of voorgenomen werkzaamheden ten aanzien waarvan reeds participatie heeft plaatsgevonden, dan vindt ten aanzien van die activiteit niet nogmaals participatie plaats. 5. In het kader van de voorbereiding van de werkzaamheden die worden verricht in het kader van Preventie en interventie vindt geen inspraak of participatie plaats. Wel is er intensief contact met de omgeving, zowel om te informeren als om te reageren op signalen en zorgen vanuit de omgeving.
10
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
3. Preventie en interventie: bij veiligheidsrisico’s handelen we snel en adequaat, vooruitlopend op de definitieve vernieuwing. Het is niet ondenkbaar dat er situaties zullen zijn waarbij er snel moet worden gehandeld om een calamiteit te voorkomen of er met spoed een situatie moet worden hersteld waar het al mis is gegaan. Bij deze zoge naamde veiligheidsmaatregelen handelen we snel maar zorgvuldig. Deze maatregelen lopen vooruit op daadwerkelijke vernieuwing van de betreffende constructie en staan dus meestal niet op zichzelf.
Dit roept regelmatig vragen op over welke besluiten er aan de maatregelen ten grond slag liggen, of er participatie plaats had moeten vinden en wie besluit om te interveniëren. Het antwoord daarop is: de noodzaak om snel te handelen maakt dat er geen tijd is voor bestuurlijke besluiten of actief participatieproces en het mandaat tot het besluit daartoe is belegd bij de programmadirecteur Bruggen en Kademuren.
De maatregelen zijn er op gericht om een acuut veiligheidsrisico aan te pakken. Als de betreffende kade of brug later definitief wordt vernieuwd, dan vindt over de inrichting en uitvoering vervolgens participatie plaats op de wijze zoals eerder beschreven. Het besluit tot een veiligheidsmaatregel wordt niet lichtzinnig genomen. Om tot dit besluit te komen worden de gevolgen van de eventuele veiligheidsmaatregel gewogen op grond van input van de belangrijkste belanghebbende (omgevingsadvies) en de technische staat (technisch advies) van de brug of kade. Daarover wordt transparant gecommuniceerd. Tevens wordt gekeken naar mogelijke alternatieve oplossingen en mitigerende maatregelen. Altijd in dialoog met de betrokkenen en begrensd door het gegeven dat veiligheid voor gaat. In voorkomende gevallen is het niet altijd te voorkomen dat belangen (tijdelijk) geschaad worden. We informeren bewoners en bedrijven over de mogelijkheden om een verzoek om nadeelcompensatie te doen. De gemeente kent hiervoor een beproefd proces, gebaseerd op de algemene nadeel compensatieverordening. Binnengekomen verzoeken handelen we voortvarend af.
11
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
4. Boomrijke grachten: we houden onze kades boomrijk door te verplanten, herplanten en waar mogelijk te behouden. Met speciale aandacht voor monumentale bomen. Bomen zorgen voor een leefbare en gezonde stad Bomen zijn een beeldbepalend onderdeel van de openbare ruimte en hebben cultuur historische waarde. Ook dragen ze bij aan klimaatbestendigheid en aan het welbevinden van inwoners en bezoekers. De grote diver siteit aan groen en monumentale bomen die we hebben in de stad, met onder meer ruim 60 verschillende iepensoorten, is uniek. Dit willen we graag zoveel mogelijk behouden bij werkzaamheden aan kades en bruggen. Tegelijkertijd kunnen bomen letterlijk barrières zijn bij de snelle aanpak van het veilig stellen van onze bruggen en kades. Bij boombehoud richten we ons op de zogenoemde “beschermwaardige hout opstanden” conform de gemeentelijke Bomenverordening 2014. Dit zijn bomen met een monumentale status of bomen die hard op weg zijn monumentaal te worden vanwege hun bijzondere waarde zoals beeldbepalende, natuur- of cultuurhistorische meerwaarde (hierna: monumentale bomen). Voorafgaand aan de voorbereiding van werkzaamheden, wordt voor de zekerheid nog een laatste controle gedaan op waardevolle bomen in het betreffende gebied.
Voor deze bomen streven we naar behoud. In veel gevallen is dat niet mogelijk. Op dat moment wordt altijd onderzocht of de boom verplaatsbaar is. Dit is vooral mogelijk bij jonge en gezonde exemplaren. Om vaker te kunnen verplanten, worden oplossingen verkend waarbij bomen op een tijdelijke plek in de buurt komen te staan. Als dit niet lukt, zal de boom worden gekapt en wordt na afronding van de werkzaamheden een nieuwe boom geplant. Kap is soms ook noodzakelijk vanwege gezondheid van de boom of veiligheid van de omgeving. Dit staat los van de kademuurvernieuwing. Belangrijk onderdeel van de bomenverordening is dat een onafhankelijke commissie toetst of aan de voorwaarden voor een kapvergunning wordt voldaan. Tevens geldt dus altijd een herplantplicht. Bij kademuurvernieuwing streven we naar het behoud van (monumentale) bomen, maar ook hier kan kap onvermijdelijk zijn. De huidige werkwijze bij vernieuwing van kademuren houdt in dat we de constructie afbreken en opnieuw opbouwen. Aanwezige bomen staan vaak dicht op de kade en kunnen in de meeste gevallen niet behouden blijven. Dat geldt ook voor de monumentale bomen, die veelal vergroeid zijn met de
constructie. Daarom gaat kadevernieuwing vaak gepaard met het noodzakelijk kappen of waar mogelijk het verplanten van bomen. Dat laatste is vaak alleen kansrijk bij jongere bomen, vaak niet de monumentale. Dat is nu niet anders dan hoe we te werk gingen voordat dit programma startte. Maar omdat we op steeds meer plekken tegelijk werken, gaat het om veel bomen en valt het meer op. In onze bomenaanpak staat veiligheid altijd voorop. We verwachten dat de mogelijk heden voor boombehoud met de jaren zullen toenemen, maar op dit moment hebben we geen technieken tot onze beschikking die boombehoud op grotere schaal mogelijk maken. Ook op de langere termijn zullen op sommige plekken monumentale bomen staan waar geen oplossing voor beschikbaar is en vernieuwing van de kade niet is uit te stellen vanwege de technische staat. Het is geen realistisch uitgangspunt dat alle bomen behouden kunnen blijven. We maken voor de aanpak onderscheid tussen projecten op de korte, middellange en lange termijn: • Projecten die op korte termijn staan gepland (2021 – ca. 2023): de planning van de projecten is jaren geleden tot stand gekomen, waarbij gekeken is naar de technische staat (veiligheid) en de
12
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
bereikbaarheid. We kijken nu opnieuw naar deze projecten en brengen alle belangen en de consequenties in beeld. Waar mogelijk zoeken we met maatwerk naar integrale oplossingen voor boom behoud, waarbij we kosten en baten tegen elkaar afwegen. Waar maatwerk niet mogelijk is, maken we een keuze tussen doorgaan of uitstel. Dat hangt af van de technische staat, de bereikbaarheid en de kans dat toekomstige innovaties hier verschil kunnen maken. Daarnaast toetsen we de innovaties in pilots op haalbaarheid en opschaalbaarheid. We trekken hierin samen op met belanghebbenden en een brede groep van experts. • Projecten die op de middellange termijn worden gepland (ca. 2024 – ca. 2026): voor deze uitvoeringsperiode maken we in de programmering de aanwezigheid van monumentale bomen een expliciet onderdeel van het besluit. Als de veiligheid het toestaat, leggen we de nadruk in deze jaren op kades met minder monumentale bomen. Tevens kunnen we tegen die tijd de bewezen succesvolle innovaties al wat breder toepassen. • Projecten die op lange termijn worden gepland (na 2026): naar verwachting zijn we op lange termijn in staat om innovatieve methoden op te schalen, zodat we meer (monumentale) bomen kunnen behouden. Daarnaast kunnen we waarschijnlijk met andere methodes de levensduur van oude kades verlengen, waarmee de impact op de monumentale bomen beperkt is.
Vanwege de omvang van de opgave, werken we programmatisch. In plaats van voor elke afzonderlijke boom een vergunning aan te vragen, maken we gebruik van jaarvergun ningen voor hele rakken en clusters. Deze mogelijkheid bestaat al in de vigerende bomenverordening en gaan we voor dit programma benutten. Dit levert ons zowel tijd- als capaciteitswinst op. Daardoor kunnen we op een hoger abstractieniveau afspraken maken met stakeholders, zoals de Advies commissie beschermwaardige houtopstanden. We kijken kritisch en doen gedegen onderzoek naar de bomen waarvoor we, in geval het niet anders kan, een kapvergunning aanvragen. Indien uit dat onderzoek blijkt dat een boom ziek, zwak of onverplaatsbaar is, steken we onze tijd in compensatie en vervanging. Daarnaast houden we de grachten groen door nieuwe bomen aan te planten waar behoud niet mogelijk is. De verwachting nu is dat een groot deel van de bomen moet worden
vervangen door jongere exemplaren. Die jongere bomen hebben vanzelfsprekend de eerste jaren nog niet de uitstraling van de oude. Door verschillende iepensoorten te combineren, zowel de iepziekte-resistente als de niet-resistente, en aandacht te schenken aan groeiplaatsverbetering, krijgen we na verloop van tijd weer mooie weelderige grachten met gezonde bomen. Door het werken met jaarvergunningen en een realistische blik, besparen we tijd, energie en capaciteit bij zowel interne partners als externe partners. Samen met bewoners, de Advies commissie beschermwaardige houtopstanden en belangengroeperingen als de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en het Comité Westelijke Grachtengordel en investeren we in onderzoek naar de gezonde bomen, die potentie hebben om behouden te kunnen worden. Ook onderzoeken we samen nieuwe technieken voor kadevernieuwing of levensduurverlenging.
13
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
College en raad besluiten ten aanzien van bomen in het werkgebied van het programma bruggen en kademuren het volgende kader te hanteren: 1. Bij boombehoud richten we ons op de “beschermwaardige houtopstanden” conform de gemeentelijke Bomenverordening 2014. 2. Waar het kappen, snoeien of verplaatsen van bomen nodig is, geldt als uitgangspunt dat een jaarvergunning als bedoeld in de Bomenverordening wordt aangevraagd die een groter gebied bestrijkt (van bijvoorbeeld verschillende rakken en clusters). 3. Voorafgaand aan de beslissing om een vergunning voor het vellen, verplaatsen of snoeien te vragen wordt aandacht besteed aan de vraag of er redelijkerwijs alternatieven zijn voor het vellen, verplaatsen of snoeien van een houtopstand. 4. We hanteren in de komende jaren het afwegingskader zoals dat is weergegeven in bijlage 3 en 4 waarbij een beslisboom aangeeft hoe we handelen met de aanwezige bomen bij een kadevernieuwingsproject. Zodra meer technieken voor boombehoud beschikbaar zijn, wordt deze beslisboom herijkt.
14
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
5. Bereikbaarheid en samenhang met andere opgaven: we willen en moeten veel in de stad. Dat vergt andere manieren van werken, maar ook onvermijdelijke overlast. Amsterdam is een oude stad die intensief gebruikt wordt Dat betekent dat er doorlopend onderhoud nodig is aan straten, pleinen, bruggen, kades, tunnels, bouwwerken, groen en aan de ondergrondse infrastructuur van kabels en leidingen. Daarnaast ontwikkelt de stad zich en zijn er vele ambities die zich manifesteren in de openbare ruimte: nieuwe ondergrondse afvalcontainers, maatregelen in het kader van klimaatadaptatie, luchtkwaliteit, en klimaatneutraal. Om er een paar te noemen. Kortom: de opgave voor bruggen en kademuren staat niet alleen. Altijd als er ergens gewerkt wordt aan het herstel of vernieuwing van een kade, zijn er gelijktijdig initiatieven en wensen van de gemeente, partners en bedrijven. We geloven in werkmet-werk maken: als we toch bezig zijn – en overlast veroorzaken – dan kunnen we maar beter die andere klussen meteen ook uitvoeren. Die gaan we dan wel beter plannen en regisseren om de vaart erin te houden. Anders moeten we een paar maanden later alweer de straat opbreken, bijvoorbeeld voor onderhoud aan riool of gasleiding. Dit geldt ook voor maatregelen op het gebied van energietransitie zoals de energiepaal. Als blijkt dat dergelijke
experimenten breed toepasbaar zijn, dan kunnen deze vaker toegepast worden. Zie hiervoor variant A2i in de eerste bijlage. Toch kan het vanwege de snelheid nodig zijn het werk-met-werk principe te verlaten. Natuurlijk heeft dat dan gevolgen voor andere opgaves én voor de omgeving. Reden om een dergelijk besluit te nemen in samenspraak met de stadsregisseur, die uiteindelijk het laatste woord heeft.
De oplossing: gebiedsgericht werken en telkens zes bewuste afwegingen maken: We gaan de processen versnellen door betere samenwerking en door direct met de juiste mensen aan tafel te zitten en bindende afspraken te maken. We doen dat gebieds gericht in plaats van telkens per project opnieuw een projectorganisatie op te tuigen. Het programma voor bruggen en kademuren wordt dus gebiedsgericht uitgevoerd.
15
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Dat wil zeggen dat het programma zich over de stad verplaatst en telkens aan meerdere kademuren en bruggen in een bepaald gebied werkt. Daarbij worden dan ook alle andere werkzaamheden en opgaven in dat gebied in kaart gebracht. Meestal zullen in zo’n gebied de werkzaamheden van het PBK leidend zijn. Met Stadsregie en de opdrachtgevers van de werkzaamheden wordt in het Coördinatie stelsel van Amsterdam de beste wijze (efficiënt, effectief, tegen zo min mogelijk schade voor derden) van uitvoering besproken. Dat betekent dat telkens voor een (deel)gebied wordt bepaald: A. Vindt er gecombineerde (‘werk met werk’) of solo uitvoering plaats? Waarbij wordt afgezien van werk met werk maken als de snelheidswinst voor het programma groot is en de negatieve effecten voor de eigenaren van de kabelen leidingnetwerken gering is. Bij het werk-met-werk maken krijgen de partners, zoals vastgelegd in de procedures van het coördinatiestelsel, maar éénmaal de gelegenheid om aan te geven of zij ‘mee willen’ in de werkzaamheden. Alleen door streng toe te zien op deze regel, wordt oponthoud in de voorbereiding van werkzaamheden voorkomen. B. Vindt de uitvoering plaats onder projectregie? Hierbij is projectregie het uitgangspunt is waar beargumenteerd van kan worden afgeweken. Dit betekent dat alle opdrachten worden samengesmeed tot één opdracht, met één directievoering.
Op die manier voorkomen we dat ver schillende aannemers op elkaar moeten wachten en na elkaar de grond in gaan. Er is dan ook meer sturing mogelijk op de uitvoering, doordat alles in één hand is. Het PBK organiseert deze projectregie. C. Is de uitvoering ‘kort maar hevig’ of gefaseerd? Kort maar hevig betekent ‘vierkante afsluiting’ van het bouwterrein voor verkeer. Bij bruggen gaat het dan ook over boten. ‘Kort maar hevig’ is het uitgangspunt waar beargumenteerd van kan worden afgeweken als de schade voor stad of partners onevenredig groot is ten opzichte van de snelheidswinst. De wijze van uitvoering wordt voorgelegd aan de stadsregisseur, volgens de bestaande procedure. D. Welke acties vinden plaats n.a.v. inventarisatie onder- en bovengrondse objecten (kabels, leidingen, nutskasten, bomen, lichtmasten etc.)? Er vindt altijd een inventarisatie van de ondergrond plaats, om onverwachte verrassingen tijdens de uitvoering te voorkomen. E. Op welke wijze wordt de wenstracé procedure ingevuld? In afwijking van de veel gehanteerde procedure voor de nieuwe ordening van de kabel- en leidingnetwerken (de wens tracéprocedure) gaan we in direct overleg met alle netbeheerders komen tot een ontwerp. Een procesinnovatie die we in nauw overleg met Stadsregie en het Ingenieursbureau Amsterdam uitvoeren. Naar verwachting gaat dit sneller en beter
dan de traditionele aanpak. In de nieuwe WIOR-verordening van 2021 is de tradi tionele procedure niet langer opgenomen en is deze procesinnovatie mogelijk.
Organisatie van het gebiedsgericht werken Voor het gebiedsgericht werken is het belangrijk om de net- en assetbeheerders nauw te betrekken. PBK organiseert samen met Stadsregie binnen de contouren van het Amsterdamse Coördinatiestelsel een startbijeenkomst waar de bovenstaande punten besproken en uitgewerkt zullen worden.
16
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
College en raad besluiten in relatie tot het programma bruggen en kademuren ten aanzien van bereikbaarheid en samenhang met andere opgaven het volgende kader te hanteren: 1. De werkzaamheden in het kader van het programma Bruggen en kademuren worden gebiedsgericht uitgevoerd op de wijze zoals beschreven in deze uitvoeringsstandaard. 2. Daarbij worden de verschillende werkopgaves in het gebied in kaart gebracht en op basis van urgentie of belang georganiseerd. Vaak zullen de werkzaamheden van het programma in dat gebied leidend zijn. De stadsregisseur bepaalt hierop de programmering. In overleg met de afdeling Stadsregie en binnen het coördinatiestelsel van Amsterdam wordt de beste wijze van uitvoering bepaald, waarbij de vijf in deze standaard beschreven vragen worden beantwoord op de manier overeenkomstig deze standaard. 3. In de voorbereiding van de uitvoering voor elk project, worden de vijf afwegingen zoals genoemd in de lopende tekst onder A t/m E gemaakt en vastgelegd, zodat er tijdig een stabiele projectscope is vastgelegd.
17
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
6. Woonboten: we gaan eenduidig en voorspelbaar te werk. Er komen meer wissellocaties en een helder verplaatsings protocol. Het Amsterdamse water. Het heeft op velen een grote aantrekkingskracht en dit zien we terug in het gebruik van het water en de kade: aanleglocaties voor rondvaartboten en logistiek en ligplaatsen voor woonboten. Door de toename van plezier en logistiek op het water wordt er een steeds grotere claim gelegd op het Amsterdamse water en de kade die daarbij hoort. Dit betekent dat er ook beperkt ruimte is om woonboten te verplaatsen naar wissellocaties: we komen simpelweg geschikte ruimte te kort.
projecten. De wijze waarop tot nog toe tegemoet wordt gekomen aan de wensen van bewoners zal in de toekomst moeilijker worden. Met het vaststellen van een vernieuwde standaardaanpak wordt een eenduidige en voorspelbare werkwijze gecreëerd. Daarnaast moeten ook extra wissellocaties worden gerealiseerd. De gemeente zal bij de zoektocht naar wissel locaties vooral letten op beschikbaarheid en minder op zaken zoals nabijheid tot de oorspronkelijke locatie.
Wissellocaties
Zelf aangebrachte voorzieningen
Bij het vernieuwen van een kademuur is het bijna altijd nodig om aanliggende woonboten tijdens de bouw weg te halen. Het tijdelijk verplaatsen van de woonboot is voor de bewoners een ingrijpende gebeurtenis. Om de bewoners een goede tijdelijke ligplaats te bieden heeft de gemeente zogenaamde wissellocaties nodig, het aantal wissellocaties in de stad is echter beperkt. Tot nog toe kwamen we per project zoveel mogelijk tegemoet aan de wensen van bewoners, zoals de nabijheid bij de oude locatie en van voorzieningen. Dit leidt tot lange verplaatsingsprocessen, verschillende soorten afspraken met woonbootbewoners en daarmee samenhangende vertraging voor
We constateren dat bij een aantal woonboten op de kade en/of in het water bouwwerken en terrassen zijn aangelegd, zonder dat de daarvoor vereiste toestemming is gegeven. Bij tijdelijke verplaatsing en terugverhuizing kunnen niet-vergunde bouwwerken, of ruimteclaims waarvoor niet de vereiste toestemming is verleend, in eerste instantie niet terugkomen. Wanneer bewoners in de nieuwe situatie zelf aan te brengen voorzieningen (opnieuw) willen realiseren, dan is dat mogelijk, mits de daarvoor benodigde vergunning of privaatrechtelijke toestemming tijdig wordt aangevraagd en verleend kan worden.
Verplaatsingsprotocol en nieuw beleid Het college zal op basis van de reeds bestaande protocollen en in samenspraak met actieve woonbootorganisaties en stadsdelen, een generiek verplaatsings protocol opstellen ten aanzien van de tijdelijke verplaatsing van woonboten. Doel hiervan is dat in de hele stad dezelfde spelregels en richtlijnen worden gehanteerd voor eisen en voorwaarden aan tijdelijke ligplaatsen en de verplaatsingsprocedure. Daarnaast zal ook gewerkt worden aan het terugdringen van het tekort aan wissel locaties en zal stedelijk woonbootbeleid worden ontwikkeld.
18
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
College en raad besluiten in relatie tot het programma bruggen en kademuren ten aanzien van woonboten, het volgende kader te hanteren: 1. Het college zal in een generiek verplaatsingsprotocol en een format voor een verplaatsingsovereenkomst per woonboot vaststellen ten aanzien van de tijdelijke verplaatsing van woonboten. Later volgt stedelijk woonbotenbeleid. 2. We dringen het tekort aan wissellocaties in de stad terug door extra wissellocaties te realiseren. 3. Bij het bepalen van de extra (tijdelijke) wissellocaties zal gezien de schaarste aan locaties en de urgentie van de werkzaamheden van het programma vooral gekeken worden naar beschikbaarheid van locaties; 4. Indien uitbreidingen zonder de daarvoor vereiste toestemming zijn aangebracht aan de woonboot, zal de woonboot door de rechthebbende in beginsel terug moeten worden gebracht in de vergunde status om verplaatsing mogelijk te maken; 5. Voorafgaand aan of tijdens werkzaamheden in het kader van het programma zullen bouwwerken en objecten op de wal en in het water die zich bevinden op de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden, of op de locatie die nodig is voor het doen laten plaatsvinden van die werkzaamheden, moeten worden verwijderd. Bouwwerken en objecten die zonder de daarvoor vereiste toestemming zijn aangebracht zullen in beginsel niet terug keren in de vernieuwde situatie.
19
7. Inkoop: we optimaliseren het proces binnen de grenzen van de nationale en Europese wetgeving.
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
De gemeente Amsterdam staat voor een enorme opgave om haar bruggen en kades weer te herstellen. Om dit voor elkaar te krijgen én snelheid te maken, is op een aantal vlakken een andere strategie nodig. Hierin zijn al belangrijke stappen gezet: zo is er samen met de markt hard gewerkt aan de in juni 2020 vastgestelde Markstrategie Bruggen en kademuren. Om factor 20 te kunnen realiseren is namelijk een systeem verandering nodig. Hier hebben alle partijen in de keten een aandeel in en dit betekent ook kritisch kijken naar onze eigen rol en regels. De Gemeente Amsterdam heeft er voor gekozen om bovenop nationale en Europese wetgeving, specifieke inkoopregels
vast te leggen die toezien op onder meer drempelwaarden en uurtarieven. Het is ‘alle hens aan dek’ om de complexe opgave voor de bruggen en kademuren tot een goed einde te brengen. Dat betekent dat het programma snel moet kunnen schakelen, ook richting marktpartijen. Een opgave als deze realiseert de gemeente Amsterdam niet zelfstandig. Een succesvolle aanpak vergt een goede samenwerking van de gemeente met een veelheid aan stakeholders. Hierbij is een cruciale rol weggelegd voor de marktpartijen die de gemeente Amsterdam betrekt in de (voorbereiding van de) uitvoering van
onderzoeken, veiligheidsmaatregelen, vernieuwingsprojecten en innovatie programma’s. De opgave vraagt ook veel aan specialistische en schaarse kennis terwijl op veel plaatsen in Europa soortgelijke problematiek speelt. Dergelijke kennis moet vaak extern worden ingehuurd. De binnen de gemeente nagestreefde verhouding tussen vast personeel en externe inhuur blijkt dan vaak moeilijk te behalen. Voor de specifieke expertise die nodig is voor het programma, de continuïteit van de bedrijfsvoering, maken we het daarom mogelijk om van enkele Amsterdamse vereisten af te wijken.
College en raad besluiten in relatie tot het programma bruggen en kademuren ten aanzien van inkoop die in het kader van het programma wordt uitgevoerd, het volgende kader te hanteren: 1. Voor inkoop die die in het kader van het programma wordt uitgevoerd, vervallen de in het gemeentelijk beleid gehanteerde gemeentelijke drempelwaarden onder de Europese drempelwaarden. 2. Het is de programmadirecteur toegestaan af te wijken van gemeentelijk beleid ten aanzien van de verhouding tussen vast personeel en externe inhuur. De programmadirecteur houdt bij beslissingen omtrent externe inhuur wel rekening met de verhouding tussen vast personeel en externe inhuur binnen de programmaorganisatie, in het bijzonder met het oog op de uiteindelijke inbedding in de reguliere organisatie van de gemeente en de beëindiging van het programma.
Bijlagen 20
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Schema projectscope inrichting kademuren Schema projectscope inrichting bruggen Schema afweging bomen op rakniveau Schema afweging bomen op boomniveau
Schema projectscope inrichting kademuren
Vernieuwing kademuren
Verkenning van opgave en maaiveld
A
21
B
Programma B&K is opdrachtgever
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Kademuur is dominant in opgave
A1
BASIS Kademuur vernieuwen
Maaiveld wordt opengehaald en nadien hersteld. Als maaiveld functioneel voldoet en de staat van onderhoud is goed, dan wordt kademuur vernieuwd en (opgebroken deel van) maaiveld teruggebracht in oorspronkelijke staat. Zie: Entrepotdok, Oudezijds Voorburgwal, Geldersekade. Mogelijk leidt innovatie nog tot een variant waarbij maaiveld in tact blijft. Betrokkenheid omgeving: groot (bij uitvoering) Betrokkenheid bestuur: beperkt (geen besluiten, geen wijziging maaiveld) Participatie: informeren van de buurt over uitvoering, overlast en bereikbaarheid. Besluitvorming: uitvoeringsbesluit door programmadirecteur. Dekking: programmakrediet.
versie 2.0 / jan 2021
Kademuur is dominant in opgave
A2
STANDAARD Vernieuwing maaiveld o.b.v. vastgelegde standaarden Lijkt meer op groot onderhoud dan op herinrichting!
Standaardontwerp maaiveld op basis van Puccini zorgt voor: vernieuwde openbare ruimte met bredere stoep op grachtengordel: langsparkeren (autoluwer) betere groeiplaatsvoorziening rainproof (verbeteren afwatering) fietsparkeren En reserveert ruimte voor: laadpalen wegverkeer afvalcontainers mits eisen tijdig duidelijk zijn
Kademuur is dominant in opgave
A2i
STANDAARD + INNOVATIE Enkele projecten worden aangemerkt als A2i, om innovatief element aan opgave toe te voegen en te testen. Kan een werkwijze, bouwmethode of fysieke opgave zijn. Bij succes kan het in standaard komen.
Betrokkenheid omgeving: groot (bij ruimte in ontwerp) Betrokkenheid bestuur: beperkt (geen besluiten, standaardontwerp) Participatie: omgeving consulteren als er ruimte is in ontwerp, na toepassing standaarden. Vaak gaat dit vooral over invulling functiestrook (parkeren, bomen, afvalcontainters, spelen etc.). Geen inspraak maar direct contact. Besluitvorming: uitvoeringsbesluit door programmadirecteur. Gezien standaardontwerp (eigenlijk groot onderhoud maaiveld), wordt geen ontwerp vastgesteld of vrijgegeven. Dekking: programmakrediet.
V&OR is opdrachtgever
Maaiveld en/of ander doel is dominant
B
SPECIAL Aanvullende ambities en/of aansluiting bij lopend project Volledige herinrichting op basis van PBI-proces.
Herinrichting o.b.v. verkeerskundige wijzigingen en/of andere ambities, zoals initiatieven van bewoners, klimaatadaptatie, laadvoorziening varen, overslag, energietransitie (WKO), autoluw+ (autovrij e.d.). Programma B&K levert eisen, ontwerp, expertise en budget voor onderdeel kademuur (en standaard-maaiveld). Betrokkenheid omgeving: groot (conform PBI en leidraad participatie) Betrokkenheid bestuur: groot Participatie: inspraak of andere vorm van participatie, conform PBI, waarbij zwaartepunt ligt bij fase 2 (schetsontwerp en nota van uitgangspunten). Besluitvorming: voorkeursbesluit en uitvoeringsbesluit door DB danwel college/raad (afhankelijk van plek in het netwerk en investering). Dekking: SMF, bijdrage VRA e.a. bijdrage uit programmakrediet voor vernieuwing kademuur + deel maaiveld.
OBT131358
Categorisering projectscope
Schema projectscope inrichting bruggen
Vernieuwing bruggen
A
B
Programma B&K is opdrachtgever
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Brug is dominant
A1
BASIS BRUG Een enkele brug vernieuwen
Maaiveld wordt opengehaald en nadien hersteld.
versie 1.2 / feb 2021
Brug is dominant
A2
STANDAARD IN LIJN Bruggen vernieuwen
Maaiveld wordt opengehaald en nadien hersteld.
V&OR is opdrachtgever
Maaiveld is dominant
B
SPECIAL HERINRICHTING BRUG Aansluiting bij lopend project of separaat complex project
Volledige herinrichting op basis van PBI-proces.
Als een enkele brug vernieuwd moet worden (omdat de brug geen onderdeel is van een serie of omdat deze als enige aan vernieuwing toe is), wordt maaiveld op brug vernieuwd en teruggebracht in oorspronkelijk ontwerp.
Veel (verkeers)bruggen liggen in een straat met meerdere bruggen achter elkaar. vaak is het efficiënt om die bruggen tegelijk aan te pakken. Werk, hinder en omgevingsmanagement worden dan geconcentreerd. Vaak ook kostenefficiënt.
Als meerdere (verkeers)bruggen achter elkaar worden vernieuwd en het maaiveld wordt heringericht, dan leidt dat tot een special. Aanleiding tot herinrichting kan liggen in levensduur maaiveld, verkeerskundige wijzigingen, verkeersveiligheid etc.
Maaiveld op brug wordt vernieuwd en teruggebracht in oorspronkelijk ontwerp.
Maaiveld op en tussen bruggen wordt opengehaald en hersteld. Indien nodig krijgt maaiveeld een nieuw profiel o.b.v. uitgangspunten Puccini.
Maaiveld boven en tussen bruggen wordt heringericht.
Betrokkenheid omgeving: groot (bij uitvoering) Betrokkenheid bestuur: beperkt (geen wijzigingen)
Betrokkenheid omgeving: groot (bij uitvoering) Betrokkenheid bestuur: beperkt (geen wijzigingen)
Betrokkenheid omgeving: groot (bij ontwerp en uitvoering) Betrokkenheid bestuur: groot (meerdere besluiten)
Participatie: informeren van de buurt over uitvoering, overlast en bereikbaarheid. Besluitvorming: uitvoeringsbesluit door programmadirecteur. Dekking: programmakrediet.
Participatie: dialoog met de buurt over uitvoering, overlast en bereikbaarheid. Besluitvorming: uitvoeringsbesluit door programmadirecteur. Dekking: programmakrediet.
Participatie: inspraak conform PBI, waarbij zwaartepunt ligt bij fase 2, op schetsontwerp en nota van uitgangspunten. Besluitvorming: voorkeursbesluit en uitvoeringsbesluit door DB danwel college/raad (afhankelijk van plek in het netwerk en investering). Dekking: SMF, bijdrage VRA e.a. Bijdrage uit programmakrediet voor vernieuwing brug zelf.
OBT131358
22
Alle bruggen die zijn geprogrammeerd voor vervanging worden geanalyseerd en ondergebracht in een van onderstaande categorieën
Schema afweging bomen op boomniveau
Bomen Schema afwegingskader op rakniveau 23 Nee
“Traditionele” methode met kap, herplanting of verplanting. Zie verder afwegingskader op boomniveau.
Ja Hebben die bomen een levensverwachting van minimaal 10 jaar? (n.a.v. Bomen Effect Analyse en eventueel nader technisch onderzoek)
Nee
Ja Om hoeveel beschermwaardige bomen met minimaal 10 jaar toekomstverwachting gaat het?
UITSTEL ALS DE STAAT VAN DE KADEMUUR GOED IS. N.B.: door uitstel naar een later moment, wordt de kans groter dat tegen die tijd alternatieve methodes beschikbaar zijn waarbij kademuren vervangen kunnen worden met behoud van bomen.
4 of meer
1 tot 3
Integrale Kade Effect Analyse (IKEA): is er redelijke kans dat bomen met huidige techniek behouden kunnen worden?
Nee
Ja Zie verder afwegingskader op boomniveau
OBT131358
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Heeft het rak beschermwaardige of monumentale bomen?
Schema afweging bomen op rakniveau
Bomen Schema afwegingskader op boomniveau 24 AFWEGING BOOM: Dit betreft onder andere: 1. Is de toekomstverwachting minimaal 10 jaar (BEA en NTO)? 2. Én is er voldoende ruimte tussen buitenkant kademuur en buitenkant boomstam? 3. Én is er voldoende profielvrije ruimte aanwezig onder boomkroon?
Ja
Advies vragen aan de assetowner (V&OR), OD, DT en Commissie beschermwaardige houtopstanden
KAN BOOM WORDEN VERPLANT (BEA)?
BOOM WORDT GEKAPT (herplant na werkzaamheden)
Ja
INTEGRALE KADEMUURAFWEGING: 1. Wat is de detaillering van de kade (historische staat, kwaliteit etc.) 2. Wat is de relatie tussen boom-kade (o.a. beworteling)? 3. Welke impact hebben de K&L en maaiveldwerkzaamheden op de boom (BEA)? UITWERKING ONDERBOUWING: • Waarden van de boom • Impact op planning • Impact op kosten • Alternatieven voor boombehoud in beeld brengen, incl. innovatieve methoden • Voorkeursoplossing voor boombehoud pre-advies van Commissie Beschermwaardige Houtopstanden
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
ADVIES NA INTEGRALE AFWEGING: KAN BOOM BEHOUDEN BLIJVEN?
Ja
BOOM WORDT VERPLANT
BOOM WORDT BEHOUDEN (en geïntegreerd in maaiveldontwerp en infrastructuur (o.a. K&L))
OBT131358
Uitvoeringsstandaard Bruggen en Kademuren
Staat de boom op de lijst van monumentale bomen of is het een beschermwaardige boom?