02. Rapportage toepassing grondprijsbeleid Samenvatting.docx
Tekst van het document
Samenvatting In de (jaarlijkse) rapportage wordt in hoofdlijnen ingegaan op het grondprijsbeleid. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de opbrengsten, stichtingskosten en grondwaarden voor de periode van 2011 tot en met 2020. De ontwikkelingen worden zowel op stedelijk als op stadsdeelniveau inzichtelijk gemaakt. Om inzicht te geven in de marktconformiteit van de grondprijsadviezen worden de resultaten van de tenders geanalyseerd. De analyse geeft inzicht in het aantal partijen dat heeft ingeschreven op een tender en de gemiddelde verhouding tussen de grondwaarde en de optiebieding. Tot slot wordt een overzicht gegeven van de afgegeven afwijkingsverklaringen. Dit zijn de dossiers waar aanleiding is geweest om af te wijken van de beleidsmatige uitgangspunten om te komen tot de optimale (passende) grondprijs. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de toepassing van het grondprijsbeleid in 2020. Het grondprijsbeleid kan worden gekenmerkt als realistisch en houdt rekening met de beperkingen die worden opgelegd. Het past zich aan aan de bestuurlijke ambities, bijvoorbeeld met betrekking tot de realisatie van betaalbare woningen en duurzaamheid. Transparantie staat daarbij voorop. Zo vindt in dat kader regelmatig overleg plaats met de koepelorganisaties NEPROM en IVBN over marktwaarden, (her)bouwkosten en grondwaarden.
Evenals in 2019 vlakt de groei van de grondwaarde in 2020 af door een verdere stijging van de bouwkosten en een afvlakkende stijging van de marktwaarden. Tussen de verschillende stadsdelen bestaan grote verschillen in marktwaardeniveau. Het uitgangspunt bij het selectiebeleid is dat uitgiften van nieuwe erfpachtrechten plaatsvinden middels een tender. De optievergoeding is in principe altijd onderdeel van een tender. Na 2016 is er in tenders meer nadruk gelegd op kwaliteit en duurzaamheid, waardoor de weging van de financiële kant (veel) minder werd en de weging van kwaliteit en duurzaamheid meer. Door de lagere weging van het financiële aspect focussen de inschrijvers zich meer op kwaliteit en duurzaamheid van de gebouwen en wordt de optievergoeding lager. Prijs, kwaliteit en duurzaamheid zijn zodoende communicerende vaten. De analyse van de tenderresultaten beperkt zich tot de tenders waarbij de definitieve gunning in 2020 heeft plaatsgevonden. Daarnaast beperkt de analyse zich tot de definitieve inschrijvingen op die tenders. Tenders die in 2020 zijn uitgeschreven, maar die in 2021 worden vergund worden meegenomen in de rapportage over 2021. Een belangrijke bevinding van de analyse is dat de grondprijsadviezen niet te hoog zijn. Gesteld kan worden dat het toepaste grondprijsbeleid klopt, marktconform is. Op alle tenders is voldoende ingeschreven en geboden.
Er zijn geen tenders teruggegeven. In het jaar 2020 zijn met betrekking tot vijf dossiers afwijkingsverklaringen geaccordeerd door de directeur G&O, op een totaal van circa 400 afgegeven grondprijsadviezen. De directeur kan het mandaat om af te wijken van in het grondprijsbeleid vastgelegde normen toepassen bij onderhandelingen ten behoeve van nieuwe uitgiften in erfpacht en bij contractuele wijzigingen van bestaande erfpachtrechten.