02 Ontwerpbegroting RMA 2025 - inclusief eerste begrotingswijziging 2024
Tekst van het document
ONTWERPBEGROTING 2025
Ontwerpbegroting RMA 2025 Inclusief eerste begrotingswijziging 2024 1 MEI 2024
CONCEPT Dit betreft de Ontwerpbegroting RMA 2025 inclusief eerste begrotingswijziging 2024 van de Rekenkamer Metropool Amsterdam ten behoeve van het verkrijgen van een zienswijze van de gemeenteraden Amsterdam en Zaanstad.
ONTWERPBEGROTING RMA 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding ..................................................................................................................... 2
2
Beleidsbegroting 2025 ................................................................................................ 4
2.1 Onderzoeksprogramma’s ..............................................................................................................4 2.2 Paragrafen ....................................................................................................................................5
3
Financiële begroting 2025 .......................................................................................... 8
3.1 Programmabegroting 2025............................................................................................................8 3.2 Toelichting op de programmabegroting 2025 ................................................................................9 3.3 Specificatie naar taakvelden .......................................................................................................12 3.4 Investeringsbegroting .................................................................................................................13 3.5 Uiteenzetting financiële positie ...................................................................................................14
4
Eerste begrotingswijziging 2024 .............................................................................. 21
4.1 Toelichting eerste begrotingswijziging 2024 ...............................................................................21 4.2 Resumé eerste begrotingswijzing 2024 .......................................................................................21
1
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
1 Inleiding De Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA) is de gemeenschappelijke rekenkamer van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad. Deze gemeenschappelijke regeling bestaat sinds 1 juni 2010. In de periode 2005 tot juni 2010 voerde de Rekenkamer Amsterdam de rekenkamerfunctie reeds uit voor de gemeente Zaanstad op basis van een convenant. Missie Onze missie is bij te dragen aan een transparante, betrouwbare en lerende gemeente en daarmee bij te dragen aan de versterking van de lokale democratie. Dit doen we conform onze wettelijke taak door onafhankelijk onderzoek te doen naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid en op die manier een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de controlerende functie van de raad en daarmee van het lokaal bestuur. Jaarlijks stelt de RMA voor de aangesloten gemeenten onderzoeksprogramma’s vast. Begroting 2025 en de eerste begrotingswijziging 2024 Dit document bevat de Begroting 2025 en de eerste begrotingswijziging 2024. Begroting 2025 De begroting bestaat uit een beleidsbegroting (hoofdstuk 2) en een financiële begroting (hoofdstuk 3). De beleidsbegroting bevat een toelichting op de onderzoeksprogramma’s en de voorgeschreven paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. In de financiële begroting staat ook de meerjarenbegroting voor de periode 2025-2028.
Gemeentelijke bijdragen In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat de beide gemeenteraden eens in de zes jaar de gemeentelijke bijdragen aan de rekenkamer zullen vastleggen. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016 – 2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028. Voor 2025 is de gemeentelijke bijdrage voor Amsterdam begroot op € 2.511.700 en voor Zaanstad op € 252.760. Eerste begrotingswijziging 2024 De oorspronkelijk vastgestelde Begroting 2024 is geactualiseerd. Voorgesteld wordt om het jaarresultaat 2023 toe te voegen aan de algemene reserve. In de begrotingswijziging is tevens een ICT-investering opgenomen. Voor de dekking van de toekomstige afschrijvingskosten is de ICT-reserve met eenzelfde bedrag verhoogd. De gewijzigde Begroting 2024 wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht. Procedure vaststelling van de begroting Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient het bestuur van de RMA jaarlijks een begroting vast te stellen. De RMA heeft een ontwerpbegroting opgesteld en voorgelegd aan het Overlegorgaan RMA. Het Overlegorgaan RMA - samengesteld uit vertegenwoordigers van de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad - gaf een positief advies over de ontwerpbegroting.
2
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 Het bestuur van de RMA stelt na de zienswijzen van de raden de Begroting 2025 vast. De vastgestelde begroting wordt op grond van artikel 11 van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Metropool Amsterdam toegestuurd aan Gedeputeerde Staten van NoordHolland en de gemeenteraden van deelnemende gemeenten. Amsterdam, 1 mei 2024 Annelies Daalder bestuurder/directeur Rekenkamer Metropool Amsterdam
3
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
2 Beleidsbegroting 2025 2.1 Onderzoeksprogramma’s Wat is de doelstelling van de RMA? De RMA heeft als doel de controlerende rol van de gemeenteraden te versterken door, conform onze wettelijke taak, onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De rekenkamer onderzoekt de resultaten van het gemeentelijk beleid, de bedrijfsvoering en de informatievoorziening aan de raad. Welke onderzoeken worden uitgevoerd? Jaarlijks stelt de rekenkamer voor elke deelnemende gemeente een onderzoeksprogramma vast, dat wordt toegezonden naar de gemeenteraad en het college van de desbetreffende gemeente. De onderzoeksprogramma’s worden ook gepubliceerd op de website van de RMA. In het onderzoeksprogramma staan de thema’s van de nieuwe onderzoeken die zijn geprogrammeerd en de onderzoeken uit eerdere onderzoeksprogramma’s die nog moeten worden afgerond. Sinds het onderzoeksprogramma van 2023 zijn we gestart met een nieuwe werkwijze van programmeren die we de komende jaren willen voortzetten. In plaats van nauw omschreven onderzoeksonderwerpen presenteren we thema’s die als leidraad functioneren voor het starten van nieuwe onderzoeken in het volgende jaar. Met deze nieuwe werkwijze willen we meer ruimte voor flexibiliteit bij het opzetten van onderzoeken mogelijk maken.
Daarmee verwachten wij dat we bij het starten van onderzoeken, bijvoorbeeld bij de afbakening, beter rekening kunnen houden met actuele ontwikkelingen. De thema’s geven wel aan welke (beleids)terreinen het volgende jaar onze aandacht zullen krijgen. Hoe wordt de voortgang van de opvolging van aanbevelingen bewaakt? Tot en met 2019 ging de rekenkamer geregeld na of de aanbevelingen uit haar rapporten werden opgevolgd. In Amsterdam is in 2020 een start gemaakt met een nieuwe werkwijze. De nieuwe werkwijze houdt in dat in het raadsbesluit het college wordt gevraagd om de opvolging van aanbevelingen voortaan zelf te monitoren en daarover aan de raad te rapporteren. Wij kunnen dan volstaan met het steekproefsgewijs toetsen van een jaarlijkse voortgangsrapportage. Uit ons onderzoek van mei 2023 blijkt dat het college nog onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de monitoring van de aanbevelingen en de rapportage daarover. In Zaanstad is een analoge verandering van de werkwijze afgesproken, die voor het eerst is toegepast bij het onderzoek Meldingen openbare ruimte in Zaanstad (april 2021). In 2023 is met de Wet versterking decentrale rekenkamers, de Gemeentewet uitgebreid met een artikel (art. 185a) dat het college per 1 januari 2023 verplicht de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de opvolging van aanbevelingen die de lokale rekenkamer aan het college heeft gedaan.
Hiermee is er nu een wettelijke verplichting voor het college om over de opvolging van de aanbevelingen te rapporteren. Deze nieuwe wettelijke verplichting is
4
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 door de directeur van de rekenkamer in diverse gesprekken onder de aandacht gebracht van de ambtelijke top en leden van de colleges van Amsterdam en Zaanstad. Hoe is de procedure betreffende de onderzoeksprogramma’s? Jaarlijks brengen we in december of januari de onderzoeksprogramma’s uit voor het (volgende) kalenderjaar met daarin een overzicht van de geplande onderzoeken. Daaraan voorafgaand worden de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad gevraagd om suggesties te doen voor mogelijke rekenkameronderzoeken. Het is de wettelijke bevoegdheid van de bestuurder/directeur van de RMA om de onderzoeksprogramma’s vast te stellen. De onderzoeksprogramma’s worden aan de gemeenteraden en de colleges ter kennisname toegezonden. Ook worden de onderzoekprogramma’s op onze website gepubliceerd. De gemeenteraden kunnen gedurende een jaar ook per motie verzoeken om een specifiek onderzoek te doen, een zogenaamd verzoekonderzoek. De bestuurder heeft de bevoegdheid te besluiten om het verzoekonderzoek al dan niet uit te voeren en geeft daarbij aan wat daarvan de mogelijke consequenties zijn voor de programmering.
2.2 Paragrafen Het Besluit begroting en verslaggeving provincies en gemeenten (BBV) is ook van toepassing op de RMA. Het BBV schrijft voor dat - voor zover relevant – er een aantal paragrafen moeten worden opgenomen in de beleidsbegroting waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Voor de RMA zijn alleen de paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering van belang.
2.2.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De risico’s zijn minimaal. Met de gemeentelijke bijdragen is er een structurele dekking voor de reguliere kosten. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren. Daarbij is tevens besloten om de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016 – 2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028 en deze conform de gemeenschappelijke regeling jaarlijks aan te passen aan de loonkostenontwikkeling. Vóór 2028 zal wederom de afspraak moeten worden herbevestigd.a Het grootste risico is dat een deelnemende gemeente de samenwerking via de gemeenschappelijke regeling opzegt. Het eventueel opzeggen van de samenwerking is evenwel niet primair een financieel risico van de rekenkamer. De medewerkers van het bureau van de rekenkamer hebben een dienstverband bij de gemeente Amsterdam. In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat de gemeenteraden de financiële gevolgen van een uittreding en de daarbij behorende verplichtingen van de uittredende gemeente vaststellen nadat zij het lid van de rekenkamer daarover hebben gehoord. Hieruit leiden we af dat de kosten die samenhangen met een eventuele uittreding niet voor rekening van de rekenkamer komen, maar ten laste van de uittredende gemeente.
a Ten minste twaalf maanden voor afloop van de zesjaarsperiode stelt een raad opnieuw de jaarlijkse
bijdrage vast.
5
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Voor het opvangen van schommelingen in de uitgaven streven we ernaar om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen. Eind 2025 bedraagt de algemene reserve naar verwachting circa € 571,915 of 20,7% van de jaarlijkse bijdragen. Wanneer de algemene reserve boven de 15% uitkomt, wordt in overleg met het Overlegorgaan RMA nagegaan hoe die middelen worden bestemd. Hieronder is de voorgeschreven tabel inzake financiële kengetallen - voor zover relevant voor de RMA - opgenomen.
Tabel 2.1 - Verloop van de kengetallen Jaarrekening
Begroting 2024
Begroting
Meerjaren-
Meerjaren-
Meerjaren-
2023
(na eerste
2025
raming 2026
raming 2027
raming 2028
wijziging)
Solvabiliteitsratio
64%
77%
76%
76%
76%
76%
Netto schuldquote
-33%
-30%
-28%
-28%
-28%
-28%
Incidentele /structurele exploitatieruimte
3%
0%
0%
0%
0%
0%
De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de bezittingen (vaste en vlottende activa) zijn gefinancierd met eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves). De solvabiliteitsratio ligt naar verwachting tussen de 76 en 77%. Dit duidt op een goede solvabiliteitspositie. De netto schuldquote is een kengetal waarbij een relatie wordt gelegd tussen de netto schulden en de jaarlijkse totale baten. Voor dit verhoudingsgetal geldt: hoe lager hoe beter. De VNG geeft als indicatie dat indien dit percentage uitkomt boven de 100%, een gemeente zou moeten opletten. De negatieve netto schuldquote weerspiegelt dat aan het eind van ieder jaar de (verwachte) vorderingen hoger zijn dan de (verwachte) schulden. Financieeltechnisch is dat positief. De lage netto schuldquote van de RMA is mede een gevolg van het beleid om investeringen met bestemmingsreserves te financieren. In 2023 was er een incidentele exploitatieruimte van 3% (positief) voornamelijk als gevolg van lagere personeelslasten. Dit had diverse oorzaken, waaronder de ontvangen vergoedingen van het UWV voor het zwangerschaps- en ouderschapsverlof van drie medewerkers en een hogere toegepaste indexering op het personeelsbudget dan de feitelijke CAO-loonkostenstijging. Daarnaast is exploitatieruimte ontstaan door de keuze van twee medewerkers om hun contracturen te verlagen, en het vertrek van twee medewerkers medio 2023.
Wij verwachten dat de ontstane exploitatieruimte in 2023 zich niet doorzet naar 2024 en toekomstige jaren, omdat deze deels incidenteel van aard is of structureel wordt ingezet voor het werven van nieuwe medewerkers. Vanaf 2024 wordt een structurele exploitatieruimte verwacht van 0%. Dat betekent dat de structurele inkomsten en structurele uitgaven elkaar in evenwicht houden.
6
ONTWERPBEGROTING RMA 2025
2.2.2
Financiering
De RMA financiert de lopende exploitatie met de ontvangen bijdragen van de deelnemende gemeenten, kortlopende schulden en de opgebouwde reserves. De RMA heeft geen langlopende leningen aangetrokken voor de financiering van de vaste materiële activa. De financiering vindt plaats met bestemmingsreserves. De RMA heeft een eigen bankrekening. Als gevolg van de Regeling schatkist-bankieren decentrale overheden wordt deze bankrekening dagelijks door Treasury van de gemeente Amsterdam aangezuiverd of afgeroomd waardoor het banksaldo dagelijks op nul euro uitkomt. Door het afromen of aanzuiveren ontstaat een rekening-courantverhouding met de gemeente Amsterdam. De rekenkamer betaalt geen rente over een eventueel negatief rekeningcourantsaldo, maar ontvangt ook geen rente over een positief rekeningcourantsaldo.
2.2.3
Bedrijfsvoering
De kaders voor de bedrijfsvoering liggen vast in de gemeenschappelijke regeling RMA. De gemeenschappelijk regeling wordt door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten vastgesteld. Veranderde omstandigheden kunnen aanleiding zijn om de gemeenschappelijke regeling aan te passen. Vanwege wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zal ook de gemeenschappelijke regeling RMA aangepast worden. Daarnaast zullen een aantal aanvullende wijzigingen doorgevoerd worden, mede naar aanleiding van de nieuwe beleidsvisie van de rekenkamer. Een belangrijke wijziging is dat begrotingswijzigingen die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage(n) en/of waarbij de algemene reserve binnen de vastgestelde bandbreedte blijft, niet aan beide raden voor een zienswijze worden voorgelegd. Deze begrotingswijzigingen zullen wel zichtbaar zijn in de jaarrekening en worden besproken in het Overlegorgaan RMA. Borging kwaliteit onderzoeken Voor het beheersen en bewaken van de kwaliteit van rekenkameronderzoeken heeft de RMA een webbased-handboek ontwikkeld. Hierin zijn de procedures beschreven voor de planning, het doen van onderzoek en het publiceren van rapporten. Het handboek wordt geregeld geactualiseerd. Daarnaast heeft de RMA tezamen met de G4-rekenkamers en de Randstedelijke Rekenkamer een kwaliteitshandvest vastgesteld.
Het kwaliteitshandsvest is in april 2020 voor het laatst herzien. Momenteel is er overleg gaande tussen de betrokken rekenkamers om het handvest te actualiseren. Opleiding, arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim Het personeel van het bureau van de RMA is in dienst van de gemeente Amsterdam. De RMA volgt daarom het beleid van de gemeente aangaande de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en het ziekteverzuim. De rekenkamer hecht eraan dat medewerkers zich blijven bekwamen. Er is binnen de rekenkamer jaarlijks een totaal budget beschikbaar voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering. Dit budget bestaat uit twee pijlers: tijd en kosten. Deskundigheids- en vaardigheidsbevordering gebeurt namelijk niet alleen in concrete workshops, cursussen of opleidingen, maar ook door extra
7
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM tijdsinvestering tijdens de projecten zelf. Voor de kosten is 2% van het personeelsbudget beschikbaar. Voor de te besteden uren in werktijd is maximaal 4% van de werktijd gereserveerd voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering. Automatisering en informatisering In 2019 is een eigen netwerk geïmplementeerd met specialistische programma’s voor het verzamelen en verwerken van onderzoekgegevens, het publiceren van rapporten en de kantoorautomatisering. Dit netwerk zal medio 2024 worden vernieuwd met een nieuwe digitale werkomgeving. Daarnaast kan de RMA ook gebruikmaken van het generieke netwerk van de gemeente Amsterdam. Voor het ontwikkelen van de website en onderhoud van het eigen netwerk wordt externe deskundigheid ingehuurd. Financieel beheer Voor het financieel beheer maakt de RMA gebruik van de diensten van de directie Financiële Dienstverlening van de gemeente Amsterdam. Periodiek wordt de getrouwheid van de financiële rapportages intern getoetst. Indien daar aanleiding toe is, vindt bijsturing plaats en wordt zo nodig de begroting aangepast. Zo’n begrotingswijziging wordt altijd eerst besproken in het Overlegorgaan RMA. Om te kunnen bewaken dat de onderzoeksinzet gebeurt naar rato van de bijdragen van de gemeenten, wordt door de onderzoekers tijd geschreven. De jaarrekening van de RMA wordt gecontroleerd door een externe accountant.
3 Financiële begroting 2025 In dit hoofdstuk is de programmabegroting 2025 opgenomen inclusief de meerjarenbegroting 2025-2028. De investeringsbegroting ontbreekt, omdat op dit moment voor 2025 geen investeringsuitgaven worden voorzien.
3.1 Programmabegroting 2025 Het programma van de RMA bestaat uit het uitvoeren van de rekenkamerfunctie voor de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten.
Tabel 3.1 – Overzicht van begrote baten en lasten 2025 Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
(na eerste wijziging) b
Baten Bijdrage Amsterdam
2.192.300
2.403.540
2.511.700
Bijdrage Zaanstad
220.620
241.880
252.760
6.707
P.M.
P.M.
Overige baten
b Zie hoofdstuk 4 in deze begroting.
8
ONTWERPBEGROTING RMA 2025
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
(na eerste wijziging) b
Totaal baten
2.419.627
2.645.420
2.764.460
1.928.929
2.168.920
2.271.635
Overige personeelskosten
20.168
27.500
28.325
Huisvestingslasten
225.302
220.000
235.000
ICT-kosten
96.363
120.000
120.000
Publicatiekosten
11.065
23.000
23.000
Overige materiële kosten
53.191
74.000
74.000
Kapitaallasten
49.050
54.110
40.210
0
12.000
12.500
2.384.068
2.699.530
2.804.670
Saldo van baten en lasten
35.559
-54.110
-40.210
Onttrekkingen reserves
423.200
79.410
40.210
Toevoegingen reserves
-243.400
-25.300
0
Resultaat
215.359
0
0
Lasten Personeelslasten
Onvoorzien Totaal lasten
Het BBV schrijft voor dat gemeenschappelijke regelingen ook inzicht moeten geven in voorgeschreven taakvelden. In paragraaf 3.3 is daarom een overzicht opgenomen van baten en lasten naar taakvelden.
3.2 Toelichting op de programmabegroting 2025 Baten Bijdragen gemeenten Amsterdam en Zaanstad In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat de raden van de deelnemende gemeenten voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de RMA vaststellen. Na zes jaar kunnen nieuwe afspraken gemaakt worden over de jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten. In 2023 is besloten door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad om de huidige samenwerking te continueren en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016 – 2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028. Conform de gemeenschappelijke regeling mogen de bijdragen jaarlijks worden aangepast
9
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM aan de loonkostenontwikkeling. Bij het opstellen van de begroting maken we hiervan een inschatting. De werkelijke loonkostenontwikkeling wordt aanzienlijk later bekend gemaakt door het CBS (index contractuele loonkosten per maand, CAO-sectoren Overheid). Hierdoor wordt pas ruimschoots na afloop van een begrotingsjaar duidelijk wat de werkelijke loonkostenontwikkeling is geweest. Op dit moment is alleen voor 2022 een definitieve loonkostenontwikkeling bekend. Op basis van de voorlopige cijfers voor 2023 en 2024 en de raming voor 2025 schatten wij in dat de cumulatieve indexatie sinds 2020 uit moet komen op 122,8. Tot en met begrotingsjaar hebben wij in onze begrotingen rekening gehouden met loonkostenontwikkelingen die cumulatief uitkomen (ten opzichte van 2020) op 117,5. Om voor 2025 uit te komen op een cumulatieve indexatie van 122,8 is derhalve een indexatie van 4,5% nodig van de gemeentelijke bijdragen.
Tabel 3.2 – Overzicht cumulatieve indexatie voor begrotingsjaar 2025 (2020 = 100)
Rekenindexc
Indexatie in begroting RMA
2022
107
105,6
2023
112,6
113
2024
117,6
117,5
2025
122,8
122,8
Overige baten De RMA kan incidenteel overige baten realiseren door het op verzoek verzorgen van presentaties en gastcolleges. Ook komt het soms voor dat de RMA opbrengsten verkrijgt door met andere rekenkamers samen te werken. De omvang van deze activiteiten is beperkt. In de begroting is daarom voor overige opbrengsten een pro-memorie-post opgenomen. Lasten Personeelslasten Onder de personeelskosten zijn de totale loonkosten opgenomen van de vaste en tijdelijke medewerkers van de RMA. De begrote formatie van de RMA bedraagt 18,7 fte. Ook de personeelskosten van de bestuurder/directeur zijn onder deze post begroot. Verder worden onder deze post de kosten geboekt voor project-inhuur. Hierbij gaat het voornamelijk om het incidenteel inhuren van specifieke deskundigheid en expertise ter ondersteuning van het onderzoek. Om flexibel te kunnen reageren op ontwikkelingen in de
c Betreft de cumulatieve indexatie van het CBS. Voor 2025 baseren we ons op de verwachte inflatie
van het CPB van 4,4% berekend over voorlopige CBS indexatie voor maart 2024.
10
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 arbeidsmarkt kunnen binnen het personeelsbeleid keuzes worden gemaakt voor meer of minder (specialistische) inhuur. Overige personeelslasten De overige personeelslasten hebben betrekking op het budget voor onder meer externe opleidingskosten en kosten voor sociale activiteiten, voor zowel de onderzoekers als de overige medewerkers. Huisvestingslasten De huisvestingslasten hebben betrekking op de huur- en de servicekosten van de kantoorruimte. Tevens zijn onder deze post de kosten begroot voor het schoonmaken en de periodieke vervanging van meubilair. De RMA heeft 525 m² kantoorruimte gehuurd. Het huurcontract loopt tot 16 september 2025. Ten tijde van het opstellen van de begroting is overeenstemming bereikt het huurcontract te verlengen tot en met 30 november 2033 onder dezelfde voorwaarden en condities als het huidige huurcontract, met een optie om het contract te beëindigen per 1 december 2029. Een allonge zal worden opgesteld om de verlenging officieel te bekrachtigen. ICT-kosten De ICT-kosten hebben betrekking op de kosten die samenhangen met het beheer van het eigen ICT-netwerk, kleine ICT-aanschaffingen, jaarlijkse licenties, et cetera. Voor een beperkt aantal ICT-toepassingen maken we ook gebruik van het ADW-netwerk van de gemeente Amsterdam. De daarvoor in rekening gebrachte kosten worden ook op deze post verantwoord.
Publicatiekosten Onder deze post worden de kosten opgenomen voor het onderhoud en het verder verbeteren van de website van de RMA. Ook eventuele druk- en verzendkosten van rapporten, drukwerk en kosten met betrekking tot het visualiseren van rapporten worden onder deze post verantwoord. Overige materiële kosten Onder deze post zijn de kosten begroot die de gemeente Amsterdam in rekening brengt voor het voeren van de financiële administratie en ondersteuning met betrekking tot personeelszaken. Verder zijn onder deze post de accountantskosten, kosten externe inhuur functionaris gegevensbescherming, de kosten van contributies voor brancheorganisaties, verzekeringskosten, et cetera. begroot. Kapitaallasten De kapitaallasten in 2025 hebben betrekking op de afschrijvingskosten van verbouw- en inrichtingskosten van de Weesperstraat 105A, 6e verdieping (€ 32.870). De afschrijvingstermijnen zijn afgestemd met de looptijd van het huurcontract tot september 2025. Daarnaast wordt € 7.340 afgeschreven vanwege de investeringen in ICT. De afschrijvingstermijn voor ICT-investeringen is vijf jaar. Onvoorzien In de begroting is een post onvoorzien opgenomen van € 12.500. Gelet op het feit dat
11
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM onvoorziene posten bij de RMA beperkt voorkomen, is de post onvoorzien bepaald op circa 0,5% van de begrote inkomsten (en afgerond op vijfhonderd euro’s). Resultaat Het saldo van baten en lasten voor 2024 wordt begroot op € 40.210 (negatief). Dit tekort komt door de begrote kapitaallasten voor ICT- en huisvestingsinvesteringen. Door € 40.210 te onttrekken aan de bestemmingsreserves, ontstaat er een sluitende begroting.
3.3 Specificatie naar taakvelden Op basis van het BBV moeten gemeenschappelijke regelingen ook inzicht geven in de kosten per taakveld. Tevens moet een specificatie worden opgenomen van de verwachte incidentele baten en lasten en de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Overzicht toedeling aan taakvelden Voor de RMA zijn de taakvelden rekenkamerfunctie en overhead van toepassing.d
Tabel 3.3 - Overzicht van begrote baten en lasten taakvelden Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
(na eerste wijziging)
Baten Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning
2.419.627
2.645.420
2.764.460
Taakveld 01. Bestuur Taakveld 04. Overhead Onvoorzien
1.708.620 675.448 -
1.997.440 690.090 12.000
2.065.135 727.035 12.500
Totaal lasten
2.384.068
2.699.530
2.804.670
Saldo van baten en lasten
35.559
-54.110
-40.210
Mutaties reserves
-179.800
54.110
40.210
Resultaat
215.359
0
0
Lasten
Toerekening personeelslasten aan taakvelden De RMA heeft een formatie, exclusief de bestuurder/directeur, van 18,7 fte. Hiervan heeft 15,9 fte betrekking op medewerkers die worden ingezet voor het doen van onderzoek. De kosten van deze medewerkers worden in principe volledig toegerekend aan het taakveld 01.
d Het Iv3-Informatievoorschrift 2017 vermeldt de rekenkamer expliciet als een onderdeel van het
taakveld 01. Bestuur.
12
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 Bestuur. Het komt incidenteel voor dat deze medewerkers ook overheadstaken uitvoeren. In dat geval vindt een overboeking plaats naar het taakveld 04. Overhead. De kosten van de bestuurder/directeur worden volledig toegerekend aan het taakveld 01. Bestuur. Voor het secretariaat en het bureaumanagement is in de formatie 2,8 fte opgenomen. Een deel hiervan wordt beschouwd als overheadskosten. De communicatiewerkzaamheden voor de projecten vallen onder onderzoek en daarmee onder het taakveld 01. Bestuur. Binnen het personeelskostenbudget is ook beperkte ruimte voor het inhuren van externe expertise en uitzendkrachten. Om het personeelskostenbudget optimaal te benutten, kunnen bij natuurlijk verloop en arbeidsmarktontwikkelingen tijdelijk externen worden aangetrokken. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden worden de kosten daarvan toegerekend aan het taakveld 01. Bestuur of taakveld 04. Overhead. Toerekening overige kosten aan taakvelden De overige personeelskosten, huisvestingslasten, overige materiële kosten en kapitaallasten worden alle toegerekend aan het taakveld 04. Overhead. De publicatiekosten worden volledig toegerekend aan het taakveld 01. Bestuur. Overzicht incidentele baten en lasten begroting Voor het begrotingsjaar 2025 zijn er geen incidentele lasten begroot.
Overzicht beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er zijn bestemmingsreserves gevormd om de jaarlijkse afschrijvingslasten van de (geactiveerde) huisvestings- en ICT-investeringen te dekken. Voor afschrijvingslasten huisvesting wordt jaarlijks € 32.870 aan de reserve huisvesting onttrokken. Eind 2025 zullen de investeringen in huisvesting volledig zijn afgeschreven. Voor de ICT-investeringen wordt vanaf 2025 jaarlijks € 7.340 onttrokken aan de bestemmingsreserve ICT.
3.4 Investeringsbegroting In de onderstaande tabel staat de investeringsstaat van de RMA.
Tabel 3.4 - Investeringsstaat RMA Materiële vaste activa Investeringen tot een bedrag van € 10.000 worden niet geactiveerd, maar als last genomen in het jaar van aanschaf (in €)
Initiële investeringsbedrag
Boekwaarde per 1-1-2025
Investeringen 2025
Afschrijving in boekjaar
Boekwaarde per 31-12-2025
Initiële verbouwings-
250.000
25.000
0
25.000
0
en inrichtingskosten
Afschrijving (lineair)
10 jaar (2016-2025)
2015
13
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Materiële vaste activa Investeringen tot een bedrag van € 10.000 worden niet geactiveerd, maar als last genomen in het jaar van aanschaf (in €) Vergaderzaal en
Initiële investeringsbedrag
Boekwaarde per 1-1-2025
Investeringen 2025
Afschrijving in boekjaar
Boekwaarde per 31-12-2025
17.500
2.500
0
2.500
0
bilaterale ruimte
Afschrijving (lineair)
7 jaar (2019-2025)
2018 Deuren voor alle
26.850
5.370
0
5.370
0
kantoorunits 2021 Mobiele telefoon en
5 jaar (2021-2025)
11.400
6.480
0
2.280
4.560
laptopbeveiliging
5 jaar (2023-2027)
2023 Digitale
25.300
20.240
0
5.060
15.180
werkomgeving 2024 Totaal
5 jaar (2024-2028)
331.050
59.950
0
40.210
19.740
In 2024 wordt geëvalueerd of vervangingen van de huidige inventaris en nieuwe investeringen in de huisvesting noodzakelijk zijn. Hierbij zal tevens de afschrijvingsperiode van de huidige inventaris worden herzien. De uitkomst van deze evaluatie zal worden meegenomen in de volgende begroting(swijziging). Voor 2025 zijn er geen verdere grote investeringen voorzien. Eventuele investeringsuitgaven tot € 10.000 worden gedekt vanuit de exploitatiebegroting.
3.5 Uiteenzetting financiële positie Voor de RMA worden voor eind 2024 en eind 2025 de volgende balansen geprognosticeerd. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van de diverse balansposten is tevens ter vergelijking de balans per 31 december 2023 toegevoegd.
Tabel 3.5 - Overzicht geprognotiseerde balansen Balans 31-12-2023 (vóór resultaatbestemming)
Geprognotiseerde balans 31-12-2024
Geprognotiseerde balans per 31-12-2025
32.870 27.080
0 19.740
Vaste activa Investeringen • Huisvesting • ICT
65.740 23.020
14
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 Balans 31-12-2023
Geprognotiseerde balans 31-12-2024
Geprognotiseerde balans per 31-12-2025
75.393 0 897.633
50.000 0 986.925
50.000 0 986.925
1.061.785
1.096.875
1.056.665
Geprognotiseerde balans 31-12-2024
Geprognotiseerde balans per 31-12-2025
(vóór resultaatbestemming)
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal activa
Balans 31-12-2023 (vóór resultaatbestemming)
Eigen vermogen Algemene reserve
356.556
571.915
571.915
Reserve huisvesting
65.740
32.870
0
Reserve ICT
23.020
27.080
19.740
Reserve bijzondere
236.250
215.010
215.010
215.359
0
0
0
0
0
164.861
250.000
250.000
1.061.785
1.096.875
1.056.665
lasten Nog te bestemmen Vaste schulden Vlottende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva Totaal passiva
Hierna volgt een toelichting op verschillende balansposten. Vaste activa De investeringen in huisvesting betreffen de verbouw- en inrichtingskosten in het pand Weesperstraat 105A, 6e verdieping. De investeringen worden in overeenstemming met de contractduur van de huurovereenkomst afgeschreven. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag is daardoor € 32.870. De investering is eind 2025 volledig afgeschreven. In 2023 zijn nieuwe mobiele telefoons aanschaft en is de beveiliging van de bestaande laptops verbeterd. De investeringskosten daarvan bedroegen in totaal € 11.400. Begin 2024 is tevens voor een bedrag van € 25.300 geïnvesteerd in opzetten en implementeren van een nieuw digitaal werkomgeving. De ICT-investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De totale afschrijvingskosten per jaar bedragen € 7.340. De eerdere investeringen in hardware en software, ter waarde van € 69.500, gedaan in 2018 en 2019, zijn eind 2024 volledig afgeschreven.
15
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Vlottende activa De verwachte vorderingen aan het eind van 2024 en 2025 betreffen de vorderingen op de deelnemende gemeenten in verband met door de rekenkamer betaalde btw die verrekend kan worden met het btw-compensatiefonds. De overlopende activa-post heeft grotendeels betrekking op de rekening-courantverhouding met de gemeente Amsterdam. Deze is ontstaan door de verplichting om liquide middelen bij het Rijk te stallen (het zogenaamde schatkistbankieren). Eigen vermogen Het verwachte verloop van het eigen vermogen is hieronder inzichtelijk gemaakt. De reserves worden daarna in het kort toegelicht.
Tabel 3.6 - Verloopoverzicht reserves 31-12-2023 (ná resultaatbestemming)
Algemene reserve
Begrote mutaties 2024
31-12-2024
Mutaties 2025
31-12-2025
571.915
0
571.915
0
571.915
65.740
-32.870
32.870
-32.870
0
23.020
25.300
27.080
-7.340
19.740
Bestemmingsreserves:
• Huisvesting • ICT
-21.240
• Bijzondere lasten
236.250
-25.400
210.850
0
210.850
Totaal
896.925
-54.210
842.715
-40.210
802.505
Algemene reserve Met de vorming van de gemeenschappelijke regeling in 2010 heeft de RMA een financieel zelfstandige positie gekregen. Om de fluctuaties in de onderzoekskosten te kunnen opvangen, streeft de RMA naar een algemene reserve tussen de 10 en 15% van het jaarlijkse budget. Dit betekent een gewenste stand tussen de € 276.400 en € 414.700. Naar verwachting heeft de algemene reserve eind 2025 een stand van circa € 571.915. Daarmee valt de huidige stand van de algemene reserve hoger uit dan de streefwaarde van 10 tot maximaal circa 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen. Reserve huisvesting De RMA heeft een bestemmingsreserve huisvesting voor de financiering van de jaarlijkse afschrijvingskosten van de initiële en aanvullende investeringen in de huisvesting. Jaarlijks wordt daarom € 32.870 aan deze reserve onttrokken. De investeringen in huisvesting zijn ultimo 2025 volledig afgeschreven en de reserve huisvesting volledig aangesproken.
16
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 Reserve ICT Begin 2023 zijn nieuwe mobiele telefoons aanschaft en is de beveiliging van de bestaande laptops verbeterd (zie tabel 3.3). Deze investering bedroeg in totaal € 11.400. Ook werd begin 2024 er €25.300 geïnvesteerd in het opzetten en implementeren van een nieuwe digitaal werkomgeving voor de rekenkamer. Voor de dekking van de afschrijvingskosten van ICT-investeringen is een reserve gevormd. ICT-investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. Dit betekent dat jaarlijks € 7.340 aan deze reserve wordt onttrokken ten gunste van de exploitatie. Reserve Bijzondere lasten In afwachting van verdere besluitvorming over de eindafrekening 2016 – 2021, is bij de resultaatbestemmingen van 2021 en 2022 een totaalbedrag van € 236.250 aan vermogensoverschot overgeheveld naar de reserve Bijzondere lasten. Tijdens de behandeling van de Begroting 2024 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad met het voorstel van de rekenkamer ingestemd om een deel van de bestemmingsreserve te benutten ter dekking van extra uitgaven op het gebied van ICT en huisvesting.e Het restant van de beschikbare middelen zal ingezet worden voor de uitvoering van nieuwe taken, zoals beschreven in de Beleidsvisie 2023 -2028.
Deze nieuwe taken zullen extra tijd en ontwikkelkosten met zich meebrengen, zonder dat hier een verhoging van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen aan ten grondslag ligt. Zodra de omvang van deze kostenposten helder is, zullen via de begroting of begrotingswijzigingen aan het Overlegorgaan RMA en de gemeenteraden voorstellen ter zienswijze worden voorgelegd. Indien er voldoende budget is kan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten worden aangewend voor eventuele verzoekonderzoeken van de raden.f In de begrotingswijziging 2024 wordt voorgesteld een bedrag van €25.300 uit de reserve te onttrekken om de reserve ICT aan te vullen. Dit ter dekking van de afschrijvingskosten van de investeringen in ICT begin 2024. De details van deze investering worden in de begrotingswijziging van 2024 uiteengezet. Voorzieningen Er zijn geen bijzondere uitgaven gepland of omstandigheden bekend waarvoor voorzieningen moeten worden getroffen. Vaste schulden De RMA heeft geen langlopende leningen. Het beleid is om voor de financiering van investeringen bestemmingsreserves te vormen. Kortlopende schulden en overlopende passiva De kortlopende schulden aan het eind van het jaar hebben grotendeels betrekking op de per
e Notitie gemeentelijke bijdragen RMA, 3 mei 2023. f Hierbij wordt artikel 7 van de gemeenschappelijke regeling in acht genomen waarin de procedure
staat die geldt voor verzoekonderzoeken. De bestuurder heeft de bevoegdheid te besluiten om een verzoekonderzoek al dan niet uit te voeren.
17
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM 31 december nog te betalen personeels- en ondersteuningskosten aan de gemeente Amsterdam. Meerjarenramingen In deze paragraaf zijn de meerjarenramingen van de balansen en exploitaties van de RMA opgenomen. De ramingen zijn voorzien van een korte toelichting.
Tabel 3.7 -Meerjarenraming balansen RMA per 31 december in duizenden euro’s 2024
2025
2026
2027
Activa Vaste activa Investeringen huisvesting en ICT
20
12
5
0
50 0 987
50 0 987
50 0 987
50 0 987
1.057
1.049
1.042
1.037
572
572
572
572
- Huisvesting
0
0
0
0
- ICT
20
12
5
0
- Bijzondere lasten
215
215
215
215
0
0
0
0
250
250
250
250
1.057
1.049
1.042
1.037
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal activa Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves
Vaste schulden Vlottende schulden Kortlopende schulden/ overlopende passiva Totaal passiva
Het beleid van de RMA is om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Hierdoor kunnen schommelingen in het uitgavenniveau zelf worden opvangen. De begrote stand eind 2025 bedraagt € 571.915 (20,7%). Verder heeft de RMA als beleid om investeringen met eigen middelen te financieren. Dit doet zij door bestemmingsreserves te vormen. De jaarlijkse afschrijvingskosten worden met deze reserves gedekt.
18
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 In september 2025 loopt het huurcontract af van de huidige kantoorlocatie van de rekenkamer. De in het verleden gedane investeringen zijn dan volledig afgeschreven. Er is overeenstemming bereikt om het huidige huurcontract te verlengen tot en met 30 november 2033, met de mogelijkheid om het contract te beëindigen per 1 december 2029. Een allonge zal worden opgesteld om de verlenging officieel te bekrachtigen. Daarna zal worden onderzocht of er nieuwe investeringen nodig zijn in de huisvesting. De ICT-investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. Vervanging van ICT-investeringen vindt plaats op het moment dat deze economisch zijn afgeschreven. Verder is de verwachting dat door innovatieve ontwikkelingen geregeld nieuwe investeringen in soft- en hardware zal moeten worden gedaan. Zodra dit aan de orde is, doet de rekenkamer daarvoor begrotingsvoorstellen. Voor de besteding van de reserve Bijzondere lasten is - in samenhang met het vaststellen van de vaste gemeentelijke bijdragen tot en met 2028 - een aparte notitie opgesteld. In de eerste begrotingswijziging van 2024 wordt voorgesteld om een deel van deze reserve te gebruiken voor het dekken van de investeringen in ICT aan het begin van 2024.
Tabel 3.8 - Meerjarenraming exploitatie RMA in duizenden euro’s 2025
2026
2027
2028
2.764,5
2.764,5
2.764,5
2.764,5
Taakveld 0.1 Bestuur
2.065,1
2.065,1
2.065,1
2.065,1
Taakveld 0.4 Overhead
727,0
694,2
694,2
694,2
Onvoorzien
12,5
12,5
12,5
12,5
2.804,7
2.771,8
2.771,8
2.771,8
Saldo van baten en lasten
-40,2
-7,3
-7,3
-7,3
Mutaties reserves
40,2
7.3
7.3
7.3
0
0
0
0
Baten Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning Lasten
Totale lasten
Resultaat
Korte toelichting op de meerjarenraming exploitatie RMA De bedragen zijn gebaseerd op een geschat prijspeil 2025 zoals bij het opstellen van de begroting is voorzien (indexering van 4,5% ten opzichte van de Begroting 2024). Incidentele baten en lasten Vanaf 2025 zijn in de meerjarenraming geen incidentele baten of lasten voorzien. Jaarlijks
19
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM wordt bij het opstellen van de jaarbegrotingen bezien of er aanleiding is om incidentele posten te begroten. Structurele onttrekkingen aan reserves De mutaties reserves hebben betrekking op onttrekkingen aan de bestemmingsreserves huisvesting en ICT. Deze onttrekkingen dienen om de afschrijvingslasten te dekken. In 2025 wordt hiervoor € 40.210 aan de betreffende reserves onttrokken. Na 2025 dalen de afschrijvingslasten naar jaarlijks € 7.340. Ontwikkeling EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis overeenkomstig de voorschriften van het BBV. Het verloop van het EMU-saldo voor de RMA is samengevat in onderstaande tabel. Alleen de posten die voor de RMA van toepassing zijn, zijn in de tabel opgenomen.
Tabel 3.9 - EMU-saldo per einde jaar (€ 1.000)
Exploitatie vóór
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Meerjarenraming 2026
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
35,6
-54,1
-40,2
-7,3
-7,3
-7,3
46,8
54,1
40,2
7,3
7,3
7,3
-11,4
-25,3
0
0
0
0
70,9
-25,3
0
0
0
0
(na eerste wijziging)
mutaties reserves Afschrijvingen tlv exploitatie Investeringen in (im-)materiële activa EMU-Saldo
In 2023 is er een positief EMU-saldo van € 70.939. Dit is hoofdzakelijk een gevolg van een gerealiseerd positief saldo van baten en lasten vanwege lagere personeelskosten dan begroot. Het begrote negatieve EMU-saldo 2024 van € 25.300 heeft betrekking op de investeringsuitgaven voor ICT in 2024. Bij de eerste begrotingswijzing 2024 wordt voorgesteld de hogere afschrijvingskosten te dekken via een verhoging van de bestemmingsreserve ICT. Vanaf 2025 wordt er een EMU-saldo verwacht van € 0. Dit komt omdat de afschrijvingskosten (= geen uitgaven) worden gedekt door onttrekkingen aan bestemmingsreserves (= geen inkomsten). Vanaf 2029 (niet zichtbaar in de tabel) worden er geen afschrijvingskosten meer begroot, omdat de activa dan volledig afgeschreven zijn.
20
ONTWERPBEGROTING RMA 2025
4 Eerste begrotingswijziging 2024 De oorspronkelijke Begroting 2024 is na de ontvangst van de zienswijzen van de gemeenteraden Amsterdam en Zaanstad op 11 juli 2023 door de bestuurder/directeur van de RMA vastgesteld. Vanwege diverse redenen is er aanleiding om de Begroting 2024 te actualiseren. De begrotingswijzigingen zijn een gevolg van:
• resultaatbestemming 2023 • ICT-Investering en een verhoging van de bestemmingsreserve ICT • bijstellen van begrote lasten 2024 In paragraaf 4.1 lichten we de begrotingswijzigingen toe. Paragraaf 4.2 laat het effect zien van de begrotingswijzigingen op de programmabegroting 2024 en het verloop van de reservepositie in 2024.
4.1 Toelichting eerste begrotingswijziging 2024 Resultaatbestemming 2023 De Jaarrekening 2023 laat een positief resultaat zien van € 215.359. Voorgesteld wordt om het volledige jaarresultaat van € 215.359 toe te voegen aan de algemene reserve. ICT-investering en een verhoging van de bestemmingsreserve ICT In maart 2024 is een overeenkomst getekend voor het opzetten en implementeren van de nieuwe digitale werkomgeving voor de rekenkamer. De begrote investeringskosten bedragen in totaal € 25.300 (excl. btw). De investering zal in vijf jaar worden afgeschreven. Om de afschrijvingskosten te kunnen dekken wordt - conform bestaand beleid - de bestemmingsreserve ICT met dit bedrag verhoogd. Voor deze verhoging zal een bedrag van € 25.300 worden onttrokken uit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten. Bijstelling van begrote lasten 2024 De lasten in de oorspronkelijke Begroting 2024 (van juli 2023) worden verhoogd met € 5.060. De actualisatie van de begrote lasten heeft betrekking op de jaarlijkse afschrijvingskosten van de investering in de nieuwe digitale werkomgeving voor de rekenkamer (zie hiervoor). De afschrijvingskosten worden gedekt uit de daarvoor bestemde reserve ICT.
4.2 Resumé eerste begrotingswijzing 2024 Programmabegroting De door te voeren begrotingswijzigingen laten zich als volgt samenvatten.
21
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
Tabel 4.1 – Overzicht begroting 2024 vóór en na de begrotingswijziging in euro’s Oorspronkelijke begroting 2024
Eerste begrotingswijziging 2024
Begroting 2024, na eerste begrotingswijziging
Bijdrage Amsterdam
2.403.540
0
2.403.540
Bijdrage Zaanstad
241.880
0
241.880
2.645.420
0
2.645.420
2.168.920
0
2.168.920
Overige personeelslasten
27.500
0
27.500
Huisvestingslasten
220.000
0
220.000
ICT-kosten
120.000
0
120.000
Publicatiekosten
23.000
0
23.000
Overige materiële kosten
74.000
0
74.000
Kapitaallasten
49.050
5.060
54.110
Onvoorzien
12.000
0
12.000
2.694.470
5.060
2.699.530
Saldo van baten en lasten
-49.050
-5.060
-54.110
Onttrekkingen bestemmingsreserves
49.050
30.360
79.410
Toevoegingen bestemmingsreserves
0
-25.300
-25.300
Onttrekking algemene reserve
0
0
0
Toevoegingen algemene reserve
0
0
0
Begroot resultaat 2024
0
0
0
Baten
Totaal baten Lasten Personeelslasten
Totaal lasten
22
ONTWERPBEGROTING RMA 2025 Investeringsbegroting 2024 In de onderstaande tabel is de investeringsbegroting voor 2024 (na de begrotingswijzigingen) opgenomen.
Tabel 4.2 – Overzicht begroting 2024 vóór en na de begrotingswijziging in euro’s Oorspronkelijke begroting 2024
Eerste begrotingswijziging 2024
Begroting 2024, na eerste begrotingswijziging
Investeringen in huisvesting
0
0
0
Investering in ICT
0
25.300
25.300
Totaal baten
0
25.300
25.300
Nieuwe investering in ICT Begin 2024 is een overeenkomst getekend voor het opzetten en implementeren van de nieuwe digitale werkomgeving voor de rekenkamer (zie ook paragraaf 4.1). De kosten daarvan bedragen € 25.300 (exclusief btw). De investering zal in vijf jaar worden afgeschreven. Om de jaarlijkse afschrijvingskosten te kunnen dekken is - conform bestaand beleid - de bestemmingsreserve ICT met dit bedrag verhoogd. Daarnaast zullen medio 2024 nieuwe laptops worden aanschaft. Omdat de kosten hiervoor onder de € 10.000 blijven, zullen deze vanuit de exploitatiebegroting worden gedekt. Begroting reserves RMA 2024 De eerste begrotingswijziging heeft effect op de reservepositie van de RMA. Het verloop van de reserves in 2023 kan als volgt worden samengevat.
Tabel 4.3 – Overzicht verloop reserves in 2024 in euro’s 31-12-2023 Stand vóór resultaatbestemming
31-12-2024
Mutaties
Stand vóór 1e
begroting
begrotings-
2024
wijziging
31-12-2024
Mutaties 1e
Stand ná 1e
begrotings-
begrotings-
wijziging 2024
wijziging
Algemene reserve
356.556
0
356.556
215.359(1)
571.915
Subtotaal
356.556
0
356.556
215.359
571.915
• Huisvesting
65.740
-32.870
32.870
0
32.870
• ICT
23.020
-16.180
6.840
25.300(2)
27.080
Bestemmingsreserves:
-5.060(3)
• Bijzondere lasten
236.250
0
236.250
-25.300(2)
215.010
Subtotaal
325.010
-49.050
275.960
-5.060
270.900
23
REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM
31-12-2023 Stand vóór resultaatbestemming
Totaal
681.566
Mutaties begroting 2024
-49.050
31-12-2024 Stand vóór 1e begrotingswijziging
632.516
Mutaties 1e begrotingswijziging 2024
210.299
31-12-2024 Stand ná 1e begrotingswijziging
842.815
(1) Het positief financieel resultaat 2023 is via de resultaatbestemming rechtstreeks toegevoegd aan de algemene reserve. (2) Storting in de bestemmingsreserve ICT ten laste van de reserve Bijzondere lasten in verband met de hogere afschrijvingskosten als gevolg van ICT investeringen in 2024. (3) Onttrekking aan de bestemmingsreserve om de hogere afschrijvingskosten ICTinvesteringen te dekken.
24