02 Ontwerpbegroting RAZ 2027 - inclusief eerste begrotingswijziging 2026
Tekst van het document
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Ontwerpbegroting
Ontwerpbegroting RAZ 2027 Concept
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 7 mei 2026
0
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Ontwerpbegroting
Ontwerpbegroting RAZ 2027 Concept
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 7 mei 2026
CONCEPT Dit betreft de Ontwerpbegroting RAZ 2027 inclusief eerste begrotingswijziging 2026 van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad.
1
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad – Ontwerpbegroting RAZ 2027
Inhoudsopgave 1.
Inleiding __________________________________ 3
2.
Beleidsbegroting 2026 ________________________ 4 2.1 2.2
3.
Paragrafen ________________________________________ 5
Financiële begroting 2026 ______________________ 9 3.1
Programmabegroting 2026 ______________________________ 9
3.3
Specificatie naar taakvelden ____________________________ 12
3.5
Uiteenzetting financiële positie __________________________ 14
3.2 3.4
4.
Onderzoeksprogramma’s _______________________________ 4
Toelichting op de programmabegroting 2026 _________________ 10 Investeringsbegroting ________________________________ 13
Eerste begrotingswijziging 2025 ________________ 20 4.1 4.2
Toelichting eerste begrotingswijziging 2025 __________________ 20 Resumé eerste begrotingswijzing 2025 _____________________ 22
2
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
1. Inleiding
De gemeenten Amsterdam en Zaanstad hebben sinds 2005 gezamenlijk een rekenkamervoorziening. Vanaf 1 juni 2010 vindt de samenwerking plaats op basis van een gemeenschappelijke regeling. In 2024 is de regeling aangepast. Hierbij is de naam gewijzigd naar Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad (RAZ), hierna: de rekenkamer. Missie en beleidsvisie van de rekenkamer Onze missie is bij te dragen aan een transparante, betrouwbare en lerende gemeente en daarmee bij te dragen aan de versterking van de lokale democratie. Dit doen we conform onze wettelijke taak door onafhankelijk onderzoek te doen naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Op die manier leveren we een bijdrage aan het verbeteren van de controlerende functie van de raad en daarmee van het lokaal bestuur. Jaarlijks stelt de rekenkamer voor de aangesloten gemeenten onderzoeksprogramma’s vast. Begroting 2027 en de eerste begrotingswijziging 2026 Dit document bevat de Begroting 2027 en de eerste begrotingswijziging 2026. Begroting 2027 De begroting bestaat uit een beleidsbegroting (hoofdstuk 2) en een financiële begroting (hoofdstuk 3). De beleidsbegroting bevat een toelichting op de onderzoeksprogramma’s en de voorgeschreven paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. In de financiële begroting staat ook de meerjarenbegroting voor de periode 2027-2030.
In de gemeenschappelijke regeling is vastgesteld dat de beide gemeenteraden eens in de zes jaar de gemeentelijke bijdragen aan de rekenkamer zullen vastleggen. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016-2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot en met 2028. Voor 2027 is de gemeentelijke bijdrage voor Amsterdam begroot op € 2.759.850 en voor Zaanstad op € 277.730. Eerste begrotingswijziging 2026 De oorspronkelijk vastgestelde Begroting 2026 is geactualiseerd. Voorgesteld wordt om het jaarresultaat 2025 toe te voegen aan de algemene reserve. Daarnaast zijn de baten en de lasten bijgesteld en zijn de bestemmingsreserves ict en huisvesting aangevuld met middelen uit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten ter dekking van investeringen. De gewijzigde Begroting 2026 wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht. Procedure vaststelling van de begroting Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient het bestuur van de rekenkamer jaarlijks een begroting vast te stellen. De rekenkamer heeft een ontwerpbegroting opgesteld en voorgelegd aan het Overlegorgaan RAZ. Het Overlegorgaan RAZ - samengesteld uit vertegenwoordigers van de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad - gaf een positief advies over de ontwerpbegroting.
Het bestuur van de rekenkamer stelt na de zienswijzen van de raden de Begroting 2027 vast. De vastgestelde begroting wordt op grond van artikel 11 van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad toegestuurd aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de gemeenteraden van deelnemende gemeenten. Amsterdam, 7 mei 2026
Annelies Daalder Directeur Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
3
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
2. Beleidsbegroting 2027 2.1 Onderzoeksprogramma’s Wat is de doelstelling van de rekenkamer?
De rekenkamer heeft als doel de controlerende rol van de gemeenteraden te versterken door, conform haar wettelijke taak, onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De rekenkamer onderzoekt de resultaten van het gemeentelijk beleid, de bedrijfsvoering en de informatievoorziening aan de raad. Welke onderzoeken worden uitgevoerd? Jaarlijks stelt de rekenkamer voor elke deelnemende gemeente een onderzoeksprogramma vast. In het onderzoeksprogramma staan de (thema’s van de) nieuwe onderzoeken die zijn geprogrammeerd en de onderzoeken uit eerdere onderzoeksprogramma’s die nog moeten worden afgerond. Sinds het onderzoeksprogramma van 2023 zijn we voor Amsterdam gestart met een nieuwe werkwijze van programmeren. In plaats van nauw omschreven onderzoeksonderwerpen presenteren we thema’s die als leidraad functioneren voor het starten van nieuwe onderzoeken in het volgende jaar. Met deze werkwijze willen we meer ruimte voor flexibiliteit bij het opzetten van onderzoeken mogelijk maken. Daarmee kunnen we bij het starten van onderzoeken, bijvoorbeeld bij de afbakening, beter rekening houden met actuele ontwikkelingen. De thema’s geven wel aan welke (beleids)terreinen het volgende jaar onze aandacht zullen krijgen.
Hoe wordt de voortgang van de opvolging van aanbevelingen bewaakt? Tot en met 2019 ging de rekenkamer geregeld na of de aanbevelingen uit haar rapporten werden opgevolgd. In Amsterdam is in 2020 een start gemaakt met een nieuwe werkwijze. De nieuwe werkwijze houdt in dat in het raadsbesluit het college wordt gevraagd om de opvolging van aanbevelingen voortaan zelf te monitoren en daarover aan de raad te rapporteren. Wij kunnen dan volstaan met het steekproefsgewijs toetsen van een jaarlijkse voortgangsrapportage. In Zaanstad is een vergelijkbare verandering van de werkwijze afgesproken, die voor het eerst is toegepast bij het onderzoek Meldingen openbare ruimte in Zaanstad (april 2021). In 2023 is met de Wet versterking decentrale rekenkamers, de Gemeentewet uitgebreid met een artikel (art. 185a) dat het college per 1 januari 2023 verplicht de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de opvolging van aanbevelingen die de lokale rekenkamer aan het college heeft gedaan. Hiermee is er nu een wettelijke verplichting voor het college om over de opvolging van de aanbevelingen te rapporteren. Deze nieuwe wettelijke verplichting is door de directeur van de rekenkamer in diverse gesprekken onder de aandacht gebracht van de ambtelijke top en leden van de colleges van Amsterdam en Zaanstad.
Hoe is de procedure betreffende de onderzoeksprogramma’s? Jaarlijks brengen we in december of januari de onderzoeksprogramma’s uit voor het (volgende) kalenderjaar met daarin een overzicht van de geplande onderzoeken. Daaraan voorafgaand worden de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad bevraagd over onderwerpen die zij belangrijk vinden voor mogelijke rekenkameronderzoeken. Het is de wettelijke bevoegdheid van de bestuurder/directeur van de rekenkamer om de onderzoeksprogramma’s vast te stellen. De onderzoeksprogramma’s worden aan de gemeenteraden en de colleges ter kennisname toegezonden. Ook worden de onderzoekprogramma’s op onze website gepubliceerd. De gemeenteraden kunnen ook per motie verzoeken om een specifiek onderzoek te doen, een zogeheten verzoekonderzoek. De bestuurder heeft de bevoegdheid te besluiten om het 4
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
verzoekonderzoek al dan niet uit te voeren en geeft daarbij aan wat daarvan de mogelijke consequenties zijn voor de programmering.
2.2 Paragrafen
Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is ook van toepassing op de rekenkamer. Het BBV schrijft voor dat – voor zover relevant – een aantal paragrafen moet worden opgenomen in de beleidsbegroting waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Voor de rekenkamer zijn alleen de paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering van belang.
2.2.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De risico’s zijn minimaal. Met de gemeentelijke bijdragen is er een structurele dekking voor de reguliere kosten. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren. Daarbij is tevens besloten om de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016-2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028 en deze conform de gemeenschappelijke regeling jaarlijks aan te passen aan de loonkostenontwikkeling. Vóór 2028 zal wederom de afspraak moeten worden herbevestigd.i Het grootste risico is dat een deelnemende gemeente de samenwerking via de gemeenschappelijke regeling opzegt. Het eventueel opzeggen van de samenwerking is evenwel niet primair een financieel risico van de rekenkamer. Omdat de rekenkamer geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft, komen de financiële gevolgen de gemeenten Amsterdam en Zaanstad toe. In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat bij de uittreding van een deelnemende gemeente, de deelnemende gemeenteraden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende raad vaststellen. Daarbij geldt dat de uittredende raad in ieder geval tweemaal de laatstelijk voor de raad verschuldigde jaarbijdrage vergoedt waaronder de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen.
Voor het opvangen van schommelingen in de uitgaven streven we ernaar om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de te ontvangen jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Eind 2027 bedraagt de algemene reserve naar verwachting circa € 345.885, 11,4% van de jaarlijkse bijdragen. Daarmee is algemene reserve nog binnen de gewenste bandbreedte van 10 en 15% van de jaarlijkse bijdragen. Wanneer de algemene reserve boven de 15% uitkomt, wordt in overleg met het Overlegorgaan RAZ nagegaan hoe die middelen worden bestemd. Hieronder is de voorgeschreven tabel inzake financiële kengetallen - voor zover relevant voor de rekenkamer - opgenomen.
Ten minste twaalf maanden voor afloop van de zesjaarsperiode stelt een raad opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast. i
5
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Tabel 2.1 – Verloop van de kengetallen Jaarrekening
Begroting 2026 (na 1e
2025
wijziging)
Begroting 2027
Meerjarenraming
Meerjarenraming
Meerjarenraming
2028
2029
2030
Solvabiliteitsratio
64%
67%
65%
62%
61%
59%
Netto-
-20%
-13%
-12%
-12%
-12%
-12%
-1%
-5%
0%
0%
0%
0%
schuldquote Incidentele/ structurele exploitatieruimte De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de bezittingen (vaste en vlottende activa) zijn gefinancierd met eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves). De solvabiliteitsratio ligt naar verwachting tussen de 59 en 67%. Dit duidt op een goede solvabiliteitspositie. De daling van de solvabiliteitsratio wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de bestemmingsreserves voor huisvesting en ict. Deze reserves dienen als dekking voor de afschrijvingen op investeringen in huisvesting en ict. De netto-schuldquote is een kengetal waarbij een relatie wordt gelegd tussen de netto-schulden en de jaarlijkse totale baten. Voor dit verhoudingsgetal geldt: hoe lager hoe beter. De VNG geeft als indicatie dat indien dit percentage uitkomt boven de 100%, een gemeente zou moeten opletten. De negatieve netto-schuldquote weerspiegelt dat aan het eind van ieder jaar de (verwachte) vorderingen hoger zijn dan de (verwachte) schulden. Financieel-technisch is dat positief. De lage netto-schuldquote van de rekenkamer is mede een gevolg van het beleid om investeringen met bestemmingsreserves te financieren. In 2025 was er een incidentele exploitatieruimte van 1% (negatief) voornamelijk als gevolg van hogere personeelslasten en in 2026 naar verwachting 5% (negatief).
Dit had diverse oorzaken, waaronder de cao-loonkostenstijging, het invullen van beschikbare vacatures gedurende het jaar, en de inzet van vervangend personeel bij langdurige afwezigheid van medewerkers. We verwachten dat deze negatieve exploitatieruimte niet doorwerkt in latere jaren, omdat deze deels incidenteel van aard is. Vanaf 2027 wordt een structurele exploitatieruimte verwacht van 0%. Dat betekent dat de structurele inkomsten en structurele uitgaven elkaar in evenwicht houden.
2.2.2
Financiering
De rekenkamer financiert de lopende exploitatie met de ontvangen bijdragen van de deelnemende gemeenten, kortlopende schulden en de opgebouwde reserves. De rekenkamer heeft geen langlopende leningen aangetrokken voor de financiering van de vaste materiële activa. De financiering vindt plaats met bestemmingsreserves. De rekenkamer heeft een eigen bankrekening. Als gevolg van de Regeling schatkist-bankieren decentrale overheden wordt deze bankrekening dagelijks door Treasury van de gemeente Amsterdam aangezuiverd of afgeroomd waardoor het banksaldo dagelijks op nul euro uitkomt. Door het afromen of aanzuiveren ontstaat een rekening-courantverhouding met de gemeente Amsterdam. De rekenkamer betaalt geen rente over een eventueel negatief rekeningcourantsaldo, maar ontvangt ook geen rente over een positief rekeningcourantsaldo.
6
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
2.2.3
Bedrijfsvoering
We werken binnen het kader van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer AmsterdamZaanstad en we hebben een reglement van orde. In 2024 is een nieuwe Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad opgesteld en door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad goedgekeurd. De nieuwe regeling is vanaf 6 juli 2024 van kracht en is gewijzigd naar aanleiding van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarnaast is een aantal aanvullende wijzigingen doorgevoerd, mede naar aanleiding van de Beleidsvisie 2023-2028 van de rekenkamer. Een belangrijke wijziging is dat begrotingswijzigingen die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage(n) en/of waarbij de algemene reserve binnen de vastgestelde bandbreedte blijft, niet aan beide raden voor een zienswijze worden voorgelegd. Deze begrotingswijzigingen zullen wel zichtbaar zijn in de jaarrekening en worden besproken in het Overlegorgaan RAZ. Aansluitend op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling hebben wij ons reglement van orde aangepast en in overeenstemming gebracht met de gemeenschappelijke regeling. Aan het reglement hebben wij regels over het interne financiële beleid toegevoegd. Ook hebben wij de termijn van feitelijk wederhoor (twee weken) en de termijn voor een bestuurlijke reactie (drie weken) geconcretiseerd.
Tevens hebben wij duidelijk gemaakt hoe wij omgaan met een verzoek van de gemeenteraad om onderzoek uit te voeren en hoe wij omgaan met een verzoek van de gemeenteraad om deze te ondersteunen. In de Gemeentewet staat dat de gemeenteraad een plaatsvervanger van de bestuurder/directeur van de rekenkamer moet benoemen. In het verleden is dit niet gebeurd en op dit moment hebben de gemeenteraden nog geen plaatsvervanger van de bestuurder benoemd. Borging kwaliteit onderzoeken Voor het beheersen en bewaken van de kwaliteit van rekenkameronderzoeken heeft de rekenkamer een digitaal handboek ontwikkeld. Hierin zijn de procedures beschreven voor de planning, het doen van onderzoek en het publiceren van rapporten. Het handboek wordt geregeld geactualiseerd. Daarnaast heeft de rekenkamer tezamen met de G4-rekenkamers en de Randstedelijke Rekenkamer een kwaliteitshandvest vastgesteld. Het kwaliteitshandvest is in 2025 herzien. Opleiding, arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim Het personeel van het bureau van de rekenkamer is in dienst van de gemeente Amsterdam. De rekenkamer volgt daarom het beleid van de gemeente aangaande de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en het ziekteverzuim. De rekenkamer hecht eraan dat medewerkers zich blijven bekwamen. Er is binnen de rekenkamer jaarlijks een totaalbudget beschikbaar voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering.
Dit budget bestaat uit twee pijlers: tijd en kosten. Deskundigheids- en vaardigheidsbevordering gebeurt niet alleen in concrete workshops, cursussen of opleidingen, maar ook door extra tijdsinvestering tijdens de projecten zelf. Voor de kosten is 2% van het personeelsbudget beschikbaar. Voor de te besteden uren in werktijd is maximaal 4% van de werktijd gereserveerd voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering. Automatisering en informatisering In 2019 is een eigen netwerk geïmplementeerd met specialistische programma’s voor het verzamelen en verwerken van onderzoekgegevens, het publiceren van rapporten en de kantoorautomatisering. Dit netwerk is in 2024 vernieuwd met een nieuwe digitale werkomgeving. Daarnaast kan de rekenkamer ook gebruikmaken van het generieke netwerk van de gemeente Amsterdam. Voor het ontwikkelen van de website en onderhoud van het eigen netwerk wordt externe deskundigheid ingehuurd.
7
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Financieel beheer Voor het financieel beheer maakt de rekenkamer gebruik van de diensten van de directie Financiële Dienstverlening van de gemeente Amsterdam. Periodiek wordt de getrouwheid van de financiële rapportages intern getoetst. Indien daar aanleiding toe is, vindt bijsturing plaats en wordt zo nodig de begroting aangepast. Zo’n begrotingswijziging wordt altijd eerst besproken in het Overlegorgaan RAZ. Om te kunnen bewaken dat de onderzoeksinzet gebeurt naar rato van de bijdragen van de gemeenten, wordt door de onderzoekers tijd geschreven. De jaarrekening van de rekenkamer wordt gecontroleerd door een externe accountant.
2.2.4
Openbaarheidsparagraaf
De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden op 1 mei 2022. In de Woo staat dat iedereen recht heeft op informatie van de overheid en dat de overheid actief informatie openbaar moet maken. Dit geldt ook voor de rekenkamer. Wat doen we al? Wij publiceren al onze onderzoeken op onze website. Ook onze beleidsvisie en onze onderzoeksprogramma’s staan op onze website. Op de projectpagina’s van de onderzoeken publiceren we onze onderzoeksopzetten, antwoorden op vragen van raadsleden, rekenkamerbrieven en de behandelingen van onze rapporten in de raadsvergaderingen. Tot slot bevat onze website informatie over onze organisatie, onze werkwijze en procedures, hoe men ons kan bereiken, hoe een klacht of een informatieverzoek kan worden ingediend en hoe een onderzoeksonderwerp kan worden aangedragen. Wat zijn onze voornemens voor 2026 en 2027? De Woo kent zeventien informatiecategorieën die decentrale overheden, waaronder de rekenkamer, (op termijn) openbaar moeten maken. De ministeriële regeling Actieve openbaarmaking Woo beschrijft de wijze waarop documenten openbaar gemaakt moeten worden. De verwachting is dat steeds meer verplicht openbaar gemaakt moet worden. Te denken valt aan Woo-besluiten, convenanten, onderzoeksrapporten (over de rekenkamer) en klachten.
We zullen deze ontwikkelingen volgen, ons voorbereiden op de openbaarmaking van deze categorieën (voor zover deze op ons van toepassing zijn) en deze informatie openbaar maken. Daarnaast zullen we in de Woo-index de openbaar gemaakte documenten vermelden. In ons streven om zoveel mogelijk documenten openbaar te maken zullen we bijvoorbeeld ook de gedragscode en selectielijst op onze website plaatsen. In overleg met de gemeentearchivaris hebben we in 2025 de selectielijst geactualiseerd. In 2026 passen we deze toe op onze documenten van de afgelopen jaren. Dat betekent dat we bepaalde documenten gaan vernietigen en andere documenten zullen overbrengen naar het stadsarchief. Die documenten kunnen daar dan worden ingezien. Ontvangen wij een Woo-verzoek, dan zoeken we contact met de verzoeker om te overleggen met welke informatie diegene is geholpen. Daar waar het mogelijk is om de informatie te verstrekken, is ons streven om dit snel te doen. Tevens wordt in 2026 de website vernieuwd en zal daarbij worden aangepast aan de meest actuele toegankelijkheidseisen.
8
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
3. Financiële begroting 2027
In dit hoofdstuk is de programmabegroting 2027 opgenomen inclusief de meerjarenbegroting 2026-2028.
3.1 Programmabegroting 2027
Het programma van de rekenkamer bestaat uit het uitvoeren van de rekenkamerfunctie voor de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten.
Tabel 3.1 – Overzicht van begrote baten en lasten 2027 Baten (in €)
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
(na 1e wijziging) Bijdrage Amsterdam Bijdrage Zaanstad
2.511.700 252.760
2.574.490 259.080
2.759.850 277.730
Overige baten
18.772
5.360
P.M.
Totaal baten
2.783.232
2.838.930
3.037.580
Lasten (in €)
Realisatie 2025
Begroting 2026 (na 1e wijziging)
Begroting 2027
2.333.981 28.139
2.464.811 32.800
2.498.000 34.180
Huisvestingslasten Ict-kosten
225.088 147.477
256.300 148.625
267.060 154.870
Publicatiekosten Overige materiële kosten
16.745 65.160
11.100 81.000
11.570 71.900
Kapitaallasten Onvoorzien
49.140 0
46.176 0
46.176 0
Totaal lasten
2.865.731
3.040.812
3.083.756
Begroting 2026
Begroting 2027
Personeelslasten Overige personeelslasten
Resultaat (in €)
Realisatie 2025
(na 1e wijziging) Saldo van baten en lasten Onttrekkingen reserves
-82.499 403.824
-201.882 243.107
-46.176 46.176
Toevoegingen reserves
-210.096
-41.225
-
Resultaat
111.229
0
0
Het BBV schrijft voor dat gemeenschappelijke regelingen ook inzicht moeten geven in voorgeschreven taakvelden. In paragraaf 3.3 is daarom een overzicht opgenomen van baten en lasten naar taakvelden.
9
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
3.2 Toelichting op de programmabegroting 2027 Baten
Bijdragen gemeenten Amsterdam en Zaanstad In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat de raden van de deelnemende gemeenten voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vaststellen. Na zes jaar kunnen nieuwe afspraken gemaakt worden over de jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten. In 2023 is besloten door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad om de huidige samenwerking te continueren en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016-2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028. Conform de gemeenschappelijke regeling mogen de bijdragen jaarlijks worden aangepast aan de loonkostenontwikkeling. Bij het opstellen van de begroting maken we hiervan een inschatting. Aanzienlijk later maakt het CBS de werkelijke loonkostenontwikkeling bekend (index contractuele loonkosten per maand, cao-sectoren overheid). Hierdoor wordt pas ruimschoots na afloop van een begrotingsjaar duidelijk wat de werkelijke loonkostenontwikkeling is geweest. Op dit moment is alleen voor 2024 een definitieve loonkostenontwikkeling bekend. Op basis van de voorlopige cijfers voor 2025 en de ramingen voor 2026ii en 2027 schatten wij in dat de cumulatieve indexatie sinds 2020 moet uitkomen op 134,9.
Tot en met begrotingsjaar 2026 hebben wij in onze begrotingen rekening gehouden met loonkostenontwikkelingen die cumulatief uitkomen (ten opzichte van 2020) op 125,9. Dit betekent dat de in de begroting voor 2026 gehanteerde indexatie te laag is. Om voor 2027 uit te komen op een cumulatieve indexatie van 134,9 is derhalve een indexatie van 7,2% nodig van de gemeentelijke bijdragen.
Tabel 3.2 – Overzicht cumulatieve indexatie begrotingsjaar 2027 (2020 = 100)
Rekenindex
Indexatie in begroting
2024
119,9
117,5
2025
124,6
122,8
2026
129,5
125,9
2027
134,9
134,9
Overige baten De rekenkamer kan incidenteel overige baten realiseren door het op verzoek verzorgen van presentaties en gastcolleges. Ook komt het soms voor dat de rekenkamer opbrengsten verkrijgt door met andere rekenkamers samen te werken. De omvang van deze activiteiten is beperkt. In de begroting is daarom voor overige opbrengsten een pro-memorie-post opgenomen. Lasten Personeelslasten Onder de personeelskosten zijn de totale loonkosten opgenomen van de vaste en tijdelijke medewerkers van de rekenkamer. De begrote formatie van de rekenkamer bedraagt 20,2 fte. Ook de personeelskosten van de bestuurder/directeur zijn onder deze post begroot. Verder worden onder deze post de kosten geboekt voor project-inhuur. Hierbij gaat het voornamelijk om het incidenteel inhuren van specifieke deskundigheid en expertise ter ondersteuning van het onderzoek. Om flexibel te kunnen reageren op ontwikkelingen in de arbeidsmarkt kunnen binnen het personeelsbeleid keuzes worden gemaakt voor meer of minder (specialistische) inhuur.
ii
Voor deze berekening is rekening gehouden met een cao-stijging van 1,25% per 1 juli 2026.
10
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Overige personeelslasten De overige personeelslasten hebben betrekking op het budget voor onder meer externe opleidingskosten en kosten voor sociale activiteiten, voor zowel de onderzoekers als de overige medewerkers. Huisvestingslasten De huisvestingslasten hebben betrekking op de huur- en de servicekosten van de kantoorruimte. Tevens zijn onder deze post de kosten begroot voor het schoonmaken en de periodieke vervanging van meubilair. De rekenkamer heeft 525 m² kantoorruimte gehuurd. Het huurcontract loopt tot 30 november 2033, met een optie om het contract te beëindigen per 1 december 2029. Ict-kosten De ict-kosten hebben betrekking op de kosten die samenhangen met het beheer van het eigen ict-netwerk, kleine ict-aanschaffingen, jaarlijkse licenties, et cetera. Voor een beperkt aantal icttoepassingen maken we ook gebruik van het ADW-netwerk van de gemeente Amsterdam. De daarvoor in rekening gebrachte kosten worden ook op deze post verantwoord. Publicatiekosten Onder deze post worden de kosten opgenomen voor het onderhoud en het verder verbeteren van de website van de rekenkamer. Ook eventuele druk- en verzendkosten van rapporten, drukwerk en kosten met betrekking tot het visualiseren van rapporten worden verantwoord onder deze post.
Overige materiële kosten Onder deze post zijn de kosten begroot die de gemeente Amsterdam in rekening brengt voor het voeren van de financiële administratie en ondersteuning met betrekking tot personeelszaken. Verder zijn onder deze post de accountantskosten begroot, net als de kosten externe inhuur functionaris gegevensbescherming, juridische kosten, de kosten van contributies voor brancheorganisaties, verzekeringskosten, et cetera. Kapitaallasten De kapitaallasten in 2027 hebben betrekking op de afschrijvingskosten van investeringen in huisvesting en ict. Er wordt € 2.280 afgeschreven voor de aanschaf van nieuwe mobiele telefoons en laptopbeveiliging in 2023. Deze investeringen zijn eind 2027 volledig afgeschreven. Voor de aanschaf van nieuwe desktopcomputers en laptops in 2024 wordt € 6.080 afgeschreven. In datzelfde jaar is de rekenkamer overgegaan naar een nieuwe digitale werkomgeving, waarvoor nog eens € 7.910 wordt afgeschreven. Voor de verbouwing van het kantoor in 2025 is een afschrijving van € 22.141 opgenomen. Tot slot zijn in 2026 nieuwe laptops aangeschaft en wordt de website van de rekenkamer vernieuwd. Hiervoor wordt respectievelijk € 4.365 en € 3.400 afgeschreven. De afschrijvingstermijn voor huisvestings- en ict-investeringen is vijf jaar. Onvoorzien In de begroting is een post Onvoorzien opgenomen.
Aangezien onvoorziene posten binnen de rekenkamer zelden voorkomen, is hier geen budget aan toegekend. Onvoorziene uitgaven worden binnen de bestaande budgetten opgevangen, of indien nodig, wordt hiervoor de algemene reserve aangewend. Deze is bedoeld om fluctuaties in de uitgaven op te vangen. Resultaat Het saldo van baten en lasten voor 2027 wordt begroot op € 46.176 (negatief). Dit tekort wordt volledig veroorzaakt door de kapitaallasten. Door € 46.176 te onttrekken aan de bestemmingsreserves Huisvesting en Ict ter dekking van de afschrijvingskosten, ontstaat een sluitende begroting.
11
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
3.3 Specificatie naar taakvelden
Op basis van het BBV moeten gemeenschappelijke regelingen ook inzicht geven in de kosten per taakveld. Tevens moet een specificatie worden opgenomen van de verwachte incidentele baten en lasten en de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Overzicht toedeling aan taakvelden Voor de rekenkamer zijn de taakvelden rekenkamerfunctie en overhead van toepassing.iii
Tabel 3.3 – Overzicht van begrote baten en lasten naar taakvelden (In €)
Jaarrekening
Begroting
Begroting
2025
e
2026 (na 1 wijziging)
2027
Taakveld Bestuur en ondersteuning
2.783.232
2.838.930
3.037.580
Totaal baten
2.783.232
2.838.930
3.037.580
Taakveld Bestuur
2.081.973
2.221.665
2.317.632
Taakveld Overhead Onvoorzien
783.758 0
819.147 0
766.124 0
2.865.731
3.040.812
3.083.756
Saldo van baten en lasten
-82.499
-201.882
-46.176
Mutaties reserves
193.728
201.882
46.176
Resultaat
111.229
0
0
Baten
Lasten
Totaal lasten
Toerekening personeelslasten aan taakvelden De rekenkamer heeft een formatie, exclusief de bestuurder/directeur, van 19,2 fte. Hiervan heeft 17,1 fte betrekking op medewerkers die worden ingezet voor het doen van onderzoek. De kosten van deze medewerkers worden in principe volledig toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur. Het komt incidenteel voor dat deze medewerkers ook overheadtaken uitvoeren, bijvoorbeeld ten behoeve van de nieuwe ict-infrastructuur. In dat geval vindt een overboeking plaats naar het taakveld 0.4 Overhead. De kosten van de bestuurder/directeur worden volledig toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur. Voor het secretariaat en het bureaumanagement is in de formatie 2,1 fte opgenomen. Een groot deel hiervan wordt beschouwd als overheadskosten. De communicatiewerkzaamheden voor de projecten vallen onder onderzoek en daarmee onder het taakveld 0.1 Bestuur. Binnen het personeelskostenbudget is ook beperkte ruimte voor het inhuren van externe expertise en uitzendkrachten. Om het personeelskostenbudget optimaal te benutten, kunnen bij natuurlijk verloop en arbeidsmarktontwikkelingen tijdelijk externen worden aangetrokken.
iii
Het Iv3-Informatievoorschrift 2017 vermeldt de rekenkamer expliciet als een onderdeel van het taakveld 01.
Bestuur.
12
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden worden de kosten daarvan toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur of taakveld 0.4 Overhead. Toerekening overige kosten aan taakvelden De overige personeelskosten, huisvestingslasten, overige materiële kosten en kapitaallasten worden alle toegerekend aan het taakveld 0.4 Overhead. De publicatiekosten worden volledig toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur. Overzicht incidentele baten en lasten begroting Voor het begrotingsjaar 2027 zijn er geen incidentele baten of lasten begroot. Overzicht beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er zijn bestemmingsreserves gevormd om de jaarlijkse afschrijvingslasten van de (geactiveerde) huisvestings- en ict-investeringen te dekken. Voor afschrijvingslasten huisvesting wordt jaarlijks € 22.141 aan de reserve huisvesting onttrokken. Voor de ict-investeringen wordt jaarlijks € 24.035 onttrokken aan de bestemmingsreserve ict.
3.4 Investeringsbegroting
In de onderstaande tabel staat de investeringsstaat van de rekenkamer.
Tabel 3.4 – Investeringsstaat rekenkamer Materiële vaste
Initieel
Boek-
Investe-
Afschrij-
Boek-
Afschrij-
activaiv (in €)
investerings-
waarde per 1-1-
ringen 2027
ving in boekjaar
waarde per 31-12-
ving (lineair)
bedrag
2027
2027
Huisvesting Herinrichting kantoor 2025
110.704
88.563
0
22.141
66.422
5 jaar (2026-2030)
11.400
2.280
0
2.280
0
5 jaar (2023-2027)
Desktops en laptops 2024
30.400
12.160
0
6.080
6.080
5 jaar (2024-2028)
Digitale werkomgeving 2024
39.550
15.820
0
7.910
7.910
5 jaar (2024-2028)
Vernieuwing website
17.000
13.600
0
3.400
10.200
Ict Mobiele telefoons en laptopbeveiliging 2023
2026
5 jaar (2026-2030)
Laptops 2026
21.825
17.460
0
4.365
13.095
Totaal
230.879
149.883
0
46.176
103.707
Investeringen tot een bedrag van € 10.000 worden niet geactiveerd, maar als last genomen in het jaar van aanschaf. iv
13
5 jaar (2026-2030)
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Voor de herinrichting van het kantoor worden in 2026 nog enkele kosten verwacht. De exacte omvang van de kosten zullen later dit jaar worden vastgesteld en worden betrokken in de tweede begrotingswijziging 2026. Voor 2027 zijn er geen grote investeringen voorzien.
3.5 Uiteenzetting financiële positie
Voor de rekenkamer worden voor eind 2026 en eind 2027 de volgende balansen geprognosticeerd. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van de diverse balansposten is tevens ter vergelijking de balans per 31 december 2025 toegevoegd.
Tabel 3.5 – Overzicht geprognotiseerde balansen Balans 31-12-2025 (vóór resultaat-
Geprognotiseerde balans 31-12-2026
Geprognotiseerde balans 31-12-2027
108.304 46.530
88.563 61.320
66.422 37.285
Vorderingen Liquide middelen
72.712 0
50.000 0
50.000 0
Overlopende activa
705.556
555.556
555.556
Totaal activa
933.103
755.439
709.263
Balans 31-12-2025 (vóór resultaat-
Geprognotiseerde balans 31-12-2026
Geprognotiseerde balans 31-12-2027
bestemming) Vaste activa Investeringen
▪ Huisvesting ▪ Ict Vlottende activa
bestemming) Eigen vermogen Algemene reserve
390.362
345.885
345.885
Reserve huisvesting Reserve ict
108.304 46.530
88.563 61.320
66.422 37.285
Reserve bijz. lasten Nog te bestemmen
50.896 111.229
9.671 0
9.671 0
-
-
-
225.782
250.000
250.000
933.103
755.439
709.263
Vaste schulden Kapitaalschuld Vlottende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva Totaal passiva
14
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Hierna volgt een toelichting op verschillende balansposten. Vaste activa In 2023 zijn nieuwe mobiele telefoons aangeschaft en is de beveiliging van de bestaande laptops verbeterd. De investeringskosten daarvan bedroegen in totaal € 11.400. In 2024 is daarnaast een bedrag van € 30.400 geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe desktopcomputers en laptops. Tevens is voor een bedrag van € 39.550 geïnvesteerd in het opzetten en implementeren van een nieuwe digitale werkomgeving. In 2026 zijn nieuwe laptops aangeschaft en wordt de website van de rekenkamer vernieuwd, waarvoor de investering respectievelijk € 21.825 en € 17.000 bedraagt. De ict-investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De totale ict-afschrijvingskosten per jaar bedragen € 24.035. In 2025 is het kantoor verbouwd en in 2026 worden hiervoor nog enkele kosten verwacht. De exacte omvang van de kosten zullen later dit jaar worden vastgesteld. De totale investering op dit moment bedraagt € 110.704. Investeringen in huisvesting worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse afschrijvingskosten bedragen momenteel € 22.141. Vlottende activa De verwachte vorderingen aan het eind van 2026 en 2027 betreffen de vorderingen op de deelnemende gemeenten in verband met door de rekenkamer betaalde btw die verrekend kan worden met het btw-compensatiefonds.
De overlopende activa-post heeft grotendeels betrekking op de rekening-courant-verhouding met de gemeente Amsterdam. Deze is ontstaan door de verplichting om liquide middelen bij het Rijk te stallen (het zogenaamde schatkistbankieren). Eigen vermogen Het verwachte verloop van het eigen vermogen is hieronder inzichtelijk gemaakt. De reserves worden daarna in het kort toegelicht.
Tabel 3.6 – Verloopoverzicht reserves Reserves (in €)
31-12-2025 (ná
Begrote mutaties
resultaatbestemming)
2026
31-12-2026
Mutaties 2027
31-12-2027
Algemene reserve
501.591
-155.706
345.885
0
345.885
Subtotaal
501.591
-155.706
345.885
0
345.885
Ict
108.304 46.530
-19.741 14.790
88.563 61.320
-22.141 -24.035
66.422 37.285
Bijzondere lasten
50.896
-41.225
9.671
0
9.671
Subtotaal
205.730
-46.176
159.554
-46.176
113.378
Totaal reserves
707.321
-230.031
505.439
-46.176
459.263
Bestemmingsreserve Huisvesting
Algemene reserve Met de vorming van de gemeenschappelijke regeling in 2010 heeft de rekenkamer een financieel zelfstandige positie gekregen. Om de fluctuaties in de onderzoekskosten te kunnen opvangen, streeft de rekenkamer naar een algemene reserve tussen de 10 en 15% van het jaarlijkse budget.
15
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Dit betekent een gewenste stand tussen de € 303.758 en € 455.637. Naar verwachting zal de algemene reserve eind 2027 uitkomen op € 345.885. Daarmee valt de stand van de algemene reserve binnen de streefwaarde van 10 tot 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen. Reserve Huisvesting De rekenkamer heeft een bestemmingsreserve Huisvesting voor de financiering van de jaarlijkse afschrijvingskosten van investeringen in de huisvesting. De totale investeringen van de verbouwing van 2025 bedragen op dit moment € 110.704. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag van € 22.141 aan deze reserve onttrokken. De investeringen in huisvesting worden in vijf jaar afgeschreven. Reserve Ict Begin 2023 zijn nieuwe mobiele telefoons aangeschaft en is de beveiliging van de bestaande laptops verbeterd. Deze investering bedroeg in totaal € 11.400. In 2024 is daarnaast een bedrag van € 30.500 geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe desktopcomputers en laptops. Tevens is voor een bedrag van € 39.550 geïnvesteerd in het opzetten en implementeren van een nieuwe digitale werkomgeving. In 2026 zijn nieuwe laptops aangeschaft en wordt de website van de rekenkamer vernieuwd, waarvoor de investering respectievelijk € 21.825 en € 17.000 bedraagt. Voor de dekking van de afschrijvingskosten van ict-investeringen is een reserve gevormd. Ictinvesteringen worden in vijf jaar afgeschreven.
Dit betekent dat jaarlijks € 24.035 aan deze reserve wordt onttrokken ten gunste van de exploitatie. Reserve Bijzondere lasten Tijdens de behandeling van de Begroting 2024 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad met het voorstel van de rekenkamer ingestemd om een deel van de bestemmingsreserve Bijzondere Lasten, waarin het eerdere vermogensoverschot in de periode 2016-2021 is overgeheveld, te benutten ter dekking van extra uitgaven op het gebied van ict en huisvesting.v Het eventuele restant van de beschikbare middelen zal ingezet worden voor de uitvoering van nieuwe taken, zoals beschreven in de Beleidsvisie 2023-2028. In 2024 is reeds een bedrag onttrokken ter dekking van de ict-investeringen en in 2025 en 2026 is € 110.704 aangewend voor de investeringen in huisvesting. In 2026 wordt het grootste deel van het restant ingezet voor de investeringen in laptops en de vernieuwing van de website. Voorzieningen Er zijn geen bijzondere uitgaven gepland of omstandigheden bekend waarvoor voorzieningen moeten worden getroffen. Vaste schulden De rekenkamer heeft geen langlopende leningen. Het beleid is om bestemmingsreserves te vormen voor de financiering van investeringen.
Kortlopende schulden en overlopende passiva De kortlopende schulden aan het eind van het jaar hebben grotendeels betrekking op de per 31 december nog te betalen personeels- en ondersteuningskosten aan de gemeente Amsterdam. Meerjarenramingen In deze paragraaf zijn de meerjarenramingen van de balansen en exploitaties van de rekenkamer opgenomen. De ramingen zijn voorzien van een korte toelichting.
v
RAZ, Notitie gemeentelijke bijdragen RAZ, 3 mei 2023.
16
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Tabel 3.7 – Meerjarenraming balansen per 31 december (x € 1.000) 2027
2028
2029
2030
Vaste activa Investeringen huisvesting en ict
104
60
30
0
Vorderingen Liquide middelen
50 -
50 -
50 -
50 -
Overlopende activa
556
556
556
556
Totaal activa
710
666
636
606
Vlottende activa
2027
2028
2029
2030
Eigen vermogen Algemene reserve Reserve Huisvesting
346 66
346 44
346 22
346 0
Reserve Ict Reserve Bijz. lasten
37 10
16 10
8 10
0 10
-
-
-
-
250
250
250
250
710
666
636
606
Vaste schulden Kapitaalschuld Vlottende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva Totaal passiva
Het beleid van de rekenkamer is om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Hierdoor kunnen schommelingen in het uitgavenniveau zelf worden opvangen. De begrote stand eind 2027 bedraagt € 345.885 (11,4%). Verder heeft de rekenkamer als beleid om investeringen met eigen middelen te financieren. Dit doet zij door bestemmingsreserves te vormen. De jaarlijkse afschrijvingskosten worden met deze reserves gedekt. Het huurcontract van de huidige kantoorlocatie van de rekenkamer is verlengd en loopt tot 30 november 2033, met een optie om het contract te beëindigen per 1 december 2029. Investeringen in huisvesting worden in vijf jaar afgeschreven. De ict-investeringen worden eveneens in vijf jaar afgeschreven. Vervanging van ict-investeringen vindt plaats op het moment dat deze economisch zijn afgeschreven. Verder is de verwachting dat door innovatieve ontwikkelingen geregeld nieuwe investeringen in soft- en hardware zullen moeten worden gedaan. Zodra dit aan de orde is, doet de rekenkamer daarvoor begrotingsvoorstellen.
17
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Voor de besteding van de reserve Bijzondere lasten is - in samenhang met het vaststellen van de vaste gemeentelijke bijdragen tot en met 2028 - een aparte notitie opgesteld. De reserve wordt ingezet voor ict-investeringen en investeringen in huisvesting. In 2024 is een bedrag onttrokken voor ict-investeringen, in 2025 voor de investeringen in huisvesting en in 2026 voor investeringen in nieuwe laptops en vernieuwing van de website.
Tabel 3.8 – Meerjarenraming exploitatie (In € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Baten Taakveld Bestuur en ondersteuning
3.038
3.038
3.038
3.038
Totaal baten
3.038
3.038
3.038
3.038
2.318 766
2.316 766
2.305 762
2.305 762
0
0
0
0
3.084
3.081
3.067
3.067
-46
-44
-30
-30
Mutaties reserves
46
44
30
30
Resultaat
0
0
0
0
Lasten Taakveld Bestuur Taakveld Overhead Onvoorzien Totaal lasten
Saldo van baten en lasten
Korte toelichting op de meerjarenraming exploitatie De bedragen zijn gebaseerd op een geschat prijspeil 2027 zoals bij het opstellen van de begroting is voorzien (indexering van 7,2% ten opzichte van de Begroting 2026).vi Incidentele baten en lasten Vanaf 2027 zijn in de meerjarenraming geen incidentele baten of lasten voorzien. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarbegrotingen bezien of er aanleiding is om incidentele posten te begroten. Structurele onttrekkingen aan reserves De mutaties reserves hebben betrekking op onttrekkingen aan de bestemmingsreserves Huisvesting en Ict. Deze onttrekkingen dienen om de afschrijvingslasten te dekken. In 2027 wordt hiervoor € 46.176 onttrokken. De afschrijvingslasten dalen in de jaren daarop naar € 29.906 in 2030. Ontwikkeling EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis overeenkomstig de voorschriften van het BBV. Het verloop van het EMU-saldo voor de
Een belangrijke reden om niet meerjarig te indexeren, is de grote onzekerheid over de toekomstige indexatiepercentages en hun ontwikkeling over meerdere jaren. vi
18
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
rekenkamer is samengevat in onderstaande tabel. Alleen de posten die voor de rekenkamer van toepassing zijn, zijn in de tabel opgenomen.
Tabel 3.9 – EMU-saldo per einde jaar (x € 1.000) Jaarrekening 2025
Begroting 2026 (na
Begroting 2027
eerste wijziging) Exploitatie vóór
Meerjaren -raming
Meerjaren -raming
Meerjaren -raming
2028
2029
2030
-82,5
-201,9
-46,2
-43,9
-29,9
-29,9
Afschrijvingen tlv exploitatie
49,1
46,2
46,2
43,9
29,9
29,9
Investeringen in (im-)materiële
-108,3
-41,2
-
-
-
-
-141,7
-196,9
0
0
0
0
mutaties reserves
activa EMU-Saldo
In 2025 is er een negatief EMU-saldo van € 141.700. Dit komt hoofdzakelijk door een negatief saldo van baten en lasten als gevolg van hogere personeelslasten en ict-kosten, en heeft mede betrekking op de investeringen in huisvesting in dat jaar. Het begrote negatieve EMU-saldo in 2026 van € 196.900 komt grotendeels door de hogere begrote personeels- en huisvestingslasten en de investeringen in ict in 2026. Vanaf 2027 wordt er een EMU-saldo verwacht van € 0. Dit komt omdat de afschrijvingskosten (= geen uitgaven) worden gedekt door onttrekkingen aan bestemmingsreserves (= geen inkomsten). Daarnaast zullen de personeelslasten vanaf 2027 weer structureel in evenwicht zijn met de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen.
19
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
4. Eerste begrotingswijziging 2026
De oorspronkelijke Begroting 2026 is, na de ontvangst van de zienswijzen van de gemeenteraden Amsterdam en Zaanstad, op 14 juli 2025 door de directeur van de rekenkamer vastgesteld. Vanwege diverse redenen is er aanleiding om de Begroting 2026 te actualiseren. De begrotingswijzigingen zijn een gevolg van: ▪
resultaatbestemming 2025;
▪
bijstelling van begrote baten 2026;
▪
bijstelling van begrote lasten 2026;
▪
investeringen in huisvesting en storting in de bestemmingsreserve Huisvesting;
▪
investeringen in ict en storting in de bestemmingsreserve Ict;
▪
onttrekking aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten;
▪
onttrekking aan de algemene reserve.
In paragraaf 4.1 lichten we de begrotingswijzigingen toe. Paragraaf 4.2 laat het effect zien van de begrotingswijzigingen op de programmabegroting 2026 en het verloop van de reservepositie in 2026.
4.1 Toelichting eerste begrotingswijziging 2026 Resultaatbestemming 2025
De Jaarrekening 2025 laat een positief resultaat zien van € 111.229. Voorgesteld wordt om het volledige jaarresultaat van € 111.229 toe te voegen aan de algemene reserve. Bijstelling van begrote baten 2026 De baten ten opzichte van de oorspronkelijke Begroting 2026 worden verhoogd met € 5.360. De actualisatie van de begrote baten heeft betrekking op de verwachte overige opbrengsten. Overige opbrengsten (+ € 5.360) In de begroting was een pro memorie-post voor de overige opbrengsten opgenomen. Deze post heeft betrekking op te ontvangen vergoedingen voor het verzorgen van gastpresentaties en cursussen, en eventuele te ontvangen bijdragen voor advieswerkzaamheden. De voorlopige verwachting is dat de overige opbrengsten € 5.360 bedragen. Dit betreft ontvangen vergoedingen van de Vereniging van Rekenkamer (VvR) voor het verzorgen van een online masterclass, een webinar en voor het verlenen van juridische ondersteuning, en van de Vrije Universiteit (VU) voor het geven van een gastcollege. Bijstelling van begrote lasten 2026 De lasten worden per saldo verhoogd met € 52.127 ten opzichte van de oorspronkelijke Begroting 2026. De actualisatie van de begrote lasten heeft betrekking op een stijging in de personeelslasten, huisvestingskosten en overige materiële kosten. Daarnaast worden de verwachte publicatiekosten en kapitaallasten naar beneden bijgesteld.
Personeelslasten (+ € 54.811) Naar verwachting laat de post Personeelslasten een overschrijding zien van € 54.811. Het personeelsbudget wordt daarom met dit bedrag opgehoogd. Dit heeft twee hoofdoorzaken. Ten eerste is tijdelijk iemand ingezet om de taken over te nemen van een collega die voor langere tijd afwezig is. Ten tweede is het tijdelijke contract van een andere collega verlengd tot aan 31 augustus 2026. Deze collega heeft onder meer het jaarverslag van 2025 gemaakt. De rest van haar tijd zal zij zich bezighouden met het op orde brengen van de archivering en het overhevelen
20
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
van delen van het archief van de rekenkamer naar het stadsarchief. Daarnaast zal zij onder meer zorgen voor een beter planningssysteem, ondersteunen bij de actualisering van de website. Huisvestingskosten (+ € 4.150) Het huidige begrote budget voor huisvestingskosten zal ontoereikend zijn en naar verwachting een budgetoverschrijding laten zien. Het budget voor de huisvestingslasten wordt daarom met € 4.150 opgehoogd. De stijging van de kosten is met name toe te schrijven aan een verwachte huurstijging in het laatste kwartaal van 2026. Publicatiekosten (- € 11.900) Ook de publicatiekosten zijn geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers over 2025. Aan het eind van 2025 bleek dat de eerder begrote publicatiekosten voor het jaar 2025 te hoog waren ingeschat. Dit kwam met name doordat veel van deze werkzaamheden, zoals het maken van infographics, door werknemers zelf zijn gedaan. We verwachten dat dit ook het geval zal zijn in 2026. Daarnaast waren er in 2025 enkele incidentele kostenposten die in 2026 niet terug zullen keren, zoals de kosten van het nieuwe RAZ-logo voor op de muur en de kosten voor werving van nieuw personeel. Om deze redenen is het budget voor publicatiekosten in 2026 met € 11.900 verlaagd. Overige materiële kosten (+ € 7.000) De overige materiële kosten worden met € 7.000 verhoogd.
In 2026 verwachten we extra incidentele kosten voor juridisch advies en juridische ondersteuning, met name omdat het reglement van orde moet worden gewijzigd. Dit was in de originele Begroting 2026 niet voorzien. Kapitaallasten (- € 1.934) De kapitaallasten dalen per saldo met € 1.934. In de oorspronkelijke begroting was een schatting gemaakt van de investering in huisvesting voor 2025. De kosten voor de verbouwing van het kantoor zijn een stuk lager uitgevallen, waardoor ook de jaarlijkse kapitaallasten lager uitkomen (- € 9.699). Wel worden in 2026 investeringen voorzien in nieuwe laptops en het vernieuwen van de website, waar jaarlijkse kapitaallasten van respectievelijk € 4.365 en € 3.400 mee gepaard gaan. Per saldo komen de kapitaallasten daarom € 1.934 lager uit dan begroot. Investeringen in huisvesting en storting in de bestemmingsreserve Huisvesting De kosten voor de verbouwing van het kantoor zijn nagenoeg volledig bekend. De totale investering in 2025 bedroeg € 108.304. In 2026 wordt nog eens € 2.400 geïnvesteerd. Ten behoeve van de afschrijvingskosten is € 2.400 overgeheveld vanuit de bestemmingsreserve Bijzondere lasten naar de bestemmingsreserve Huisvesting, van waaruit de jaarlijkse afschrijvingskosten zullen worden gedekt. De afschrijvingskosten voor de verbouwing komen daarmee in totaal uit op € 22.141.
In 2026 zullen nog enkele werkzaamheden worden verricht ten behoeve van de verbouwing van het kantoor, waarvan de kosten nog niet bekend zijn. De definitieve investeringskosten en afschrijvingskosten worden later dit jaar bekend en worden betrokken in de tweede begrotingswijziging 2026. De investering wordt vanaf 2026 in vijf jaar afgeschreven. Investeringen in ict en storting in de bestemmingsreserve Ict In 2026 worden twee investeringen in ict voorzien. Ten eerste worden nieuwe laptops aangeschaft. Hier is een investeringsbedrag van € 21.825 mee gemoeid. De kosten voor de installatie van de laptops zit daarbij inbegrepen. Daarnaast zal de website van de rekenkamer worden vernieuwd. Dit is nodig om de website veiliger, sneller, toekomstbestendig en flexibeler te maken en te voldoen aan alle toegankelijkheidseisen. Hiervoor zullen niet alleen de pagina’s van de website opnieuw worden ontworpen, maar ook zullen diverse verbeteringen plaatsvinden op de achtergrond. In totaal zal dit € 17.000 gaan kosten. Ter dekking van de bijbehorende afschrijvingskosten van deze investeringen wordt € 38.825 onttrokken uit de bestemmingsreserve
21
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Bijzondere lasten en gestort naar de bestemmingsreserve Ict. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. Onttrekking aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten Om de jaarlijkse afschrijvingen op de investeringen voor het nieuwe interieur van het kantoor te dekken, wordt aanvullend een bedrag van € 2.400 onttrokken aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve Huisvesting. Ten behoeve van de jaarlijkse afschrijvingen op de investeringen in de nieuwe laptops en de vernieuwing van de website, wordt een bedrag van respectievelijk € 21.825 en € 17.000 onttrokken aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten. Dit bedrag wordt overgeheveld naar de bestemmingsreserve Ict. Onttrekking aan de algemene reserve Het verwachte tekort van € 48.701 zal worden onttrokken aan de algemene reserve. Het verloop van deze reserve is zichtbaar in tabel 4.3. De algemene reserve zal per 31 december 2026, na eerste begrotingswijziging, een omvang hebben van € 345.885. Dit is circa 12,2% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen in 2026. Daarmee valt de stand van de algemene reserve, ondanks de daling, binnen de bandbreedte van 10 tot 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen.
4.2 Resumé eerste begrotingswijzing 2026 Programmabegroting De door te voeren begrotingswijzigingen laten zich als volgt samenvatten.
Tabel 4.1 – Overzicht Begroting 2026 vóór en na begrotingswijziging Baten (in €)
Oorspronkelijke begroting 2026
1e begrotingswijziging 2026
Begroting 2026, na 1e begrotingswijziging
Bijdrage Amsterdam Bijdrage Zaanstad
2.574.490 259.080
0 0
2.574.490 259.080
Overige baten
P.M.
5.360
5.360
Totaal baten
2.833.570
5.360
2.838.930
Lasten (in €)
Oorspronkelijke begroting 2026
1e begrotingswijziging 2026
Begroting 2026, na 1e begrotingswijziging
Personeelslasten Overige personeelslasten
2.410.000 32.800
54.811 0
2.464.811 32.800
Huisvestingslasten Ict-kosten
252.150 148.625
4.150 0
256.300 148.625
Publicatiekosten Overige materiële kosten
23.000 74.000
-11.900 7.000
11.100 81.000
Kapitaallasten Onvoorzien
48.110 0
-1.934 0
46.176 0
Totaal lasten
2.988.685
52.127
3.040.812
22
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Resultaat (in €)
Oorspronkelijke begroting 2026
1e begrotingswijziging 2026
Begroting 2026, na 1e begrotingswijziging
Saldo van baten en lasten Onttr. bestemmingsreserves
-155.115 48.110
-46.767 39.291
-201.882 87.401
Toev. bestemmingsreserves Onttr. algemene reserve
107.005
-41.225 48.701
-41.225 155.706
Toev. algemene reserve
-
-
-
Resultaat
0
0
0
Investeringsbegroting 2026 In de onderstaande tabel is de investeringsbegroting voor 2026 (na de begrotingswijzigingen) opgenomen.
Tabel 4.2 – Investeringsbegroting vóór en na begrotingswijziging Investeringen (in €)
Oorspronkelijke
1e begrotings-
Begroting 2026,
begroting 2026
wijziging 2026
na 1e begrotingswijziging
Investeringen in huisvesting
0
2.400
2.400
Investeringen in ict
0
38.825
38.825
Totaal
0
41.225
41.225
Begroting reserves 2026 De eerste begrotingswijziging heeft effect op de reservepositie van de rekenkamer. Het verloop van de reserves in 2026 kan als volgt worden samengevat.
Tabel 4.3 – Overzicht verloop reserves in 2026 Reserves (in €)
31-12-2025 (vóór
Mutaties begroting
31-12-2026 (vóór 1e
Mutaties 1e begrotings-
31-12-2026 (ná 1e
resultaatbestemming)
2026
begrotingswijziging)
wijziging 2026
begrotingswijziging)
Algemene reserve
390.362
-107.005
283.357
111.229(1) -48.701(2)
345.885
Subtotaal
390.362
-107.005
283.357
62.528
345.885
108.304
-31.840
76.464
2.400(3)
88.563
30.260
9.699(4) 21.825(5)
61.320
Bestemmingsreserve Huisvesting Ict
46.530
Bijzondere lasten
50.896
-16.270
17.000(6) -7.765(7) 0
50.896
-2.400(3) -21.825(5)
9.671
-17.000(6) Subtotaal
205.730
-48.110
157.620
1.934
159.554
23
Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2027
Reserves (in €)
Totaal reserves
31-12-2025 (vóór
Mutaties begroting
31-12-2026 (vóór 1e
Mutaties 1e begrotings-
31-12-2026 (ná 1e
resultaatbestemming)
2026
begrotingswijziging)
wijziging 2026
begrotingswijziging)
596.092
-155.115
440.977
64.462
505.439
(1) Het positief financieel resultaat 2025 is via de resultaatbestemming rechtstreeks toegevoegd aan de algemene reserve. (2) Het (aanvullende) verwachte begrotingstekort wordt onttrokken aan de algemene reserve. (3) Storting in de bestemmingsreserve Huisvesting ten laste van de bestemmingsreserve Bijzondere lasten om de extra afschrijvingskosten van de investeringen in huisvesting te dekken. (4) Storting in de bestemmingsreserve Huisvesting door lagere afschrijvingskosten van de investering in huisvesting. (5) Storting in de bestemmingsreserve Ict ten laste van de bestemmingsreserve Bijzondere lasten om de afschrijvingskosten van de investering in nieuwe laptops te dekken. (6) Storting in de bestemmingsreserve Ict ten laste van de bestemmingsreserve Bijzondere lasten om de afschrijvingskosten van de investering in de nieuwe website te dekken.
24