CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Ontwerpbegroting RAZ 2026 - inclusief eerste begrotingswijziging 2025

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Positief adviseren over de ontwerpbegroting 2026 en begrotingswijziging 2025 van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad (VN2025-008719)8.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Ontwerpbegroting 2026

Ontwerpbegroting RAZ 2026 Concept

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 13 mei 2025

0

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Ontwerpbegroting 2026

Ontwerpbegroting RAZ 2026 Concept

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 13 mei 2025

CONCEPT Dit betreft de Ontwerpbegroting RAZ 2026 inclusief eerste begrotingswijziging 2025 van de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad ten behoeve van het verkrijgen van een zienswijze van de gemeenteraden Amsterdam en Zaanstad.

1

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad – Ontwerpbegroting RAZ 2026

Inhoudsopgave 1.

Inleiding __________________________________ 3

2.

Beleidsbegroting 2026 ________________________ 4 2.1 2.2

3.

Paragrafen ________________________________________ 5

Financiële begroting 2026 ______________________ 9 3.1

Programmabegroting 2026 ______________________________ 9

3.3

Specificatie naar taakvelden ____________________________ 12

3.5

Uiteenzetting financiële positie __________________________ 14

3.2 3.4

4.

Onderzoeksprogramma’s _______________________________ 4

Toelichting op de programmabegroting 2026 _________________ 10 Investeringsbegroting ________________________________ 13

Eerste begrotingswijziging 2025 ________________ 20 4.1 4.2

Toelichting eerste begrotingswijziging 2025 __________________ 20 Resumé eerste begrotingswijzing 2025 _____________________ 22

2

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

1. Inleiding

De gemeenten Amsterdam en Zaanstad hebben sinds 2005 gezamenlijk een rekenkamervoorziening. Vanaf 1 juni 2010 vindt de samenwerking plaats op basis van een gemeenschappelijke regeling. In verband met wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in 2022 is de gemeenschappelijke regeling op 6 juli 2024 aangepast, samen met een aantal aanvullende wijzigingen naar aanleiding van de nieuwe beleidsvisie van de rekenkamer. Met de herziene versie van de gemeenschappelijke regeling is de naam gewijzigd naar Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad (RAZ), hierna de rekenkamer. Missie en beleidsvisie van de rekenkamer Onze missie is bij te dragen aan een transparante, betrouwbare en lerende gemeente en daarmee bij te dragen aan de versterking van de lokale democratie. Dit doen we conform onze wettelijke taak door onafhankelijk onderzoek te doen naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Op die manier leveren we een bijdrage aan het verbeteren van de controlerende functie van de raad en daarmee van het lokaal bestuur. Jaarlijks stelt de rekenkamer voor de aangesloten gemeenten onderzoeksprogramma’s vast. Begroting 2026 en de eerste begrotingswijziging 2025 Dit document bevat de Begroting 2026 en de eerste begrotingswijziging 2025.

Begroting 2026 De begroting bestaat uit een beleidsbegroting (hoofdstuk 2) en een financiële begroting (hoofdstuk 3). De beleidsbegroting bevat een toelichting op de onderzoeksprogramma’s en de voorgeschreven paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. In de financiële begroting staat ook de meerjarenbegroting voor de periode 2026-2028. In de gemeenschappelijke regeling is vastgesteld dat de beide gemeenteraden eens in de zes jaar de gemeentelijke bijdragen aan de rekenkamer zullen vastleggen. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continuering en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016-2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot en met 2028. Voor 2026 is de gemeentelijke bijdrage voor Amsterdam begroot op € 2.574.490 en voor Zaanstad op € 259.080. Eerste begrotingswijziging 2025 De oorspronkelijk vastgestelde Begroting 2025 is geactualiseerd. Voorgesteld wordt om het jaarresultaat 2024 toe te voegen aan de algemene reserve en de baten en de lasten zijn bijgesteld. Om de toekomstige afschrijvingskosten van de investeringsuitgaven voor het nieuwe kantoorinterieur te dekken, wordt een onttrekking gedaan aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten. De gewijzigde Begroting 2025 wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

Procedure vaststelling van de begroting Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient het bestuur van de rekenkamer jaarlijks een begroting vast te stellen. De rekenkamer heeft een ontwerpbegroting opgesteld en voorgelegd aan het Overlegorgaan RAZ. Het Overlegorgaan RAZ - samengesteld uit vertegenwoordigers van de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad - gaf een positief advies over de ontwerpbegroting. Het bestuur van de rekenkamer stelt na de zienswijzen van de raden de Begroting 2026 vast. De vastgestelde begroting wordt op grond van artikel 11 van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad toegestuurd aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de gemeenteraden van deelnemende gemeenten. Amsterdam, 13 mei 2025

Annelies Daalder Directeur Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad 3

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

2. Beleidsbegroting 2026 2.1 Onderzoeksprogramma’s Wat is de doelstelling van de rekenkamer?

De rekenkamer heeft als doel de controlerende rol van de gemeenteraden te versterken door, conform onze wettelijke taak, onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De rekenkamer onderzoekt de resultaten van het gemeentelijk beleid, de bedrijfsvoering en de informatievoorziening aan de raad. Welke onderzoeken worden uitgevoerd? Jaarlijks stelt de rekenkamer voor elke deelnemende gemeente een onderzoeksprogramma vast, dat wordt toegezonden aan de gemeenteraad en het college van de desbetreffende gemeente. De onderzoeksprogramma’s worden ook gepubliceerd op de website van de rekenkamer. In het onderzoeksprogramma staan (de thema’s van) de nieuwe onderzoeken die zijn geprogrammeerd en de onderzoeken uit eerdere onderzoeksprogramma’s die nog moeten worden afgerond. Sinds het onderzoeksprogramma van 2023 zijn we voor Amsterdam gestart met een nieuwe werkwijze van programmeren die we de komende jaren willen voortzetten. In plaats van nauw omschreven onderzoeksonderwerpen presenteren we thema’s die als leidraad functioneren voor het starten van nieuwe onderzoeken in het volgende jaar. Met deze werkwijze willen we meer ruimte voor flexibiliteit bij het opzetten van onderzoeken mogelijk maken.

Daarmee verwachten wij dat we bij het starten van onderzoeken, bijvoorbeeld bij de afbakening, beter rekening kunnen houden met actuele ontwikkelingen. De thema’s geven wel aan welke (beleids)terreinen het volgende jaar onze aandacht zullen krijgen. Hoe wordt de voortgang van de opvolging van aanbevelingen bewaakt? Tot en met 2019 ging de rekenkamer geregeld na of de aanbevelingen uit haar rapporten werden opgevolgd. In Amsterdam is in 2020 een start gemaakt met een nieuwe werkwijze. De nieuwe werkwijze houdt in dat in het raadsbesluit het college wordt gevraagd om de opvolging van aanbevelingen voortaan zelf te monitoren en daarover aan de raad te rapporteren. Wij kunnen dan volstaan met het steekproefsgewijs toetsen van een jaarlijkse voortgangsrapportage. Uit ons onderzoek van mei 2023 blijkt dat het college nog onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de monitoring van de aanbevelingen en de rapportage daarover. In Zaanstad is een vergelijkbare verandering van de werkwijze afgesproken, die voor het eerst is toegepast bij het onderzoek Meldingen openbare ruimte in Zaanstad (april 2021). In 2023 is met de Wet versterking decentrale rekenkamers, de Gemeentewet uitgebreid met een artikel (art. 185a) dat het college per 1 januari 2023 verplicht de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de opvolging van aanbevelingen die de lokale rekenkamer aan het college heeft gedaan.

Hiermee is er nu een wettelijke verplichting voor het college om over de opvolging van de aanbevelingen te rapporteren. Deze nieuwe wettelijke verplichting is door de directeur van de rekenkamer in diverse gesprekken onder de aandacht gebracht van de ambtelijke top en leden van de colleges van Amsterdam en Zaanstad. Hoe is de procedure betreffende de onderzoeksprogramma’s? Jaarlijks brengen we in december of januari de onderzoeksprogramma’s uit voor het (volgende) kalenderjaar met daarin een overzicht van de geplande onderzoeken. Daaraan voorafgaand worden de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad bevraagd over onderwerpen die zij belangrijk vinden voor mogelijke rekenkameronderzoeken. Het is de wettelijke bevoegdheid van de bestuurder/directeur van de rekenkamer om de onderzoeksprogramma’s vast te stellen. De 4

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

onderzoeksprogramma’s worden aan de gemeenteraden en de colleges ter kennisname toegezonden. Ook worden de onderzoekprogramma’s op onze website gepubliceerd. De gemeenteraden kunnen ook per motie verzoeken om een specifiek onderzoek te doen, een zogenaamd verzoekonderzoek. De bestuurder heeft de bevoegdheid te besluiten om het verzoekonderzoek al dan niet uit te voeren en geeft daarbij aan wat daarvan de mogelijke consequenties zijn voor de programmering.

2.2 Paragrafen

Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is ook van toepassing op de rekenkamer. Het BBV schrijft voor dat – voor zover relevant – er een aantal paragrafen moeten worden opgenomen in de beleidsbegroting waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Voor de rekenkamer zijn alleen de paragrafen over het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering van belang.

2.2.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De risico’s zijn minimaal. Met de gemeentelijke bijdragen is er een structurele dekking voor de reguliere kosten. In 2023 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad besloten om de huidige samenwerking te continueren. Daarbij is tevens besloten om de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016 – 2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028 en deze conform de gemeenschappelijke regeling jaarlijks aan te passen aan de loonkostenontwikkeling. Vóór 2028 zal wederom de afspraak moeten worden herbevestigd.i Het grootste risico is dat een deelnemende gemeente de samenwerking via de gemeenschappelijke regeling opzegt. Het eventueel opzeggen van de samenwerking is evenwel niet primair een financieel risico van de rekenkamer. Omdat de rekenkamer geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft, komen de financiële gevolgen de gemeenten Amsterdam en Zaanstad toe. In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat bij de uittreding van een deelnemende gemeente, de deelnemende gemeenteraden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende raad vaststellen. Daarbij geldt dat de uittredende raad in ieder geval tweemaal de laatstelijk voor de raad verschuldigde jaarbijdrage vergoedt waaronder de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen.

Voor het opvangen van schommelingen in de uitgaven streven we ernaar om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de te ontvangen jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Eind 2026 bedraagt de algemene reserve naar verwachting circa € 283.357 of 10,0% van de jaarlijkse bijdragen. Daarmee is algemene reserve binnen de gewenste bandbreedte van 10 en 15% van de jaarlijkse bijdragen. Wanneer de algemene reserve boven de 15% uitkomt, wordt in overleg met het Overlegorgaan RAZ nagegaan hoe die middelen worden bestemd. Hieronder is de voorgeschreven tabel inzake financiële kengetallen - voor zover relevant voor de rekenkamer - opgenomen.

Ten minste twaalf maanden voor afloop van de zesjaarsperiode stelt een raad opnieuw de jaarlijkse bijdrage vast. i

5

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Tabel 2.1 – Verloop van de kengetallen Jaar-

Begroting

Begroting

Meerjaren-

Meerjaren-

Meerjaren-

rekening 2024

2025 (na 1e wijziging)

2026

raming 2027

raming 2028

raming 2029

Solvabiliteits-

88%

70%

64%

61%

58%

56%

-26%

-14%

-10%

-10%

-10%

-10%

-2%

-5%

-4%

0%

0%

0%

ratio Netto schuldquote Incidentele/ structurele exploitatieruimte De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de bezittingen (vaste en vlottende activa) zijn gefinancierd met eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves). De solvabiliteitsratio ligt naar verwachting tussen de 56 en 70%. Dit duidt op een goede solvabiliteitspositie. De daling van de solvabiliteitsratio wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de bestemmingsreserves voor huisvesting en ICT. Deze reserves dienen als dekking voor de afschrijvingen op investeringen in huisvestering en ICT. Daarnaast draagt in 2025 en 2026 ook het aanwenden van de algemene reserve om een sluitende begroting te realiseren bij aan de afname van de solvabiliteit. De netto schuldquote is een kengetal waarbij een relatie wordt gelegd tussen de netto schulden en de jaarlijkse totale baten. Voor dit verhoudingsgetal geldt: hoe lager hoe beter. De VNG geeft als indicatie dat indien dit percentage uitkomt boven de 100%, een gemeente zou moeten opletten. De negatieve netto schuldquote weerspiegelt dat aan het eind van ieder jaar de (verwachte) vorderingen hoger zijn dan de (verwachte) schulden. Financieel-technisch is dat positief. De lage netto schuldquote van de rekenkamer is mede een gevolg van het beleid om investeringen met bestemmingsreserves te financieren.

In 2024 was er een incidentele exploitatieruimte van 2% (negatief) voornamelijk als gevolg van hogere personeelslasten. Dit had diverse oorzaken, waaronder de CAO-loonkostenstijging, het invullen van beschikbare vacatures gedurende het jaar, en de inzet van vervangend personeel bij langdurige afwezigheid van medewerkers. Daarnaast hebben ook de tijdelijke inzet voor communicatiewerkzaamheden en bedrijfsvoering, evenals de inhuur van een externe deskundige voor een onderzoek, bijgedragen aan de gestegen personeelskosten. We verwachten dat deze negatieve exploitatieruimte zich in 2025 en 2026 voortzet, maar niet doorwerkt in latere jaren, omdat deze deels incidenteel van aard is. Vanaf 2027 wordt een structurele exploitatieruimte verwacht van 0%. Dat betekent dat de structurele inkomsten en structurele uitgaven elkaar in evenwicht houden.

2.2.2

Financiering

De rekenkamer financiert de lopende exploitatie met de ontvangen bijdragen van de deelnemende gemeenten, kortlopende schulden en de opgebouwde reserves. De rekenkamer heeft geen langlopende leningen aangetrokken voor de financiering van de vaste materiële activa. De financiering vindt plaats met bestemmingsreserves. De rekenkamer heeft een eigen bankrekening. Als gevolg van de Regeling schatkist-bankieren decentrale overheden wordt deze bankrekening dagelijks door Treasury van de gemeente

6

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Amsterdam aangezuiverd of afgeroomd waardoor het banksaldo dagelijks op nul euro uitkomt. Door het afromen of aanzuiveren ontstaat een rekening-courantverhouding met de gemeente Amsterdam. De rekenkamer betaalt geen rente over een eventueel negatief rekeningcourantsaldo, maar ontvangt ook geen rente over een positief rekeningcourantsaldo.

2.2.3

Bedrijfsvoering

We werken binnen het kader van de Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer AmsterdamZaanstad en we hebben een reglement van orde. Er is in 2024 een nieuwe Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad opgesteld en door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad goedgekeurd. De nieuwe regeling is vanaf 6 juli 2024 van kracht en is gewijzigd naar aanleiding van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarnaast is een aantal aanvullende wijzigingen doorgevoerd, mede naar aanleiding van de Beleidsvisie 2023-2028 van de rekenkamer. Een belangrijke wijziging is dat begrotingswijzigingen die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage(n) en/of waarbij de algemene reserve binnen de vastgestelde bandbreedte blijft, niet aan beide raden voor een zienswijze worden voorgelegd. Deze begrotingswijzigingen zullen wel zichtbaar zijn in de jaarrekening en worden besproken in het Overlegorgaan RAZ. Aansluitend op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling hebben wij ons reglement van orde aangepast en in overeenstemming gebracht met de gemeenschappelijke regeling. Aan het reglement hebben wij regels over het interne financiële beleid toegevoegd. Ook hebben wij de termijn van feitelijk wederhoor (2 weken) en de termijn voor een bestuurlijke reactie (3 weken) geconcretiseerd.

Tevens hebben wij duidelijk gemaakt hoe wij met een verzoek van de gemeenteraad om onderzoek uit te voeren omgaan en hoe wij omgaan met een verzoek van de gemeenteraad om deze te ondersteunen. In de Gemeentewet staat dat de gemeenteraad een plaatsvervanger van de bestuurder/directeur van de rekenkamer moet benoemen. In het verleden is dit niet gebeurd en op dit moment hebben de gemeenteraden nog geen plaatsvervanger van de bestuurder benoemd. Borging kwaliteit onderzoeken Voor het beheersen en bewaken van de kwaliteit van rekenkameronderzoeken heeft de rekenkamer een digitaal handboek ontwikkeld. Hierin zijn de procedures beschreven voor de planning, het doen van onderzoek en het publiceren van rapporten. Het handboek wordt geregeld geactualiseerd. Daarnaast heeft de rekenkamer tezamen met de G4-rekenkamers en de Randstedelijke Rekenkamer een kwaliteitshandvest vastgesteld. Het kwaliteitshandvest is in april 2020 voor het laatst herzien. Momenteel is er overleg gaande tussen de betrokken rekenkamers om het handvest te actualiseren. Opleiding, arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim Het personeel van het bureau van de rekenkamer is in dienst van de gemeente Amsterdam. De rekenkamer volgt daarom het beleid van de gemeente aangaande de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en het ziekteverzuim. De rekenkamer hecht eraan dat medewerkers zich blijven bekwamen.

Er is binnen de rekenkamer jaarlijks een totaal budget beschikbaar voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering. Dit budget bestaat uit twee pijlers: tijd en kosten. Deskundigheids- en vaardigheidsbevordering gebeurt niet alleen in concrete workshops, cursussen of opleidingen, maar ook door extra tijdsinvestering tijdens de projecten zelf. Voor de kosten is 2% van het personeelsbudget beschikbaar. Voor de te besteden uren in werktijd is maximaal 4% van de werktijd gereserveerd voor deskundigheids- en vaardigheidsbevordering. Automatisering en informatisering In 2019 is een eigen netwerk geïmplementeerd met specialistische programma’s voor het verzamelen en verwerken van onderzoekgegevens, het publiceren van rapporten en de

7

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

kantoorautomatisering. Dit netwerk is in 2024 vernieuwd met een nieuwe digitale werkomgeving. Daarnaast kan de rekenkamer ook gebruikmaken van het generieke netwerk van de gemeente Amsterdam. Voor het ontwikkelen van de website en onderhoud van het eigen netwerk wordt externe deskundigheid ingehuurd. Financieel beheer Voor het financieel beheer maakt de rekenkamer gebruik van de diensten van de directie Financiële Dienstverlening van de gemeente Amsterdam. Periodiek wordt de getrouwheid van de financiële rapportages intern getoetst. Indien daar aanleiding toe is, vindt bijsturing plaats en wordt zo nodig de begroting aangepast. Zo’n begrotingswijziging wordt altijd eerst besproken in het Overlegorgaan RAZ. Om te kunnen bewaken dat de onderzoeksinzet gebeurt naar rato van de bijdragen van de gemeenten, wordt door de onderzoekers tijd geschreven. De jaarrekening van de rekenkamer wordt gecontroleerd door een externe accountant.

2.2.4

Openbaarheidsparagraaf

De Wet open overheid (Woo) is inwerking getreden op 1 mei 2022. In de Woo staat dat iedereen recht heeft op informatie van de overheid en dat de overheid actief informatie openbaar moet maken. Dit geldt ook voor de rekenkamer. Wat doen we al? Wij publiceren al onze onderzoeken op onze website. Ook onze beleidsvisie en onze onderzoeksprogramma’s staan op onze website. Op de projectpagina’s van de onderzoeken publiceren we onze onderzoeksopzetten, antwoorden op vragen van raadsleden, rekenkamerbrieven en de behandelingen van onze rapporten in de raadsvergaderingen. Tot slot bevat onze website informatie over onze organisatie, onze werkwijze en procedures, hoe u ons kunt bereiken, hoe een klacht of een informatieverzoek kan worden ingediend en hoe een onderzoeksonderwerp kan worden aangedragen. Wat zijn onze voornemens voor 2025 en 2026? De Woo kent zeventien informatiecategorieën die decentrale overheden, waaronder de rekenkamer, (op termijn) openbaar moeten maken. De ministeriele regeling Actieve openbaarmaking Woo beschrijft de wijze waarop documenten openbaar gemaakt moeten worden. De verwachting is dat gedurende 2025 en 2026 meer van deze informatiecategorieën verplicht openbaar gemaakt moeten worden. Te denken valt aan Woo-besluiten, convenanten, onderzoeksrapporten (over de rekenkamer) en klachten.

We zullen deze ontwikkelingen volgen, ons voorbereiden op de openbaarmaking van deze categorieën (voor zover deze op ons van toepassing zijn) en deze informatie openbaar maken. Daarnaast zullen we in de Woo-index de openbaar gemaakte documenten vermelden. In ons streven om zoveel mogelijk documenten openbaar te maken zullen we bijvoorbeeld ook de gedragscode en selectielijst op onze website plaatsen. In overleg met de gemeentearchivaris passen we in 2025 de selectielijst toe voor zover deze van toepassing is op de rekenkamer. Dat betekent dat we bepaalde documenten gaan vernietigen en ander documenten zullen overbrengen naar het stadsarchief. Die documenten kunnen daar dan worden ingezien. Ontvangen wij een Woo-verzoek dan zoeken we contact met de verzoeker om te overleggen met welke informatie de verzoeker is geholpen. Daar waar het mogelijk is om de informatie te verstrekken, is ons streven om dit snel te doen.

8

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

3. Financiële begroting 2026

In dit hoofdstuk is de programmabegroting 2026 opgenomen inclusief de meerjarenbegroting 2026-2028.

3.1 Programmabegroting 2026

Het programma van de rekenkamer bestaat uit het uitvoeren van de rekenkamerfunctie voor de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten.

Tabel 3.1 – Overzicht van begrote baten en lasten 2026 Baten (in €)

Realisatie 2024

Begroting 2025 (na 1e wijziging)

Begroting 2026

2.403.540 241.880

2.511.700 252.760

2.574.490 259.080

Overige baten

1.550

1.500

P.M.

Totaal baten

2.646.970

2.765.960

2.833.570

Lasten (in €)

Realisatie 2024

Begroting 2025 (na 1e wijziging)

Begroting 2026

2.179.155

2.390.548

2.410.000

Overige personeelslasten Huisvestingslasten

28.689 243.898

32.000 246.000

32.800 252.150

ICT-kosten Publicatiekosten

123.937 27.665

145.000 23.000

148.625 23.000

Overige materiële kosten Kapitaallasten

87.690 63.040

74.000 49.140

74.000 48.110

0

0

0

2.754.075

2.959.688

2.988.685

Realisatie 2024

Begroting 2025 (na 1e wijziging)

Begroting 2026

Saldo van baten en lasten

-107.105

-193.728

-155.115

Onttrekkingen reserves Toevoegingen reserves

250.020 -69.950

352.928 -159.200

155.115 0

Resultaat

72.965

0

0

Bijdrage Amsterdam Bijdrage Zaanstad

Personeelslasten

Onvoorzien Totaal lasten

Resultaat (in €)

Het BBV schrijft voor dat gemeenschappelijke regelingen ook inzicht moeten geven in voorgeschreven taakvelden. In paragraaf 3.3 is daarom een overzicht opgenomen van baten en lasten naar taakvelden.

9

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

3.2 Toelichting op de programmabegroting 2026 Baten

Bijdragen gemeenten Amsterdam en Zaanstad In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat de raden van de deelnemende gemeenten voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vaststellen. Na zes jaar kunnen nieuwe afspraken gemaakt worden over de jaarlijkse bijdragen van de deelnemende gemeenten. In 2023 is besloten door de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad om de huidige samenwerking te continueren en de jaarlijkse (geïndexeerde) gemeentelijke bijdragen, die golden voor de periode 2016 – 2021, voort te zetten voor de jaren 2024 tot met 2028. Conform de gemeenschappelijke regeling mogen de bijdragen jaarlijks worden aangepast aan de loonkostenontwikkeling. Bij het opstellen van de begroting maken we hiervan een inschatting. De werkelijke loonkostenontwikkeling wordt aanzienlijk later bekend gemaakt door het CBS (index contractuele loonkosten per maand, CAO-sectoren Overheid). Hierdoor wordt pas ruimschoots na afloop van een begrotingsjaar duidelijk wat de werkelijke loonkostenontwikkeling is geweest. Op dit moment is alleen voor 2023 een definitieve loonkostenontwikkeling bekend. Op basis van de voorlopige cijfers voor 2024 en 2025 en de raming voor 2026 schatten wij in dat de cumulatieve indexatie sinds 2020 uit moet komen op 125,9.

Tot en met begrotingsjaar 2025 hebben wij in onze begrotingen rekening gehouden met loonkostenontwikkelingen die cumulatief uitkomen (ten opzichte van 2020) op 122,8. Om voor 2026 uit te komen op een cumulatieve indexatie van 125,9 is derhalve een indexatie van 2,5% nodig van de gemeentelijke bijdragen.

Tabel 3.2 – Overzicht cumulatieve indexatie begrotingsjaar 2026 (2020 = 100)

Rekenindex

Indexatie in begroting

2023

112,8

113

2024

119,9

117,5

2025

123,4

122,8

2026

125,9

125,9

Overige baten De rekenkamer kan incidenteel overige baten realiseren door het op verzoek verzorgen van presentaties en gastcolleges. Ook komt het soms voor dat de rekenkamer opbrengsten verkrijgt door met andere rekenkamers samen te werken. De omvang van deze activiteiten is beperkt. In de begroting is daarom voor overige opbrengsten een pro-memorie-post opgenomen. Lasten Personeelslasten Onder de personeelskosten zijn de totale loonkosten opgenomen van de vaste en tijdelijke medewerkers van de rekenkamer. De begrote formatie van de rekenkamer bedraagt 20 fte. Ook de personeelskosten van de bestuurder/directeur zijn onder deze post begroot. Verder worden onder deze post de kosten geboekt voor project-inhuur. Hierbij gaat het voornamelijk om het incidenteel inhuren van specifieke deskundigheid en expertise ter ondersteuning van het onderzoek. Om flexibel te kunnen reageren op ontwikkelingen in de arbeidsmarkt kunnen binnen het personeelsbeleid keuzes worden gemaakt voor meer of minder (specialistische) inhuur. Eind 2024 is de keuze gemaakt om tijdelijk meer personeel in te zetten dan de beschikbare formatieruimte. Dit om de voortgang van onderzoeksactiviteiten te waarborgen bij personeelsverloop en langdurige afwezigheid van medewerkers, zoals zwangerschaps- en ouderschapsverlof of langdurige ziekte. Deze aanpak wordt voorgezet en zal ook in 2026 leiden

10

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

tot hogere personeelskosten. Daarnaast zal gedurende 2026 nog gebruik worden gemaakt van een tijdelijke inzet voor communicatiewerkzaamheden. Overige personeelslasten De overige personeelslasten hebben betrekking op het budget voor onder meer externe opleidingskosten en kosten voor sociale activiteiten, voor zowel de onderzoekers als de overige medewerkers. Huisvestingslasten De huisvestingslasten hebben betrekking op de huur- en de servicekosten van de kantoorruimte. Tevens zijn onder deze post de kosten begroot voor het schoonmaken en de periodieke vervanging van meubilair. De rekenkamer heeft 525 m² kantoorruimte gehuurd. Het huurcontract loopt tot 30 november 2033, met een optie om het contract te beëindigen per 1 december 2029. ICT-kosten De ICT-kosten hebben betrekking op de kosten die samenhangen met het beheer van het eigen ICT-netwerk, kleine ICT-aanschaffingen, jaarlijkse licenties, et cetera. Voor een beperkt aantal ICTtoepassingen maken we ook gebruik van het ADW-netwerk van de gemeente Amsterdam. De daarvoor in rekening gebrachte kosten worden ook op deze post verantwoord. Publicatiekosten Onder deze post worden de kosten opgenomen voor het onderhoud en het verder verbeteren van de website van de rekenkamer. Ook eventuele druk- en verzendkosten van rapporten, drukwerk en kosten met betrekking tot het visualiseren van rapporten worden onder deze post verantwoord.

Overige materiële kosten Onder deze post zijn de kosten begroot die de gemeente Amsterdam in rekening brengt voor het voeren van de financiële administratie en ondersteuning met betrekking tot personeelszaken. Verder zijn onder deze post de accountantskosten, kosten externe inhuur functionaris gegevensbescherming, juridische kosten, de kosten van contributies voor brancheorganisaties, verzekeringskosten, et cetera. begroot. Kapitaallasten De kapitaallasten in 2026 hebben betrekking op de afschrijvingskosten van investeringen in huisvesting en ICT. Er wordt € 2.280 afgeschreven voor de aanschaf van nieuwe mobiele telefoons en laptopbeveiliging in 2023. Daarnaast zijn in 2024 nieuwe desktop computers en laptops aangeschaft en is overgegaan naar een nieuwe digitale werkomgeving. Hiervoor wordt respectievelijk € 6.080 en € 7.910 afgeschreven. Voor het nieuwe interieur op het kantoor is een afschrijving van € 31.840 opgenomen. De afschrijvingstermijn voor huisvesting- en ICTinvesteringen is vijf jaar. Onvoorzien In de begroting is een post onvoorzien opgenomen. Aangezien onvoorziene posten binnen de rekenkamer zelden voorkomen, is hier geen budget aan toegekend. Onvoorziene uitgaven worden binnen de bestaande budgetten opgevangen, of indien nodig, wordt hiervoor de algemene reserve aangewend, die is bedoeld om fluctuaties in de uitgaven op te vangen.

Resultaat Het saldo van baten en lasten voor 2026 wordt begroot op € 155.115 (negatief). Dit tekort komt door hogere personeelslasten en de kapitaallasten voor ICT- en huisvestingsinvesteringen. Door € 107.005 te onttrekken aan de algemene reserve en € 48.110 aan de bestemmingsreserves, ontstaat er een sluitende begroting.

11

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

3.3 Specificatie naar taakvelden

Op basis van het BBV moeten gemeenschappelijke regelingen ook inzicht geven in de kosten per taakveld. Tevens moet een specificatie worden opgenomen van de verwachte incidentele baten en lasten en de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Overzicht toedeling aan taakvelden Voor de rekenkamer zijn de taakvelden rekenkamerfunctie en overhead van toepassing.ii

Tabel 3.3 – Overzicht van begrote baten en lasten naar taakvelden (in €)

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2024

e

2025 (na 1 wijziging)

2026

Taakveld Bestuur en ondersteuning

2.646.970

2.765.960

2.833.570

Totaal baten

2.646.970

2.765.960

2.833.570

Taakveld Bestuur

1.967.099

2.148.923

2.209.422

Taakveld Overhead Onvoorzien

786.975 0

810.765 0

779.263 0

Totaal lasten

2.754.075

2.959.688

2.988.685

Saldo van baten en lasten

-107.105

-193.728

-155.155

Mutaties reserves

180.070

193.728

155.155

Resultaat

72.965

0

0

Baten

Lasten

Toerekening personeelslasten aan taakvelden De rekenkamer heeft een formatie, exclusief de bestuurder/directeur, van 20 fte. Hiervan heeft 17,2 fte betrekking op medewerkers die worden ingezet voor het doen van onderzoek. De kosten van deze medewerkers worden in principe volledig toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur. Het komt incidenteel voor dat deze medewerkers ook overheadstaken uitvoeren, bijvoorbeeld ten behoeve van de nieuwe ICT infrastructuur. In dat geval vindt een overboeking plaats naar het taakveld 0.4 Overhead. De kosten van de bestuurder/directeur worden volledig toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur. Voor het secretariaat en het bureaumanagement is in de formatie 2,8 fte opgenomen. Een groot deel hiervan wordt beschouwd als overheadskosten. De communicatiewerkzaamheden voor de projecten vallen onder onderzoek en daarmee onder het taakveld 0.1 Bestuur. Binnen het personeelskostenbudget is ook beperkte ruimte voor het inhuren van externe expertise en uitzendkrachten. Om het personeelskostenbudget optimaal te benutten, kunnen bij natuurlijk verloop en arbeidsmarktontwikkelingen tijdelijk externen worden aangetrokken.

ii

Het Iv3-Informatievoorschrift 2017 vermeldt de rekenkamer expliciet als een onderdeel van het taakveld 01.

Bestuur.

12

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden worden de kosten daarvan toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur of taakveld 0.4 Overhead. Toerekening overige kosten aan taakvelden De overige personeelskosten, huisvestingslasten, overige materiële kosten en kapitaallasten worden alle toegerekend aan het taakveld 0.4 Overhead. De publicatiekosten worden volledig toegerekend aan het taakveld 0.1 Bestuur. Overzicht incidentele baten en lasten begroting Voor het begrotingsjaar 2026 zijn er geen incidentele baten of lasten begroot. Overzicht beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er zijn bestemmingsreserves gevormd om de jaarlijkse afschrijvingslasten van de (geactiveerde) huisvestings- en ICT-investeringen te dekken. Voor afschrijvingslasten huisvesting wordt jaarlijks € 31.840 aan de reserve huisvesting onttrokken. Voor de ICT-investeringen wordt jaarlijks € 16.270 onttrokken aan de bestemmingsreserve ICT.

3.4 Investeringsbegroting

In de onderstaande tabel staat de investeringsstaat van de rekenkamer.

Tabel 3.4 – Investeringsstaat rekenkamer Materiële vaste activaiii (in €)

Initieel inves-

Boekwaarde

teringsbedrag

per 1-12026

Investerin gen 2026

Afschrijvin g in

Boekwaarde

Afschrijving

boekjaar

per 31-122026

(lineair)

Huisvesting Nieuwe inrichting kantoor

159.200

159.200

0

31.840

127.360

11.400

4.560

0

2.280

2.280

5 jaar (2026-2030)

ICT Mobiele telefoons en laptopbeveiliging 2023 Desktops en laptops 2024

30.400

18.240

0

6.080

12.160

Digitale

39.550

23.730

0

7.910

15.820

werkomgeving 2024 Totaal

5 jaar (2023-2027) 5 jaar (2024-2028) 5 jaar (2024-2028)

240.550

205.730

0

48.110

157.620

Recent is een ontwerp opgesteld voor de nieuwe inrichting van het kantoor. In 2025 zijn investeringskosten voorzien ter uitvoering van het ontwerp. Op basis van een voorlopige kostenraming bedraagt deze investering in totaal € 159.200. De exacte omvang van de kosten zullen later dit jaar worden vastgesteld. Zodra deze bekend zijn, worden de werkelijke

Investeringen tot een bedrag van € 10.000 worden niet geactiveerd, maar als last genomen in het jaar van aanschaf. iii

13

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

investeringskosten betrokken in de tweede begrotingswijziging van 2025. Voor 2026 zijn er geen grote investeringen voorzien.

3.5 Uiteenzetting financiële positie

Voor de rekenkamer worden voor eind 2025 en eind 2026 de volgende balansen geprognosticeerd. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van de diverse balansposten is tevens ter vergelijking de balans per 31 december 2024 toegevoegd.

Tabel 3.5 – Overzicht geprognotiseerde balansen Balans 31-12-2024

Geprognotiseerde

Geprognotiseerde

(vóór resultaatbestemming)

balans 31-12-2025

balans 31-12-2026

32.870 62.800

159.200 46.530

127.360 30.260

Vorderingen

76.480

50.000

50.000

Liquide middelen Overlopende activa

639.817

590.362

483.357

Totaal activa

811.967

846.092

690.977

Balans 31-12-2024

Geprognotiseerde

Geprognotiseerde

(vóór resultaatbestemming)

balans 31-12-2025

balans 31-12-2026

Algemene reserve

461.985

390.362

283.357

Reserve huisvesting Reserve ICT

32.870 62.800

159.200 46.530

127.360 30.260

Reserve bijz. lasten Nog te bestemmen

159.200 72.965

-

-

-

-

-

22.147

250.000

250.000

811.967

846.092

690.977

Vaste activa Investeringen

-

Huisvesting ICT

Vlottende activa

Eigen vermogen

Vaste schulden Kapitaalschuld Vlottende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva Totaal passiva

14

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Hierna volgt een toelichting op verschillende balansposten. Vaste activa In 2023 zijn nieuwe mobiele telefoons aanschaft en is de beveiliging van de bestaande laptops verbeterd. De investeringskosten daarvan bedroegen in totaal € 11.400. In 2024 is daarnaast een bedrag van € 30.400 geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe desktop computers en laptops. Tevens is voor een bedrag van € 39.550 geïnvesteerd in het opzetten en implementeren van een nieuwe digitale werkomgeving. De ICT-investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De totale ICT-afschrijvingskosten per jaar bedragen € 16.270. In 2025 worden er investeringskosten in de huisvesting voorzien. Op basis van een voorlopige kostenraming bedraagt de investering € 159.200. De investering wordt geactiveerd en jaarlijkse afschreven met een bedrag van € 31.840. De exacte kosten van de investeringen worden medio 2025 bekend en betrokken in de tweede begrotingswijziging 2025. Eerdere investeringen in de verbouwing van het kantoor zijn eind 2025 volledig afgeschreven. Vlottende activa De verwachte vorderingen aan het eind van 2025 en 2026 betreffen de vorderingen op de deelnemende gemeenten in verband met door de rekenkamer betaalde btw die verrekend kan worden met het btw-compensatiefonds. De overlopende activa-post heeft grotendeels betrekking op de rekening-courant-verhouding met de gemeente Amsterdam.

Deze is ontstaan door de verplichting om liquide middelen bij het Rijk te stallen (het zogenaamde schatkistbankieren). Eigen vermogen Het verwachte verloop van het eigen vermogen is hieronder inzichtelijk gemaakt. De reserves worden daarna in het kort toegelicht.

Tabel 3.6 – Verloopoverzicht reserves Reserves (in €)

31-12-2024 (ná

Begrote mutaties

resultaatbestemming)

2025

31-12-2025

Mutaties 2026

31-12-2026

Algemene reserve

534.950

-144.588

390.362

-107.005

283.357

Subtotaal

534.950

-144.588

390.362

-107.005

283.357

ICT

32.870 62.800

126.330 -16.270

159.200 46.530

-31.840 -16.270

127.360 30.260

Bijzondere lasten

159.200

-159.200

-

-

-

Subtotaal

254.870

-49.140

205.730

-48.110

157.620

Totaal reserves

789.820

-193.728

596.092

-155.115

440.977

Bestemmingsreserve Huisvesting

Algemene reserve Met de vorming van de gemeenschappelijke regeling in 2010 heeft de rekenkamer een financieel zelfstandige positie gekregen. Om de fluctuaties in de onderzoekskosten te kunnen opvangen, streeft de rekenkamer naar een algemene reserve tussen de 10 en 15% van het jaarlijkse budget. Dit betekent een gewenste stand tussen de € 283.300 en € 425.100. Naar verwachting zal de algemene reserve eind 2026 afnemen tot € 283.357. Daarmee valt de stand van de algemene

15

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

reserve weer binnen de streefwaarde van 10 tot maximaal circa 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen. Reserve huisvesting De rekenkamer heeft een bestemmingsreserve huisvesting voor de financiering van de jaarlijkse afschrijvingskosten van investeringen in de huisvesting. Voor de geplande investeringen in 2025 wordt jaarlijks een bedrag van € 31.840 aan deze reserve onttrokken. De investeringen in huisvesting worden in vijf jaar afgeschreven. De eerdere investeringen in huisvesting zijn ultimo 2025 volledig afgeschreven. Reserve ICT Begin 2023 zijn nieuwe mobiele telefoons aanschaft en is de beveiliging van de bestaande laptops verbeterd (zie tabel 3.3). Deze investering bedroeg in totaal € 11.400. In 2024 is daarnaast een bedrag van € 30.500 geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe desktop computers en laptops. Tevens is voor een bedrag van € 39.550 geïnvesteerd in het opzetten en implementeren van een nieuwe digitale werkomgeving. Voor de dekking van de afschrijvingskosten van ICT-investeringen is een reserve gevormd. ICT-investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. Dit betekent dat jaarlijks € 16.270 aan deze reserve wordt onttrokken ten gunste van de exploitatie.

Reserve Bijzondere lasten Tijdens de behandeling van de Begroting 2024 hebben de gemeenteraden van Amsterdam en Zaanstad met het voorstel van de rekenkamer ingestemd om een deel van de bestemmingsreserve Bijzondere Lasten, waarin het eerdere vermogensoverschot in de periode 2016 – 2021 is overgeheveld, te benutten ter dekking van extra uitgaven op het gebied van ICT en huisvesting.iv Het eventuele restant van de beschikbare middelen zal ingezet worden voor de uitvoering van nieuwe taken, zoals beschreven in de Beleidsvisie 2023-2028. In 2024 is reeds een bedrag onttrokken ter dekking van de ICT-investeringen. In 2025 wordt het resterende bedrag aangewend voor de geplande investeringen in huisvesting. Voorzieningen Er zijn geen bijzondere uitgaven gepland of omstandigheden bekend waarvoor voorzieningen moeten worden getroffen. Vaste schulden De rekenkamer heeft geen langlopende leningen. Het beleid is om voor de financiering van investeringen bestemmingsreserves te vormen. Kortlopende schulden en overlopende passiva De kortlopende schulden aan het eind van het jaar hebben grotendeels betrekking op de per 31 december nog te betalen personeels- en ondersteuningskosten aan de gemeente Amsterdam. Meerjarenramingen In deze paragraaf zijn de meerjarenramingen van de balansen en exploitaties van de rekenkamer opgenomen. De ramingen zijn voorzien van een korte toelichting.

iv

Notitie gemeentelijke bijdragen RAZ, 3 mei 2023.

16

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Tabel 3.7 – Meerjarenraming balansen per 31 december (€ 1.000) 2026

2027

2028

2029

Vaste activa Investeringen huisvesting en ICT

158

110

64

32

Vorderingen

50

50

50

50

Liquide middelen Overlopende activa

483

483

483

483

Totaal activa

691

643

597

565

Vlottende activa

2026

2027

2028

2029

Eigen vermogen Algemene reserve Reserve huisvesting

283 127

283 96

283 64

283 32

Reserve ICT Reserve bijz. lasten

30 -

14 -

-

-

-

-

-

-

250

250

250

250

691

643

597

565

Vaste schulden Kapitaalschuld Vlottende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva Totaal passiva

Het beleid van de rekenkamer is om een algemene reserve aan te houden tussen de 10 en 15% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen. Hierdoor kunnen schommelingen in het uitgavenniveau zelf worden opvangen. De begrote stand eind 2026 bedraagt € 283.357 (10,0%). Verder heeft de rekenkamer als beleid om investeringen met eigen middelen te financieren. Dit doet zij door bestemmingsreserves te vormen. De jaarlijkse afschrijvingskosten worden met deze reserves gedekt. Het huurcontract van de huidige kantoorlocatie van de rekenkamer is verlengd en loopt tot 30 november 2033, met een optie om het contract te beëindigen per 1 december 2029. De in het verleden gedane investeringen zijn in 2025 volledig afgeschreven. In 2025 zullen nieuwe investeringen worden gedaan in de herinrichting van het kantoor. Deze investeringen worden vanaf 2026 in vijf jaar tijd afgeschreven. De ICT-investeringen worden eveneens in vijf jaar afgeschreven. Vervanging van ICT-investeringen vindt plaats op het moment dat deze economisch zijn afgeschreven. Verder is de verwachting dat door innovatieve ontwikkelingen geregeld nieuwe investeringen in soft- en hardware zullen

17

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

moeten worden gedaan. Zodra dit aan de orde is, doet de rekenkamer daarvoor begrotingsvoorstellen. Voor de besteding van de reserve Bijzondere lasten is - in samenhang met het vaststellen van de vaste gemeentelijke bijdragen tot en met 2028 - een aparte notitie opgesteld. De reserve wordt ingezet voor ICT-investeringen en investeringen in huisvesting. In 2024 is een bedrag onttrokken voor ICT-investeringen; in 2025 volgt de onttrekking voor de investeringen in huisvesting.

Tabel 3.8 – Meerjarenraming exploitatie (in € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Baten Taakveld Bestuur en

2.834

2.834

2.834

2.834

2.834

2.834

2.834

2.834

Taakveld Bestuur

2.209

2.150

2.150

2.150

Taakveld Overhead Onvoorzien

779 -

732 -

729 -

715 -

Totaal lasten

2.989

2.882

2.879

2.865

Saldo van baten en lasten

-155

-48

-46

-32

Mutaties reserves

155

48

46

32

0

0

0

0

ondersteuning Totaal baten

Lasten

Resultaat

Korte toelichting op de meerjarenraming exploitatie De bedragen zijn gebaseerd op een geschat prijspeil 2026 zoals bij het opstellen van de begroting is voorzien (indexering van 2,5% ten opzichte van de Begroting 2025).v Incidentele baten en lasten Vanaf 2026 zijn in de meerjarenraming geen incidentele baten of lasten voorzien. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarbegrotingen bezien of er aanleiding is om incidentele posten te begroten. Structurele onttrekkingen aan reserves De mutaties reserves hebben betrekking op onttrekkingen aan de bestemmingsreserves Huisvesting en ICT. Deze onttrekkingen dienen om de afschrijvingslasten te dekken. In 2026 wordt hiervoor € 48.110 onttrokken. De afschrijvingslasten dalen in jaren daarop naar € 31.840 in 2029. Ontwikkeling EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis overeenkomstig de voorschriften van het BBV. Het verloop van het EMU-saldo voor de

Een belangrijke reden om niet meerjarig te indexeren is de grote onzekerheid over de toekomstige indexatiepercentages en hun ontwikkeling over meerdere jaren. v

18

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

rekenkamer is samengevat in onderstaande tabel. Alleen de posten die voor de rekenkamer van toepassing zijn, zijn in de tabel opgenomen.

Tabel 3.9 – EMU-saldo per einde jaar (€ 1.000) Jaarrekeni ng 2024

Begroting 2025 (na

Begroting 2026

eerste wijziging) Exploitatie vóór

Meerjaren -raming

Meerjaren -raming

Meerjaren -raming

2027

2028

2029

-107,1

-193,7

-155,1

-48,1

-45,8

-31,8

Afschrijvingen tlv exploitatie

63,0

49,1

48,1

48,1

45,8

31,8

Investeringen in (im-)materiële

-70,0

-159,2

-

-

-

-

-114,0

-303,8

-107,0

0

0

0

mutaties reserves

activa EMU-Saldo

In 2024 is er een negatief EMU-saldo van € 114.015. Dit is hoofdzakelijk veroorzaakt door een negatief saldo van baten en lasten als gevolg van hogere personeels- en huisvestingslasten, en heeft mede betrekking op de ICT-investeringen in dat jaar. Het begrote negatieve EMU-saldo 2025 van € 303.788 komt grotendeels door de geplande investeringen in huisvesting in 2025 en de hogere begrote personeels- en huisvestingslasten. De hogere persoonslasten zijn tevens de reden van het negatieve EMU-saldo in 2026 (€ 107.005). Vanaf 2027 wordt er een EMU-saldo verwacht van € 0. Dit komt omdat de afschrijvingskosten (= geen uitgaven) worden gedekt door onttrekkingen aan bestemmingsreserves (= geen inkomsten). Daarnaast is het streven om de personeelslaten vanaf 2027 weer structureel in evenwicht te brengen met de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen.

19

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

4. Eerste begrotingswijziging 2025

De oorspronkelijke Begroting 2025 is na de ontvangst van de zienswijzen van de gemeenteraden Amsterdam en Zaanstad op 24 juli 2024 door de directeur van de rekenkamer vastgesteld. Vanwege diverse redenen is er aanleiding om de Begroting 2025 te actualiseren. De begrotingswijzigingen zijn een gevolg van: ▪

Resultaatbestemming 2024;

▪

Bijstelling van begrote baten 2025

▪

Bijstelling van begrote lasten 2025;

▪

Investeringen in huisvesting en storting in de bestemmingsreserve Huisvesting;

▪

Onttrekking aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten;

▪

Onttrekking aan de algemene reserve.

In paragraaf 4.1 lichten we de begrotingswijzigingen toe. Paragraaf 4.2 laat het effect zien van de begrotingswijzigingen op de programmabegroting 2025 en het verloop van de reservepositie in 2025.

4.1 Toelichting eerste begrotingswijziging 2025

Resultaatbestemming 2024 De Jaarrekening 2024 laat een positief resultaat zien van € 72.965. Voorgesteld wordt om het volledige jaarresultaat van € 72.965 toe te voegen aan de algemene reserve. Bijstelling van begrote baten 2025 De baten ten op zichtte van de Begroting 2024 (na eerste begrotingswijziging) worden verhoogd met € 1.500. De actualisatie van de begrote baten heeft betrekking op de verwachte overige opbrengsten. Overige opbrengsten (+ € 1.500) In de begroting was een pro memorie post voor de overige opbrengsten opgenomen. Deze post heeft betrekking op te ontvangen vergoedingen voor het verzorgen van gastpresentaties en cursussen, en eventuele te ontvangen bijdragen voor advieswerkzaamheden. De voorlopige verwachting is dat de overige opbrengsten € 1.500 bedragen. Dit betreft ontvangen vergoedingen van de Vereniging van Rekenkamer (VvR) voor het verzorgen van een online masterclass. Bijstelling van begrote lasten 2025 De lasten ten opzichte van de oorspronkelijke Begroting 2025 (van juli 2024) worden verhoogd met € 155.018. De actualisatie van de begrote lasten heeft betrekking op de lastenstijging in de personeelslasten, overige personeelslasten, huisvestingskosten, ICT-kosten en kapitaallasten. Daarnaast is budget voor de post onvoorzien verlaagd. Personeelslasten (+ € 118.913) Naar verwachting laat de post personeelslasten een overschrijding zien van € 118.913.

Het personeelsbudget wordt daarom met dit bedrag opgehoogd. Dit heeft twee hoofdoorzaken. Ten eerste de bewuste keuze om tijdelijk meer personeel in te zetten dan de beschikbare formatieruimte om het werk zonder vertraging doorgang te kunnen laten vinden als gevolg van eventueel personeelsverloop en langdurige afwezigheid van medewerkers (zoals voor zwangerschaps- en ouderschapsverlof, en langdurige ziekte). Deze aanpak zorgt voor continuïteit in het werkproces, maar leidt tot hogere personeelskosten. Ten tweede is er tijdelijk iemand ingezet voor onder meer communicatiewerkzaamheden en het voorbereiden en faciliteren van de herinrichting van het kantoor.

20

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Overige personeelslasten (+ € 3.675) De overige personeelslasten zijn hoger dan oorspronkelijk gebudgetteerd. Dit komt met name doordat de verwachting is dat meer opleidingskosten voor medewerkers zullen worden gemaakt dan oorspronkelijk begroot. Huisvestigingskosten (+ € 11.000) Het huidige begrote budget voor huisvestingskosten zal ontoereikend zijn en naar verwachting een budgetoverschrijding laten zien. Het budget voor de huisvestingslasten wordt daarom met € 11.000 opgehoogd. De stijging van de kosten is voornamelijk toe te schrijven aan hogere huur- en servicekosten. ICT-kosten (+ € 25.000) De ICT-kosten zijn geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers over 2024 en recente kostenontwikkelingen. De stijging is met name het gevolg van hogere kosten voor het beheer en onderhoud van de ICT-omgeving. Deze actualisatie zorgt voor een realistischer weergave van de verwachte kosten in de komende jaren. Kapitaallasten (+ € 8.930) De kapitaallasten stijgen met € 8.930 vanwege de afschrijvingskosten voor de ICT-investeringen die in 2024 zijn gedaan. Het betreft investeringen in nieuwe standalone desktops, laptops en de overgang naar een nieuwe digitale werkomgeving. In de oorspronkelijke begroting was de exacte omvang van de investeringen nog niet bekend was. Nu de werkelijke investeringskosten zijn vastgesteld, zijn de bijbehorende afschrijvingskosten hierop aangepast.

De investeringen zijn in 2024 geactiveerd. Onvoorzien (- € 12.500) Vanuit het BBV geldt de verplichting om in de begroting een post onvoorzien op te nemen. Deze post dient als dekking voor lasten die niet vooraf zijn voorzien in de begroting. Gelet op het feit dat onvoorziene uitgaven voor de rekenkamer zelden voorkomen, is besloten geen budget aan deze post toe te kennen. Investeringen in Huisvesting en storting in de bestemmingsreserve Huisvesting Recent is een ontwerp opgesteld voor de herinrichting van het kantoor van de rekenkamer. In 2025 staan investeringskosten voor de uitvoering van dit ontwerp. De voorlopige kostenraming bedraagt € 159.200. Ter dekking van de bijbehorende afschrijvingskosten van de investering wordt € 159.200 overgeheveld van de bestemmingsreserve Bijzondere lasten naar de bestemmingsreserve Huisvesting. De definitieve investeringskosten worden medio dit jaar bekend en betrokken in de tweede begrotingswijziging 2025. De investering wordt in vijf jaar afschreven. Onttrekking aan de bestemmingsreserve Bijzondere lasten Om de toekomstige jaarlijkse afschrijvingen op de investeringen voor het nieuwe interieur van het kantoor te dekken, wordt een bedrag van € 159.200 onttrokken aan de bestemmingsreserve Bijzondere Lasten. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve Huisvesting.

Onttrekking aan de algemene reserve Het verwachte tekort van € 144.575 zal worden onttrokken aan de algemene reserve. Het verloop van deze reserve is zichtbaar in tabel 4.3. De algemene reserve zal per 31 december 2025, na eerste begrotingswijziging, een omvang hebben van € 390.362. Dit is circa 14,1% van de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen in 2025. Daarmee valt de stand van de algemene reserve, ondanks de daling, aan de bovenzijde van de streefwaarde van 10 tot circa 15% van de te ontvangen jaarlijkse bijdragen.

21

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

4.2 Resumé eerste begrotingswijzing 2025 Programmabegroting De door te voeren begrotingswijzigingen laten zich als volgt samenvatten.

Tabel 4.1 – Overzicht Begroting 2025 vóór en na begrotingswijziging Baten (in €)

Oorspronkelijke

1e begrotings-

Begroting 2025,

begroting 2025

wijziging 2025

na 1e begrotingswijziging

Bijdrage Amsterdam

2.511.700

0

2.511.700

Bijdrage Zaanstad Overige baten

252.760 P.M.

0 1.500

252.760 1.500

Totaal baten

2.764.460

1.500

2.765.960

Lasten (in €)

Oorspronkelijke

1e begrotings-

Begroting 2025,

begroting 2025

wijziging 2025

na 1e begrotingswijziging

2.271.635 28.325

118.913 3.675

2.390.548 32.000

Huisvestingslasten ICT-kosten

235.000 120.000

11.000 25.000

246.000 145.000

Publicatiekosten Overige materiële kosten

23.000 74.000

0 0

23.000 74.000

Kapitaallasten Onvoorzien

40.210 12.500

8.930 -12.500

49.140 0

Totaal lasten

2.804.670

155.018

2.959.688

Oorspronkelijke

1e begrotings-

Begroting 2025,

begroting 2025

wijziging 2025

na 1e begrotingswijziging

Saldo van baten en lasten

-40.210

-153.518

-193.728

Onttr. bestemmingsreserves Toev. bestemmingsreserves

40.210 -

168.130 -159.200

208.340 -159.200

Onttr. algemene reserve Toev. algemene reserve

-

144.588 -

144.588 -

Resultaat

0

0

0

Personeelslasten Overige personeelslasten

Resultaat (in €)

22

Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad - Ontwerpbegroting RAZ 2026

Investeringsbegroting 2025 In de onderstaande tabel is de investeringsbegroting voor 2025 (na de begrotingswijzigingen) opgenomen.

Tabel 4.2 – Investeringsbegroting vóór en na begrotingswijziging Investeringen (in €)

Oorspronkelijke

1e begrotings-

Begroting 2025,

begroting 2025

wijziging 2025

na 1e begrotingswijziging

Investeringen in huisvesting

0

159.200

159.200

Investeringen in ICT

0

0

0

Totaal

0

159.200

159.200

Begroting reserves 2025 De eerste begrotingswijziging heeft effect op de reservepositie van de rekenkamer. Het verloop van de reserves in 2025 kan als volgt worden samengevat.

Tabel 4.3 – Overzicht verloop reserves in 2025 Reserves (in €)

Algemene reserve

31-12-2024 (vóór

Mutaties begroting

31-12-2025 (vóór 1e

Mutaties 1e begrotings-

31-12-2025 (ná 1e

resultaatbestemming)

2025

begrotingswijziging)

wijziging 2025

begrotingswijziging)

461.985

0

461.985

72.965(1)

390.375

-144.575(2) Subtotaal

461.985

0

461.985

-71.610

390.375

Huisvesting

32.870

-32.870

0

159.200(3)

159.200

ICT Bijzondere lasten

62.800 159.200

-7.340 0

55.460 159.200

-8.930(4) -159.200(5)

46.530 0

Subtotaal

254.870

-40.210

214.660

-8.930

205.730

Totaal reserves

716.855

-40.210

676.645

-80.540

596.105

Bestemmingsreserve

(1) Het positief financieel resultaat 2024 is via de resultaatbestemming rechtstreeks toegevoegd aan de algemene reserve. (2) Het verwachte begrotingstekort wordt onttrokken aan de algemene reserve. (3) Storting in de bestemmingsreserve Huisvesting ten laste van de bestemmingsreserve Bijzondere lasten om de afschrijvingskosten van de investeringen in huisvesting te dekken. (4) Onttrekking aan de bestemmingsreserve om de hogere afschrijvingskosten van de ICTinvesteringen te dekken. (5) Onttrekking om de bestemmingsreserve Huisvesting aan te vullen (zie punt 3).

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784697/1