CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Bijlagenboek Visie Sloterdijk-Centrum 2040.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de Investeringsnota Sloterdijk-Centrum en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. (ZD2021-000806)15.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Bijlagen

Colofon Opdrachtgever:

Projectgroep Sloterdijk Centrum

Auteur:

Ruimte en Duurzaamheid, Gemeente Amsterdam

Versie:

20 januari

Informatie Website :

www.amsterdam.nl/sloterdijk-centrum

Omslag:

Impressie ‘Mo*Town’, kavel O-6, O-8 en O-9A door BDP, 2018

2021

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum

Bijlagen

Impressie ‘VERTICAL’, kavel N-1 en N-3 door Heijmans, 2018 4

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum Bijlagen

0

Inhoud

Relevante raadsbesluiten 1

7

2

33

Verkeersonderzoek Sloterdijk 2030 Onderzoek; Team Onderzoek & Kennis - gemeente Amsterdam, 8 januari 2020

3

Woningbouwprogrammering Sloterdijk-Centrum

69 73

4 Advies; Team Maatschappelijke Voorzieningen - gemeente Amsterdam, 22 mei 2018

5

Plinten en voorzieningen Sloterdijk-Centrum

81

Advies; Third Place, maart 2018

6

Gebiedsvisie Sloterdijk-Centrum quickscan geluid

111

Onderzoek; M+P, 20 juli 2018

7

Geluidparagraaf visie Sloterdijk-Centrum

133

Onderzoek; gemeente Amsterdam, mei 2019

8

Sloterdijk-Centrum 2017-2040 Toetsingskader externe veiligheid voor planontwikkeling

139

Onderzoek; Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, 16 november 2018

9

Masterplan Energie- en Nutsvoorzieningen Sloterdijk-Centrum 2019 (MENS)

165

Onderzoek; Liander, Waternet, KPN, Nuon, Hompe & Taselaar, Reggefiber, gemeente Amsterdam, 27 februari 2019

10

Energievisie Sloterdijk-Centrum

287

Visie; Ingenieursbureau - gemeente Amsterdam, 28 mei 2020

11

Watervisie Sloterdijk-Centrum/ II

297

Visie; Ingenieursbureau - gemeente Amsterdam, 20 mei 2019

12

Grondwatertoets Sloterdijk-Centrum

351

Onderzoek; Ingenieursbureau - gemeente Amsterdam, 2020

13

Variantenstudie afvalinzameling Sloterdijk-Centrum

403

Onderzoek; No Change Without A Rebel, 18 maart 2018

14 15 16

Gemeente Amsterdam

Advies auto- en fietsparkeren Sloterdijk-Centrum Advies V&OR Team Parkeernormen, 13 juli 2020

Advies: programma commerciële voorzieningen Sloterdijk-Centrum Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid 30 juni 2020

BLVC - kader Sloterdijk-Centrum

445 451 455

UItvoeringsvoorwaarden voor bouwprojecten ( en projecten openbare ruimte in Sloterijk-Centrum 13 februari 2020. 5

6

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum Bijlagen

Bijlage 1 Relevante Raadsbesluiten Raadsbesluit Bestemmingsplan Sloterdijk (2013) Raadsbesluit Herziening Grondexploitatie (2016) Raadsbesluit Ontwikkelstrategie Haven-Stad (2017) Raadsbesluit Bestemmingsplan Sloterdijk I Media college, Incl MER Haven-Stad (2017) Raadsbesluit Herinrichting N200 (2018) Raadsbesluit Bestemmingsplan Heathrowstraat 10-12 (2020) Raadsbesluit Bestemmingsplan Barajasbuurt e.o. (2020) Raadsbesluit Bestemmingsplan L-midden (2020) Gemeente Amsterdam

7

X X X Jaar

2013

Afdeling

3A

Nummer

133/559

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeente blad

R

Raadsbesluit

Publicatiedatum

5 juli 2013

Agendapunt

38

Datum besluit B&W

28 mei 2013 Onderwerp

Vaststellen van het bestemmingsplan Sloterdijk

De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 28 mei 2013 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 559), Besluit:

1. het bestemmingsplan Sloterdijk vast te stellen gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat met ingang van 3 januari 2013 gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. De wijzigingen vloeien voort uit de zienswijzen en zijn voor het overige ambtshalve wijzigingen zoals onderstaand en in de Nota van Beantwoording verwoord; 2. de zienswijzen van NS Vastgoed B.V. en NS Stations B.V. (Regiodirectie Randstad Noord, Stadsdeel West, Cargill/lGMA, VCK B.V. (Verenigd Cargadoorskantoor B.V.), Rijkswaterstaat, Gijs Heutink Advocaten (namens Merin B.V.), kamer van Koophandel, Ondernemersvereniging Regio Amsterdam (ORAM) en TVHG Group Netherlands BV ontvankelijk te verklaren en de zienswijze van RechtSteate (namens Sita N.V., Orange Business Netherlands B.V., Geveke Werktuigbouw B.V. en Citco Nederland B.V.) niet ontvankelijk te verklaren; 3. de zienswijze van Gijs Heutink Advocaten (namens Merin B.V.) en TVHG Group Netherlands B.V. ongegrond te verklaren en de zienswijzen van NS Vastgoed B.V. en NS Stations B.V. (Regiodirectie Randstad Noord), Stadsdeel West, Cargill/lGMA, VCK B.V.

(Verenigd Cargadoorskantoor BV), Rijkswaterstaat, Kamer van Koophandel en ORAM (gedeeltelijk) gegrond te verklaren voor zover deze zienswijzen aanleiding hebben gegeven om het bestemmingsplan Sloterdijk gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan Sloterdijk en voor het overige ongegrond te verklaren;

1

Jaar 2013 Afdeling 3A Nummer 133/559 5 juli 2013 Datum

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

4. vast te stellen het bestemmingsplan Sloterdijk, met IMRO-nr. NL.IMRO.0363.B1105BPGST-VG02, bestaande uit de verbeelding en regels en vergezeld van een toelichting, met dien verstande dat: a. naar aanleiding van de zienswijzen - op de gronden als nader verwoord in de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Sloterdijk - de verbeelding op de volgende onderdelen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is gewijzigd: • de aanduiding 'verkeer' binnen de bestemming Gemengd 4 ten behoeve van de entree/ toegang naar het perron van de Hemboog is vergroot; • de bestemming Verkeer 1 met aanduiding 'openbaar vervoerstation' (ovs) ter plaatse van het station Sloterdijk, is gewijzigd in Verkeer 2; b. naar aanleiding van de zienswijzen - op de gronden als nader verwoord in de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Sloterdijk - de planregels op de volgende onderdelen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn gewijzigd: • artikel 1 begrippen. Toegevoegd: 'stationsgebonden voorzieningen'; • artikel 6.2.1 toegevoegd onderdeel i. Ter plaatse van de aanduiding verkeer zijn gebouwen ten behoeve van spoorwegvoorzieningen toegestaan; • verwijderd zijn: artikel 10.1 onder d, artikel 10.2.1.

onder b en c en artikel 10.3 onder b; • artikel 10.3 onder e: verwijzing naar artikel 10.1 onder fis gewijzigd in 10.2.1 onder b; • artikel 11.2.1 onder a: oppervlakte station vergroot naar 6.799 m 2; • artikel 11.3 onder b: 'binnen de bestemmingen Verkeer - 1 en Verkeer - 2 gezamenlijk' is verwijderd. De maximale oppervlakte van alle stationsgebonden voorzieningen is verhoogd naar 2.500 m2 en de maximale oppervlakte voor detailhandel is gewijzigd naar 1.500 m2• Verwijzing naar artikel 11.1 d is gewijzigd in artikel 11.1 e; • artikel 11.3 onder e: verwijzing naar artikel 11.1 onder fis gewijzigd in 11.2.1 onder e; • artikel 19.1 onder h sub 1: de maximale oppervlakte t.b.v. stationsgebonden detailhandelsvoorzieningen is verhoogd van 1.000 m2 naar 1.500 m2. In deze regel is de bestemming Verkeer -1 verwijderd; • artikel 19.1 onder h sub 2: toegevoegd is dat 'stationsgebonden voorzieningen in de vorm van een supermarkt' een uitzondering is op de in dit artikel gestelde regel van het toestaan van maximaal 1 supermarkt; c.

de verbeelding op de volgende onderdelen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ambtshalve is gewijzigd: • de bouwhoogte van het perceel Naritaweg 48 en naastgelegen lege kavel is verhoogd naar 35 meter; • de aanduiding 'onderwijs' is toegevoegd aan het pand Heathrowstraat 5; • de aanduiding 'maatschappelijk uitgesloten' is toegevoegd aan de kavel Radarweg 60/Kastrupstraat 7; • de aanduiding 'specifieke vorm van horeca' is toegevoegd aan de groenstrook ten noorden van de Changiweg; • de breedte van de secundaire waterkering is vergroot;

2

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

R

Raadsbesluit Jaar

2016

Afdeling

3A

Nummer

313/1173

Publicatiedatum

7 oktober 2016

Agendapunt

31

Datum besluit B&W

6 september 2016

Onderwerp

Vaststellen van de herziening grondexploitatie Sloterdijk-Centrum. De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 6 september 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1173), Gelet op: − artikel 189, eerste lid jo artikel 212, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 6, eerste lid van de Financiële verordening gemeente Amsterdam; − artikel 6, tweede lid van de Financiële verordening gemeente Amsterdam; Tevens gezien de aangenomen moties van de raadsleden: − de heer Van Osselaer, de heer N.T. Bakker, de heer Dijk, mevrouw De Heer, de heer Boomsma en mevrouw Van Soest (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1230); − de heer Vroege en de heer Van Osselaer (Gemeenteblad afd. 1, nrs. 1231 en 1232) Besluit:

1. kennis te nemen van de ruimtelijke onderbouwing van de grondexploitatie herziening voor Sloterdijk-Centrum, als uitwerking van de Gebiedsstrategie Sloterdijk Bereikbaar en het Bestemmingsplan Sloterdijk-Centrum, met als belangrijkste uitgangspunt de ontwikkeling van een monofunctioneel kantorengebied naar een gemengd werk- én woongebied door: 1.1. Inzet op transformatie van leegstaand vastgoed, waarbij inmiddels een groot deel van de kantorenleegstand is weggewerkt ten gunste van andere functies zoals hotels, extended stay, wonen en voorzieningen; 1.2. Gefaseerde uitgifte van beschikbare kavels ten behoeve van woningbouw en voorzieningen met als uitgangspunt voor de woningbouw dat 70% in de vrije sector en 30% voor sociale huur gerealiseerd wordt; 1.3. Het verbeteren van de openbare ruimte (conform Puccini-basis) met als doelen een veilige, groene en waterbestendige openbare ruimte met ruimte voor sport en recreatie; 1.4. Het maken van betere verbindingen met de omliggende buurten, bijdragend aan een aantrekkelijk woon- en werkmilieu;

1

Jaar Afdeling Nummer Datum

2016 3A 313/1173 7 oktober 2016

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

1.5. Het uitbouwen van ruimte geven aan tijdelijke initiatieven en placemaking waarbij de gemeente samen met communitybuilders (waaronder ondernemers en – potentiële - bewoners) extra inzet pleegt op het verder versterken van Sloterdijk-Centrum als aantrekkelijk en levendig woonwerkgebied. 2. de herziening van de grondexploitatie Sloterdijk-Centrum (518.03), voorheen Teleport Gebiedscentrum, vast te stellen met een positief saldo van € 17.515.000,- (netto contante waarde, prijspeil 1-1- 2016) en in te stemmen met onderliggende beslispunten: 2.1 de benodigde middelen voor extra investeringen beschikbaar te stellen ad € 11 miljoen (incl. V&T en proceskosten, ten opzichte van de vastgestelde ERF 2015) voor het verbeteren van de openbare ruimte om een aantrekkelijk werk- en woongebied te kunnen realiseren, waaronder: A. investeringen in de openbare ruimte ad € 6,5 miljoen (excl. BTW) voor vergroening, rainproof maatregelen, verbetering fiets- en voetgangersroutes en bebording; B. een investering van € 2,5 miljoen (excl. BTW) in de Groene Loper Arlandaweg (van Molenwerf tot Sportpark Spieringhorn); C. een bijdrage ad € 350.000,- voor het realiseren van de eerste fase voor het realiseren van een doorgaande fietsroute over Sportpark Spieringhorn (als doorzetting van de Groene Loper Arlandaweg), waar Sport en Bos opdrachtgever van is; D.

een bijdrage ad € 600.000,- voor het uitbreiden van de fietsparkeercapaciteit van Station Sloterdijk, waar Verkeer en Openbare Ruimte opdrachtgever voor is; E. het budget voor place-making ad € 500.000,- (excl. BTW). 2.2.het principe van het inzetten van de meeropbrengsten erfpacht bij bestemmings-, bebouwingswijzigingen en perceelsuitbreidingen (transformatie) binnen de grondexploitatie Sloterdijk-Centrum (518.03) voor ingrepen in het openbaar gebied ter ondersteuning van deze transformatie; 2.3.wijziging van de grondexploitatiegrens, waarmee de gestelde maatregelen in het projectgebied worden opgenomen. 3. de looptijd van de grondexploitatie te verlengen tot en met 2030 in afwijking op de BBV-regelgeving. 4. een krediet van € 11.092.556,- (excl. BTW) beschikbaar te stellen voor de uitvoeringskosten (incl. voorbereiding en toezicht) voor de uitvoering van de werkzaamheden zoals begroot tot en met 2030 in de herziene grondexploitatie. Het krediet ten laste te brengen van de grondexploitatie vallend onder het regime van het Vereveningsfonds. 2

Jaar Afdeling Nummer Datum

2016 3A 313/1173 7 oktober 2016

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

5. de door het College opgelegde geheimhouding van de bijlage “Financiële

paragraaf Herziening Grondexploitatie 518.03 Sloterdijk-Centrum d.d. 15 juli 2016” (Gemeentewet art. 25 lid 3 jo. Wob artikel 10 lid 2 sub b) te bekrachtigen.

Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 5 oktober 2016. De plv. voorzitter

J.S.A. Vroege De raadsgriffier

mr. M. Pe

3

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

Uitslag, woensdag 5 oktober 2016

Onderwerp

Vaststellen herziening grondexploitatie Sloterdijk-Centrum Uitslag

Akkoord

1

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

R

Raadsbesluit

Jaar

2017

Afdeling

3A

Nummer

427/1582

Publicatiedatum

18 mei 2018

Agendapunt

54

Datum besluit B&W

21 november 2017

Onderwerp

Vaststellen van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad. De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1582); Mede gezien de aangenomen amendementen van het lid Geenen (Gemeenteblad afd. 1, nrs. 1677, 1678, 1679, 1680 en 1684); Mede gezien de aangenomen moties van de leden: − Van Osselaer, Ernsting, Dijk, Bosman en Groen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1676); − Geenen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1681, 1682 en 1683); − Nuijens, Ernsting, Van Osselaer en Geenen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1685); − Ernsting, Dijk, Vink, Geenen en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1686); Gelet op: − artikel 108, lid 1, jo. artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet; − artikel 25 van de Gemeentewet; − artikel 10, lid 2, onder b en g, van de Wet openbaarheid van bestuur, Besluit:

1. Kennis te nemen van a. de naar aanleiding van de terinzagelegging van de concept Ontwikkelstrategie Haven-Stad ingebrachte 68 inspraakreacties en adviezen van de bestuurscommissies Noord, West en Nieuw-West alsmede deze te betrekken bij voorliggende besluitvorming; b. het Milieueffectrapport (MER) Haven-Stad en de naar aanleiding van de terinzagelegging van het MER ingebrachte 17 zienswijzen; c. de Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen MER HavenStad; 2. De inspraakreacties en adviezen als bedoeld onder beslispunt 1a) te beantwoorden overeenkomstig de bijgevoegde Nota van Beantwoording inspraak en advies Ontwikkelstrategie Haven-Stad welke onderdeel uitmaakt van dit besluit. 3. In te stemmen met de Nota van wijzigingen Ontwikkelstrategie Haven-Stad waarin opgenomen de wijzigingen voortkomend uit de inspraak- en adviesronde. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen in de Ontwikkelstrategie Haven-Stad: 1

Jaar Afdeling Nummer Datum

2017 3A 427/1582 18 mei 2018

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

a. Beter benadrukken van de status van de Ontwikkelstrategie als zijnde geen blauwdruk voor ontwikkeling maar uitgangspunt voor toekomstige gebiedsuitwerkingen in Haven-Stad; b. In samenspraak met bedrijven starten met verkennend onderzoek naar alternatieve vestigingslocaties, het instellen van een; bedrijven(transformatieloods) en een overlegplatform met bedrijven ; c. Meer aandacht voor de leefbaarheid door ruimte te bieden voor een flexibelere invulling van de plinten; d. Meer aandacht voor noord-zuidverbindingen door middel van onderzoek naar mogelijke langzaamverkeerverbindingen; e. Betere inbedding van Haven-Stad in de regio door versterking (bestuurlijke) afstemming en monitoring; f. De voorziene ontwikkeling van Zonnehoek tot een park met een publieke groene functie wordt duidelijker gemaakt. Gebruikers van de volkstuinen zullen tijdig betrokken worden bij de concrete planontwikkeling. 4. Kennis te nemen van de kabinet Financiële paragraaf Ontwikkelstrategie Haven-Stad met daarin opgenomen: a. een eerste globaal financieel beeld met als voorlopige uitkomsten: i. het geraamde saldo van de gebiedsontwikkeling van geheel Haven-Stad kent een bandbreedte welke vooralsnog varieert van € 1,0 miljard negatief tot € 0,2 miljard positief op basis van 40/40/20; ii. een eerste indicatie van de benodigde bovenwijkse investeringen bedraagt € 1,6 miljard; iii.

periodiek wordt over de financiële voortgang gerapporteerd op programmaniveau waarbij de ontwikkeling van de verwachte bandbreedte wordt meegenomen. b. de risico’s en beheersmaatregelen. Belangrijke risico’s zijn: i. er komen onvoldoende financiële middelen beschikbaar om de benodigde infrastructuur voor de mobiliteitsshift te realiseren; ii. het lukt niet om tijdig om de milieugebruiksruimte te optimaliseren waarmee woningbouw in de HavenStadgebieden mogelijk moet worden gemaakt; iii. de plinten ten behoeve van bedrijvigheid worden niet (tijdig) gevuld met ondernemers. 5. De Ontwikkelstrategie Haven-Stad vast te stellen met inachtneming van de wijzigingsvoorstellen zoals beschreven in de onder punt 3 benoemde Nota van wijzigingen. De Ontwikkelstrategie bestaat uit: a. Visie en ambitie met als kernpunten: i. Inzetten op verdere verdichting ten behoeve van meer woningen (40.000 tot 70.000 woningen) met voldoende ruimte voor bedrijven en onderwijs- en sportvoorzieningen; ii. Inzetten op menging van wonen en werken ten behoeve van 17.000 extra arbeidsplaatsen; iii. Inzetten op alternatieven voor automobiliteit met mobiliteitspakketten per groeifase: hoogwaardig OV, fietsbereikbaarheid en lage parkeernormen;

2

Jaar Afdeling Nummer Datum

2017 3A 427/1582 18 mei 2018

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

iv. Inzetten op duurzame stedelijke ontwikkeling (Amsterdamse duurzaamheidsdoelen 2040); b. Uitvoeringsstrategie met als kernpunten: i. feitelijke transformatie vindt plaats via de markt, de gemeente creëert de randvoorwaarden; ii. uitvoering en fasering past binnen de afspraken uit het Convenant Houthaven/NDSM-werf (22 januari 2009) en het Coalitieakkoord 2014-2018; iii. financiering vindt plaats via reguliere grondexploitaties, programma’s en fondsen; c. Uitvoeringsagenda 2018 – 2022 met daarin opgenomen vervolgstappen en planvorming op de thema’s: i. mobiliteit; ii. duurzaamheid; iii. milieu, veiligheid en gezondheid; iv. Economie; v. wonen & voorzieningen. 6. Kennis te nemen van de door het college opgelegde geheimhouding op de onder punt I.5 genoemde bijlage ‘Financiële paragraaf Ontwikkelstrategie Haven-Stad’ op grond van artikel 25, tweede lid van de Gemeentewet. Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 10, tweede lid, onder b en g van de Wet openbaarheid van bestuur. De geheimhouding wordt opgelegd voor onbepaalde tijd. 7. Kennis te nemen van het verzoek aan de Gemeenteraad op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet om de opgelegde geheimhouding tijdens de vergadering van de Gemeenteraad op 29 november 2017 te bekrachtigen.

Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 21 december 2017.

De voorzitter

J.J. van Aartsen De raadsgriffier

mr. M. Pe MEC

3

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

R

Raadsbesluit

Jaar

2017

Afdeling

3A

Nummer

408/1581

Publicatiedatum

10 januari 2017

Agendapunt

55

Datum besluit B&W

21 november 2017

Onderwerp

Vaststellen van het bestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege en aanvaarden van de conclusies van de milieueffectrapportage Haven-Stad. De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 21 november 2017 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1581); Gelet op: − de Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.1, eerste lid; − de Wet milieubeheer, artikel 7.23, 7.35 en 7.37; − de Crisis- en herstelwet, artikel 1.1 eerste lid jo bijlage 1, categorie 3.1 en artikel 2.4 jo Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, artikel 7c; − artikel 108, eerste lid jo artikel 147, tweede lid van de Gemeentewet, Besluit: MER

1. kennis te nemen van de naar aanleiding van de terinzagelegging van het concept Milieueffectrapportage (MER) Haven-Stad, gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege, ingebrachte 17 zienswijzen en deze te betrekken bij voorliggende besluitvorming; 2. de zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1 te beantwoorden overeenkomstig de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen en wijzigingen MER Haven-Stad welke onderdeel uitmaakt van dit besluit; 3. het milieueffectrapport (MER) Haven-Stad en de daarin getrokken conclusies te aanvaarden; 4. a. het Gebiedsgericht spelregelkader Haven-Stad dat als bijlage 1 deel uitmaakt van het MER, met de daarbij behorende digitale leefomgevingsfoto vast te stellen als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied Haven-Stad, b. de portefeuillehouder ruimtelijke ordening te machtigen tot het doorvoeren van technische en beleidsneutrale wijzigingen in het Gebiedsgerichte spelregelkader en de daarbij behorende digitale leefomgevingsfoto;

1

Jaar Afdeling Nummer Datum

2017 3A 408/1581 10 januari 2017

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

Bestemmingsplan 5. kennis te nemen van de naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege ingebrachte 3 zienswijzen en deze te betrekken bij voorliggende besluitvorming; 6. de zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1 te beantwoorden overeenkomstig gesteld is in de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege welke onderdeel uitmaakt van dit besluit; 7. het bestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege bestaande uit de verbeelding en regels en vergezeld van een toelichting, met identificatienummer NL.IMRO.0363.E1701BPGST-VG01 in elektronische en analoge vorm, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals ter inzage heeft gelegen, gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de Nota van Wijzigingen Bestemmingsplan Sloterdijk I Mediacollege, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik gemaakt is van een ondergrond welke ontleend is aan de Grootschalige Basiskaart Amsterdam, versie 1 januari 2016. 8. geen exploitatieplan vast te stellen; 9. dat afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 20 december 2017.

De voorzitter

J.J. van Aartsen De raadsgriffier

mr. M. Pe MEC

2

STAATSCOURANT

Nr. 13166 8 maart 2017

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

RWS-2017/9373 Vereiste van besluit Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 ben ik bevoegd dit verkeersbesluit te nemen. Motivering Bij brief van 8 december 2016 met kenmerk 2016-9864 heeft de gemeente Amsterdam aan Rijkswaterstaat verzocht de status autoweg voor het gedeelte van rijksweg N200 tussen de aansluiting met de Seineweg en de Admiraal de Ruyterweg te laten vervallen. Het Rijk en de regio hebben in het MIRT Sloterdijk namelijk afspraken gemaakt die het mogelijk moeten maken Sloterdijk gelegen aan deze rijksweg N200 te ontwikkelen tot een aantrekkelijk stedelijk gebied. Om in dit gebied woningbouw te kunnen ontwikkelen, zonder daarvoor dove gevels te hoeven aanbrengen, is het echter noodzakelijk om de status autoweg van het hierboven genoemde weggedeelte te laten vervallen en dit weggedeelte daarmee af te waarderen tot een gebiedsontsluitingsweg. Het betrokken weggedeelte ligt buiten de bebouwde kom waardoor als gevolg van het verwijderen van de borden autoweg een maximumsnelheid van 80 km/u zou gaan gelden.

Ter plaatse geldt op dit moment echter al een maximumsnelheid van 70 km/u aangegeven door borden model A01 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Uit administratief oogpunt wordt het daarom wenselijk geacht dit ook in onderhavig verkeersbesluit aan te geven. BELANGENAFWEGING Het verwijderen van de status autoweg past binnen de in artikel 2, tweede lid onder a en b van de Wegenverkeerswet genoemde belangen die door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu voorkomen of beperken respectievelijk door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden voorkomen of bepreken. Bovendien tast het verwijderen van de status autoweg de doorstroming of verkeersveiligheid niet aan. Gevolgde procedure Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het wegverkeer is overleg gepleegd met de gemandateerde namens de chef van de politie eenheid Noord-Holland Noord. Het betrokken weggedeelte is in het beheer bij het Rijk en gelegen binnen de gemeente Amsterdam. Overeenkomstig artikel 26 van het Besluit Administratieve Bepalingen, zal dit verkeersbesluit worden gepubliceerd in de Staatscourant. Besluit Op grond van bovenstaande overwegingen besluit ik om: 1.

door het verwijderen dan wel plaatsen van borden G3 en G4 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de rijksweg 200 (N200) tussen hectometerpunt 1.600 en hectometerpunt – 0.150 vice versa te Amsterdam af te waarderen tot gebiedsontsluitingsweg;

1

Staatscourant 2017 nr. 13166

8 maart 2017

2. door het plaatsen dan wel handhaven van borden model A01-70 een maximumsnelheid van 70 km/u in te stellen op de rijksweg 200 (N200) tussen hectometerpunt 1.600 en hectometerpunt -0.150 vice versa te Amsterdam. Met vriendelijke groet, DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, namens deze, hoofd afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat West- Nederland Noord, mevrouw M. Nauta

Mededelingen Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag, waarop dit besluit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Milieu en worden gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Postbus 2232, 3500 GE te Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende bevatten:

1. 2. 3. 4.

naam en adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van het besluit, waartegen het bezwaar is gericht; en de gronden van het bezwaar (motivering).

Voorlopige voorziening Gelijktijdig met of na indiening van het bezwaarschrift kan, bij een spoedeisend belang, een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten: 1.

naam en adres van de indiener;

1. 2.

de dagtekening; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht onder vermelding van datum en kenmerk van de beschikking; de gronden van het bezwaar (motivering).

3.

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een kopie van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.

Griffierecht In verband met het verzoek om voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. afschrift van dit besluit is gezonden aan: Gemeente Amsterdam, Postbus 1104, 1000 BC te Amsterdam Politie Amsterdam, DCIV, Verkeersadvisering, Postbus 2287, 1000 CG te Amsterdam.

2

Staatscourant 2017 nr. 13166

8 maart 2017

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

R

Raadsbesluit Jaar

2016

Afdeling

3A

Nummer

260/1052

Publicatiedatum

16 september 2016

Agendapunt

11

Datum besluit B&W

12 juli 2016

Onderwerp

Instemmen met het kredietbesluit voor de herprofilering van de Haarlemmerweg. De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 12 juli 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1052); Gelet op:  Algemene inlichtingenplicht (artikel 169 lid 1 Gemeentewet);  Artikel 189, eerste lid jo artikel 212, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 6, eerste lid van de Financiële verordening gemeente Amsterdam;  Artikel 6, tweede lid van de Financiële verordening gemeente Amsterdam, Besluit:

1. in te stemmen met het ontwerp op hoofdlijnen voor de herprofilering van de Haarlemmerweg N200, met als belangrijkste kenmerken: a. De inrichting als stedelijke weg tussen de Seineweg en de Admiraal de Ruyterweg met brede middenberm met bomen; b. Het aanleggen van een snelfietsroute langs de N200 (tussen gemeentegrens Halfweg en de Admiraal de Ruyterweg); c. Aanpassen van de kruisingen: Seineweg, Radarweg, Kimpoweg, Einsteinweg (Ringweg A-10), Admiraal de Ruyterweg; d. Het realiseren van 3 langzaamverkeerbruggen (fietsbrug verlengde Kingsfordweg, fietsbrug Spieringhorn en een voetgangersbrug Subangstraat). 2. kennis te nemen van de kostenraming van de herprofilering van de Haarlemmerweg zoals opgenomen in de kabinet Financiële toelichting kostenraming en dekkingsvoorstel Haarlemmerweg. 3. akkoord te gaan met een bijdrage van de gemeente Amsterdam ten behoeve van herprofilering van de Haarlemmerweg ter hoogte van maximaal 8,9 miljoen euro en deze te dekken uit: a. Een financiële bijdrage van de Stadsregio Amsterdam ter hoogte van € 2,1 miljoen, onder voorbehoud van definitieve besluitvorming door het dagelijks bestuur van Stadsregio Amsterdam; b. Het stedelijk mobiliteitsfonds, verdeelvoorstel bij voorjaarsnota Haarlemmerweg € 2,0 miljoen;

1

Jaar Afdeling Nummer Datum

2016 3A 260/1052 16 september 2016

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Raadsbesluit

c. d. e.

Het stedelijk mobiliteitsfonds, verdeelvoorstel bij voorjaarsnota Sloterdijk Centrum € 1,1 miljoen; Het stedelijk mobiliteitsfonds, Meerjarenprogramma Fiets € 0,3 miljoen; Het Vereveningsfonds, € 3,4 miljoen.

4. kennis te nemen van de risico’s en beheersmaatregelen zoals opgenomen in de kabinet Financiële toelichting kostenraming en dekkingsvoorstel Haarlemmerweg. De belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen betreffen een tegenvallend aanbestedingsresultaat, kosten van tijdelijke verkeersmaatregelen, btw kosten die niet verrekenbaar zijn en onvoorziene risico’s voor het gehele project. Belangrijkste beheersmaatregelen zijn het specifiek formuleren van de eigen klanteisen, het zoeken van alternatieve administratieve route’s t.b.v. de btwproblematiek en het opnemen van risicobeperkende afspraken in de samenwerkingsovereenkomst met RWS, AGV en Waternet. 5. kennis te nemen van het gegeven dat, naar aanleiding van het nieuwe ontwerp de beheerkosten voor stadsdeel West naar inschatting op jaarbasis met circa € 7.000 zullen toenemen en voor stadsdeel Nieuw West met circa € 15.000. Over de dekking van deze beheerkosten zal een besluit worden genomen bij de begroting voor 2018. 6. in te stemmen met het bekrachtigen van geheimhouding op de tweetal ter inzage gelegde bijlagen, te weten de ‘Financiële toelichting kostenraming en dekkingsvoorstel” en ‘samenwerkingsovereenkomst reconstructie Haarlemmerweg N200’, op grond van artikel 25 van de Gemeentewet jo artikel 10, tweede lid, sub b en g van de Wet openbaarheid van bestuur.

Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 14 september 2016.

De voorzitter

mr. E.E. van der Laan De raadsgriffier

mr. M. Pe

2

X X

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

X Raadsbesluit Jaar

2020

Afdeling

3A

Nummer

98 / 502

Publicatiedatum

27 mei 2020

Agendapunt

17

Datum besluit B&W

14 april 2020

Onderwerp

Vaststellen van het bestemmingsplan Heathrowstraat 10-12 (Floating Gardens).

De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 14 april 2020 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 502); Gelet op: - artikel 3.1, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening; - hoofdstuk 7 Wet milieubeheer, in het bijzonder artikel 7.17, van de Wet milieubeheer; artikel 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; artikel 1.1 eerste lid jo bijlage 1, categorie 3.1 van de Crisis- en herstelwet; besluit:

1. Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming: a. de twee ingebrachte zienswijzen naar aanleiding van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Heathrowstraat 10-12; b. het positieve advies van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Nieuw-West over het voorontwerpbestemnningsplan; 2. De twee zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1a te beantwoorden overeenkomstig is gesteld in de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen welke onderdeel uitmaakt van dit besluit; 3. Kennis te nemen van het gegeven dat het voorliggende bestemmingsplan past binnen de scope van het MER Haven-Stad hetgeen leidt tot de beoordeling dat het voorliggende bestemmingsplan niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat om die reden geen (geactualiseerd) milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld. Hierbij wordt verwezen naar het collegebesluit van 17 december 2019; 4. Het groepsrisico langs de N200 (Haarlemmerweg) aanvaardbaar te achten; 5. Het bestemmingsplan Heathrowstraat 10-12 (Floating Gardens) bestaande uit een verbeelding en regels en vergezeld van een toelichting, met identificatienummer NLIMR0.0363.B1903BPGST-VG01 in elektronisch en analoge vorm, gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen, overeenkomstig de van dit besluit onderdeel uitmakende Nota van

1

Jaar 2020 Afdeling 3A Nummer 98/502 Datum 27 mei 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsbesluit

wijzigingen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie, versie 5 november 2018; 6. Geen exploitatieplan vast te stellen; 7. Dat afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 20 mei 2020.

e pl atsvervangend voorzitter

Ri lTorn

2

X

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

X

X Raadsbesluit Jaar

2020

Afdeling

3A

Nummer

210 / 1190

Publicatiedatum

6 november 2020

Agendapunt

10

Datum besluit B&W

6 oktober 2020

Onderwerp

Vaststellen van het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel L-Midden. De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 6 oktober 2020 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1190); Gelet op: artikel 3.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening; - hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer; - artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; - artikel 1.1 eerste lid jo. bijlage 1, categorie 3.1 van de Crisis- en herstelwet; Besluit:

1. kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming: a. de twee ingebrachte zienswijzen naar aanleiding van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk Kavel L-Midden; en b. het positieve advies van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Nieuw-West over het ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk Kavel L-Midden; 2. de twee zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1a te beantwoorden overeenkomstig is gesteld in de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen welke onderdeel uitmaakt van dit besluit; 3.

kennis te nemen van het gegeven dat het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel LMidden past binnen de kaders van het MER Haven-Stad, hetgeen leidt tot de beoordeling dat het voorliggende bestemmingsplan Sloterdijk Kavel L-Midden niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat om die reden geen (geactualiseerd) milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld;

4. in te stemmen met in afwijking van de Nota parkeernormen Auto 2017, de parkeernorm van maximaal 0,2 parkeerplaats per woning voor het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel L-Midden, conform het MER Haven-Stad waarbinnen het bestennmingsplangebied gelegen is; 5. het risico in het kader van de externe veiligheid aanvaardbaar te achten; 6. het bestemmingsplan Sloterdijk Kavel L-Midden bestaande uit een verbeelding en regels en vergezeld van een toelichting, met identificatienummer NLIMR0.0363.B1902BPGST-VG01 in elektronisch en analoge vorm, gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Sloterdijk Kavel L1

2020 Jaar Afdeling 3A Nummer 210 / 1190 6 november 2020 Datum

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsbesluit

Midden zoals dat ter inzage heeft gelegen, overeenkomstig de van dit besluit onderdeel uitmakende Nota van wijzigingen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie, versie 2019; 7. geen exploitatieplan vast te stellen; en 8.

dat afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Wettelijke grondslag

Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.1, eerste lid. De gemeenteraad is bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. Hoofdstuk 7 Wet milieubeheer, in het bijzonder artikel 7.17 van de Wet milieubeheer. Het bevoegd gezag moet beslissen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 7 en 8. Het bevoegd gezag legt verantwoording af voor het groepsrisico in het kader van externe veiligheid. Crisis- en herstelwet, artikel 1.1, eerste lid jo bijlage 1, categorie 3.1. Het plan ziet op de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied. Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 5 november 2020. De voorzitter

Femke Halsema De aads griffier

outman

2

8

Visie 2040 Sloterdijk-Centrum Bijlagen

Bijlage 2 Verkeersonderzoek Sloterdijk 2030 Onderzoek; Team Onderzoek & Kennis - gemeente Amsterdam, 8 januari 2020

Gemeente Amsterdam

9

Versie definitief 8 januari 2020

Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum Uitgangspunten en resultaten berekeningen met VMA 2.5.2

Verkeer en Openbare Ruimte: Team Onderzoek & Kennis Verkeersonderzoek@amsterdam.nl

Rapportnummer O-190283

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

Inhoud Verkeersonderzoek

1

Sloterdijk Centrum

1

Inhoud

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Uw vraag 1.3 Resultaat 1.4 Leeswijzer

4 4 4 4 4

2. Uitgangspunten 2.1 Algemeen 2.2 Varianten 2.3.Sociaal economische gegevens 2.4 Overige instellingen

5 5 5 6 8

3. Resultaten 3.1 Variant 1: Plan met ontwikkelingen Sloterdijk Centrum 3.2 Variant 2: Plan Sloterdijk Centrum met parkeernorm

8 8 12

4. Conclusies 4.2 Variant 1: planontwikkeling Sloterdijk Centrum 4.3 Variant 2: planontwikkeling Sloterdijk Centrum met invoering van parkeernorm

15 15 15

Bijlage 1 Wat is VMA? 1.1 Inleiding 1.2 Achtergrond 1.3 Invoer, berekeningen en output

16 16 16 17

Bijlage 2 Samenvatting ‘Basisgegevens Verkeersprognoses’ 2.1 Inleiding 2.2 Infrastructuur 2.3 Sociaal-economische kenmerken en kostenontwikkeling 2.4 Beleid

18 18 18 19 21

Bijlage 3

Programma Sloterdijk Centrum

22

Bijlage 4: Verkeersregeltechnisch onderzoek Barajasbuurt Inleiding Randvoorwaarden regelbaarheid van een kruispunt

23 23 25

2

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

Verkeersregeltechnische berekening regelbaarheid Conclusies

26 27

Bijlage 5 – Intensiteiten kruispunten

28

3

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het gebied van Sloterdijk Centrum wordt de komende jaren getransformeerd naar een gemengd stedelijk gebied. Naast bedrijven en onderwijsinstellingen zullen er ook woningen, hotels en recreatiemogelijkheden worden gerealiseerd. Om inzicht te krijgen in de effecten van de planontwikkeling van Sloterdijk Centrum op de intensiteiten op het stedelijk wegennet worden de planontwikkelingen doorgerekend met het verkeersmodel Amsterdam (VMA). Het verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum wordt als input gebruikt voor de bestemmingsplanprocedure.

1.2 Uw vraag Het team Ruimte & Duurzaamheid van gemeente Amsterdam heeft gemeente Amsterdam, V&OR Team Onderzoek & Kennis gevraagd om de effecten van de nieuwe planontwikkeling inzichtelijk te maken.

1.3 Resultaat In voorliggende rapportage zijn de effecten van de planontwikkeling op het wegennet en het openbaar vervoer inzichtelijk gemaakt. Het rapport is een samenvatting van de resultaten van het verkeersonderzoek. Daarnaast zijn de resultaten van de uitgevoerde berekeningen toegevoegd als bijlage: - Intensiteiten (motorvoertuigen) van alle varianten voor de ochtendspits, avondspits en het etmaal; - Kruispuntbelastingen (I/C-verhoudingen) van alle varianten voor de ochtend- en avondspits; - Verschilplots van de referentiesituatie met de andere varianten.

1.4 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten beschreven en wordt aangegeven op welke wijze deze zijn vertaald naar modelinvoer. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van de belangrijkste effecten en in hoofdstuk 4 volgen de conclusies.

4

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

2. Uitgangspunten 2.1 Algemeen In deze paragraaf worden de uitgangspunten beschreven waarmee het onderzoek is uitgevoerd. Voor dit verkeersonderzoek is in basis aangesloten op het ‘Juridisch Programma van Eisen Verkeersonderzoeken’.

2.1.1 Studiegebied en meegenomen ontwikkelingen Het ontwikkelgebied Sloterdijk Centrum bevat het gebied dat is weergegeven in Figuur 1 met de blauwe lijnen. In dit gebied wordt het programma van Sloterdijk Centrum gerealiseerd.

Figuur 1: Studiegebied verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Alle wegen, OV-lijnen en (geregelde) kruisingen in dit gebied én rondom dit gebied zijn meegenomen in deze studie.

2.1.2 Modelversie en prognose jaren De berekeningen zijn uitgevoerd met het verkeersmodel Amsterdam (VMA), versie 2.5.2. Voor de verkeersstudie Sloterdijk Centrum is gerekend voor het jaar 2030 scenario AR (Amsterdam realistisch).

2.2 Varianten De volgende varianten zijn doorgerekend: 0. 2030 autonoom (zonder programma); 1. 2030 plan met ontwikkelingen Sloterdijk Centrum; 2. 2030 plan met ontwikkelingen Sloterdijk Centrum en verlaagde parkeernorm.

5

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

Autonome situatie 2030 In de studie is rekening gehouden met (nieuwe) infrastructuur die is gerealiseerd in 2030. Als basis is de situatie 2030 genomen zoals beschikbaar in het VMA2.5.2 De belangrijkste uitgangspunten voor het netwerk zijn: • De N200 Haarlemmerweg heeft tussen de Seineweg en ring A10 een snelheid van 50 km/u in beide richtingen (dit was 70 km/u in het VMA2.5.2); • De doorgaande route binnen Sloterdijk Centrum (Naritaweg, Barajasweg en Arlandaweg) heeft een snelheid van 50 km/u. Infrastructureel zitten er geen verschillen tussen autonome situatie en de planvariant. Voor de planvariant met parkeernorm zijn de volgende keuzes gemaakt: • Voor het SITA kavel wordt aangesloten bij de studie voor het SITA kavel met een parkeernorm van 0,3; • Voor de overige zones in Sloterdijk Centrum wordt gerekend met een parkeernorm van 0,2.

2.3.Sociaal economische gegevens 2.3.1 Inwoners en arbeidsplaatsen Indeling gebieden Sloterdijk Centrum Binnen het studiegebied zijn voor het Sloterdijk Centrum aanpassingen doorgevoerd volgens de meest recente inzichten, zoals toegestuurd door Ruimte en Duurzaamheid op 14 juni 2019. Het programma betreft tot 2030 een beeld van circa 350.000 m2 kantoor/bedrijfsfunctie en 4.500 woningen. Dit programma is onderverdeeld in deelgebieden (zones), omdat de standaardindeling van de gebieden in VMA te grofmazig is. Binnen het studiegebied Sloterdijk Centrum zijn 5 gebieden toegevoegd om een realistischer beeld te kunnen geven van de verkeersstromen. Uitgangspunten programma Sloterdijk Centrum Voor het bepalen van het aantal arbeidsplaatsen, inwoners en bezoekers zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd voor het programma Sloterdijk Centrum: • De gebruikte oppervlaktes zijn geleverd door R&D, samenvatting van het eindbeeld per zone staat in Bijlage 3; • De oppervlaktes zijn omgerekend naar arbeidsplaatsen en inwoners conform de standaard omrekenfactoren voor Amsterdam, uitzondering hierop is het SITA kavel, hierbij is aangesloten bij de parameters gebruikt bij de studie van het SITA kavel; • Bedden in hotels zijn volgens de standaard rekenmethodiek bepaald op basis van de oppervlaktes van hotels; • De leerling plaatsen zijn overgenomen uit SITA kavel en de bestaande situatie.

6

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

Overige gebieden Voor het gebied buiten het studiegebied worden de standaard uitgangspunten gehanteerd behorende bij VMA2.5.2. Overzicht De deze pagina benoemde uitgangspunten leiden per gebied tot een aantal inwoners en arbeidsplaatsen voor het jaar 2030. Deze zijn weergegeven in de volgende tabel: Tabel 1: Inwoners en arbeidsplaatsen in ontwikkelzones van Sloterdijk Centrum Autonoom 2030 Zone

Inwoners

Plan 2030

Arbeidsplaatsen

Inwoners

Arbeidsplaatsen

631

160

4.782

893

1.212

632

32

146

1.218

51

634

43

433

734

147

1137

43

433

1.363

311

1138

32

146

1.619

248

1139

0

317

0

22

1140

43

433

1.878

303

1141

168

2.526

0

7.582

Uitgangspunten autonome situatie De autonome situatie (2030) is gelijk genomen aan het VMA2.5.2, waarbij wel inwoners, arbeidsplaatsen en oppervlaktes zijn verdeeld over de gesplitste zones. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie, het aantal verplaatsingen per periode (ochtendspits, avondspits en restdag), van het plan is berekend door het Verkeersmodel Amsterdam (VMA).

2.3.2 Speciale voorzieningen Hotels Hotels zorgen naast arbeidsplaatsen ook voor bezoekers. Hiervoor zijn voor de hotels de volgende waarden ingevoerd. Er is gerekend met de standaardwaarde van 2 bedden per kamer. Tabel 2: Doorgevoerde hotels in het VMA voor Sloterdijk Centrum voor het jaar 2030 Zone

Aantal bedden autonoom

Aantal bedden plan

631

0

1677

632

858

0

634

88

0

1137

0

483

1138

0

1020

1141

0

1255

7

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

2.4 Overige instellingen Voor een overzicht van de belangrijkste instellingen van het VMA wordt verwezen naar Bijlage 2.

3. Resultaten De resultaten van het model zijn per variant in dit hoofdstuk uiteengezet. In de paragrafen zijn de volgende aspecten behandeld: • Tabel met intensiteiten in Sloterdijk centrum (motorvoertuigen). • Kruispuntbelastingen In Figuur 2 zijn de locaties weergegeven waarover intensiteiten (rode streep) of kruispuntbelastingen (blauwe cirkel) worden geleverd.

Figuur 2: Locaties intensiteiten en geregelde kruisingen in studiegebied

3.1 Variant 1: Plan met ontwikkelingen Sloterdijk Centrum

8

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

In variant 1 zijn de planontwikkelingen van Sloterdijk Centrum ten opzicht van de autonome situatie berekend en inzichtelijke gemaakt. Door de planontwikkeling is er sprake van een lichte toename van het aantal arbeidsplaatsen en een behoorlijke toename van het aantal inwoners in het gebied. Hierdoor neemt het aantal ritten van het naar het studiegebied toe. Er zijn geen infrastructurele aanpassingen doorgevoerd.

3.1.1 Intensiteiten op doorsnede De intensiteit, de hoeveelheid voertuigen of personen per wegvak per periode, is vergeleken om inzicht te krijgen in de verschillen tussen autonome situatie en planvariant. Tabel 3: Intensiteiten (motorvoertuigen), vergelijking autonoom met plansituatie

#

Omschrijving

2030 autonoom Zonder programma

2030 plan Met programma Sloterdijk Centrum aantal

+/- abs

+/- %

1

Seineweg, nabij kruising basisweg

11.310

11.660

350

3%

2

Radarweg, ten noorden van basisweg

12.860

12.590

-270

-2%

3

Basisweg, voor aansluiting A10

33.910

35.610

1.700

5%

4

Naritaweg, voor kruising Seineweg

1.500

2.300

800

53%

5

Seineweg, voor kruising Haarlemmerweg

13.850

14.290

440

3%

6

Haarlemmerweg, voor kruising Seineweg

25.230

25.200

-30

0%

7

Radarweg, voor kruising Haarlemmerweg

7.430

10.030

2.600

35%

8

Kimpoweg, voor kruising Haarlemmerweg

11.210

11.150

-70

-1%

9

Haarlemmerweg, voor kruising Kimpoweg

26.470

27.960

1.490

6%

In de resultaten valt het volgende op: • De verschillen tussen de autonome situatie en de variant met programma bevinden zich voornamelijk in het oostelijke gedeelte van Sloterdijk Centrum, net west van station Sloterdijk. Dit is te verklaren aangezien het grootste deel van de groei in dit gebied plaatsvind. • Naast de absolute groei is ook de oriëntatie van het verkeer op het Oosten gericht (ring A10). • Op de andere wegen is het verschil tussen autonoom en plan beperkt.

9

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

3.1.2 Kruispuntbelastingen Het VMA geeft een eerste inschatting of een (geregeld) kruispunt de verkeersstroom kan verwerken. In de volgende paragraaf zijn de resultaten van de globale analyse van de kruisingen weergegeven. Globale analyse kruispuntenbelastingen De kruispuntbelastingen zijn voor zowel ochtend- als avondspits op de belangrijkste kruispunten in het studiegebied uit het model gehaald. Hierbij geldt: • Een waarde van boven de 1,00 betekent dat de verkeerslichten de verkeersstroom niet kunnen verwerken. Dit leidt tot wachtrijen en vertraging; • Een streefwaarde van maximaal 0,85 is beleid in Amsterdam. Het studiegebied heeft 8 geregelde kruispunten, weergegeven in Figuur 3. De kruispunten worden van boven naar beneden en van links naar rechts behandeld.

Figuur 3: Geregelde kruispunten Sloterdijk Centrum

10

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

Tabel 4: Beoordeling verkeersregelinstallaties voor ochtendspits (OS) en avondspits (AS) voor plan variant #

2030 autonoom Omschrijving

OS

2030 plan

AS

OS

Verschil

AS

OS

AS

1

Basisweg - Seineweg

1,03

0,84

1,07

0,77

0,04

-0,07

2

Basisweg - Radarweg

1,05

1,03

1,08

1,05

0,03

0,02

3

Basisweg - La Guardiaweg

0,93

0,55

1,02

0,64

0,09

0,09

4

Naritaweg - Seineweg

0,77

0,48

0,86

0,56

0,09

0,08

5

Arlandaweg - Radarweg

0,88

0,75

0,97

0,92

0,09

0,17

6

Haarlemmerweg - Seineweg

0,96

0,99

0,96

0,99

0,00

0,00

7

Haarlemmerweg - Radarweg

0,84

0,88

0,87

0,94

0,03

0,06

8

Haarlemmerweg - Kimpoweg

0,91

1,06

0,91

1,01

0,00

-0,05

In de resultaten valt het volgende op: • Over het algemeen zitten de (geregelde) kruisingen in het gebied aan hun capaciteit; bijna alle I/C-waarden zijn hoger dan 0,85 die de gemeente als streefwaarde heeft gesteld. Dit geldt in de autonome situatie én in de variant met volledige ontwikkeling Sloterdijk Centrum. Dit betekent dat bij fluctuaties in de verkeersstroom verkeersproblemen kunnen ontstaan in het gehele gebied. In de plansituatie is het aantal overschrijdingen hoger dan bij autonoom.

3.1.3 Modal split De modal split is de verdeling tussen de vervoermiddelen van de verplaatsingen van en naar de zones in Sloterdijk Centrum. De modal split verandert beperkt: het gebruik van het openbaar vervoer neemt relatief iets toe, het auto-, fietsgebruik en lopen nemen licht af door het toevoegen van het programma. Dit komt voornamelijk door de drukte bij het autoverkeer, waarbij het openbaar vervoer relatief aantrekkelijker wordt.

11

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

3.2 Variant 2: Plan Sloterdijk Centrum met parkeernorm Gezien in de autonome situatie in het studiegebied al grote drukte wordt voorzien op de geregelde kruispunten, wordt er ook een variant doorgerekend met toepassing van een parkeernorm.

3.2.1 Intensiteiten op doorsnede De intensiteit, de hoeveelheid voertuigen of personen per wegvak per periode, is vergeleken om inzicht te krijgen in de verschillen. Tabel 5: Intensiteiten (motorvoertuigen), vergelijking autonoom met plansituatie met parkeernorm

#

Omschrijving

2030 autonoom

2030 plan met parkeernorm

Zonder programma

Met programma Sloterdijk Centrum aantal

+/- abs

+/- %

1

Seineweg, nabij kruising basisweg

11.310

11.300

-10

0%

2

Radarweg, ten noorden van basisweg

12.860

12.630

-230

-2%

3

Basisweg, voor aansluiting A10

33.910

34.070

150

0%

4

Naritaweg, voor kruising Seineweg

1.500

1.700

210

14%

5

Seineweg, voor kruising Haarlemmerweg

13.850

13.920

70

1%

6

Haarlemmerweg, voor kruising Seineweg

25.230

25.200

-30

0%

7

Radarweg, voor kruising Haarlemmerweg

7.430

8.760

1330

18%

8

Kimpoweg, voor kruising Haarlemmerweg

11.210

10.180

-1030

-9%

9

Haarlemmerweg, voor kruising Kimpoweg

26.470

27.110

640

2%

Vergelijking Autonoom – Plan Sloterdijk Centrum met parkeernorm • Door de parkeernorm wordt de vraag naar autoritten behoorlijk getemperd. Alleen op de Radarweg richting de Haarlemmerweg is nog een grote groei van het autoverkeer te zien. Relatief gezien neemt de Naritaweg met +14% ook fors toe, maar dit gaat om een in totaal lagere intensiteit. Op andere wegen blijft het verkeer nagenoeg gelijk of is zelfs een afname zichtbaar ten opzichte van de autonome situatie. Vergelijking variant 1 en 2, effect invoeren parkeernorm Het belangrijkste verschil van het invoeren van de parkeernorm is de afname van het aantal autoritten. Deze afname is zichtbaar over het gehele gebied van Sloterdijk Centrum.

12

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

3.2.2 Kruispuntbelastingen Indien een kruispunt overbelast raakt zal verkeer een andere route zoeken en mogelijk knelpunten buiten het studiegebied veroorzaken. In onderstaande tabel is weergegeven welke kruisingen aandachtspunten zijn (I/C > 0,85). Deze zijn rood gekleurd. Tabel 6: Beoordeling verkeersregelinstallaties voor ochtendspits (OS) en avondspits (AS) voor variant 2 2030 autonoom

# Omschrijving

OS

2030 plan + parkeernorm

AS

OS

AS

Verschil OS

AS

1

Basisweg - Seineweg

1,03

0,84

1,05

0,77

0,02

-0,07

2

Basisweg - Radarweg

1,05

1,03

1,07

1,02

0,02

-0,01

3

Basisweg - La Guardiaweg

0,93

0,55

0,97

0,58

0,04

0,03

4

Naritaweg - Seineweg

0,77

0,48

0,73

0,33

-0,04

-0,15

5

Arlandaweg - Radarweg

0,88

0,75

0,94

0,89

0,06

0,14

6

Haarlemmerweg - Seineweg

0,96

0,99

0,96

0,98

0,00

-0,01

7

Haarlemmerweg - Radarweg

0,84

0,88

0,86

0,94

0,02

0,06

8

Haarlemmerweg - Kimpoweg

0,91

1,06

0,90

1,00

-0,01

-0,06

Vergelijking autonoom – Plan Sloterdijk Centrum met parkeernorm In de resultaten valt het volgende op: • Ondanks de parkeernorm neemt de druk op de verkeerslichten nog steeds licht toe • Vooral de toename van het verkeer op de Radarweg leidt tot extra aandachtspunten. Daarentegen zou het kunnen dat de grote stromen op de andere kruisingen deels ook tot andere routekeuze hebben geleid. Hiermee zorgt een verbetering voor een kruising nog niet automatisch voor een oplossing, het kan zijn dat de routekeuze weer verandert en dezelfde kruising alsnog weer zwaarder wordt belast. Vergelijking variant 1 en 2 In de resultaten valt het volgende op: • De lagere vraag naar autoritten leidt ook tot een lagere I/C belasting op de kruispunten. • Aangezien de parkeernorm uniform is ingevoerd over het gebied (alleen het SITA kavel heeft met 0,3 en licht vrijere parkeernorm), is het effect ook uniform over de zones verdeeld. Aanvullende kruispuntanalyses In aanvulling op het verkeersonderzoek is door R&D een nadere analyse uitgevoerd op de kruispunten. De notitie van dit onderzoek staat in Bijlage 4, de gebruikte kruispuntstromen staan in Bijlage 5. Uit dit onderzoek blijkt dat alle kruispunten binnen 2030 met Plan en parkeernorm regelbaar zijn.

Uit het bestemmingsplan onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van Sloterdijk Centrum haalbaar is, maar uit de overige ontwikkelingen van Haven-Stad worden wel knelpunten in het gebied verwacht. Knelpunten uit de ontwikkelstrategie van Haven-Stad moeten ook in Haven-Stad opgelost worden

13

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

3.2.3 Modal split De modal split is de verdeling tussen de vervoermiddelen van de verplaatsingen van en naar de zones in Sloterdijk Centrum. De modal split verandert als gevolg van de parkeernorm fors: het gebruik van de auto neemt stevig af, het gebruik van openbaar vervoer en fiets nemen licht toe. Ten opzichte van de autonome situatie daalt het aantal autoritten ook licht, maar stijgen juist het aantal fiets en openbaar vervoer ritten fors.

14

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

4. Conclusies In het kader van het project Sloterdijk Centrum zijn modelberekeningen uitgevoerd met het VMA 2.5.2 voor het jaar 2030 AR (Amsterdam Realistisch). In deze verkeersstudie zijn twee varianten doorgerekend: een referentiesituatie met ontwikkeling Sloterdijk Centrum en een variant met invoering van een parkeernorm (ook met ontwikkeling Sloterdijk Centrum). Op basis hiervan zijn de verkeerskundige effecten van de ontwikkeling van project Sloterdijk Centrum in beeld gebracht. Hieronder volgen de conclusies:

4.1 Autonome situatie •

•

Over het algemeen zitten de (geregelde) kruisingen in het gebied aan hun capaciteit; bijna alle I/C-waarden zijn hoger dan 0,85 die de gemeente als streefwaarde heeft gesteld. Dit betekent dat bij fluctuaties in de verkeersstroom verkeersproblemen kunnen ontstaan in het hele gebied. Aanvullend (detail)onderzoek is gewenst om in te schatten hoe groot de problemen zijn en welke (infrastructurele) maatregelen eventueel nodig zijn. De resultaten sluiten aan bij eerder uitgevoerde studies: de verkeersdruk in het gebied is groot, ingrijpen lijkt nodig.

4.2 Variant 1: planontwikkeling Sloterdijk Centrum De belangrijkste conclusies van de planvariant zijn: •

• •

Over het algemeen zitten de (geregelde) kruisingen in het gebied aan hun capaciteit; bijna alle I/C-waarden zijn hoger dan 0,85 dat beleid in Amsterdam als streefwaarde heeft gesteld. Dit betekent dat bij fluctuaties in de verkeersstroom verkeersproblemen kunnen ontstaan in het hele gebied. Indien er voor variant 1 zou worden gekozen, is er aanvullend (detail)onderzoek gewenst om in te schatten hoe groot de problemen zijn en welke (infrastructurele) maatregelen eventueel nodig zijn. Het grootste knelpunt zijn de verkeerslichten aan de Basisweg. De ontsluitingswegen om aan de noordzijde de wijk te verlaten zitten het dichtst aan hun capaciteit. De verschillen in intensiteiten tussen de autonome situatie en de varianten met programma bevinden zich voornamelijk op de Radarweg en de wegen die vanaf de Radarweg naar de aansluitingen op de A10 leiden.

4.3 Variant 2: planontwikkeling Sloterdijk Centrum met invoering van parkeernorm De belangrijkste conclusie van variant 2 is: • Uit het verkeersonderzoek met het aanvullende verkeersregeltechnisch onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van Sloterdijk Centrum haalbaar is. • Uit de overige ontwikkelingen van Haven-Stad worden wel knelpunten in het gebied verwacht, maar knelpunten uit de ontwikkelstrategie van Haven-Stad moeten ook in Haven-Stad worden opgelost.

15

Gemeente Amsterdam Verkeersonderzoek Sloterdijk Centrum

Versie definitief 8 januari 2020

Bijlage 1 Wat is VMA?

1.1

Inleiding

Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) van gemeente Amsterdam maakt voor zijn verkeersberekeningen gebruik van het verkeersmodel VMA (Verkeersmodel Amsterdam). Het VMA is een stedelijk verkeersmodel voor de stad Amsterdam voor strategische weg- en OVstudies. De basis voor het model bestaat uit onderzoeksgegevens uit verkeersenquêtes, verkeerstellingen, kenmerken van het wegen- en OV-net en kennis over de ruimtelijke ordening in termen van aantallen inwoners en arbeidsplaatsen. Voor het verleden en het heden zijn deze gegevens bekend, voor de toekomstige situatie worden inschattingen hiervan gebruikt. Met het model worden, op basis van deze informatie, uitspraken gedaan over het verkeer en vervoer in brede zin. VMA onderscheidt de vervoerswijzen auto, fiets en openbaar vervoer, waarbij het openbaar vervoer een verdere opsplitsing naar bus, tram, metro en trein kent. Modellen geven een zo goed mogelijke weergave van de werkelijkheid. Ieder model heeft echter zijn beperkingen omdat er altijd aannames gemaakt moeten worden, de data waarop het model gebaseerd is, zijn beperkingen heeft en er altijd een afweging plaatsvindt tussen kwaliteit, planning en beschikbare middelen (tijd en geld).

Een perfect model bestaat niet, daarom is het aan te raden om bekende beperkingen en tekortkomingen zo expliciet mogelijk te maken voor de gebruiker, zodat hier bij het gebruik van het model en interpretatie van de modelresultaten zo goed mogelijk rekening mee kan worden houden. Deze toelichting beschrijft de belangrijkste aandachtspunten van VMA. Voor een gedetailleerde toelichting van de aandachtspunten en een toelichting op de werkwijze van het VMA 1.0 wordt verwezen naar de Bijsluiter en de Technische Rapportage1.

1.2

Achtergrond

Het stedelijk Verkeersmodel Amsterdam (VMA) is het eerste gedesaggreerde stedelijke verkeersmodel in Nederland. De methodiek is gebaseerd op het LMS en NRM, en lijkt ook sterk op het regionale verkeersmodel VENOM. Het VMA deelt echter zowel het autoverkeer als het Openbaar Vervoer toe binnen OmniTRANS. De netwerken zijn ook volledig binnen OmniTRANS gemodelleerd. Daarnaast is de kalibratie uitgevoerd met het programma SMC in OmniTRANS.

1

Beiden op te vragen bij de afdeling Kennis en Onderzoek of door een mail te sturen aan verkeersonderzoek@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9776697/1