02. Bestuurlijke reactie Evaluatie Bestuurlijk stelsel Amsterdam
Tekst van het document
Bestuurlijke reactie evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam 2025
-
16 september 2025College van B&W
0
Bestuurlijke reactie evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam 2025
Inhoud 1 Inleiding...................................................................................................................2 1.2 Kernpunten ...............................................................................................................................3 2 Doorontwikkeling bestuurlijk stelsel Amsterdam komende bestuursperiode.................4 2.1 Doorontwikkeling bestuurlijk samenspel en samenwerking ......................................................5 2.1.1 Duidelijkere uitleg doel, positie en rol van SDC’s in verordening .............................................5 2.1.2 Vereenvoudigen instrumenten stadsdeelcommissies.............................................................6 2.1.3 Versterken samenspel DB’s en college....................................................................................7 2.1.4 Versterken samenspel SDC/DB...............................................................................................7 2.1.5 Versterken samenspel SDC en raad ........................................................................................7 2.2 Doorontwikkeling adviesprocessen in beleids- en besluitvorming.............................................8 2.2.1 Vroegtijdige afstemming .......................................................................................................8 2.2.2 Vergroten kracht van adviezen:
stadsdeelspecifieke focus .....................................................9 2.2.3 Betere herkenbaarheid en verwerking stadsdeeladviezen......................................................9 2.2.4 Versterken informatiepositie stadsdeelcommissies..............................................................10 2.2.5 Doorontwikkeling participatie in relatie tot SDC’s en DB’s....................................................10 2.3 Doorontwikkeling juridische taken en verantwoordelijkheden ................................................12 2.3.1 Verdeling en afbakening taken en bevoegdheden ................................................................12 2.4 Doorontwikkeling communicatie en betere uitleg over bestuurlijk stelsel ...............................14 2.5.1 Betere communicatie zodat Amsterdammers hun beter weg weten te vinden .....................14 2.5.2 Betere communicatie en uitleg voor bestuur en organisatie .................................................15 3 Bestuursvorm stadsgebied Weesp............................................................................15 3.1 Evaluatie bestuursvorm stadsgebied Weesp ............................................................................15 3.2 Bestuurlijke reactie bestuursvorm Weesp................................................................................16 4 Doorkijk op lange termijn
........................................................................................17 4.1 Doel van het stelsel leidend, ook voor de lange termijn............................................................17 4.2 Inhoudelijke aandachtspunten ................................................................................................18 4.3 Ontwikkelaanpak ....................................................................................................................18
1
1 Inleiding
De bestuurlijke reactie bevat de reactie van het college op de evaluatie van het bestuurlijk stelsel waarin ook de reactie is verwerkt op de adviezen van DB’s en SDC’s van de stadsdelen en de BC Weesp op de voorgenomen bestuurlijke reactie van 27 mei 2025. De reactie op deze adviezen is verder toegelicht in de nota van beantwoording. De wijzigingsvoorstellen zijn tevens verwerkt in een gewijzigde Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam. Deze voorstellen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Doel is dat de gemeenteraad de concept wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 najaar 2025 kan vaststellen, wat nodig is gelet op de voorbereiding van gemeenteraadverkiezingen op 18 maart 2026. Dit voorjaar zijn twee evaluaties uitgevoerd over onderdelen van het bestuurlijk stelsel in Amsterdam. De eerste evaluatie richt zich op de delen van Amsterdam, waarvoor het bestuurlijk stelsel geldt met een gekozen stadsdeelcommissie (SDC) en een benoemd dagelijks bestuur (DB) voor de zeven stadsdelen. Deze evaluatie geeft uitvoering aan de motie van raadslid De GraveVerkerk. Deze is door de raad aangenomen op 8 juli 2021 (motie 540.21, TA2021-000852).
De focus van de bestuurlijke reactie ligt in het verlengde hiervan op de vraag welke doorontwikkeling van het bestuurlijke stelsel, dat in 2022 is ingevoerd, noodzakelijk is voor de daaropvolgende bestuursperiode. De tweede evaluatie heeft betrekking op de bestuursvorm voor het stadsgebied Weesp. Deze is als pilot afgesproken bij de fusie met de gemeente Amsterdam in 2022. Deze afspraak is vastgelegd in het bestuursakkoord met Weesp (11 februari 2020). Daarin is onder andere vastgelegd dat het stadsgebied Weesp een gekozen volksvertegenwoordiging in de vorm van een bestuurscommissie krijgt, die uit haar midden een dagelijks bestuur kiest (monistisch karakter). Ook is vastgelegd dat deze vorm als pilot na drie jaar geëvalueerd zal worden om te bezien of de gekozen systematiek werkbaar is en daarmee de belofte van nabijheid van bestuur voldoende is ingevuld. De gemeenteraad heeft op 11 november 2021 de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam vastgesteld. Daarin zijn aanpassingen vastgelegd van het bestuurlijk stelsel en de positie van de Bestuurscommissie (BC) stadsgebied Weesp. Inbreng en participatie vooraf Bij beide evaluatieonderzoeken is op diverse manieren gebruik gemaakt van inbreng vanuit verschillende doelgroepen. Zo zijn inwoners bevraagd via een O&S enquête in Weesp en focusgroepen over hun ervaringen met het bestuurlijk stelsel.
Verder zijn raadsleden, collegeleden, DB-leden, SDC-leden en ambtenaren benaderd. De inbreng daaruit is vertaald in optimalisaties en technische verbeteringen binnen de structuur van het bestuurlijke stelsel. Deze hebben voornamelijk betrekking op de werkwijze van de SDC’s, DB’s, BC Weesp, de Raad en het college.
2
Vervolg van het proces Het college heeft op basis daarvan op 27 mei 2025 een voorlopige bestuurlijke reactie vastgesteld. Deze is aangeboden aan de gemeenteraad. Het college heeft de raadscommissie SED daarbij een discussienota aangeboden en heeft advies gevraagd aan de DB’s en SDC’s van de stadsdelen en de bestuurscommissie Weesp. Deze adviezen zijn aan het begin van het zomerreces 2025 ontvangen.
1.2 Kernpunten Met interesse heeft het college kennisgenomen van het evaluatierapport van het adviesbureau Necker en de evaluatie van de Bestuurscommissie Weesp en de adviezen op de voorgenomen bestuurlijke reactie van het college van 27 mei 2027. Hoofdlijn daarvan heeft betrekking op voornamelijk werking van het stelsel, informatievoorziening en technische aanpassingen. Gerealiseerde verbeteringen en nieuwe aandachtspunten Uit het rapport van Necker blijkt dat eerdere aanpassingen van het stelsel hun vruchten hebben afgeworpen en dat veel versterkingen in de praktijk goed zijn opgepakt. Voorbeelden zijn de verruiming van het actief en passief kiesrecht, het betere samenspel tussen DB’s en college, elementen om de positie van de SDC’s te versterken, waaronder de SDC-hoorzittingen bij de benoeming van DB leden en het instellen van aparte bestuurscommissies. Tegelijk is ook duidelijk dat er ook nog verbeteringen mogelijk blijven. Optimalisaties in de doorontwikkeling stelsel Voor de komende bestuursperiode stelt het college doorontwikkeling voor, die er onder andere voor zorgt dat het stelsel voor inwoners en professionele gebruikers effectiever, begrijpelijker, eenvoudiger en daarmee meer navolgbaar en toegankelijker wordt. Hiermee kiest het college nu voor continuïteit en rust in het stelsel.
Immers: “een bestuurlijk stelsel heeft tijd nodig om goed te functioneren” aldus de onderzoekers van Tilburg University in de evaluatie voor het bestuurlijk stelsel 2022. Om een stelsel tot wasdom te brengen, helpt het om niet elke bestuursperiode ingrijpende wijzigingen door te voeren.
De (samen)werking van het stelsel verbeteren. o Verduidelijking van de rol van de SDC’s; o Vereenvoudiging en harmonisatie van het instrumentarium van de SDC’s; o Verder versterken van samenspel tussen het college van B&W en de DB’s, tussen de DB’s en SDC’s en tussen de gemeenteraad en SDC’s; o Bij stedelijke adviesaanvragen een scherpere focus op stadsdeelspecifieke aspecten, met vroegtijdige afstemming, betere termijnplanningen en terugkoppeling; o Voortzetten versterking van participatie en de rol van SDC’s en DB’s daarbij. Betere informatievoorziening. o Beter begrijpelijke en toegankelijke uitleg, ondersteuning en communicatie over het stelsel voor Amsterdammers, bestuur en ambtelijke organisatie; o Versterken van de informatierechten van de stadsdelen in de Verordening. Technische aanpassingen. o Deze hebben onder meer betrekking op wijzigingen die voortvloeien uit de kieswet.
3
Het college ziet vooralsnog geen mogelijkheden om de aanbevelingen van Necker over versterking van de ambtelijke capaciteit over te nemen, gelet op de druk op de begroting. Bestuursvorm Weesp De Bestuurscommissie Weesp (BC) geeft aan dat de gekozen bestuursvorm Weesp heeft gewerkt voor deze overgang. De bestuurscommissie, met een uit eigen midden gekozen DB, heeft de overgang en gewenning van de zelfstandige gemeente Weesp naar de gemeente Amsterdam vergemakkelijkt. Het college stelt voor deze bestuursvorm de komende bestuursperiode voort te zetten. Dit geeft Weesp meer tijd voor gewenning en inbedding in de gemeente Amsterdam, die rekening houdt met de specifieke kenmerken van Weesp. Tevens stelt het college voor om in de verordening op te nemen dat de bestuurscommissie op uitnodiging van het college adviezen kan toelichten in de raadscommissie, zoals dat ook is vastgelegd voor DB-leden van stadsdelen. Andere langere termijn aanpak om stelsel te blijven versterken Het college geeft tot slot in overweging om te komen tot een andere veranderaanpak om te werken aan verdere verbeteringen van het bestuurlijk stelsel dan die de afgelopen decennia gebruikelijk was. De afgelopen keren werden de wijzigingen van het stelsel vastgesteld op basis van externe evaluaties vlak voor de bestuurswisseling.
Optie die het college in overweging geeft, is om vanaf het begin van de nieuwe bestuursperiode samen met het college, de raad, bestuurscommissies, Amsterdammers en de ambtelijke organisatie de fundamentele vraag te onderzoeken naar de koers en met welke ontwikkelaanpak het bestuurlijk stelsel kan worden versterkt op langere termijn. Het doel van het stelsel is daarbij leidend, namelijk hoe het gemeentebestuur met de ambtelijke organisatie kan zorgen dat ons beleid, onze taken, diensten en uitvoering zo goed mogelijk blijven aansluiten op behoeften en wensen van onze inwoners in de stad, buurten en wijken. De coalitiemiddelen voor democratisering, waaruit onder andere o0k deze evaluaties zijn gefinancierd, zijn niet meer beschikbaar vanaf 2027. Indien de nieuwe raad en de coalitie kiezen voor een andere lange termijnaanpak en/of weer een of meerdere evaluaties dan zijn daarvoor ook middelen nodig.
2 Doorontwikkeling bestuurlijk stelsel Amsterdam komende bestuursperiode
Uit het evaluatierapport van Necker blijkt dat eerdere aanpassingen in het stelsel hun vruchten hebben afgeworpen en dat een aantal goed is opgepakt in de praktijk, maar ook dat er nog verbeterpunten zijn. Uit het rapport blijkt ook dat het nog niet voor iedereen voldoende duidelijk is hoe het stelsel werkt, waardoor niet iedereen goed zijn weg weet te vinden. Dit terwijl het stelsel juist bedoeld is dat het bestuur voor inwoners meer nabij, toegankelijk en bereikbaar is. Om die reden geven we eerst de kern weer van de rollen van de SDC’s, waarna voorstellen volgen over het vereenvoudigen van instrumenten, versterken van samenspel, verbetering van adviesprocessen, versterken van de rol van de SDC’s en DB’s bij bevorderen participatie, verhelderen van de verordening en het verbeteren van de uitleg en communicatie over het stelsel.
4
2.1 Doorontwikkeling bestuurlijk samenspel en samenwerking 2.1.1 Duidelijkere uitleg doel, positie en rol van SDC’s in verordening Duidelijkere uitleg over de SDC’s in de verordening Het college zal de rol van de SDC verduidelijken in de verordening. De kern is dat de SDC zich primair op het DB richt en drie belangrijke rollen vervult. Dit zal in lijn met onderstaande tekst in deze paragraaf verduidelijkt worden in de verordening. Omdat de uitleg over de rol van de SDC ook relevant is voor andere optimalisatiewensen die naar voren zijn gekomen vanuit het evaluatieonderzoek, volgt hieronder een korte uiteenzetting. SDC als territoriale bestuurscommissie In elk stadsdeel is er een door inwoners gekozen stadsdeelcommissie, die door de gemeenteraad wordt benoemd. Deze treedt op als volksvertegenwoordiger van de stadsdeelinwoners en adviseert en controleert het dagelijks bestuur. De SDC is een territoriale bestuurscommissie van de raad en is vooral gericht op haar eigen DB. De gemeenteraad stelt de SDC in om, met de blik van de bewoners uit het stadsdeel, de democratische controle van DB te verzorgen en in de advisering aan DB en college de stadsdeelbelangen mee te geven. Dit doet de SDC door adviezen te geven over de uitvoering van stedelijk beleid door het DB (en via het DB richting het college).
Daarnaast adviseert de SDC ook over de lokale impact van voorgenomen stedelijk beleid, als de SDC dat ook relevant voor het stadsdeel acht. Drie hoofdtaken SDC’s In het Amsterdamse stelsel is geprobeerd binnen de wettelijke kaders de rol van een stadsdeelcommissielid die van raadsleden te laten benaderen. Gemeenteraadsleden hebben drie belangrijke taken: kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend. Voor stadsdeelcommissieleden zijn er ook de drie hoofdtaken: richtinggevend (door adviezen), controlerend en volksvertegenwoordigend. Hierbij geldt wel de duidelijke beperking dat de stadsdeelcommissie zich bij deze drie taken op de inwoners, ondernemers en de buurten en wijken van het stadsdeel richt. Het is immers een gebiedscommissie (territoriale bestuurscommissie). Daarbij heeft de SDC uitsluitend een adviserende bevoegdheid en niet de besluitvormende zoals de gemeenteraad. Richtinggevend: adviezen Directe advisering van de SDC richt zich in hoofdzaak op haar eigen DB. Ook als het om taken van het college gaat, adviseert de stadsdeelcommissie primair het dagelijks bestuur, dat het advies van de commissie vervolgens onder de aandacht van het college brengt. Controlerend: vragen Om invulling te geven aan de controlerende taak kan de SDC vragen stellen aan het DB.
Bij de controlerende taak toetst de SDC of het dagelijks bestuur zijn taken als verlengd lokaal bestuur van het college uitvoert in lijn met vastgesteld stedelijk beleid en door de stadsdeelcommissie binnen die kaders uitgebrachte adviezen. Mocht de SDC niet tevreden zijn met de reactie van DB en/of college, dan kan zij zich wenden tot de gemeenteraad. Dit kan ook in gevallen waarin de gemeenteraad een onderwerp bespreekt waarover de SDC nog niet heeft kunnen adviseren en dat wel wil doen.
5
Volksvertegenwoordigend: ogen en oren De SDC-leden zijn direct gekozen door de bewoners van het stadsdeel. Belangrijk onderdeel van hun taak is signalen vanuit de buurten in het stadsdeel meenemen in hun gevraagde en ongevraagde adviezen richting het DB. Daar waar Necker spreekt over de ‘ogen en oren’-functie is er sprake van de volksvertegenwoordigende taak.
2.1.2 Vereenvoudigen instrumenten stadsdeelcommissies Doel en eenduidigheid vergroten om ervaren complexiteit verminderen Necker constateert grote verschillen in gebruik van het instrumentarium per stadsdeel. In het rapport wordt aanbevolen om te zorgen dat verschillen in overeenstemming blijven met het doel van het instrumentarium. Het college acht het van belang dat onduidelijkheid wordt voorkomen bij bewoners en andere gebruikers van het stelsel (raad, college en ambtenaren). Daarom verdient het de voorkeur om voor de hele gemeente tot eenduidig gebruik van instrumenten te komen. Dit vermindert ook de ervaren complexiteit voor zowel commissieleden, ambtenaren als inwoners over het stelsel. Het college stelt daarom voor het instrumentarium te vereenvoudigen door de term ‘advies’ in alle gevallen te gebruiken waarin de stadsdeelcommissie richting wil geven aan het handelen van het dagelijks bestuur, voorstelt iets te gaan doen in het stadsdeel, het dagelijks bestuur verzoekt iets uit te zoeken of reageert op voorstellen of conceptadviezen aan het college. Daarnaast blijft het instrument van het stellen van vragen bestaan als controle-instrument van individuele commissieleden. Dit betekent dat het college voorstelt moties en voorstellen als losstaande instrumenten in de verordening te schrappen.
Deze instrumenten hebben namelijk in de context van de stadsdeelcommissie, anders dan bij de gemeenteraad,1 geen helder te onderscheiden functie en zorgen daarom mogelijk juist voor onduidelijkheid. In de toelichting in de verordening over het instrumentarium van de SDC wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen de functies van het advies, de motie en het (initiatief)voorstel.2 Het verschillend gebruik van de instrumenten in de stadsdelen toont ook aan dat de grens vaak diffuus is. De voorgestelde versimpeling van het instrumentarium gaat verkeerde interpretaties tegen en kan daarmee de positie van de commissies zelfs versterken. Op deze wijze zal ook elke stadsdeelcommissie een duidelijke vergelijkbare administratie hebben, waarin wel de mogelijkheid bestaat onderscheid te maken tussen gevraagd en ongevraagd advies. De versimpeling maakt het ook voor de inwoners eenvoudiger te begrijpen. 1 De raad spreekt met een motie een oordeel of verzoek uit aan het college. Het college voert een motie uit,
behoudens gemotiveerde uitzonderingen. Een advies van de SDC kan dezelfde functie vervullen. Het is zwaarwegend en het bestuur kan alleen gemotiveerd afwijken. De motie heeft dus in de context van de stadsdeelcommissie geen onderscheidende functie. De raad kan met een initiatiefvoorstel op eigen initiatief een besluit nemen. Deze mogelijkheid heeft de SDC niet. Daarom heeft een( initiatief)voorstel van de SDC in de huidige praktijk dezelfde functie en waarde als een advies. 2 Bij het uitbreiden van het instrumentarium speelde ook de motie 113 “Onderzoek fractievertegenwoordiging” van de leden Vroege en Grooten een rol. Hierin werd verzocht om de mogelijkheid om moties in te dienen toe te voegen naast de instrumenten ‘voorstellen en adviezen’ die al uit de hoofdlijnen voor het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 volgden.
6
2.1.3 Versterken samenspel DB’s en college. Het college en de DB’s hebben in deze bestuursperiode ingezet op versterking van de onderlinge samenwerking. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen. Dit is bijvoorbeeld gedaan door het organiseren van bestuurdersconferenties en het opstellen van de Leidraad. De DB’s zijn goed in positie om te fungeren als verlengd lokaal bestuur van het college. Om de samenwerking op peil te houden is blijvende inzet van beide zijden nodig, te meer omdat in de komende bestuursperiode er weer een aantal nieuwe bestuurders zal aantreden. We zullen blijven investeren in de onderlinge samenwerking zoals in de portefeuillehoudersoverleggen (PHO’s) en bestuurlijke teams (BT’s) en verdere verbetering van deze overlegstructuur. De aanbeveling van Necker aan de DB-leden om voor PHO’s en BT’s onderling af te stemmen geven we ter overweging aan hen mee. Versterking van het samenspel vraagt dat zowel college als DB’s goed worden ondersteund vanuit alle directies in de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie staat immers ten dienste van het college, raad, DB’s, SDC’s, en bestuurscommissie Weesp. Het college zal weer bij de directies aangeven dat stadsdeelorganisaties en –besturen tijdig betrokken dienen te worden bij projecten die van invloed zijn op hun stadsdeel.
Daarbij kunnen passende afspraken worden gemaakt over de rolverdeling, betrokkenheid in de tijd enzovoorts.
2.1.4 Versterken samenspel SDC/DB Necker stelt dat investeren in duidelijkheid over de rolverdeling en het onderlinge samenspel vanaf het begin van de bestuursperiode helpt bij een goede samenwerking tussen SDC en DB. Dat geldt niet alleen bij de start, maar ook door tijdens de bestuursperiode met elkaar momenten in te plannen om te reflecteren op het samenspel. Dit gebeurt in de meeste stadsdelen ook al. Het is van belang dat dit wordt gecontinueerd. Dit vraagt bereidheid van beide kanten om het open gesprek aan te gaan over de mogelijkheden en onmogelijkheden van beide partners om aan de verwachtingen van de ander te voldoen. Leidraad helpend In het kader van de bestuursopdracht gebiedsgericht werken en bestuurlijk stelsel is de ‘Leidraad zeggenschap in de praktijk’ (de Leidraad) opgesteld, waarin taken, bevoegdheden en rollen ten aanzien van de 22 taken van de DB’s zijn toegelicht. De Leidraad zal worden toegevoegd aan het informatiepakket voor nieuwe bestuurders en leden van de SDC’s en BC Weesp. Deze draagt bij aan duidelijkheid over deze taken, bevoegdheden en rollen en aan een eenduidigere interpretatie in lijn met de bedoeling van het stelsel bij de stadsdelen en stadsgebied Weesp. Zie meer over de Leidraad hierna in de paragraaf over Verdeling en afbakening taken en verantwoordelijkheden.
2.1.5 Versterken samenspel SDC en raad Dialoog over verdere versterking samenspel Naar aanleiding van de aanbevelingen van Necker om de onderlinge verbinding tussen de gemeenteraad en de SDC's als territoriale bestuurscommissies van de raad te versterken, geeft het college de raad in overweging om daar zelf met de SDC's de dialoog over aan te gaan. Hierbij vraagt het college ook aandacht voor de adviezen uit de stadsdelen en stadsgebied Weesp in het kader van de stedelijke adviesaanvraag over deze bestuurlijke reactie. De ogen- en orenfunctie van de SDC's en DB's versterken in het stelsel niet alleen de informatiepositie van het college over de behoeften en aandachtspunten in de stadsdelen en de gebieden, maar ook die van de raad. 7
Necker constateert de wens om het samenspel tussen de SDC’s en de gemeenteraad te versterken. Daartoe zijn in de afgelopen bestuursperiode al diverse initiatieven genomen, zoals de klankbordgroep van SDC- en raadsleden en de introductie van de raadscommissie stadsontwikkeling.
Aanbevelingen Necker over verbetermogelijkheden Verder ziet Necker dat er diverse verbetermogelijkheden zijn aangedragen, die tot nu toe kennelijk beter kunnen worden benut. Het is aan de raad om te beslissen hoe hiermee om te gaan. Daarbij gaat het om aanvullende werkwijzen, zoals de introductie van een buddysysteem, gezamenlijke conferenties, werkbezoeken of vergaderingen en SDC-leden actiever uitnodigen bij raadscommissies. In de klankbordgroep van raads- en SDC-leden is ook aandacht gevraagd voor verbeteringen in de adviesprocedure, waar het college hieronder bij de paragrafen over stedelijke adviesaanvragen op ingaat. Jaarverslag SDC Een aanbeveling in het rapport van Necker is tot slot dat aan de verordening nog moet worden toegevoegd hoe de stadsdeelcommissie verantwoording aflegt aan gemeenteraad. Dit vereist de Gemeentewet en volgens Necker kan dit ook de positie van de stadsdeelcommissie verstevigen. Het college stelt voor om hieraan invulling te geven door in de verordening op te nemen dat de stadsdeelcommissies jaarlijks een jaarverslag voorleggen aan de gemeenteraad. In het jaarverslag beschrijft de stadsdeelcommissie hoe zij haar rol het afgelopen jaar heeft uitgevoerd. Het is aan de commissies en de raad om hiervoor een passende vorm te vinden.
Het verslag creëert ook een contactmoment met de gemeenteraad en verstevigt daarmee de relatie tussen stadsdeelcommissie en raad.
2.2 Doorontwikkeling adviesprocessen in beleids- en besluitvorming 2.2.1 Vroegtijdige afstemming De stedelijke adviesprocedure is bedoeld als gelegenheid om belangrijke gebiedsspecifieke aandachtspunten mee te geven die zorgen voor beter beleid. Adviezen vanuit de stadsdelen hebben in de ogen van het college de afgelopen jaren zonder twijfel hun vruchten afgeworpen. Het college onderkent daarbij het belang om stadsdeelorganisaties zo vroeg mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van stedelijk beleid. Dit zorgt ervoor dat de stadsdeelspecifieke aandachtspunten al in het beginstadium worden meegenomen, dat de adviesaanvraag die volgt geen verrassing is en tot slot voor een soepeler verloop van de bestuurlijke procedures. Vroegtijdige afstemming in de beleidsvormingsfase biedt mogelijkheden om in adviesaanvragen al meer focus aan te brengen wat de stadsdeelspecifieke aspecten in de adviesaanvraag zijn (zie verder hieronder). Het college zal daartoe in de PHO’s vaker aandacht besteden aan de integrale termijnplanning van adviesaanvragen. Daarnaast geeft het college stedelijke directies de opdracht om in gesprek te gaan met stadsdeelorganisaties hoe ze deze eerder kunnen betrekken bij aanstaande adviesaanvragen en grootstedelijke projecten met daarbij beter inzicht in de planning van adviesaanvragen en de naleving van adviestermijnen.
De Bestuurlijke Lange Termijn Agenda die nu wordt ontwikkeld, zal de inzichtelijkheid van de planning van adviesaanvragen verder vergroten.
8
2.2.2 Vergroten kracht van adviezen: stadsdeelspecifieke focus Het college erkent dat de procedure van de stedelijke adviesaanvragen niet altijd efficiënt verloopt. Het is voor DB’s en vooral SDC’s soms moeilijk om te achterhalen wat de impact van het voorgestelde beleid is en of er gebiedsspecifieke aandachtspunten zijn. Dat laatste is ook niet altijd het geval. Het college stelt voor om de relevantie van adviezen te vergroten door scherp te focussen op stadsdeelrelevante adviesaanvragen en daarmee indirect ook het aantal adviezen te verminderen. In de toelichting van de verordening zal worden opgenomen dat bij enkel technische wijzigingen er geen advies aan de dagelijks besturen hoeft te worden gevraagd. DB’s en SDC’s blijven de ruimte houden om zelf te bepalen op welke stedelijke adviesaanvragen zij het wenselijk achten om advies uit te brengen. Adviseren vanuit het lokale perspectief Het is voor DB en SDC geen verplichting om advies uit te brengen. DB en SDC kiezen elk afzonderlijk of zij het nodig vinden te adviseren vanuit het specifieke stadsdeel. Niet adviseren hoeft ook niet gemotiveerd te worden. Het college zal in de formulering van het artikel in de verordening opnemen dat er alleen geadviseerd wordt vanuit het stadsdeelperspectief.
Het verduidelijken van dit lokale perspectief maakt ook voor Amsterdammers begrijpelijker waarom ook in de stadsdeelcommissie stedelijk beleid wordt besproken. Gerichtere adviesvragen over stadsdeelgevolgen Het college stelt daarnaast voor adviesaanvragen aan te scherpen door deze beter toe te spitsen op gevolgen in de stadsdelen en het stadsgebied. Het college erkent dat de algemene wijze waarop soms adviezen worden gevraagd het voor SDCleden niet duidelijker maken. Bij adviesvragen zal een korte samenvatting op het adviesformulier worden gemaakt, waarin wordt uitgelegd waar het over gaat en wat de verwachte impact is. Ook wordt daarin toegelicht met welke mogelijk gevolgen in de stadsdelen al rekening is gehouden. Daarmee zijn DB’s en SDC's beter in staat een inschatting te maken van het belang voor het stadsdeel. Zo kan een gerichtere vraag gesteld worden in plaats van de algemene zin dat over dit beleidsvoornemen advies kan worden gegeven.
2.2.3 Betere herkenbaarheid en verwerking stadsdeeladviezen Betere herkenbaarheid afweging van stadsdeeladviezen In nota’s van beantwoording bij stedelijke adviesaanvragen zullen adviezen uit de stadsdelen voortaan in een aparte paragraaf worden behandeld. Hierover zullen ambtelijke afspraken worden gemaakt. Hiermee geeft het college invulling aan de aanbeveling om helder onderscheid te maken tussen de adviezen uit de stadsdelen en andere adviezen (zoals inbreng van bewoners) en de afweging daartussen vanuit stedelijk perspectief. Betere terugkoppeling over verwerking van stadsdeeladviezen Het college zal erop toezien dat er terugkoppeling gegeven wordt aan de DB’s wat er is gedaan met de stadsdeeladviezen over stedelijke adviesaanvragen. Dat het college een terugkoppeling verzorgt, stond al in de toelichting van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam, maar dit wordt nu ook expliciet gemaakt in artikel 12 van de verordening. Dit zal in de praktijk vaak neerkomen op het sturen van de Nota van Beantwoording. DB’s blijven verantwoordelijk om deze terugkoppeling te verzorgen naar de SDC’s, tenzij er op stadsdeelniveau andere afspraken zijn gemaakt en de stadsdeelcommissie niet alle terugkoppelingen wenst te zien. 9
2.2.4 Versterken informatiepositie stadsdeelcommissies Versterken informatiepositie SDC In de evaluatie wordt gesignaleerd dat de stadsdeelcommissie naast ondersteuning van de commissiesecretaris behoefte heeft aan meer inhoudelijk advies. Necker doet de suggestie een regeling te treffen over de reikwijdte van informatie en advies die vanuit de ambtelijke organisatie aan de SDC’s gegeven moet worden en waar SDC’s met inhoudelijke vragen terecht kunnen. Het college onderschrijft het belang van goede inhoudelijke ondersteuning voor stadsdeelcommissieleden om hun rol te kunnen vervullen. De informatievoorziening is op dit moment nog niet duidelijk genoeg geregeld. De huidige bepalingen in de verordening over informatieverstrekking door het dagelijks bestuur zijn versnipperd en dekken niet alle verzoeken die relevant kunnen zijn voor commissieleden. Recht op informatie nader regelen in verordening Het college stelt voor een apart artikel in de verordening op te nemen over informatievoorziening aan stadsdeelcommissieleden.
In dit artikel wordt geregeld: - Stadsdeelcommissieleden kunnen inhoudelijke informatie krijgen over de uitvoering van de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur van het stadsdeel - Wanneer zij stedelijke adviesaanvragen ontvangen kunnen stadsdeelcommissieleden de informatie krijgen over stedelijk beleid die nodig is om advies te kunnen uitbrengen over de gevolgen van dit beleid in het stadsdeel (of te besluiten geen advies uit te brengen). - Tenslotte kunnen stadsdeelcommissieleden informatie krijgen wanneer zij over een specifieke kwestie in hun stadsdeel een ongevraagd advies willen voorbereiden en bij die voorbereiding enige achtergrondkennis vereist is van stedelijke kaders. - Stadsdeelcommissieleden kunnen verzoeken om informatie doen via hun commissiesecretaris.
2.2.5 Doorontwikkeling participatie in relatie tot SDC’s en DB’s Het is belangrijk dat de gemeente weet wat Amsterdammers nodig hebben zodat de gemeentelijke dienstverlening en uitvoering aansluit op de behoeften en noden in de stad, buurten en wijken. Daarnaast is het belangrijk dat inwoners weten hoe ze hun weg weten te vinden en goede toegang hebben tot de gemeente en het bestuur. Verder willen we dat inwoners kunnen meedenken en bijdragen aan gemeentelijk beleid en verbetering van onze diensten via participatie. Dit vergroot de leefbaarheid in de stad en voor de inwoners en gebruikers in de buurten en wijken, waarvoor het college, de raad, DB’s, SDC’s en de BC Weesp en ambtenaren zich dagelijks samen inzetten. Dit vraagt om: Goede toegang tot het bestuur, waaronder de interactie met bestuurders, raad en SDC inclusief het inspreken; Goede dienstverlening aan Amsterdammers in brede zin van vergunning verstrekken tot vuilnis ophalen, en ook de toegankelijkheid van informatie over het stadsbestuur en de dienstverlening via aanspreekpunten in de buurt zoals gebiedsmakelaars, online, telefonische en schriftelijke informatievoorziening; Goede participatie van bewoners en belanghebbenden bij beleid en plannen van de gemeente en overheidsparticipatie (de wijze waarop de gemeente initiatieven van bewoners faciliteert en ondersteunt). 10
Op deze drie belangrijke aspecten gaan we hieronder in. DB’s en SDC’s om toegankelijkheid en stadsdeelinbreng te versterken De keuze om met stadsdelen met DB’s en SDC’s te werken is ingegeven door de wens om het bestuur dichter bij de bewoners te brengen en daarmee toegankelijker te maken dan in een stelsel met alleen een stedelijk bestuur. De DB’s en SDC’s leveren op basis van hun contacten met de bewoners in hun stadsdeel stadsdeelspecifieke inbreng aan college en raad bij beleidsontwikkeling. Daarom is het wenselijk om deze tussenlaag met DB’s en SDC’s effectief in te zetten. Verbetering informatievoorziening over het bestuurlijk stelsel voor Amsterdammers Dit stelsel brengt een verdeling van taken en bevoegdheden tussen stedelijk en stadsdeelbestuur mee, die kenbaar is in officiële stukken zoals de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam en de Leidraad zeggenschap in de praktijk. Niet iedereen kent in de praktijk de inhoud daarvan goed, waardoor er verwarring kan ontstaan aan welk gremium en met welk instrument welke vragen kunnen worden gesteld. Om de transparantie en inzichtelijkheid van het stelsel voor Amsterdammers te vergroten zal de informatievoorziening over het stelsel en de participatiemogelijkheden op onder andere de website worden verbeterd. Zie ook onder 2.4 Doorontwikkeling communicatie en betere uitleg over bestuurlijk stelsel.
Ook is het van belang dat bij participatie door Amsterdammers er goed op wordt gelet dat wordt teruggekoppeld hoe deze inbreng is betrokken in de besluitvorming. Passende dienstverlening in een grote stad In een zeer diverse grote stad als Amsterdam met grootstedelijke vraagstukken is een stelsel nodig dat in staat is om in te spelen met een veelheid aan uitlopende behoeften. Dat vraagt om een organisatie met een zekere specialisatie om voldoende kennis van zowel de inhoudelijke vraagstukken als de gebiedseigen kenmerken te hebben. Dit leidt regelmatig tot vragen van Amsterdammers bij welk loket ze terecht kunnen met hun vragen. In onze dienstverlening aan de Amsterdammers streven we naar een transparant en toegankelijk stelsel met eerste aanspreekpunten, die met uiteenlopende vragen kunnen worden benaderd, zoals de gebiedsmakelaars en telefoonlijn 14020. Het college zet in op verbetering van de dienstverlening op dit vlak. Dit geldt voor het toeleiden naar de juiste ingang in onze organisatie, het tijdig verkrijgen van een passend antwoord en opvolging op de vraag van Amsterdammers. Zoals de burgemeester in de raadsinformatiebrief 3van 8 januari 2025 aankondigde, , zal de gemeente haar inzet op het zijn van een betrouwbare en rechtvaardige gemeente de komende jaren intensiveren. Het aangekondigde programma Rechtvaardig Amsterdam is daar onderdeel van.
Versterken rol DB en SDC bij participatie Verder zal het college het gesprek voeren met DB-leden en DB-leden met SDC-leden over hun ervaringen in de verbinding met Amsterdammers in hun stadsdeel om verder te inventariseren waar versterking of verbetering nodig is. Daartoe zal ook gebruik worden gemaakt van bestuurdersconferenties. Verder zal onder andere aandacht zijn voor passende instrumenten en de toepassing daarvan, vaardigheden, communicatie en rol- en taakopvatting van betrokken partijen. In het kader van de evaluatie van de participatieverordening zal het stedelijk team 3 Raadsinformatiebrief Rechtvaardig Amsterdam 08-01-2025
11
participatie dit najaar gesprekken voeren met bestuurders, SDC’s en gemeenteraad over hun rol bij participatie, met name over hun rol bij het betrekken van bewoners bij beleid en projecten. Steekproef participatieparagrafen uitvoeren Necker adviseert om een steekproef te laten doen van ingevulde participatieparagrafen om te beoordelen of deze naar verwachting worden gebruikt (op inhoud en vorm) en of deze voldoen aan de maatstaven die hiervoor zijn gesteld. Op basis van het rapport van de Rekenkamer van 24 nov 2022 naar de participatieparagraaf heeft het college onder andere toegezegd de participatieparagraaf structureel te gaan monitoren. In de participatiemonitor is opgenomen dat standaard een steekproef van participatieparagrafen wordt gedaan. In december 2025 ontvangt de raad een overzicht van de stand van zaken van de toepassing van de participatieverordening, waarna in het tweede kwartaal van 2026 de eerste uitgebreide evaluatie van de verordening volgt. In de evaluatie wordt ook het gebruik van de participatieparagraaf beoordeeld. Op basis van deze uitkomsten kan aan de gremia die gebruik maken van deze paragraaf training, voorlichting of feedback worden gegeven om de participatie en de impact ervan verder te versterken. Bewonersloketten Het bewonersloket begon als een experiment voor 1 jaar om te bezien of dit zou voorzien in de behoefte van bewoners.
Uit de evaluatie van de bewonersloketten komt naar voren dat de bewonersloketten, die met de verordening van 2022 mogelijk zijn gemaakt, helaas niet goed bezocht werden en dat het merendeel van de gestelde vragen ook via de reguliere kanalen als de gebiedsmakelaar, 14020 en de website zouden kunnen worden behandeld. De bewonersloketten van de stadsdelen West en Nieuw-West zijn nog actief. We geven de raad op basis van deze uitkomsten in overweging om de reguliere kanalen te laten versterken en het bewonersloket niet meer actief na te streven. Evaluatie stadsdeelpanels en jongerenadviesraad Nieuw-West Het stadsdeelpanel is ingezet om bewoners meer te betrekken bij de lokale democratie. Het is een instrument van de stadsdeelcommissie en het is ook aan hen om te bepalen of ze het willen inzetten. Drie stadsdelen hebben inmiddels een stadsdeelpanel georganiseerd (West, Oost en Noord). Stadsdeelcommissie Zuid zal in november 2025 een stadsdeelpanel organiseren. Stadsdeelcommissie Nieuw-West heeft besloten om een alternatief instrument in te zetten: een jongerenadviescommissie. De drie afgeronde stadsdeelpanels en de jongerenadviescommissie Nieuw-West zijn geëvalueerd. In een aparte bijgevoegde bestuurlijke reactie worden de bevindingen uit de evaluaties en vervolgstappen nader toegelicht.
2.3 Doorontwikkeling juridische taken en verantwoordelijkheden 2.3.1 Verdeling en afbakening taken en bevoegdheden In het rapport merkt Necker op dat er vragen zijn over de ruimte die het dagelijks bestuur heeft om bepaalde taken uit te voeren of bevoegdheden uit te oefenen. In de praktijk is het onvermijdelijk dat er vragen rijzen over taken en bevoegdheden. Daarbij is het goed te beseffen dat met die onduidelijkheid ook ruimte ontstaat om maatwerk te leveren, afwegingen te maken en in te spelen op wensen en zorgen van bewoners. Het is belangrijk dat het college en de dagelijks 12
besturen het gesprek voeren over dit grijze gebied en daarmee het grijze gebied te verkleinen en duidelijkheid te scheppen. Om die reden heeft de raad een algemeen afwegingskader vastgesteld voor de taken en bevoegdheden van stadsdeelbesturen.4 Het college heeft ook op 18 maart 2025 de Leidraad vastgesteld met als bijlage uitwerkingen per taak. Dit leidt al tot verbetering ook al waren de effecten hiervan nog niet goed in beeld in de evaluatie, doordat de Leidraad nog verder zijn uitwerking in de praktijk moet krijgen. In de Algemene bepalingen en beperkingen bij de Takenlijst zal een verwijzing worden opgenomen naar de nieuwe Leidraad. Ook zal het college conform het rapport bij de verordening een toelichting opnemen over de verhouding tussen de takenlijst en het bevoegdhedenregister. Het rapport noemt geen specifieke taken of bevoegdheden waar problemen ontstaan, met uitzondering van de budgettaire taken. Als de komende bestuursperiode blijkt dat er toch nog onduidelijkheid bestaat over specifieke taken of bevoegdheden kan dit meegenomen worden in de halfjaarlijkse wijziging van de takenlijst en het bevoegdhedenregister. Over de budgettaire taken merkt het college het volgende op.
In de Leidraad is de financiële zeggenschap van de dagelijks besturen en de adviserende rol van de stadsdeelcommissies hierbij uitgewerkt, Het college stelt voor de artikelen uit de verordening die betrekking hebben op de financiële zeggenschap langs deze lijn te verduidelijken. Parallel daaraan gaan wij met alle betrokkenen door op de ingeslagen weg om dit ook in de praktijk steeds beter werkend te krijgen. De wijze waarop de SDC’s hun adviserende rol kunnen vervullen, is hierbij een belangrijk element. Tenslotte signaleert Necker in het rapport dat het niet voor alle betrokkenen helder is wat het verschil is tussen mandaat en delegatie. In de Algemene bepalingen en beperkingen in het Bevoegdhedenregister is een toelichting over mandaat opgenomen. Daarin zal ook een korte toelichting op delegatie worden opgenomen. In de Basisgids lid dagelijks bestuur stadsdeel en de Basisgids lid stadsdeelcommissie is ook een toelichting opgenomen over het verschil tussen delegatie en mandaat. Dit zal bij het inwerkprogramma voor de nieuwe bestuurders ook worden meegenomen. 2.3.2 Mogelijkheid fractievertegenwoordigers vastleggen in de verordening In het rapport wordt genoemd dat het gebruik kunnen maken van fractievertegenwoordigers door stadsdeelcommissies plaats krijgt in de doorontwikkeling van de verordening.
In 2023 heeft het college als reactie op een motie voorgesteld onder een aantal voorwaarden fractievertegenwoordigers in stadsdeelcommissies toe te staan en dat te formaliseren bij de wijziging van de verordening eind 2025.5 Het college zal de verordening op dit punt wijzigen. Fractievertegenwoordigers bij stadsdeelcommissies worden toegestaan onder de in de raadsbrief genoemde voorwaarden. Het belangrijkste uitgangspunt is dat fractievertegenwoordigers bij alle fracties toegestaan worden bij de vergadering als ‘vervanger’ van een lid van de commissie, dat niet bij de vergadering aanwezig kan zijn. Het aantal deelnemers aan de vergadering wordt dus nooit uitgebreid door aanwezigheid van fractievertegenwoordigers. Fractievertegenwoordigers ontvangen geen vergoeding van de gemeente. Wel is het mogelijk fractievertegenwoordigers een bijdrage voor hun inspanningen voor de fractie te geven uit het fractiebudget. Stadsdeelcommissies en de bestuurscommissie 4 A+-+24+Democratisering+(inclusief+Bestuurlijk+Stelsel)+(10)+Bijlage+5+Algeme
5 https://amsterdam.notubiz.nl/document/12936206/1#search=%22afdoening%20motie%20113%22
13
Weesp hebben over deze voorwaarden in een eerder stadium al hun zienswijze kunnen geven. 2.3.3 Structuur verordening en ondergeschikte wijzigingen In deze paragraaf kondigt het college een aantal ondergeschikte wijzigingen aan in de verordening, onder meer in verband met de verkiezingen, en reageert het college op de suggestie van Necker om te structuur te wijzigen. - Wijziging verkiezingen: Er zijn een paar wijzigingen in de verordening nodig om de stadsdeelcommissieverkiezingen te kunnen organiseren, door recente wijzigingen in de Kieswet. Zo is het ‘hoofdstembureau’ bij de gemeenteraadsverkiezingen afgeschaft en het ‘gemeentelijk stembureau’ toegevoegd. Het college stelt voor om het gemeentelijk stembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen ook te gebruiken voor de stadsdeelcommissieverkiezingen. Ook stelt het college voor om centrale stemopneming te doen. Dat betekent dat de stembureaus op de avond van de verkiezingen alleen de stemmen per lijst tellen. Het gemeentelijk stembureau telt de volgende dag de stemmen per kandidaat. Dat is efficiënter. Tenslotte zijn een paar technische wijzigingen nodig, zoals het schrappen van de overgangsbepalingen voor de vorige verkiezingen.
- Overige technische wijzigingen: Het college stelt voor de suggestie van Necker over te nemen om in artikel 30 net als in artikel 9 het woord ‘opdragen’ te gebruiken dat zowel delegatie als mandaat omvat. Verder stelt het college voor de aanstelling van de commissiesecretarissen te vereenvoudigen en te verduidelijken dat de functie van bestuurssecretaris door de stadsdeeldirecteur wordt vervuld. - Structuur verordening: Het college stelt voor de verordening te verduidelijken door gerichte aanpassingen in de verordening, zoals die eerder in deze bestuurlijke reactie zijn voorgesteld. Het college ziet in de aanbeveling van Necker om de structuur van de verordening te wijzigen waarbij besluitvormingsproces centraal komt te staan ook nadelen in vergelijking met de huidige indeling gebaseerd op de inrichting en samenstelling van de DB’s, SDC, en BC. Herstructurering van de verordening waarbij het besluitvormingsproces leidend is voor de indeling, kan ten koste gaan van de vindbaarheid en overzichtelijkheid over de inrichting en samenstelling van de DB’s, SDC, en BC.
2.4 Doorontwikkeling communicatie en betere uitleg over bestuurlijk stelsel Het is belangrijk dat inwoners hun weg goed weten te vinden binnen de gemeente Amsterdam en het bestuurlijk stelsel. Dat wordt nu nog te vaak als lastig ervaren. De verwachting is dat bewoners dit beter kunnen dankzij de vereenvoudigingen en verhelderingen die bovenstaand zijn voorgesteld. Daarnaast vraagt dit dat de communicatie over de doelen en werking van het stelsel en de verordening beter, begrijpelijker en toegankelijker wordt. Wat kan een inwoner verwachten van de verschillende organen in het stelsel? Betere kennis over de bedoeling en werking is ook nodig voor onder andere de SDC’s en de ambtelijke organisatie. Dit vraagt om verder te bouwen aan kennis over het bestuurlijk stelsel binnen de organisatie, inclusief de voorgestelde aanscherpingen en duidelijke, begrijpelijke toegankelijke communicatie.
2.5.1 Betere communicatie zodat Amsterdammers hun beter weg weten te vinden Na de vaststelling van de verordening passen we waar nodig onze communicatiemiddelen aan om de bewoners van Amsterdam goed vindbare, begrijpelijke en toegankelijke informatie over ons bestuurlijk stelsel te bieden. Doel is dat inwoners beter begrijpen hoe de stad wordt bestuurd en hoe de onderlinge taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld. We zorgen ervoor dat 14
Amsterdammers hierover goed geïnformeerd zijn voor de verkiezingen en ook in de periode erna. Zo kunnen ook mensen, die zich verkiesbaar willen stellen, weten hoe het stelsel werkt. Er is momenteel al veel informatie en uitleg beschikbaar over de werking van het bestuurlijk stelsel, vooral via de website van de gemeente, amsterdam.nl. Deze informatie is echter nog niet eenduidig, duidelijk en toegankelijk genoeg. Daarom wordt dit via de diverse communicatiemiddelen en -kanalen verbeterd voor de verkiezingen en daarna goed onderhouden. Het college waardeert het dat de DB’s en SDC’s verschillende initiatieven hebben opgepakt of willen oppakken om de communicatie vanuit hun stadsdelen verder te verbeteren.
2.5.2 Betere communicatie en uitleg voor bestuur en organisatie Daarnaast zal ook richting het nieuwe bestuur en de ambtelijke organisatie actief en op begrijpelijke en toegankelijke wijze worden gecommuniceerd over de werking van het stelsel. In de basisgidsen voor raad, SDC’s, BC, DB’s en college zal de informatie worden bijgewerkt en waar nodig begrijpelijker geformuleerd. Dit geldt ook voor andere communicatiemiddelen die uitleg geven over het stelsel. Er wordt hierbij gekeken naar de infrastructuur van de interne informatievoorziening, zoals het intranet. Daarnaast zullen de trainingen en informatiesessies voor dagelijks bestuurders en commissieleden in de stadsdelen over de werking en praktijk van het bestuurlijk stelsel worden geactualiseerd en verbeterd. Hieraan zal extra aandacht aan wordt besteed bij de nieuwe inwerkperiode. Verder zal de e-learning als basistraining over hoe het bestuurlijk stelsel van Amsterdam werkt, worden geactualiseerd. Hiervan kunnen zowel DB- en SDC-leden als ambtenaren gebruik maken.
3 Bestuursvorm stadsgebied Weesp
3.1 Evaluatie bestuursvorm stadsgebied Weesp Bij de fusie tussen Weesp en Amsterdam van 24 maart 2022 is in het Bestuursakkoord (11 februari 2021) vastgelegd dat de afgesproken bestuursvorm Weesp als pilot na drie jaar geëvalueerd zal worden. Belangrijke vraag daarbij is om te bezien of de gekozen systematiek werkbaar is en daarmee de belofte van nabijheid van bestuur voldoende is ingevuld. De evaluatie is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de bestuurscommissie Weesp. Er zijn daarvoor tweemaal enquêtes gehouden onder de inwoners van stadsgebied Weesp door afdeling Onderzoek en Statistiek. Daarnaast heeft de bestuurscommissie zelf stil gestaan bij de ervaringen met de bestuursvorm stadsgebied Weesp. Verder zijn interviews gehouden en is inbreng opgehaald van samenwerkingspartners in het Amsterdamse bestuurlijk stelsel, waaronder collegeleden, raadsleden en directeuren. Advies bestuurscommissie over bestuursvorm De bestuurscommissie Weesp concludeert daaruit dat de gekozen bestuursvorm goed werkt in de praktijk. Daarom pleit de commissie voor voortzetting van de huidige bestuursvorm, inclusief de 15
benoeming van leden van het dagelijks bestuur die ook gekozen zijn in de bestuurscommissie. Wel ziet de commissie in de nieuwe bestuursperiode graag de mogelijkheid voor de bestuurscommissie om adviezen toe te lichten en/of deel te nemen aan de commissievergaderingen van de gemeenteraad. Bovengemiddeld vertrouwen en betrokkenheid bewoners Uit de O&S enquête komt naar voren dat de inwoners van het stadsgebied bovengemiddeld veel vertrouwen hebben in de bestuurscommissie en opvallend betrokken zijn bij het lokaal bestuur. Ze hebben ook veel vertrouwen in de instituties van gemeente Amsterdam en meer dan in andere gebieden in de gemeente. Uitvoeringskracht en expertise Amsterdam De bestuurscommissie Weesp ervaart dat de grote uitvoeringskracht en hoeveelheid expertise binnen de gemeente Amsterdam helpen bij het gebiedsgericht werken. De bestuurscommissie vindt dat zij daarmee de beoogde rol van lokale ‘oren en ogen’ van het college en de raad goed kan invullen. Daarmee kan een bijdrage worden geleverd aan het verbeteren van de dienstverlening aan burgers met behoud van de benaderbaarheid en kleinschaligheid. Gebiedsgericht werken en aandachtspunten Tegelijkertijd geeft de BC Weesp aan dat niet alles goed gaat. Het stadsgebied heeft een kleinere schaal, een afwijkende (recente bestuurlijke) geschiedenis en ligt geografisch apart van de stad Amsterdam.
Hierdoor past algemeen gemeentelijk beleid niet altijd voldoende bij de context in het stadsgebied. Wel ervaart de commissie ‘gebiedsgericht werken’ als geschikt instrument om aan de kleinere schaal en eigenheid van Weesp invulling te geven. De bestuurscommissie wil verder graag vroeger geconsulteerd worden bij met name grootstedelijke projecten.
3.2 Bestuurlijke reactie bestuursvorm Weesp Bestuursvorm komende bestuursperiode De bestuursvorm Weesp was na de fusie logisch en heeft gewerkt in deze overgang. De eigen bestuurscommissie, met een uit eigen midden gekozen DB, heeft de overgang en gewenning van de zelfstandige gemeente Weesp naar de gemeente Amsterdam vergemakkelijkt. Het college stelt voor deze bestuursvorm voor de komende bestuursperiode continueren. Dit geeft Weesp meer tijd voor gewenning en inbedding in de gemeente Amsterdam, die recht doet aan de specifieke kenmerken van Weesp. Naar aanleiding van de evaluatie stelt het college voor om in de verordening te op te nemen dat de bestuurscommissie op uitnodiging van het college adviezen kan toelichten in de raadscommissie, zoals dat ook is vastgelegd voor DB-leden van stadsdelen. Een verdere verruiming hiervan is niet mogelijk. Omdat de bestuurscommissie Weesp, anders dan de stadsdeelcommissie, geen commissie is van de gemeenteraad, kan de bestuurscommissie alleen als verlengd bestuur van het college aansluiten bij de raadscommissie. Het college stelt daarnaast voor –gezien de afwijkende situatie in Weesp ten opzichte van de stadsdelen – niet te tornen aan de instrumenten van de bestuurscommissie Weesp.
Aandachtspunten langere termijn In de evaluatie zijn ook aandachtspunten naar voren gekomen voor de langere termijn, bijvoorbeeld over de schaal van het stadsgebied Weesp in het stelsel van Amsterdam. Enerzijds kunnen ervaringen vanuit Weesp met de kleinere schaal, de relatief grote betrokkenheid van de lokale gemeenschap en het sterkere vertrouwen in het gemeentebestuur en de organisatie leerzaam zijn voor het grotere Amsterdam. Anderzijds schuren oplossingen die soms nodig zijn in 16
het geheel van de gemeente Amsterdam vanwege grootstedelijke problematiek met het kleinschalige Weesp. Verder is een aandachtspunt dat het DB Weesp vanuit het midden van de bestuurscommissie wordt benoemd en zij ook lid blijven van de bestuurscommissie (monisme), terwijl het DB in stadsdelen door het college worden benoemd en deze geen deel uitmaken van de SDC. Verder vragen de financiële kosten van een eigen bestuur met een even groot DB als de stadsdelen en bijhorende ondersteuning aandacht. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met het naar verhouding geringere inwoneraantal van stadsgebied Weesp, terwijl maatschappelijke opgaven in andere gebieden van de gemeente Amsterdam soms groter zijn. In de nieuwe bestuursperiode verdient het mede daarom aanbeveling om te evalueren hoe Weesp, na de gewenningsperiode, (bestuurlijk) meer aan kan sluiten bij de schaal en vorm van de andere stadsdelen. Het is van belang dit in de nieuwe bestuursperiode tijdig op te pakken, zodat er voldoende tijd is om eventuele aanpassingen voor te bereiden. Daarbij is het goed om oog te hebben voor enerzijds de lessen vanuit Weesp voor de rest van de gemeente en anderzijds ook voor de kosten en de extra aandacht die nu verbonden zijn aan de bestuursvorm. Hierover volgt een voorstel in het hoofdstuk over de lange termijn doorontwikkeling van het bestuurlijke stelsel.
4 Doorkijk op lange termijn
4.1 Doel van het stelsel leidend, ook voor de lange termijn Het college doet in voorgaande hoofdstukken doorontwikkelvoorstellen, die kunnen worden geëffectueerd in de komende bestuursperiode. Los daarvan zijn er ook aandachtspunten voor de lange termijn, die niet alleen om doorontwikkeling maar mogelijk ook om innovaties en/of fundamentelere wijzigingen vragen. Gelet op de aandachtspunten voor de lange termijn geeft het college in overweging om tot een andere aanpak te komen om ervoor te zorgen dat het bestuurlijk stelsel mee ontwikkelt met de tijd op basis van het doel ervan. Hoe kan het gemeentebestuur met de ambtelijke organisatie zorgen dat ons beleid, onze taken, diensten en uitvoering zo goed mogelijk blijven aansluiten op behoeften en wensen van onze inwoners in de stad, buurten en wijken? Daarbij spelen vragen als: hoe zorgen we als bestuur voor voldoende nabijheid, betrokkenheid en integraliteit van bestuur voor bewoners en belanghebbenden, vertrouwen in het bestuur en de gemeentelijke organisatie? Hoe kunnen we daarbij voldoende doen voor de inwoners die nu minder goed vertegenwoordigd zijn? Hoe doen we dat in een gemeente die aanzienlijk meer inwoners heeft dan de gemiddelde Nederlandse gemeente en meer dan 5 van de 12 Nederlandse provincies? Hoe ontwikkelen en innoveren we daarbij voldoende mee met de tijd?
17
4.2 Inhoudelijke aandachtspunten Lange termijnaandachtspunten: positie Weesp binnen het bestuurlijk stelsel In de evaluatie van Weesp en het bestuurlijke stelsel zijn ook aandachtspunten naar voren gekomen voor de langere termijn, bijvoorbeeld over de schaal van het stadsgebied Weesp in het stelsel van Amsterdam. Enerzijds kunnen ervaringen vanuit Weesp met de kleinere schaal, de relatief grote betrokkenheid van de lokale gemeenschap en het sterkere vertrouwen in het gemeentebestuur en de organisatie leerzaam zijn voor het grotere Amsterdam. Anderzijds schuren oplossingen die nodig zijn in het belang van grootstedelijke problematiek soms met het kleinschalige Weesp. Verder vragen de kosten van een eigen bestuur met een even groot DB als de stadsdelen en bijhorende ondersteuning aandacht. Tot slot vraagt de dubbele loyaliteit aandacht, waarbij het DB taken enerzijds uitvoert namens het college en anderzijds verantwoording aflegt aan de bestuurscommissie Weesp. Lange termijnaandachtspunten: evaluatieonderzoek bestuurlijk stelsel Amsterdam In het onderzoeksrapport van Necker worden ook aandachtspunten voor de lange termijn genoemd. Een eerste aandachtspunt is hoe Amsterdam de verhouding tussen participatieve democratie en representatieve democratie op langere termijn wil vormgeven en welke rol de SDC daarbij kan innemen.
Ook gelet op de uitkomsten van het onderzoek ‘Ondervertegenwoordigd Amsterdam’. Een tweede is hoe op langere termijn gebiedsgericht werken verder kan worden doorontwikkeld mede op basis van de ervaringen in de masterplannen Zuidoost, Nieuw-West, aanpak Binnenstad en aanpak Noord. Een derde is hoe de verbinding tussen raad en de stadsdeelcommissies kan worden versterkt zowel in de komende bestuursperiode als op lange termijn. Uit de stedelijke adviesprocedure over de voorgenomen bestuurlijke reactie kwam naar voren dat het wenselijk is om in het vervolg ook meer aandacht te besteden aan de bestuurlijke cultuur in ons stelsel, naast de regelgeving en werkwijzen. Verder acht het college het raadzaam om de aanbevelingen uit deze adviesprocedure over doorontwikkeling van het stelsel in de tabel nota van beantwoording mee te nemen in de lange termijn veranderaanpak.
4.3 Ontwikkelaanpak Doorontwikkelen binnen het stelsel of fundamenteel veranderen In een veranderende samenleving is het belangrijk om met elkaar te blijven nadenken over hoe het bestuurlijk stelsel in Amsterdam inhoudelijk kan mee ontwikkelen en toekomstbestendig blijven, zodat het blijft aansluiten bij het doel ervan. Vraagt dat om verdere doorontwikkeling binnen de contouren van het huidige stelsel of zijn er grotere fundamentele aanpassingen nodig? Deze vraag kan pas worden beantwoord als we met een aanpak, die goed bij onze grootstedelijke vraagstukken past, hebben bepaald wat er nodig is om tot een passender stelsel te komen voor de komende jaren. Hierbij is het goed om af te wegen in hoeverre fundamentele aanpassingen daadwerkelijk voldoende meerwaarde zullen bieden die opweegt tegen de voordelen van doorontwikkeling binnen het stelsel. Interactieve adaptieve veranderaanpak om het bestuurlijk stelsel te laten meegroeien met de tijd Om te ontdekken hoe het stelsel het beste kan mee ontwikkelen in de tijd, zodat het blijft aansluiten bij het doel, geeft het college in overweging om een andere aanpak toe te passen dan de afgelopen decennia gebruikelijk was. Daarbij stelde iedere bestuursperiode een onafhankelijke externe partij een evaluatierapport op. Daarop volgde een reactie van college en raad, waarna vlak voor een nieuwe bestuursperiode wijzigingen werden vastgesteld.
18
Het college geeft een volgend college en raad in overweging om in de nieuwe bestuursperiode vanaf het begin van de nieuwe bestuursperiode samen met elkaar de fundamentele vraag te onderzoeken naar de koers en met welke veranderaanpak het bestuurlijk stelsel kan worden versterkt op langere termijn en om daarvoor voldoende tijd en capaciteit te reserveren. Een optie is om dit te doen in een innovatief, interactief en flexibel gezamenlijk veranderproces. Ook is het voorstel daarbij meer ruimte te nemen om lokaal in pilots met de mogelijkheid van tussentijdse bijstellingen uit te zoeken welke elementen nodig zijn voor een beter passend stelsel. Bij een interactieve flexibele veranderaanpak kan gedacht worden aan de volgende opties:
In plaats van een extern onderzoek een proces van co-creatie ondersteunen waarin de raad, SDC, DB en college met inwoners, andere betrokkenen en deskundigen samen voorstellen ontwikkelen voor de ontwikkeling of innovatie van het stelsel vanuit hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van het stelsel. Inzetten op voortdurend leren en groeien met gateway reviews en/of zelfevaluaties. Breder kijken dan het stelsel, bijvoorbeeld door het samenhangend versterken van representatieve, participatieve en elementen van directe democratie (zoals referenda) en een betrouwbare en rechtvaardige gemeente. Ruimte voor lokale experimenten, bijvoorbeeld over de wijze van vergaderen, of actief bevorderen van participatie. Dit biedt mogelijkheden om uit te proberen wat het beste werkt in de lokale praktijk. Indien nodig op basis daarvan ook tussentijds aanpassingen doen. Kijken naar andere gemeenten en stelsels en welke elementen in de inrichting daar aantoonbaar leiden tot de beste bestuurlijke aansluiting bij bewoners en dienstverlening in de wijken en buurten en meeste betrokkenheid, vertrouwen en tevredenheid van inwoners. Welke Nederlandse gemeenten presteren hierop het beste en waardoor, waaronder de G4?