CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Bekendmaking Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam jan 2023.docx

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 8 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2023 en Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2023 (VN2023-002464)42.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Zowel rolstoelgebruikers, als personen die normaliter niet op het gebruik van een rolstoel zijn aangewezen maar voor sportbeoefening, als personen die vanwege hun beperkingen een sportvoorziening of een aanpassing op een sportvoorziening nodig hebben, kunnen voor een financiële tegemoetkoming in de meerkosten sportvoorziening in aanmerking komen. 78

De aanvrager moet in staat zijn tot deelname aan een tak van sport en dit in de praktijk ook doen op structurele basis. Voor incidentele sportbeoefening, zoals een ski-vakantie, wordt geen vergoeding verstrekt. Omdat het te behalen resultaat op maatschappelijke participatie is gericht wordt de vergoeding alleen verstrekt voor sporten in verenigingsverband. De persoon met beperkingen moet daarom lid zijn van een sportvereniging. De basis van de verstrekking zijn de meerkosten van de sportvoorziening of de aanpassing van de sportvoorziening ten opzichte van een soortgelijke sportvoorziening voor een persoon zonder beperkingen. Wanneer belanghebbende binnen de periode waarvoor het bedrag is toegekend een nieuwe aanvraag voor een zelfde voorziening indient, waarbij de bestaande voorziening niet meer adequaat is, wordt een financiële tegemoetkoming in de meerkosten verleend naar rato van de inmiddels verstreken tijd. 4.12.2 Financiële tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking (artikel 4.12 Wmo-verordening 2015) De tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking is het gevolg van de afschaffing van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Atcg) die de gemeente Amsterdam hanteerde.

a Productbeschrijving Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een vergoeding ter bestrijding van aannemelijke meerkosten. Het betreft hier de tegemoetkoming voor Amsterdammers die ten gevolge van een chronische ziekte of beperking extra kosten maken, bijvoorbeeld kosten van maaltijden of van gas of elektriciteit. Deze tegemoetkoming wordt maandelijks uitgekeerd door Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Zij omvat: Basiscompensatie De basiscompensatie is bedoeld om te voorzien in algemene meerkosten die verband houden met ziekte of beperkingen en die niet op een andere manier worden vergoed. De basiscompensatie wordt verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage. Compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering Deze tegemoetkoming is bedoeld ter compensatie van de vervallen landelijke regeling Compensatie Eigen Risico (CER). Het verplicht eigen risico geldt voor een basisverzekering op grond van de Zvw. Deze compensatie wordt enkel aan Amsterdammers van 18 jaar of ouder verstrekt als er een indicatie bestaat voor tenminste één van de tegemoetkomingen voor maaltijden, extra energie, extra bewassing of extra kledingslijtage.

Tegemoetkoming maaltijden Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten van kant-en-klaar (vers)maaltijden voor Amsterdammers die niet in staat zijn zelf een warme maaltijd te bereiden. Tegemoetkoming energiekosten Deze tegemoetkoming is bedoeld te voorzien in extra kosten voor gas en stroom. Het betreft energiegebruik voor verwarming, douchen en baden en koken, extra stroom voor (accu’s van) hulpmiddelen etcetera. 79

Tegemoetkoming kosten bewassing Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten voor extra wasbeurten voor kleding en beddengoed. Hier is slijtage door extra bewassing bij inbegrepen. Tegemoetkoming kosten ten gevolge van kledingslijtage Deze tegemoetkoming is bedoeld voor kosten die veroorzaakt worden door mechanische slijtage van kleding en schoeisel door bijvoorbeeld protheses of langdurig zitten. b Voorwaarden voor verstrekking Zoals beschreven kent deze tegemoetkoming in de meerkosten een specifieke doelgroep, die gekenmerkt wordt door langdurige beperkingen en een laag inkomen. Om vast te stellen wie voor deze tegemoetkoming in aanmerking komt, is er een specifieke regeling opgesteld die hieronder is opgenomen. De regeling wordt uitgevoerd door WPI, die ook de inkomenstoets doet en voor medisch advies gebruik maakt van de keuringsartsen van de GGD Amsterdam, en luidt als volgt. 1. Begripsbepalingen 1.1. De begrippen in deze Nadere regels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). 1.2. Voorts wordt in deze Nadere regels verstaan onder: a. Bescheiden vermogen: Het vermogen dat de grenzen zoals genoemd in artikel 34 Participatiewet niet te boven gaat. b.

Mensen met een chronische ziekte of beperking: Inwoners van de gemeente Amsterdam die blijkens een medische verklaring voor tenminste 12 maanden zodanig chronisch ziek zijn en/of fysieke of psychische beperkingen ondervinden, dat zij gedurende die periode noodgedwongen extra kosten maken. c. Fiscaal inkomen: Het brutoloon met daarbij gerekend belaste vergoedingen, waaronder begrepen de vergoeding van de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, zoals dit blijkt uit de jaaropgave of inkomensspecificatie van een werkgever en/of een uitkeringsinstelling zoals WPI. d. Laag inkomen < pensioengerechtigde leeftijd (PGL): I. een fiscaal gezinsinkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van het bruto wettelijk minimumloon (WML) voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden of; II. een afgeleid percentage van het WML voor alleenstaanden of alleenstaande ouders dat elk half jaar door de directeur Inkomen wordt vastgesteld of; III. een fiscaal gezinsinkomen dat hoger is dan 130% van die normen, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie. e.

Laag inkomen > PGL: Een (pensioen) of ander fiscaal (gezins) inkomen dat minder dan of gelijk is aan 130% van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde maximale bruto AOW norm, of meer dan 130% van die norm, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. f. Peildatum: 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. g. Indien het inkomensniveau in het jaar van de peildatum niet beschikbaar is, wordt het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan de peildatum gebruikt. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum. 80

h. Vermogen: Alle bezittingen in geld en goederen behoudens een gebruikelijke woninginrichting en medisch noodzakelijke (vervoers)voorzieningen. 2. Aanvraag en toekenning 2.1. Het college verstrekt aan Amsterdammers met een chronische ziekte of beperking met een laag inkomen en niet meer dan een bescheiden vermogen op aanvraag een tegemoetkoming ter bestrijding van aannemelijke meerkosten. 2.2. Amsterdammers die in een instelling op basis van de Wlz of de Wmo verblijven komen niet in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming in de meerkosten. Bij uitzondering kunnen Amsterdammers in een Wmo-instelling die bijdrageplichtig zijn en/of die een persoonlijke toelage op grond van de Participatiewet ontvangen, in aanmerking komen voor de module kledingslijtage en compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering. 2.3. Een aanvraag (om herziening) voor een specifieke tegemoetkoming kan één keer per twaalf maanden worden ingediend. 2.4. Voor de toekenning wordt het laag inkomen < PGL of > PGL in aanmerking genomen zoals dat voor aanvragers gold op de peildatum. 2.5 In afwijking van het voorgaande lid kan een laag inkomen bestaand uit een sociale verzekeringsuitkering of voorziening die naar verwachting in het kalenderjaar blijft voortduren, tussentijds voor de toekenning in aanmerking genomen worden. 2.6.

Het toekenningsbesluit geldt voor twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend en wordt telkens stilzwijgend verlengd met twaalf maanden, tenzij er geen noodzaak meer is voor ongewijzigde verlenging. 3. Uitkering 3.1. De vergoeding wordt afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager en bestaat uit een of meer algemene vergoedingen en afhankelijk van de individuele omstandigheden een of meer specifieke vergoedingen. 4. Advisering 4.1. De samenstelling van de totale vergoeding wordt, voor zover het college dat nodig acht, vastgesteld na het inwinnen van advies van een door het college aangewezen medisch deskundige. 4.2. De medisch deskundige beoordeelt de mate waarin de gezondheidssituatie van de aanvrager naar verwachting over een periode van tenminste 12 maanden leidt tot bepaalde aannemelijke meerkosten zoals genoemd in artikel 3.1. 4.3. Het advies van de medisch deskundige heeft een geldigheid van tenminste 12 maanden. 4.4. In afwijking van artikel 4.1 kan de samenstelling van de totale vergoeding in overleg met een representatieve vertegenwoordigende organisatie en medisch deskundigen tot stand komen, als de vergoeding bestemd is voor een vastgestelde groep mensen met een chronische ziekte of beperking. 5. Herbeoordeling 5.1.

Voor zover het college dat nodig acht wordt een toegekende tegemoetkoming, na stilzwijgende verlenging, tenminste eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld door een medisch deskundige. 5.2. De medisch deskundige beoordeelt of de gezondheidssituatie en de aannemelijk te maken meerkosten afwijken van het eerdere advies en adviseert het college over de (gewijzigde) voortzetting van de vergoedingen. 81

5.3. 5.4.

Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit een (voortdurende) (pensioen) uitkering wordt eenmaal per vijf jaar herbeoordeeld. Het inkomen en vermogen van deelnemers met een laag inkomen uit arbeid wordt jaarlijks herbeoordeeld.

6. Afwijkende inkomenstoets Indien reeds een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling op grond van het armoedebeleid heeft plaatsgevonden en daarbij is vastgesteld dat het laag inkomen niet hoger is dan het relevante toetsbedrag, kan het college besluiten dat het inkomen niet opnieuw wordt getoetst. 7. Verplichtingen deelnemers Mensen met een chronische ziekte of beperking die een vergoeding ingevolge deze regeling ontvangen zijn verplicht het college (WPI) in te lichten, indien hun inkomen en/of vermogen boven de grenzen bedoeld in artikel 1, onder d. tot en met h., zal stijgen. 8. Intrekken en terugvorderen 8.1. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze Nadere regels, geheel of gedeeltelijk intrekken indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, terwijl de aanvrager wist, of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onvolledig of onjuist waren en tot een ander besluit zouden hebben geleid. 8.2. Indien een besluit is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels worden teruggevorderd, dit voor zover na de datum van het besluit tot toekenning van de voorziening nog geen vijf jaren zijn verstreken. 8.3 Indien een vergoeding uit hoofde van deze Nadere regels abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan de aanvrager is uitbetaald, kan dit worden teruggevorderd.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam juli 2022 worden ingetrokken, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend voor het moment van intrekking. Artikel II Deze Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2023 treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2023. Artikel III Deze Nadere regels worden aangehaald als Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2023. Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 januari 2023. De voorzitter Femke Halsema De gemeentesecretaris 82

Peter Teesink

Bijlage 1: Maatstaf hulp bij het huishouden Amsterdam Achtergronden De voorliggende ‘maatstaf hulp bij het huishouden Amsterdam’ is opgesteld na onderzoek door de combinatie van bureau HHM en KPMG Plexus. Dit onderzoek vond plaats in de periode september 2016 – januari 2017 en bestond uit een combinatie van expertpanels, interviews met cliënten en observaties van professionals in de praktijk. De gevolgde aanpak en de uitkomsten van het onderzoek zijn in een separate rapportage verwoord. De maatstaf In deze notitie zijn de uitkomsten van het onderzoek samengevat. Het onderzoek heeft als resultaat een duidelijke maatstaf die nodig is voor de toekenning van huishoudelijke hulp in resultaten. Deze maatstaf omvat de activiteiten die bijvoorbeeld verricht moeten worden voor een verantwoord niveau van schoon voor een huishouden en de frequentie waarmee deze activiteiten verricht moeten worden. Ook geeft de maatstaf inzicht in de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden (Zie ook hoofdstuk 4.9 Nadere regels waarin is aangegeven welke aspecten wel/niet kunnen worden meegewogen). Maatwerk vanuit een individuele benadering staat voorop.

Dit betekent dat in individuele cliëntsituaties moet worden bepaald 1) welke activiteiten (eventueel) niet of met een lagere frequentie of tijdbesteding door de professionele hulp uitgevoerd hoeven te worden (door eigen mogelijkheden van de cliënt of inzet van zijn/haar netwerk) en 2) welke activiteiten (eventueel) om een hogere frequentie of tijdsbesteding van de professionele hulp vragen (op basis van kenmerken van de cliënt, zijn/haar huishouden en de omgeving rond het huis). De maatstaf is een solide basis voor deze afweging. De maatstaf biedt voor zowel zorg in natura als voor het vaststellen van het persoonsgebonden budget de onderbouwing van het Amsterdamse beleid voor hulp bij het huishouden. Op deze wijze kan de gemeente Amsterdam duidelijk maken op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van de resultaten binnen hulp bij het huishouden. Toepassing De maatstaf is de leidraad bij het vraagverhelderingsgesprek om met de cliënt een goed beeld te krijgen van de benodigde activiteiten voor de hulp bij het huishouden. De verschillende resultaten waarvoor de maatstaf is uitgewerkt, zijn: 1. Schoon en leefbaar huis 2. Beschikken over schone was. 3. Beschikken over boodschappen 4. Beschikken over maaltijden. Ook is advies en instructie uitgewerkt, dat onderdeel kan zijn van de verschillende resultaten van hulp bij het huishouden.

Met dat doel zijn in de maatstaf, per onderscheiden resultaat, twee aspecten uitgewerkt: 83

a) De activiteiten die in een gemiddeld huishouden bijdragen aan het te bereiken resultaat en de (gemiddelde) frequentie die voor uitvoering van deze activiteiten nodig is, gegroepeerd per categorie van activiteiten; b) De factoren die van invloed zijn op de frequentie en/of tijdbesteding van die categorieën van activiteiten. In de maatstaf presenteren we categorieën van activiteiten. Voor de resultaten ‘schoon en leefbaar huis’ en ‘beschikken over schone was’ bestaan deze categorieën uit veel losse activiteiten. Voor de volledigheid presenteren we ook de frequentie van al deze losse activiteiten. Door aan de hand van de maatstaf steeds per cliënt te beoordelen welke activiteiten nodig zijn in welke frequentie voor het te behalen resultaat en welke beïnvloedende factoren van toepassing zijn, wordt bepaald welke professionele ondersteuning noodzakelijk is. Voor het resultaat ‘thuis verzorgen van kinderen’ is geen maatstaf uitgewerkt. Dit resultaat wordt weinig geïndiceerd in Amsterdam en als het aan de orde is zijn er veel beïnvloedende variabelen met een sterk wisselende uitkomst. Daardoor is het onmogelijk een algemeen geldende maatstaf op te stellen. 1. Maatstaf: Schoon en leefbaar huis a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten per ruimte, uitgaande van volledige professionele overname* Ruimte

WOONKAMER

SLAAPKAMER

KEUKEN

SANITAIR

HAL

1x per week

Stof afnemen midden & laag, opruimen, stofzuigen, indirecte tijd

Stof afnemen midden & laag, opruimen, stofzuigen

Stofzuigen, dweilen, keukenblok en keukenapparatuur schoonmaken, afval opruimen, afwassen

Badkamer en toilet schoonmaken incl. stofzuigen en dweilen

Stof afnemen midden, laag & hoog, stofzuigen

1x per 2 weken

Stof afnemen hoog, dweilen

Bed verschonen of opmaken

Dweilen

Dweilen

Trap stofzuigen binnenshuis

Frequentie

1x per 4 weken 1x per 6 weken tot 1x per 8 weken

Deur(post)en nat afdoen, zitmeubels

Stof afnemen hoog

Bovenkant keukenkastjes, deur(post)en nat afdoen

Deur(post)en nat afdoen

Incidenteel (1x per jaar tot 4x per jaar)

Ramen binnenzijde wassen, radiatoren, raambekleding

Ramen binnenzijde wassen, radiatoren, raambekleding, deur(post)en nat afdoen, matras

Ramen binnenzijde wassen, radiatoren, raambekleding, oven/magnetron, koelkast &

Ramen binnenzijde wassen, radiatoren, raambekleding, tegelwand badkamer

84

Deur(post)en nat afdoen, radiatoren

draaien

keukenkastjes binnenzijde, afzuigkap, losse tegelwand en vriezer schoonmaken

schoonmaken

*Per bezoek wordt naast de activiteiten in bovenstaande tabel ook indirecte tijd besteed aan aankomst en vertrek, het pakken van materialen en sociaal contact met de cliënt b) Beïnvloedende factoren In de onderstaande tabel staan per categorie van schoonmaakactiviteiten de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect (‘+’) of een verlichtend effect (‘-’) heeft Categorie activiteiten

Invloed op de frequentie

Invloed op de tijdbesteding

Algemeen

+ Het aantal bewoners, hun aanwezigheid in woning en hun mobiliteit door de woning. - De mate waarin cliënten zelf activiteiten kunnen uitvoeren.

+ Het aantal bewoners, hun aanwezigheid in de woning en hun mobiliteit door de woning. - De mate waarin cliënten zelf activiteiten kunnen uitvoeren. + Omvang van de woning. - Aanwezigheid van goed schoonmaakmateriaal.

Afnemen, nat en droog

+ Verkeersdrukte rondom de woning i.v.m. uitstoot en stof. + Bij sommige ziektes moeten oppervlakten die vaak aangeraakt worden vaker afgenomen worden.

+ Verkeersdrukte rondom de woning i.v.m. uitstoot en stof.

Stofzuigen en dweilen

+ Gezondheid cliënt: bij aandoeningen als astma of longemfyseem moet het huis zoveel mogelijk stofvrij zijn. + Aanwezigheid van aandoeningen waardoor vaker geknoeid wordt.

+ Type vloer, waarbij tapijt en vloerkleden extra tijd kosten. +/- Het aantal en de omvang van meubels op de vloer. + De aanwezigheid van huisdieren waardoor meer stof en haren op de vloer liggen. + De cliënt gebruikt een rolstoel, rollator of scootmobiel binnenshuis waardoor zich extra vuil door de woning verspreidt.

Raamwerk

+/- Type raambekleding, zoals vitrage, gordijnen of lamellen. - Beschikbaarheid van hulpmiddelen voor reinigen van luxaflex.

Bed

+ Bedlegerigheid. + Incontinentie of andere aandoeningen waardoor het bed sneller kan vervuilen.

+/- Het soort beddengoed en/of gebruik van losse dekens. + Meerpersoonshuishouden.

Keuken schoonmaken

+/- Frequentie en intensiteit van het gebruik door de cliënt.

+/- Frequentie en intensiteit van het gebruik door de cliënt.

85

+/- Afzuigkap met/zonder uitneembare roosters. +/- Beschikbaarheid van een vaatwasmachine. Sanitair schoonmaken

+/- Intensiteit van het gebruik van de badkamer. + Bij o.a. griep, incontinentie, ziekte of slechtziendheid moet het toilet vaker dan één keer per week schoongemaakt worden.

+/- Omvang van de badkamer en intensiteit van gebruik. + Aanwezigheid en gebruik van ligbad. + Aanwezigheid van witgoed in de badkamer. + Wijze van gebruik van het toilet.

Opruimen

+ Ernst van de problematiek bij cliënten c.q. de mate waarin zij niet in staat zijn om zelf op te ruimen.

+ Ernst van de problematiek bij cliënten c.q. de mate waarin zij niet in staat zijn om zelf op te ruimen.

c) Activiteiten en (gemiddelde) frequentie voor alle losse activiteiten: Ruimte

Benodigde activiteiten

Gemiddelde frequentie

Woonkamer

Stof afnemen hoog incl. luchtfilters

1 x per 2 weken

Stof afnemen midden incl. tastvlakken

1 x per week

Stof afnemen laag

1 x per week

Opruimen

1 x per week

Stofzuigen

1 x per week

Dweilen

1 x per 2 weken

Gordijnen wassen

1 x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

2 x per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

1 x per 8 weken

Zitmeubels afnemen (droog/nat)

1 x per 8 weken

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Stof afnemen hoog incl. luchtfilters

1 x per 6 weken

Stof afnemen midden incl. tastvlakken

1 x per week

Stof afnemen laag

1 x per week

Opruimen

1 x per week

Stofzuigen

1 x per week

Dweilen

1 x per 4 weken

Bed verschonen of opmaken

1 x per 2 weken

Gordijnen wassen

1 x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

2 x per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Slaapkamer

86

Ruimte

Keuken

Sanitair

Hal

Benodigde activiteiten

Gemiddelde frequentie

Matras draaien

2 x per jaar

Stofzuigen

1 x per week

Dweilen

1 x per week

Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel

1 x per week

Afwassen

1 x per week

Keukenapparatuur (buitenzijde)

1 x per week

Afval opruimen

1 x per week

Gordijnen wassen

2x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

3 x per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

1 x per 8 weken

Radiatoren reinigen

3 x per jaar

Keukenkastjes (binnenzijde)

2 x per jaar

Koelkast (binnenzijde)

3 x per jaar

Oven/magnetron (afnemen na knoeien en grondig schoonmaken)

4 x per jaar

Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)

1 x per jaar

Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - vaatwasserbestendig

2 x per jaar

Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - niet vaatwasserbestendig

2 x per jaar

Bovenkant keukenkastjes

1 x per 6 weken

Tegelwand (los van keukenblok)

2 x per jaar

Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen)

1 x per week

Toilet schoonmaken

1 x per week

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

1 x per 8 weken

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Tegelwand badkamer afnemen

4 x per jaar

Gordijnen wassen

1 x per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

3 x per jaar

Stof afnemen hoog incl. luchtfilters

1 x per week

Stof afnemen midden incl. tastvlakken

1 x per week

Stof afnemen laag

1 x per week

Stofzuigen

1 x per week

Dweilen

1 x per 2 weken

87

Ruimte

Benodigde activiteiten

Gemiddelde frequentie

Trap stofzuigen (binnenshuis)

1 x per 4 weken

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

2. Maatstaf: Beschikken over schone was a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten, uitgaande van volledige professionele overname Frequentie

Activiteiten

2x per week tot 3x per week

Wassen, drogen, opvouwen en opbergen.

1x per week

Was sorteren en strijken.

b) Beïnvloedende factoren In de onderstaande tabel staan de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect (‘+’) of een verlichtend effect (‘-’) heeft (Zie ook hoofdstuk 4.9 Nadere regels waarin is aangegeven welke aspecten wel/niet kunnen worden meegewogen). Resultaat

Invloed op de frequentie

Invloed op de tijdbesteding

Schone Was

+ Fysieke beperkingen zoals incontinentie, nachtzweten en veel knoeien met eten en drinken. + Andere medische aandoeningen waardoor vaker moet worden gewassen. + Omvang en samenstelling van het huishouden.

+ Besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). - De cliënt draagt strijkvrije bovenkleding.

c) Activiteiten en (gemiddelde) frequentie voor alle losse activiteiten: Resultaat

Benodigde activiteiten

Gemiddelde frequentie

Schone Was

Wasgoed sorteren

1 x per week

Behandelen van vlekken (indien nodig)

5 x per 2 weken

Was in de machine stoppen, wasmachine aanzetten

5 x per 2 weken

Wasmachine leeghalen

5 x per 2 weken

Sorteren naar droger of waslijn

5 x per 2 weken

Was in de droger stoppen

5 x per 2 weken

Droger leeghalen

5 x per 2 weken

Was ophangen

5 x per 2 weken

Was afhalen

5 x per 2 weken

88

Resultaat

Benodigde activiteiten

Gemiddelde frequentie

Was opvouwen

5 x per 2 weken

Was strijken

1 x per week

Was opbergen/opruimen

5 x per 2 weken

3. Maatstaf: Beschikken over boodschappen a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten, uitgaande van volledige professionele overname Frequentie

Activiteiten

1x per week

Boodschappenlijst opstellen, boodschappen doen en boodschappen opruimen.

b) Beïnvloedende factoren In de onderstaande tabel staan de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect (‘+’) of een verlichtend effect (‘-’) heeft (Zie ook hoofdstuk 4.9 Nadere regels waarin is aangegeven welke aspecten wel/niet kunnen worden meegewogen). Resultaat

Invloed op de frequentie

Invloed op de tijdbesteding

Boodschappen

-

+ De omvang van het huishouden.

Er zijn verschillende alternatieven denkbaar die de inzet van professionele ondersteuning op dit resultaat overbodig maken. Dit betreft de inzet vanuit het sociale netwerk of het gebruik van voorliggende voorzieningen zoals een boodschappenservice. Indien professionele ondersteuning noodzakelijk wordt geacht, zijn er geen factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding beïnvloeden. 4. Maatstaf: Beschikken over maaltijden a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten, uitgaande van volledige professionele overname Frequentie

Activiteiten

2x per dag

Maaltijd klaarzetten, tafel dekken en afruimen, vaatwasser inruimen.

1x per dag

Maaltijd opwarmen (of incidenteel: bereiden (Het beleid van Amsterdam gaat uit van algemene beschikbaarheid van maaltijden, zodat geen professionele ondersteuning bij het bereiden aan de orde is. Slechts in zeer incidentele gevallen, zoals ingewikkelde diëten, kan die hulp wel noodzakelijk zijn)), afwassen of vaatwasser uitruimen.

b) Beïnvloedende factoren In de onderstaande tabel staan de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect 89

(‘+’) of een verlichtend effect (‘-’) heeft (Zie ook hoofdstuk 4.9 Nadere regels waarin is aangegeven welke aspecten wel/niet kunnen worden meegewogen). Resultaat

Invloed op de frequentie

Invloed op de tijdbesteding

Maaltijden

+ Aandoening waardoor de cliënt gestimuleerd moet worden de tweede reeds klaargezette broodmaaltijd te eten dan wel toezicht nodig is tijdens het eten.

- De aanwezigheid van een vaatwasser. + De afwezigheid van een magnetron. + Een meerpersoonshuishouden. + Aandoening waardoor de cliënt gestimuleerd moet worden om te eten dan wel toezicht nodig is tijdens het eten.

90

Bijlage 2.

Toelichting puntensysteem persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden

Bij toekenning van een persoonsgebonden budget (Pgb) moet vooraf een omvang van de benodigde ondersteuning worden vastgesteld, op basis van de maatstaf hulp bij het huishouden, zodat een bedrag kan worden bepaald waarmee de cliënt ondersteuning kan inkopen. Doordat budgethouders een budget voor een langere periode ontvangen zijn zij flexibel om keuzes te maken over de inzet van het persoonsgebonden budget. Onderstaand wordt eerst in het algemeen en daarna per resultaat uitgelegd hoe het budget van een Pgb tot stand komt. Voor zorg in natura verwijzen wij u naar paragraaf 2.4 van de Nadere regels. Amsterdam hanteert voor het bepalen van de omvang van een Pgb hulp bij het huishouden een puntensysteem. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger het bedrag. Het aantal punten wordt berekend door de inzet per benodigde activiteit (zie tabellen) te vermenigvuldigen met een cijfer dat staat voor de mate waarin de hulpverlener de activiteit overneemt. Om van het aantal punten op jaarbasis tot een budget (bedrag) te komen, worden de punten vermenigvuldigd met het tarief per punt zoals opgenomen in de Verordening. Als het budget niet voor een heel kalenderjaar maar voor een deel ervan geldt, wordt het budget vastgesteld naar rato van de looptijd van de indicatie. Hieronder wordt de berekening nader toegelicht voor de afzonderlijke resultaten.

Puntenberekening van het resultaat schoon en leefbaar huis Vertrekpunt vormt de gemiddeld benodigde inzet op jaarbasis voor de uitvoering van de maatstaf bij gehele overname van het huishouden (zie onderstaande tabel). Om rekening te houden met wat de cliënt en/of zijn sociale netwerk zelf kan uitvoeren, wordt deze inzet per activiteit vermenigvuldigd met een van de onderstaande cijfers: - 4 bij gehele overname - 3 bij grotendeels overname - 2 bij halve overname - 1 bij gedeeltelijke overname - 0 bij geen overname Er kan ook een hoger cijfer worden toegekend dan 4, dit is in alle gevallen een maatwerkafweging. Het gebeurt bijvoorbeeld wanneer de frequentie en/of duur van bepaalde activiteiten door persoonlijke omstandigheden van de cliënt hoger dient te zijn dan de gemiddeld benodigde inzet. De beïnvloedende factoren zijn opgenomen in de maatstaf. Indirecte tijd betreft de tijd die wordt besteed aan aankomst en vertrek, administratie en sociaal contact. De indirecte tijd wordt standaard vermenigvuldigd met cijfer 4.

91

Tabel Beschikken over een schoon en leefbaar huis Tijd in uren per jaar /

Woonkamer

Slaapkamer

Keuken

Woonruimten

Badkamer

Hal

en toilet

Indirecte

Totaal

tijd bij de

(uren)

cliënt Afnemen nat en droog

13,3

5,8

Stofzuigen en dweilen

9,2

4,4

5,4

Ramen en gordijnen

1,1

1,0

0,6

Bed verschonen

0,3

24,3

3,6

22,6

0,1

2,8

3,6

3,6

Keuken schoonmaken

16,3

Sanitair schoonmaken Opruimen

4,9

16,3 15,9

0,2

15,9

0,1

0,3

Afwassen

7,6

7,6

Indirecte tijd bij de cliënt Totaal

19,0 23,8

15,0

30,2

16,0

8,6

19,0

Bron: HHM-rapport, tabel 10: Jaarlijks benodigde inzet voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ per categorie per woonruimte (in uren) bij volledige professionele ondersteuning inclusief afwassen, afgerond op 1 decimaal. Puntenberekening van de resultaten beschikken over schone was, beschikken over boodschappen en beschikken over maaltijden. Vertrekpunt vormt de gemiddeld benodigde inzet per activiteit zoals beschreven in de maatstaf (zie onderstaande tabellen). Deze inzet wordt vermenigvuldigd met het aantal keer per week dat de activiteit moet worden overgenomen, vervolgens met 52/60 en wordt daarna standaard (Ten behoeve van de vertaling van de inzet per week in minuten naar de inzet op jaarbasis in uren) vermenigvuldigd met 4. Deze berekening leidt tot het aantal punten op jaarbasis. Tabel Beschikken over schone was Activiteit

Tijdbesteding (min)

Wasgoed sorteren

1,8

Behandelen van vlekken Was in de machine stoppen (incl. wasmachine aanzetten)

1,5

Wasmachine leeghalen

1,5

Sorteren naar droger of waslijn

2,7

Was in de droger stoppen

1,3

Droger leeghalen

0,9

Was ophangen

5,8

Was afhalen

0,9

Was opvouwen

5,5

Was strijken

19,8

Was opbergen/opruimen

2,0

Bron: HHM-rapport, tabel 18: Benodigde tijd per activiteit voor het resultaat ‘beschikken over schone was’.

92

112,5

Tabel Beschikken over boodschappen Activiteit

Tijdbesteding (min)

Het opstellen van boodschappenlijst

6,5

Het doen van de boodschappen

39,5

Het opruimen van de boodschappen

4,9

Bron: HHM-rapport, tabel 25: Benodigde tijd per activiteit voor het resultaat ‘beschikken over boodschappen’.

Tabel Beschikken over maaltijden Activiteit

Tijdbesteding (min)

Broodmaaltijden: tafel dekken, eten en drinken

15 min

klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafel dekken,

15 min

eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser in/uitruimen Indirecte tijd per bezoek

5 min

Bron: HHM-rapport, tabel 30: Benodigde tijd per activiteit van het resultaat ‘beschikken over maaltijden’. Puntenberekening advies en instructie Vertrekpunt vormt de gemiddeld benodigde inzet per week voor de uitvoering van de maatstaf voor deze resultaten. Deze inzet wordt vermenigvuldigd met het aantal weken dat advies en instructie moet worden gegeven en wordt vervolgens standaard vermenigvuldigd met 4. Deze vermenigvuldiging leidt tot het aantal punten.

Tabel Advies en instructie Resultaat

Activiteit

Tijdbesteding (min)

Schoon en leefbaar

Aanleren van activiteiten en samen

60 minuten

huis, inclusief

uitvoeren van de activiteiten

beschikken over schone was Beschikken over

Aanleren van activiteiten en samen

boodschappen en

uitvoeren van de activiteiten

30 minuten

beschikken over maaltijden

Bron: HHM-rapport, tabel 33: Benodigde tijd per activiteit voor ‘advies en instructie’.

93

Bijlage 3: Normering thuis zorgen voor kinderen Normering activiteiten ten behoeve van de verzorging van kinderen Onderstaande normen gelden voor kinderen tot en met 6 jaar. Deze normtijden worden gebruikt bij het berekenen van de totale benodigde tijd voor de activiteiten met betrekking tot kinderen. Hiervoor wordt de normtijd vermenigvuldigd met het aantal keer per dag en het aantal keer per week. Dit levert dan de totaaltijd op van de activiteiten met betrekking tot kinderen. Naar bed brengen 10 min per keer per kind Uit bed halen 10 min per keer per kind Wassen en kleden 30 min per dag per kind Eten en/of drinken geven 20 min per maaltijd Babyvoeding (flesje/potje) 10 min per keer per kind Naar school/crèche brengen/halen 15 min per keer per gezin Het is hierbij mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor 1 keer en niet per kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind.

Opvang en/of verzorging van kinderen en helpen bij het bereiden van maaltijden De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen. Aanvullend op eigen mogelijkheden kunnen tot maximaal40 uur de volgende activiteiten overgenomen worden.  Wassen en aankleden  Hulp bij eten en/of drinken  Maaltijd voorbereiden  Sfeer scheppen, spelen  Opvoedingsactiviteiten Factoren meer/minder werk  Aantal kinderen -/+  Leeftijd kinderen -/+  Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten  Aanwezigheid gedragsproblematiek +  Samenvallende activiteiten -

94

Bijlage 4: Gebruikelijke hulp voor kinderen per levensfase Kinderen van 0 tot 5 jaar  kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;  hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling;  zijn tot 4 jaar niet zindelijk;  moeten volledig verzorgd worden: aan- en uitkleden, eten, wassen;  hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel/vrijetijdsbesteding;  beoefenen sport- en hobbyactiviteiten niet in verenigingsverband;  zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12 jaar  hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur/per week;  kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;  hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;  hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling;  zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook;  hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en naar hun activiteiten gaan;  beoefenen sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, ongeveer 2 maal per week.

Kinderen van 12 tot 18 jaar  hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;  kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;  kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;  hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;  hebben geen begeleiding nodig van en naar hun vrijetijdsactiviteiten;  beoefenen sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband;  hebben tot 16 jaar een reguliere dagbesteding op school; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (zoals huiswerk).

95

Bijlage 5: Kwaliteitskader persoonsgebonden budget Het merendeel van de cliënten in Amsterdam maakt gebruik van hulplevering in natura. De hulp wordt geleverd door zorgaanbieders met wie de gemeente Amsterdam contractuele afspraken heeft gemaakt over onder meer de kwaliteit van de te leveren zorg en ondersteuning. Op deze wijze heeft het college de kwaliteit geborgd. Naast zorg in natura bestaat voor cliënten de mogelijkheid om door middel van een persoonsgebonden budget zelf zorg in te kopen. Zij kunnen kiezen wie ze als zorgverlener inhuren, bijvoorbeeld een familielid of bekende, een zelfstandige of een zorginstelling. In dat geval zijn de budgethouders, de cliënten met het Pgb, er zelf verantwoordelijk voor iemand in te huren die voldoet aan de gemeentelijke eisen aan de kwaliteit van de ondersteuning. De gemeente heeft als verstrekker een belangrijke taak om bij Pgb’s, even goed als bij zorg in natura, te borgen dat de kwaliteit van de ingekochte zorg volstaat. In dat kader heeft de gemeente Amsterdam een kwaliteitskader ontwikkeld dat bestaat uit kwaliteitseisen voor de informele hulpverleners en voor professionals. Deze eisen zijn afgeleid van de wettelijke kwaliteitseisen die gelden voor gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren. De door de budgethouder ingehuurde hulpverleners dienen aan deze eisen te voldoen.

Indien bij een lopend Pgb een tekort wordt gesignaleerd geldt dat er, afhankelijk van de ernst van de afwijking, de mogelijkheid bestaat om deze binnen een afgesproken termijn te herstellen. 1.1

Kwaliteitseisen voor informele hulpverleners

Onder een informele zorgverlener wordt verstaan een natuurlijk persoon die op persoonlijke titel, en niet namens een organisatie, voor een Pgb-houder werkt. De voorziening is veilig verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Wmo 2015) De informele hulpverlener dient: 1. In het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan 12 maanden. Uitgezonderd hiervan zijn familieleden van de Pgb-houder, tot in de vierde graad. Het moet gaan om een VOG Natuurlijke Personen met screeningsprofiel 45 Gezondheidszorg en Welzijn. 2. In geval van een calamiteit dit te melden aan de cliënt en aan de Wmo toezichthouder (GGD). De gemeente stelt dan een onderzoek in. 3. Bij vermoedens van huiselijk geweld in het huishouden van de Pgb-houder voor advies contact op te nemen met Veilig Thuis. De voorziening is doelmatig en doeltreffend verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Wmo 2015) De informele hulpverlener: 1. Verleent de ondersteuning op basis van een zorgplan van de informele hulpverlener. Dit zorgplan is in overleg met de cliënt opgesteld. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren zoals geformuleerd in het 96

ondersteuningsplan. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het zorgplan voorgenomen en dat deze activiteiten adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. Aan het zorgplan van een informele hulpverlener worden minder strenge eisen gesteld dan aan het zorgplan van een professionele zorgaanbieder. Voor hulp bij huishouden mag het ondersteuningsplan met afsprakenoverzicht gebruikt worden als het zorgplan van de informele hulpverlener. Voor de producten aanvullende individuele ondersteuning, ambulante ondersteuning, dagbesteding en logeeropvang is het zorgplan niet hetzelfde als het ondersteuningsplan, en evenmin hetzelfde als het Pgb-plan van de cliënt. (zie eindnoot) 2. Houdt een administratie bij met een registratie van de ondersteuning. Dit is niet nodig als de ureninzet blijkt uit getekende urenbriefjes. 3. Dient in de directe omgeving van de cliënt de zorg te kunnen bieden. Dit moet tot uiting komen in het zorgplan van de informele hulpverlener. Ook moet de informele hulpverlener bij de zorgverlening passende kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen. De woonplaats van de informele hulpverlener mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt.

De voorziening is cliëntgericht verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Wmo 2015) De informele hulpverlener dient rekening te houden met de aard van de problematiek van de cliënt. De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt (artikel 3.1, tweede lid, onder b, Wmo 2015) 1. De informele hulpverlener mag niet tevens de rol van Pgb vertegenwoordiger invullen. 2. Om belangenverstrengeling te voorkomen mag de informele hulpverlener die hulp verleent aan de cliënt geen familie zijn van de Pgb-vertegenwoordiger van de cliënt (in het geval de cliënt een Pgb-vertegenwoordiger heeft). Onder familie verstaan wij hier familie tot in de vierde graad. 3. Bij bijzondere omstandigheden kan de gemeente op bovenstaande situaties een uitzondering toestaan. De voorziening wordt verstrekt met respect voor en in achtneming van de rechten van de cliënt (artikel 3.1, tweede lid, onder d, Wmo 2015) De informele hulpverlener: 1. Bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze. 2. Respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie. Algemene eisen en uitsluitingsgronden De informele hulpverlener: 97

1.

Dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de gemeente (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid. 2. Kan van hulpverlening worden uitgesloten vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding en/of fraude en overtredingen op alle onder genoemde terreinen, in de afgelopen drie jaar voorafgaand aan de start van de zorgverlening: a) Het niet betalen van belasting en/of sociale premies b) Deelneming in een criminele organisatie c) Activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde d) Witwassen e) Kinderarbeid/mensenhandel f) Schending van verplichtingen op gebied van milieu, sociaal- of arbeidsrecht g) Fraude, valse verklaringen of vervalsing van mededinging h) Verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens i) Faillissement j) Overwegende belangen anders dan zorg voor de cliënt en financiering van geleverde zorg k) Onrechtmatige beïnvloeding, of het doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst voor tegenprestaties buiten de zorgverleningsrelatie om.

1.2 Kwaliteitseisen voor professionele hulpverleners De voorziening is veilig verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Wmo 2015) De zorgaanbieder dient: 1. Te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG RP, ingeval van ZZP-ers: VOG NP met screeningsprofiel 45). Medewerkers en stagiaires die in contact kunnen komen met cliënten zijn ook in het bezit van een VOG (Natuurlijke Personen, screeningsprofiel 45) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan 12 maanden. De zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. 2. Is in het bezit van, en werkt volgens, een calamiteitenprotocol. In geval van een calamiteit dient de zorgaanbieder dit te melden aan de cliënt en aan de toezichthouder. De gemeente stelt dan een onderzoek in. 3. Conform de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling een meldprotocol huiselijk geweld te hanteren en kennis van de meldcode bij de medewerkers te borgen. 4. Dient in geval van dagbesteding te waarborgen dat de binnen- en buitenruimtes waar cliënten verblijven gedurende de verstrekking van de voorziening veilig, toegankelijk en passend, dat wil zeggen in overeenstemming met de aangeboden activiteiten, ingericht zijn. De voorziening is doelmatig en doeltreffend verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Wmo 2015)

98

1.

De hulp moet verleend worden op basis van een zorgplan van de zorgaanbieder. Dit zorgplan is in overleg met de cliënt opgesteld. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren zoals geformuleerd in het ondersteuningsplan. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het zorgplan voorgenomen en dat deze activiteiten adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. Voor hulp bij huishouden mag het ondersteuningsplan met afsprakenoverzicht gebruikt worden als zorgplan van de aanbieder. Voor de producten aanvullende individuele ondersteuning, ambulante ondersteuning, dagbesteding en logeeropvang is het zorgplan niet hetzelfde als het ondersteuningsplan, en evenmin hetzelfde als het Pgb-plan van de cliënt. (zie voetnoot) 2. De zorgaanbieder houdt een administratie bij met een registratie van de ondersteuning, en een agenda en planning van de betreffende medewerker. 3. De fysieke standplaats van de zorgaanbieder mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt. Ook moet de zorgaanbieder bij de zorgverlening passende kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen.

De voorziening is cliëntgericht verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a, Wmo 2015) De zorgaanbieder dient bij het inzetten van medewerkers rekening te houden met de aard van de problematiek van de cliënt en de professionele vaardigheden van de medewerker die aan de cliënt wordt toegewezen. De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt (artikel 3.1, tweede lid, onder b, Wmo 2015) 1.

De zorgaanbieder mag niet tevens Pgb-vertegenwoordiger van de cliënt zijn, tenzij de gemeente hier vanwege bijzondere omstandigheden toestemming voor heeft verleend. Dit geldt ook voor iedere hiërarchisch meerdere van de zorgverlener in de organisatie van de zorgaanbieder. 2. Om belangenverstrengeling te voorkomen mag de medewerker die zorg verleent aan de cliënt geen familie zijn van de cliënt of diens Pgb-vertegenwoordiger (als die er is). Onder familie wordt verstaan familie tot in de vierde graad. Dezelfde eis geldt voor hiërarchisch meerderen van die medewerker binnen de organisatie van de zorgaanbieder. 3. Een uitzondering hierop vormt een familielid die als ZZP’er professioneel werkzaam is op het werkterrein van maatschappelijke ondersteuning, en daarvoor de benodigde kwalificaties heeft. Deze kan voor dat werkterrein door een Pgb-beheerder worden ingezet als professionele zorgaanbieder. Dit familielid dient dan wel tevens te voldoen aan alle andere eisen die aan professionele zorgaanbieders worden gesteld. 4. Het verantwoordelijke management, en de medewerkers die met de uitvoering van de opdracht belast zijn, beheersen de Nederlandse taal in woord en geschrift in voldoende mate voor zover relevant voor de uitvoering van de onderhavige werkzaamheden en de contractuele verplichtingen.

De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard 99

(artikel 3.1, tweede lid, onder c, Wmo 2015) 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig uitgevoerd worden en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming moet aansluiten bij de te leveren diensten voor het Pgb. De zorgaanbieder neemt bij het verlenen van de dienstverlening de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard redelijkerwijs aan de zorgaanbieder mogen worden gesteld. De professionals die bij de zorgaanbieder in dienst zijn, zijn vakbekwaam en houden zich aan de voor hun geldende beroepscode. Als de GGD Amsterdam/Amstelland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of een vergelijkbaar orgaan een rapport heeft uitgebracht over de zorgaanbieder in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de zorgverlening, dan stelt de zorgaanbieder de Pgb-houder (of diens Pgb-vertegenwoordiger) èn de toezichthouder daarvan op de hoogte. Gedurende de periode van zorglevering stelt de zorgaanbieder de Pgb-houder (of diens Pgbvertegenwoordiger) èn de toezichthouder onverwijld in kennis van ieder dergelijk rapport over de zorgaanbieder dat nieuw wordt uitgebracht. De zorgaanbieder draagt zorg voor scholingsbeleid dat garandeert dat de zorgverleners die namens de zorgaanbieders werken op het benodigde professionele niveau kunnen blijven werken.

Voor ZZP’ers geldt dat zij moeten kunnen aantonen dat zij voldoende tijd besteden aan deskundigheidsbevordering, coaching en/of intervisie om hun deskundigheid op het benodigde professionele niveau te houden. Deskundigheidsbevordering behoeft meer inzet naarmate de geleverde zorg complexer is. De zorgaanbieder zorgt dat de inzet van vrijwilligers of stagiairs altijd plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een zorgprofessional. De inzet van vrijwilligers of stagiairs dient altijd in redelijke verhouding te staan tot de professionele inzet. De zorgaanbieder dient over een aantoonbaar werkzaam kwaliteitssysteem te beschikken. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een certificaat van de volgende keurmerken: ISO 9001, EN 15224, HKZ, Prezo of Kiwa (ZZP en kleine ondernemers). Een zorgaanbieder die niet over een certificaat beschikt moet op een andere manier aantonen een werkend systeem te hebben voor het beheersen, bewaken, borgen en verbeteren van de kwaliteit van de ondersteuning. Alle eisen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en alle aanvullende eisen die vanuit de gemeente worden gesteld aan zorgaanbieders gelden evenzeer voor onderaannemers als voor hoofdaannemers. Hoofdaannemers zijn volledig aansprakelijk voor de zorgverlening die zij in onderaanneming laten uitvoeren.

De voorziening wordt verstrekt met respect voor en in achtneming van de rechten van de cliënt (artikel 3.1, tweede lid, onder d, Wmo 2015) De zorgaanbieder: 1. Bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze. 2. Beschikt over een eigen, door het bevoegd bestuur vastgelegde klachtenregeling, die standaard bij aanvang van de ondersteuning aan de cliënt wordt verstrekt. 3. Moet kunnen aantonen conform de wet om te gaan met privacy en de uitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens. Algemene eisen en uitsluitingsgronden 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12361283/1