02 Beantwoording raadsadres beschikbaar stellen €26,5 milj voor 18 groenprojecten.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
1 maart 2021 Behandeld door Onderwerp
Geachte heer
Beantwoording e-mail: “Beschikbaarstelling van 26.5 miljoen t.b.v. 18 groenprojecten”
,
In uw e-mail van 14 januari stelt u namens vragen over de deelname van stadsdeel Centrum bij de beschikbaarstelling van 26,5 miljoen voor groenprojecten in de stad vanuit het SHP/Bovenwijks Groen. De raad heeft het college van burgemeester en wethouders gevraagd uw e-mail te beantwoorden. Wij kunnen u melden dat er met de plannen SHP/Bovenwijks Groen, ook buiten de parken geïnvesteerd wordt om het volume en de kwaliteit van het groen in de stad te verbeteren. In het centrum is het Weteringcircuit opgenomen in de plannen met aanleg van een nieuw te vormen ‘Weteringpark’ middenin de drukke binnenstad. Naast de aangegeven grotere projecten is er aandacht voor extra vergroening in de dichtbebouwde buurten, zoals bijvoorbeeld de ‘knowledge mile’ in de Weesperstraat en extra groen op de Nieuwezijds Voorburgwal. Bomen worden uitsluitend gekapt als het niet anders kan, met daarbij de opgelegde herplantplicht conform de Bomenverordening Amsterdam. Aanvullend stelt u enkele vragen over de mogelijkheid tot het ontwikkelen van beleid voor de gezondheid van de bomen door middel van een programma voor monitoring ter voorkoming van de iepenziekte. Hierbij de beantwoording van uw vragen.
Vraag 1 U vraagt om “tijdige lokalisering van de iepenziekte door voor de ontdekking van de broedplaats van de iepenspintkever vallen te zetten, de aangetaste takken tijdig te snoeien en hiermee de iepziektecyclus te doorbreken.” Antwoord: Om de iepenziekte tijdig te lokaliseren controleren wij twee keer per jaar de iepen in de particuliere tuinen, voeren we een permanente controle uit op de gemeentelijke iepen, worden
besmette iepen binnen tien dagen snel en verantwoord verwijderd en herplanten we hoogresistente iepen. Daarnaast plaatsen we als een van weinige gemeenten in Nederland al sinds de jaren ’80 meer dan zestig vallen om de keverpopulatie te volgen. Deze vallen worden twee keer in het vliegseizoen gemonitord en bij hoge kevervangsten wordt een zoekactie op touw gezet. Dit scala aan maatregelen is in het gemeentelijk beleid verankerd en zorgt ervoor dat iepziekte in Amsterdam beheersbaar blijft. Het snoeien van aangetaste takken is in de jaren ’80 en ’90 regelmatig toegepast om te voorkomen dat de ziekte zich door de boom kan verspreiden. De ervaring leert, ook bij andere gemeenten, dat het niet lukt om de verspreiding van iepziekte in te dammen. Vraag 2 U vraagt om “preventief enten van de bomen, in het bijzonder de monumentale bomen, met de biologische verticillium schimmel om de iepenziekte te voorkomen.” Antwoord: In het verleden is in Amsterdam op kleine schaal geëxperimenteerd om iepen te injecteren. Een deel van de iepen werd alsnog ziek. Dit biologische middel moet elk voorjaar in de bomen worden geïnjecteerd. Een deel van de bomen wordt op onverklaarbare wijze toch ziek en als de ziekte via de wortels wordt overbracht helpt dit middel niet. Bovendien is er onvoldoende onafhankelijk onderzoek gedaan naar de werking van dit middel in de praktijk.
De extra kosten van het injecteren laten zich vooralsnog niet vertalen in een duidelijke meerwaarde van de resultaten van de huidige succesvolle bestrijdingsmethode. Vraag 3 U vraagt om “met bemesting de bomen gezonder te maken; een boom langs de grachtenkade heeft vaak te kort aan vruchtbare bodem.” Antwoord: Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bij nieuwe boomaanplant goede groeiomstandigheden mee te geven, zodat bomen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Elke boom krijgt bij aanvang minimaal 25m3 doorwortelbare ruimte mee. In het stedelijk gebied zijn dit door de bestaande aanwezige ondergrondse infrastructuur al forse hoeveelheden. Bij bestaande bomen, bijvoorbeeld langs de grachten, wordt bij een herinrichting gekeken of de groeiomstandigheden voor de bomen kunnen worden verbeterd. Het college heeft vorig jaar besloten om bij elke ruimtelijke ingreep een BoomEffectAnalyse uit te voeren, waarbij ook gekeken wordt naar de groeiomstandigheden bij de bomen. In de praktijk zien we dat het niet zozeer een tekort aan meststoffen is, maar dat de groei van de bomen wordt beperkt door te weinig ondergrondse groeiruimte. De inzet is dat gezocht wordt naar vergroting van de doorwortelbare ruimte voor bomen. In de verwachting u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Laurens Ivens Wethouder Groen, Openbare Ruimte en Dierenwelzijn