011.1 Stadsdeel Adviezen.pdf
Tekst van het document
Stadsdeel adviezen Bestuurlijke reacties op adviezen
1
Inhoud
Stadsdeel Centrum .................................................................................................................... 3 Stadsdeel Nieuw – West ......................................................................................................... 14 Stadsdeel Noord ...................................................................................................................... 24 Stadsdeel Oost ........................................................................................................................ 34 Stadsdeel West........................................................................................................................ 47 Stadsdeel Zuid ......................................................................................................................... 55 Stadsdeel Zuid-Oost ............................................................................................................... 61 Stadsdeel Weesp .................................................................................................................... 68
2
Stadsdeel Centrum Algemeen Advies Momenteel geldt het volgende beleid nog: Buitenevenementen in de binnenstad dd. 9 juni 2008. Dit beleid moet worden ingetrokken met de vaststelling van het nieuwe evenementenbeleid. Dit geldt ook voor eventueel ander beleid dat is geschreven met betrekking tot evenementen. Antwoord: Het college draagt er zorg voor dat bij vaststelling van het nieuwe evenementenbeleid door de gemeenteraad, alle oude beleidsdocumenten en kaders die betrekking hebben op evenementen worden ingetrokken.
‘Groot evenement’ Vraag: Het begrip ‘groot evenement’ wordt opgerekt van 2000+ naar 6000+. Actieve communicatie vindt alleen plaats boven de 6000+ bezoekers. Het DB adviseert om in het beleid op te nemen dat communicatie vanuit de evenementorganisator altijd verplicht is, ook bij kleinere evenementen. Antwoord: Er wordt door de gemeente actief gecommuniceerd over alle evenementen die op de evenementenkalender worden geplaatst (ook als het gaat om evenementen die kleiner zijn dan 6.000 bezoekers). Alle organisatoren van een evenement, ook die met een meldingsplicht, zijn op dit moment al zelf verantwoordelijk om de buurt te informeren over hun evenement.
Evenementenkalender Vraag: Het feit dat evenementen zich al voor 30 april moeten melden, betekent voor sommige evenementen dat zij 1,5 jaar van tevoren hun plannen moeten aanleveren. Plannen zullen daardoor nog niet altijd goed uitgewerkt zijn. Het kan zijn dat in eerste instantie evenementen uit de risicoscan komen als A of A+, maar ik praktijk toch B blijkt te zijn. Wat gebeurt er in zo’n geval? Antwoord: Bij de aanmelding voor de kalender wordt enkel een eerste inschatting gemaakt van het risico. Op dat moment is het ook nog niet mogelijk om alle informatie die noodzakelijk is voor een volledige risicoscan in te vullen. Op het moment van vergunningverlening zal de risicoscan volledig ingevuld worden. Als de uiteindelijke risicoscan afwijkt van de inschatting ten tijde van het verzoek voor de evenementenkalender zal dit voor evenementen die al op de kalender staan geen gevolgen hebben voor de plek. De risicoscan ondersteunt vergunningverleners en organisatoren bij het nemen van goed onderbouwde beslissingen en het efficiënter 3
doorlopen van het vergunningsproces. Dit helpt met het bepalen welke plannen moeten worden aangeleverd en welke informatie noodzakelijk is. Als het gaat om evenementen die niet hebben verzocht om een plek op de kalender omdat ze bij de eerste risicoscan op een A of A+ uitkwamen, maar bij het vergunningsproces op een B of hoger, dan zal die evenementen worden gevraagd om zich zo te organiseren dat ze op maximaal een A+ classificatie uitkomen. Alleen als de hogere risico-inschatting het gevolg is van externe, niet door de organisator te controleren factoren, kan een uitzondering worden gemaakt en alsnog ruimte worden gecreëerd. Daarvoor moet dan wel de kalender worden aangepast en moet er door de relevante partijen worden geadviseerd.
Locatiebeleid Vraag: Het DB houdt graag de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van een locatieprofiel en vraagt welke procedure hiervoor moet worden doorlopen. Antwoord: Als het gaat om het toevoegen van een evenement (met risicoclassificatie hoger dan A+) zijn die mogelijkheden beperkt. Met het nieuwe beleid wordt een methode ingericht om schaarste te verdelen over de stad. Hiervoor is het juridisch noodzakelijk dat de gemeente vooraf open en transparant is over de beschikbare plekken in de stad. Het is niet eerlijk als voor een organisator die al een plek heeft toch nog een uitzondering wordt gemaakt of iets mogelijk wordt gemaakt, terwijl een andere organisator mogelijk ook wel interesse had gehad in de betreffende plek met de toegestane uitzondering. Op deze manier wordt een organisator onterecht bevoordeeld. Uitzonderingen gedurende het jaar zijn niet toegestaan. Hooguit kan vóór de inschrijving voor de evenementenkalender een aanpassing of uitzondering worden gemaakt, waar dan alle geïnteresseerde organisatoren zich voor kunnen inschrijven. Tijdens het evenementenjaar kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld vanwege de noodzaak in het kader van de openbare orde en veiligheid, een uitzondering worden toegestaan.
Aangezien de locatieprofielen worden vastgesteld door het college, is het college ook het bevoegde bestuursorgaan om een dergelijke uitzondering toe te staan. Gelet op de schaarste problematiek en het grootstedelijk karakter van de locatieprofielen wordt de bevoegdheid niet ondergemandateerd aan de DB's. Voor andere mogelijke uitzonderingen op een locatieprofiel (bijvoorbeeld een extra opbouwdag, een iets hogere geluidsnorm of een afwijkende contour) geldt dat dit in uitzonderlijke gevallen mogelijk blijft, door het college te vragen om in te stemmen met een afwijking op het profiel. Wel wil het college hier zoveel mogelijk terughoudendheid in betrachten, daarom is bij de herijking van de locatieprofielen ook gevraagd naar aanpassingen die mogelijke afwijkingen overbodig maken.
4
Geluidbeleid – 5 mei Vragen: •
5 mei is opgenomen als dag waarop evenementen plaatsvinden met Hoog Maatschappelijk Belang. Het DB vraagt om alleen het 5 mei concert op de Amstel voor Carré hiervoor in aanmerking te laten komen en hier geen andere evenementen onder te scharen.
•
Het DB adviseert het college om de consequenties van het verhogen van de norm van 105 dB(C) op 15 meter van het podium tijdens Straatfeesten met Muziek voor stadsdeel Centrum in beeld te brengen. Het DB ontvangt graag een overzicht van locaties in stadsdeel Centrum waar in het verleden evenementen zijn georganiseerd die vallen onder Straatfeest met Muziek en hoe de nieuwe norm zich verhoudt tot deze locaties.
Antwoord: Het is niet mogelijk om een uitzondering te maken voor specifieke evenementen die in het kader van een evenement van Hoog Maatschappelijk Belang (zoals bevrijdingsdag of Koningsdag) worden georganiseerd. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag kan het stadsdeel wel toetsen of de gevraagde geluidsruimte voor andere evenementen ook echt nodig is en of dit in het geluidsplan goed is onderbouwd. De algemene regel dat evenementen niet meer geluid mogen produceren dan noodzakelijk, geldt immers ook op deze specifieke evenementen – zij het dat er dan een andere maximale geluidsgrens wordt gehanteerd. Voor de locaties in de binnenstad waar de nieuwe norm gaat gelden (denk aan de Zeedijk of de Reguliersdwarsstraat) geldt dat er niet zozeer meer geluidsproductie zal ontstaan (de muziek zal niet harder gaan dan de afgelopen jaren het geval is geweest), maar dat er duidelijke grenswaarden en een goed meetprotocol zal zijn om vast te kunnen stellen hoeveel geluid er daadwerkelijk is geproduceerd. Als er aanleiding toe is zal de toepassing van de nieuwe geluidsnorm, en de consequenties daarvan, worden geëvalueerd. De stedelijke expertgroep geluid, die het college heeft geadviseerd over deze aanpassing in het beleid, heeft dat de afgelopen jaren al gedaan voor het Sluis- en bruggenfeest en zou dat ook in de toekomst nog een keer kunnen doen.
Omdat bij de nieuwe geluidsnorm moet worden gewerkt met continue monitoring van de geluidsbelasting, met een vaste geluidsmeter op 15 meter van het podium, is de verwachting dat die gegevens beter beschikbaar zullen zijn dan nu het geval is bij veel van deze evenementen, waar alleen op basis van meldingen gemeten wordt, en dan incidenteel en op gevel – in plaats van op een vaste plek op de dansvloer. Daarom zal het voor vergunningverleners en toezichthouders ook makkelijker worden om een evenement op dit punt goed te evalueren. 5
Geluidbeleid Koningsdag/nacht Vraag: Klopt dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen het geluidsniveau op Koningsnacht (85 dB(C)) en op Koningsdag (95 dB(C))? Koningsdag en Koningsnacht worden namelijk als één evenement gezien. Antwoord: Koningsnacht en Koningsdag wordt inderdaad als één evenement gezien, maar er is wel onderscheid in de geluidsnormen tussen de twee dagen. Voor Koningsdag geldt (waar nodig) de hogere norm van 95 dB(C), maar voor Koningsnacht geldt de normale geluidsnorm van maximaal 85 dB(C). Alleen in uitzonderlijke gevallen (vanwege de krapte van de locatie) kan op Koningsnacht worden afgeweken van de geluidsnorm van 85 dB(C). Op Koningsdag mogen feesten en podia tot 1 uur ‘s nachts duren. In de huidige regelgeving zou een feest op Koningsnacht dan na middernacht ineens meer geluid mogen produceren. Dat is onwenselijk. Daarom is het geluidsbeleid zo aangepast dat de geluidsproductie tussen middernacht en 01:00 uur wordt begrensd op 85 dB(C). Vergunningen - Risicoscan Vraag: Het DB hoort graag voor wie deze te raadplegen is en hoe deze eruit komt te zien. Antwoord: De risicoscan ondersteunt vergunningverleners en organisatoren bij het nemen van goed onderbouwde beslissingen en het efficiënter doorlopen van het vergunningsproces. Het instrument werkt met nieuwe risicocategorieën met per classificatie passende maatregelen en toetsingskaders.
De scan verloopt in twee stappen. Een eerste, indicatieve categorisering. De indicatieve categorisering vindt plaats aan de hand van een aantal vragen die de organisator zelf invult. Een daaropvolgende definitieve beoordeling op basis van aanvullende gegevens. Deze definitieve beoordeling wordt gedaan door de vergunningsverlener aan de hand van informatie verstrekt door de organisator, aangevuld met ervaringen en evaluaties van eventuele voortgaande edities en/of samenwerkingen. De scan verstrekt hierbij relevante kaders, bepalingen en eventuele specifieke risico’s. Er wordt tevens in de testfase onderzocht of de risicoscan automatisch de benodigde formats voor planvorming zou kunnen genereren en beschikbaar stellen aan de aanvrager, waarna deze binnen een beveiligde omgeving gedeeld kunnen worden met de vergunningverlener. Tevens wordt in deze testfase onderzocht of het mogelijk is om relevante risicomeldingen en/of verzoek om advisering automatisch te delen met ketenpartners. De uitkomst van de risicoscan is inzichtelijk voor de vergunningverlener, de organisator, en betrokken ketenpartners. 6
Vergunningen- Water Vraag: Op dit moment hoeven organisatoren niet zelf toestemming te regelen voor evenementen op het water. Dit verloopt via de evenementenaanvraag. Het Nautisch beheer van Programma Varen, Waternet wordt via de advies uitvraag om toestemming gevraagd en ze maken onderdeel uit van eventuele diensten overleggen. Nu wordt het apart verkrijgen van toestemming neergelegd bij de organisator. Maak duidelijk wat er precies van een evenementorganisator wordt verwacht en welk proces hij moet doorlopen. Antwoord: Het proces voor het verkrijgen van toestemming voor evenementen op het water is momenteel niet voldoende transparant. Er is geen formeel aanvraagformulier; aanvragen verlopen via een contact-emailadres. In de praktijk vindt het contact met organisatoren vaak plaats via de vergunningverlener. Dit betreft echter een informeel proces waarvoor bijvoorbeeld geen leges worden berekend. VTH werkt bij de uitwerking van het nieuwe evenementenbeleid, in overleg met de betrokken afdelingen, aan het optimaliseren van deze werkwijze. Dit omvat onder andere het opstellen van een heldere procesbeschrijving en duidelijke richtlijnen voor organisatoren.
Schaarstebeleid Vraag: In stadsdeel Centrum zijn evenementen in principe altijd gratis toegankelijk. Onder paragraaf 8.3 Dienstenrichtlijn over schaarste verdeling staat: Het organiseren van een evenement valt onder het verrichten van een dienst in de zin van de Europese Dienstenrichtlijn; organisatoren en personeel organiseren een feest en in ruil voor deze ‘dienst’ ontvangen zij inkomsten, bijvoorbeeld uit de kaartverkoop. In stadsdeel Centrum vindt er geen kaartverkoop plaats. In de dienstenrichtlijn wordt ook gesproken van een economische tegenprestatie. Hoe verhoudt de dienstenrichtlijn zich tot evenementen in het Centrum? Antwoord: In de Dienstenrichtlijn wordt een “dienst” gedefinieerd als elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt. Ook zonder kaartverkoop ontvangt een organisator van een gratis toegankelijk evenement alsnog inkomsten, zij het dan via bijvoorbeeld de verkoop van dank, eten, merchandise, etc. In dit kader maakt het niet uit of een specifieke organisator daadwerkelijk inkomsten ontvangt; het gaat om de vraag of het gebruikelijk is dat voor het verrichten van de dienst inkomsten worden ontvangen. De Dienstenrichtlijn is dus ook van toepassing op de evenementen in stadsdeel Centrum.
7
Meerjarige plekken Vraag: Het DB vraagt om meerjarige plekken niet alleen toe te kennen aan evenementen met meer dan 6.001 bezoekers maar ook voor kleinere evenementen. Antwoord: Het college heeft onderzoek laten doen naar meerjarige plekken, waaronder de vraag is gesteld voor welke evenementen dit zou moeten gelden. Uit dit onderzoek is gekomen dat meerjarige plekken voor alle evenementen op de evenementenkalender zouden moeten gelden, zo dus ook voor evenementen vanaf 1.501 bezoekers. Het college neemt dit verzoek over. Stimuleringsbeleid Vraag: Het DB vindt het belangrijk dat met het nieuwe stimuleringsbeleid kosten voor buurtgerichte evenementen laag blijven en ontvangt graag na een jaar hoe er gebruik wordt gemaakt van de regelingen. Antwoord: Met de herziene subsidieregeling van het Evenementenfonds wordt beoogd om de kosten van buurtgerichte evenementen zo laag mogelijk te houden. In de nieuwe opzet zijn meerdere categorieën beschikbaar voor (deels) gratis toegankelijke evenementen zonder winstoogmerk, waaronder buurtgerichte initiatieven. Daarbij worden uitvoeringskosten zoals beveiliging, toiletten, EHBO en duurzaamheidsmaatregelen (deels) gesubsidieerd. Ook worden de subsidiabele kosten concretere omschreven zodat het voor organisatoren vooraf helder is welke kosten subsidiabel zijn. Daarnaast worden twee nieuwe categorieën toegevoegd aan het Evenementenfonds.
Categorie III voor het ondersteunen van terugkerende, gratis toegankelijke evenementen met een hoge maatschappelijke waarde en verbindend karakter, en categorie IV voor evenementen die vernieuwen en nieuwe doelgroepen bereiken. Vooral voor gratis toegankelijke evenementen – waar vaak veel buurtbewoners op afkomen en dus buurtgericht zijn – biedt deze subsidie extra mogelijkheden, omdat ook buurtgerichte evenementen (vaak gratis toegankelijk) hiervoor in aanmerking kunnen komen. In de categorieën III en IV zijn bovendien de productiekosten (kosten voor licht, geluid, decor, podia en techniek) vergoedt. De afweging om productiekosten te subsidiëren is bewust gemaakt, omdat er vanuit fondsen zoals het Amsterdams Fonds voor de Kunst en Fonds Podiumkunsten al ondersteuning wordt gegeven op basis van de programmering van een evenement. De wens van het DB om na een jaar inzicht te geven in het gebruik van deze regelingen wordt overgenomen. Een jaar na de invoering van het nieuwe evenementenbeleid wordt een overzicht opgesteld waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe gebruik is gemaakt van verschillende categorieën van het Evenementenfonds.
8
Verkeersmaatregel Vraag: Het DB verzoekt het college om bij kleine, buurtgerichte evenementen enkel de kosten voor een verkeersmaatregel door te berekenen en niet de leges voor de evenementenvergunning. Antwoord: Op basis van de APV kan voldaan worden met een melding op het moment dat een evenement niet plaatsvindt op de rijbaan of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of het scheepvaartverkeer (artikel 2.41, eerste lid, onder c APV). Op basis van deze bepaling gaat het om de vraag of het evenement een belemmering vormt voor het verkeer. Uit de toelichting blijkt vervolgens dat bij het afzetten van een rijbaan ten minste een tijdelijke verkeersmaatregel is, maar dat dit over het algemeen weinig problemen oplevert als het evenement niet in een drukke straat plaatsvindt. In deze gevallen hoeft dus geen evenementenvergunning te worden aangevraagd en kan volstaan worden met een melding en een tijdelijke verkeersmaatregel. Zodra de afzetting van de rijbaan een belemmering vormt voor het verkeer, is wel een vergunning noodzakelijk. Het is niet mogelijk om deze leges niet in rekening te brengen.
Communicatie Vraag: Het DB vraagt om bij de uitrol van de nieuwe communicatiestrategie een duidelijke rolverdeling van de verantwoordelijkheden en momenten van communicatie op te stellen. Antwoord: Een onderdeel van de uitvoering van het beleid is om in overleg tussen SEB en de stadsdelen een duidelijke communicatiestrategie op te stellen. Dit is opgenomen in de uitvoeringsagenda, waarbij er ruimte is gelaten voor exacte invulling van onder andere de begrote 4 uur per week voor de communicatieadviseurs in de stadsdelen.
Taken bevoegdheden stadsdelen Vraag: Het DB vraagt om de tekst over gratis toegankelijke evenementen in Centrum zo aan te passen dat deze niet alleen van toepassing zijn op de locatieprofielen in Centrum maar ook voor de gebieden waar geen locatieprofiel voor is opgesteld. Antwoord: Het college stemt in met het advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel en past de tekst zo aan dat de tekst met betrekking tot gratis toegankelijke evenementen in Centrum voor alle evenementen in stadsdeel Centrum van toepassing is.
9
Commerciële Evenementen Vraag: Het DB verzoekt om m.b.t. tot commerciële evenementen de volgende tekst op te nemen in hoofdstuk 13: De openbare ruimte in stadsdeel Centrum is schaars. Evenementen in stadsdeel Centrum moeten zo breed mogelijk toegankelijk zijn. Commerciële evenementen als zelfstandige activiteit zijn niet toegestaan. Hiertoe worden evenementen gerekend waarvan reclame maken voor een product, dienst of bedrijf het primaire doel of de hoofdactiviteit van het evenement is of hier een nadrukkelijk onderdeel van uitmaakt. Ook evenementen die primair gericht zijn op het behalen van winst worden tot commerciële evenementen gerekend. Hieronder vallen onder meer evenementen waar de verkoop van etenswaren en (alcoholhoudende) dranken de kernactiviteit is, en dus niet primair ondersteunend is aan een andere uiting of activiteit. Antwoord: Het college stemt in met het bovenstaande advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel en past deze tekst in overleg aan.
10
ADVIES STADSDELEN OP CONCEPT LOCATIEPROFIELEN Stadsdeel Centrum Algemeen Advies: In de concept locatieprofielen zijn in de nieuwe categorisering nog steeds evenementen met een maximum tot 500 bezoekers opgenomen (voorheen de kleine categorie). Een toelichting mist hierop onder het kopje ‘Maximumaantal bezoekers per evenement’ en zien graag dat dit opgenomen wordt. Antwoord: In het evenementenbeleid is een toelichting gegeven op de nieuwe bezoekers categorieën. In de locatieprofielen van stadsdeel Centrum waar sprake is van evenementen met 500 bezoekers is dit aangegeven met een * en een toelichting. Voor het vaststellen van het maximumaantal bezoekers zijn de adviezen van de brandweer leidend geweest, in combinatie met de adviezen van de directie Verkeer en Openbare Ruimte en de stadsdelen.
Vraag: Er is aangegeven dat er meer gedifferentieerd naar bezoekersaantallen gekeken wordt en dat per locatie een maximum is aangegeven. Hierin mist de beschrijving dat op sommige locaties wel meer bezoekers passen, maar dat dit ongewenst is – bijvoorbeeld op het Spui en het Jonas Daniël Meijerplein. Antwoord: Het maximum aantal bezoekers per locatieprofiel is opgenomen op basis van de beschikbare ruimte en alle gezamenlijke adviezen van experts op het gebied van veiligheid, mobiliteit, flora en fauna etc.
Vraag: Opgenomen is dat voor locatieprofielen in stadsdeel Centrum voor het vervoer, op- en afbouw een aparte omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd, naast de evenementenvergunning. Het is ons niet bekend dat deze omgevingsvergunning nodig is. Wel hebben voertuigen die zwaarder dan 7,5 ton zijn een ontheffing nodig om de binnenstad in te komen, mogen bepaalde voertuigen de milieuzones niet meer binnengaan en mogen alleen voertuigen met een hoger gewicht de stad in als de lading ondeelbaar is. We ontvangen graag een uitleg waarom een omgevingsvergunning nodig is. Indien blijkt dat een omgevingsvergunning toch nodig is, lijkt het ons voor de hand liggend dat dit niet alleen voor evenementen die plaatsvinden op locaties met een locatieprofiel nodig is, maar dat dit voor alle evenementen in stadsdeel Centrum geldt. Antwoord: Op advies van de directie Verkeer en Openbare Ruimte is aan de specifieke aandachtspunten voor stadsdeel Centrum nu een aandachtspunt toegevoegd, waarin wordt aangegeven dat voor zwaar vervoer een aparte vergunning benodigd is. Deze verwijzing is nu uit de locatieprofielen gehaald. 11
Vraag: Bij op- en afbouw wordt het niet duidelijk of deze richtlijnen voor alle evenementen gelden of alleen voor evenementen op een locatieprofiel. Hierover is verduidelijking gewenst. Antwoord: Voor alle locatieprofielen geldt de stedelijke richtlijn van 10 dagen. Wanneer een andere bepaling geldt dan is dit in het locatieprofiel opgenomen.
Vraag: Er worden stedelijke richtlijnen benoemd die specifiek gelden voor locatieprofielen en niet op alle evenementen die worden georganiseerd. In de alinea ‘Evenementen op plekken zonder locatieprofiel’ wordt verwezen naar de algemene regels. Voor de vergunningverleners is het niet duidelijk welke regels dit zijn. We zien graag een uitwerking van deze algemene regels vergelijkbaar met de stedelijke richtlijnen die gelden voor evenementen die plaatsvinden op een locatie met locatieprofiel. Antwoord: De stedelijke richtlijnen zoals opgenomen in paragraaf 5.5 zijn ook van toepassing op evenementen die niet op een locatie plaatsvinden waarvoor een locatieprofiel is opgesteld. In de tekst is hier nu naar verwezen.
Vraag: In het verleden zijn voor de Nieuwmarkt en het Rembrandtplein/Thorbeckeplein akoestische rapporten gemaakt. In de vorige versie van de locatieprofielen werd hiernaar verwezen, in de voorliggende versie zijn ze niet opgenomen. Het verzoek is dit alsnog op te nemen. Antwoord: Voor de Nieuwmarkt en Rembrandtplein/Thorbeckeplein is de referentie naar het akoestisch onderzoek uit 2017 weer opgenomen.
12
Vraag: Er zijn locatieprofielen in stadsdeel Centrum die aangeven dat een evenement specifiek georganiseerd kan worden tijdens bijvoorbeeld Pride of Koningsdag. Dit zijn dagen dat er afgeweken mag worden van de geluidsnorm. Dit staat niet als zodanig beschreven in de specifieke locatieprofielen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het locatieprofiel Beursplein. Hierin staat dat er één evenement mag plaatsvinden met een geluidsbelasting van 76-85 dB(C). Er staat niet omschreven dat tijdens Pride afgeweken mag worden van de geluidsnorm. Het verzoek is om dit in de locatieprofielen te verduidelijken. Voor bijvoorbeeld de Westerstraat staat nu opgenomen in het locatieprofiel dat er 5 evenementen mogen zijn met een geluidsbelasting van 76-85 dB(C), terwijl drie van deze evenementen op Koningsdag plaatsvinden. Dus indien de afwijking van het geluidsbeleid op Koningsdag niet in de tabel in de locatieprofielen hoeft te worden opgenomen, moeten de aantallen aangepast worden. Bovendien lijken de aantallen in de kolom Max. aantal evenementendagen met 76-85 dB(C) niet te kloppen, en kijken we hier graag nog een keer naar. Antwoord: In de profielen van stadsdeel Centrum is nu in de profielen die het betreft precies aangegeven hoeveel dagen t.b.v. Pride en/of Koningsdag zijn opgenomen. Op die manier is dit voor alle profielen gelijk en inzichtelijk.
Locatieprofiel Nieuwmarkt Vraag: Gevraagd wordt in het locatieprofiel de volgende wijziging op te nemen: Het meerdaagse evenement in de categorie 1500-3001 mag maximaal 7 dagen duren. Indien het evenement valt in de periode dat Koningsdag plaatsvindt mag het evenement 8 aaneengesloten dagen duren. Antwoord: Het college neemt dit advies van het stadsdeel over. Voorgestelde wijziging is opgenomen in het locatieprofiel Nieuwmarkt.
13
Stadsdeel Nieuw – West Evenementenkalender Beoordelingscriteria Advies: Doordat er meer grote locaties in stadsdeel NW liggen, die ruimtelijk geschikt zijn voor grote (dance)evenementen, worden deze hier vaker georganiseerd. In het evenementenseizoen volgen de verschillende evenementen elkaar snel op. Om die reden adviseert het dagelijks bestuur om in de beoordelingscriteria voor de adviescommissie expliciet te sturen op een gevarieerde programmering, passend bij de identiteit van het stadsdeel. Dit betekent dat niet steeds dezelfde soorten evenementen, zoals dance- of alcoholgerelateerde festivals, terugkeren in Nieuw-West. In de criteria moet meer gewicht worden toegekend aan gratis toegankelijke en culturele evenementen. Op dit moment is de puntenverdeling nog te gelijkmatig, waardoor het voor kleine buurtorganisaties lastig is om ertussen te komen. Antwoord: Het college neemt het voorstel van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om de beoordelingscriteria voor het verdelen van schaarste af te stemmen op de identiteit van het stadsdeel niet over. In de verdeling van de schaarste is ervoor gekozen om deze stadsbreed te verdelen. Doel daarvan is het creëren van een zo breed mogelijk aanbod aan evenementen dat een zo groot mogelijk deel van de Amsterdamse bevolking bereikt. Daarmee vindt sturing plaats op diversiteit van de evenementen.
Door de schaarste te verdelen per bezoekerscategorie wordt voorkomen dat kleine buurtevenementen moeten concurreren met grote commerciële partijen. In geval van schaarste bij meer buurtgerichte evenementen (tot en met 3.000 bezoekers) wordt niet stadsbreed, maar per locatie, bepaald welke evenementen een plek krijgen. Het college constateert ook dat in stadsdeel Nieuw West, net als andere stadsdelen aan de rand van de stad, meer fysieke ruimte is voor (grote) evenementen dan de gebieden inof dicht tegen het centrum van de stad. Ieder gebied heeft daarbij haar eigen uitdagingen. Waar in de gebieden in of direct tegen het centrum, meer (over)last is van bijvoorbeeld grote bezoekersstromen, en druk op de openbare ruimte, is deze er in de gebieden aan de rand van de stad niet of nauwelijks. De druk van evenementen is in deze gebieden dan weer groter, met dien verstande dat evenementen beperkt zijn in aantal en duur en niet gedurende het hele jaar of grote delen daarvan plaatsvinden. Op die manier wordt de druk op de stad zo veel als mogelijk verdeeld.
14
Meerjarige plekken Advies: Het dagelijks bestuur is terughoudend met het toekennen van meerjarige plekken. Hoewel het belang van een goede relatie tussen buurt en evenement wordt erkend en het jaarlijkse vergunningsproces met nieuwe organisatoren veel maatwerk vergt, vindt het bestuur het essentieel dat er voldoende ruimte blijft voor gratis, buurtgerichte initiatieven. Door de hoge kosten is meerjarige programmering voor buurtinitiatieven vaak lastig haalbaar, waardoor commerciële partijen de overhand krijgen. Het bestuur adviseert: •
om de beoordelingscriteria aan te passen, zodat er meer gewicht wordt toegekend aan gratis en buurtgerichte evenementen. De huidige puntenverdeling maakt onvoldoende onderscheid en richt zich voornamelijk op schaarste plekken criteria.
•
per stadsdeel te bepalen wat passend is, in plaats van een centrale toewijzing en op zoek te gaan naar de juiste balans tussen meerjarige vergunningen en ruimte voor buurtinitiatieven.
•
Duidelijke regels op te stellen voor de evaluatie van evenementen en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn voor het behoud of het toekennen van meerjarige plekken op de evenementenkalender
Antwoord: De beoordelingscriteria zijn inderdaad bedoeld voor het verdelen van schaarse plekken en worden alleen toegepast als er daadwerkelijk sprake is van schaarste. Aan gratis toegankelijke evenementen en evenementen met een lage toegangsprijs wordt in de beoordelingscriteria juist veel gewicht toegekend en deze zullen hoog scoren, waardoor zij hoger in de rangschikking kunnen eindigen. In de verdeling van de schaarste is ervoor gekozen om deze stadsbreed te verdelen. Doel daarvan is het creëren van een zo breed mogelijk aanbod aan evenementen dat een zo groot mogelijk deel van de Amsterdamse bevolking bereikt. Daarmee vindt sturing plaats op diversiteit van de evenementen. In de locatieprofielen is bovendien onderscheid gemaakt in bezoekerscategorieën. Daardoor wordt de schaarste verdeeld per bezoekerscategorie en wordt voorkomen dat kleine buurtevenementen moeten concurreren met grote commerciële partijen. Daarbij wordt in geval van schaarste bij meer buurtgerichte evenementen (tot en met 3.000 bezoekers) wordt niet stadsbreed, maar per locatie bepaald welke evenementen een plek krijgen. Het college deelt de behoefte om goed te evalueren. Goede afspraken over de evaluatie en het inbouwen van consequenties bij het niet naleven van de plannen of vergunningsvoorschriften kan tot gevolg hebben dat de organisator de meerjarige plek verliest.
15
Vergunningenaanvraagprocedure Advies: Het dagelijks bestuur adviseert het college om bij de verdere uitwerking van het vergunningenbeleid te zorgen dat dit realistisch en haalbaar is, zodat de behandeltermijnen gehaald kunnen worden. De termijnen van tien en zestien weken blijken in de praktijk nu al vaak onvoldoende, mede doordat een aanvraag soms meerdere keren gewijzigd wordt. Antwoord: De behandeltermijn worden in het nieuwe beleid niet gewijzigd. Samen met VTH wordt in de uitvoering van het nieuwe beleid gekeken naar eventuele optimalisaties in het proces (zoals de implementatie van de risicoscan, aangepast toetsingskader, etc). VTH zal de komende maanden, met medewerking van SEB en OOV, het nieuwe vergunningsproces verder vormgeven. Daarbij wordt ook gekeken naar bestaande en nieuwe maatregelen om termijnen te herhalen en processen goed en snel af te ronden.
Vergunningen Omgevingsplan Advies: Het dagelijks bestuur adviseert het college om duidelijkheid te scheppen welke evenementen geen planologische goedkeuring behoeven, waarbij de afweging zoveel mogelijk samenvalt met het vergunningsproces. Antwoord: Een omgevingsvergunning is alleen nodig als het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, of als het evenement in strijd is met algemene regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat geen vergunningplicht voor evenementen, ook niet voor incidentele kleinschalige buurtevenementen. Als er sprake is van strijd met het bestemmingsplan is wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Voor eenmalige evenementen in de publieke buitenruimte is géén buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig, tenzij het gaat om een locatie waar met enige regelmaat evenementen worden gehouden.
Vergunningen Risicoscan Verzoek: Bij het werken met de risicoscan is het van belang dat dit niet ten koste gaat van andere relevante aspecten, zoals geluid, brandveiligheid, constructieve veiligheid en duurzaamheid. Het dagelijks bestuur verzoekt het college dan ook te zorgen voor een integrale afweging van alle risico's. Antwoord: De risicoscan wordt integraal ingericht. Het uiteindelijke risicoprofiel van een evenement is altijd het resultaat van de beoordeling van alle relevante aspecten, waaronder ook geluid, brandveiligheid, constructieve veiligheid, bereikbaarheid, crowdmanagement, milieu en duurzaamheid. De scan verloopt in twee stappen. De eerste stap vindt plaats bij de vooraankondiging van een evenement waarbij via gerichte vragen een indicatieve inschatting gemaakt. Zo weten 16
organisatoren vroegtijdig welke aandachtspunten gelden. De tweede stap vindt plaats bij de start van de vergunningsaanvraag wanneer de definitieve beoordeling wordt gedaan, waarbij aanvullende gegevens worden meegenomen. Op deze manier wordt gewaarborgd dat geen enkel aspect uit het oog wordt verloren en dat aanvragen altijd op een evenwichtige en complete manier worden beoordeeld.
Bezoekerscategorieën Advies: Het dagelijks bestuur merkt op dat de nieuwe indeling van bezoekerscategorieën in locatieprofielen voor kleine evenementen meer bezoekers toestaat dan voorheen. Dit sluit aan op de stedelijke visie en de wens van het stadsdeel om lokale initiatieven te stimuleren, maar roept ook zorgen op. Het bestuur benadrukt daarom dat duidelijke criteria voor buurt- en buurt overstijgende evenementen in het nieuwe beleid moeten worden opgenomen. De categorisering mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en mag niet alleen ingevuld worden door bijvoorbeeld commerciële alcohol gerelateerde festivals zoals in het Rembrandtpark, maar moet ook ruimte bieden aan diverse kleinschalige initiatieven. Antwoord: In de locatieprofielen is de kleinste bezoekerscategorie van 0 – 1.500 bezoekers. In de huidige locatieprofielen is de kleinste bezoekerscategorie 0- 500 bezoekers. Om locatieprofielen zoveel als mogelijk gelijk te houden is in de nieuwe locatieprofielen de mogelijkheid opgenomen om binnen de categorie 0 – 1.500 bezoekers een maximum aantal bezoekers op te nemen. Bij een aantal profielen is hiervoor het maximum van 500 bezoekers aangehouden, in overeenstemming met de huidige locatieprofielen. Maatwerk blijft in de nieuwe locatieprofielen dus mogelijk.
Door in de nieuwe locatieprofielen een meer gedifferentieerde indeling van bezoekerscategorieën op te nemen, wordt voldaan aan de wens van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om verschillende soorten evenementen mogelijk te maken. In ieder locatieprofiel zijn daarom evenementen in de categorie 0 – 1.500 bezoekers opgenomen om zo gehoor te geven aan de behoefte van bewoners aan meer buurtgerichte evenementen. Het college benadrukt daarbij dat zij niet kan en wil gaan over de inhoud van evenementen. Bij schaarste binnen een bezoekerscategorie wordt een externe commissie om advies gevraagd om te bepalen, op basis van de in het beleid opgenomen beoordelingscriteria, welke evenementen doorgang moeten vinden.
17
Nationaal programma Advies: Het dagelijks bestuur adviseert het college om bij de uitwerking en uitvoering van het beleid expliciet aandacht te besteden aan het versterken van de lokale economie en sociale samenhang. Het is daarbij van belang om concrete mogelijkheden te creëren voor lokale betrokkenheid, en in de criteria op te nemen dat een bepaald percentage van de deelnemers bestaat uit lokale ondernemers en maatschappelijke initiatieven. Antwoord: Met het nieuwe beleid wordt schaarste verdeeld op basis van objectieve en vooraf vastgestelde criteria. Eén van deze criteria is de binding met de buurt, waarin ook lokale betrokkenheid en samenwerking met ondernemers en maatschappelijke initiatieven worden meegenomen. Daarmee wordt bij de beoordeling van aanvragen al rekening gehouden met hoe sterk een evenement is verbonden met de lokale gemeenschap. Het opnemen van een vast percentage lokale ondernemers of initiatieven beperkt de beoordelingsruimte. Het kan ertoe leiden dat goede aanvragen met potentie, maar die nog wel moeten werken aan de lokale binding, worden afgewezen omdat zij een bepaald percentage niet halen. Door de externe adviescommissie ruimte en flexibiliteit te geven in hun beoordeling wordt recht gedaan aan de verschillende manieren waarop evenementen kunnen bijdragen aan de lokale economie en sociale samenhang.
Het is juridisch gezien niet mogelijk om onderscheid te maken tussen lokale ondernemers en maatschappelijke initiatieven en andere organisatoren. Op basis van de Dienstenrichtlijn mag niet gediscrimineerd worden tussen verschillende aanbieders.
Evenementenfonds Stimuleringsregeling Het dagelijks bestuur adviseert het college: •
de categorie te verlagen naar 1.501-3.000 bezoekers. Voor Nieuw-West is het van belang dat kleinschalige, buurtgerichte en veelal door bewoners georganiseerde gratis evenementen daadwerkelijk lagere kosten ervaren en betaalbaar blijven;
•
de stadsdelen te betrekken bij de beoordeling van het Stimuleringsfonds, zodat de aansluiting bij verschillende doelgroepen verbetert.
Antwoord: Bij het actualiseren van het nieuwe Evenementenfonds wordt eerst de huidige subsidieregeling herzien en aangepast, ook om kleinschalige activiteiten beter te kunnen ondersteunen. Hierbij wordt de optie geïntroduceerd om naast eenjarige subsidies ook meerjarige subsidies toe te kennen. Om grote, gratis toegankelijke evenementen met een brede programmering beter te ondersteunen en innovatie te bevorderen, worden twee nieuwe categorieën toegevoegd aan de bestaande regeling. Het toekennen van de subsidies is een stedelijke taak, die wordt uitgevoerd op basis van vooraf vastgestelde criteria. Het is, anders dan subsidies van het AFK of bijvoorbeeld het stadsdeel zelf, dan 18
ook geen inhoudelijke programmasubsidie. Het stadsdeel kan daarnaast met eigen subsidies lokale initiatieven steunen, zoals ook nu al gebeurt.
Publieksonderzoek Het dagelijks bestuur adviseert het college ervoor om: •
het voorgenomen publieksonderzoek aan te vullen met wijkgerichte data, specifiek afgestemd op buurten zoals Nieuw-West. Zo kan er tijdig worden bijgestuurd in de programmering en spreiding van evenementen, en krijgt men bovendien inzicht in welke groepen nog niet bereikt worden;
•
daarbij meer aandacht te hebben voor lokale input.
Antwoord: Het college neemt kennis van de wens van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om het publieksonderzoek aan te vullen met wijkgerichte data en aandacht te hebben voor lokale input. Het voorgenomen publieksonderzoek is bedoeld om inzicht te krijgen welke bezoekers evenementen trekken. Op die manier wordt gekeken of het geheel aan evenementen een zo breed mogelijk Amsterdams publiek bereiken. De gegevens van dit onderzoek worden getoetst aan het Culturele Doelgroepenmodel (CD) voor Amsterdam. CD segmenteert publiek op basis van cultureel gedrag en voorkeuren. Dit levert inzicht op in demografie, socio-economische kenmerken, media- en internetgebruik, en cultuur en gedrag van het huidige publiek en (potentiële) doelgroepen. Dit model werkt op postcodeniveau. Daarmee is afstemming per stadsdeel, wijk of buurt al verankerd.
19
ADVIES STADSDELEN OP CONCEPT LOCATIEPROFIELEN Stadsdeelcentrum Nieuw West Algemeen Locatieprofiel Tuinen van West Het dagelijks bestuur adviseert het college: • geen dance-events meer toe te staan op de Polderheuvel; • het maximale bezoekersaantal te verlagen naar 2000 bezoekers; • een maximaal geluidsniveau van 75 dB(C) vast te leggen. Antwoord: Het college heeft kennisgenomen van het advies van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om geen dance-events toe te staan op het locatieprofiel Tuinen van West, het bezoekersaantal te verlagen naar 2.000 bezoekers en het geluidsniveau te verlagen naar 75 dB(C), maar neemt dit advies niet over. Het college constateert dat geen argumenten zijn gegeven die inzake de specifieke (relatieve) geschiktheid van de locatie afdoende onderbouwen waarom de Tuinen van West gevrijwaard zou moeten worden van grote evenementen, in vergelijking met andere locaties, waar vergelijkbare of dezelfde argumenten (geluidsoverlast, mobiliteit) op van toepassing zijn. Ook stelt het college vast dat in de visie is benoemd dat er op alle plekken die daarvoor geschikt worden geacht ruimte moet worden gevonden voor evenementen, om te komen tot voldoende ruimte voor een adequaat aanbod en een goede spreiding van evenementen over de stad. Met het in de toekomst wegvallen van de locaties N1 en Riekerhaven wordt deze opgave groter.
Het college constateert dat op dit locatieprofiel de afgelopen jaren evenementen hebben plaatsgevonden met 15.000 bezoekers waarbij in de evaluaties is geconstateerd dat deze goed zijn verlopen, ook op het vlak van mobiliteit. In reactie op zienswijzen van organisatoren heeft het college aanvullende informatie opgehaald bij brandweer en experts op het gebied van mobiliteit en verkeersveiligheid. Deze geven aan dat evenementen met een maximum bezoekerscapaciteit van 15.000 op deze locatie mogelijk is, mits een goed mobiliteitsplan wordt gehanteerd en dat in dit mobiliteitsplan de nadruk moet liggen op duurzaam vervoer (per OV of fiets). Uit de praktijk blijkt dat de mobiliteitsplannen rond evenementen van organisatoren die ervaring hebben met deze specifieke locatie, het meest optimaal zijn. Evenementen van organisatoren die op deze locatie geen of weinig ervaring hebben verlopen in de praktijk vaak niet direct zonder problemen (aanvullen met evaluatie Keine Musik). Daarom stelt het college een ingroeimodel voor waarbij nieuwe evenementen starten met een lager bezoekersaantal (1e jaar 10.000, 2e jaar 12.500, 3e jaar en verder 15.000 bij een positieve evaluatie). Daarbij moet gebruik gemaakt worden van een vast mobiliteitsplan dat voor 20
deze specifieke locatie wordt ontwikkeld. Daarnaast vereist het college dat organisatoren die in hetzelfde jaar een plek op deze locatie hebben gekregen, met elkaar in overleg gaan over de uitvoering van hun evenementen zodat ze kunnen leren van elkaars ervaringen en deze zo optimaal mogelijk is. Het college gaat daarom niet mee in het schrappen van grote evenementen op de Tuinen van West. In conceptlocatieprofiel is een maximum bezoekersaantal van 12.500 opgenomen. Tijdens de inspraakperiode zijn verduidelijkende gesprekken gevoerd over de onderliggende adviezen met de brandweer en V&OR. Op basis daarvan is gebleken dat een maximum van 15.000 bezoekers op deze locatie uitvoerbaar is, mits goed georganiseerd. Om deze reden is het ingroeimodel zoals hierboven beschreven voorgesteld. Het college gaat, mede op basis van de hierboven genoemde argumenten, niet mee in het verlagen van het geluidniveau van 85 dB(C) naar 75 dB(C). In het geluidbeleid is een norm van 85 dB(C) op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gevel. Ook gaat het college niet mee in het uitzonderen van dance-events op deze locatie. Het college kan en wil geen onderscheidt maken in de inhoudelijke programmering van evenementen. Dat is ook de reden waarom dit in het huidige locatieprofiel niet is opgenomen.
Bij schaarste wordt advies gevraagd aan een externe adviescommissie om op basis van de beoordelingscriteria een voorstel te maken van de beste samenstelling van evenementen over de stad die een zo breed mogelijk deel van de Amsterdamse bevolking bereiken. Locatieprofiel Sloterpark Het dagelijks bestuur adviseert het college: • te onderzoeken of een maximale bezoekerscapaciteit van 25.000 mogelijk is en bij de nieuwe adviezen hier omtrent door de brandweer, ook de relevante adviezen van overige partijen zoals politie, mobiliteit etc. mee te wegen voor de maximale bezoekerscapaciteit op dit locatieprofiel; • om de meteocorrectie voor deze locatie te behouden, mits er duidelijke handhavingscriteria zijn en hier actief op wordt toegezien, zodat het geluid ook bij weersomstandigheden die voor omwonenden tot meer overlast leiden, wordt beperkt; • Het zwembad alleen te sluiten op de festivaldagen zelf en niet tijdens de op- en afbouw van evenementen. Antwoord: Het college neemt het advies van het stadsdeel over. Op verzoek van de gemeente en van organisatoren is door de brandweer nieuw onderzoek gedaan naar de bezoekersaantallen van dit locatieprofiel. Daaruit blijkt dat, met het nemen van additionele maatregelen, een bezoekersaantal van 25.000 bezoekers verantwoord is. Die 21
maatregelen bestaan onder andere uit het plaatsen van een extra pontonbrug midden op het evenemententerrein en het garanderen van voldoende vluchtwegen. Dit bezoekersaantal van 25.000 geldt alleen in het geval dat het zwembadterrein wordt gebruikt. Dit laatste is slechts onder zeer specifieke voorwaarden mogelijk en zal door werkzaamheden aan het zwembad waarschijnlijk in de toekomst slechts gedeeltelijk toepasbaar blijven. Zonder zwembadterrein is het maximum aantal bezoekers 23.760. Met het vaststellen van het maximum op 25.000 bezoekers garandeert het college dat festivals van de huidige omvang doorgang kunnen vinden. Tegelijkertijd leert de ervaring uit de praktijk dat dit bezoekersaantal ook vanuit het oogpunt van veiligheid en mobiliteit mogelijk is. De meteocorrectie blijft gehandhaafd om geluidsoverlast aan de overzijde van het water zoveel mogelijk te beperken. Gebruik van het (gehele) zwembadterrein is alleen toegestaan als het buitenzwembad ook tijdens op en afbouw geopend blijft en alleen gesloten is tijdens een evenement (en maximaal 1 dag daarna, in verband met het schoon opleveren van het terrein). Het binnenzwembad dient ook tijdens het evenement geopend te zijn. Gebruik van het zwembadterrein is beperkt tot de periode van de zomervakantie in regio Noord. Dit is overgenomen in het locatieprofiel.
Locatieprofiel Rembrandtpark Het dagelijks bestuur adviseert het college: •
om hier extra ruimte te laten voor buurtgerichte festivals met een inclusief karakter
•
de voorgestelde verruiming van bezoekersaantallen, evenementdagen en geluidsbelasting terug te draaien naar de huidige norm van 75 dB(c) als maximum. Niet duidelijk is waarom de eerder gehanteerde capaciteitsgrenzen - 2.500 bezoekers bij meerdaagse en 5.000 bij eendaagse evenementen - zijn losgelaten. Het dagelijks bestuur adviseert om deze grenzen in het profiel te behouden, gelet op het belang van rust en leefkwaliteit in de directe omgeving
Antwoord: Het college heeft kennis genomen van het verzoek van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om meer ruimte te maken voor buurtgerichte evenementen met een buurtgericht karakter, en de voorgestelde verruiming van het aantal bezoekers, het aantal evenementdagen en het aantal geluidsdagen terug te draaien.
22
Het college constateert dat op basis van het nieuwe locatieprofiel ten opzichte van het huidige locatieprofiel: 1. Het aantal evenementdagen is toegenomen met 1 2. De mogelijkheid voor het maximumaantal bezoekers van 5.000 is afgenomen van 3 dagen naar 1 dag. 3. Het aantal geluidsdagen is afgenomen met 1 en dat een hogere geluidsnorm alleen is toegestaan bij evenementen tot maximaal 3.000 bezoekers. Ad.1 en 2. Het maximumaantal dagen waarop evenementen zijn toegestaan is toegenomen met 1 dag. Dit heeft te maken met de nieuwe categorie-indeling op basis van het aantal bezoekers. In het huidige locatieprofiel zijn 9 dagen mogelijk voor evenementen groter dan 2.000 bezoekers, waarvan 3 evenementen met maximaal 5.000 bezoekers, 6 dagen met maximaal 2.000 bezoekers en 3 evenementen tot 500 bezoekers (afhankelijk van de aanvraag mogen deze ook meerdaags zijn). In het nieuwe locatieprofiel is het huidige profiel zo veel als mogelijk gekopieerd. De nieuwe categorie-indeling vereist echter een andere verdeling. Daarom is ervoor gekozen om de 9 evenementdagen voor evenementen met meer dan 2.000 bezoekers, op te nemen in de categorie 1.501 – 3.000 bezoekers. Deze 9 dagen kunnen ingevuld worden door maximaal 3 evenementen.
Om ook nog de mogelijkheid te houden om een evenement met maximaal 5.000 bezoekers (de maximale capaciteit van dit locatieprofiel) te behouden, is ervoor gekozen om 1 evenementdag op te nemen in de categorie 3.001-6.000 bezoekers met een maximum van 5.000 bezoekers. In het huidige profiel bestaat de mogelijkheid dat 3 ééndaagse evenementen worden georganiseerd, allemaal met 5.000 bezoekers. Bij meerdaagse evenementen wordt in vergelijking met het huidige profiel een toename van 500 bezoekers per dag mogelijk gemaakt, van 2.500 naar 3.000 bezoekers. Het college is van mening dat het nieuwe profiel recht doet aan de verschillende mogelijkheden voor dit locatieprofiel, waarbij voldoende ruimte is voor buurtgerichte evenementen als voor evenementen met een iets grotere schaal. Ad. 3 In het huidige profiel zijn 3 geluidsdagen toegestaan bij evenementen tot 2.000 bezoekers. In de nieuwe categorie indeling zijn twee geluidsdagen opgenomen bij de categorie 1.500 – 3.000 bezoekers en is één geluidsdag opgenomen in de categorie 30015000 bezoekers. Het aantal geluidsdagen is daarmee niet verruimd maar gelijk gebleven.
Het college constateert dat het nieuwe locatieprofiel Rembrandtpark recht doet aan de wensen van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om ruimte te geven aan buurtgerichte evenementen en dat dit nieuwe profiel zoveel als mogelijk in overeenstemming is met het huidige locatieprofiel. 23
Stadsdeel Noord Algemeen advies: Advies: Het stadsdeel adviseert: •
Betrek het stadsdeel bij de verdere uitvoering van het beleid
•
Draag zorg dat met vaststelling van dit nieuwe beleid alle oude beleidskaders worden ingetrokken
•
Het DB constateert dat er momenteel onvoldoende ruimte is voor bijzondere evenementen die buiten de standaard categorieën vallen. Daarom vinden we het belangrijk dat het stedelijke evenementenbeleid diversiteit van evenementen stimuleert, want het DB vindt het belangrijk dat Noord een plek is waar iedereen zichzelf kan vieren
•
Communiceer helder over hoe de input uit de participatie die als niet-bindende aandachtspunten in de locatieprofielen zijn opgenomen, daadwerkelijk wordt gebruikt door vergunningverleners en organisatoren is essentieel.
Antwoord: •
De verschillende afdelingen binnen de stadsdelen worden intensief betrokken bij de uitwerking van het evenementenbeleid.
•
Bij de vaststelling van worden alle beleidskaders die met het nieuwe beleid worden vervangen formeel ingetrokken.
•
Bij schaarste worden organisatoren, door het opnemen van specifieke beoordelingscriteria, gestimuleerd evenementen te organiseren voor Amsterdammers die nog niet of nauwelijks worden bereikt met het huidige evenementenaanbod.
•
Het college neemt het advies van het dagelijkst bestuur van het stadsdeel over door aan begin van het hoofdstuk Locatieprofielen aan te geven dat punten uit de participatie zijn meegenomen en dat vergunningverleners organisatoren kunnen adviseren daar rekening mee te houden bij het aanvragen van de vergunning en het uitvoeren van het evenement.
24
Financiën- Leges Advies: •
Het DB pleit voor een actieve herziening van het kostprijsmodel, zodat leges en tarieven voor het gebruik van de openbare ruimte, beter aansluiten op de schaalgrote van het evenement. Kleinschalige, buurtgerichte en vernieuwende evenementen mogen niet financieel worden ontmoedigd door onevenredig vast lasten.
•
De legestarieven zijn berekend op de huidige werkwijzen. Het concept evenementenbeleid heeft gevolgen voor de huidige werkwijze en daarmee mogelijk ook voor de toerekenbare kosten van de uitvoering en de bijbehorende legestarieven. Gevraagd wordt om in de planning van de verdere uitwerking van het beleid rekening te houden met de tijd die benodigd is om het kostprijsmodel aan te passen en met de planning van directie Dienstverlening/team Leges voor de totstandkoming en besluitvorming van de Legesverordening 2027.
Antwoord: Het college begrijpt de wens van het dagelijks bestuur van het stadsdeel om leges en tarieven voor het gebruik van openbare ruimte te laten aansluiten op de nieuw categorie indeling. Ook deelt het college de zorg dat kleinschalige, buurtgerichte en vernieuwende evenementen niet onevenredig zwaar belast mogen worden. In het nieuwe evenementenbeleid beleid wordt gewerkt met een risicoclassificatie. De toetsing van de vergunningverlening wordt afgestemd op het risico wat betekent dat de werkvoorraad van vergunningverleners voor de toetsing van een evenement eveneens samenhangt met het risicoprofiel. Immers, hoe meer risico, hoe meer toetsing, hoe meer werk de vergunning vraagt. Het ligt dus voor de hand dat de leges hierop worden aangepast, zodat de hoogte van de leges aansluit op de benodigde capaciteit om de vergunning te behandelen. Uitgangspunt is dat de nieuwe werkwijze kostenneutraal wordt doorgevoerd. Op dit moment is het nog niet duidelijk hoe de nieuwe werkwijze van de risico-inschatting van een evenement in de praktijk uitwerkt op de inzet en capaciteit van de vergunningverlening. Daarom wordt het eerste jaar gemonitord wat de gevolgen zijn. Op basis van die ervaringen kan worden bekeken welke nieuwe verdeling van de legestarieven wenselijk is.
Daarbij zal nadrukkelijk worden gekeken naar de kleinschalige, buurtgerichte en vernieuwende evenementen en het terugbrengen van de kosten voor deze groep evenementen. De uitwerking hiervan wordt meegenomen in het traject richting de Legesverordening 2027. Voor de beprijzing van de openbare ruimte geldt dat er nu nog verschillen bestaan tussen stadsdelen en locaties. Het college werkt aan een uniform stedelijk beleid, waarin ook de mogelijkheid wordt meegenomen om maatwerk te bieden voor kleinschalige en gratis toegankelijke evenementen.
25
Meldingsplicht Het dagelijks bestuur adviseert: de verruiming van de meldingsplicht expliciet te vermelden in dit hoofdstuk en vraagt aandacht voor handhavingsinstrumenten om bij terugkerende overlast van deze kleine evenementen te kunnen handhaven. Het dagelijks bestuur steunt de uitbreiding van de meldingsplicht tot 250 personen en benadrukt het belang van een uniforme, eenvoudige procedure voor alle organisatoren. Focus op het vereenvoudigen van het proces voor iedereen, in plaats van gedifferentieerde behandeling. Wel moeten er adequate handhavingsinstrumenten beschikbaar zijn voor evenementen die herhaaldelijk overlast veroorzaken - deze organisatoren zouden bij een nieuwe aanvraag moeten aantonen welke maatregelen zij nemen om problemen te voorkomen. Antwoord: Het college is het met het dagelijks bestuur van het stadsdeel eens dat het veroorzaken van overlast meegewogen moet worden met volgende of andere evenementen van een organisator. Deze evaluatie is een belangrijk onderdeel van de risicogerichte benadering in dit nieuwe beleidskader. Ervaringen met de organisator en het evenement bepalen mede de risicoklasse van (terugkerende) vergunningsplichtige evenementen. Evenementenmeldingen hebben in de regel een éénmalig karakter en een ander toetsingskader.
Het opleggen van bestuursrechtelijke handhaving (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) is in zulke gevallen meestal niet opportuun. Een vervolgstap van de uitwerking en implementatie van dit beleidskader is het actualiseren van de handhavingsstrategie evenementen en de handhavingsinstrumenten die daarin zijn opgenomen. In het VTH-beleid Fysieke Leefomgeving 2024 is reactief toezicht opgenomen als toezichtsstrategie voor evenementenmeldingen en kleine evenementen. Dit houdt in dat toezicht wordt gehouden op basis van meldingen en signalen. In de teams toezicht van de stadsdelen is het mogelijk om als er aanleiding voor is, actief toezicht te houden op een evenementenmelding. Dit is een afweging die qua capaciteit en prioriteit in het eigen stadsdeel kan worden gemaakt. Geluidsbelasting voor evenementen met hoog maatschappelijk belang Verzoek: Het DB vraagt om naast Pride en Koningsdag hier ook Sail aan toe te voegen. Antwoord: Bij Sail 2025 is het nergens noodzakelijk geweest om af te wijken van de geluidsnorm van maximaal 85 dB(C). Het toevoegen van SAIL aan de lijst met evenementen van Groot Maatschappelijk Belang heeft om die reden naar oordeel van het college geen toegevoegde waarde.
26
Vergunningen- rolverdeling verzoek: In het evenementenbeleid is de rolverdeling tussen het Stedelijk Evenementenbureau en VTH ten aanzien van communicatie concreet uitgewerkt in een tabel. Een vergelijkbaar overzicht van de rol- en taakverdeling tussen het Stedelijk Evenementenbureau en VTH is ook wenselijk voor de planfasevorming en het proces evenementenkalender. Antwoord: In het beleid wordt een overzicht opgenomen van de rol- en taakverdeling tussen het Stedelijk Evenementenbureau en VTH voor het proces van de evenementenkalender, vergelijkbaar met het bestaande overzicht voor communicatie. COMMUNICATIEMOMENTEN Wie 1. Uitvraag organisatoren Oproep aan organisatoren om plannen in te dienen •
Stadsbreed
SEB
•
Buurtgericht
Stadsdelen
Oproep waar behoefte aan is •
voor welke doelgroepen aanbod ontbreekt
•
op enkele locaties op basis van adviezen lokale adviescommissies
Informeren van organisatoren over mogelijke knelpunten
SEB
Stadsdelen SEB
2. Verzoek voor plek op de kalender Ontvangen van verzoeken op de kalender
SEB
3. Verdelen schaarste Vaststellen van schaarste
SEB samen met stadsdelen
Opvragen van nadere onderbouwing plannen in relatie tot beoordelingscriteria
SEB
27
Beoordeling van de plannen en opstellen van ranglijst op basis van score
Externe adviescommissie
4. Vaststelling evenementenkalender Beoordeling door veiligheids-, hulp-, en vervoersdiensten
SEB
Vaststellen van de evenementenkalender
College
Informeren van de organisatoren die op de kalender staan
SEB
Openbaar maken evenementenkalender •
Stadsbrede aankondiging
SEB
•
Daarna buurtgerichte communicatie: wat betekent dat Stadsdelen voor de buurt? Met verwijzing naar proces, afwegingen en visie (SEB maakt standaard stukje tekst)
Bij vrijgekomen plekken (als er iets uitvalt) / wijziging evenementenkalender •
Informeren organisatoren op de reservelijst
•
Evt informeren omwonenden bij nieuw (groot) evenement
SEB
Stadsdelen
5. Publieksonderzoeken Uitvoeren publieksonderzoek met behulp van de culturele doelgroepenmodel van amsterdam&partners
Organisatoren
Buurtonderzoeken
SEB
6. Evaluaties Jaarlijkse evaluatie evenementen (VTH en stadsdelen)
VTH
28
Vergunningen Behandeltermijn Verzoek: Voor een zorgvuldige vergunningverlening is een eenduidige, voldoende behandeltermijn van groot belang. De uitvoeringspraktijk laat zien dat de (wettelijke) termijnen van 10 en 16 weken regelmatig onvoldoende zijn voor het beslissen op een aanvraag. Op de gemeentelijke website wordt ook een streefvorm benoemd: een besluit op een aanvraag wordt 6 weken voorafgaand aan een evenement genomen en gepubliceerd. Dit knelt in het vergunningverleningsproces. Het herijken van de behandeltermijnen is daarmee noodzakelijk. Antwoord: De behandeltermijn worden in het nieuwe beleid niet gewijzigd. Samen met VTH wordt in de uitvoering van het nieuwe beleid gekeken naar eventuele optimalisaties in het proces (zoals de implementatie van de risicoscan, aangepast toetsingskader, etc). Vergunningen – werkproces Verzoek: Maak een werkbeschrijving voor vergunningverleners waarin de nieuwe werkwijze wordt beschreven. Antwoord: Vanaf september wordt gewerkt aan een werkbeschrijving van het werkproces onder leiding van VTH
Meerjarige plekken Evaluaties Verzoek: Heldere ‘spelregels’ zijn nodig voor VTH, o.a. moet duidelijk zijn wat gevolgen van evaluatie en geconstateerde overtredingen zijn voor de volgende vergunning dan wel het behouden van de meerjarige plek. Antwoord: Het college deelt de wens om duidelijk spelregels op te nemen over wat de uitkomst van een evaluatie betekent voor een volgende vergunning of het behoud van een meerjarige plek. Kleine overtredingen of verbeterpunten uit de evaluatie leiden tot afspraken. Ernstige overtredingen kunnen echter wel direct gevolgen hebben voor een vergunning of behoud plek. Door deze spelregels voor iedereen inzichtelijk te maken weet organisatoren, VTH en veiligheidsdiensten waar zij aan toe zijn. Het college neemt dit advies over en heeft in het nieuwe beleid een overzicht meegenomen waarin de evaluatie wordt beschreven.
Meerjarige plekken Lokaal Advies Advies: Borging van gebieds- en dossierkennis bij het bepalen van de meerjarige plekken is een vereiste. De lokale adviescommissies brengen advies uit ten behoeve van de conceptkalender, onduidelijk is op welke wijze lokale kennis en stadsdelen betrokken worden wanneer vanuit de driehoek wijzigingen etc. op de kalender worden voorgesteld.