01. Raadsvoordracht Uiten wensen en bedenkingen uitplaatsing gem taken OV-domein.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Portefeuille
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit
Agendapunt
0
Datum besluit
College van B&W 8 juni 2021 Onderwerp
Uiten van wensen en bedenkingen inzake de uitplaatsing van gemeentelijke taken in het OV-domein De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. Kennis te nemen van de aanleiding en achtergrond van het uitplaatsen van taken in het OVdomein in Amsterdam. • In 2020 is door de heer Peters (vml. directeur RET; huidig voorzitter branchevereniging OV-NL) een advies opgeleverd om de samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en GVB te verbeteren met daarbinnen ook een aantal organisatorische veranderingen. Het college heeft op 16 juni 2020 de adviezen uit het rapport van de heer Peters overgenomen. De raad is hierover per brief van 22 juli 2020 geïnformeerd. • Door het programma OV Governance is vervolgens gewerkt aan de concretisering van de organisatorische veranderingen. • Deze leiden tot het uitplaatsen van taken van de gemeente (Metro en Tram) naar Vervoerregio Amsterdam en GVB. 2. Kennis te nemen dat voldaan is aan de vereisten die het deelnemingenbeleid van de gemeente stelt aan het afronden van de denk- en onderzoeksfase voor het uitplaatsen van gemeentelijke taken. • Het deelnemingenbeleid van de gemeente Amsterdam, dat is vastgelegd in de beleidsnotitie Doelgericht op Afstand II, richt zich primair op de aanpak bij het oprichten van een nieuwe deelneming. Daar is hier geen sprake van.
Deels gaan de taken over naar een ander publiek orgaan (Vervoerregio Amsterdam) en deels gaan taken over naar een reeds bestaande deelneming (GVB), waarvoor de governance al conform het deelnemingenbeleid is ingericht. Desalniettemin biedt het deelnemingenbeleid uitstekende kaders voor het afronden van de denk- en onderzoeksfase voor het uitplaatsen van gemeentelijke taken. • De belangrijkste punten zijn: • Kennis te nemen van nut en noodzaak tot het uitplaatsen van taken en dat het denkkader DOA (‘doelgericht op afstand’) is doorlopen; • Kennis te nemen van potentiële risico’s en mitigerende maatregelen; • Kennis te nemen van de financiële consequenties. 3. Kennis te nemen van het voornemen van het college van burgemeester en wethouders tot het uitplaatsen van taken in het OV-domein, onder voorbehoud van wensen en bedenkingen van de raad. • Besluitvorming over het uitplaatsen van taken gebeurt (conform het deelnemingenbeleid) door een voorgenomen besluit door het college van B&W en het in de gelegenheid stellen van de gemeenteraad om haar wensen en bedenkingen aan het college te uiten. • De Vervoerregio wordt op grond van de Wet lokaalspoor opdrachtgever en vergunningverlener voor het beheer van het lokaalspoor (o.a. railinfrastructuur en stations). In de huidige situatie ligt die rol bij de gemeente. De Vervoerregio gaat als opdrachtgever het
Gegenereerd: v1.12
1
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
beheer van het lokaalspoor beleggen bij GVB Infra BV. In de huidige situatie ligt de rol van het beheer bij de gemeente. • Bijbehorende taken worden uitgeplaatst naar het publiekrechtelijke orgaan VRA en de bestaande gemeentelijke deelneming GVB. De belangrijkste taken in het OV-domein die worden uitgeplaatst zijn: • Strategisch-, tactisch en operationeel assetmanagement van het metro- en tram-areaal; • Opdrachtgeverschap voor het beheer en projecten; • Bevoegdheid met betrekking tot vergunningverlening en handhaving in het kader van de Wet Lokaalspoor; • OV- railinfrastructuurprojecten (vervangingen en investeringen); • De gemeente blijft juridisch eigenaar van het lokaalspoor en behoudt als rechthebbende daarmee (weliswaar beperkte) zeggenschap over de railassets. Bijbehorende taken blijven bij de gemeente Amsterdam. • Projecten die door Amsterdam als opdrachtnemer of subsidieontvanger worden uitgevoerd, OV- en niet OV-projecten, kunnen na een projecttoets en een beoordeling door de directies binnen het cluster Ruimte en Economie kwalificeren als ‘Bijzonder Project’ en worden ondergebracht bij de in te richten directie Bijzondere Projecten. 4.
Te verklaren dat de gemeenteraad – overeenkomstig het bepaalde in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet - in de gelegenheid is gesteld wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van burgemeester en wethouders over het voornemen van het college van burgemeester en wethouders tot het uitplaatsen van taken in het OV-domein. Wettelijke grondslag
• Artikel 160 eerste lid onder a Gemeentewet (voeren dagelijks bestuur gemeente). • Artikel 169, lid 1 en lid 4 van de Gemeentewet: het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Bestuurlijke achtergrond
Op 19 mei 2020 heeft de heer Peters (voormalig directeur RET en huidig voorzitter van de branchevereniging OV-NL) zijn advies opgeleverd ter versterking van de governance en samenwerking in de Amsterdamse OV-keten. De gemeenteraad van Amsterdam en regioraad van de Vervoerregio Amsterdam zijn per brief van 22 juli 2020 geïnformeerd over het advies van de heer Peters en het besluit tot implementatie hiervan door het college van B&W (16 juni 2020). Over de voortgang van de implementatie zijn beide raden op respectievelijk 10 december 2020 en 15 maart 2021 per brief geïnformeerd. Onderbouwing besluit
1. Kennis te nemen van de aanleiding en achtergrond van het uitplaatsen van taken in het OVdomein in Amsterdam.
Gegenereerd: v1.12
2
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Om het OV toe te rusten op de ambities die Amsterdam en omgeving hebben op het gebied van stedelijke ontwikkeling, duurzaamheid en gezondheid, is een sterkere samenwerking nodig tussen gemeente Amsterdam, GVB en de Vervoerregio Amsterdam. Hiertoe is de heer Pedro Peters (voormalig directeur van RET en huidig voorzitter van de branchevereniging OV-NL) gevraagd om een advies op te leveren. Resultaat was het rapport ‘Versterking governance en samenwerking OV-keten Amsterdam’ dat op 19 mei 2020 is opgeleverd en als bijlage aan deze voordracht is toegevoegd (bijlage 1). De belangrijkste adviezen zijn de volgende (zoals opgenomen in de raadsbrief op 22 juli 2020). 1. Breng het beheer en onderhoud van de infrastructuur onder in een BV (GVB Railinfra BV). Concreet betekent dit dat een deel van de directie Metro en Tram (hierna MET) van gemeente Amsterdam samengevoegd wordt met een deel van GVB tot GVB Railinfra BV, als 100% dochter van GVB Holding NV. Dit verbetert de effectiviteit en samenwerking op het gebied van beheer en onderhoud. Het voorstel is deze railinfrastructuur organisatie binnen GVB Holding onder te brengen, waarmee het op hetzelfde niveau als GVB Exploitatie kan opereren. Ook dit levert een verbetering op in samenwerking en te maken afwegingen.
Naast de onderhoudsprojecten voert de directie MET in de huidige situatie een aantal bijzondere projecten uit als Signalling & Control, Aanpak Wegtunnels Amsterdam, Ombouw Amstelveenlijn en (voorbereiding ) van de aanleg nieuwe metrolijnen. Deze worden binnen de gemeente Amsterdam binnen cluster Ruimte en Economie ondergebracht in een aparte directie Bijzondere Projecten. Het eigendom van de assets worden onder gebracht bij GVB in een aparte BV, die eigendom blijft van de gemeente Amsterdam. 2. Breng aansturing en opdrachtgeverschap van de OV-keten geheel voor rekening en risico van de Vervoerregio. Dit betreft een vereenvoudiging van de huidige situatie, waarin ‘rekening en risico’ niet eenduidig belegd was, en wat mede aanleiding was voor dit onderzoek naar de governance structuur. 3. Maak de Vervoerregio medeaandeelhouder van GVB. De Vervoerregio heeft nu ook doorslaggevende zeggenschap bij belangrijke besluiten over GVB Exploitatie, nodig voor de onderhandse gunning van de concessie, maar is niet aanwezig bij aandeelhoudersvergaderingen, omdat ze de zeggenschap via de gemeente heeft. Rechtstreekse zeggenschap, door bijvoorbeeld een bijzonder aandeel, vergroot de betrokkenheid en transparantie. 4. Pas werkprocessen en afspraken aan rondom de strategische activa.
De voorgestelde aanpak voor besluitvorming bij activa zal zorgen voor een consistente, voorspelbare en daarmee effectieve besluitvorming. Uitgangspunt hierbij is een gezamenlijke prognose voor de toekomstige vervoersvraag die de basis vormt voor toekomstige materieelbehoefte en daaruit volgende bestellingen. In de uitwerking zal ook duidelijk moeten worden hoe risico en zeggenschap kunnen verschuiven naar GVB met als doel om de afweging tussen onderhoud en nieuwbouw in één hand te leggen. Het college van de gemeente Amsterdam, het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam en de Raad van Commissarissen van GVB hebben op 16 juni 2020 kennis genomen van dit advies en ingestemd met de implementatie ervan. De leden van gemeenteraad van Amsterdam en regioraad van de Vervoerregio Amsterdam zijn hier op 22 juli 2020 per brief over geïnformeerd. Om tot tijdige implementatie te komen en het OV governance-traject op 1 januari 2022 af te ronden, werkt een programmateam samen met de drie lijnorganisaties (gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en GVB) in diverse werksporen aan de implementatie van het advies van de heer Peters. De veranderingen die door de heer Peters zijn voorgesteld en door het programma worden uitgewerkt leiden tot een uitplaatsing van taken van de gemeente (Metro en Tram) naar GVB en
Gegenereerd: v1.12
3
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
de Vervoerregio Amsterdam én de inrichting van een nieuwe gemeentelijke directie (Bijzondere Projecten). Daarmee is dit een zgn. ingrijpende reorganisatie. Conform het Handboek Reorganisatie Amsterdam is hiertoe door het college op 30 maart 2021 een principebesluit tot reorganisatie genomen en is een aantal uitgangspunten voor het reorganisatieproces vastgesteld. Omdat het hier dus ook gaat om het uitplaatsen van taken van de gemeente Amsterdam naar respectievelijk de Vervoerregio Amsterdam en GVB is tevens het Deelnemingenbeleid (vastgelegd in de notitie Doelgericht op Afstand II d.d. 13-03-2013) van toepassing. Die stelt dat het college van B&W bevoegd is om een besluit te nemen over het oprichten van een deelneming of het uitplaatsen van taken én dat de raad daarbij in de gelegenheid gesteld moet worden haar wensen en bedenkingen aan het college te uiten. 2. Kennis te nemen dat voldaan is aan de vereisten die het deelnemingenbeleid van de gemeente stelt aan het afronden van de denk- en onderzoeksfase voor het uitplaatsen van gemeentelijke taken. Aan een besluit tot het uitplaatsen van gemeentelijke taken gaat een uitgebreide voorbereiding vooraf. Dit is onder meer noodzakelijk om de juiste afweging ten aanzien van de borging van het publiek belang te kunnen maken.
Hiervoor schrijft het deelnemingenbeleid een standaard fasering voor (denkfase, onderzoeksfase, uitvoeringsfase, nazorg- en beheerfase). Vanwege de aard- en omvang van het uitplaatsen van taken in het OV-domein zijn in dit geval de denk- en onderzoeksfase samengevoegd. Overigens richt het deelnemingenbeleid zich primair op de aanpak bij het oprichten van een nieuwe deelneming. Daar is hier geen sprake van. Deels gaan de taken over naar een ander publiek orgaan (Vervoerregio Amsterdam) en deels gaan taken over naar een reeds bestaande deelneming (GVB), waarvoor de governance al conform het deelnemingenbeleid is ingericht. Desalniettemin biedt het deelnemingenbeleid uitstekende vereisten voor het afronden van de denk- en onderzoeksfase voor het uitplaatsen van gemeentelijke taken. De belangrijkste vereisten die het deelnemingenbeleid stelt aan het afronden van de denk- en onderzoeksfase voor het uitplaatsen van gemeentelijke taken zijn: a. Toetsen van het nut en de noodzaak tot het uitplaatsen van taken. De toets vindt plaats aan de hand van het denkkader DOA (‘doelgericht op afstand’) uit het deelnemingenbeleid; b. Het inzichtelijk maken van potentiële risico’s en mitigerende maatregelen; c. Het inzichtelijk maken van financiële consequenties (kosten en baten); d.
Het vaststellen van uitgangspunten over de governance en de rol en invloed van de gemeente als aandeelhouder in de betreffende deelneming(en). a. Nut en noodzaak tot het uitplaatsen van taken en doorlopen denkkader DOA. Nut en noodzaak tot het uitplaatsen van taken is vastgelegd in het rapport van Pedro Peters (‘Versterking governance en samenwerking OV-keten Amsterdam’) dat op 19 mei 2020 is opgeleverd en als bijlage aan deze voordracht is toegevoegd (bijlage 2). Het doel van de implementatie van de nieuwe werkwijzen, het (her)inrichten van de organisaties bij de gemeente, Vervoerregio Amsterdam en het, als onderdeel hiervan, uitplaatsen van taken heeft als doel een systeemverbetering. Door de herinrichting van de governance maken we in de keten en de onderliggende organisaties een kwaliteitsslag en richten we de organisaties zo in dat een toekomstbestendig ov-systeem gewaarborgd is. Het uitplaatsen van taken moet leiden tot een efficiëntere besteding van overheidsmiddelen, duidelijkere verdeling van verantwoordelijkheden en daarmee meer mogelijkheden tot eenduidige sturing.
Gegenereerd: v1.12
4
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Er is vanuit het publieke belang geen directe noodzaak deze taken als gemeente uit te voeren. Taken met een groot publiek belang (bijvoorbeeld vergunningverlening) gaan terug naar de Vervoerregio Amsterdam. De Wet lokaal spoor (WLS) geeft het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio de bevoegdheid een beheerder voor de lokale spoorinfrastructuur aan te wijzen. In de huidige situatie heeft het Dagelijks Bestuur deze bevoegdheid gedelegeerd aan het college van B&W van Amsterdam. Het college heeft vervolgens de gemeente Amsterdam aangewezen als beheerder en de daaruit volgende taken belegd bij Metro en Tram. In het kader van de reorganisatie van het OV heeft de VRA voorgenomen om deze bevoegdheid in te trekken. De VRA zal vervolgens GVB aanwijzen als beheerder in het kader van de WLS. Deze wijziging leidt tot een vereenvoudiging van de verhoudingen; de gemeente laat het beheer van de railassets in feite over aan de Vervoerregio en GVB Infra BV. De zeggenschap over het beheer van haar assets neemt af. Daar staat tegenover dat het risico voor de gemeente (zowel op inhoud als financieel) eveneens afneemt b. Potentiële risico’s en mitigerende maatregelen. De voorgestelde besluiten hebben zowel invloed op het risicoprofiel van de gemeente als de mogelijkheden om deze risico’s te mitigeren.
De totale impact op dit vlak is nog niet in detail te beschrijven en is momenteel nog onderwerp van gesprek tussen de drie partijen. Op hoofdlijnen betekent het besluit dat de gemeente in directe zin geen risico meer loopt voor het beheer en onderhoud van het metro en tram areaal aangezien dit direct door VRA en GVB wordt behartigd. Hier staat tegenover dat de gemeente wel indirect risico loopt door haar financiële belang in zowel de VRA als GVB. In deze relatie richting VRA en GVB stuurt de gemeente meer op afstand en heeft zij minder mogelijkheden om deze risico’s direct te mitigeren. De drie belangrijkste risicogebieden en bijbehorende beheersmaatregelen zijn hieronder nader toegelicht: 1. Systeemverantwoordelijkheid Vervoerregio Amsterdam De uitplaatsing van taken betekent dat in de toekomst het beheer en onderhoud van het metro – en tramareaal rechtstreeks risicodragend door de VRA aan het GVB wordt opgedragen zonder tussenkomst van de gemeente Amsterdam. Op dit vlak verdwijnt het risico voor de gemeente. Potentieel voordeel van de directe opdrachtgevende relatie tussen VRA en GVB is een kortere en dus efficiëntere sturingslijn met een heldere verdeling van verantwoordelijkheden. Voorwaarde om de sturing effectief te laten verlopen is dat deze goed wordt ingeregeld door VRA en GVB. In de huidige situatie bezit de gemeente direct de mogelijkheid om te mitigeren.
In de toekomst ligt deze mogelijkheid grotendeels bij de VRA Het risico bestaat dat de Vervoerregio Amsterdam haar taken als systeemverantwoordelijke voor de OV-keten niet goed inricht met als consequentie dat gemeente Amsterdam, als een van de deelnemers in het samenwerkingsverband VRA, extra financiële middelen moet bijdragen. In de basis betekent het besluit dus dat de gemeente minder mogelijkheden heeft om direct risico’s te beheersen. Relevant is verder dat in de (huidige) governance al diverse maatregelen zijn getroffen om het belang van de gemeente binnen de VRA te borgen. Zo is de wethouder Verkeer & Vervoer van de gemeente Amsterdam de voorzitter van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Vervoerregio Amsterdam en is er met het DB en Regioraad een sturings- en verantwoordingsmodel op het functioneren van het samenwerkingsverband ingericht. Daarnaast is de inrichting van de opdrachtgevende rol van de VRA in de OV-keten onderdeel van het programma OV-governance en daarmee onderwerp van gesprek tussen de drie partijen (gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en GVB). 2. Aandeelhouderschap GVB De gemeente is niet alleen deelnemer in de VRA maar ook 100% aandeelhouder van het GVB. Als aandeelhouder van GVB loopt de gemeente een vergelijkbaar risico als geschetst onder 1 maar dan als aandeelhouder van het GVB.
Indien in de nieuwe situatie GVB de uitvoering van het beheer en onderhoud niet goed inricht/onderschat loopt de gemeente risico als aandeelhouder. GVB kan in dit geval op termijn met financiële tekorten geconfronteerd worden waarbij in het uiterste geval de
Gegenereerd: v1.12
5
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
aandeelhouder gevraagd kan worden bij te storten. Ook hier geldt echter dat er binnen het GVB al een werkende governance met een RvC en bestuur is ingesteld waarbij het gemeentelijk belang als aandeelhouder geborgd is. 3. Belangen gemeente Amsterdam Inhoudelijk bestaat er een risico dat de belangen van de gemeente Amsterdam niet goed worden meegenomen in het OV-domein. Denk aan het beheer van openbare ruimte, eigendom van rail assets, mobiliteitsbeleid en uitvoering van OV-projecten. Waar de gemeente in het verleden hier door middel van de taken uitgevoerd door MET direct sturing aan kon geven, verloopt deze sturing in de toekomst voor een voornaam deel via de VRA richting GVB. Ook hier geldt dat de gemeente en VRA heldere afspraken dienen te maken over hun taak- en rolverdeling. Op al deze onderdelen worden, in het kader van het programma OV-Governance, nieuwe afspraken tussen partijen gemaakt. Het gaat bijvoorbeeld om het eigenaarschap van de assets, beleidsvorming, het initiëren van verbeterprojecten en het formuleren van eisen en randvoorwaarden voor de OV Concessie en het BORI (Beheer en Onderhoud Railinfrastructuur) en MVP (Meerjaren Vervangingsprogramma contract van de VRA richting GVB. c. Financiële consequenties In de nieuwe situatie verschuiven de financiële risico’s voor het beheer en onderhoud voor een belangrijk deel van de gemeente naar de VRA en GVB.
Hierbij geldt, als eerder opgemerkt, dat de gemeente participeert in de VRA en daarmee hier ook risico draagt. En de gemeente aandeelhouder is van het GVB. Per saldo betekent de wijziging wel dat deze geldstromen niet meer van de VRA via de gemeente naar het GVB lopen. Deze gaan direct van de VRA naar GVB. Op dit moment werken VRA en GVB aan een nieuwe set afspraken (BORI/MVP) over het beheer en onderhoud. Zij bouwen hierbij voort op eerder gemaakte afspraken tussen de drie partijen. De eerder met elkaar vastgestelde budgetten voor het uitvoeren van de taken en projecten zijn richtinggevend voor de inrichting van de organisaties en de samenwerkingsketen. Dus daarmee ook voor de opdracht voor beheer en onderhoud van de VRA aan GVB. Conform de herziene beschikking BORI (contract voor Beheer en Onderhoud Railinfrastructuur) / MVP (Meerjaren Vervangingsprogramma Metro) 2020 betekent dit dat er een besparingsdoelstelling is vastgesteld met als doel om de activiteiten binnen het financieel kader van BORI-convenant te laten passen (De besparing betreft niet het totaal budget BORI/MVP, maar alleen dat deel van het budget bestemd voor organisatiekosten. Het totaal budget voor BORI/MVP blijft gelijk). Deze besparing wordt primair gerealiseerd door het verminderen van externe inhuur.
De besparing heeft geen gevolgen voor de ambtelijke medewerkers, er is in de reorganisatie geen sprake van boventalligheid. Per saldo levert het besluit dus een verwachte besparing op in de OV keten. De omvang van deze besparing wordt eind van dit jaar duidelijk. De directie Metro en Tram wordt in de huidige situatie vrijwel volledig gefinancierd door geldstromen vanuit de projecten en de VRA. Dit geldt ook voor de directie Bijzondere Projecten in de toekomstige situatie. Deze dienst wordt primair uit projectfinanciering gedekt. Of er aanvullend een beroep moet worden gedaan op de algemene financiële middelen, wordt momenteel onderzocht. Later dit jaar volgt duidelijkheid op dit vlak. 3. Kennis te nemen van het voornemen van het college van burgemeester en wethouders tot het uitplaatsen van taken in het OV-domein. De denk- en onderzoeksfase van het deelnemingenbeleid worden afgerond met een voorgenomen besluit door het college van B&W en het in de gelegenheid stellen van de gemeenteraad om haar wensen en bedenkingen aan het college te uiten. Het betreft de uitplaatsing van de volgende taken, die op dit moment worden uitgevoerd door Metro en Tram (gemeente Amsterdam):
Gegenereerd: v1.12
6
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Assetmanagement • De taken op het gebied van strategisch assetmanagement worden ondergebracht bij de Vervoerregio Amsterdam; • De taken op het gebied van tactisch- en operationeel assetmanagement, behorend bij de beheerder lokaalspoor (op grond van de Wet lokaal spoor) worden ondergebracht bij GVB Railinfra BV.; • Taken op het gebied van opdrachtgeverschap voor het beheer en projecten worden ondergebracht bij de Vervoerregio Amsterdam; • De bevoegdheid met betrekking tot vergunningverlening en handhaving (op grond van de Wet lokaal spoor) en de daaruit voortkomende taken worden ondergebracht bij de Vervoerregio Amsterdam. Eigendom • De taken op het gebied van het juridisch eigenaarschap van het lokaalspoor blijven bij de gemeente Amsterdam en worden daar ondergebracht. Binnen het programma OVGovernance wordt gewerkt aan de precieze invulling van deze taak en de in dat verband met VRA te maken afspraken. Dit aspect zal indien nodig terugkomen in latere besluitvorming. Projecten • In de regel wordt de uitvoering van ov-railinfrastructuurprojecten (vervangingen en investeringen) bij GVB Railinfra BV. ondergebracht. • Op grond van de Wet lokaal spoor is de Vervoerregio Amsterdam bestuurlijk eindverantwoordelijk voor alle OV-railinfrastructuurprojecten.
• De beleids- en planvorming van OV-projecten verloopt, conform de huidige werkwijze, in opdracht van de Vervoerregio Amsterdam of de gemeente (Verkeer en Openbare Ruimte). • Projecten die door Amsterdam als opdrachtnemer of subsidieontvanger worden uitgevoerd, OV- en niet OV-projecten, kunnen na een projecttoets en een beoordeling door de directies binnen het cluster Ruimte en Economie kwalificeren als ‘Bijzonder Project’ en worden ondergebracht bij de in te richten directie Bijzondere Projecten. Staftaken • Alle directe taken van de stafdelingen (bijvoorbeeld inzet van de staf op de projecten en assetmanagement) gaan mee met de primaire taken. Wat betekent dat de taken van de stafafdelingen die worden verricht bij de projecten meegaan met deze projecten naar de ontvangende organisatie. Dit geldt ook voor de directe staftaken op het gebied van assetmanagement: deze verhuizen mee met de taken die dit betreft naar de ontvangende partij. • Voor de PIJOFACH-taken (bedrijfsvoeringstaken) die nu binnen Metro en Tram vallen, wordt per staf(onderdeel) bekeken of en waar deze taken in de nieuwe situatie een plek krijgen binnen de drie organisaties (gemeente Amsterdam, GVB Railinfra BV of Vervoerregio Amsterdam). • Binnen Metro en Tram zijn enkele taken van de Safety Board ondergebracht.
Alle betrokken partijen delen dat dit een essentiële functie is, die behouden moet blijven voor het systeem. De taken voor het voorzitterschap van de Safety Board worden overgedragen naar de Vervoerregio Amsterdam. De Vervoerregio Amsterdam bepaalt in overleg met de andere de gemeente en GVB de toekomstige inrichting van de Safety Board. 4. Te verklaren dat de gemeenteraad – overeenkomstig het bepaalde in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet - in de gelegenheid is gesteld wensen en bedenkingen over te brengen
Gegenereerd: v1.12
7
Gemeenteraad
VN2021-015359 Metro en tram
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
aan het college van burgemeester en wethouders over het voornemen van het college van burgemeester en wethouders tot het uitplaatsen van taken in het OV-domein. Financiële onderbouwing Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-060113
Bijlage 1 - Versterking governance en samenwerking OV-keten Amsterdam - Pedro Peters - eindadvies fase 2.pdf (pdf)
AD2021-060114
Bijlage 2 - Proces besluitvorming OV-governance zomer 2021.pdf (pdf)
AD2021-056542
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Metro en Tram – Eddy Westerveld (e.westerveld@amsterdam.nl; tel.06-2151 8291); DMC Deelnemingen – Peter van Kessel (peter.van.kessel@amsterdam.nl; tel 06-4129 9777); V & OR – Rianne Boot (rianne.boot@amsterdam.nl; tel. 06-3817 0358)
Gegenereerd: v1.12
8